Verkeersbesluit, parkeerverbod Acaciazoom bij fietspad ter hoogte van perceel 31 – 67, gemeente Zoetermeer

Namens burgemeester en wethouders van Zoetermeer,

daartoe bevoegd op grond van:

  • artikel 18, lid 1, sub d, van de Wegenverkeerswet 1994,

  • het mandaatbesluit van burgemeester en wethouders waarbij die bevoegdheid is gemandateerd aan de directeur van de hoofdafdeling Stad en diens besluit tot het verlenen van ondermandaat,

de manager van de afdeling Stadsbeheer,

 

gehoord de gemeentelijke verkeerscommissie, waarin ook de verkeersadviseur van de Politie Eenheid Den Haag zitting heeft en waarmee is gehandeld overeenkomstig de instructie zoals opgenomen in artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;

 

gelet op hetgeen ten aanzien hiervan overigens in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is bepaald, alsmede op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht;

 

gelet vervolgens op het gegeven dat de in dit besluit aan de orde komende wegen, straten of parkeervoorzieningen openbaar in de zin van de Wegenwet zijn en binnen de bebouwde kom van Zoetermeer als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 liggen;

 

BESLUIT:

 

  • 1.

     door plaatsing van borden E1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, of door het aanbrengen van gele onderbroken strepen als bedoeld  in artikel 24 van genoemd reglement, vast te stellen dat aan de noordzijde van de Acaciazoom ter hoogte van percelen 31-67, aan beide zijden van de aansluiting met het fietspad op de Acaciazoom (verder het betreffende weggedeelte genoemd), een parkeerverbod wordt ingesteld een en ander conform bijlage;  

  • 2.

    vast te leggen, dat aan het in sub 1 beschreven besluit de volgende overwegingen ten grondslag liggen:

 

de aanleiding:

  • het komt regelmatig voor dat op het betreffende weggedeelte een of meer auto’s worden geparkeerd;

  • door het parkeren van auto’s op het betreffende weggedeelte wordt het uitzicht voor het fietsverkeer beperkt;

  • de situatie wordt door bewoners als verkeersonveilig beschouwd;

  • uit het oogpunt van verkeersveiligheid is het daarom gewenst de in sub 1 beschreven maatregel vast te stellen;

     

de verkeerskundige aspecten:

 

  • De maximum snelheid ter hoogte van het betreffende weggedeelte bedraagt 30 km per uur;

  • aan deze verkeersmaatregel liggen ten grondslag de doelstellingen die zijn geformuleerd in artikel 2, lid 1, sub a, b, c en d, van de Wegenverkeerswet 1994;

  • het gaat daarbij om de verkeersveiligheid, het beschermen van de weggebruikers en het waarborgen van de bruikbaarheid van de weg en de vrijheid van het verkeer;

  

de zorgvuldigheid:

 

  • de situatie is beoordeeld door personen, die door hun deskundigheid een goed oordeel ter zake kunnen geven en die – vanwege hun plaatselijke bekendheid, aangevuld met visuele waarnemingen ter plaatse – beschikken over de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen;

  • op 8 februari 2018 is de verkeerscommissie akkoord gegaan met de maatregel zoals beschreven in sub 1;

  • die beoordeling heeft vervolgens tot het beschreven parkeerverbod geleid;

  • met de hiervoor beschreven handelwijze en het daaraan voorafgegane overleg is gehandeld conform de instructienorm in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

de belangenafweging:

 

  • er heeft een goede belangenafweging plaatsgevonden;

  • het is niet de bedoeling dat er op het betreffende weggedeelte wordt geparkeerd;

  • gezien de lengte van het betreffende weggedeelte zal door dit besluit de beschikbare ruimte om te parkeren met ongeveer 3 parkeerplaatsen afnemen;

  • De afname van parkeergelegenheid kan worden opgevangen in de nabije omgeving;

  • met de onder 1 vastgestelde maatregel is dan ook geen sprake van een besluit met onevenredig nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 3:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht.

   

Zoetermeer, 12 juni 2018.

 

Namens burgemeester en wethouders van Zoetermeer,

de manager van de afdeling Stadsbeheer.

      

N.B.

 

Belanghebbenden die zich niet met dit besluit kunnen verenigen, kunnen op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na publicatie ervan een gemotiveerd bezwaar indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (postbus 15, 2700 AA Zoetermeer). Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van het besluit niet. Hiertoe kan op grond van het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank ’s Gravenhage (sector bestuursrecht, postbus 20302, 2500 EH Den Haag). In dat geval is het wel vereist dat de belanghebbende een bezwaarschrift tegen het besluit heeft ingediend en dat sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van die voorziening.

Naar boven