Gemeenteblad van Cuijk

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
CuijkGemeenteblad 2017, 48618Verordeningen



Bomenverordening gemeente Cuijk 2016

 

De raad van de gemeente Cuijk

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 september, 2015.

 

besluit

 

Vast te stellen de navolgende

 

BOMEN V ERORDENING gemeente Cuijk

2016

 

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a.

    boom: een houtige opgaande plant met één of meerdere stammen met een minimale stamdwarsdoorsnede van 10 cm, gemeten op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld.

  • b.

    Beschermde boom/bomen: een boom die is vermeld op de Groene kaart.

  • c.

    Monumentale boom: beschermde boom met een leeftijd van minimaal 60 jaar, die is opgenomen op de Groene kaart.

  • d.

    Potentieel monumentale boom: beschermde boom met een leeftijd tot 60 jaar, die is opgenomen op de Groene kaart.

  • e.

    Boomgroep: minimaal 3 bomen op geringe afstand van elkaar, die zijn opgenomen op de Groene kaart.

  • f.

    Structuurbomen: een verzameling beschermde bomen, die samen een, al dan niet onderbroken, lijn of andere verbindingsstructuur vormen door het gebied en zijn opgenomen op de Groene kaart.

  • g.

    Boomzone: een begrensd gebied van beschermde bomen met een specifieke waarde of kwaliteit dat een samenhangend geheel vormt en staat op de Groene kaart.

  • h.

    Houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, eventueel beschermd.

  • i.

    Groene kaart topografische kaart, met daarop aangegeven boomzones, structuurbomen, boomgroepen of monumentale bomen, met bijbehorende lijst/register. Indien er een verschil is tussen de kaart en de lijst/het register dan is de kaart doorslaggevend.

  • j.

    Bebouwde kom-Boswet In het kader van de boswet vastgestelde bebouwde kom grenzen. Daarbuiten is de Boswet van toepassing.

  • k.

    hakhout: boomvormers of andere houtachtige gewassen die, na te zijn geknot, tot bij de grond opnieuw op de stronk uitlopen.

  • l.

    vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20

    procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de beschermde boom ten gevolge kunnen hebben.

  • m.

    dunnen: een velling die uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende bomen beschouwd moet worden.

  • n.

    monetaire boomwaarde: de financiële waarde van een beschermde boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.

  • o.

    bomeneffect analyse (BEA): een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen activiteiten rond een beschermde boom, op basis van landelijke

    richtlijnen van de Bomenstichting.

  • p.

    bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het college van burgemeester en wethouders (hierna ‘het college’ genoemd) is bevoegd de ontheffing te verlenen..

  • q.

    omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 2: Groene Kaart

  • 1.

    Het college stelt een groene kaart en register met daarop beschermde bomen vast. De kaart met bijbehorende lijst/ register kan periodiek, naar oordeel van het bevoegd gezag, worden geactualiseerd. De kaart en het bijbehorende lijst/register bevat een samenhangend geheel van:

    • Boomzones;

    • Structuurbomen;

    • (Potentieel) Monumentale bomen en/of boomgroep.

  • 2.

    De kaart bevat de volgende gegevens:

    • eenduidige inmeting van Beschermde boom/bomen;

    • indeling naar categorieën Beschermde boom/bomen: Boomzone (vlak), Structuurboom (lijn) en (Potentieel) Monumentale boom/boomgroep (punt));

    • legenda met toelichting.

  • 3.

    Het bijbehorend register van beschermde boom/bomen bevat minimaal de volgende gegevens:

    • redengevende beschrijving;

    • soort boom of bomen;

    • standplaats;

    • kadastrale gegevens;

    • eigendomsgegevens;

    • foto’s

Artikel 3: Kapverbod

  • 1.

    Het is verboden Beschermde boom/bomen te vellen of te doen vellen.

  • 2.

    Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  • 3.

    Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens ontheffing geldt verder niet voor:

    • a.

      een beschermde boom/bomen die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 10 van deze verordening;

    • b.

      het periodiek vellen van beschermd hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • c.

      het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij beschermde knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • d.

      het dunnen van Beschermde boom/bomen, met het doel de overblijvende houtopstand te bevoordelen en dunnen van Structuurbomen ter behoud van de structuur;

    • e.

      wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot, en zijn gelegen buiten de bebouwde kom;

    • f.

      vruchtbomen (vruchtdracht met aantoonbaar economisch doel) en windschermen om boomgaarden, die zijn gelegen buiten de bebouwde kom;

    • g.

      fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

    • h.

      kweekgoed;

    • i.

      buiten de bebouwde kom staande Beschermde boom, welke deel uitmaakt van Boomzones/bosgebieden, die een zelfstandige eenheid vormen en een grotere oppervlakte beslaan dan 10 are;

    • j.

      buiten de bebouwde kom staande Beschermde boom, welke deel uitmaakt van rijbeplanting, die gerekend over het totaal aantal rijen, uit meer dan 20 bomen bestaat.

Artikel 4: Criteria

  • 1.

    Het bevoegd gezag kan de ontheffing om te vellen weigeren of onder voorschriften verlenen.

  • 2.

    Een ontheffing voor het vellen van een Beschermde boom kan, slechts bij uitzondering worden verleend indien:

  • a.

    een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de Beschermde boom en alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht of;

  • b.

    naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade of;

  • c.

    als gevolg van duurzame meervoudige ernstige overlast, een persoonlijk zwaarwegend belang opweegt tegen duurzaam behoud van de Beschermde boom/bomen en alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht of;

  • d.

    het kwijnende Monumentale bomen of kwijnende Structuurbomen betreft of;

  • e.

    het normaal bosbeheer betreft voor bomen in de Boomzone, ter bevordering van duurzame instandhouding van de boomzone.

  • 3.

    Het bevoegd gezag kan toestemming geven tot direct vellen indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde en veiligheid.

Artikel 5: Aanvraag

  • 1.

    De ontheffing moet schriftelijk en gemotiveerd worden aangevraagd, door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de beschermde boom/bomen te beschikken.

  • 2.

    Indien vanwege een project of ander werk van zwaarwegend maatschappelijk belang ontheffing aangevraagd wordt, maakt een Bomeneffect-analyse (BEA) onderdeel uit van de aanvraag. Deze analyse is opgesteld door een onafhankelijke en gecertificeerde boomdeskundige. Ook een overzicht van overige toestemmingen, ontheffingen en vergunningen, die nodig zijn voor de uitvoering van het project, maakt onderdeel uit van de aanvraag.

  • 3.

    Indien voorkoming van schade of letsel, overlast of kwijnende Monumentale bomen, de reden van de aanvraag is, maakt een boomkundig rapport opgesteld door een gecertificeerd boomdeskundige, onderdeel uit van de aanvraag.

Artikel 6: Intrekking of wijziging

De ontheffing of vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd:

  • a.

    indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging ervan zijn verstrekt;

  • b.

    indien na het verlenen, op grond van verandering van inzichten of omstandigheden opgetreden na verlening, wijziging of intrekking noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan ontheffing of vergunning is vereist;

  • c.

    indien beperkingen, die aan de ontheffing of vergunning zijn gesteld, zijn of worden vervuld;

  • d.

    indien van de ontheffing of vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of indien deze termijn ontbreekt, binnen een redelijke termijn.

Artikel 7: Vervaltermijn

  • 1.

    De omgevingsvergunning vervalt indien niet binnen maximaal drie jaar na het onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning gebruik is gemaakt, tenzij een langere termijn noodzakelijk is vanwege de voorzienbare langere uitvoeringstermijn van een project.

  • 2.

    In het geval het een omgevingsvergunning voor het vellen van meer dan één Beschermde boom betreft, is de omgevingsvergunning voor alle Beschermde bomen slechts drie jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één of enkele beschermde bomen al geveld zijn, behoudens de in het eerste lid gestelde bevoegdheid tot het voorschrijven van een langere termijn.

Artikel 8: Bijzondere ontheffingsvoorschriften

  • 1.

    Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan in uitzonderlijke gevallen het voorschrift behoren dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant.

  • 2.

    Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan aan de vergunning het voorschrift worden verbonden dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in de gemeentelijke voorziening.

  • 3.

    In het voorschrift als bedoeld in het tweede lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

  • 4.

    Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorwaarden kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de Beschermde boom/bomen op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan, indien andere toestemmingen, ontheffingen, vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn, of de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.

  • 5.

    Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 9: Beleidsregels

Het college kan ter uitvoering van deze regeling nadere beleidsregels vaststellen.

Artikel 10: Herplant-/instandhoudingplicht

  • 1.

    Indien een Beschermde boom of deel daarvan waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de Beschermde boom bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzing binnen een door hen te stellen termijn.

  • 2.

    Indien niet ter plaatse kan worden herplant wordt een financiële bijdrage gestort in de gemeentelijke voorziening.

  • 3.

    Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.

  • 4.

    Indien een Beschermde boom, waarop het verbod tot vellen van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de Beschermde boom bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:

  • a.

    overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen en;

  • b.

    een Bomeneffect-analyse (BEA) op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag.

  • 5.

    Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 11: Schadevergoeding

Het bevoegd gezag beslist op een verzoek om schadevergoeding bij weigering van een omgevings-vergunning tot vellen op grond van artikel 17 van de Boswet.

Artikel 12: Afstand tot erfgrenslijn

De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk wetboek is vastgesteld op 0,5 meter voor bomen, en op nihil voor heggen en heesters.

Artikel 13: Bestrijding van boomziekten

  • 1.Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die, naar het oordeel van het bevoegd gezag, gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:

  • a.

    de boom/bomen te vellen;

  • b.

    conform richtlijnen van het college de gevelde boom/bomen direct zodanig de behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.

    • 2.

      Het is verboden gevelde boom/bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden.

    • 3.

      Het college kan vergunning verlenen van het onder het tweede lid van dit artikel gestelde verbod.

    • 4.

      Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.

Artikel 14: Bescherming publieke Houtopstand

  • 1.

    Het is verboden om Houtopstand die publiek eigendom zijn:

  • te beschadigen, te bekladden of te beplakken;

  • te snoeien, behoudens door het bevoegde gezag opgedragen boomverzorgende taken.

  • 2.

    Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan een openbare Houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens vergunning van het bevoegd gezag.

Artikel 15: Strafbepaling

  • 1.

    Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in deze verordening is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen.

  • 2.

    Hij die handelt in strijd met artikel 3, eerste lid, dan wel een voorschrift onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in het vorige lid niet na komt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde.

  • 3.

    Degene, die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel 13 tweede lid, of artikel 14 eerste en tweede lid bepaalde wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een boete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde.

Artikel 16. Toezicht

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van Burgemeester en wethouders of burgemeester aangewezen personen.

Artikel 17: Verstrekking Omgevingsvergunning

1. In het geval van gemeentelijke beschermde boom/bomen wordt de verleende omgevingsvergunning verstrekt aan de aanvrager en tegelijkertijd een kopie van de omgevingsvergunning aan de beheerder van de Beschermde boom/bomen.

Artikel 19: Slotbepaling

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening gemeente Cuijk 2016.

  • 2.

    Zij treedt in werking met ingang van de dag na de dag van bekendmaking. Op datzelfde tijdstip vervalt de voorgaande, in december 2013 vastgestelde, Bomenverordening gemeente Cuijk 2014.

  • 3.

    De vergunningsaanvragen die zijn ingediend vóór de in artikel lid 2 van dit artikel genoemde datum van inwerkingtreding, vallen onder het recht van de bomenverordening, die van kracht was voorafgaand aan deze verordening.

  • 4.

    In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, treft het bevoegd gezag de nodige voorzieningen en/of neemt zij de nodige beslissingen, één en ander mede in overleg met de belanghebbende.

     

Aldus besloten door de raad van de gemeente Cuijk in zijn openbare vergadering

van 9 november 2015.

 

De raad voornoemd,

 

 

 

R.M. van der Weegen

Mr. W.A.G. Hillenaar

griffier

voorzitter