Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening, gemeente Nieuwegein

De raad van de gemeente Nieuwegein

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 april 2018;

 

gelet op artikel 149 Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen

 

 

Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening;

 

De Algemene plaatselijke verordening wordt als volgt gewijzigd:

Artikel I  

A.

Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onder vernummering van het tweede tot en het vierde lid in het derde tot en met het vijfde lid wordt een nieuw lid ingevoegd dat als volgt luidt:

    • 2.

      Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.

  • 2.

    In het derde lid, onder a wordt de zinsnede ‘dan 150 personen’ vervangen door: dan 250 personen tegelijkertijd;

  • 3.

    Het derde lid, onder f, komt te luiden:

    • f.

      slechts kleine bouwsels worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m² per bouwsel, springkussens alleen voor zo ver wordt voldaan aan het Besluit attracties speeltoestellen;

  • 4.

    Onder verlettering van het vierde en het vijfde lid in het vijfde en het zesde lid wordt een nieuw lid ingevoegd dat als volgt luidt:

    • 4.

      In het geval van overtreding van artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, lid 1, van die wet.

 

B.

Het opschrift van afdeling 8 komt te luiden:

  • Afdeling 8. Toezicht op horecabedrijven en andere openbare inrichtingen

C.

Artikel 2:27 wordt als volgt gewijzigd:

Na onderdeel c worden een nieuw onderdeel toegevoegd dat als volgt luidt:

  • d.

    openbare inrichting: een bedrijf waar andere dienstverlenende of detailhandelsgerichte activiteiten plaatsvinden al dan niet met horeca gerelateerde activiteiten als bedoeld in een horecabedrijf. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een internetwinkel en -café, een massagesalon, een shishabar, een smart-, head- of growbar dan wel –shop. Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden;

D.

Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het opschrift komt te luiden: Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf of openbare inrichting.

  • 2.

    In het eerste lid wordt na ‘een horecabedrijf’ ingevoegd: ‘of een openbare inrichting’.

  • 3.

    In het tweede lid komt te luiden:

    • 2.

      De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf of de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een voorbereidingsbesluit of een beheersverordening.

  • 4.

    In het derde lid onder a. wordt telkens na ‘het horecabedrijf’ ingevoegd: of de openbare inrichting

  • 5.

    In het zevende lid wordt na ‘een horeca-exploitatievergunning’ ingevoegd: of een exploitatievergunning openbare inrichting

  • 6.

    Het negende lid komt te luiden:

    • 9.

      In het geval van overtreding van artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, lid 1, van die wet.

  • 7.

    In het tiende lid wordt na ‘een horeca-exploitatievergunning’ ingevoegd: en de exploitatievergunning openbare inrichting

 

E.

Artikel 5:8 wordt als volgt gewijzigd:

Onder vernummering van het vijfde lid in het zesde lid wordt een nieuw lid ingevoegd dat als volgt luidt:

  • 5.

    Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

 

F.

Artikel 6:1 wordt als volgt gewijzigd:

Na het tweede lid wordt een nieuw lid ingevoegd dat als volgt luidt:

  • 3.

    In het geval van overtreding van artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, lid 1, van die wet.

Artikel II  

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 31 mei 2018,

De griffier,

de voorzitter,

Toelichting bij Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening

Algemeen

 

Uit de praktijk van de vergunningverlening blijkt dat er behoefte is om aanvragen voor een aantal vergunningen beter te kunnen reguleren en de risico’s voor de openbare orde en veiligheid alsook de openbare volksgezondheid beheersbaar te houden en zoveel mogelijk te voorkomen.

Het blijkt dat sommige kleine evenementen qua bezoekersaantal wat groter zijn en waarbij de impact op de omgeving nihil is, terwijl toch een vergunningplicht geldt, omdat er meer dan 150 personen bij aanwezig zullen zijn. De vraag is of dit wenselijk is. Daarnaast is het soms wenselijk om in verband met het verloop van de activiteit aanvullende (veiligheids)voorschriften te geven.

Daarnaast zijn er steeds meer initiatieven om bepaalde (horeca)ondernemingen, die risico’s voor de openbare orde en veiligheid alsook de volksgezondheid vormen, te exploiteren waar tot nu toe geen horeca exploitatievergunningplicht voor geldt.

Voorgesteld wordt om de weigeringsgronden voor een aanvraag voor de exploitatie van (horeca)onderneming ook van toepassing te laten zijn bij voorbereidingsbesluit of een beheersverordening. Naast de bestemmingsplanfiguur zijn dit twee juridische instrumenten die van belang zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen.

In het recente verleden is de ontheffingsmogelijkheid op het verbod op parkeren van grote voertuigen in het kader van deregulering geschrapt. Nu blijkt uit de praktijk dat het hebben deze ontheffingsmogelijkheid toch wenselijk is.

Voor het overtreden van voorschriften voor het brandveilig gebruik van voor menselijk toegankelijke plaatsen is het wenselijk om de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen te reguleren in de APV.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel I

 

Onderdeel A

Het gaat hier een wijziging op meldingsstelsel voor klein evenementen (artikel 2:25, derde lid en vierde lid).

Bij de beoordeling van binnengekomen meldingen voor het organiseren van kleine evenementen blijkt dat de gestelde grens van 150 aanwezige personen te rigide is. Vaak genoeg blijkt dat evenementen met meer dan 150 personen ook gekwalificeerd kunnen worden als een klein evenement. Voorgesteld wordt om de grens van het aantal aanwezige personen te verruimen naar 250 personen. Verwacht wordt dat dit een aanvaardbare grens is voor het organiseren van kleine evenementen. De mogelijke risico’s voor de openbare orde en veiligheid zullen nihil zijn. Eventueel kan door nader te overleggen met de organisator eventuele risico’s beheersbaar worden gehouden.

 

De grootte van 25m2 van een te plaatsen bouwsel is conform het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

 

Aan de burgemeester wordt de bevoegdheid toegekend om aanvullende (veiligheids)voorschriften aan een melding te verbinden.

 

Onderdeel B

In dit onderdeel wordt het opschrift van de afdeling aangepast.

 

Onderdeel C

Dit onderdeel betreft aanpassingen op de bepaling over horeca-exploitatievergunningstelsel (artikel 2:27).

Er zijn steeds meer initiatieven om bepaalde (horeca)ondernemingen, die risico’s voor de openbare orde en veiligheid alsook de volksgezondheid vormen, te exploiteren waar tot nu toe geen horeca exploitatievergunningplicht voor geldt.

Opgemerkt zij dat bij deze ondernemingsvormen geen alcoholhoudende drank wordt geschonken, althans het is lastig hier vat op is te krijgen of hier sprake van is. Dit maakt dat voor deze ondernemingen in principe geen Drank- en Horecawetvergunning is vereist. De horecaexploitatievergunning kan echter ook vereist worden voor horecaondernemingen die geen alcoholhoudende drank schenken (bijvoorbeeld een lunchroom/theehuis). De onderhavige ondernemingsvormen kunnen horeca-achtige elementen hebben. In de praktijk komen verschillende vormen voor die niet direct met een horeca-inrichting worden geassocieerd en ook geen sprake is van horeca-inrichting of juist wel. Om dit probleem het hoofd te bieden wordt daarom voorgesteld om de exploitatievergunning openbare inrichting te introduceren. Deze vergunningsvorm is dus specifiek bedoeld voor de exploitatie van openbare inrichting die in eerste instantie niet bedoeld zijn als horeca-inrichting. Voor zo ver bij de aanvraag voor een exploitatievergunning overwegend sprake is van horeca-inrichting (het schenken van drank en gebruik ter plaatse) zal een horecaexploitatie moeten worden verleend en is ook een Drank- en horecavergunning verplicht.

Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan:

een internetwinkel en café, een massagesalon, een shishabar, een smart-, head- of growbar dan wel –shop.

Onder shisha wordt verstaan: een waterpijp, zijnde een apparaat voor het roken van gearomatiseerde pijptabak. Smartmiddelen zijn stoffen die een invloed hebben op de psyche door het veranderen van fysiologische processen in het centraal zenuwstelsel, met de bedoeling om in hallucinerende, euforiserende mentale toestand te komen, met dien verstande dat die stoffen niet verboden zijn op grond van de Opiumwet.

Growmiddelen zijn benodigdheden om op een efficiënte wijze hennep te telen of voor het bewerken van de hennep na de oogst.

Headmiddelen zijn hulpmiddelen, die nodig zijn voor het roken van een shisha.

 

In het algemeen wordt opgemerkt dat deze ondernemingen gelieerd kunnen zijn aan criminele organisaties of netwerken, althans het risico dat dit het geval kan zijn is meer dan aanwezig. Deze risico’s kunnen betrekking hebben op ondermijnende activiteiten als ook activiteiten gerelateerd aan drugscriminaliteit. Door deze ondernemingsvormen vergunningplichtig te maken kan getoetst worden aan de Wet Bibob. Het Bibob-beleid zal overigens binnenkort geactualiseerd worden.

 

Internetcafé/winkel

Het hebben van horeca-exploitatievergunning is op dit moment niet van toepassing op een internetcafé/winkel (artikel 2:28 lid 4 APV). De sluitingstijden van de Winkeltijdenwet zijn leidend. Nu blijkt dat dit soort ondernemingen vaak tot laat open blijven, wat gevolgen heeft voor de woon- en leefomgeving. Nog belangrijker is dat er zicht is op de (andere) activiteiten die plaatsvinden in een dergelijke onderneming. Een Bibob-toets kan uitkomst bieden.

 

Massagesalon

Typerend bij dit soort ondernemingen is dat moeilijk zicht te houden is op de mogelijke ondermijnende activiteiten. Daarbij komt dat geen zicht is of al dan niet alcoholhoudende drank wordt verkocht.

 

Shishabar/lounge

Het roken van waterpijpen (ook bekend als shisha, hookah, narggilleh) wordt steeds populairder in Nederland, met name in de grote steden. Ook in Nieuwegein zijn er signalen ontvangen om een shishabar/lounge te exploiteren. Er is geen wetgeving die het roken van waterpijpen in openbare inrichting/horeca verbiedt.

Het roken van een waterpijp heeft een gezondheidsrisico (o.m. kans op koolmonoxidevergiftiging).

Bovendien is er ook geen of minder zicht op het al dan niet schenken van alcoholhoudende drank of het gebruik van (soft)drugs.

 

Smart-, head- of growbar dan wel –shop

Dit soort ondernemingen zijn ook sterk in opkomst. Meestal wordt de vorm van een winkel gekozen al dan niet gecombineerd met de mogelijkheid tot het ter plaatse gebruiken van gekochte waren.

Bij smart middelen gaat het om middelen, die niet verboden zijn op grond van Opiumwet en die bedoeld zijn om in hallucinerende staat te komen. Headmiddelen zijn hulpmiddelen, die nodig zijn voor het roken van een shisha. Growmiddelen zijn benodigdheden om op een efficiënte wijze hennep te telen of voor het bewerken van de hennep na de oogst.

Ook hier geldt weer geen of minder zicht op het al dan niet schenken van alcoholhoudende drank of het gebruik van (soft)drugs.

 

Onderdeel D

Dit onderdeel betreft een wijziging op de bepalingen over exploitatievergunning (artikel 2:28).

Het voorbereidingsbesluit en de beheersverordening zijn naast het bestemmingsplan juridische instrumenten bij ruimtelijke ontwikkelingen aan de orde kunnen zijn bij het beoordelen van aanvragen voor een exploitatievergunning horeca of openbare inrichting.

Met het voorbereidingsbesluit wordt immers een voorbereidingsbescherming beoogd, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor bouw- en aanlegactiviteiten. Het instrument beheersverordening wordt benut wanneer er voor bestaande gebieden geen ontwikkelingen wordt voorzien. Nu wordt alleen de strijdigheid met een bestemmingsplan als imperatieve weigeringsgrond genormeerd bij de beoordeling van aanvragen voor horeca-exploitatie. Het verlenen van een exploitatievergunning kan (negatieve) gevolgen hebben op een genomen voorbereidingsbesluit of een vastgestelde beheersverordening. Daarom wordt voorgesteld om een exploitatievergunning voor een horeca-inrichting of een openbare inrichting te weigeren als het in strijd is met een voorbereidingsbesluit op een bestemmingsplan of een beheersverordening.

 

In beleid zullen de kaders voor het beoordelen van aanvragen voor openbare inrichtingen nader worden uitgewerkt.

 

Onderdeel E

Dit onderdeel betreft een wijziging op het verbod op parkeren grote voertuigen (artikel 5:8).

Om regels en administratieve lasten te verminderen is in het recente verleden de mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing geschrapt. Nu blijkt dat het in individuele gevallen toch wenselijk is om in uitzonderlijke individuele gevallen een ontheffing mogelijk te maken.

 

Onderdeel F

Dit onderdeel betreft een wijziging op de strafbepaling (artikel 6:1).

Bij de overtreding van regels over brandweerzorg kan een bestuurlijke boete worden opgelegd op grond van de Wet veiligheidsregio’s (artikel 64 van die wet). Wel wordt als vereiste gesteld dat de raad deze mogelijkheid bij verordening vastlegt aangezien het om een strafbepaling gaat. Vandaar dat voorgesteld wordt om dit in de APV te regelen.

 

 

Naar boven