Gemeenteblad van Duiven
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Duiven | Gemeenteblad 2017, 52647 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Duiven | Gemeenteblad 2017, 52647 | Beleidsregels |
Kadernotitie Positief Jeugdbeleid 2012–2016
Voor u ligt de nieuwe kadernotitie Positief Jeugdbeleid 2012–2016. De tijd is rijp voor een nieuwe visie en een nieuw jeugdbeleid, vier jaar na de vorige notitie Jong in Duiven. In het Collegeprogramma Iedereen doet mee 2010–2014 is opgenomen dat een kritische evaluatie van alle voorzieningen en instellingen op het terrein van jeugd en gezin wordt uitgevoerd, om daarmee een positief jeugd- en jongerenbeleid te ontwikkelen. Jongeren worden uitgenodigd een jongerenraad op te zetten, die gewenst en ongewenst college en raad adviseert en zelf initiatieven ontwikkelt. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor de startfase van het Centrum voor Jeugd en Gezin, zodat dit zich kan ontwikkelen tot een volwaardige voorziening voor jeugdigen van 0 tot 23 jaar en hun opvoeders.
Er komt een omvangrijke stelselwijziging aan op het gebied van de jeugdzorg, welke taken werden uitgevoerd door provincies en rijk. Er vindt een transitie plaats op bestuurlijk, financieel en inhoudelijk niveau waarbij de gemeenten de regie krijgen over alle jeugdhulp1. Naast de preventieve taken die de gemeenten in het huidige stelsel uitvoeren betekent dit een forse uitbreiding, die kansen biedt om het gehele terrein van het jeugdbeleid te transformeren. Om ons hier goed op voor te bereiden is het van belang om een optimale basis te leggen voor een sterke opvoedingsinfrastructuur. Deze kadernotitie ligt aan de basis van deze ontwikkeling.
In de afgelopen jaren is veel bereikt. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is opgebouwd en de peuterspeelzalen, kinderopvang, en het onderwijs hebben een zorgstructuur ontwikkeld die aan het CJG is verbonden. De Verwijsindex is geïmplementeerd en het bestaande aanbod van speelvoorzieningen is op niveau gebracht. Het aantal meldingen van overlast is gedaald en het aantal schoolverlaters loopt licht terug. Deze resultaten hebben we alleen maar kunnen bereiken dankzij een grote betrokkenheid van de verschillende doelgroepen en professionals.
De accenten in de vorige beleidsperiode lagen bij het vergroten van de inzet van de welzijnsvoorzieningen om langs deze weg jongeren beter te kunnen ondersteunen. Daarbij is niet steeds het best passende aanbod tot stand gekomen. Het Centrum voor Jeugd en Gezin is als groeimodel ontwikkeld. Er is nog veel aandacht nodig voor de verbinding van de doelgroep ouders aan het CJG. We zijn op de goede weg, maar willen blijven investeren in onze jongeren, omdat zij de toekomst van dit dorp zijn. Vandaar dit nieuwe beleidskader jeugd, waarin we voortborduren op de sterke punten van ons huidige beleid en inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Daarbij kiezen we voor een positieve aanpak.
De komende vier jaar willen we maximaal inzetten op onze jeugd en hen waar nodig een steuntje in de rug bieden bij hun ontwikkeling. De ouders, die primair verantwoordelijk zijn, en medeopvoeders willen wij positief prikkelen en stimuleren tot groei en ontplooiing. Dit doen we binnen de drie domeinen Opvoeden en Opgroeien, Educatie en Vrije tijd. Ondersteunen kan al starten in de voorschoolse periode met extra aandacht voor het kind. Ook op school is het belangrijk om waar nodig ondersteuning op maat te bieden. In hun vrije tijd hebben jongeren behoefte aan een veilige omgeving met voldoende en geschikte ontmoetingsplekken of activiteiten. Onze gemeente vervult hierin een regisserende rol. Deze rol blijven wij samen met onze jeugd en met de partners invullen, waarbij de participatie bij beleid en uitvoering wezenlijk is en aansluit bij het interactief vormgegeven proces bij de totstandkoming van deze kadernotitie.
Vanuit een positieve insteek willen we het opvoedklimaat voor kinderen en jongeren versterken en voorkomen dat ze onnodig in een zorgcircuit terecht komen. Wanneer het zorgcircuit toch noodzakelijk is, wordt ons aanbod de komende jaren zodanig ingericht, dat op eigentijdse wijze de benodigde ondersteuning wordt geboden. We spelen in op de transformatie van de jeugdzorg, en bouwen onze infrastructuur evenwichtig op dichtbij de jongere in het gezin, op school en op straat. Dit doen we zodanig dat iedere jongere in staat zal zijn, zijn of haar talenten maximaal te ontwikkelen waardoor zij betere kansen krijgen om zelfstandig te kunnen functioneren.
In het landelijk jeugdbeleid waaronder met name de jeugdzorg valt lag de nadruk de afgelopen jaren vooral op het aanpakken van de problemen. Er was te weinig aandacht voor het stimuleren en ondersteunen van de normale ontwikkeling van alle jeugd.
Met het overgrote deel (85%) van de jeugd in Nederland gaat het goed. Onze jeugd is tevreden met de situatie thuis en gaat met plezier naar school. Jongeren zijn positief over hun gezondheid. Voor 10% van de jeugdigen geldt dat opvoed- en opgroeiproblemen kunnen ontstaan. Deze groep heeft ondersteuning nodig van de sociale omgeving en/of professionele medeopvoeders. 3 tot 5% van de jeugdigen kampt met structurele ernstige problemen.
Het is belangrijk om de talenten van de jeugd te ontdekken en te helpen ontplooien. Dat is niet alleen belangrijk voor de kinderen en jongeren zelf, maar ook voor onze samenleving. Om ervoor te zorgen dat kinderen en jongeren zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen, is de pedagogische kwaliteit van de omgeving essentieel. Daarin spelen niet alleen ouders een belangrijke rol, maar ook medeopvoeders zoals school, kinderopvang, buitenschoolse opvang, jongerenwerk, vrijwillig jeugdwerk en sport- en cultuurverenigingen.
Investeren in een goede opvoeding, optimale schoolloopbaan en brede ontwikkeling van kinderen en jongeren is het fundament voor welzijn, zelfstandigheid en actief burgerschap. Dit is de belangrijkste reden om het beleid inzake jeugdzorg op een andere manier te benaderen. De belangrijkste uitgangspunten zijn:
De gemeente krijgt de regie over het totale jeugdbeleid. Zowel preventief als curatief/zorg wordt de gemeente stapsgewijs uiterlijk 2016 verantwoordelijk voor de integrale beleidsontwikkeling. Het is nog niet helemaal duidelijk wanneer het besluit definitief door het rijk genomen wordt. Wel is reeds gestart met een visietraject in de regio om gedegen voorbereid te zijn op deze stelselwijziging. Het is daarom nu al gewenst meer te gaan investeren in het preventieve jeugdbeleid in het gezin, op school en in de wijk om de kosten van de jeugdzorg op te kunnen vangen maar liever nog te verlagen. Aan het versterken van de preventieve basisfuncties van het Centrum voor Jeugd en Gezin wordt daarom nu al met prioriteit gewerkt. Met een integraal op preventie gericht jeugdbeleid willen we in staat zijn om de 10% die soms kortdurende extra ondersteuning nodig heeft, beter te bedienen en met deze aanpak beter grip te krijgen op deze groep.
Bij de beschrijving van de huidige situatie wordt in deze kadernotitie zoveel mogelijk uitgegaan van de ‘normale’ situatie waarin 85% van de jongeren zich bevindt. Daarnaast wordt er aangehaakt bij de leeftijdsontwikkelingfasen van de jeugd, te beginnen in het gezin.
In de verschillende leeftijdsfasen zijn er naast normale ontwikkelingsopgaven ook ‘normale’ problemen. Door de globale leeftijdsfasen te clusteren is te zien dat het belangrijkste milieu waarin het leven van een kind zich afspeelt verschuift.
In de eerste leeftijdsfase, van –9 maanden tot 4 jaar, is het gezin, de opvang en de (voor)school de eerst aangewezen plek waarbinnen de opvoeding plaatsvindt. In de volgende leeftijdsfase van 4 tot 12 jaar komen school en de verenigingen in beeld. In de leeftijd 12 tot 18 jaar spelen ook de ‘peergroup’ (invloed van leeftijdsgenoten), internetgemeenschappen, werkkring en diverse sociaal culturele velden een rol. Dit geldt ook voor de fase 18 tot 23 jaar, waarbij wonen nog kan worden toegevoegd. Het gezin, dat zo primair belangrijk is in de allereerste fase, waarin een kind nog erg afhankelijk is van de ouders, krijgt naarmate een kind wat ouder wordt met meer milieus te maken. Een kind treedt steeds meer naar ‘buiten’, de wereld in. Eerst de straat op, dan de wijk en de buurt in, het dorp verkennen en vervolgens de verdere omgeving in richting andere dorpen en de stad.
De notitie is interactief tot stand gekomen. Er is een onderzoek uitgevoerd onder de Duivense jongeren2 in de vorm van een nulmeting. Vervolgens is met tieners van 10–16 jaar, 17–23 jaar en met ouders/verzorgers in de vorm van praktijktafels gesproken waarbij getoetst werd of de resultaten van de jongerenpeiling werden gedeeld. Deze input is voorgelegd aan de professionals en aan de vrijwilligers in de verenigingen. Binnen elk domein wordt in de paragraaf ‘Hoe staan we ervoor’ uit deze input geciteerd, tenzij anders wordt aangegeven.
Andere belangrijke beleidsterreinen die zijn geraadpleegd en meegenomen: WMO, speelvoorzieningen, voor- en vroegschoolse educatie VVE, sport en cultuur, integrale veiligheid. Er is een evaluatie van de vorige beleidsperiode uitgevoerd (Bijlage 1).
Deze kadernotitie vormt de basis voor de programmabegroting 2013–2016, waarin jaarlijks de gewenste resultaten worden opgenomen en waarin de raad zich uitspreekt over de financiën. De programmabegroting 2013–2016 wordt vervolgens jaarlijks uitgewerkt in de productbegroting. Deze vormt de basis voor opdrachten aan uitvoerende instellingen in onze gemeente en regio.
De kadernotitie Positief Jeugdbeleid is als volgt opgebouwd. Eerst gaan we in op onze visie op jeugdbeleid en benoemen de uitgangspunten. Vervolgens worden wettelijke taken en trends en ontwikkelingen beschreven. Naast relevante informatie over de jeugd in de gemeente Duiven zijn in de 3 domeinen de uitkomsten van de interactieve input vertaald naar beleidsdoelen waaraan de komende jaren invulling wordt gegeven. De notitie sluit af met een samenvatting van de gestelde beleidsdoelen voor 2012–2016.
De volgende beleidsdoelen in de kadernotitie Positief Jeugdbeleid 2012–2016 gemeente Duiven zijn leidend voor de uitwerking van het gemeentelijk jeugdbeleid in de programmabegroting, productbegroting en bij het maken van (subsidie)afspraken met professionele en vrijwilligersorganisaties.
Hoofddoel gemeentelijk jeugdbeleid:
Het programma Onderwijs en Jeugd voorziet in meerdere activiteiten die moeten leiden tot optimale condities voor een ononderbroken ontwikkeling van alle jeugdigen gedurende de leeftijd van 0–23 jaar.
De jeugd in Duiven en hun ouders krijgen alle kansen voor opvoeden en opgroeien in de normale eigen veilige omgeving.
Jongeren krijgen alle kansen en mogelijkheden voor een goede toekomst met werk en opleiding en weten deze optimaal te benutten.
Jong en oud leeft veilig samen in buurt en wijk.
1. Visie, missie en uitgangspunten
In Duiven gaat het met veel kinderen goed. In Nederland hebben we gelukkige kinderen3 en tevreden ouders. In cijfers uitgedrukt gaat het met 85% van de kinderen in dit land goed. Alle jongeren in Duiven moeten gezond en veilig kunnen opgroeien. Hiervoor hebben zij binnen hun mogelijkheden optimale ontwikkelingskansen nodig. Veilig zijn jongeren wanneer zij bescherming krijgen door hun omgeving. Jongeren moeten zodanig kunnen opgroeien dat zij volwaardig deelnemen aan de samenleving en zich daarbij als volwaardige burgers gaan gedragen.
‘It takes a village to raise a child’.
De gemeente Duiven wil hieraan bijdragen door het voeren van positief jeugdbeleid. Dit beleid is gericht op de ondersteuning van de gewone, positieve ontwikkeling van kinderen en jongeren. Op het gebied van de opvoeding zijn ouders primair verantwoordelijk voor hun kinderen. We willen de eigen kracht van ouders en hun kinderen daar waar nodig zo goed mogelijk versterken. Daarbij wordt ook de sociale omgeving van de jeugd betrokken. Naast de opvoeders en jongeren zelf is immers ook de sociale omgeving verantwoordelijk voor het opgroeien. Wij gaan uit van de pedagogische omgeving van het kind, die wij zoveel mogelijk willen versterken en waar nodig ondersteunen, om deze verantwoordelijkheid waar te maken. Binnen het positief jeugdbeleid kunnen opvoeders, jongeren en hun sociale omgeving een steuntje in de rug krijgen bij de normale ontwikkeling, groei en opvoeding van een kind.
Ouders hebben de regie over hun eigen leven en willen deze zoveel mogelijk behouden. Wij richten ons beleid op het zoveel mogelijk beperken van risico’s binnen de groep van 15% met wie het soms minder gaat. Bij een ‘niet normale’ ontwikkeling, groei en opvoeding van een kind willen we de ouders en hun kind behalve ondersteunen ook versterken door middel van de inzet van professionals. In laatste instantie en bij hoge uitzondering zal de opvoeding overgenomen moeten worden.
Onze jeugd wordt opgevoed in een veilige, gezonde en pedagogisch verantwoorde leefomgeving. Jeugdigen moeten zoveel mogelijk onbezorgd kunnen opgroeien, zich prettig voelen en zich naar vermogen kunnen ontwikkelen tot zelfstandige en mondige burgers. In de breedste zin van het woord op te vatten: fysieke gezondheid, psychisch welbevinden, het ontwikkelen en benutten van cognitieve capaciteiten, het kunnen aangaan van sociale relaties en een plek in de samenleving.
Het stimuleren en ondersteunen van eigen kracht en verantwoordelijkheid van ouders, jeugd en gezinnen staat hierbij voorop. We blijven investeren in basisvoorzieningen en preventie gericht op alle jeugd en ouders. We richten ons op normaliseren waarbij het onnodig problematiseren en etiketteren dient te worden tegengegaan. Risico’s en problemen moeten zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd en aangepakt en ouders en jeugd moeten zo nodig worden ondersteund bij de opvoeding en bij het opgroeien.
Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind.
De gemeente Duiven gaat binnen het positief jeugdbeleid uit van de vraag en behoefte van ouders en van de jeugd. Ondersteuning is dan ook vraaggericht en gericht op het versterken van de eigen kracht. De maatschappij waarin kinderen en jongeren hun weg moeten vinden is de laatste decennia complexer geworden. We leven in een tijd van snelle technologische ontwikkelingen en globalisering. Tegelijkertijd is er sprake van een sterke individualisering: de persoonlijke ontwikkeling van mensen is minder afhankelijk van tradities. Kinderen lopen steeds minder op ‘gebaande paden’. Jongeren gaan langer naar school en stellen het zoeken naar een baan en het vormen van een gezin uit. Daarmee lijkt de periode van ‘jong zijn’ langer en daarmee ook de periode dat ouders een zekere verantwoordelijkheid voelen. Tegelijkertijd voelen jongeren zich sneller zelfstandig en nemen en krijgen zij meer vrijheden dan vroeger. Jongeren experimenteren bijvoorbeeld op jongere leeftijd met seks en alcohol. De invloed van de ‘social media’ is niet meer weg te denken. Voor sommige jongeren kan hun kwetsbaarheid hierdoor eerder worden vergroot dan verminderd. Door deze ontwikkelingen is ook de opvoeding complexer geworden.
De rol van de gemeente is gericht op normaliseren en ontzorgen 4.
Onnodig problematiseren en etiketteren dient te worden tegengaan. Kwetsbare gezinnen hebben naast een veilige en stimulerende omgeving ook een vorm van zorg nodig die de eigen kracht weet te versterken en de sociale omgeving kan activeren en benutten. Wij sluiten aan bij de verantwoordelijksverdeling van de WMO. De focus van het beleid ligt behalve op behoud op het vergroten van de (grote) groep jeugd en jongeren die relatief zonder al te veel problemen opgroeien. We streven naar een evenwichtige beweging waarbij de accenten van beleid anderzijds voor een deel ook zullen komen te liggen op het verkleinen van die andere 15%. Wij richten ons daarom op het versterken van algemene voorzieningen en hiermee op het voorkomen van zwaardere zorg. Het kind staat centraal bij de inzet van zorg en voorzieningen.
Bij positief jeugdbeleid is de normale ontwikkeling van de jeugd en de ‘problemen’ die horen bij opgroeien het uitgangspunt. De nadruk ligt op het feit dat ieder kind talenten heeft. Het is belangrijk om die te helpen ontplooien, primair voor het kind, maar ook voor de samenleving. Hoe die samenleving eruit ziet – nu en in de toekomst – heeft alles te maken met de manier waarop geïnvesteerd wordt in de ontwikkeling van de jeugd. Om ervoor te zorgen dat kinderen en jongeren zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen, moeten de pedagogische kwaliteit van hun omgeving optimaal worden toegerust. Daarbij spelen niet alleen ouders een belangrijke rol, maar ook allerlei medeopvoeders, in het bijzonder professionals en vrijwilligers in algemene jeugdvoorzieningen.
Hiervoor is positief jeugdbeleid nodig, dat als doel heeft de competenties en vaardigheden van kinderen en opvoeders te vergroten en dat het gevoel van eigen verantwoordelijkheid ontwikkelt. Hiermee betrekken we kinderen en jongeren bij de samenleving, en bieden de jeugd de kans op te groeien tot actief betrokken burgers. We willen uitval en overbelasting voorkomen en richten ons hiermee op versterking van het zelforganiserend vermogen. Zodat we op tijd en op maat kunnen voorzien in ondersteuning van het primaire opvoedmilieu en de secundaire opvoedmilieus. Op deze wijze borgen wij veiligheid van het kind en de jongere.
Dit positief jeugdbeleid berust op twee pijlers:
Het verbeteren van de pedagogische kwaliteit van de leefomgeving van kinderen en jongeren, door het voeren van een jeugdbeleid waarin de gewone positieve ontwikkeling en opvoeding van jeugdigen centraal staat. Waar ruim baan geboden wordt voor mogelijkheden en kansen, talentontwikkeling, gezonde positieve opvoeding, succesvolle schoolloopbaan en actief participeren. Met 85% gaat het goed en we zetten in op vergroting van dit percentage.
Een samenhangende zorgstructuur in het stelsel realiseren, erop gericht de opvoeding niet over te nemen, maar zoveel mogelijk te versterken 5.
De realisatie van een goede opvoedondersteuning, waardoor de pedagogische basiscompetenties van de (mede)opvoeders – thuis, kinderopvang, school- en de pedagogische kwaliteit van de sociale netwerken van het kind versterkt worden. Bij de opbouw van een samenhangende zorgstructuur is het zaak deze zorgstructuur is erop te richten de opvoeding en opvoedingsondersteuning niet over te nemen, maar deze zoveel mogelijk te versterken. De groep die gebruik maakt van zorg waarbij de opvoeding en zorg tijdelijk of langdurig wordt ‘overgenomen’ moet zo klein mogelijk blijven. Hiertoe wordt hulp zoveel mogelijk in de directe leefomgeving, communitybased, vindplaatsgericht ingezet (consultatiebureau, kinderdagverblijf, school etc).
Een samenhangend aanbod betekent: De samenhang en samenwerking versterken tussen het jeugd- en onderwijsveld en met de arbeidsmarkt op lokaal en regionaal niveau. Hieruit vloeit een mate van subsidiariteit voort: de verantwoordelijkheden en budgetten dienen zo lokaal mogelijk te worden belegd. Voor 15% is soms extra inzet nodig, en voor 5% bestaat zorg. We zetten in op vermindering van dit percentage. Het benodigde aanbod is dichtbij en in de buurt. Bijvoorbeeld op school, in de kinderopvang in de buitenschoolse opvang, in het jongerenwerk en bij sport- en cultuurverenigingen. Pas in laatste instantie gaat het over aanvullende voorzieningen of specifieke eerste en tweedelijns voorzieningen en de professionals die daar werken.
2. Wettelijke taken, trends en ontwikkelingen
De gemeente voert een aantal wettelijke taken uit die hieronder worden beschreven. Onder meer door de transformatie van de jeugdzorg wordt het aantal taken van de gemeente fors uitgebreid. Deze transformatie is niet de enige stelselwijziging die eraan komt. De voorgenomen overheveling van de ondersteuning vanuit de AWBZ naar de WMO en de Wet Werken naar Vermogen hebben ertoe geleid dat er in de Liemers op het gebied van de visie-ontwikkeling wordt samengewerkt vanuit een gemeenschappelijk vertrekpunt gericht op de samenhang tussen deze decentralisaties. In de ontwikkelingen rond deze transformaties wordt vanuit de locale situatie in eerste instantie samengewerkt met de gemeenten in Liemers verband, en vervolgens met de 11 gemeenten in de regio Arnhem. Het uitgangspunt is lokaal wat lokaal kan. We kiezen voor een integrale aanpak met als scope de regio De Liemers en vervolgens de regio Arnhem.
Wettelijke taken binnen de WMO worden in samenhang met de overige wettelijke taken zoals de jeugdgezondheidszorg en het Centrum voor Jeugd en Gezin uitgevoerd. De kanteling binnen de WMO is bepalend voor de richting van de visievorming op de transitie van de jeugdzorg, die uiterlijk 2016 haar beslag zal krijgen. Welzijn Nieuwe Stijl bepaalt in sterke mate hoe het opdrachtgeverschap en het opdrachtnemerschap van de betrokken partijen zal worden vormgegeven in de komende periode.
De gemeente is verplicht binnen de Wet publieke gezondheid om in een aanbod te voorzien op het gebied van de jeugdgezondheidszorg en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Het consultatiebureau en de schoolarts hebben een bereik van 96%. Deze groep maakt voor screening en vaccinatie gebruik van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) en kan incidenteel informatie en advies nodig hebben of kortdurende opvoedingsondersteuning. Het CJG is een netwerk dat op snelle en passende wijze informatie en advies biedt en gecoördineerde zorg op maat levert onder het motto één gezin, één plan. Er is een dekkende zorgstructuur aanwezig in de zorgadviesteams (ZAT’s) binnen het onderwijs die is verbonden aan het CJG, en die is gericht op signalering en toeleiding. Er is een zorgadviesteam (ZAT) 0–4 jaar, daarnaast is een lokaal zorgadviesteam 4–12 jaar verbonden aan het basisonderwijs. De rol die het CJG hierin heeft is casemanagement en coördinatie. Ook in het voortgezet onderwijs bestaat er een zorgadviesteam 12–18 jaar alsmede een ZAT 18–23 jaar in het MBO Middelbaar Beroeps Onderwijs.
WMO Wet Maatschappelijke Ondersteuning
Primaire verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van kinderen ligt bij de opvoeders, en naar mate het kind ouder wordt, bij het kind zelf. Medeverantwoordelijkheid ligt bij de sociale omgeving, netwerken en voorzieningen, de medeopvoeders. Voor wat betreft de opvoeding sluiten we aan bij de de verantwoordelijkheidsverdeling die de grondslag vormt van de WMO. In de kanteling die de WMO beoogt gaan we uit van de volgende stappen:Het benutten van eigen kracht, vervolgens het benutten van de sociale omgeving, daarna gebruik van algemene voorzieningen, en pas in laatste instantie het gebruik van individuele voorzieningen.
Zorg moet dichtbij en gemakkelijk toegankelijk zijn. Er moet meer worden ingezet op het versterken van de opvoeding en we moeten af van het overnemen van zorg. De focus is gericht op het werken aan het herstel van het gewone leven, het versterken van de eigen kracht en de autonomie van jeugdigen en hun ouders.
De jeugdzorg moet anders en beter. We zien problemen te laat, handelen niet snel genoeg, het speelveld is te vol en als gevolg daarvan hebben we veel afstemmings- en aansluitingsproblemen. De decentralisatie van de jeugdzorg stelt gemeenten voor de opgave om lokaal, in regionale afstemming, nieuwe structuren, werkwijzen en sturingsinstrumenten te organiseren die leiden tot goede ondersteuning van de jongeren en gezinnen die dit nodig hebben.
Ook zullen gemeenten zich moeten bezinnen op de functie en rol van het Centrum voor Jeugd en Gezin, lokaal en regional, in de nieuwe structuur. De opgave is echter ook en vooral gericht op minder inzet van gespecialiseerde opvangvoorzieningen voor kinderen en jongeren, en meer inzet van voorzieningen om de opvoeding in de eigen sociale context te versterken. Deze inperking van het groeiende beroep op gespecialiseerde zorg moet worden bereikt door te gaan werken vanuit een andere benadering, er dient een kanteling plaats te vinden.
Behalve de reeds genoemde is een vierde stelselwijzigingen van belang in dit verband, namelijk Passend Onderwijs, die in het schooljaar 2014–2015 zijn beslag zal krijgen . Dit houdt onder meer in: Scholen krijgen een zorgplicht. Dat betekent dat als ouders hun kind – met extra ondersteuningsbehoeften – bij een school aanmelden, de school een passend onderwijsaanbod moet doen. Dit kan bij de eigen school of bij een andere school zijn. In de samenwerkingsverbanden moet een sluitend onderwijszorgaanbod worden ontwikkeld.
Voor de integratie van de verschillende beleidsterreinen en de samenhang ertussen beschrijven we achtereenvolgens Welzijn Nieuwe Stijl en het gemeentelijk beleid op het gebied van volksgezondheid en Jeugdgezondheid, voor- en vroegschoolse educatie, speelvoorzieningen en integrale veiligheid.
Wij hechten veel belang aan de vrijwillige verbanden van organisaties en burgers. De pedagogische civil society heeft betrekking op de betekenis die vrijwillige verbanden en onderlinge betrokkenheid kunnen hebben voor opgroeien en opvoeden. Welzijn nieuwe stijl kent 8 bakens, die samengevat zich richten op vraaganalyse, de organisatie van het aanbod, de richting van de werkwijze en de randvoorwaarden. De gemeente zal sturen op ‘wat’ moet worden bereikt. De aanbieders houden zich bezig met ‘hoe’ dit het best gerealiseerd kan worden.
Welzijn is van alle burgers. We werken in Duiven met Welzijn Nieuwe Stijl om de volgende effecten te bereiken: een lokale invulling te geven aan het landelijke programma Welzijn Nieuwe Stijl, algemene richtlijnen vast te stellen voor het welzijnswerk in Duiven en Westervoort en het verbeteren van de kwaliteit en professionaliteit van het welzijnswerk.
Welzijn Nieuwe Stijl heeft de volgende kernfuncties:
De Regionale nota Volksgezondheid 2012–2014 ‘Gezond verbinden’ regio Arnhem heeft als speerpunt de beleidsperiode 2008–2011 door te ontwikkelen met als centrale uitgangspunten in de nieuwe beleidsperiode:
Voor- en vroegschoolse educatie
De kaders voor het onderwijsbeleid zijn vooral gelegen in de landelijke onderwijswetgeving. Daarnaast heeft de gemeente eigen beleid dat gericht is op het scheppen van randvoorwaarden die het mogelijk maken dat de jeugd volwaardig kan deelnemen aan de maatschappij. De gemeente Duiven wil zich inzetten op doorlopende leer- en ontwikkelingslijnen, waarmee een aanzet is gegeven in de nota ‘Een gelukkige jeugd is een schat voor het leven’, peuterspeelzaalwerk, Kinderopvang en VVE in Duiven 2011–2015.
De speerpunten van beleid voor kinderen van 2 tot 6 jaar zijn
Deze ontwikkelingen zullen samen met die op het gebied van de brede school richting Integraal Kindcentrum elkaar verder versterken.
In Samenspel, de Nota Speelruimtebeleid 2009–2012 zijn als doelstellingen benoemd:
De nota zal in 2013 worden vernieuwd.
Het Integraal Veiligheidsbeleid 2012–2015 van de gemeente Duiven kent vijf veiligheidsvelden. Eén daarvan is het veiligheidsveld Jeugd en veiligheid. Binnen dit veiligheidsveld vallen de gebruikelijke veiligheidsthema’s in relatie tot jeugd. Er worden vier thema’s onderscheiden: Overlastgevende jeugd, Criminele jeugd/risicojongeren, Alcohol en drugs en Veilig in en om de school. Het Integraal veiligheidsbeleid richt zich binnen dit veiligheidsveld specifiek op de problematiek rond jongeren daar waar afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid(sgevoelens).
Onderwerpen waarop wordt ingezet in het Integraal Veiligheidsbeleid 2012–2015 zijn o.a.: voorzieningen voor de jeugd, contact met de jeugd, terugdringen van jeugdoverlast, aanpak alcohol en drugs en gedragsverandering.
3 Domein 1 Opgroeien en opvoeden
Het inwoneraantal van de gemeente Duiven is volgens de prognoses stabiel en blijft tot 2020 rond de 25.000 inwoners. Wel neemt het aantal jeugdigen enigszins af, hetgeen betekent dat er sprake is van ontgroening. Het daarmee afnemende aantal leerlingen heeft lege klaslokalen –en scholen tot gevolg. De verhouding jeugd/ouderen verandert hetgeen gevolgen kan hebben voor de tolerantie naar elkaar toe. We hebben in Duiven 6.2026 jongeren van 0–18 jaar, en in totaal zo’n 7.787 jongeren tot 23 jaar. Uit de Landelijke Jeugdmonitor 20117 blijkt het volgende:
Jongeren zijn over het algemeen positief over hun gezondheid. Uit de Jongerenpeiling blijkt dat met name jongeren tussen 12 en 15 jaar gemiddeld meer piekeren over hun prestaties op school en uiterlijk. Meisjes piekeren gemiddeld meer en over meer dingen. 16% van de jongeren geeft aan wel eens te worden gepest. Uit de Emovo8 blijkt eveneens een hoog percentage jongeren dat wel eens wordt gepest. Tieners vragen naar verbeteren van de weerbaarheid van meisjes ten opzichte van jongens of oudere jongeren. Jongeren hebben behoefte aan meer informatie en ondersteuning op het gebied van gezondheid en seksualiteit. Jongeren halen informatie het meest van internet en via vrienden.
Ouders geven aan behoefte te hebben aan een plek waar zij terecht kunnen met lichte opvoedingsvragen en een aanbod dat aansluit op hun vragen (Praktijktafels). Uit de Kindermonitor9 blijkt dat 95% van de ondervraagde ouders de gezondheid van hun kind als (heel) goed beoordelen. Toch heeft één op de vijf een indicatie op psychosociale problemen en ruim een derde van de kinderen is volgens de ouders gepest in de afgelopen 3 maanden. 29% van de ouders van kinderen in de leeftijd van 0–4 jaar maakt zich soms zorgen over de opvoeding. Hoe ouder het kind hoe meer behoefte er is aan deskundige hulp of advies op dit gebied.
In 2011 waren er 95 kinderen (0–17 jaar) client bij Bureau Jeugdzorg10, en er zijn 18 onderzoeken door het Algemeen Meldpunt Kindermishandeling (AMK) uitgevoerd. 92 kinderen hebben diverse vormen van jeugdzorg ontvangen.
Ouders willen meer contact en samenwerking met de scholen rond de ontwikkeling van hun kind en het delen van informatie bij zorgen.
Professionals wijzen op het normaliseren van gedrag van jongeren als passend bij levensfase, met de benodigde aandacht voor echte problemen. Een proactieve en op preventie gerichte inzet op voorkomen van problemen is een goede aanzet.
Verenigingen staan open voor alle jeugd en voor kwetsbare kinderen wanneer dit kind zich aanmeldt. Vrijwilligers hebben behoefte aan ondersteuning door en expertise van het CJG over positief jeugdbeleid. Verenigingen zijn op zoek naar samenwerking met het onderwijs en onderlinge uitwisseling. Jongeren betrekken bij het aanbod en hen hierbij faciliteren werkt.
In de evaluatie van het jeugdbeleid 2006–2009 is de laagdrempeligheid van het CJG en de aansluiting van de vraag van ouders als punt van grote aandacht benoemd. Dit geldt ook voor het gebruik van het aanbod van het CJG.
Om te bereiken dat de jeugd in Duiven en hun ouders alle kansen krijgen voor het opvoeden en het opgroeien in de normale eigen veilige omgeving zetten wij in op vier beleidsdoelen:
3.3 Wat gaan we daar voor doen
Het Centrum voor Jeugd en Gezin is de spin in het pedagogische web. We zetten in op een CJG met een verbindende, faciliterende en coördinerende taak. Hiermee geven we vorm aan de twee pijlers van het positieve jeugdbeleid. We versterken de pedagogische omgeving van het kind en het normale leven waar dat nodig is. Het aanbod van het CJG is laagdrempelig en het CJG heeft een positief imago, omdat het CJG zichtbaar is en aanwezig in de wijk, de school en de vereniging. We stimuleren de sociale cohesie binnen dit netwerk. We zetten in op intensieve betrokkenheid van scholen bij opvoedingsvraagstukken in brede zin.
Het CJG zoekt de aansluiting met de ouders in hun eigen buurt en wijk, op de scholen en in de verenigingen en biedt vraaggerichte ondersteuning aan ouders. Het CJG verbindt de partners en voorziet in een hulpaanbod aan ouders en de partners als medeopvoeders, een hulpaanbod dat dichtbij is, en dat is gericht op de eigen kracht. Er is vanuit het CJG professionele pedagogische ondersteuning beschikbaar door middel van de inzet van generalisten.
Het CJG biedt advies en informatie op maat aan ouders en aan jongeren waarbij ingezet wordt op meer en intensieve samenwerking met het Jongeren Informatie Punt. Advies en informatie wordt op outreachende wijze aangeboden en het aanbod komt vraaggericht tot stand. Ouders ontmoeten elkaar in een informele setting. Ouders en jongeren worden op actieve wijze betrokken bij de totstandkoming van het aanbod.
Het CJG coördineert het brede netwerk en is op de hoogte van de vraag en kan slagvaardig inspelen op de behoefte van de diverse partners in het netwerk. De aansluiting met het onderwijs wordt versterkt doordat de coördinatie van het Zorg Advies Team geschiedt vanuit het CJG en wordt gedragen door de scholen. Het CJG is casusregisseur in het ZAT Primair Onderwijs. Het aanbod is gericht op preventie en gaat uit van één gezin, één plan.
4. Domein 2 Educatie en participatie
De meeste jongeren gaan met plezier naar school, 70% volgt onderwijs in Duiven en 65% zegt zelf nooit te spijbelen. De meerderheid voelt zich veilig op school. De meeste jongeren willen in de toekomst verder leren en studeren, het percentage dat niet weet wat ze gaan doen na hun opleiding stijgt onder de 20 tot 23 jarigen.
Er zijn in 2011 in Duiven 2416 leerlingen in het voortgezet onderwijs. Er zijn 24 voortijdig schoolverlaters13. Het aantal voortijdig schoolverlaters in het MBO uit Duiven bedraagt 53.
In het voortgezet onderwijs is 11,6% van de Duivense leerlingen overbelast; in het middelbaar beroepsonderwijs is 17,9% overbelast. In Duiven (vestiging Candea College) zijn 83 leerlingen overbelast, dit is 3%. Uit een ruwe schatting blijkt dat tussen de 20 en 25 % van de overbelasten kans loopt op voortijdig schoolverlater te worden. Overbelaste jongeren beschikken in principe niet over de capaciteiten om hun schoolloopbaan met minimaal een startkwalificatie af te sluiten, maar lopen door een opeenstapeling van problemen, een groot risico op (maatschappelijke) uitval14. Overigens zijn 96 van de 22,5% jongeren zonder startkwalificatie (zie tabel) betaald aan het werk.
Jongeren hebben aangegeven behoefte te hebben aan meer persoonlijke begeleiding bij keuze opleiding en beroep (Praktijktafels).
Ouders geven aan vanuit het onderwijs meer informatie te verwachten over scholen, onderwijsniveau’s en –typen. Ouders willen meer contact en samenwerking met school rond de ontwikkeling van hun kind en het delen van informatie bij zorgen.
Professionals willen inzetten op behalen van een startkwalificatie met de medewerking van regionale werkgevers, MBO’s en HBO’s. Er zijn plannen voor de oprichting van een jongerenloket op een centrale locatie met informatie gericht op risicojongeren. Professionals zien mogelijkheden in het voorzien in persoonlijke informatiebehoefte van jongeren door middel van een verbindende coach.
In de evaluatie van het jeugdbeleid 2006–2009 is de aansluiting binnen de zorgstructuur 0–23 jaar en op het CJG als aandachtspunt benoemd en als punt van doorontwikkeling. Hetzelfde geldt voor het realiseren van meer en verbeterde kennis op lokaal niveau over behaalde startkwalificaties. Een punt van aandacht bij het Jongeren Informatie Punt JIP is de aansluiting bij de belevingswereld van jongeren op het gebied van sociale media. Dit dient nog nader uitgewerkt te worden.
Om te bereiken dat jongeren alle kansen en mogelijkheden krijgen voor een goede toekomst met werk en opleiding en deze optimaal weten te benutten zetten we in op drie beleidsdoelen:
We willen jongeren een stip op de horizon bieden. We willen sterk inzetten op het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten. Het bevorderen van het behalen van de startkwalificatie biedt jongeren een sterke impuls om de kansen op een goede toekomst te verbeteren. Leerplicht heeft hier een grote rol in, en aansluiten RMC15 en team Voortijdig Schoolverlaten. De samenwerking met scholen is van essentieel belang om de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen te ondersteunen, waardoor zij minimaal een startkwalificatie kunnen behalen.
We willen investeren in de dialoog en samenwerking tussen ouders en het onderwijs op het gebied van informatie en voorlichting. Het CJG speelt een rol in het netwerk en verbindt de partijen. Het CJG richt zich in samenwerking met het onderwijs op de informatiebehoefte van ouders ten aanzien van hun kind in het onderwijs, en sluit op de aanwezige zorgstructuur aan met een laagdrempelig aanbod. Het is van belang dat ouders bekend zijn met instanties die advies of ondersteuning kunnen bieden aan tieners en aan ouders.
We zetten in op het versterken van de samenwerking tussen diverse partijen zoals het onderwijs, Jongeren Informatie Punt (JIP), Regionale Sociale Dienst (RSD), vervolgopleidingen waaronder Regionaal Opleidings Centrum (ROC) en werkgevers op het gebied van informatie over opleiding en werk. We zetten in op persoonlijke ondersteuning aan jongeren op maat op het gebied van beroepskeuze en opleiding. Het JIP biedt een outreachende vorm van informatie en advies aan jongeren.
De gemeente wil een structureel contact met jongeren opbouwen en op eigentijdse wijze onderhouden, en hen laten participeren. Door het JIP en jongerenwerk op een andere wijze te organseren worden het contact en de eigen kracht van jongeren ondersteund en gefaciliteerd. Hierdoor sluiten we op vraaggerichte wijze aan bij de behoeften van de diverse jongeren conform de werkwijze binnen Welzijn nieuwe stijl. Maatschappelijke stages zijn een vorm van participatie. We maken gebruik van de mogelijkheden die de sociale media bieden om jongeren een centrale rol te geven in de probleemanalyse, het bijsturen, toetsen en evalueren van gemeentelijk (jeugd)beleid.
5. Domein 3 Vrije tijd en veiligheid
Jongeren ontmoeten elkaar het meest thuis, in het winkelcentrum en bij het sporten16. Ouders geven aan dat de voorzieningen voor kleine kinderen in Duiven prima zijn (Praktijktafels). Het merendeel (85%) van de ouders vindt de buurt waarin zij wonen kindvriendelijk17. 86% geeft aan dat hun kind lid is van één of meerdere verenigingen. In Duiven bedraagt het aantal jeugdleden bij sportverenigingen 59%. Ouders vragen aandacht en waardering voor een breder sportbeleid gericht op kwetsbare kinderen die behoefte hebben aan structuur. Verenigingen geven aan open te staan voor alle jeugd en voor kwetsbare kinderen wanneer dit kind zich aanmeldt. Vrijwilligers hebben behoefte aan ondersteuning en expertise door het CJG over positief jeugdbeleid. Verenigingen zoeken naar samenwerking met het onderwijs en onderlinge uitwisseling. Jongeren betrekken bij het aanbod en hen hierbij faciliteren werkt (zie domein 1).
68% van de jongeren 12–23 jaar zegt in de peiling lid van (één of meerdere) sportvereniging te zijn. Tieners ( 10–16 jarigen) geven aan behoefte te hebben aan een eigen plek voor spel en sport; er zijn te weinig activiteiten buiten de verenigingen. Zij hebben behoefte aan meer speelplekken incl. ruimer gebruik en aan creatieve activiteiten. Jongeren geven aan behoefte te hebben aan een eigen plek. Uitgaansgelegenheden worden gemist en jongeren geven aan dat hangen hiermee in verband kan worden gebracht. Het jongerencentrum is weinig bekend, het bezoek is 3,2%. Tieners waarderen het jongerencentrum zeer wisselend, jongeren zijn ook op zoek naar aanvullende activiteiten. Ouders laten weten niet enthousiast te zijn over het jongerencentrum onder meer vanwege het negatief imago.
Jongeren mijden plekken waar andere jongeren rondhangen18. Tieners vragen aandacht voor onveilige plekken voor wat betreft rommel en verlichting. Jongeren onderkennen dat hun ontmoeting soms tot overlast en een onveilig gevoel leidt bij oudere bewoners. In het samenleven tussen jongeren en ouderen geven ouders aan dat zij zoeken naar een steuntje in de rug bij het aanspreken van jongeren op hun gedrag bij overlast (Praktijktafels). Zij kennen hierin een grote(re) rol toe aan de politie.
Het aantal meldingen van overlast van/door jeugd in 2010 (97) is zowel ten opzichte van 2009 (141) als ten opzichte van het gemiddelde vanaf 2006 met 28% afgenomen19. Inwoners ondervinden in de beleving van buurtproblemen het vaakst dreiging, en sociale overlast in de directe leefomgeving. Dit uit zich in de vorm van overlast van groepen jongeren20. Tolerantie en beleving van overlast lijken vaker op gespannen voet met elkaar te staan, waarbij deze beleving niet altijd sterk gerelateerd is aan de ernst van de voorvallen. Je correct gedragen is de norm voor zowel volwassenen als jongeren. De integrale aanpak van jeugdoverlast is in de gemeente Duiven geborgd met het convenant Streetwise. De doelstelling is om door intensieve samenwerking en uitwisseling van informatie tussen politie, jongerenwerk en gemeente te komen tot het monitoren van jeugdgroepen, en het voorkomen en bestrijden van overlast/hinder in de buurt. Het gevoel van veiligheid onder de bevolking van de gemeente Duiven wordt bevorderd.
Een groep jongeren wil graag in Duiven blijven wonen maar zien te weinig mogelijkheden, en trekt naar omliggende gemeenten waar deze mogelijkheden er wel zijn. Zij vragen aandacht voor betaalbare (starters) woningen. Ook ouders vragen aandacht voor het gebrek aan voldoende woonruimte voor jongeren.
In de evaluatie van het jeugdbeleid 2006–2009 is benoemd dat het jongerenwerk sterk aanbodgericht is en een andere aanpak behoeft. Het gedrag van jongeren in relatie tot de houding van ouderen in de wijken geeft soms spanning en behoeft bij voortduring aandacht. Er dienen meer jongerenontmoetingsplekken voor de groep 12+ te worden gerealiseerd. Een punt van aandacht zijn de wachtlijsten voor jongeren op het gebied van huisvesting. De uitbreiding van de loketfunctie van het JIP heeft niet tot een toename geleid van het aantal bezoekers.
Om te bereiken dat jong en oud veilig samenleeft in buurt en wijk zetten we in op drie beleidsdoelen:
We willen in het positief jeugdbeleid aan jongeren en hun ouders een sterke basis geven in de samenleving door in te zetten op de jeugd die actief is in buurt en wijk in sportieve en culturele activiteiten. Jongeren hebben behoefte aan een eigen plek, en kunnen zelf goed aangeven wat ze daarvoor nodig hebben. We zetten in op een heroriëntering op het jongerencentrum. Er bestaat bij de jeugd behoefte aan een vorm van activiteiten die niet reeds door de verenigingen wordt aangeboden. Een groep jongeren wil elkaar kunnen blijven ontmoeten en samen ondernemen. Het jongerencentrum is als gebouw niet meer direct noodzakelijk. We zetten in op een ondersteunende en faciliterende functie, die werkt op outreachende wijze, die aanwezig is in de wijk en die de aansluiting heeft met verenigingen en de welzijnsvoorzieningen. Deze functie of voorziening is op de hoogte van de behoeften van jongeren en is in staat hier op in te spelen conform de kernfuncties van welzijn nieuwe stijl.
Een goede spreiding van het aantal kwalitatief goede openbare speelplekken is onderdeel van het versterken van het pedagogisch klimaat wijk en buurt. We zetten in op het versterken van het contact tussen verenigingen, jongerenwerk en onderwijs door de inzet van combinatiefuncties en buurtcoaches. Door het leggen van deze verbinding wordt het aanbod verbreed, zodat er meer vrijetijdsvoorzieningen beschikbaar zijn voor de jeugd.
We willen het pedagogisch klimaat in de directe omgeving van het gezin versterken door het stimuleren van een aanbod gericht op kwetsbare kinderen bij de verenigingen. Het CJG biedt hen door middel van kennis en expertise hierbij ondersteuning.
De basis van het JIP is een persoonlijk gesprek tussen de jongere en de medewerker waarbij de vraag van de jongere centraal staat, met als doel jongeren van 10 tot en met 25 jaar (landelijke JIP normering) te voorzien van informatie en advies die voor hen van belang en interessant zijn. Het JIP biedt tevens doorverwijzing, dienstverlening, consultatie en ondersteuning. De rol van het nieuwe JIP in een outreachende vorm is de aansluiting bij de jeugd te zoeken in hun eigen omgeving. We zetten hiermee in op ambulantisering van het JIP. Er komt een passend aanbod tot stand in de directe omgeving van de jeugd.
Oud en jong leven samen en bij alle partijen bestaat behoefte aan een veilige omgeving. Ouders krijgen een steuntje in de rug. Het CJG en het nieuwe jongerenwerk zoeken in samenwerking de aansluiting met de wijk. Het CJG speelt een rol door de partijen met elkaar in contact te brengen en een aanbod op maat te leveren. De gemeente vergroot de veiligheid door in aansluiting op het Integrale Veiligheidsbeleid in te zetten op handhaving bij overlast.
Voor jongeren is deze behoefte aan een veilige omgeving even sterk als voor ouders en bewoners. Door vanuit het nieuwe jongerenwerk het contact te zoeken in de wijk en met de verenigingen wordt het draagvlak voor veilig samenleven vergroot. Door ook hier in te spelen op de wijkgerichte aanpak kan beter worden aangesloten bij het gewone, normale leven. We zetten sterk op het versterken van de veilige omgeving voor de jeugd.
We willen jongeren ondersteuning bieden bij het vinden van een woning. Onderzocht wordt of door te investeren in startersprojecten, meer betaalbare starterswoningen in zowel huur als koopsector en startersleningen de mogelijkheden kunnen worden vergroot. De woningbouwvereniging wordt betrokken bij de vraag naar experimenten op dit gebied.
Problemen als: gedragsproblemen, psychische problemen, instabiele thuissituatie, schulden en criminaliteit in de directe omgeving. Omdat deze jongeren niet in aanmerking komen voor het speciaal onderwijs, ofwel omdat zij niet voldoen aan de toelatingscriteria ofwel omdat zij middelbaar beroepsonderwijs volgen waarbinnen geen voorziening voor speciaal onderwijs is, dreigen zij tussen wal en schip te raken. Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt Nijmegen/Oberon, 2011
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-52647.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.