Wijziging van de “verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2015”

De raad van de gemeente Schiermonnikoog;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 maart 2017;

Gelezen het verslag van het gevoerde op overeenstemming gerichte overleg met de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen;

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 102 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 76m van de Wet op het voortgezet onderwijs;

B E S L U I T

vast te stellen de volgende wijziging van de “verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2015”.

Artikel I

De citeertitel wordt gewijzigd als volgt: “Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Schiermonnikoog 2017”

A

Artikel 7, eerste lid, onder e, komt te luiden als volgt:

  • e.

    de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste voorziening, bestaande uit

    • 1.

      een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de school voor basisonderwijs of de school voor voortgezet onderwijs als het betreft een aanvraag voor een voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1,2,3,4 en 8, onder de voorwaarde dat de prognose overeenkomstig bijlage II is vastgesteld, tenzij door het college, al dan niet in samenwerking met de bevoegde gezagsorganen van een school voor basisonderwijs, een actuele prognose is opgesteld, welke door het bevoegd gezag is onderschreven;

    • 2.

      als de aanvraag betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk bekostigen van vervangende nieuwbouw van een gebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1, een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage als bedoeld in bijlage i, deel A, onder A.2:

    • 3.

      als de aanvraag betrekking heeft op herstel van een constructiefout als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, een bouwkundige rapportage van een daartoe gecertificeerde, onafhankelijke instructeur, zodat de noodzaak van de gevraagde voorziening kan worden vastgesteld.

    • 4.

      Als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke kosten, een begroting van de noodzakelijke kosten voor het bekostigen van de voorziening of, als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3, een kostenbegroting.

B

Bijlage I, deel A, onderdeel A.2, komt te luiden als volgt:

A.2 Vervangende bouw

De noodzaak van vervangende bouw is aanwezig als:

  • a)

    op grond van een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage wordt vastgesteld dat het schoolgebouw volgens de conditiemeting voldoet aan conditie 5;

  • b)

    dit het gevolg is van een herschikkingsoperatie;

  • c)

    dit het gevolg is van ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening en:

    • 1.

      als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende ten minste 15 jaar aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, of

    • 2.

      als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal leerlingen tenminste 4 jaar aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, en

  • d)

    geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en

  • e)

    het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren.

C

Bijlage I, deel A, onderdeel A.7, eerste lid, komt te luiden als volgt:

De noodzaak van de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en meubilair of leer- en hulpmiddelen ontstaat wanneer deze niet eerder voor 1 januari 2015 is bekostigd.

D

Bijlage IV, deel B, onderdelen A.1 en A.2, komen te luiden als volgt:

  • A.1

    Kostencomponenten nieuwbouw

    1) De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in de volgende kostencomponenten:

    • a)

      kosten voor terrein;

    • b)

      bouwkosten;

    • c)

      toeslag voor verhuiskosten bij vervangende bouw;

    • d)

      als het een school voor voortgezet onderwijs betreft, toeslag paalfundering;

  • 2)

    Als vervangende nieuwbouw wordt gecombineerd met het uitbreiden van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen bedoeld in paragraaf B.

  • A.2

    Kosten voor terreinen

    Het benodigde bouwrijpe terrein wordt door de gemeente, eventueel na aankoop, om niet aan het schoolbestuur beschikbaar gesteld en het juridisch eigendom wordt aan hen overgedragen. De kosten van een terrein worden opgenomen op het programma, zowel bij aankoop van een terrein als in de situatie dat de gemeente een terrein beschikbaar stelt. De kosten voor het terrein worden bepaald op de in de gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen. Bij vervangende nieuwbouw behoren de kosten voor het slopen van het oude gebouw tot de kosten voor terreinen.

E.

Bijlage IV, deel D, onderdelen D.1.1 tot en met D.1.2, komen te luiden als volgt:

D.1.1 Vergoeding onderwijsleerpakket en meubilair

Het bedrag van de vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de al toegekende investeringsbedragen en de nieuw berekende vergoeding.

D.1.2 Vergoeding basisschool

De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:

Startbedrag, incl. 250 m2 bvo € 38.487,32

Voor elke volgende m2 bvo € 134,63

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 april 2017;

, voorzitter (D.J. Stellingwerf)

, griffier (S.T. van der Zwaag)

Naar boven