Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Katwijk 2014

 

De Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Katwijk 2014 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • A.

    Artikel 1:3 komt te vervallen

    Bestaande tekst

    Nieuwe tekst

    1. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.

    2. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste dertien weken.

    (vervallen).

     

  • B.

    Artikel 1:8 komt te luiden als volgt

    Bestaande tekst

    Nieuwe tekst

    De vergunning of ontheffing kan door het bevoegde gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:

    a. de openbare orde;

    b. de openbare veiligheid;

    c. de volksgezondheid;

    d. de bescherming van het milieu.

    1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    a. de openbare orde;

    b. de openbare veiligheid;

    c. de volksgezondheid;

    c. de bescherming van het milieu.

    2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

     

  • C.

    Artikel 2:25 wordt gewijzigd als volgt:

    Bestaande tekst

    Nieuwe tekst

    1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

    2. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor ééndaagse evenementen, indien:

    a. het evenement een barbecue of straatfeest in de openlucht betreft;

    b. het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 200 personen;

    c. het evenement op maandag tot en met zaterdag tussen 09.00 en 24.00 uur en op zondag van 13.00 tot 23.00 uur plaatsvindt;

    d. maximaal 6 aaneengesloten klokuren muziek ten gehore wordt gebracht op de volgende tijdstippen: maandag tot en met zaterdag tussen 09.00 en 23.00 uur en zondag tussen 13.00 en 22.00 uur;

    e. het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer of de hulpdiensten;

    f. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object en niet meer dan 2 objecten per straat;

    g. er een organisator is;

    h. de organisator de burgemeester er tenminste drie weken voorafgaand aan het evenement van in kennis stelt;

    i. het af te zetten gebied maximaal 40 m2 bedraagt;

    j. de burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

    3. Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994;

    4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

    1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

    2. Het verbod van het eerste lid geldt niet, indien:

    a. het aantal bezoekers dat tegelijkertijd aanwezig is niet meer bedraagt dan 500 en

    b. het evenement niet langer dan 3 dagen duurt en

    c. het evenement op maandag tot en met zaterdag tussen 09.00 en 24.00 uur en op zondag tussen 13.00 en 23.00 uur plaatsvindt en

    d. maximaal 6 aaneengesloten klokuren muziek ten gehore wordt gebracht op de volgende tijdstippen: maandag tot en met zaterdag tussen 09.00 en 23.00 uur en zondag tussen 13.00 en 22.00 uur en

    e. er gedurende het evenement te allen tijde een minimale vrije doorgang van 3.50 meter op de weg voor voertuigen van de hulpverleningsdiensten gewaarborgd is, evenals een doorrijhoogte van 4.20 meter en

    f. het evenement niet plaatsvindt op de door de burgemeester aangewezen locaties en

    g. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 15 m2 per object en

    h. er een organisator is en

    i. de organisator tenminste 4 weken voorafgaand aan het evenement hiervan schriftelijk melding, middels het daartoe vastgestelde meldingsformulier, heeft gedaan aan de burgemeester en

    j. er bij de melding een plattegrond is toegevoegd met daarop alle objecten (bijvoorbeeld springkussen, partytent, barbecue etc.).

    3. Het bepaalde in lid 2 geldt niet voor:

    a. evenementen die plaatsvinden op Koningsdag, gedurende de feestweek in Katwijk aan Zee, op Bevrijdingsdag, gedurende de paardenmarkt in Rijnsburg, gedurende de feestweek in Rijnsburg, gedurende de feestweek in Valkenburg, gedurende het najaarsfeest in Katwijk aan den Rijn en op 31 december en

    b. evenementen die plaatsvinden op 4 mei na 18.00 uur, met uitzondering van herdenkingen in het kader van nationale dodenherdenking.

    4. De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding, als bedoeld in lid 2 onder i, besluiten dat in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu alsnog een vergunning is vereist voor een evenement als bedoeld in het tweede lid.

    5. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding, als bedoeld in lid 2 onder i besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

    6. Naar aanleiding van de gedane melding kunnen voorschriften en beperkingen worden opgelegd aan de organisator van het evenement. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de melding moet worden gedaan.

    7. Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

    8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

     

  • D.

    Artikel 2:27, onder a wordt gewijzigd als volgt:

    Bestaande tekst

    Nieuwe tekst

    a. openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, strandpaviljoen. Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en andere aanhorigheden;

    a. openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, strandpaviljoen. Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en andere aanhorigheden;

     

  • E.

    Artikel 2:39, lid 2 onder b wordt gewijzigd als volgt:

    Bestaande tekst

    Nieuwe tekst

    2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:

    b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;

    2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:

    b. speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen en

     

  • F.

    Artikel 2:77, lid 1 wordt gewijzigd als volgt:

    Bestaande tekst

    Nieuwe tekst

    1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

    1. De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

Toelichting op de vierde Verordening tot wijziging van de ‘Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Katwijk 2014’.

 

De Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Katwijk 2014 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • A.

    Artikel 1:3 komt te vervallen

    Bestaande tekst

    Nieuwe tekst

    1. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.

    2. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste dertien weken.

    (vervallen).

    Toelichting: het artikel strookt niet met het stelsel van de Algemene wet bestuursrecht dat bij gemeentelijke verordening een aanvullende grond wordt geïntroduceerd waarmee een aanvraag buiten behandeling kan worden gelaten.

     

  • B.

    Artikel 1:8 komt te luiden als volgt

    Bestaande tekst

    Nieuwe tekst

    De vergunning of ontheffing kan door het bevoegde gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:

    a. de openbare orde;

    b. de openbare veiligheid;

    c. de volksgezondheid;

    d. de bescherming van het milieu.

    1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    a. de openbare orde;

    b. de openbare veiligheid;

    c. de volksgezondheid;

    c. de bescherming van het milieu.

    2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

    Toelichting: deze in lid 2 toegevoegde weigeringsgrond is noodzakelijk in verband met het vervallen van artikel 1:3.

     

  • C.

    Artikel 2:25 wordt gewijzigd als volgt:

    Bestaande tekst

    Nieuwe tekst

    1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

    2. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor ééndaagse evenementen, indien:

    a. het evenement een barbecue of straatfeest in de openlucht betreft;

    b. het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 200 personen;

    c. het evenement op maandag tot en met zaterdag tussen 09.00 en 24.00 uur en op zondag van 13.00 tot 23.00 uur plaatsvindt;

    d. maximaal 6 aaneengesloten klokuren muziek ten gehore wordt gebracht op de volgende tijdstippen: maandag tot en met zaterdag tussen 09.00 en 23.00 uur en zondag tussen 13.00 en 22.00 uur;

    e. het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer of de hulpdiensten;

    f. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object en niet meer dan 2 objecten per straat;

    g. er een organisator is;

    h. de organisator de burgemeester er tenminste drie weken voorafgaand aan het evenement van in kennis stelt;

    i. het af te zetten gebied maximaal 40 m2 bedraagt;

    j. de burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

    3. Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994;

    4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

    1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

    2. Het verbod van het eerste lid geldt niet, indien:

    a. het aantal bezoekers dat tegelijkertijd aanwezig is niet meer bedraagt dan 500 en

    b. het evenement niet langer dan 3 dagen duurt en

    c. het evenement op maandag tot en met zaterdag tussen 09.00 en 24.00 uur en op zondag tussen 13.00 en 23.00 uur plaatsvindt en

    d. maximaal 6 aaneengesloten klokuren muziek ten gehore wordt gebracht op de volgende tijdstippen: maandag tot en met zaterdag tussen 09.00 en 23.00 uur en zondag tussen 13.00 en 22.00 uur en

    e. er gedurende het evenement te allen tijde een minimale vrije doorgang van 3.50 meter op de weg voor voertuigen van de hulpverleningsdiensten gewaarborgd is, evenals een doorrijhoogte van 4.20 meter en

    f. het evenement niet plaatsvindt op de door de burgemeester aangewezen locaties en

    g. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 15 m2 per object en

    h. er een organisator is en

    i. de organisator tenminste 4 weken voorafgaand aan het evenement hiervan schriftelijk melding, middels het daartoe vastgestelde meldingsformulier, heeft gedaan aan de burgemeester en

    j. er bij de melding een plattegrond is toegevoegd met daarop alle objecten (bijvoorbeeld springkussen, partytent, barbecue etc.).

    3. Het bepaalde in lid 2 geldt niet voor:

    a. evenementen die plaatsvinden op Koningsdag, gedurende de feestweek in Katwijk aan Zee, op Bevrijdingsdag, gedurende de paardenmarkt in Rijnsburg, gedurende de feestweek in Rijnsburg, gedurende de feestweek in Valkenburg, gedurende het najaarsfeest in Katwijk aan den Rijn en op 31 december en

    b. evenementen die plaatsvinden op 4 mei na 18.00 uur, met uitzondering van herdenkingen in het kader van nationale dodenherdenking.

    4. De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding, als bedoeld in lid 2 onder i, besluiten dat in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu alsnog een vergunning is vereist voor een evenement als bedoeld in het tweede lid.

    5. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding, als bedoeld in lid 2 onder i besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

    6. Naar aanleiding van de gedane melding kunnen voorschriften en beperkingen worden opgelegd aan de organisator van het evenement. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de melding moet worden gedaan.

    7. Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

    8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

    Toelichting: gebleken is dat er ruimte bestaat om de bestaande categorie meldingplichtige evenementen uit te breiden. Dit kan met ongeveer de helft van het aantal gevallen. Hiermee komen meerjarenvergunningen te vervallen. De voor dergelijke evenementen geldende voorwaarden worden in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen.

     

  • D.

    Artikel 2:27, onder a wordt gewijzigd als volgt:

    Bestaande tekst

    Nieuwe tekst

    a. openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, strandpaviljoen. Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en andere aanhorigheden;

    a. openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, strandpaviljoen. Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en andere aanhorigheden;

    Toelichting: door de toevoeging van ‘rookwaren’ worden tevens bars waar een waterpijp kan worden gerookt onder het begrip ‘openbare inrichting’ begrepen. Dit is in lijn met de tekst van de Model-APV van de VNG.

     

  • E.

    Artikel 2:39, lid 2 onder b wordt gewijzigd als volgt:

    Bestaande tekst

    Nieuwe tekst

    2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:

    b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;

    2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:

    b. speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen en

    Toelichting: de verwijzing naar ‘de minister van Veiligheid en Justitie of de Kamer van Koophandel’ als bevoegd bestuursorgaan voor het verlenen van vergunningen voor loterijen en exploitatievergunningen voor kansspelautomaten is achterhaald. Deze bevoegdheid komt sinds de instelling van de kansspelautoriteit op 1 april 2012 en de daarmee samenhangende wijziging van de Wet op de kansspelen toe aan de raad van bestuur van de kansspelautoriteit. De bepaling is dienovereenkomstig aangepast.

     

  • F.

    Artikel 2:77, lid 1 wordt gewijzigd als volgt:

    Bestaande tekst

    Nieuwe tekst

    1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

    1. De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

    Toelichting: door een wijziging van de Gemeentewet per 1 juli 2016, in verband met de verruiming van de bevoegdheid van de burgemeester tot de inzet van cameratoezicht, is deze mogelijkheid niet langer beperkt tot het plaatsen van vaste camera’s. Nu behoort ook mobiel cameratoezicht tot de mogelijkheden.

Naar boven