Handhavingsstappenplan Wet op de Kansspelen Gooise Meren 2018

A. Kansspelautomaten aanwezig zonder vergunning

Op grond van artikel 30b van de Wet op de Kansspelen is het verboden om zonder vergunning één of meer kansspelautomaten aanwezig te hebben. Voor behendigheidsautomaten (zoals een flipperkast of videospelletje) is geen vergunning vereist.

Een kansspelautomaat is een speelautomaat die is ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen.

Een behendigheidsautomaat is een speelautomaat waarvan het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde spelduur of het recht op gratis spelen (je kunt er dus geen geld mee winnen) en het verloop van het spel (winst of verlies) afhankelijk is van de behendigheid, kennis en tactiek van de speler.

Wanneer wordt geconstateerd dat een bedrijf zonder de benodigde vergunning kansspelautomaten aanwezig heeft, wordt hiertegen als volgt opgetreden:

  • 1.

    Waarschuwing

    De ondernemer ontvangt bij de eerste overtreding een schriftelijke waarschuwing waarin wordt aangegeven dat hij niet in het bezit is van de vereiste vergunning voor het aanwezig hebben van een kansspelautomaat. De ondernemer wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een week alsnog een ontvankelijke vergunningaanvraag in te dienen. Zolang er géén ontvankelijke vergunningsaanvraag is ingediend mogen de kansspelautomaten niet in het bedrijf aanwezig zijn.

  • 2.

    Last onder dwangsom

    Indien de ontvankelijke niet binnen één week wordt ingediend wordt aan de ondernemer een last onder dwangsom opgelegd om de kansspelautomaten te laten verwijderden. Hoogte dwangsom: € 2.000,- per week, met een maximum van € 10.000,- voor iedere week dat wordt geconstateerd dat er één of meer kansspelautomaten aanwezig zijn in de inrichting.

  • 3.

    Last onder bestuursdwang

    Wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en de kansspelautomaten niet zijn verwijderd, wordt er bestuursdwang toegepast. De ondernemer wordt met een last onder bestuursdwang aangeschreven om de kansspelautomaten binnen 24 uur te verwijderen. Doet hij dat niet, dan zullen de kansspelautomaten in opdracht van de gemeente worden verwijderd. De kosten die hiervoor worden gemaakt, worden verhaald op de ondernemer.

B. Overtreden voorschriften aanwezigheidsvergunning

Aan een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Wanneer deze voorschriften en beperkingen niet worden nageleefd, wordt hiertegen als volgt opgetreden:

  • 1.

    Waarschuwing

    De ondernemer ontvangt een schriftelijke waarschuwing waarin hij wordt gewezen op de voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan zijn vergunning. In de brief wordt aangegeven welke voorschriften zijn overtreden en wat de consequenties zijn wanneer opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.

  • 2.

    Last onder dwangsom

    Bij een tweede constatering wordt de ondernemer aangeschreven met een last onder dwangsom met als doel om herhaling van de geconstateerde overtreding te voorkomen. Hoogte dwangsom € 1.000,- per dag, voor iedere dag dat wordt geconstateerd dat men de voorschriften en beperkingen niet naleeft. Het maximum te verbeuren bedrag wordt bepaald op € 5.000,-

  • 3.

    Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd wanneer de volledige dwangsom is verbeurd en er opnieuw wordt geconstateerd dat de voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan de aanwezigheidsvergunning nog steeds niet worden nageleefd.

C. Overtreding leeftijdsgrenzen

In artikel 30g lid 1 van de Wet op de Kansspelen is bepaald dat het de vergunninghouder verboden is om personen beneden de leeftijd van 18 jaar een kansspelautomaat te laten bespelen. De ondernemer heeft dus een taak om er op toe te zien dat personen jonger dan 18 jaar niet spelen op een kansspelautomaat.

  • 1.

    Waarschuwing

    De toezichthouder zal bij de eerste constatering de ondernemer aanspreken en hem waarschuwen dat een volgende overtreding consequenties zal hebben. Ook de jongere wordt door de toezichthouder aangesproken en gesommeerd om het spel te staken. Het bovenstaande zal worden bevestigd door middel van een waarschuwingsbrief aan de ondernemer.

  • 2.

    Bestuurlijke boete

    Bij een tweede constatering wordt een bestuurlijke boete opgelegd. De toezichthouder maakt een boeterapport op en aan de hand daarvan besluit de burgemeester tot het opleggen van een bestuurlijke boete. Ingevolge artikel 35c lid 4 van de Wet op de Kansspelen kan een bestuurlijke boete worden opgelegd van maximaal de vijfde categorie als bedoeld in artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht (maximaal € 78.000,-). In dit geval zal de hoogte van de boete worden vastgesteld op € 2.000,-

  • 3.

    Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd

    Bij een derde constatering van een overtreding van de leeftijdsgrenzen trekt de burgemeester de aanwezigheidsvergunning in. Dit betekent dat de kansspelautomaten moeten worden verwijderd.

C. Illegale kansspelen in- en vanuit een horecabedrijf

Volgens artikel 1 lid 1 onder a van de Wet op de Kansspelen is het verboden om gelegenheid te geven tot het spelen van kansspelen, tenzij daarvoor een vergunning is verstrekt. Het zonder vergunning plaatsen van kansspelautomaten (gokkasten) valt niet onder deze bepaling, maar is verboden op grond van artikel 30b van de Wet op de Kansspelen.

Wanneer wordt geconstateerd dat een horecabedrijf gelegenheid geeft tot het spelen van illegale kansspelen - bijvoorbeeld door het organiseren van pokertoernooien of het gokken op gokzuilen, wordt hiertegen als volgt opgetreden:

  • 1.

    Waarschuwing

    De ondernemer ontvangt bij een eerste constatering een schriftelijke waarschuwing waarin wordt uitgelegd dat hij in overtreding is en waaruit de overtreding bestaat. In de brief wordt tevens aangegeven wat de consequenties zijn wanneer opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.

  • 2.

    Sluiting van het horecapand voor 3 maanden intrekken vergunningen

    Bij een tweede constatering gaat de burgemeester over tot sluiting van het horecapand op grond van artikel 2:31 van de APV voor de duur van 3 maanden. Daarnaast worden de horeca-exploitatievergunning en/of drank- en horecawetvergunning van de exploitant van het horecabedrijf ingetrokken op grond van artikel 1:6 onder b van de APV, respectievelijk artikel 31 lid 1 onder b en c van de Drank- en Horecawet.

Het is algemeen bekend dat gokken kan leiden tot gokverslaving en financiële en sociale problemen. In het geval van illegaal gokken komt daar een aspect bij: door onder meer de eventuele aanwezigheid van geldbedragen die gemoeid zijn met het gelegenheid geven tot illegaal gokken en het kunnen ontstaan van gokschulden, brengt het gelegenheid geven tot illegaal gokken ook een openbare orde- en veiligheidsrisico mee voor de nabije leefomgeving van het pand waarin illegaal gegokt wordt, maar ook voor de bezoekers van het pand/bedrijf.

Uit jurisprudentie blijkt dat een burgemeester zich op het standpunt mag stellen dat illegale gokactiviteiten een negatief effect op de samenleving en de openbare orde en veiligheid hebben en dat de constatering van het gelegenheid bieden tot illegaal gokken voldoende is om vergunningen in te trekken.

Naast het intrekken van de vergunningen zal de burgemeester overgaan tot het tijdelijk sluiten van het pand, omdat hij wil bewerkstelligen dat de (vrees voor) verstoring van de openbare orde onmiddellijk beëindigd wordt. Daarnaast acht hij het doorbreken van de loop naar en bekendheid met het betreffende bedrijf als locatie waar kan worden gegokt noodzakelijk.

Primair gaat de burgemeester bij de tweede constatering van het gelegenheid bieden tot illegaal gokken over tot het sluiten van het pand en intrekken van de vergunning(en). Echter, als er bij de eerste constatering ook andere zaken vastgesteld worden die strafbaar zijn of waarmee de APV wordt overtreden, dan kan de burgemeester in het belang van de openbare orde en veiligheid overgaan tot onmiddellijke sluiting van het pand en/of intrekken van de vergunning(en).

Er is sprake van een kansspel wanneer men kan mededingen naar prijzen of premies en de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen.

Een pokertoernooi dat niet besloten en bedrijfsmatig plaatsvindt, is alleen toegestaan wanneer daarmee op geen enkele wijze een prijs of premie gewonnen kan worden en er ook geen inleggeld of entreegeld gevraagd wordt aan de deelnemers.

Een gokzuil is een computer of ander apparaat met een internetverbinding waarop illegaal weddenschappen kunnen worden afgesloten op sportwedstrijden.

D. Illegale kansspelen in en vanuit een voor publiek openstaand gebouw, niet zijnde een horecabedrijf

De laatste jaren is in den lande een opmars van niet-horecabedrijven die een bijeenkomstfunctie vervullen. Denk hierbij aan internetcafés en speelgelegenheden. Veelal betreft het vergunningsvrije bedrijven. Ze hebben vaak geen horeca-exploitatievergunning of Drank- en Horecawetvergunning.

Wanneer wordt geconstateerd dat een bedrijf, niet zijnde een horecabedrijf, gelegenheid geeft tot het spelen van illegale kansspelen, wordt hiertegen als volgt opgetreden:

  • 1.

    Waarschuwing

    De ondernemer ontvangt bij de eerste constatering een schriftelijke waarschuwing waarin wordt uitgelegd dat hij in overtreding is en waaruit de overtreding bestaat. In de brief wordt tevens aangegeven wat de consequenties zijn wanneer opnieuw een overtreding wordt geconstateerd.

  • 2.

    Sluiting van het pand voor een termijn van 3 maanden

    Bij een tweede constatering gaat de burgemeester over tot sluiting van het voor het publiek openstaande gedeelte van het pand voor de duur van 3 maanden. Met het tijdelijk sluiten van het pand wil de burgemeester bewerkstelligen dat de (vrees voor) verstoring van de openbare orde onmiddellijk beëindigd wordt. Daarnaast acht hij het doorbreken van de loop naar en bekendheid met het betreffende bedrijf als locatie waar kan worden gegokt noodzakelijk.

Primair gaat de burgemeester bij de tweede constatering van het gelegenheid bieden tot illegaal gokken over tot het sluiten van het pand. Echter, als er bij de eerste constatering ook andere zaken vastgesteld worden die strafbaar zijn, dan kan de burgemeester in het belang van de openbare orde en veiligheid overgaan tot onmiddellijke sluiting van het pand.

Voor alle in dit handhavingsstappenplan genoemde overtredingen dat de verjaringstermijn 2 jaar bedraagt.

Naar boven