Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2018
Nr. 101853

Gepubliceerd op 15 mei 2018 09:00





Verordening Speelautomatenhallen

1. DE VERORDENING

 

De raad van de gemeente Zandvoort;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 december 2017

 

overwegende dat de gemeenteraad van Zandvoort speelautomatenhallen in de gemeente Zandvoort mag en wil toestaan;

 

gelet op Titel Va, artikel 30c, eerste lid onder b van de Wet op de kansspelen en artikel 149 Gemeentewet;

besluit de volgende verordening, inclusief toelichting, vast te stellen:

 

VERORDENING SPEELAUTOMATENHALLEN

 

1.1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de raad: de gemeenteraad van Zandvoort;

  • b.

    de burgemeester: de burgemeester van Zandvoort;

  • c.

    de wet BIBOB: Bevordering integriteitsbeoordeling overheidsbeschikkingen

  • d.

    de wet: de Wet op de kansspelen;

  • e.

    Speelautomatenbesluit: Het Speelautomatenbesluit 2000 van 1-4-2014;

  • f.

    speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;

  • g.

    behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan:

    het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spelen en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spelen verkregen wordt;

  • h.

    kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is;

  • i.

    speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder b van de wet;

  • j.

    ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

  • k.

    beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in speelautomatenhal is belast;

  • l.

    openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten, evenals kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

1.2 NORMSTELLING

Artikel 2 Vergunning houden speelautomatenhal

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te houden, te vestigen of te exploiteren.

  • 2.

    De burgemeester kan voor maximaal vier speelautomatenhallen een vergunning voor het houden, vestigen of exploiteren verlenen.

  • 3.

    De vergunning houden van een speelautomatenhal wordt door de burgemeester voor bepaalde tijd verleend.

  • 4.

    De burgemeester kan uitvoeringsregels opstellen aangaande de in deze verordening vermelde artikelen.

  • 5.

    De burgemeester kan afhankelijk van de oppervlakte van de speelautomatenhal een aanwezigheidsvergunning verlenen voor maximaal:

    80 speelautomaten in een speelautomatenhal met een oppervlakte van maximaal 200 m2

    95 speelautomaten in een speelautomatenhal met een oppervlakte van 200 m2 tot maximaal 215 m2

    130 speelautomaten in een speelautomatenhal met een oppervlakte van 215 tot 400 m2

    300 speelautomaten in een speelautomatenhal met een oppervlakte van meer dan 400 m2.

  • 6.

    Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 3 Vergunningaanvraag

  • 1.

    De burgemeester stelt een formulier vast voor het aanvragen van een vergunning voor het houden van een speelautomatenhal.

  • 2.

    De ondernemer dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van:

    • a.

      het onder lid 1 van dit artikel vastgestelde aanvraagformulier;

    • b.

      een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, evenals een plattegrond waarin is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk aantal kansspel- en of behendigheidsautomaten worden opgesteld;

    • c.

      Geldig Certificaat Bewijsstuk Verslavingszorg voor Amusementscentra van GGZ Nederland van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon, is van degene(n) die de onderneming vertegenwoordigt en de beheerder(s);

    • d.

      beleid ter voorkoming van kansspelverslaving;

    • e.

      een ingevuld, voorzien van de gevraagde bescheiden/informatie en ondertekend BIBOB formulier;

    • f.

      een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de ruimte te beschikken;

    • g.

      een kopie legitimatiebewijs en een uittreksel bevolkingsregister van:

      • de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming vertegenwoordigt en

      • de beheerder(s).

Artikel 4 Beslistermijn

  • 1.

    De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop hij de aanvraag voor de vergunning houden speelautomaat met de bij bijbehorende bescheiden heeft ontvangen.

  • 2.

    Het besluit voor de in lid 1 genoemde aanvraag kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd.

Artikel 5 Vergunningvoorschriften houden speelautomatenhal

  • 1.

    Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in ieder geval betrekking op:

    • a.

      de openings- en sluitingstijden van de speelautomatenhal;

    • b.

      het toezicht in de speelautomatenhal;

    • c.

      het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;

    • d.

      de exploitatie van de hal;

  • 2.

    De vergunning kan uitsluitend op naam van de ondernemer worden gesteld en is niet overdraagbaar.

  • 3.

    In de vergunning word(t)(en) de na(a)m(en) van de beheerder(s) vermeld.

  • 4.

    Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat alleen kansspelautomaten mogen worden opgesteld, welke in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de in artikel 30 h, eerste lid van de Wet, bedoelde vergunning en dat de vergunninghouder zorgdraagt voor een beleid ter voorkoming van kansspelverslaving.

  • 5.

    De burgemeester neemt als vergunningsvoorschrift op dat de vergunninghouder desgevraagd verplicht is op elk moment gedurende de looptijd van de vergunning een BIBOBformulier in te vullen/gegevens te verstrekken.

  • 6.

    Indien de omstandigheden ter plaatse daartoe aanleiding geven, worden aan de vergunning voorts voorschriften verbonden ten aanzien van de wijze van werving en reclame, gericht tot de speler (op grond van artikel 30d, eerste lid van de Wet gelden- de voorschriften op basis van f en g van dit artikel).

  • 7.

    De burgemeester kan als vergunningsvoorschrift in de vergunning houden speelautomatenhal opnemen dat binnen een gegeven termijn, aanvullend/nader beleid ter voorkoming van kansspelverslaving dient te worden ingeleverd.

  • 8.

    De burgemeester kan als vergunningvoorschrift in de vergunning houden speelautomatenhal opnemen dat de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon, is degene(n) die de onderneming vertegenwoordigt en de beheerder(s) op zijn verzoek een geldig Bewijsstuk Verslavingszorg verstrekken.

  • 9.

    De burgemeester kan als hij dat in het belang van de woon- en situatie en/of de Wet op de kansspelen noodzakelijk acht in de vergunning het aantal toegestane spelersplaatsen vermelden.

Artikel 6 Wijziging beheerder(s)

Indien een overeenkomstig artikel 5, tweede lid, in de vergunning vermelde beheerder de hoedanigheid van beheerder heeft verloren, dient de ondernemer binnen vier weken onder overlegging van de in artikel 3 tweede lid onder c en g, genoemde bescheiden een nieuwe vergunning houden speelautomatenhal aan te vragen.

Artikel 7 Weigeringsgronden vergunning houden speelautomatenhal

De vergunning houden speelautomatenhal wordt geweigerd, indien;

  • a.

    het maximaal aantal af te geven vergunningen voor houden speelautomatenhallen is verleend;

  • b.

    de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de openbare weg voor het publiek toegankelijk is;

  • c.

    de beheerder(s) de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt;

  • d.

    de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon, is degene(n) die de onderneming vertegenwoordigt en de beheerder(s) niet beschikken over een geldig Certificaat Bewijsstuk Verslavingszorg voor Amusementscentra van GGZ Nederland

  • e.

    door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

  • f.

    de aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten wordt geweigerd.

Artikel 8 Vervallen vergunning houden speelautomatenhal

De vergunning houden speelautomatenhal vervalt indien:

  • a.

    De beslissing op een aanvraag voor een nieuwe vergunning voor het vestigen dan wel exploiteren van een speelautomatenhal in hetzelfde pand onherroepelijk is geworden;

  • b.

    Bij overlijden van de ondernemer;

  • c.

    Geen aanvraag is ingediend binnen vier weken na het verlies van hoedanigheid van beheerder als bedoeld in artikel 6.

Artikel 9 Intrekking vergunning houden speelautomatenhal

  • 1.

    De burgemeester trekt de vergunning houden speelautomatenhal in de volgende gevallen in:

    • a.

      indien artikel 3 van de Wet BIBOB van toepassing is.

    • b.

      de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon, degene(n) die de onderneming vertegenwoordigt en de beheerder(s) niet beschikken over een geldig Certificaat Bewijsstuk Verslavingszorg voor Amusementscentra van GGZ Nederland.

  • 2.

    De burgemeester kan de vergunning houden speelautomatenhal intrekken, indien;

    • a.

      blijkt dat de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige opgave is verleend;

    • b.

      de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als in artikel 7 onder e;

    • c.

      gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;

    • d.

      de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan drie maanden wordt onderbroken.

Artikel 10 Voortzetting exploitatie

(vervallen)

 

1.3 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 11 Overgangsrecht

  • 1.

    Vergunningen die zijn verleend onder de werking van de Verordening Speelautomatenhallen 2006 en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, worden aangemerkt als vergunningen krachtens deze verordening.

  • 2.

    Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag voor een vergunning op grond van de Verordening Speelautomatenhallen 2006 is ingediend, waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

  • 3.

    Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de Verordening Speelautomatenhallen 2006 wordt beslist met toepassing van deze verordening.

  • 4.

    Ondernemers die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening beschikken over een geldige vergunning houden speelautomatenhal en aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten, kunnen in afwijking van artikel 5 tweede lid, eenmalig tot uiterlijk 1-1-2027 hun vergunning houden speelautomatenhal door voordracht overdragen aan een andere ondernemer mits deze ondernemer voldoet aan het bij en krachtens de Wet op de kansspelen gestelde.

  • 5.

    De voorgedragen ondernemer mag niet al beschikken over een geldige vergunning speelautomaten voor een andere locatie in Zandvoort.

1.4 STRAFBEPALING, TOEZICHT EN OPSPORING

Artikel 12 Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 13 Toezicht en opsporing

Met het toezicht op het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van de burgemeester aangewezen personen.

De opsporing van de strafbare feiten is, behalve aan de in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan diegenen die door de burgemeester zijn belast met de zorg voor de naleving van deze verordening ieder voor zover het feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.

Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De “Verordening Speelautomatenhallen 2006” wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op 15 februari 2018.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Speelautomatenhallen”.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 januari 2018

De griffier,

De voorzitter,

Bijlage 1 TOELICHTING OP DE VERORDENING

ALGEMEEN

1. Doel van de Wet op de kansspelen

Het doel van de Wet op de kansspelen (hierna: de Wet), strekt ter regulering van het beoefenen van een kansspel door middel van speelautomaten, welke uitzicht geven op winst. Daarbij mogen enerzijds de financieel zwakkere groepen in onze samenleving niet door speelautomaten zodanige verliezen leiden dat zij daardoor worden benadeeld. Anderzijds moet een redelijke exploitatie van de speelautomaten mogelijk blijven om een vlucht in de illegaliteit te voorkomen.

 

De Wet en meer specifiek Titel Va regelt tot in de finesses het systeem van toelatings-, exploitatie- en aanwezigheidsvergunningen waardoor het legaal exploiteren van kansspelautomaten mogelijk wordt gemaakt.

2. Verordening

Grote lokale verschillen laat de Wet niet toe. In één opzicht echter wordt de gemeentelijke overheid een aanmerkelijke beleidsruimte gelaten. De gemeentelijke wetgever bezit namelijk op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b van de wet de vrijheid om bij verordening te bepalen of, en zo ja hoeveel, speelautomatenhallen krachtens een vergunning van de burgemeester zijn toegelaten. Maakt de raad geen gebruik van de verordenende bevoegdheid dan heeft dit tot gevolg dat de burgemeester voor de vestiging en exploitatie (houden van een speelautomatenhal) van een speelautomatenhal geen vergunning kan verlenen. Dit besluit komt neer op een algeheel verbod tot het exploiteren van een speelautomatenhal. Hierin laat de hogere wetgeving de raad vrij.

 

De gemeenteraad kan bepalingen over het vestigen en exploiteren en vestigen van een speelautomatenhal opnemen in de Algemene plaatselijke verordening of een aparte verordening speelautomatenhallen opstellen.

 

De reden voor het opstellen van een aparte verordening is gelegen in het feit dat in de APV veelal autonome bevoegdheden zijn opgenomen en de regeling over speelautomatenhallen mogelijk bestempeld kan worden als facultatief-medebewind.

 

Tevens heeft de gemeenteraad Zandvoort (al) in 2006 ervoor gekozen om in een aparte verordening Speelautomatenhallen, middels een vergunningstelsel, de exploitatie/vestiging van maximaal 5 speelautomatenhallen toe te staan.

 

De nu voorliggende verordening berust op een driedelig, onderling verbonden vergunningensysteem, waarbij alleen toegelaten speelautomaten in de handel mogen worden gebracht, geëxploiteerd en in de daartoe aangewezen inrichtingen worden opgesteld.

 

Naast de exploitatievergunning van de Kansspelautoriteit heeft een exploitant twee vergunningen nodig om in een gemeente een speelautomatenhal, te kunnen exploiteren. Het gaat om de vergunning houden speelautomatenhal en de aanwezigheidsvergunning voor het aanwezig hebben van kansspelautomaten in de speelautomatenhal. De vergunningen kunnen gelijktijdig door de burgemeester worden verleend. De Wet regelt in tegenstelling tot de vergunning houden speelautomatenhal voor de aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten de weigeringsgronden en intrekkingsgronden in genoemde Wet. Van belang is om te vermelden dat de aanwezigheidsvergunning moet worden ingetrokken indien de exploitant niet beschikt over een rechtsgeldige vergunning speelautomatenhal.

3. Vergunning houden speelautomatenhal

Het motief dat aan het vergunningvereiste ten grondslag ligt is de openbare orde, meer in het bijzonder de leef- en woonsituatie, te beschermen. De bevoegdheid van de raad om geen speelautomatenhallen in de gemeente toe te laten door het vaststellen van de onderhavige verordening achterwege te laten, impliceert ook de bevoegdheid het aantal te beperken tot een maximum. Zowel de Kansspelautoriteit als de gemeente verleent aan de exploitant van een speelautomatenhal een exploitatievergunning. Om verwarring te voorkomen met welke vergunning wordt bedoeld, wordt in deze verordening gesproken over vergunning houden speelautomatenhal in plaats van exploitatievergunning.

4. Voorschriften en beperkingen vergunning

De burgemeester heeft de bevoegdheid om zowel aan de vergunning houden speelautomatenhal als aan de aanwezigheidsvergunning voorschriften en beperkingen te verbinden. Ook de raad kan in een verordening nadere regels stellen met betrekking tot de aan de vergunning exploitatie speelautomatenhal te verbinden voorschriften en beperkingen. De strekking hiervan is dat de raad daar waar de burgemeester de bevoegdheid heeft een aanwezigheidsvergunning af te geven, bevoegd is voorschriften te geven voor het beleid dat de burgemeester mag voeren.

5. Handhaving

Bestuursdwang

De Algemene wet bestuursrecht is ook wat betreft het toepassen van bestuursdwang van overeenkomstige toepassing. In het kader van de vraag welk orgaan bevoegd is tot het doen uitgaan van een bestuursdwangaanschrijving tot sluiting van een speelautomatenhal en tot het verwijderen van speelautomaten, oordeelde de Afdeling Rechtspraak als volgt: ‘Blijkens het bepaalde in artikel 221 (oud; tegenwoordig artikel 174) van de Gemeentewet is de burgemeester belast met de zorg voor het toezicht op onder meer alle voor het publiek openstaande gebouwen en samenkomsten alsmede op openbare vermakelijkheden.

Bedoeld toezicht strekt zich naar het oordeel van de Afdeling mede uit tot het verrichten van uitvoeringshandelingen die daarmee samenhangen. Tot die uitvoeringshandelingen kan een aanzegging van bestuursdwang als de onderhavige worden gerekend. Uit de Memorie van Toelichting (Tweede Kamer, zitting 1980-1981, 16 481,nr. 3) komt naar voren dat ook de wetgever ervan uitgaat dat het tot de taak van de burgemeester behoort op grond van artikel 221 (oud; tegenwoordig artikel 174) van de Gemeentewet toezicht uit te oefenen op plaatsen en gelegenheden waar speelautomaten staan opgesteld.

Met deze uitspraken zijn de zelfstandige bestuursdwangbevoegdheid en de uitvoeringsbevoegdheid aan elkaar gekoppeld en bij de burgemeester neergelegd.

Kansspelautoriteit

De vergunning houden speelautomatenhal is geen vergunning op basis van de Wet. De Kansspelautoriteit heeft echter via art. 4a van de Wet – die geldt voor alle vergunningen en waarop zij wél bevoegd is wel een titel om handhavend op te treden.

 

In de Regels vergunningen speelautomatenhallen is opgenomen op welke wijze de burgemeester optreedt tegen overtredingen. Bovendien is aangegeven hoe en wanneer de Kanspelautoriteit bij de handhaving betrokken wordt.

6. Rechtsbescherming

Tegen vergunningen die op grond van titel Va zijn genomen, waardoor men rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen, is ingevolge de Algemene wet bestuursrecht bezwaar en beroep mogelijk.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1 Begripsbepalingen

In de verordening is zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen van de Wet en/of de modelverordening van de VNG. De omschrijving van ‘weg’ is ruimer dan die van de Wegenverkeerswetgeving. De kampeerplaatsen worden in het bijzonder vermeld, omdat in kantines op campings speelautomaten mogen worden opgesteld, wanneer het inrichtingen betreft in de zin van artikel 30c van de wet.

Artikel 2 Vergunning houden speelautomatenhal

Eerste lid

Dit lid behoeft geen toelichting.

Tweede lid

Het maximaal aantal speelautomatenhallen is van vijf gewijzigd in vier hallen. Hiervoor zijn de volgende redenen:

  • 1)

    Het terugbrengen van vijf naar maximaal vier hallen waarvoor vergunningen voor het houden van een speelautomatenhal wordt verleend is mogelijk. De ondernemer van de vijfde vergunning heeft schriftelijk aangegeven geen gebruik meer te willen maken van deze vergunning en de vergunning laten verlopen.

  • 2)

    Door de participanten is opgemerkt dat de markt in Zandvoort verzadigd is. Ze staan daarom niet onwelwillend tegenover maximaal 4 hallen. Er zijn bovendien geen geluiden dat het vervallen van de vijfde vergunning heeft geleid/leidt tot vlucht in de illegaliteit.

  • 3)

    Het aantal gokverslaafden in Zandvoort is volgens informatie van de GGD hoog. Het is mogelijk dat een verdere reductie van het aantal hallen een positieve invloed heeft op het aantal verslaafden.

  • 4)

    Tijdens de participatiebijeenkomst is aangegeven dat als uitgangspunt voor het aantal hallen per gemeente,1 hal per 50.000 inwoners geen ongebruikelijk criterium is. Een toeristische gemeente als Amsterdam staat maximaal 23 hallen toe. Dat is bij 853.312, - inwoners (peildatum 30 april 2017) circa 1 hal per 37.100, - inwoners. Bij 16.901, - inwoners (peildatum 31-12-2016) heeft Zandvoort 1 hal per circa 3.380, - inwoners.

  • 5)

    In de door de participanten als vergelijkbaar met Zandvoort aangehaalde gemeente Noordwijk zijn maximaal 2 hallen toegestaan. De gemeente Haarlem staat maxima 3 hallen toe. Zandvoort heeft ook in verhouding met deze gemeenten veel hallen.

Bij aansluiting bij de aantallen van Haarlem of Noordwijk (3 of 2 hallen) zal moeten worden gekozen voor een uitsterfconstructie. Dit is vanwege de verankering in de vigerende bestemmingsplannen, de looptijd van de vergunningen en de beginselen van behoorlijk bestuur niet op korte termijn te realiseren.

Derde lid Vergunning voor bepaalde tijd

In de Wet is in tegenstelling tot voor de aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten niet opgenomen of de vergunning speelautomatenhal voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd wordt verleend. In verband met de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2016 (ECLI: RVS:2016:2927), is er voor gekozen om aan de vergunning een looptijd voor bepaalde tijd als kader aan de burgemeester mee te geven.

 

Omdat het aantal vergunningen doorgaans beperkt is, dient de vergunning periodiek heroverwogen te worden, zodat de markt niet permanent afgesloten blijft voor andere partijen.

Vierde lid Uitvoeringsregels burgemeester

Dit is een nieuwe bepaling. De burgemeester kan in verband met deze verordening regels opgesteld. Dit is onder andere van belang in verband met de looptijd van de vergunning houden speelautomatenhal.

Vijfde lid Aantal toegestane speelautomaten

Dit is een nieuwe bepaling. Op grond van artikel 30c lid 2 van de Wet dient in de verordening het maximum aantal toegestane speelautomaten in een speelautomatenhal te worden vermeld. Per abuis was dit nog niet eerder in de verordening opgenomen. Er is voor gekozen om de oppervlakte van de speelautomatenhal als criterium toe te passen voor het maximum aantal op te stellen kansspelautomaten.

 

Tijdens het participatietraject is namelijk door participanten aangeven dat er een relatie bestaat tussen de oppervlakte van de hal en het aantal speelautomaten. Met een oppervlaktecriterium wordt rekening gehouden met wat op dit moment over het aantal toegestane speelautomaten in de vergunning van de huidige vergunninghouders is opgenomen.

 

De belangen waarop de Wet toeziet verzet zich bovendien niet tegen een oppervlakte criterium. Er zijn geen recente onderzoeken bekend over de relatie tussen het aantal speelautomaten in een hal en verslaving. In de periode 2000-2004 hebben Centrum Verslavings Onderzoek (CVO) en het Bonger Instituut van de universiteit van Amsterdam een monitoronderzoek gedaan naar de effecten van productdifferentiatie (de komst van de meerspeler/en de verhoogde gekoppelde jackpot) en de verscherpte toegangscontrole in speelhallen. Daarbij zijn jaarlijks diverse amusementscentra bezocht en is een survey onder de bezoekers afgenomen om de samenstelling van het publiek te inventariseren en het aantal probleemspelers vast te stellen. In de analyses is onder meer ook bezien of de oppervlakte van een speelautomatenhal een samenhang liet zien met het aantal probleemspelers. Die samenhang werd echter niet aangetroffen. De enige factor die een relatie liet zien met het aantal gokverslaafden was het gevoerde preventiebeleid in de speelhallen. In de speelhallen waar veel aandacht werd besteed aan preventie, lag het aantal probleemspelers aanzienlijk lager, dan in de speelhallen waar minder aandacht voor preventie bestond.

Zesde lid: Lex silencio positivo

Dit is een nieuwe bepaling. De vergunning houden speelautomatenhal beoogt vooral bescherming van de openbare orde. Daarnaast speelt het bestrijden van gokverslaving een rol. Het is hoogst onwenselijk als deze vergunning van rechtswege wordt verleend voordat er een inhoudelijke toets van de aanvraag heeft plaatsgevonden en is voltooid. Een Lex silencio is hier dan ook niet wenselijk om dwingende redenen van algemeen belang zoals de openbare orde en volksgezondheid. Paragraaf 4.1.3.3. Algemene wet bestuursrecht wordt niet van toepassing verklaard.

Artikel 3 Vergunningaanvraag

Lid 2 onder c (oud)

Ten opzichte van de oude verordening is het vereiste vervallen dat de exploitant zelf een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en fabrieken bij de vergunningaanvraag moet inleveren. In het kader van de vermindering van administratieve lasten voor het bedrijfsleven heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de Kamer van Koophandel. Gemeenten kunnen dit bewijs voortaan zelf, tegen een gereduceerd tarief, online betrekken van de Kamer van Koophandel en de kosten hiervan doorberekenen in de leges. Voor meer informatie zie de ledenbrief van 14 februari 2008, kenmerk ECGR/U200800104, LBR08/12.

Lid 2 onder b

Het aangeven van het aantal kansspelautomaten in de plattegrond, staat in verband met artikel 13 van het Speelautomatenbesluit. Het staat los van het in artikel 2 bepaalde op grond waarvan in de vergunning houden speelautomatenhalbeperkingen kunnen worden gesteld aan het aantal kansspelautomaten.

Lid 2 onder c

Als bewijsstuk op het gebied van de verslavingszorg, waaruit blijkt dat ondernemer en beheerders van een speelautomatenhal beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van gokverslaving geldt het GGZ Nederland certificaat verslavingsproblematiek voor speelautomatencentra (artikel 6, lid 1 van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen). De verordening is op deze regeling aangepast.

Lid 2 onder d

Dit is een nieuwe bepaling. De ondernemer is wettelijk verplicht om beleid te hebben ter voorkoming van kansspelverslaving. Zie ook de toelichting bij artikel 2 lid vijf m.b.t. de relatie tussen preventiebeleid en gokverslaafden.

In de uitvoeringsregel” Regels vergunningen speelautomatenhallen” wordt aangegeven waarin dit beleid minimaal dient te voldoen voor een volledige aanvraag.

Lid 2 onder e

De Wet BIBOB (Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) geeft de gemeente de mogelijkheid zich te beschermen tegen het risico dat zij ongewild criminele activiteiten faciliteren. De gemeente verleent immers vergunningen aan burgers en bedrijven. De praktijk heeft uitgewezen dat deze vergunningen soms worden misbruikt voor het ontplooien van criminele activiteiten, of om uit criminele activiteiten verkregen voordelen te benutten. De Wet BIBOB geeft de gemeente een instrument in handen om zich tegen bovengenoemd risico te beschermen, namelijk een extra weigerings- en/of intrekkingsgrond waarmee vergunningen kunnen worden geweigerd of ingetrokken op grond van artikel 3 van de Wet BIBOB.

Het betreft hier het inleveren van een ingevulde en ondertekende BIBOB vragenformulier zoals bedoeld in bijlage 3 van de Regeling BIBOB-formulieren.

In de praktijk werd dit BIBOB formulier al aangeleverd. De verordening is hierop aangepast.

Lid 2 onder f

De verklaring waaruit blijkt dat de exploitant gerechtvaardigd over de ruimte beschikt waarin de speelautomatenhal is gevestigd, is ongewijzigd gebleven in verband met de Wet BIBOB: Gemeenten willen kunnen beoordelen of de hele organisatie, (dus ook de huisvesting) met betrekking tot het uitoefenen van een bedrijf als een speelautomatenhal, op legale wijze geschiedt. De vestigingsruimte speelt hierbij een wezenlijke rol, aangezien hieruit de financiering van de hal kan worden afgeleid.

De hier bedoelde verklaring kan bijvoorbeeld een huurcontract of koopovereenkomst zijn waaruit de beschikkingsbevoegdheid van de aanvrager blijkt.

Lid 2 onder g

Ondernemers en beheerders dienen als gevolg van artikel 30d van de Wet getoetst te worden aan eisen van zedelijk gedrag en op voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van gokverslaving (artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000). Om deze toets uit te kunnen voeren is een kopie van een niet verlopen legitimatiebewijs noodzakelijk. De volgende documenten worden geaccepteerd als identiteitsbewijs:

  • Paspoort;

  • Nederlandse identiteitskaart;

  • ID-kaart of paspoort uit een land behorende bij de Europese Unie;

  • Nederlands vreemdelingendocument.

Artikel 4 Beslistermijn

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 5 Vergunningvoorschriften

Lid 1 onder a

Het in de Algemene Plaatselijke Verordening Zandvoort 2017 opgenomen openings- en sluitingstijdenregime voor horeca-inrichtingen is niet van toepassing op speelautomatenhallen. Speelautomatenhallen vallen namelijk niet onder de omschrijving van een horecabedrijf/openbare inrichting. Openings- en sluitingstijden dienen daarom in de vergunning op basis van deze verordening te worden vastgelegd. De burgemeester kan in het belang van de woon- en leefsituatie de openings- en sluitingstijden van een speelautomatenhal beperken.

Lid 1 onder c

Voorschriften en beperkingen met betrekking tot het aantal en het type speelautomaten kunnen zowel aan de vergunning houden speelautomatenhallen uit deze verordening als aan de aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten worden verbonden. Bij vaststelling van het aantal toe te laten automaten is gewicht toe te kennen aan de plaats en wijze van exploitatie (zie ook lid 9 van dit artikel).

Lid 5

Dit is een nieuwe bepaling. De burgemeester kan de aanvrager voor en na vergunningverlening verzoeken aanvullende gegevens en bescheiden te verschaffen. De burgemeester acht het inleveren van het BIBOB formulier in ieder geval noodzakelijk indien sprake is van wat in artikel 26 van de Wet BIBOB is vermeld (verzoek officier van justitie). De exploitant is op basis van artikel 30 Wet BIBOB verplicht mee te werken aan het verstrekken van de gegevens en bescheiden welke de gemeente nodig acht voor haar onderzoek (zie ook artikel 5 lid 5 van de verordening).

Lid 6

Dit is een nieuwe bepaling. Voorschriften over de wijze van werving en reclame kunnen op basis van artikel 30d, eerste lid van de Wet aan de aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten worden verbonden. Om dit ook voor de vergunning houden speelautomatenhal mogelijk te maken is deze bepaling opgenomen. Niet naleving van dit voorschrift betekent dat de vergunning op basis van artikel 9 lid 2 onder c kan worden ingetrokken.

Lid 7

Dit is een nieuwe bepaling. In de uitvoeringsregels ”Regels vergunningen speelautomatenhallen” heeft de burgemeester opgenomen welke zaken minimaal in het beleid kansspelverslaving dienen te zijn opgenomen. Dit lid biedt de burgemeester de mogelijkheid om indien dit in het belang van de verslavingspreventie noodzakelijk is aanvullend beleid te eisen. Dit naast/in plaats van de mogelijkheid om indien het beleid niet aan de basis vereisten voldoet de aanvraag niet in behandeling te nemen.

Lid 8

De ondernemer en beheerders dienen op grond van en krachtens de Wet te beschikken over een geldig certificaat bewijsstuk verslavingszorg voor amusementscentra. Bij het indienen van de aanvraag dient dit certificaat - met een geldigheid van drie jaar - te worden overgelegd. Controle op deze verplichting is met opname van dit voorschrift ook mogelijk indien de vergunning met een langere looptijd dan 3 jaar wordt verleend. Het niet beschikken over dit certificaat is bovendien een intrekkingsgrond voor de vergunning houden speelautomatenhal (zie artikel 9 lid 1 onder b).

Lid 9

Dit is een nieuwe bepaling. In artikel 2 is het aantal toegestane kansspelautomaten vermeld. Kansspelautomaten bestaan uit zogenoemde één spelers of meer spelers. Aan meer spelers (TS- en TK -type) kunnen één of meer personen tegelijk spelen. Dit kunnen bijvoorbeeld 4 spelersplaatsen, maar ook 100 of meer spelersplaatsen zijn. Aan een kansspelautomaat bestemd voor de horeca (TH-type) kan maar één speler tegelijk aan het spel deelnemen. Hier is dus sprake van één spelersplaats.

De burgemeester maakt gebruik van deze bepaling indien hij in het belang van de woon- en leefsituatie het aantal bezoekers/de bezoekersstroom in en om een hal wenst te reguleren. Dit doet hij bijvoorbeeld n.a.v. signalen van de politie en/of de gemeentelijke handhavers.

Artikel 6 Wijziging beheerder(s)

Indien de exploitant de beheerder verliest, hetzij door overlijden, hetzij door vertrek, hoeft de exploitant niet te stoppen met de bedrijfsuitoefening, indien binnen de aangegeven termijn een nieuwe vergunning wordt aangevraagd.

Artikel 7 Weigeringsgronden vergunning

Het vereiste onder b dient om een speelautomatenhal duidelijk van de openbare weg af voor een ieder herkenbaar te maken. Tevens om te voorkomen dat in een achteraf lokaal van een gebouw, waarin bijvoorbeeld een horecabedrijf wordt uitgeoefend, een speelautomatenhal wordt geëxploiteerd en deze automatenhal mede of uitsluitend via het andere bedrijf bereikbaar zou zijn.

 

De weigering op grond van openbare orde is niet opgenomen in de verordening. De Wet noemt dit criterium al in verband staand met de weigeringsgronden voor een aanwezigheidsvergunning van kansspelautomaten.

 

In het bepaalde onder e komt tot uiting dat de vergunning dient te worden geweigerd, wanneer gevreesd moet worden dat de leef- en woonsituatie door de vestiging van (nog) een hal op ontoelaatbare wijze zal worden aangetast. Daarbij wordt rekening gehouden met het karakter van de straat, het winkelniveau daar en van de wijk waarin de speelautomatenhal is gelegen of zal komen te liggen. In de beoordeling van de aanvraag wordt de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse al blootstaat of bloot zal komen te staan betrokken.

Het is ook mogelijk om een vergunning te weigeren, wanneer er sprake is van een op ontoelaatbare wijze aantasten van het karakter van een (deel van) winkelstraat/-buurt/-centrum. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in een winkelstraat met winkels van een ‘exclusief’ karakter. Door de vestiging van een automatenhal zal er sprake (kunnen) zijn van een ontoelaatbaar spanningsveld, waardoor een te grote inbreuk mag worden gevreesd op de bestaande functie van de winkelstraat.

 

De weigeringsgrond strijd met het bestemmingsplan is vervallen (oud f).

De zinsnede in een verordening dat de exploitatie/vestiging van de speelautomaten niet in strijd mag zijn met het geldende bestemmingsplan is overbodig. Een bestemmingsplan is namelijk al bindend. Er ligt een ruimtelijk motief aan ten grondslag.

 

De bestemmingsplannen in Zandvoort gaan uit van toelatingsplanologie. Dit houdt in dat alleen de activiteiten zijn toegestaan als deze zijn opgenomen in de bestemmingsomschrijving of eventueel via een binnenplanse vrijstelling. Er is geen enkel bestemmingsplan dat een binnenplanse vrijstelling kent voor het mogelijk maken van een speelautomatenhal.

 

De vorige verordening stond maximaal 5 speelautomatenhallen toe. Al deze 5 hallen zijn op perceel niveau, opgenomen in de bestemmingsplanomschrijving. De bestemmingsplannen maken geen onderscheid in hallen waar en hallen waar geen kansspelautomaten zijn opgesteld. 4 van de hallen hebben kansspelautomaten geplaatst en vallen daarmee onder de Verordening speelautomatenhallen. De exploitanten van de hallen zijn ook ieder eigenaar van het desbetreffende pand.

 

De vergunningsplicht van artikel 2 geldt niet voor hallen waar geen kansspelautomaten zijn opgesteld. De 5e speelautomatenhal is in gebruik als hal voor behendigheidsautomaten. Daarmee is er op dit moment geen locatie beschikbaar waar in de bestemmingsomschrijving, speelautomatenhal is opgenomen.

 

In plaats van gedetailleerd, is globaler regelen ook mogelijk waarbij voor een bepaald gebied in een beleidsnotitie criteria worden gegeven voor een ruimtelijke afweging. Op voorhand worden niet aantallen speelautomatenhallen voor dat bepaalde gebied benoemd, tenzij gemotiveerd kan worden waarom een bepaald aantal speelautomatenhallen binnen een bepaald gebied ruimtelijk niet gewenst is. Een globale regeling sluit beter aan bij het beginsel van gelijke kansen. Hier kan worden gedacht aan het Omgevingsplan op basis van de nog in werking te treden Omgevingswet.

 

Bovendien kunnen in een Omgevingsplan aspecten als openbare orde en veiligheid worden geregeld. In die zin biedt een Omgevingsplan meer mogelijkheden dan een bestemmingsplan waaraan alleen ruimtelijke motieven ten grondslag mogen liggen. De verwachting is dat de Omgevingswet op 1 januari 2021 in werking treedt. Op dat moment zal bepaald worden of opnamen van speelautomatenhallen op perceel niveau (nog) gewenst is.

Onder f

Dit is een nieuwe bepaling. Doel is voorkomen dat aan een exploitant zonder aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten een vergunning houden speelautomaten moet worden verleend, wetende dat hij er geen gebruik van zal/kan maken.

Artikel 8 Vervallen vergunning

Het vervallen van de bestaande vergunning van rechtswege betekent dat belanghebbenden hiertegen geen bezwaar of beroep kunnen aantekenen, aangezien van een beschikking geen sprake is. Een vergunning vervalt in de eerste plaats als een nieuwe vergunning wordt verleend, waardoor in het pand onder een nieuwe vergunning een speelautomatenhal kan worden geëxploiteerd. Om te voorkomen dat op twee vergunningen kan worden geëxploiteerd, vervalt de oude vergunning bij het onherroepelijk worden van de nieuwe vergunning. Daarnaast vervalt de vergunning bij het overlijden van de exploitant.

 

Tenslotte vervalt de vergunning als er een wijziging plaatsvindt in de beheerder(s) en niet binnen vier weken een nieuwe vergunning is ingediend. De vergunning is dan niet meer in overeenstemming met de feitelijke situatie.

Artikel 9 Intrekking vergunning

Lid 1

Dit is een nieuwe bepaling en voor de volledigheid hier opgenomen. In lid 2 zijn de gevallen waarbij de burgemeester kan beslissen om de vergunning in te trekken vermeld. Lid 1 vermeldt de gevallen waarbij de burgemeester tot intrekking van de vergunning moet overgaan en hem dus geen beleidsvrijheid toekomt.

Artikel 10 is vervallen

Dit artikel verenigde zich niet met het gelijkheidsbeginsel en is daarom komen te vervallen.

Artikel 11 Overgangs- en slotbepalingen

Lid 4

Op 2 november 2016 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een belangrijke uitspraak gedaan over de wijze waarop de overheid dient om te gaan met het verlenen van schaarse vergunningen (ECLI: RVS:2016:2927). Het ging daar om een procedure voor het verlenen van een vergunning houden speelautomatenhal voor een speelautomatenhal. De Afdeling heeft daarbij uitgesproken dat bij een schaarse vergunning de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria voor het beoordelen van vergunningaanvragen vooraf transparant en duidelijk moeten zijn. Ook mogen schaarse vergunningen niet langer voor onbepaalde tijd worden verleend.

Achtergrond van deze uitspraak is dat wanneer sprake is van meerdere belangstellenden voor een vergunning of een exploitatierecht zij allen op eenzelfde wijze in de gelegenheid moeten zijn om mee te dingen naar een nieuwe vergunning of exploitatierecht (gelijkheidsbeginsel).

 

De burgemeester dient vanwege het voorgaande een transparante vergunningsverdelingsprocedure op te stellen. Bij dit beleid dient echter rekening te worden gehouden met het rechtszekerheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel en het beginsel gelijke kansen.

In de nieuwe verordening is daaraan inhoud gegeven door het opnemen van een voordrachtsmogelijkheid voor de huidige exploitanten. Bovendien is door de burgemeester in “Regels vergunningen speelautomatenhallen opgenomen dat o.a. vanwege deze voordrachtsmogelijkheid er door hem nog geen beleid wordt opgesteld waarin een vergunningsverdelingsprocedure zoals door de Raad van State bedoeld is opgenomen.

 

Vergunninghouders die niet willen wachten op de mogelijke gevolgen van Transparante vergunningsverdelingsprocedure in relatie tot de vergunning houden speelautomatenhal, wordt zo een uitweg/escape geboden. Op welke wijze tot 1-1-2027 wordt omgegaan met de vergunningen, is verder uitgewerkt in het burgemeestersbeleid “ Regels vergunningen speelautomatenhallen”.

Lid 5

Van de vier rechtsgeldige vergunningen zijn drie vergunningen in handen van één ondernemer. De uitgangspunten van schaarse vergunningen en het beginsel gelijke kansen verzetten zich tegen een overdracht van de vierde vergunning aan deze ondernemer.

Artikel 12 Strafbepaling

Op de overtreding van een verbodsbepaling in de Verordening Speelautomatenhallen is in de Wet op de kansspelen geen directe strafsanctie gesteld zodat de gemeenteraad op grond van artikel 154 Gemeentewet op overtreding van zijn verordening zelf een strafsanctie kan stellen. Deze strafbaarstelling kan ook worden opgenomen indien het een medebewindsverordening betreft. Artikel 154 bepaalt dat de raad op grond van haar verordende bevoegdheid bij overtreding van wat bij verordening is geregeld, geen andere of zwaardere straffen kan stellen dan een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 13 Toezicht en opsporing

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens titel VA, paragraaf 2, zijn belast de bij besluit van de burgemeester aangewezen ambtenaren en personen. Van dit besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant (Artikel 34 van Wet).

Als gevolg van artikel 142 Wetboek van Strafvordering kunnen met opsporing van strafbare feiten ook zijn belast zij aan wie bij verordening de handhaving of de zorg voor de naleving daarvan is toevertrouwd. Het ligt in de lijn dat aan hen ook het toezicht op de naleving van de speelautomatenhalvergunning wordt opgedragen.

Artikel 14 Citeertitel

Dit artikel behoeft geen toelichting.


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl