Gemeenteblad van Hollands Kroon

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Hollands KroonGemeenteblad 2018, 101937Overige overheidsinformatie



[Damoclesbeleid 2018]

 

Beleidsregels voor handhaving artikel 13b OpiumwetGemeente Hollands Kroon

Inhoudsopgave

Inleiding. 3

Juridisch kader. 4

Artikel 1. Definities. 4

Artikel 2. Algemeen uitgangspunt. 4

Artikel 3. Procedure tot sluiting. 5

Artikel 4. Handhavingsrichtlijn. 5

Artikel 5. Handhavingsrichtlijn bij recidive. 6

Artikel 6. Wet kenbaarheid publiekrechtelijke berperkingen onroerende zaken. 6

Artikel 7. Natraject. 7

Artikel 8. Hardheidsclausule. 7

Artikel 9. Intrekken oude beleidsregel 7

Artikel 10. Citeertitel 7

Artikel 11. Inwerkingtreding. 7

 

Inleiding  

Gemeenten krijgen steeds vaker te maken met het fenomeen ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Dit fenomeen uit zich op verschillende manieren. Hennepteelt is de meest bekende vorm van ondermijning. Voor bestrijding hiervan is de Opiumwet van kracht. De wet geeft door middel van artikel 13b de burgemeester de bevoegdheid tot handhaving op de naleving van deze wet. Het doel van artikel 13b in de Opiumwet is de preventie en beheersing van de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico's voor de volksgezondheid en het voorkomen van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden. Beoogd wordt het definitief doorbreken van de gang naar het lokaal of de woning en de bekendheid van het lokaal of woning in kringen van handelaren en gebruikers van verdovende middelen.

 

Het is wenselijk om - mede in het belang van de rechtszekerheid - de wijze van toepassing van de aan de burgemeester toegekende bevoegdheid in artikel 13b, eerste lid van Opiumwet neer te leggen in de vorm van een beleidsregel, ook Damoclesbeleid genoemd. In de beleidsregel zijn toepassingscriteria opgenomen over de bevoegdheid van de burgemeester om bestuursdwang toe te passen, wanneer uit schriftelijke bewijsstukken blijkt dat er handel in verdovende middelen plaatsvindt of heeft plaatsgevonden. Onderdeel van het beleid is een handhavingsmatrix met betrekking tot de sluiting voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd van woningen en lokalen wegens overtreding van de Opiumwet.

 

Gelet op artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht, besluit de burgemeester van Hollands Kroon de beleidsregels in dit document voor het toepassen van genoemde artikelen vast te stellen. 

             Juridisch kader

Voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs, Lijst I) en artikel 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, Lijst II) Opiumwet, is in de wet het artikel 13b opgenomen. Artikel 13b Opiumwet luidt als volgt:

 

1. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

2. Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.

 Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    harddrugs: alle middelen die vermeld staan op lijst I behorend bij de Opiumwet

  • 2.

    softdrugs: alle middelen die vermeld staan op lijst II behorend bij de Opiumwet

  • 3.

    handel in drugs: het verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs of softdrugs – in al zijn verschijningsvormen - dan wel het daartoe aanwezig zijn daarvan; Onder handel wordt tevens verstaan het sluiten van een mondelinge overeenkomst tot koop en verkoop van drugs, waarbij de levering elders plaatsvindt.

  • 4.

    lokaal: alle al dan niet voor publiek opengestelde lokalen en daarbij behorende erven, zoals een winkel, loods, bedrijfsruimte.

  • 5.

    woning: een gebouw/deel van een gebouw dat bestemd is tot of feitelijk wordt gebruikt als bewoning, bewoning als bedoeld in artikel 13b Opiumwet. Onder woning wordt tevens ook verstaan: bijhorende erven, dan wel de daarop gevestigde bebouwing, zoals schuren, loodsen, bootjes direct aan het erf aangemeerd, stacaravans, woonwagens en dergelijke.

  • 6.

    handelshoeveelheid: in het kader van deze beleidsregel is sprake van een handelshoeveelheid als aangetoond/aannemelijk overschrijding plaatsvind van één van de onderstaande hoeveelheden:

– harddrugs: 0,5 gram, 1 pil, 5ml;

– softdrugs: 5 gram, 5 planten.

 Artikel 2. Algemeen uitgangspunt

  • 1.

    Als beleidsuitgangspunt wordt gekozen voor het toepassen van bestuursdwang. Bij het toepassen van bestuursdwang zal de woning of het lokaal worden gesloten. Dit omdat het als de meest effectieve maatregel wordt beschouwd om de met de Opiumwet strijdige situatie te doen beëindigen.

  • 2.

    Dit directe sluitingsbeleid is van toepassing op woningen en lokalen die eigendom zijn van private (rechts)personen en natuurlijke personen.

  • 3.

    In geval van een huurwoning wordt in samenwerking met de eigenaar de woning gesloten.

  • 4.

    In geval van kamerverhuur wordt onderzocht of gehele sluiting tot de mogelijkheden behoort. Indien gehele sluiting niet mogelijk blijkt dan wordt slechts gesloten waar de drugs zijn aangetroffen. De verhuurder ontvangt een waarschuwing dat bij recidive het gehele pand gesloten zal worden.

  • 5.

    Bij wijze van uitzondering kan in concrete gevallen, waar het middel van sluiting niet adequaat of niet evenredig is, bekeken worden welke andere vorm van bestuursdwang dient te worden toegepast of dat in plaats van bestuursdwang een last onder dwangsom wordt opgelegd.

 Artikel 3. Procedure tot sluiting

  • 1.

    Bij de procedure tot sluiting van een woning of lokaal op grond van artikel 13b Opiumwet worden de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht in acht genomen. Alvorens over te gaan tot het daadwerkelijk sluiten van een woning of lokaal zal aan belanghebbenden de gelegenheid worden geboden een zienswijze in te dienen op het voorgenomen besluit.

  • 2.

    Ingevolge artikel 5:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht dient in het besluit tot toepassing van bestuursdwang een termijn te worden gesteld waarbinnen de belanghebbende de tenuitvoerlegging van het bevel, zijnde de daadwerkelijke sluiting van overheidswege, kan voorkomen door zelf tot sluiting over te gaan. Als zich echter een spoedeisende situatie voordoet, kan bestuursdwang worden toegepast zonder voorafgaande last. Bij de aanpak van hennepteelt, drugshandel en -productie zal daarvan als regel sprake zijn.

  • 3.

    Als begunstigingstermijn bij lokalen is een periode van drie uur aangehouden waarbinnen betrokkene zelf in de gelegenheid wordt gesteld om gehoor te geven aan de opgelegde last. Bij woningen is de begunstigingstermijn gesteld op 24 uur.

  • 4.

    Indien de begunstigingstermijn door de overtreder niet wordt gebruikt om het bevel tot sluiting zelf ten uitvoer te brengen, effectueert de burgemeester de sluiting van gemeentewege op kosten van de overtreders.

  • 5.

    Indien feitelijk tot sluiting wordt overgegaan, wordt de woning of het lokaal voor publiek ontoegankelijk gemaakt. Na sluiting is het verboden de woning of het lokaal te betreden, op basis van artikel 2:41 lid 2, van de Algemene plaatselijke verordening.

 Artikel 4. Handhavingsrichtlijn

  • 1.

    De duur van de sluiting is afhankelijk van de overtreding en van de vraag of de woning of het lokaal reeds eerder gesloten is geweest. Sluiting varieert hierdoor van drie maanden tot onbepaalde tijd. De duur van de sluiting is bedoeld om de loop van eventuele drugsgebruikers en -handelaren naar het pand er uit te halen en vervolgens een situatie te bereiken waarin de sluiting van het pand kan worden opgeheven.

  • 2.

    De handhavingsrichtlijn gevoerd door de gemeente Hollands Kroon sluit aan op de justitiële gedoogregels. Dit houdt in dat sluiting van de woning of het lokaal zal plaatsvinden bij overtreding van de genoemde hoeveelheden. Lijst I (Harddrugs): meer dan 0,5 gram, 1 pil of 5ml. Lijst II (Softdrugs): meer dan 5 gram en bij meer dan 5 planten. Een overschrijding van de genoemde hoeveelheden wordt beschouwd als de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs.

  • 3.

    De herstelsanctie is gericht op het beëindigen van de overtreding dan wel het voorkomen van herhaling. In de onderstaande handhavingsmatrix wordt de herstelsanctie per overtreding weergegeven. De zwaarte van de sanctie sluit aan bij de ernst van de overtreding. Bij herhaling van de overtreding wordt de sluitingstijd langer aangezien de bekendheid van het pand als drugspand groter zal zijn.

 

Woningen

1e constatering

2e constatering

3e constatering

4e constatering

Lijst I (Harddrugs)

6 maanden

12 maanden

Onbepaalde tijd

 

Lijst II (Softdrugs)

3 maanden

6 maanden

12 maanden

Onbepaalde tijd

 

Lokalen

1e constatering

2e constatering

3e constatering

4e constatering

Lijst I (Harddrugs)

Max. 9 maanden

Max. 18 maanden

Onbepaalde tijd

 

Lijst II (Softdrugs)

Max. 6 maanden

Max. 12 maanden

Max. 18 maanden

Onbepaalde tijd

 Artikel 5. Handhavingsrichtlijn bij recidive 

  • 1.

    Er is sprake van recidive als op hetzelfde adres reeds de afgelopen 5 jaar een handelshoeveelheid drugs is aangetroffen.

  • 2.

    Als op een adres reeds een hoeveelheid drugs van de andere lijst (Opiumwet) is aangetroffen dan geldt dat ook als recidive.

 Artikel 6. Wet kenbaarheid publiekrechtelijke berperkingen onroerende zaken 

  • 1.

    De sluiting van de woning of het lokaal door de burgemeester wordt geregistreerd en gepubliceerd in de zin van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (WKPB).

  • 2.

    Het WKPB-register houdt dergelijke publiekrechtelijke beperkingen bij. Indien de sluiting wordt opgeheven, dient dat ook weer te worden aangepast in het WKPB-register.

  • 3.

    Het sluitingsbesluit wordt binnen vier dagen na de dag waarop het sluitingsbesluit is verzonden of van het besluit kennisgeving is gedaan, ingeschreven in het register.

Artikel 7. Natraject

Na afloop van de sluitingstermijn vindt in overleg met de eigenaar en bewoners een overdracht van de woning plaats. Is er ernstige vrees voor herhaling van de verstoring van de openbare orde dan komt de betreffende woning in aanmerking voor een verlenging van de duur van de sluiting. De betrokkenen worden bij mogelijke verlenging opnieuw gehoord.

 Artikel 8. Hardheidsclausule

Uitgangspunt is dat tegen iedere overtreding van het handhavingsbeleid repressieve maatregelen worden genomen. Er kunnen echter aanwijzingen zijn dat sprake is van een schrijnend geval, waardoor bepaalde maatregelen in de gegeven omstandigheden niet geschikt zijn. Wanneer deze situatie zich voordoet kan de burgemeester op basis van art. 4:84 Awb ervoor kiezen om af te wijken van het vastgestelde beleid. Er wordt in dit kader met opzet geen bindende criteria genoemd. In de praktijk zal per casus worden bepaald of sprake is van een schrijnend geval. De betrokkene wordt gehoord om zijn zienswijze te geven en wordt er gevraagd of er persoonlijke omstandigheden zijn waarmee de burgemeester in zijn besluitvorming rekening moet houden.

 Artikel 9. Intrekken oude beleidsregel 

De beleidsregel ‘Damoclesbeleid 2016’, bekend gemaakt op 3 juni 2016, worden ingetrokken.

 Artikel 10. Citeertitel 

  • 1.

    De beleidsregel wordt aangehaald als ‘Damoclesbeleid 2018’.

 Artikel 11. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregel treedt in werking de dag na bekendmaking.

     

    Aldus vastgesteld op 24 april 2018

J.R.A. Nawijn

Burgemeester