Gemeenteblad van Duiven
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Duiven | Gemeenteblad 2017, 57969 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Duiven | Gemeenteblad 2017, 57969 | Beleidsregels |
Integraal Veiligheidsbeleid 2016–2019
Het integraal veiligheidsbeleid had een looptijd van 2012 tot en met 2015. Het is nu dus tijd om een nieuw beleidsplan integrale veiligheid op te stellen voor de volgende periode van 4 jaar: 2016–2019. Hoe het beleidsplan tot stand is gekomen wordt hieronder toegelicht.
Voor het verkrijgen van input voor het nieuwe beleidsplan is er in 2014 een enquête gehouden onder 608 inwoners in de gemeente Duiven over veiligheid en leefbaarheid. De uitkomsten zijn vastgelegd in de Veiligheidsmonitor 2014. Daarnaast leverden de jaarlijkse gebiedsscans van de politie veel informatie op. Verder zijn er intern gesprekken gevoerd met collega’s werkzaam op flankerende beleidsterreinen en met alle portefeuillehouders. Ook zijn er in september 2015 twee workshops georganiseerd: één voor gemeenteraadsleden en één voor belangrijke externe partners.
Op 11 januari 2016 heeft de raadscommissie Bestuur zich in opiniërende zin uitgesproken over de prioriteiten.
In hoofdstuk 2 worden de kaders voor het integraal veiligheidsbeleid beschreven. De kaders bestaan uit het collegeprogramma, de Veiligheidsstrategie 2015–2018 Oost-Nederland, de uitgangspunten, ontwikkelingen en flankerend beleid. Hoofdstuk 3 gaat over de organisatie van het integraal veiligheidsbeleid. In hoofdstuk 4 wordt op hoofdlijnen de veiligheidssituatie per veiligheidsveld beschreven. De volledige veiligheidsanalyse is bijgevoegd in bijlage 1. In hoofdstuk 5 zijn de lokale prioriteiten, de aandachtspunten en de overige onderwerpen benoemd. Hoofdstuk 6 gaat over de financiën met betrekking tot het integraal veiligheidsbeleid. Tot slot komt in hoofdstuk 7 de communicatie aan bod.
2. Kaders voor het integraal veiligheidsbeleid
In dit hoofdstuk worden de kaders voor het integraal veiligheidsbeleid geschetst.
2.2 Collegeprogramma, Veiligheidsstrategie 2015–2018 Oost-Nederland en Meerjarenbeleidsplan Politie Oost-Nederland 2015–2018
Collegeprogramma ‘Samen werken we aan onze gemeente2014–2018’
In het collegeprogramma ‘Samen werken we aan onze gemeente 2014–2018’ staat de terugtredende rol van de overheid centraal. Verantwoordelijkheden worden teruggegeven aan de samenleving en samen wordt gekeken naar oplossingen voor problemen. De gemeente wil het probleemoplossend vermogen van inwoners, verenigingen, maatschappelijke organisaties en bedrijven meer en beter benutten.
Ten aanzien van openbare orde en veiligheid zijn de volgende opdrachten neergelegd in het collegeprogramma:
Veiligheidsstrategie 2015–2018 Oost-Nederland en Meerjarenbeleidsplan Politie Oost-Nederland 2015–2018
Iedere vier jaar stellen het Openbaar Ministerie (hierna: OM), de politie en de gemeenten in de Politie-eenheid Oost-Nederland samen een veiligheidsstrategie op voor de komende vier jaar. Daarnaast stelt de Politie-eenheid Oost-Nederland conform de politiewet een meerjarenbeleidsplan op. In de veiligheidsstrategie zijn drie thema’s aangewezen, op basis van de integraal veiligheidsplannen van de 81 gemeenten, waar de komende jaren de focus op ligt:
De gemeenteraad van de gemeente Duiven heeft op 15 september 2014 ingestemd met de Veiligheidsstrategie 2015–2018 en Meerjarenbeleidsplan Politie 2015–2018.
2.3 Doel integraal veiligheidsbeleid
De doelstelling in het oude beleidsplan luidde:
‘Consolideren van het positieve veiligheidsklimaat in Duiven voor bewoners en ondernemers en het verder versterken van proactie en preventie’.
Deze doelstelling is nog steeds actueel maar dient verder aangescherpt te worden. Zoals uit het collegeprogramma naar voren komt geeft de overheid verantwoordelijkheden terug aan de samenleving en wordt een steeds groter beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid en kracht van inwoners, verenigingen, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid zoeken we naar oplossingen voor problemen. De doelstelling voor het nieuwe beleidsplan luidt:
‘Consolideren van het positieve veiligheidsklimaat in Duiven voor bewoners en ondernemers en het verder versterken van proactie en preventie waarbij de gezamenlijke verantwoordelijkheid centraal staat. Waar het kan, zijn initiatieven van inwoners leidend en is de gemeente volgend en faciliterend.’
Ten aanzien van de wijze waarop de gemeente Duiven haar veiligheidsbeleid ontwikkelt en uitvoert, gelden de volgende uitgangspunten:
Integrale benadering en gedeelde verantwoordelijkheid
Het werken aan oplossingen is zelden de verantwoordelijkheid van één partij. Partijen, afdelingen binnen het gemeentelijke apparaat en daarbuiten (ook inwoners zelf) zullen erbij betrokken moeten worden, waarbij elke partij vanuit de eigen verantwoordelijkheid bijdraagt aan het totaal.
De inwoners en ondernemers van de gemeente Duiven moeten kunnen rekenen op de gemeente en haar partners die gezamenlijk werken aan een veilig woon- en leefklimaat. Maar veiligheid is nadrukkelijk ook een verantwoordelijkheid van burgers zelf, bijvoorbeeld door te zorgen voor een goed hang- en sluitwerk in de woning, het schoonhouden van de omgeving, het anderen aanspreken op hun gedrag, het melden van onveilige situaties en het meedenken over hoe het beter kan. Ook voor uitvoering van het beleid zal een beroep worden gedaan op inwoners en ondernemers, met de insteek dat inwoners zoveel mogelijk zelf met initiatieven komen. Als gemeente beoordelen we vervolgens of en zo ja, welke rol er voor de gemeente is weggelegd. De verschillende buurtpreventieteams zijn hier een mooi voorbeeld van.
Prioritering van veiligheidsthema’s
Alle veiligheidsthema’s in de gemeente Duiven kunnen niet in één keer worden aangepakt. Prioritering van de problematiek is noodzakelijk. Binnen de grenzen van zijn mogelijkheden stelt de gemeenteraad op basis van een veiligheidsanalyse de prioriteiten voor het integraal veiligheidsbeleid vast.
2.5 Ontwikkelingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau
Op landelijk en regionaal niveau spelen de volgende ontwikkelingen:
Plan van aanpak problematiek verwarde personen
In haar brief van 30 juni 2015 aan de Tweede Kamer schetst de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de hoofdlijnen van het plan van aanpak ten aanzien van de problematiek van verwarde personen1. In de kern gaat het er om dat alle partijen de handen ineen slaan om op lokaal niveau, onder regie van gemeenten, die maatregelen te nemen die zorgen voor een sluitende, coherente aanpak van de problematiek rond verwarde personen en daaraan hun bijdrage te leveren. De minister wil dat elke gemeente in september 2016 in staat is om te beschikken over een triagevoorziening die zorgt voor een snelle toeleiding tot zorg en ondersteuning. Deze voorziening dient nauw samen te werken met de veiligheidshuizen, waarin de deelname van de ggz geborgd is. Iedere gemeente is vrij in de wijze van inrichting van een dergelijke voorziening. Er is op landelijk niveau een aanjaagteam geïnstalleerd. Een van de opdrachten van dit aanjaagteam is een handreiking voor gemeenten op te stellen om de triage in te kunnen richten. Wij houden deze ontwikkelingen nauw in de gaten.
Samenwerking veiligheidsdomein en zorgdomein
Op 1 januari 2015 zijn belangrijke taken in het sociaal domein overgegaan naar gemeenten. Het betreft:
de overheveling van onderdelen van de Algemene wet bijzondere ziektekosten (Awbz) naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. Gemeenten zijn nu verantwoordelijk voor de ondersteuning van burgers vanaf 18 jaar. Nieuwe taken zijn begeleiding, kortdurend verblijf en een deel van de persoonlijke verzorging.
Door deze ontwikkelingen heeft de gemeente de regie over zowel veiligheid als zorg ‘in huis’. De decentralisaties bieden mogelijkheden voor een effectievere samenwerking tussen het veiligheidsdomein en het sociale domein bij de aanpak van complexe zorg- en veiligheidsvraagstukken. Concrete veiligheidsthema’s die direct raken aan het sociaal domein zijn: overlast gevende en criminele jeugdgroepen, overlast gevende multiproblemgezinnen, huiselijk geweld en kindermishandeling, overlast van verwarde personen en brandveilig leven bij senioren.
Burgers en bedrijven krijgen in de toekomst een steeds grotere verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de veiligheidszorg in de gemeente. De gemeente spreekt burgers aan op hun eigen verantwoordelijkheid en stimuleert burgers om verantwoordelijkheid te nemen. Goede voorbeelden in onze gemeente zijn de buurtpreventieteams en de wijk- en dorpsraden. Ook in de brandweerzorg spelen vrijwilligers een belangrijke rol.
Met de gegroeide omvang van internet en social media is er een nieuwe vorm van criminaliteit ontstaan, namelijk cybercrime. Bij cybercrime is er sprake van vormen van criminaliteit waarbij er gebruik gemaakt wordt van computers, en/of internet, waarvan personen via internet of via andere digitale media slachtoffer kunnen worden. Vormen van cybercrime zijn identiteitsfraude, koop- en of verkoopfraude, hacken en pesten via internet. Door de toenemende digitalisering is het de verwachting dat deze vorm van criminaliteit in de toekomst alleen maar toe zal nemen.
Daarnaast zorgt de omvang van de social media ervoor dat er steeds meer digitale bedreigingen zijn. Ook opruiing via social media komt steeds vaker voor. Dat kan zeer nadelige effecten hebben op bepaalde zaken of zelfs voor escalatie zorgen; denk aan zedenzaken of de vluchtelingenopvang.
Op lokaal niveau spelen de volgende ontwikkelingen
Leeftijdsopbouw in de gemeente Duiven
De bevolkingssamenstelling van Duiven is de afgelopen twee decennia erg veranderd. In de groeikernperiode (jaren ’80 en ’90) was Duiven een gemeente met jonge gezinnen met jonge kinderen. Tegenwoordig zijn er meer volwassenen en neemt het aantal jeugdigen af. De procentuele bevolkingsopbouw zag er in 2014 als volgt uit: 0–4 jaar: 4%, 4–12 jaar: 9%, 12–20 jaar: 12%, 20–65 jaar: 60% en 65+: 15%.
Op dit moment wordt er in het centrum hard gewerkt aan de realisering van het plan ‘Vitaal Centrum’. De 2e fase van dit plan is net afgerond. Met dit plan hoopt de gemeente het centrum een nieuwe impuls te geven en aantrekkelijk te maken voor inwoners van de gemeente. Het cultureel centrum is in het nieuw pand gehuisvest en ook zijn er een café en brasserie met terrassen gevestigd. De bedoeling is dat er nog meer horeca komt. De verwachting is dat deze ontwikkelingen een aanzuigende werking hebben op het centrum.
Op de Westsingel, nabij voetbalvereniging DVV, is een nieuwe voetbalkooi geplaatst. De mogelijkheid bestaat dat er naast de voetbalkooi ook een jeugdhonk komt. Deze plaats kan daarmee een verzamelplaats voor jongeren van diverse leeftijden worden.
Per 1 januari 2016 is de inzameling van huishoudelijke afval veranderd. De gemeente heeft diftar ingevoerd. Diftar staat voor ‘gedifferentieerd tarief’. Dat betekent dat de afvalstoffenheffing op een andere manier verrekend wordt. Het gaat uit van het principe ‘de vervuiler betaalt’. Eén deel van het tarief van de afvalstoffenheffing blijft voor iedereen gelijk. Dit is het basistarief, ook wel vastrecht genoemd, en het andere deel van het tarief is variabel. Ook betaalt de burger straks per keer dat men het afval naar het Afvalaanbiedstation brengt. Dit nieuwe beleid zou van invloed kunnen zijn op de hoeveelheid zwerfafval.
Op dit moment staan er gemeentelijke gebouwen leeg en neemt de kans op verloedering en vernieling toe. Op dit moment wordt gewerkt aan een visie op de gemeentelijke accommodaties.
Het sociaal team van de gemeente Duiven is er speciaal voor mensen die op meerdere levensgebieden problemen hebben. Onder regie van een coach uit het sociaal team wordt samen met de cliënt gekeken wat de problemen zijn en wordt een plan gemaakt om deze problemen op te lossen, waar nodig met ondersteuning. Belangrijk is dat het sociaal team goed aangesloten is op andere partners, zoals Veilig Thuis, het Veiligheidshuis en de politie.
Nederland heeft, net als andere Europese landen, te maken met een grote instroom van vluchtelingen. Vanuit de Haagse politiek en de lokale politiek wordt de gemeente Duiven verzocht te onderzoeken of en op welke wijze opvang geboden kan worden aan vluchtelingen. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de veiligheid.
Het integraal veiligheidsbeleid is facetbeleid: beleid dat inhoudelijk raakvlakken heeft met andere beleidsterreinen, zoals vergunningverlening en handhaving, overheidsparticipatie, economie, evenementen, openbare ruimte, sociale zaken, wonen, onderwijs, jeugdzorg, welzijn, gezondheidszorg en het sociale domein. Op al deze terreinen speelt veiligheid een rol. Het belangrijkste flankerende beleid is:
3 Organisatie van het veiligheidsbeleid
De gemeente heeft de regie over het lokale integrale veiligheidsbeleid. De regierol van de gemeente wordt in het Kernbeleid Veiligheid als volgt omschreven: het zodanig sturen, interveniëren en in stand houden van allerlei randvoorwaarden dat de diverse betrokken partijen op het terrein van de veiligheid, op een effectieve manier blijven samenwerken en met elkaar een aanvaardbaar niveau van veiligheid en leefbaarheid weten te consolideren. Om de regierol ten aanzien het integraal veiligheidsbeleid op een goede manier te kunnen vervullen moet het beleid organisatorisch geborgd worden binnen het gemeentehuis. Daarnaast is samenwerking met veiligheidspartners en regiogemeenten essentieel. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de verschillende veiligheidspartners en de interne bestuurlijke en ambtelijke verantwoordelijkheden.
Bij de ontwikkeling en uitvoering van het integraal veiligheidsbeleid werkt de gemeente samen met strategische partners. Hieronder worden verschillende partners beschreven.
De politie is als uitvoeringsorganisatie verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde en het opsporen van strafbare feiten.
Het OM is eindverantwoordelijk voor de opsporing en vervolging van diegenen die een inbreuk plegen op de rechtsorde.
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland – Midden
De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland – Midden (VGGM) is een complete hulpverleningsorganisatie voor Brandweer en Volksgezondheid voor de veiligheidsregio Gelderland – Midden. De brandweer, de gemeentelijke geneeskundige dienst (GGD), ambulancehulpverlening en de GHOR (geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen) hebben hun eigen specifieke verantwoordelijkheden bij het voorkomen en bestrijden van rampen.
Sinds 1 januari 2015 zijn het voormalige Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG) en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) geïntegreerd tot één advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, te weten Veilig Thuis. Veilig Thuis heeft een cruciale rol bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Enerzijds als coördinerende partij bij concrete cases en als casemanager Tijdelijk Huisverbod en anderzijds als kennis- en adviespartner voor directbetrokkenen en professionals.
Ondernemers kunnen een actieve bijdrage leveren door onveilige situaties te melden bij de bevoegde instanties én door zelf onveilige situaties te voorkomen of deze mee op te lossen. Het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) is een formule om op basis van samenwerking tussen ondernemers (winkeliers), politie, brandweer en gemeente (veiligheids)problemen aan te pakken en hierdoor een veilige omgeving voor ondernemers en bezoekers te creëren. In het centrum van Duiven werken ondernemers met andere veiligheidspartners samen om het KVO – W voor winkelgebieden te behalen.
De Stichting Belangenbehartiging Bedrijventerreinen de Liemers (SBBL) coördineert onder andere de beveiliging van bedrijventerreinen in de regio. De bedrijventerreinen in de Liemers worden door ‘Bello’ bewaakt.
De rol van inwoners bij veiligheid in hun eigen woon- en leefomgeving wordt steeds actiever. Zij leveren een bijdrage door onveilige situaties te signaleren en te melden bij de bevoegde instanties én door zelf onveilige situaties te voorkomen of helpen op te lossen. Veel inwoners hebben zich al aangemeld bij Burgernet, NL – Alert of andere signaleringsvoorzieningen waarmee ze overheden en elkaar ondersteunen. Verder zijn er in onze gemeente wijk- en dorpsraden actief. Zij spelen een rol in de aanpak van een veilige woon- en leefomgeving. In onze gemeente zijn ook vier buurtpreventieteams actief en diverse WhatsApp-groepen.
Het integraal veiligheidsbeleid loopt door alle onderdelen van de gemeentelijke organisatie. Hieronder worden de verschillende bestuurlijke en ambtelijke rollen beschreven.
De gemeenteraadheeft een kader stellende en controlerende rol met betrekking tot veiligheid. De gemeenteraad geeft aan deze rollen vorm door sturing via de begroting en het vaststellen van het Integraal Veiligheidsbeleid. Voorts levert de gemeenteraad input aan de burgemeester bij de totstandkoming van de Veiligheidsstrategie 2015 – 2018 Oost-Nederland. De Veiligheidsstrategie is een gezamenlijk meerjarenplan van de 81 gemeenten in de eenheid Oost-Nederland, het OM en de politie.
Het college van B&W is verantwoordelijk voor de uitvoering van het integraal veiligheidsveld, binnen de kaders gesteld door de gemeenteraad.
De burgemeester is wettelijk belast met de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Hij is verantwoordelijk voor het integraal veiligheidsbeleid. De burgemeester beschikt op basis van wetgeving over formele bevoegdheden om (orde)maatregelen te nemen. Bijvoorbeeld het uitvaardigen van een noodbevel en noodverordening, het opleggen van een inbewaringstelling (IBS) en het opleggen van een tijdelijk huisverbod.
Op ambtelijk niveau wordt het bestuur en in het bijzonder de burgemeester ondersteund door twee beleidsmedewerkers openbare orde en veiligheid van het team Welzijn, Veiligheid en Milieu. Naast de algemene ondersteuning van de burgemeester zijn deze medewerkers verantwoordelijk voor:
De gemeentelijke handhaver, de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa), wordt binnen de gemeente Duiven ingezet op het signaleren en handhaven van overtredingen in de openbare ruimte en van de drank- en horecawet. Hij vult de politie aan en samen dragen zij zorg voor de leefbaarheid en veiligheid op straat. De aansturing van boa’s is een taak van de gemeente, die hierbij ook haar eigen prioriteiten kan stellen.
Jaarlijkse voortgangsrapportages richting college van B&W en gemeenteraad
Jaarlijks wordt een voortgangsrapportage over de uitvoering van het maatregelenpakket ter kennis gebracht aan het college en de raadscommissie Bestuur. Wij proberen dit te koppelen aan een presentatie van politiegegevens.
De gemeente voert de beleidsregie op het integraal veiligheidsbeleid. Voor de uitvoering van het integraal veiligheidsbeleid is een effectieve samenwerking tussen verschillende partners van belang. Afstemming en samenwerking vindt op verschillende niveaus plaats. Op strategisch niveau wordt beleid geformuleerd en op tactisch/operationeel niveau vindt samenwerking plaats over casuïstiek.
3.4.1 Strategisch/tactisch niveau
Het integraal veiligheidsbeleid is een terugkerend thema in de volgende bestuurlijke overlegvormen:
Naast de bestuurlijke overleggen zijn er diverse ambtelijke overlegvormen. Deze zijn vooral bedoeld om op regionaal niveau beleid te ontwikkelingen en/of op elkaar af te stemmen.
Regionaal Overleg Openbare Veiligheid (ROOV). Deelnemers zijn de regionaal Coördinator Bevolkingszorg en de adviseurs crisisbeheersing van de 16 gemeenten binnen veiligheidsregio Gelderland-Midden. Het overleg gaat over crisisbeheersing en brandweerzaken. De Liemerse evenknie is het Liemers Rampenoverleg (LRO).
Voor een goede en sluitende aanpak van lokale veiligheidsproblematiek is samenwerking noodzakelijk. Dit vergt een integrale en soms een keten overstijgende aanpak. In onderstaande samenwerkingsorganisaties vindt casusoverleg plaats.
Het veiligheidshuis is een samenwerkingsverband tussen partners uit de straf- en zorgketen en (andere) gemeentelijke partners, waarbij zij onder eenduidige regie komen tot een integrale aanpak van complexe problematiek om ernstige overlast en criminaliteit te bestrijden. De meerwaarde van de samenwerking zit in de ketenoverstijgende aanpak, die de afzonderlijke aanpakken versterkt. Daarbij behouden alle partners hun eigen (wettelijke) verantwoordelijkheden.
Regionale Informatie- en Expertisecentrum Oost-Nederland (RIEC ON)
Het RIEC ON is opgericht om in gezamenlijkheid met zijn partners op te treden tegen de georganiseerde criminaliteit. Het RIEC ON faciliteert een structurele en integrale aanpak door enerzijds een samenwerking tussen convenantpartners te organiseren en anderzijds het bestuur te adviseren over de mogelijkheden van de bestuurlijke aanpak, waaronder toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob). De convenantpartners zijn gemeenten, provincies, OM, Nationale Politie, Belastingdienst, Belastingdienst/Toeslagen, Douane, Fiscale inlichtingen en opsporingsdienst (FIOD), Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW), Koninklijke Marechaussee en de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Meldpunt Discriminatie en Pesten, Art. 1 Gelderland-Midden
Gemeenten zijn op grond van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen verplicht ingezetenen toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening. Het Meldpunt Discriminatie en Pesten, Art.1 Gelderland-Midden is voor onze regio het onafhankelijk meldpunt waar inwoners discriminatie en discriminatoir pesten kunnen melden en advies en bijstand kunnen krijgen.
Het doel van de veiligheidsanalyse is het geven van een beeld van de actuele veiligheidssituatie in de gemeente Duiven. Op basis van de veiligheidsanalyse kan een keuze gemaakt worden over de prioritering van veiligheidsthema’s in de beleidsperiode 2016–2019. Om het beeld zo volledig mogelijk weer te geven is gebruik gemaakt van verschillende bronnen bestaande uit zowel kwalitatieve als kwantitatieve gegevens. Kwantitatieve gegevens zijn objectief en cijfermatig, bijvoorbeeld van de politie en de gemeente. Kwalitatieve gegevens zijn gegevens die een beeld geven hoe iets wordt beleefd of ervaren, bijvoorbeeld een enquête onder inwoners (veiligheidsmonitor).
De volledige veiligheidsanalyse is opgenomen in bijlage 1 behorende bij het Integraal Veiligheidsbeleid. In dit hoofdstuk wordt volstaan met een samenvatting van de analyse per veiligheidsveld. Hier wordt de hoofdlijn van de problematiek beschreven.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft de methode Kernbeleid Veiligheid ontwikkeld. In deze methode worden vijf veiligheidsvelden in het integraal veiligheidsbeleid onderscheiden. Voor het opstellen van de veiligheidsanalyse van de gemeente Duiven wordt gebruikt gemaakt van de methode Kernbeleid van de VNG en wordt per veiligheidsveld de hoofdlijn van de problematiek beschreven. De vijf veiligheidsvelden zijn:
4.3 Samenvatting veiligheidsanalyse per veiligheidsveld
4.3.1 Veilige woon- en leefomgeving
Dit veiligheidsveld omvat de alledaagse woon- en leefomgeving van bewoners ofwel de veiligheid en leefbaarheid in de wijk, buurt, straat, tussen buren.
Het aantal aangiften van fietsendiefstallen is de laatste 2 jaar opvallend gedaald: van 183 in 2013, via 150 in 2014 naar ineens 79 in 2015. Er wordt door deskundigen gezegd dat het werkelijke aantal fietsendiefstallen naar schatting 3 à 4 maal hoger ligt dan het aantal aangiften. Een hotspot blijft het stationsgebied.
4.3.2 Bedrijvigheid en veiligheid
Binnen dit veiligheidsveld vallen aantastingen van de sociale veiligheid rond recreatieve en economische voorzieningen zoals winkelcentra, bedrijventerreinen en uitgaansmogelijkheden.
Het aantal aangiften van winkeldiefstallen vertoont de afgelopen jaren een dalende lijn; van 46 in 2012 naar 22 in 2015. De wijkagenten geven in de gebiedsscan aan dat het project ‘Afrekenen met winkeldieven’ regelmatig een impuls behoeft om er voor te zorgen dat winkeliers hier aan mee blijven doen.
Binnen dit veiligheidsveld vallen de veiligheidsthema’s in relatie tot jeugd: overlastgevende jeugd, criminele jeugd/individuele probleemjongeren, alcohol & drugs en veiligheid in en om de school.
Binnen dit veiligheidsveld valt de verkeersveiligheid, brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het gaat hier exclusief om de fysieke veiligheidsrisico’s en niet om sociale veiligheid.
24% van onze inwoners ervaart veel verkeersoverlast: te hard rijden, parkeeroverlast en agressief verkeersgedrag. Groessen springt eruit met 29%. In Westervoort en Zevenaar ligt het percentage op 29% respectievelijk 27%. Inwoners van Duiven ervaren het meeste overlast door te hard rijden (68% heeft er wel eens last van en 15% heeft er vaak last van) en van parkeerproblemen (42% heeft er wel eens last van en 14% heeft er vaak last van). Te hard rijden en parkeerproblemen staan in de top 3 van buurtergernissen.
4.3.5 Integriteit en veiligheid
Dit veiligheidsveld omvat verschijnselen die een inbreuk vormen op onze maatschappelijke integriteit c.q. op regels en afspraken in het kader van de veiligheid en stabiliteit van onze samenleving. Deze verschijnselen hebben in potentie een omvangrijk veiligheidseffect. Ze kunnen in de meest extreme vorm fundamenteel ontwrichtend werken. Te denken valt aan: grootschalige hennepteelt, jihadisme, motorbendes, etc.
Gelet op het aantal onderwerpen dat onder het integraal veiligheidsbeleid valt, kunnen deze niet allemaal in één keer aangepakt worden. Het is noodzakelijk om prioriteiten te stellen.
Op de geprioriteerde onderwerpen wordt de nadruk gelegd binnen de beleidsperiode 2016–2019. Dat gebeurt door extra maatregelen uit te voeren.
Daarnaast hebben we een aantal aandachtspunten geformuleerd op basis van de eerder geschetste ontwikkelingen. De aandachtspunten monitoren wij en alleen als daar aanleiding voor is springen we er op in.
Tot slot zal bestaand beleid zoveel mogelijk worden gecontinueerd. Hierop wordt niet extra ingezet. Indien de extra inzet op de prioriteiten, en eventueel de aandachtspunten, tot knelpunten in de capaciteit gaat leiden, zal dit als eerste ten koste gaan van het bestaand beleid.
5.2 Geprioriteerde onderwerpen
De onderstaande vijf onderwerpen worden benoemd als prioriteit in de komende beleidsperiode. Aan de keuze voor deze onderwerpen liggen de veiligheidsanalyse, de ontwikkelingen, de input uit de twee georganiseerde workshops ‘Samen werken aan veiligheid in Duiven’ en de opiniërende bespreking in de raadscommissie Bestuur ten grondslag.
De gekozen prioriteiten wegen even zwaar in de komende beleidsperiode.
De aanpak van het tegengaan van woninginbraken was ook in de voorgaande beleidsperiode aangemerkt als prioriteit. In de afgelopen vier jaar is er extra geïnvesteerd in deze aanpak. Een goed voorbeeld hiervan is de vorming van buurtpreventieteams die nu in meerdere wijken in Duiven actief zijn.
Tot een structurele verbetering van de inbraakcijfers hebben de extra investeringen nog niet geleid. Het aantal aangiften van woninginbraken schommelt de laatste jaren. In 2013 was het aantal aangiften 101, in 2014 65 en in 2015 89. De politie vraagt in de gebiedsscan 2015 aandacht voor de continuering van de preventieve maatregelen ten aanzien van het tegengaan van woninginbraken. In de veiligheidsstrategie 2015–2018 Oost-Nederland wordt High Impact Crimes met de focus op woninginbraken benoemd als thema die de komende jaren prioriteit krijgt.
In de workshop met het externe partners was woninginbraak een van de onderwerpen waarover van gedachten is gewisseld. De deelnemers aan de workshop vonden dit een belangrijk onderwerp omdat een woninginbraak veel impact heeft op de slachtoffers en het gevoel van veiligheid fundamenteel aantast.
De illegale teelt van hennep is omvangrijk en heeft steeds vaker een bedrijfsmatig karakter. In woonwijken leidt de exploitatie van hennepkwekerijen tot diverse vormen van overlast en verloedering zoals brandgevaar, wateroverlast, stank en schade aan woningen. Daarnaast is de georganiseerde criminaliteit veelal bij hennepteelt betrokken. Ook kan deze criminele onderwereld verweven zijn met de bovenwereld wanneer crimineel geld wordt witgewassen. Vanwege het ondermijnende effect van hennepteelt is het onderkennen en aanpakken hiervan belangrijk.
Illegale hennepteelt vindt ook in de gemeente Duiven plaats. In 2014 zijn er in de gemeente acht hennepkwekerijen ontmanteld. Hierbij viel op dat de helft van deze hennepkwekerijen op bedrijventerreinen gevestigd was en soms zeer groot van omvang. De aanpak van maatschappelijke ondermijning met de focus op de aanpak van hennepteelt is ook in de Veiligheidsstrategie 2015–2018 Oost-Nederland benoemd als prioriteit.
Bij ernstige woonoverlast gaat het om regelmatige of voortdurende overlast vanuit de ene woning richting de andere woning(en). Door de ernstige woonoverlast wordt het welzijn, de gezondheid, de veiligheid en/of de leefbaarheid van een of meerdere omwonenden ernstig aangetast. De overlast die ervaren kan worden heeft verschillende verschijningsvormen en kan bestaan uit bijvoorbeeld geluidsoverlast, stankoverlast, treiterijen, bedreigingen, drugsoverlast en overlast door verwarde personen.
Uit de politiecijfers komt naar voren dat het aantal meldingen van geluidsoverlast de afgelopen drie jaar flink is toegenomen. Het aantal meldingen van buurtoverlast en overlast door verwarde/overspannen personen fluctueert jaarlijks. In de gebiedsscan wordt aangegeven dat de overlast door verwarde/overspannen personen een aandachtspunt wordt in verband met de decentralisering en extramuralisering van de zorg. Ook landelijk heeft de aanpak van problematiek rond verwarde personen de aandacht. Hoewel het aantal meldingen van overlast door verwarde personen in de gemeente Duiven niet stijgt, worden de casussen complexer en neemt de intensiteit van de aanpak toe.
De aanpak van ernstige overlast door personen in de woonomgeving is ook in de Veiligheidsstrategie 2015–2018 Oost-Nederland benoemd als prioriteit.
Ouderen blijven steeds langer zelfstandig thuis wonen. Dit wordt door de overheid ook gestimuleerd. Gezien de ontwikkelingen van de bevolkingssamenstelling in de gemeente Duiven neemt de groep ouderen van 65 jaar en ouder toe. Ouderen zijn een kwetsbare groep om slachtoffer te worden van bijvoorbeeld babbeltrucs2 en ouderenmishandeling. Ook brandveiligheid en verkeersveiligheid zijn een aandachtspunt.
Uit onderzoek van de brandweeracademie (2007) blijkt dat er onder mensen boven de 65 jaar ruim 2,5 keer zoveel doden vallen dan bij mensen jonger dan 65 jaar. De verwachting is dat het aantal brandslachtoffers door de vergrijzing snel zal toenemen3. Daarom is deze doelgroep ook al benoemd in de vastgestelde Visie brandveilig leven van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (juni 2015).
De workshopdeelnemers uit het maatschappelijk middenveld hebben aan de gemeente meegegeven om dit onderwerp in het nieuwe beleid mee te nemen als prioriteit.
In de Veiligheidsmonitor is aan buurtbewoners gevraagd welk buurtprobleem zij als eerste aangepakt zouden willen zien.
Op basis van de antwoorden is er een top 3 tot stand gekomen, te weten:
Deze ergernissen lijken in eerste instantie niet veel met veiligheid te maken te hebben. Toch kunnen ze leiden tot onderhuidse spanningen. Door deze buurtergernissen vroegtijdig aan te pakken wordt de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel in de buurt vergroot en kan eventuele escalatie van buurtergernissen voorkomen worden.
Hondenpoep is in de workshops en in de opiniërende bespreking in de raadscommissie Bestuur als enige van de drie buurtergernissen niet bestempeld als prioriteit. Door buurtergernissen in zijn totaliteit gezamenlijk aan te pakken, vinden we dat de aanpak ervan een prioriteit is. Buurtergernissen hebben namelijk een behoorlijke impact op de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel in de wijk. Want uit de veiligheidsmonitor blijkt dat veel mensen zich hieraan storen. Zo geeft 68% van de inwoners van Duiven aan wel eens last te hebben van te hard rijden (15% heeft er vaak last van) en 42% heeft wel eens last van parkeerproblemen (14% heeft er vaak last van). 23% zegt dat hondenpoep vaak voorkomt. Volgens 74% komt het wel eens voor. Op alle factoren van fysieke verloedering samen scoort Duiven het slechtst in de Liemers met 25% van de inwoners dat zegt er veel last van te hebben (Westervoort 23%, Zevenaar 19%).
Opvallend aan de buurtergernissen is dat de overlast veelal veroorzaakt wordt door buurtbewoners zelf. Toch komen buurtergernissen regelmatig in de media en kunnen dan ook oplaaien, terwijl de oplossing veelal gezocht kan worden in het elkaar aanspreken op gedrag. Als men elkaar op de juiste manier aanspreekt op gedrag, ontstaat er ook wederzijds begrip. Wij vinden dat de overheid deze beweging (het elkaar aanspreken op gedrag) moet stimuleren dan wel faciliteren.
Hieronder beschrijven we de aandachtspunten. De beschreven aandachtspunten hebben geen prioriteit maar het is belangrijk om ze te monitoren.
Samenwerking tussen zorg en veiligheid
Door de decentralisatie van zorgtaken in het sociaal domein heeft de gemeente nieuwe verantwoordelijkheden en taken gekregen. Het zorg- en veiligheidsdomein komen dichter bij elkaar te liggen. De samenwerking krijgt gestalte maar het is belangrijk om hiervoor aandacht te blijven houden.
Sinds de zomer van 2015 is de overlast rond het station in Duiven toegenomen. De overlast gebeurt vooral ’s avonds laat, vermoedelijk door uitgaanspubliek vanuit Arnhem. Het gaat dan om schreeuwen, het achterlaten van rommel, kleine vernielingen in tuinen en vernielingen van het terrasmeubilair bij de snackbar.
Daarnaast hebben we bij het station te maken met enkele ontwikkelingen die een negatieve invloed kunnen hebben:
Op dit moment zijn er geen aanwijzingen voor polarisatie en radicalisering in de gemeente Duiven. Maar de problematiek kan zich gaan verplaatsen en daarom is het belangrijk om aandacht te blijven houden voor signalen. Daarnaast speelt momenteel ook de discussie over de opvang van vluchtelingen.
Met de groeiende omvang van internet en social media is er een nieuwe vorm van criminaliteit ontstaan, namelijk cybercrime. Hieronder vallen bijvoorbeeld identiteitsfraude, koop- en of verkoopfraude, hacken en pesten via internet. Bij cybercrime is de impact op slachtoffers anders dan bijvoorbeeld mishandelingen of bedreigingen. Slachtoffers kunnen er echter veel hinder van ondervinden, bijvoorbeeld van identiteitsfraude.
In het centrum van Duiven wordt gewerkt aan het plan Vitaal Centrum. Het nieuwe cultureel centrum ‘de Ogtent’ is hierin gehuisvest. Ook zijn er een brasserie en een café in gevestigd. De bedoeling is dat er op termijn een nog grotere clustering van horecagelegenheden komt. Dit zorgt voor een andere dynamiek in de kern van het centrum en heeft een aanzuigende werking op het centrum. Belangrijk is om de ontwikkelingen in de gaten te houden.
De ontwikkelingen onder jongeren worden vanuit verschillende instanties gemonitord. Met de meeste jongeren in Duiven gaat het goed. Toch is er soms overlast, veroorzaakt door een klein aantal jongeren. De afgelopen jaren is het aantal overlastmeldingen jeugd bij de politie afgenomen. Ook zijn er geen geclassificeerde jeugdgroepen in Duiven. Uit de veiligheidsmonitor blijkt dat als inwoners zich onveilig voelen, dat vaak is op plekken waar jongeren rondhangen. Het station is hierbij een locatie die specifieke aandacht behoeft.
Vanwege de sloop van het jongerencentrum Alpha is de vaste basis voor jongeren weggevallen. Er vindt overleg plaats tussen betrokkenen over een passend alternatief.
De politie heeft het vermoeden dat er wordt gedeald in (soft- en/of hard) drugs. Dit blijft een aandachtspunt. Daarnaast bestaat de indruk dat veel jongeren drugs gebruiken. Om aan geld voor drugs te komen, begeven sommigen zich op het criminele pad. Het gebruik van drugs kan gepaard gaan met agressie, vechtpartijen, vernielingen, etc. Daarnaast kan het gebruik negatieve gevolgen hebben voor de ontwikkeling en de gezondheid van jongeren.
In het evenementenbeleid van de gemeente Duiven is veiligheid een belangrijk toetsingscriterium voor het verlenen van een vergunning. Ontwikkelingen op dit terrein houdt de gemeente in de gaten. Zo wordt onderzocht wat de evaluatie van het Monstertruckincident in Haaksbergen voor ons evenementenbeleid betekent.
In vorige beleidsperioden is geïnvesteerd in de aanpak van bepaalde veiligheidsthema’s en de acties zullen in de nieuwe beleidsperiode zoveel mogelijk gecontinueerd worden.
Voertuigcriminaliteit en fietsendiefstallen
Het aantal aangiften van auto-inbraken stijgt licht. Een hotspot voor auto-inbraken is het bedrijventerrein Centerpoort-Nieuwgraaf. Het aantal aangiften van fietsendiefstallen is de afgelopen jaren meer dan gehalveerd. Een hotspot blijft het stationsgebied.
Uit de gehouden workshops blijkt dat deelnemers dit onderwerp wel belangrijk vinden, omdat het impact heeft op de slachtoffers. Maar daarnaast wordt ook gewezen op de eigen verantwoordelijkheid die bezitters van voertuigen en fietsen hebben bij het voorkomen van diefstal. Bijvoorbeeld door goede beveiliging en door geen waardevolle spullen in de auto te laten liggen. Het wordt niet beschouwd als prioriteit. Echter, in de opiniërende bespreking in de raadscommissie is aangeven om te kijken of er toch aandacht geschonken kan worden aan auto-inbraken in woonwijken. In beperkte mate is hieraan gehoor gegeven in het maatregelenpakket.
Huiselijk geweld en kindermishandeling
De integrale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling staat beschreven in de regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling 2015–2019, regio Arnhem & Achterhoek. De aanpak is gericht op:
In de opiniërende bespreking in de raadscommissie is gevraagd in het integraal veiligheidsbeleid meer aandacht te geven aan huiselijk geweld en kindermishandeling. In het maatregelenpakket ziet u hoe wij hier invulling aan hebben gegeven.
Veilige winkel- en bedrijventerreinen
In de vorige beleidsperiode is ingezet op de uitbreiding van het Keurmerk Veilig Ondernemen en Parkmanagement (collectieve beveiliging) op bedrijventerreinen. De wijkagenten geven als aandachtspunt mee dat het project ‘Afrekenen met winkeldieven’ regelmatig een impuls behoeft. Daarnaast is bedrijventerrein Centerpoort-Nieuwgraaf een hotspot voor auto-inbraken. Hier ligt ook een verantwoordelijkheid voor de bedrijven zelf.
Verkeersveiligheid ligt verankerd in het Duivens Mobiliteitsplan. Dit plan wordt in de eerste helft van 2016 vastgesteld. Het Mobiliteitsplan en de daaruit voortkomende acties zijn leidend.
Een nieuwe beleidsvisie voor externe veiligheid is in ontwikkeling en wordt leidend ten aanzien van dit veiligheidsveld.
Naar aanleiding van het nieuwe Crisisplan en een nieuwe regionale rampenstructuur hebben we de afgelopen jaren gewerkt aan een nieuwe lokale indeling van de rampentaken en van de personele toewijzing aan die taken. Daarbij is uitgegaan van een beperkte gemeentelijke capaciteit gekoppeld aan samenwerking met de buurgemeenten. De nieuwe indeling is medio 2015 afgerond. Daarna is in samenwerking met de gemeenten Westervoort, Zevenaar en Rijnwaarden een vervolgtraject gestart. In het vierde kwartaal hebben alle ingedeelde mensen van de vier gemeenten een basiscursus gehad. In het eerste kwartaal van 2016 volgt een casusoefening voor alle deeltaken. Onze organisatie is dan weer goed voorbereid op een crisis. Vervolgens is het zaak de kennis en kunde van de betrokken medewerkers vast te houden. Dat zal voortdurende aandacht vragen.
De brandweerzorg in de gemeente Duiven ligt bij de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden. De brandweervrijwilligers van de post Duiven zijn daar sinds 1 januari 2014 onderdeel van. Binnen het verband van de veiligheidsregio streven we naar een effectieve en efficiënte hulpverlening en brandbestrijding, met oog voor de lokale vrijwilligers. In het veiligheidsbestuur zien we hierop toe.
Daarnaast zijn structurele samenwerkingsafspraken tussen de gemeente en de veiligheidsregio (brandweer) op het gebied van advisering en toezicht ten aanzien van brandveiligheid vastgelegd in protocollen.
De kosten van het veiligheidsbeleid zijn hoofdzakelijk over drie componenten verdeeld:
1) brandweer, 2) rampenbestrijding en 3) integrale veiligheid
Het grootste deel van het veiligheidsbudget gaat naar de uitvoering van de brandweertaken. De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden ontvangt structureel € 813.000,– voor de uitvoering hiervan. Daarnaast is er ongeveer € 10.000,– per jaar nodig voor het onderhoud aan de brandweerkazerne, die eigendom is gebleven van de gemeente.
Het budget voor rampenbestrijding bestaat uit een jaarlijks opleidingsbudget van € 5.000,–. Dit is nodig om de medewerkers op de hoogte en betrokken te houden. Door samenwerking met Westervoort, Zevenaar en Rijnwaarden zijn opleidingen en trainingen over het algemeen redelijk goedkoop in te kopen. Daarnaast is er € 1.200,– per jaar beschikbaar voor de instandhouding van het noodnet en enkele andere communicatievoorzieningen.
Voor integrale veiligheid is er een budget van bijna € 39.000,– beschikbaar.
Bijna € 29.000,– hiervan gaat naar externe partners waar we mee samenwerken. Op regionaal niveau zijn hierover afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in convenanten of overeenkomsten. Alle gemeenten in de regio doen mee in deze samenwerkingsverbanden. De deelname draagt bij aan de in dit plan geformuleerde prioriteiten. Het gaat om: het antidiscriminatiebureau, het veiligheidshuis, het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC), Arriva voor het toezichtsproject in trein en op stations, de politie voor deelname aan Burgernet en voor deelname aan Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing.
Dan blijft er jaarlijks € 10.000,– over voor de uitvoering van acties in het kader van het veiligheidsbeleid en voor adhoc inspanningen. Van dit budget worden enkele jaarlijks terugkerende zaken betaald als de hygiënecontroles bij Coco Plaza en het BOPZ-online systeem. Het daadwerkelijk vrij besteedbare bedrag per jaar aan veiligheidszaken is ongeveer € 9.000,–. De afgelopen jaren is dat bedrag steeds genoeg gebleken. Grote uitgaven in 2015 uit dit budget waren bijvoorbeeld de matrixborden na de inbraakgolf in november en het opknappen van de Bello-borden op de bedrijventerreinen.
Dat € 9.000,– de afgelopen jaren genoeg is gebleken, is vooral te danken aan het bedrag dat de gemeenteraad in de begroting van 2013 beschikbaar heeft gesteld voor de uitvoering van de themanota Buurtpreventie. In eerste instantie betrof het een bedrag van € 67.000,–. Dat is later afgeraamd met € 20.000,–. Als de kosten voor buurtpreventie uit regulier budget betaald had moeten worden, dan was er sprake geweest van flinke overschrijdingen.
Inmiddels is € 14.366,– van het ‘Themanotabudget’ uitgegeven aan buurtpreventie: voorlichtingsbijeenkomsten, bordjes, hesjes, zaklampen en bijdrages op grond van de stimuleringsregeling. Na een moeizame start is buurtpreventie sinds medio 2014 echt op gang gekomen met eerst de oprichting van BPT Lommerweide en daarna ook BPT’s in Duiven-west en zuidoost. Aan het eind van 2015 zijn er bovendien veel WhatsApp-groepen opgericht die zich bij de gemeente hebben gemeld voor de populaire WhatsApp Buurtpreventiebordjes.
Financiën beleidsplanperiode 2016–2019
Voor de komende beleidsplanperiode van vier jaar hebben wij - naast de bestaande doorlopende activiteiten - behoorlijk wat nieuwe activiteiten gepland. Deze vergen met name ambtelijke capaciteit. Sommige activiteiten vragen beperkte financiële middelen. Wij verwachten dat de reguliere budgetten, in combinatie met het Themanotabudget, voldoende zijn voor een gedegen uitvoering van het beleidsplan. Mocht er tijdens de looptijd toch blijken dat er onvoldoende budget is, dan zullen wij een beroep doen op de bestemmingsreserve ‘Actieplan Veiligheidsbeleid’. In deze bestemmingsreserve is een bedrag ad € 7.900,– gereserveerd voor de uitvoering van het integraal veiligheidsbeleid. Indien deze reserve aangewend dient te worden, zullen wij dit in een tussenrapportage melden.
Sinds 2014 is er de Stimuleringsregeling Buurtpreventie. Met deze regeling wordt beoogd buurtbewoners te stimuleren om (fysieke) preventieve maatregelen te nemen tegen woninginbraak. Deze regeling beoogt ook de sociale samenhang in buurten te bevorderen doordat bewoners samen met straat- of buurtbewoners een aanvraag kunnen indienen en deze samen kunnen uitvoeren. Hier is € 15.000,– voor gereserveerd vanuit het bij de Themanota Buurtpreventie beschikbaar gestelde budget. De stimuleringsregeling Buurtpreventie heeft overlappende doelstellingen met de bekostigingsregeling ‘Kleur uw buurt’. Die regeling beoogt ook de participatie en zelfredzaamheid van inwoners te bevorderen bij activiteiten waardoor ten minste vijf andere Duivenaren worden geraakt. Wij verwachten dat de beschikbare middelen in 2016 toereikend zijn voor Kleur uw buurt en de preventieve (fysieke) maatregelen voor inbraakpreventie. Het resterende Themanotabudget Buurtpreventie willen wij nu primair inzetten voor de oprichting van buurtpreventieteams en activiteiten in het kader van buurtpreventie. Aanvragen voor preventieve (fysieke) maatregelen tegen woninginbraak willen wij bij voorkeur ten laste brengen van Kleur uw buurt. Daarom wordt de Stimuleringsregeling Buurtpreventie per 1 mei 2016 beëindigd. In de praktijk gaat dit overigens om enkele aanvragen met een maximale bijdrage van 500 euro. In 2014 en 2015 zijn bij elkaar 6 aanvragen gehonoreerd in het kader van de Stimuleringsregeling Buurtpreventie.
In dat Themanotabudget zit nog € 31.270,–. In onderstaande tabel staan de verschillende budgetten.
Elke vier jaar dient er een bedrag opgenomen te worden voor de uitvoering van de Veiligheidsmonitor. Hiervoor ramen we een bedrag van € 10.000,–. De eerstvolgende keer dat de Veiligheidsmonitor wordt uitgevoerd zal in 2018 zijn.
Buitengewoon Opsporingsambtenaar
Voor een goede uitvoering van de prioriteiten en aandachtspunten in dit plan is voldoende handhavingscapaciteit nodig. Vanuit dit veiligheidsplan bestaat de behoefte aan een Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) die zich bezighoudt met:
Veilige stationsomgeving. Nu er nog maar beperkt een Serviceteam op het station aanwezig is om toezicht uit te oefenen, zal vaker de inzet van een BOA nodig zijn om toe te zien op het foutparkeren van fietsen, hangjeugd, vandalisme en zwerfvuil. Vooral het bijhouden van weesfietsen en het eventueel laten verwijderen van foutgeparkeerde fietsen kan een tijdrovende zaak zijn.
Jeugdoverlast. Hier heeft een BOA een belangrijke signalerende rol op straat. Om er voor te zorgen dat jeugdgroepen niet uitgroeien tot hinderlijke groepen is het nodig dat de bekende plekken regelmatig worden bezocht en dat de jeugd – indien nodig – op een correcte manier wordt aangesproken op gedrag.
Voor alle hierboven genoemde taakgebieden geldt dat de BOA een belangrijke signalerende rol heeft. Hij zal dus veel fysiek in de openbare ruimte aanwezig moeten zijn. Zijn zichtbare aanwezigheid in straten, buurten, buitengebied en bij evenementen werkt ook zeker preventief. Daarbij is hij dan tegelijk de ogen en oren van de gemeente, maar ook van de politie. Met name bij de buurtergernissen, maar ook bij de andere taakgebieden, wijst de ervaring uit dat de overlast wordt veroorzaakt door de buurtbewoners zelf. Ze durven elkaar daar vaak niet op aan te spreken en bellen dan de politie, die daar meestal niet voor is bedoeld. Wij zien graag dat de werkwijze van de BOA er op gericht is om mensen te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid en om inwoners (weer) met elkaar in gesprek te laten komen. Op die manier worden mensen gestimuleerd om samen hun problemen op te lossen en in het vervolg minder een beroep te doen op gemeente en/of politie. Dit past binnen de filosofie van overheidsparticipatie.
De huidige BOA-capaciteit voor toezicht in de openbare ruimte in Duiven is minimaal. Ook de politie geeft dat aan. De huidige capaciteit is niet toereikend voor de uitvoering van dit plan. Voor een adequate uitvoering van dit plan schatten wij voorlopig in structureel 1,0 fte bovenop de bestaande BOA-capaciteit nodig te hebben.
Bijkomend effect van extra BOA-capaciteit is dat het de politie, met name de wijkagenten, enigszins ontlast. De politie wordt dan minder belast met oneigenlijke taken en komt meer toe aan de bestrijding van inbraken, diefstallen, geweldszaken en dergelijke. En ook dat draagt weer bij aan een goede uitvoering van het integrale veiligheidsbeleid in Duiven.
Naast en los van de wensen uit dit plan loopt er een formatieonderzoek naar de VTH-taken binnen de gemeente Duiven. Dit onderzoek moet inzichtelijk maken hoe we werken, hoeveel tijd ervoor nodig is, hoe vaak een proces voorkomt etc. Daarbij wordt ook een risicomodule gebruikt. De uitkomsten hiervan worden afgezet tegen de huidige formatie om te beoordelen of we op voldoende kracht zitten. Daarbij wordt ook gekeken naar de samenwerking met Westervoort. De uitkomsten van het onderzoek verschijnen naar verwachting in april 2016. De uitkomsten zullen naast de wensen uit dit plan worden gelegd in verband met mogelijke overlap. In het kader van het begrotingsproces zal een uitgewerkt (integraal) voorstel over de BOA-capaciteit worden gedaan aan de gemeenteraad. Voor de beeldvorming; mocht er een voorstel komen voor 1,0 fte dan bedragen de kosten circa € 50.000,– per jaar.
Communicatie is een essentieel onderdeel voor het slagen van het beleid. Communicatie over veiligheid wordt gebruikt om het volgende te bereiken:
Hieruit blijkt dat kernboodschap is:
Waar mogelijk stemmen wij onze communicatie-uitingen af op de communicatie van onze veiligheidspartners, zoals de brandweer en de politie.
Naast de inzet van traditionele communicatiemiddelen gaan wij bekijken hoe Social Media nog meer ingezet kan worden ten behoeve van de uitvoering van het integraal veiligheidsbeleid. Burgernet biedt sinds kort de mogelijkheid om informatie te delen met de deelnemers. Ook daar kan meer gebruik van worden gemaakt.
De inzet van matrixborden met een waarschuwende tekst na de inbraakgolf van november 2015 heeft veel aandacht en publiciteit opgeleverd. Als dergelijke vernieuwende manieren van communiceren zich aandienen, zullen we daar – met in acht neming van de kosten – gebruik van proberen te maken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-57969.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.