Gemeenteblad van Langedijk

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
LangedijkGemeenteblad 2017, 71666Beleidsregels



Nadere regels activiteitensubsidie gemeente Langedijk 2017

 

Het college van burgemeester en wethouders;

overwegende dat na evaluatie van de vorige subsidieregels er het nodig was om de beleidsregels aan te passen;

gelet op de Algemene Subsidie Verordening (ASV)

 

besluit:

 

vast te stellen de Nadere regels activiteitensubsidie gemeente Langedijk 2017

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    Subsidiebeleidskader: de visie, uitgangspunten en criteria op hoofdlijnen voor subsidieverstrekking worden vastgelegd in het beleidskader. Het vaststellen ervan is een bevoegdheid van de gemeenteraad.

  • 2.

    Algemene Subsidieverordening (ASV): de systematiek en het (juridische) proces van subsidieverstrekking worden vastgelegd in de ASV. Het vaststellen ervan is een bevoegdheid van de gemeenteraad.

  • 3.

    Nadere regels: de nadere voorwaarden, toetsingscriteria en de hoogte van de subsidie voor subsidieverstrekking worden vastgelegd in de nadere regels. Het vaststellen ervan is een bevoegdheid van het college.

  • 4.

    Activiteitensubsidie: een subsidiesoort waarbij er een relatie bestaat tussen de (kosten van de) activiteit en de bijdrage die de activiteit levert aan de realisatie van de maatschappelijke doelen.

  • 5.

    Activiteit: een activiteit is een bezigheid, stimulerend of preventief van aard, gerichtop Langedijker inwoners, waarmee eensubstantiële en zichtbare bijdrage wordt geleverd aan de maatschappelijke doelen van de gemeente Langedijk.

  • 6.

    Eenmalige activiteit: een activiteit die op 1 moment in het subsidiejaar of een aantal aaneengesloten dagen in het jaar plaatsvindt.

  • 7.

    Activiteit met herhalend karakter: een activiteit die op meerdere momenten in het jaar, die niet aaneengesloten zijn, plaatsvindt.De voorbereiding voor een activiteit telt mee in het herhalende karakter, wanneer de doelgroep waarop de activiteit is gericht hier direct bij betrokkenis.

  • 8.

    Subsidieplafond: het maximale budget dat totaal voor het verstrekken van subsidies beschikbaar is.

  • 9.

    Maatschappelijke doelen: vooraf opgestelde ambities die positief bijdragen aan de Langedijker samenleving/maatschappij (zie bijlage 1).

  • 10.

    Kwetsbare doelgroepen: een groep van Langedijker inwoners die minder zelfredzaam zijn ten gevolge van beperking, ziekte of achtergrond of diegenen die hen ondersteunen.

  • 11.

    Samenwerking:het samen met een andere organisatie organiseren/uitvoeren van een activiteit, wat een procesmatige en inhoudelijke meerwaarde geeft aan de activiteit en waaraan gezamenlijke financiering ten grondslag ligt.

  • 12.

    Innovatie: een activiteit met een vooruitstrevend/onderscheidend/vernieuwend karakter, anders dan de reguliere activiteit van de organisatie, die niet eerder is georganiseerd door de betreffende organisatie en in Langedijk.

Artikel 2 Toelichting thema’s

  • 1.

    Beter Gezond: binnen dit thema valt de algemene gezondheidszorg, waartoe het uniforme deel van de jeugdgezondheidszorg behoort.

  • 2.

    Kansrijk Jong: binnen dit thema gaat het om taken in het kader van (preventief) jeugdbeleid. Deze taken zijn op te splitsen in de domeinen jeugd en gezin, opvang, onderwijs en jeugd, vrije tijd, veiligheid en de nieuwe gemeentelijke taken voor de jeugdzorg.

  • 3.

    Meedoen: binnen dit thema zijn taken opgenomen die in het sociaal zekerheidsdomein een rol spelen. Dit betreft het inkomensdeel van verschillende wetten, maar ook bijzondere bijstand en diverse vormen van re-integratie. Daarnaast heeft dit thema betrekking op burgerparticipatie.

  • 4.

    Wonen, Welzijn, Zorg: binnen dit thema gaat het om algemene WMO-voorzieningen die gericht zijn op ondersteuning op maat om mensen te helpen zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Het betreft o.a. maatschappelijk dienstverlening en welzijnswerk zoals ouderenwerk, anti-discriminatie en de nieuwe gemeentelijke taken voor de WMO.

Artikel 3 Toetsingskader

Op de algemene en specifieke bepalingen van deze subsidiebeleidsregels zijn van toepassing:

  • 1.

    Algemene wet bestuursrecht (Awb, titel 4.2)

  • 2.

    Rapportage Langedijker Kracht ‘subsidiëren en accommoderen vanuit Langedijker visie’

  • 3.

    Subsidiebeleidskader Sociaal Domein Langedijk 2015

  • 4.

    Algemene Subsidieverordening Langedijk 2015

Artikel 4 Financieel kader

Het financieel kader voor het toekennen van activiteitensubsidies is:

  • 1.

    € 200.000,- per subsidiejaar op de kostensoort activiteitensubsidies.

  • 2.

    Het in lid 1 van dit artikel bepaalde subsidiebudget, geldt tevens als subsidieplafond voor het subsidiejaar waarop de activiteitensubsidie van toepassing is, wanneer dit is vastgesteld en bekendgemaakt (artikel 4:25 Awb e.v.).

  • 3.

    Op zowel lid 1 als 2 van dit artikel is een begrotingsvoorbehoud van toepassing.

Artikel 5 Gericht op inwoners van Langedijk

Subsidie op grond van deze regeling kan alleen worden verstrekt aan rechtspersonen die activiteiten ontplooien die (overwegend) gericht zijn op de inwoners van Langedijk en bijdragen aan de Langedijker maatschappelijke doelen (afkomstig uit de in artikel 3, lid 2 genoemde rapportage).

Artikel 6 Aanvraagtermijnen
  • 1.

    Een aanvraag tot verlening van een activiteitensubsidie (volgens artikel 7 ASV 2015) kan worden ingediend vanaf 1 mei tot 1 juli in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Alleen aanvragen die binnen de toegestane periode van indiening worden ingediend, worden in behandeling genomen.

  • 3.

    Wanneer een aanvraag niet compleet is, krijgt de aanvrager de gelegenheid om deze aan te vullen door middel van een hersteltermijn. Vanaf het moment dat de volledige aanvraag binnen de termijn door de gemeente is ontvangen, wordt deze in behandeling genomen.

  • 4.

    Als datum van ontvangst van de aanvraag geldt de datum waarop de aanvraag voor het eerst is ontvangen,

voorafgaand aan een eventuele hersteltermijn.

Artikel 7 Aanvraagformulier
  • 1.

    Voor het aanvragen van een subsidie en het verstrekken van gegevens dient de aanvrager gebruik te maken van het ‘aanvraagformulier activiteitensubsidie’ dat hierop van toepassing is.

  • 2.

    Het college kan afwijken van lid 1 van dit artikel evenals van de bij aanvraagformulier in te dienen stukken. In voorkomende gevallen dient de aanvrager op verzoek van het college aanvullende gegevens aan te leveren, wanneer dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag.

Artikel 8 Beslistermijnen
  • 1.

    Het college beslist op een tijdige en volledig ingevulde aanvraag als bedoeld in artikel 7, lid 1 en 2 ASV, uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaande aan het subsidie tijdvak waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Het college kan de beslistermijn met maximaal 13 weken verdagen. Zij doet hiervan voor afloop van de beslistermijn schriftelijk mededeling aan de aanvrager.

  • 3.

    Op besluiten op aanvragen die gedaan worden voordat de programmabegroting door de raad is vastgesteld is een begrotingsvoorbehoud van toepassing.

  • 4.

    In het geval er van een begrotingsvoorbehoud gebruik dient te worden gemaakt, kan dit gevolgen hebben voor subsidie die voorafgaand aan het vaststellen van de programmabegroting reeds is verleend.

Artikel 9 Verantwoording activiteitensubsidie vanaf € 500 tot € 5.000

  • 1.

    Er worden geen subsidies verstrekt onder de € 500 (artikel 13, lid 1 ASV).

  • 2.

    Activiteitensubsidies vanaf € 500 tot € 5.000 worden door het college verleend en direct vastgesteld.

  • 3.

    Het in lid 2 bepaalde lijdt uitzondering in het geval waar het college de aanvrager verplicht om aan te tonen dat de activiteit waarvoor de subsidie wordt verstrekt, is verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de ambtshalve vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

Artikel 10 Toetsingscriteria

activiteitensubsidie

  • 1.

    Dit zijn de criteria waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie. Daar waar hier niet aan wordt voldaan, leidt dit tot afwijzing van de subsidieaanvraag.

  • 2.

    Toetsingscriteria van formele aard:

    • a.

      De subsidieverstrekking is niet in strijd met de wet, algemeen belang of openbare orde.

    • b.

      De subsidieverstrekking is niet in strijd met het Europees staatssteunkader.

    • c.

      De subsidieverstrekking is niet in strijd met artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.

    • d.

      De subsidieverstrekking is niet in strijd met artikel 3 Toetsingskader, afkomstig uit deze ‘Nadere regels activiteitensubsidie’

    • e.

      De subsidieverstrekking is niet in strijd met overige bepalingen uit deze ‘Nadere regels activiteitensubsidie’.

  • 3.

    Toetsingscriteria van sturende aard (inhoudelijk, financieel, procedureel):

    • a.

      Andere financieringsbronnen of voorliggende voorzieningen ter financiering van de activiteit liggen naar oordeel van het college niet meer voor de hand en/of zijn aantoonbaar aangevraagd (denk aan: fondsen, acties, sponsoring, eigen bijdrage of contributie).

b . Subsidie wordt slechts 1 maal toegekend bij aanvragen voor gelijksoortige activiteit en per organisatie.

c . Onder gelijksoortige activiteit en word en verstaan: activiteit en die inhoudelijk (soort)gelijk zijn of waaraan gelijke of overwegend overlappende (groepen van) deelnemers, maatschappelijke doelen of begrotingsposten ten grondslag liggen.

d . Wanneer naar oordeel van het college sprake is van meerdere aanvragen voor gelijksoortige activiteiten per organisatie, besluit zij gemotiveerd over al dan niet toekenning van deze aanvragen.

e.Het is aannemelijk dat de gelden besteed zullen worden aan de activiteit en/of het doel waarvoor subsidie beschikbaar wordt gesteld.

f . De activiteit wordt redelijkerwijs haalbaar, uitvoerbaar of betaalbaar geacht.

g . D e subsidie (o.b.v. art. 4:21 Awb ) wordt niet aangevraagd voor commerciële activiteiten, commerciële organisaties of activiteiten met een winstoogmerk.

4 . Toetsingscriteria van maatschappelijke meerwaarde (basis) :

a . De activiteit is gericht op minimaal 2 maatschappelijke doelen.

b.De activiteit draagt bij aan en/of is niet in strijd met overig beleid van de gemeente Langedijk.

c. De activiteit is (overwegend) gericht op de inwoners van Langedijk.

d. De activiteit heeft een bereik (aantal deelnemers) dat redelijkerwijs in verhouding staat tot de kosten en opbrengsten van de activiteit en de daaraan te koppelen maatschappelijke doelen.

e . De activiteit is gericht op het continueren ervan voor meerdere achtereenvolgende jaren (minimaal twee jaar) om daarmee duurzaamheid en toek omstbestendigheid te waarborgen.

5 . Toetsingscriteria van kwalitatieve meerwaarde ( optioneel ) :

a. De activiteit draagt bij aan het participatieniveau van minder zelfredzamen of

kwetsbaren

b . De activiteit levert synergie op door onderlinge samenwerking

c . De activiteit is i nnovatief t.a.v. het reguliere aanbod

Artikel 11 Wijze van verdeling van het subsidiebudget

  • 1.

    Het college stelt de hoogte van subsidieplafonds vast binnen de door de raad gestelde financiële kaders (zie art. 4).

  • 2.

    Subsidieaanvragen voor verlening van een activiteitensubsidie worden getoetst aan de toetsingscriteria uit artikel 10, lid 2, 3 en 4. Iedere aanvraag dient minimaal aan deze voorwaarden te voldoen om voor de basissubsidie in aanmerking te komen.

  • 3.

    Subsidieaanvragen voor verlening van een activiteitensubsidie worden optioneel (niet noodzakelijk) getoetst aan de toetsingscriteria van kwalitatieve meerwaarde (artikel 10, lid 5). Een aanvraag kan op basis van deze extra voorwaarden optionele subsidie worden toegekend.

  • 4.

    Wanneer het subsidieplafond wordt bereikt, wordt het deel waarmee het plafond zou worden overschreden evenredig in mindering gebracht op de toe te kennen subsidiebedragen.

Artikel 12 Hoogte activiteitensubsidie

Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie wordt onderscheid gemaakt tussen een basissubsidie en een optionele subsidie:

  • a.

    De basissubsidie bedraagt maximaal 1 .000,- voor eenmalige activiteiten .

  • b.

    De basissubsidie bedraagt maximaal € 2.500,- voor activiteiten met een herhalend karakter .

  • c.

    De optionele subsidie bedraagt:

    • maximaal € 1000,- voor activiteiten gericht op kwetsbare/minder zelfredzame doelgroepen

    • maximaal € 750,- voor activiteiten gericht op het aangaan van nieuwe samenwerkingsverbanden

    • maximaal € 500,- voor activiteiten gericht op innovatie

Artikel 13 Verplichting
  • 1.

    Een organisatie die subsidie ontvangt voor een innovatieve activiteit of een activiteit waarvoor een nieuwe samenwerking wordt aangegaan, maakt dit aantoonbaar publiekelijk bekend (zoals via website, sociale media, (lokaal) nieuwsblad, huis-aan-huis folder, (lokale) radio/tv zender etc.).

  • 2.

    Toepassing van zowel lid 1 wordt vermeld in de subsidiebeschikking.

  • 3.

    Het college kan bij beschikking afwijken van de in lid 1 vermelde verplichting.

Artikel 14 Uitbetaling subsidiebedragen

  • 1.

    Subsidies worden uitbetaald in 1 termijn, door middel van een voorschot van 100%.

  • 2.

    Toepassing van lid 1 wordt vermeld in de subsidiebeschikking.

  • 3.

    Het college kan bij beschikking afwijken van het voorschot en de termijn zoals vermeld in lid 1.

Artikel 15 Redelijke termijn

In geval van geheel of gedeeltelijke weigering in de zin van artikel 4:51 Awb beslist het college volgens de termijn uit artikel 8, lid 1, met inachtneming van een redelijke termijn t.a.v. de gehele of gedeeltelijke weigering.

Artikel 16 Onvoorziene omstandigheden

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, neemt het college hierover een gemotiveerd besluit.

Artikel 17 Hardheidsclausule
  • 1.

    Het college kan in bijzondere gevallen artikelen in deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger, of gelet op het maatschappelijk belang van de activiteiten, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

  • 2.

    Toepassing van lid 1 wordt gemotiveerd in de subsidiebeschikking.

Artikel 18 Evaluatie

Eenmaal in de vier jaar evalueert het college de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze subsidieregeling en de subsidieverstrekkingen en rapporteert hierover aan de raad.

Artikel 19 Slotbepalingen

1. Deze regeling treedt de dag na bekendmaking in werking en is dan van toepassing op alle aanvragen voor activiteitensubsidie die vanaf 1 mei 2017 binnenkomen en betrekking hebben op begrotingsjaar 2018 en verder.

2. Deze regeling wordt aangehaald als ‘Nadere regels activiteitensubsidie gemeente Langedijk 2017’.

3. De ‘Subsidiebeleidsregels activiteitensubsidie gemeente Langedijk 2015’ wordeningetrokken.

 

Vastgesteld op 25 april 2017

 

Burgemeester en wethouders van Langedijk,

 

drs. J.F.N. Cornelisse, burgemeester, dhr. E. Annaert, secretaris

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage 1 Maatschappelijke doelen per thema

Beter Gezond

Hand op de schouder, steun in de rug

  • 1.

    Inwoners die ondersteuning nodig hebben, weten waar zij terecht kunnen voor ondersteuning en durven sneller en makkelijker om deze hulp te vragen, dan wel kunnen deze hulp makkelijker accepteren.

  • 2.

    Inwoners die hulp kunnen geven, worden gestimuleerd of gefaciliteerd om dat ook te doen.

  • 3.

    Zorgverleners, onderwijs, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en sport- en cultuurverenigingen vormen de spil van de sociale omgeving; zij stimuleren gezond gedrag en signaleren ongezond gedrag.

  • 4.

    Inwoners met beperkingen krijgen de ondersteuning die zij nodig hebben; zo snel, licht en kortdurend als mogelijk en zo zwaar als noodzakelijk.

Bewust bezig

  • 1.

    Inwoners van Langedijk zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid.

  • 2.

    Inwoners van Langedijk zijn zich bewust van de schadelijke gevolgen van overmatig en ongezond eten en drinken, van alcohol- en drugsgebruik, roken, overgewicht en te weinig bewegen. Zij kunnen hun gedrag hierop aanpassen.

  • Kansrijk Jong

Alle kinderen groeien op in een veilige leefomgeving en hebben optimale ontwikkelingskansen

  • 1.

    Kinderen en jongeren kunnen veilig en gezond opgroeien, spelen bewegen en deelnemen aan de samenleving.

  • 2.

    Kinderen en jongeren ontvangen onderwijs en, zo nodig, passende ondersteuning en zorg binnen en buiten school.

  • 3.

    Kinderen en jongeren zijn vertrouwd met democratisch burgerschap.

Opvoeden doen we samen

  • 1.

    Ouders zijn toegerust om voor hun kinderen te zorgen en hen op te voeden. Zij zijn vaardig en vinden het vanzelfsprekend om te praten over opvoeden en om ondersteuning bij de opvoeding te vragen.

  • 2.

    Kinderen, jongeren en ouders weten waar zij ondersteuning kunnen krijgen. Deze ondersteuning wordt snel, laagdrempelig en in samenhang aangeboden.

  • 3.

    Kinderen en opvoeders met ondersteuningsvragen, krijgen de ondersteuning die zij nodig hebben; zo licht als mogelijk en zo zwaar als noodzakelijk.

Een goede start

  • 1.

    Alle kinderen van 2 tot en met 17 jaar kunnen terecht op een voorschool, basisschool en het Voortgezet Onderwijs.

  • 2.

    Voorscholen zijn een veilige en stimulerende omgeving voor jonge kinderen, waarbij bijzondere aandacht is voor het bestrijden van achterstanden.

  • 3.

    Jongeren volgen een opleiding die hen perspectief op betaald werk biedt en halen een diploma.

  • 4.

    Ouders, scholen en andere maatschappelijke organisaties signaleren risico’s op uitval op school vroegtijdig en nemen passende maatregelen om uitval te voorkomen.

  • Meedoen

Werk loont, betaald of onbetaald

  • 1.

    Meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zijn (en blijven) aan het werk, betaald dan wel onbetaald, en dragen bij aan eigen welzijn en aan de samenleving.

  • 2.

    Organisaties tonen zich betrokken, door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een werkplek te bieden (betaald of onbetaald).

  • 3.

    Mensen met een beperking zijn toegerust om (weer of meer) zelfstandig te kunnen participeren via betaald of onbetaald werk.

Versterken van het maatschappelijk middenveld

1.Verenigingen vinden het vanzelfsprekend dat zij bijdragen aan de ontwikkeling van de Langedijker samenleving.

Burgerparticipatie

  • 1.

    Inwoners van Langedijk vinden het vanzelfsprekend om mee te werken aan het behoud van een prettige woon- en leefomgeving en dragen bij aan een bloeiend verenigingsleven.

  • Wonen, Welzijn en Zorg

Mantelzorgers voelen balans tussen eigen leven en zorg geven

  • 1.

    Mantelzorgers weten welke ondersteuning zij kunnen krijgen ter ondersteuning of ter verlichting van de zorg.

  • 2.

    Mantelzorgers ontvangen, zoveel mogelijk, de ondersteuning die zij nodig hebben om de mantelzorg te kunnen (blijven) bieden.

  • 3.

    Mantelzorgers en professionals en vrijwilligers werken goed samen bij het bieden van zorg.

Vrijwilligerswerk is voor iedereen en door iedereen

  • 1.

    Inwoners zijn gestimuleerd en geactiveerd om een bijdrage te leveren aan de samenleving.

  • 2.

    Vrijwilligers ontvangen, zoveel mogelijk, ondersteuning die zij nodig hebben om het vrijwilligerswerk te kunnen uitvoeren en weten elkaar te vinden om kennis en ervaring uit te wisselen.

  • 3.

    Professionals richten zich op het faciliteren en begeleiden van vrijwilligers.

  • 4.

    Verenigingen vervullen een bindende rol in het versterken van de cohesie in Langedijk.

Zelfstandig met een zetje

  • 1.

    Inwoners zijn zo veel mogelijk (financieel) zelfstandig. Wanneer dit niet mogelijk is, bevinden zij zich zo min mogelijk en zo kort mogelijk in een (financiële) afhankelijkheidspositie.

  • 2.

    Inwoners voeren regie over hun eigen leven en zijn zich bewust van de gevolgen van het ouder worden en/of van ziekte en nemen, waar mogelijk, zelf tijdig maatregelen om deze gevolgen op te vangen.

  • 3.

    Kinderen kunnen meedoen aan sportieve, sociale, culturele en educatieve activiteiten. De financiële situatie van hun ouders is hiervoor geen belemmering.

  • 4.

    Langedijk biedt mogelijkheden voor (zelf)ontplooiing, ontwikkeling, ontmoeting en ontspanning aan inwoners met een beperking.

Prettig en passend kunnen wonen

  • 1.

    Inwoners voelen zich verantwoordelijk voor het bevorderen van de leefbaarheid en sociale cohesie in hun woon- en leefomgeving.

  • 2.

    Inwoners kunnen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen.

  • 3.

    De openbare ruimte is voor iedereen goed toegankelijk.

Het participeren in de samenleving, door het deelnemen aan culturele en sportieve activiteiten, is geen afzonderlijk thema of doel. Participeren is een middel dat bijdraagt aan het bereiken van andere maatschappelijke doelstellingen als ontwikkeling van kinderen en gezond blijven. Daarnaast draagt het bij aan ontmoeten, ontplooien en ontspannen en daarmee aan prettig wonen en leven.

 

 

 

 

 

Bijlage 2 Verdiepingsvragen optionele voorwaarden

Onderstaande verdiepingsvragen dragen bij aan de objectieve toetsing van een subsidieaanvraag op de diverse toetsingscriteria van kwalitatieve meerwaarde, afkomstig uit artikel 10 lid 5. Voor het toekennen van optionele subsidie, dienen alle vragen per onderwerp bevestigend te worden beantwoord. De volgende vragen dienen te worden beantwoord om te kunnen beoordelen of een activiteit:

Bijdraagt aan het participatieniveau van minder zelfredzamen of kwetsbaren Antwoord

Is de activiteit gericht op inwoners van Langedijk die minder zelfredzaam of kwetsbaar zijn

ten gevolge van beperking, ziekte of achtergrond of op diegenen die hen

ondersteunen? Ja

Draagt de activiteit bij aan het zo lang mogelijk zelfstandig wonen en/of actief deelnemen

aan de lokale samenleving? Ja

Voorziet de activiteit in reguliere, sportieve en/of culturele besteding of invulling van de dag? Ja

Draagt de activiteit bij aan ondersteuning of uitbreiding van het netwerk? Ja

Is de activiteit speciaal voor deze doelgroep ontwikkeld/bedoeld? Ja

Maakt extra/speciale ondersteuning van deze doelgroep onderdeel uit van de uitvoering

van de activiteit? Ja

Synergie oplevert door onderlinge samenwerking

Zijn er meerdere organisaties betrokken bij de organisatie/uitvoering van de activiteit? Ja

Zijn er meerdere organisaties financieel betrokken bij de activiteit? Ja

(deze vorm van cofinanciering moet blijken uit de begroting van de activiteit).

Zorgt de samenwerking voor een betere efficiency / meer efficiënte inzet van tijd/geld/inspanning

van de activiteit? Ja

Zorgt de samenwerking voor een betere effectiviteit / inhoudelijke meerwaarde van de activiteit? Ja

Innovatief is t.a.v. het reguliere aanbod

Kan de activiteit als vooruitstrevend/onderscheidend/uniek worden bestempeld? Ja

Wordt de activiteit voor het eerst op deze wijze georganiseerd in Langedijk? Ja

Levert de activiteit een meerwaarde op ten aanzien van de kerntaak van de organisatie? Ja