Beleidsregels Schuldhulpverlening 2014

 

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk

Gezien:

-de bepalingen in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de noodzaak om in beleidsregels

nader in te vullen hoe uitvoering wordt gegeven aan schuldhulpverlening.

Gelet:

-op de door het college daartoe verkregen bevoegdheid, als is vastgelegd in de Wet gemeentelijke

schuldhulpverlening.

Besluit:

-de navolgende Beleidsregels Schuldhulpverlening 2014, met kenmerk 13.108164, vast te stellen, welke in werking treden een dag na de bekendmaking.

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

1.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven,

hebben dezelfde betekenis als in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Algemene wet

bestuursrecht of de overige in deze beleidsregels aangehaalde wetten.

  • 2.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk;

    • b.

      Schuldhulpverlening: de ondersteuning bij het vinden van een integrale oplossing gericht op de aflossing van schulden, indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede preventie en nazorg;

    • c.

      Bureau Schuldhulpverlening: sectie binnen de afdeling Sociale Zaken waar activiteiten in het kader van schuldhulpverlening worden uitgevoerd;

    • d.

      Verzoeker: inwoner van de gemeente Rijswijk die zich wendt tot schuldhulpverlening.;

    • e.

      Aanvrager: inwoner van de gemeente Rijswijk van 18 jaar of ouder die een aanvraag voor een betalings- of schuldregeling indient;

    • f.

      Verzoek: het verzoek om schuldhulpverlening;

    • g.

      Aanvraag: formele aanvraag om toegelaten te worden tot een betalings- of schuldregeling;

    • h.

      Schuldregeling (minnelijk traject): een vrijwillige schuldregeling waarbij de schuldhulpverlener een betalingsvoorstel doet aan alle schuldeisers;

    • i.

      WSNP: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen: een wettelijke schuldregeling, uitgesproken door de rechtbank, wanneer het minnelijke traject geen oplossing biedt;

    • j.

      VTLB: Vrij Te Laten Bedrag: berekeningsmethode die wordt gebruikt voor het bepalen van de afloscapaciteit.

    • k.

      Zelfstandige: Een inwoner van de gemeente die als zelfstandig ondernemer is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 2: Aanbod

1.De schuldhulpverlening bestaat uit het ondersteunend aanbod van preventie, advies, begeleiding, ondersteuning in de stabilisatiefase of een betalings- of schuldregeling alsmede nazorg.

2.Voor inwoners die als zelfstandige aangemerkt worden, bestaat de dienstverlening van de schuldhulpverlening uit advisering en/of doorverwijzing.

Artikel 3: Algemene voorwaarden

Om een beroep te kunnen doen op schuldhulpverlening dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

a. de verzoeker of aanvrager beschikt over een juiste inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Rijswijk;

b. de verzoeker beschikt over een geldig paspoort of identiteitskaart en indien van toepassing een geldig verblijfsdocument;

c. de aanvrager beschikt over een geldig paspoort of identiteitskaart en indien van toepassing een geldig verblijfsdocument dat vanaf het moment van aanvraag nog minimaal 3,5 jaar geldig is.

Artikel 4: Algemene verplichtingen

De verzoeker of aanvrager is verplicht het college de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de schuldhulpverlening, waaronder in elk geval verstaan wordt:

  • a.

    Het tijdig doorgeven van alle feiten, omstandigheden en wijzigingen die van belang kunnen zijn voor de schuldhulpverlening;

  • b.

    Het tijdig inleveren van noodzakelijke bewijsstukken;

  • c.

    Zich stipt houden aan de gemaakte afspraken, geen nieuwe schulden te maken en niet bewust bestaande schulden verhogen;

  • d.

    Het maximaliseren van inkomsten en minimaliseren van de uitgaven;

  • e.

    Het inzetten van de afloscapaciteit en het vermogen voor het aflossen van schulden.

Artikel 5: Aanvraag

a. Een aanvraag voor een betalings- of schuldregeling kan uitsluitend schriftelijk worden ingediend bij het college;

b. Een aanvraag voor een betalings- of schuldregeling wordt pas in behandeling genomen nadat naar het oordeel van het college in voldoende mate voldaan is aan het gestelde in artikel 4, en de aanvrager het inlichtingenformulier volledig heeft ingevuld, alle benodigde stukken heeft ingeleverd en het aanvraagformulier heeft ingevuld, ondertekend en ingediend;

c. Het college maakt het besluit op de aanvraag kenbaar middels een beschikking.

Artikel 6: Afwijzen of afsluiten verzoek en/of aanvraag

Het college kan een verzoek of aanvraag afwijzen of afsluiten indien:

a. De verzoeker zich korter dan zes maanden geleden niet aan het gestelde in artikel 4 heeft gehouden en het college het verzoek daarom niet verder heeft behandeld danwel de aanvraag heeft afgewezen;

b. De verzoeker binnen een jaar na het voortijdig beëindigen van een betalings- of schuldregeling weer een verzoek indient;

c. De verzoeker of aanvrager zich misdraagt ten opzichte van medewerkers die zijn belast met de uitvoering van schuldhulpverlening;

  • d.

    Het college er niet van overtuigd is dat de aanvrager voldoende gemotiveerd is;

  • e.

    De aanvrager niet beschikt over een inkomen uit arbeid en/ of uitkering ter hoogte van minimaal de voor deze persoon van toepassing zijnde bijstandsnorm;

  • f.

    Er bij de aanvrager geen sprake is van een stabiele woon-, leef- en/of inkomenssituatie;

  • g.

    De feitelijke aanleiding en/ of oorzaak voor de schuldsituatie van de aanvrager nog aanwezig is of als er nog niet gewerkt wordt aan een (structurele) oplossing;

h. Binnen tien jaar na afronding van een succesvolle betalings- of schuldregeling een nieuwe aanvraag wordt ingediend.

Artikel 7: Rechten en plichten

a.De aanvrager dient een schuldregelingsovereenkomst te tekenen waarin de rechten en plichten met betrekking tot de betalings- of schuldregeling staan vermeld;

  • b.

    De vorm van de betalings- of schuldregeling wordt door het college bepaald;

  • c.

    Het college kan in ieder geval de volgende producten aanbieden om de klant te ondersteunen bij het aflossen van de schulden:

  • 1)

    betalingsregeling;

  • 2)

    schuldbemiddeling;

  • 3)

    saneringskrediet;

  • 4)

    financieel beheer;

  • 5)

    afgifte WSNP-verklaring;

    • d.

      Regeling van schulden zoals genoemd onder c., in 2) en 3) vindt plaats conform de gedragscode opgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK);

e. Het college bepaalt of ze zich borg stelt voor een saneringskrediet. Borgstelling kan worden verleend aan aanvragers van wie het inkomen maximaal 110% van de voor deze persoon van toepassing zijnde bijstandsnorm bedraagt.

Artikel 8: Beëindiging schuldhulpverlening en/of betalings- of schuldregeling

1.In de volgende gevallen wordt de schuldhulpverlening en/of de betalings- of schuldregeling beëindigd:

  • a.

    Na het succesvol afsluiten van de schuldhulpverlening;

  • b.

    Op schriftelijk verzoek van de aanvrager;

  • c.

    Bij verhuizing uit de gemeente Rijswijk en/of uitschrijving uit de BRP of bij vertrek met onbekende bestemming. Indien een schuldregeling is opgezet kan deze bij een verhuizing worden voortgezet via de gemeente Rijswijk;

d.Het naar het oordeel van het college niet of in onvoldoende mate voldoen aan een of meerdere verplichtingen als genoemd in artikelen 4 en 7a, of als er sprake is van het genoemde in artikel 6c, 6d, 6e, 6f, en 6g;

e.Als het college er van overtuigd is dat ze zich voldoende heeft ingespannen om een klant te ondersteunen bij het oplossen en/of stabiliseren van zijn financiële situatie;

  • f.

    Bij overlijden van de aanvrager;

    • 2.

      In geval van de beëindiging van een betalings- of schuldregeling zal het college dit middels een beschikking meedelen.

Artikel 9: Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien toepassing van deze beleidsregels leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 10: Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 oktober 2012.

Artikel 11: Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels Schuldhulpverlening 2014.

 

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in zijn van 4 februari 2014.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk

De secretaris, drs. A. de Baat

De burgemeester, drs. M.A. Bezuijen

TOELICHTING OP BELEIDSREGELS SCHULDHULPVERLENING

ALGEMEEN

Het college stelt zich ten doel om klanten ondersteuning te bieden om problematische schuldsituaties

structureel op te lossen en waar dit niet haalbaar is, zet ze zich in om de situatie beheersbaar te

maken. De klant is en blijft zelf verantwoordelijk voor de eigen financiële situatie. De gemeente spant

zich – onder voorwaarden – in om de verzoeker of aanvrager te ondersteunen in geval van een

problematische schuldsituatie, maar neemt de verantwoordelijkheid niet over.

Met de invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening op 1 juli 2012 is de

schuldhulpverlening een wettelijke taak van de gemeente. Hier wordt, in samenwerking met haar

partners, invulling aan gegeven middels preventie, ondersteuning in het stabilisatieproces,

schuldregelen, trajectbegeleiding en nazorg.

Schuldhulpverlening is het ondersteunend aanbod bij financiële problemen, wat kan bestaan uit

advies, begeleiding, ondersteuning in de stabilisatiefase, of een betalings- of schuldregeling.

Een verzoeker kan gebruik maken van advies of begeleidende producten. Indien nodig, wordt de klant

ondersteund om de situatie te stabiliseren. Om toegelaten te worden voor een regelend product

(betalings- of schuldregeling) waarbij de schuldhulpverlener een betalingsvoorstel doet aan alle

schuldeisers, dient de klant een formele aanvraag in te dienen bij het college. Voordat een aanvrager

in aanmerking komt voor een van de regelende producten, moet hij voldoen aan de daarvoor

geldende voorwaarden.

Ten behoeve van een betalings- of schuldregeling wordt middels een berekening van het Vrij Te Laten

Bedrag (VTLB) vastgesteld hoe groot de afloscapaciteit is. Deze rekenmethodiek is opgesteld door de

Recofa (werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak) en wordt landelijk toegepast.

Gedurende de schuldhulpverlening, van advies tot en met de betalings- of schuldregeling, wordt

begeleiding geboden. Na de schuldhulpverlening biedt het college nog een jaar nazorg. Met deze

begeleiding ondersteunt het college klanten om uitval en recidive te voorkomen.

Voor zelfstandigen is het ondersteunende aanbod beperkt. Uit de Memorie van toelichting op de Wet

gemeentelijke schuldhulpverlening blijkt dat gemeentelijke schuldhulpverlening niet toegankelijk zou

kunnen zijn voor zelfstandigen met een functionerende onderneming. Toch vindt de gemeente Rijswijk

een vorm van hulp wel wenselijk. Daarom is er voor deze doelgroep een beperkte toegankelijkheid,

namelijk advisering en/of doorverwijzing. Dit heeft in de eerste plaats te maken met de complexiteit

van een schuldenregeling in combinatie met het zelfstandig ondernemerschap.

In deze beleidsregels is uitgewerkt aan welke regels de gemeente, de verzoeker en de aanvrager

moeten voldoen.

TOELICHTING PER ARTIKEL

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 2: Aanbod

1)

Bij financiële problemen is er een uitgebreid pakket aan ondersteuning op het gebied van

schuldhulpverlening mogelijk.

2)

Bij zelfstandigen bestaat de dienstverlening uit advisering en/of doorverwijzing. Bij zelfstandigen is

sprake van een afwijkende situatie o.a. vanwege wisselende inkomsten, andere belastingregelingen

en boekhoudkundige vereisten. Voor zelfstandigen is andere passende ondersteuning mogelijk bij de

oplossing van problematische schulden. Afgezien van mogelijkheden van bancaire leningen die een

zelfstandige met een gezond bedrijf kan aanvragen, zal worden nagegaan in hoeverre het Besluit

bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) uitkomst kan bieden. Dit is een bijstandsregeling waarvoor

voorwaarden voor toelating gelden. Zo is er bijvoorbeeld bij een te hoog inkomen van een partner

geen toegang, net als wanneer het bedrijf als niet-levensvatbaar wordt aangemerkt. Als het bedrijf wel

levensvatbaar is en de Bbz niet van toepassing, dan is doorverwijzing naar een gespecialiseerd bedrijf

voor schuldhulpverlening voor ondernemers mogelijk. De hieraan verbonden kosten zijn voor de

ondernemer en kunnen worden verdisconteerd in de schuldenregeling. In bepaalde gevallen kan de

zelfstandige hiervoor bijzondere bijstand krijgen.

Artikel 3: Algemene voorwaarden

Er worden een aantal algemene voorwaarden gesteld om voor schuldhulpverlening in aanmerking te

komen.

Zelfstandig ondernemers met financiële problemen kunnen een beroep doen op het Besluit

bijstandverlening zelfstandigen. Daar waar mogelijk worden zelfstandig ondernemers met financiële

problemen van advies voorzien en actief doorverwezen naar de juiste samenwerkingspartner.

A, b en c) Verzoekers en aanvragers dienen te beschikken over een geldig paspoort of

identiteitsbewijs (een rijbewijs voldoet niet) en eventueel een verblijfsvergunning waarmee aanspraak

gemaakt kan worden op de sociale voorzieningen, en moeten ingeschreven staan in de BRP van de

gemeente Rijswijk. In het geval een aanvrager een tijdelijke verblijfsvergunning heeft, dient deze op

het moment van aanvraag in ieder geval nog 3,5 jaar geldig te zijn om voor een regelend product in

aanmerking te komen. Dit omdat een schuldregeling een termijn kent van maximaal 3 jaar.

Verzoekers en aanvragers dienen te beschikken over een vaste woon- of verblijfplaats in de

gemeente Rijswijk. Het woonadres dient juist en volledig in het BRP te zijn opgenomen. Per 6 januari

2014 heet de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) de Basisregistratie personen: BRP. Onder de

Wet BRP geldt het uitgangspunt dat van iedere ingezetene ofwel een woonadres, ofwel een briefadres

wordt opgenomen. Het college van burgemeester en wethouders wordt bevoegd om ambtshalve een

briefadres op te nemen indien het woonadres ontbreekt en door de betrokken ingezetene geen

aangifte wordt gedaan van een briefadres. Dit betekent dat de zogeheten centrumgemeenten niet

langer verantwoordelijk zijn voor schuldhulpverlening aan een ingezetene zonder adres.

De verzoeker kan minderjarig of meerderjarig zijn. Om op laagdrempelige wijze schuldhulpverlening te

bieden, staat schuldhulpverlening open voor jongeren die voor het eerst in aanraking komen met

(potentiële) schulden. Het college wil deze groep middels preventie kunnen benaderen, en indien

nodig ook individueel adviseren over hun financiële situatie.

De aanvrager dient meerderjarig (18 jaar of ouder) te zijn. Dit komt omdat een minderjarige geen

overeenkomsten (bijv. lening of aankoop) kan aangaan zonder toestemming van ouders of voogd.

Indien een minderjarige toch schulden heeft, kunnen overeenkomsten die zonder toestemming zijn

aangegaan ontbonden worden. Indien wel toestemming is verleend, of wanneer er schulden zijn

ontstaan doordat de minderjarige een ander schade heeft berokkend, zijn in principe de ouders of

voogd financieel verantwoordelijk. Om een betalings- of schuldregeling te kunnen doorlopen is een

inkomen ter hoogte van minimaal de voor die persoon van toepassing zijnde bijstandsnorm

noodzakelijk. Wanneer de minderjarige de leeftijd van 18 jaar bereikt bestaat een zelfstandig recht op

bijstand en kan dus een inkomen verworven worden waarmee de betalings- of schuldregeling

doorlopen kan worden.

Alle meerderjarige inwoners van de gemeente Rijswijk, met uitzondering van zelfstandig ondernemers,

kunnen in aanmerking komen voor een betalings- of schuldregeling ongeacht de aard of hoogte van

het inkomen, zolang dit minimaal het voor die persoon van toepassing zijnde bijstandsniveau heeft.

Artikel 4: Algemene verplichtingen

In de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is in artikel 6 de inlichtingenplicht geregeld en in artikel 7

de medewerkingsplicht.

a en b) Bij een verzoek voor schuldhulpverlening dient de verzoeker volledig inzicht te geven in zijn

financiële situatie, dat wil zeggen alle inkomsten, uitgaven, spaartegoeden en

vermogensbestanddelen, alsmede al zijn schulden en afbetalingsverplichtingen. Naast een inzicht in

de financiële situatie dient de verzoeker ook inzicht te geven in zijn persoonlijke situatie voor zover dit

van belang is voor de schuldhulpverlening. Middels een checklist wordt aan de verzoeker

medegedeeld welke informatie overgelegd dient te worden. Deze verplichting geldt ook bij het

indienen van een aanvraag.

Alle noodzakelijke bewijsstukken dienen tijdig aangeleverd te worden.

c) De verzoeker of aanvrager dient zich aan de gemaakte afspraken te houden. Hierbij kan men

denken aan de opgelegde verplichting van het positief afronden van een budgetcursus of het

verkopen van de auto. Wanneer een verzoeker of aanvrager tot twee keer toe niet op een afspraak

verschijnt zonder zich af te melden, kan dit tot consequenties leiden. Bij het niet nakomen van de

gemaakte afspraken kan dit een tijdelijke uitsluiting van schuldhulpverlening tot gevolg hebben.

Wanneer de verzoeker of aanvrager een WWB-uitkering heeft en de schuldhulpverlening onderdeel

van het re-integratietraject uitmaakt en de klant de afspraken niet nakomt, stelt het college vast of

afstemming van de uitkering dient plaats te vinden. Om de uitkering in dergelijke gevallen af te kunnen

stemmen dient op grond van artikel 55 WWB schuldhulpverlening als nadere verplichting te zijn

opgelegd.

d en e) De verzoeker of aanvrager is verplicht zich aantoonbaar in te spannen om het geheel of een

zo groot mogelijk deel van de schulden af te lossen.

Artikel 5: Aanvraag

a) Dit behoeft geen nadere toelichting.

b) Afhankelijk van de situatie zal de aanvrager geïnformeerd worden of er een gezamenlijke aanvraag

moet worden ingediend. Dit is bijvoorbeeld het geval als de aanvrager gehuwd is in gemeenschap van

goederen. Het kan ook gelden als de aanvrager gehuwd is onder huwelijkse voorwaarden of

samenwonend en er zijn bijvoorbeeld gezamenlijke schulden.

c) Dit behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 6: Afwijzen of afsluiten verzoek en/of aanvraag

In dit artikel is opgenomen op welke momenten het college het verzoek tot schuldhulpverlening of de

aanvraag voor een betalings- of schuldregeling kan afwijzen of afsluiten.

a, b en h) De eigen verantwoordelijkheid van de klant staat voorop. Daarbij is schuldhulpverlening in

principe eenmalig. Dit wordt hiermee duidelijk uitgedragen naar de klant.

Indien een aanvrager eerder een betalings- of schuldregeling met succes heeft doorlopen en een jaar

nazorg heeft gehad, en dus schuldenvrij is geweest, is deze voor de duur van tien jaar uitgesloten van

een nieuwe aanvraag. Deze termijn sluit aan op de WSNP en is conform de werkwijze van de NVVK.

Wel kan deze klant een beroep doen op de schuldhulpverleningsproducten zoals advies of individuele

begeleiding.

c) Fysieke of verbale agressie jegens medewerkers die met de schuldhulpverlening zijn belast, is

onaanvaardbaar. In geval van misdraging handelt het college conform het actuele agressieprotocol.

d) Motivatie is onlosmakelijk verbonden met een hogere kans op succesvolle schuldhulpverlening. Het

college spant zich in om ook op het oog onwillige klanten te doordringen van het besef nu te moeten

handelen om erger te voorkomen. Motiveren, stimuleren en indien nodig afdwingen van bepaald

gedrag van de klant past hierbij. Indien het college vaststelt dat de klant niet of onvoldoende

gemotiveerd is, kan ze de schuldhulpverlening beëindigen zonder dat dit tot het gewenste resultaat

heeft geleid. De klant is dan voor bepaalde duur uitgesloten van schuldhulpverlening. Motivatie is

onder andere op te maken uit de mate en snelheid van medewerking van de klant, het actief

deelnemen aan de budgetcursus, en het accepteren van flankerende hulpverlening.

e en f) Om het VTLB te kunnen berekenen en een betrouwbaar voorstel aan de schuldeiser(s) te

kunnen doen, is een stabiel inkomen van minimaal de voor die persoon van toepassing zijnde

bijstandsnorm vereist.

De schuldhulpverlener treedt op als bemiddelaar tussen de schuldenaar en de schuldeiser(s). Het is in

beider belang dat de belangen van alle partijen worden meegewogen. Daarom is het noodzakelijk dat

de aanvrager beschikt over een stabiele woon-, leef- en/of inkomenssituatie. Aanvragers bij wie de

echtscheiding nog niet is uitgesproken, of die een partner hebben die geen geldig verblijfsdocument

heeft, hebben geen stabiele woon-, leef- en/of inkomenssituatie. Het risico op bijvoorbeeld nieuwe

schulden of uitval is dan te groot. De schuldeiser, en ook de aanvrager, is daar niet mee geholpen.

Indien nodig wordt de klant ondersteund in de stabilisatiefase. Bij ongehuwde partners wordt per

situatie onderzocht hoe de schulden geregeld kunnen worden.

g) Om problemen bij de oorzaak aan te pakken en niet alleen aan symptoombestrijding te doen,

vragen we van onze klanten dat ze actief aan de slag gaan met het aanpakken van de achterliggende

oorzaak van hun financiële problematiek. Hiermee borgen we het beoogde duurzame karakter van

onze dienstverlening.

Artikel 7: Rechten en plichten

a) Zowel voor de gemeente als voor de aanvrager zijn een aantal rechten en plichten van toepassing.

Die worden opgenomen in de schuldregelingsovereenkomst. Bij het niet nakomen van de afspraken in

de schuldregelingsovereenkomst kan dit tot voortijdige beëindiging van de regeling leiden.

b en c) Het college bepaalt op basis van de situatie, mogelijkheden en capaciteiten van de aanvrager

welke vorm van schuldregelen aangeboden wordt. De looptijd van een regeling gaat in vanaf het

moment dat voor de eerste keer de volledig berekende afloscapaciteit wordt gereserveerd.

Een betalings- of schuldregeling kan in verschillende vormen worden ingevuld:

-Betalingsregeling: de schuld wordt volledig afgelost. Soms zijn aanvragers in staat om binnen

36 maanden hun schulden af te betalen maar hebben ze hulp nodig bij het realiseren van de

betalingsafspraken. Er zijn ook situaties denkbaar waarbij een schuldregeling niet mogelijk is

(zoals mogelijk bij een boete of een fraudevordering). De aanvrager kan geholpen worden bij

het treffen van haalbare betalingsafspraken, waarbij een looptijd langer dan 36 maanden tot

de mogelijkheden behoort.

-Schuldbemiddeling: duurt in principe drie jaar. Indien de schulden niet binnen deze periode

volledig kunnen worden afgelost, wordt vooraf met de schuldeisers onderhandeld en verzocht

het restant kwijt te schelden tegen finale kwijting;

-Saneringskrediet: door middel van een door de schuldregelende instelling te verstrekken

krediet worden de schulden van de aanvrager geheel of gedeeltelijk tegen finale kwijting

voldaan. De aanvrager betaalt maandelijks de lening terug aan de kredietverstrekker, de

looptijd van het krediet is 36 maanden;

-Financieel beheer: dit is een verplicht onderdeel van een schuldregeling waarbij de

afloscapaciteit wordt veiliggesteld. Het kan ook worden verplicht in geval van een

betalingsregeling. De aanvrager dient daartoe een overeenkomst met daarin alle

verplichtingen en afspraken te ondertekenen. Beëindiging van het financieel beheer is

verbonden aan de, eventueel voortijdige, beëindiging van het bijbehorende aanbod;

-WSNP: indien een minnelijke schuldregeling niet slaagt, geeft het college een WSNPverklaring

af. De klant kan met een WSNP-verklaring bij de rechtbank een wettelijke regeling

aanvragen. Deze regeling duurt minimaal 12 en maximaal 60 maanden, maar doorgaans geldt

een termijn van 36 maanden. Na deze periode is de klant schuldenvrij. Een belangrijk verschil

tussen een minnelijk en wettelijk traject is dat schuldeisers bij een minnelijk traject op

vrijwillige basis meewerken en bij de WSNP daartoe verplicht zijn.

d) Bij het opzetten van een schuldregeling werkt de schuldhulpverlener conform de gedragscode van

de NVVK. Dat betekent dat de klant alsook de schuldeiser er van verzekerd is dat diens belangen

behartigd zijn.

e) Het kan voorkomen dat de kredietverstrekker een borgstelling vraagt. Indien de aanvrager een

inkomensniveau heeft van maximaal 110% van de voor die persoon van toepassing zijnde

bijstandsnorm, kan het college dit verzorgen. Het college sluit hierbij aan op haar minimabeleid. Indien

een aanvrager een hoger inkomensniveau heeft, staat het hem vrij de borgstelling bij een andere

instelling of private partij te regelen. Indien dit niet mogelijk is, zal het college een andere vorm van

schuldregeling aanbieden om de schuld te regelen.

Artikel 8: Beëindiging schuldhulpverlening en/of betalings- of schuldregeling

In dit artikel is beschreven in welke gevallen het college kan besluiten om de schuldhulpverlening

en/of de betalings- of schuldregeling te beëindigen.

1)

a en b) Beide behoeven geen nadere toelichting.

c) Bij een verhuizing uit de gemeente Rijswijk zal de schuldhulpverlening worden beëindigd. De klant

kan een verzoek tot schuldhulpverlening indienen bij het college van de nieuwe woongemeente.

Indien de schuldregeling getroffen is en loopt, kan deze op verzoek van de klant in Rijswijk worden

voortgezet. Het college bepaalt of aan dit verzoek tegemoet gekomen wordt. Zo ja, dan blijven deze

beleidsregels van toepassing op de regeling en zal de regeling worden beëindigd indien er sprake is

van lid a, b, d, e of f van artikel 8.

d) Dit behoeft geen nadere toelichting.

e) Het kan voorkomen dat gezien de situatie, vaardigheden en mogelijkheden van de verzoeker en/of

aanvrager een schuldenvrije toekomst niet tot de mogelijkheden behoort. Het staat de gemeente in die

situaties vrij de schuldhulpverlening te beëindigen. Daarbij zal ze zich inspannen om te komen tot een

acceptabele situatie, waarbij andere professionals, vrijwilligers of particulieren de inwoner verder

ondersteunen.

f) Dit behoeft geen nadere toelichting.

2)

Dit behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 9: Hardheidsclausule

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 10: Inwerkingtreding

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 11: Citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Naar boven