Verordening tot wijziging van de Verordening onroerende-zaakbelastingen 2017 en de Verordening roerende-zaakbelastingen 2017

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN,

(6200873);

 

Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 februari 2017;

 

Gelet op de artikelen 220 tot en met 220h en artikel 221 van de Gemeentewet;

HEEFT BESLOTEN:

 

de Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2017 en de Verordening op de heffing en invordering van roerende-zaakbelastingen 2017 vast te stellen.

Artikel I

 

Artikel 5 van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2017 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘04065%’ vervangen door ‘0,3922%.

  • 2.

    In het eerste lid, onderdeel b, ten tweede, wordt ‘0,5049%’ vervangen door ‘0,4871%’

Artikel II

 

Artikel 7 van de Verordening op de heffing en invordering van roerende-zaakbelastingen 2017 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘04065%’ vervangen door ‘0,3922%’.

  • 2.

    In het eerste lid, onderdeel b, ten tweede, wordt ‘0,5049%’ vervangen door ‘0,4871%’

Artikel III

 

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als ‘eerste wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van de onroerende-zaakbelastingen 2017 en van de Verordening op de heffing en invordering van de roerende-zaakbelastingen 2017’.

     

Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 29 maart 2017.

De griffier,

Toon Dashorst

De voorzitter,

Peter den Oudsten

Naar boven