Gemeenteblad van Langedijk

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
LangedijkGemeenteblad 2017, 43000Beleidsregels



Nadere regels Innovatiefonds Sociaal Domein

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Langedijk heeft de nadere regels Innovatiefonds Sociaal Domein vastgesteld

 

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    Algemene Subsidieverordening (ASV): de systematiek en het (juridische) proces van subsidieverstrekking worden vastgelegd in de ASV. Het vaststellen ervan is een bevoegdheid van de gemeenteraad.

  • 2.

    Nadere regels: de nadere voorwaarden, toetsingscriteria en de hoogte van een bijdrage uit het Innovatiefonds Sociaal Domein worden vastgelegd in de Nadere regels. Het vaststellen ervan is een bevoegdheid van het college.

  • 3.

    Sociaal Domein: Alle taken en activiteiten van gemeente, organisaties en inwoners samen die het voor mensen mogelijk maken mee te doen in de samenleving. De wettelijke taken die de gemeente daarbij heeft gaan over zorg, welzijn, onderwijs, opvoeding, inburgering, werk en inkomen.

  • 4.

    Innovatie: of vernieuwing heeft betrekking op nieuwe ideeën, diensten en processen. Innovatie kan plaatsvinden binnen organisaties, maar ook binnen bredere - sociale - verbanden. Het proces van innoveren omvat het geheel van menselijke handelingen gericht op vernieuwing (van producten, diensten, productieprocessen, etc.).

  • 5.

    Innovatiefonds Sociaal Domein: jaarlijks gemeentelijk budget waaruit een incidentele bijdrage gegeven kan worden voor innovatieve activiteiten en projecten binnen het Sociaal Domein en die een bijdrage leveren aan de realisatie vande Maatschappelijke doelen.

  • 6.

    Maatschappelijke doelen: opgestelde ambities die positief bijdragen aan de Langedijker samenleving/maatschappij (zie bijlage).

Artikel 2 Toetsingskader

Op de algemene en specifieke bepalingen van deze Nadere regels zijn van toepassing:

  • 1.

    Algemene wet bestuursrecht (Awb, titel 4.2)

  • 2.

    Rapportage Langedijker Kracht ‘subsidiëren en accommoderen vanuit Langedijker visie’

  • 3.

    Subsidiebeleidskader Sociaal Domein Langedijk 2015

  • 4.

    Algemene Subsidieverordening Langedijk 2015

  • 5.

    Startnotitie Kadernota Langedijker Sociaal Domein

Artikel 3 Financieel kader

Het financieel kader voor het toekennen van een bijdrage uit het Innovatiefonds Sociaal Domein wordt bepaald door:

  • 1.

    De door de gemeenteraad vastgestelde begroting met daarin het begrote budget Innovatiefonds Sociaal Domein van maximaal € 250.000.

  • 2.

    Er wordt geen bijdrage verstrekt onder de € 5.000 (artikel 13, lid 1 ASV).

  • 3.

    Er is een maximum van € 50.000 per aanvraag.

  • 4.

    Het college kan beargumenteerd afwijken van art.3.3

  • 5.

    Wanneer het maximaal begrote jaarbudget van de gemeente volledig is ingezet:

    • a.

      houdt het college betreffende aanvraag/aanvragen aan voor het daarop volgende begrotingsjaar;

    • b.

      Indien dit niet mogelijk is, wijst het college de aanvraag af.

Artikel 4 Gericht op inwoners van Langedijk

Een bijdrage op grond van deze regeling kan worden verstrekt aan natuurlijke- en rechtspersonen die innovatieve activiteiten ontplooien die (overwegend) gericht zijn op de inwoners van Langedijk en bijdragen aan de Langedijker maatschappelijke doelen.

Artikel 5 Aanvraagtermijn
  • 1.

    Een aanvraag tot verlening van een bijdrage kan het hele jaar door worden ingediend bij het college, uiterlijk 13 weken voordat de activiteit plaatsvindt.

  • 2.

    Wanneer een aanvraag niet compleet is, krijgt de aanvrager de gelegenheid om deze aan te vullen door middel van een hersteltermijn. Vanaf het moment dat de volledige aanvraag binnen de termijn door de gemeente is ontvangen, wordt deze in behandeling genomen.

  • 3.

    Als datum van ontvangst van de aanvraag geldt de datum waarop de aanvraag compleet is ontvangen.

Artikel 6 Indienen van de aanvraag

  • 1.

    Voor het aanvragen van een bijdrage dient de aanvrager een plan in met daarin de volgende onderdelen:

    • a.

      Een beschrijving van de activiteit/ het project;

    • b.

      Het te behalen doel en resultaat van de activiteit/ het project;

    • c.

      De wijze waarop de activiteit/project een bijdrage levert aan de maatschappelijke doelen;

    • d.

      De vraag / behoefte waar de activiteit/ het project een bijdrage aan levert;

    • e.

      Een beschrijving van het innovatieve aspect;

    • f.

      De begroting van verwachte kosten en baten.

  • 2.

    De aanvraag betreft een innovatieve activiteit.

  • 3.

    De gemeente kan de aanvrager verzoeken om de aanvraag te presenteren. Met als doel de aanvraag te verhelderen of verder uit te werken.

  • 4.

    Het college kan afwijken van lid 1 van dit artikel. In voorkomende gevallen dient de aanvrager op verzoek van het college aanvullende gegevens aan te leveren, wanneer dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag.

Artikel 7 Beslistermijnen
  • 1.

    Het college beslist op een volledig ingevulde aanvraag uiterlijk 8 weken na ontvangst.

  • 2.

    Het college kan de beslistermijn met maximaal 13 weken verdagen. Zij doet hiervan voor afloop van de beslistermijn schriftelijk mededeling aan de aanvrager.

  • 3.

    Op besluiten op aanvragen die gedaan worden voordat de programmabegroting door de raad is vastgesteld is een begrotingsvoorbehoud van toepassing.

  • 4.

    In het geval er van een begrotingsvoorbehoud gebruik dient te worden gemaakt, kan dit gevolgen hebben voor de bijdrage, die voorafgaand aan het vaststellen van de programmabegroting reeds is verleend.

Artikel 8 Toetsingscriteria
  • 1.

    Toetsingscriteria van formele aard:

  • a.

    De activiteit is niet in strijd met de wet, algemeen belang of openbare orde.

  • b.

    De bijdrage is niet in strijd met het Europees staatssteunkader.

  • c.

    De bijdrage is niet in strijd met artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • d.

    De bijdrage is niet in strijd met overige bepalingen uit deze ‘Nadere regels Innovatiefonds Sociaal Domein’.

  • 2.

    Toetsingscriteria van sturende aard (inhoudelijk, financieel, procedureel):

  • a.

    De activiteit/ het project is innovatief.

  • b.

    De kosten waarvoor de bijdrage wordt aangevraagd staan rechtstreeks in verband met de activiteit / het project.

  • c.

    Andere financieringsbronnen of voorliggende voorzieningen ter financiering van de activiteit liggen naar oordeel van het college niet meer voor de hand en/of zijn aantoonbaar aangevraagd (denk aan: fondsen, acties, sponsoring, eigen bijdrage of contributie).

  • d.

    Wanneer naar oordeel van het college sprake is van meerdere aanvragen voor gelijksoortige activiteiten per organisatie, besluit zij gemotiveerd over al dan niet toekenning van deze aanvragen.

  • e.

    De hoogte van de kosten en opbrengsten die met het organiseren en uitvoeren van de activiteit gemoeid zijn , staan redelijkerwijs in verhouding tot d e aangevraagde b ij drag e .

  • f.

    Het is aannemelijk dat de gelden (voldoende) besteed zullen worden aan de activiteit en/of het doel waarvoor de bijdrage beschikbaar wordt gesteld.

  • g.

    De activiteit wordt redelijkerwijs haalbaar, uitvoerbaar of betaalbaar geacht.

Artikel 9 Uitsluitingscriteria

  • 1.

    De aanvraag is niet bestemd voor geïndiceerde ondersteuning.

  • 1.

    De bijdrage is niet bestemd voor de (algehele) exploitatie van een instelling/vereniging/ stichting.

  • 2.

    De bijdrage is niet bestemd voor commerciële activiteiten of activiteiten met een winstoogmerk.

Artikel 10 Wijze van verdeling van het Innovatiefonds Sociaal Domein

  • 1.

    Het college stelt de hoogte van de bijdrage vast binnen de door de raad gestelde financiële kaders (zie art. 3 lid 3).

  • 2.

    Aanvragen worden behandeld naar volgorde van ontvangst.

Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten

Indirecte kosten zijn niet subsidiabel. Dit betreft consumpties, attenties, abonnementen, reiskosten, kosten van barexploitatie, afdrachten aan koepelorganisaties, rente en afschrijving, gas/water/licht, belasting, verzekering of onvoorziene kosten.

Artikel 12 Verplichting

De ontvanger van een bijdrage is verplicht binnen 13 weken na ontvangst van de toekenning van de bijdrage een start te maken met de activiteiten. Indien deze termijn wordt overschreden is de subsidieontvanger verplicht het college hiervan onmiddellijk op de hoogte te stellen en kan (een deel van) de subsidieverlening worden ingetrokken.

Artikel 13

Uitbetaling

  • 1.

    Subsidie wordt uitbetaald in 1 termijn, door middel van een voorschot van 100%.

  • 2.

    Toepassing van lid 1 wordt vermeld in de subsidiebeschikking.

  • 3.

    Het college kan bij beschikking afwijken van het voorschot en de termijn zoals vermeld in lid 1.

Artikel 14 Verantwoording subsidie van € 5.000 tot € 10.000

  • 1.

    Subsidies vanaf € 5.000 tot € 10.000 worden door het college verleend en direct vastgesteld

  • 2.

    Uiterlijk 8 weken na afloop stuurt de ontvanger van de bijdrage een verslag met daarin:

    • a.

      een beschrijving van de activiteit / het project;

    • b.

      de doel en resultaatrealisatie en;

    • c.

      de wijze waarop de activiteit/ het project hieraan heeft bijgedragen.

  • 3.

    De aanvrager kan worden verplicht om aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de bijdrage is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de ambtshalve vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

Artikel 15 Verantwoording subsidie van € 10.000 tot € 50.000

1.Bij subsidies vanaf € 10.000 tot € 50.000 dient de subsidieontvanger een volledig ingevulde aanvraag tot vaststelling als volgt in:

bij een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;

bij de overige subsidies uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

1.De aanvraag tot vaststelling bevat:

een (jaar) verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;

een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop.

1.Bij subsidieregeling of bij subsidiebeschikking kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.

Artikel 16 Onvoorziene omstandigheden

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, neemt het college hierover een gemotiveerd besluit.

Artikel 17 Hardheidsclausule
  • 1.

    Het college kan in bijzondere gevallen artikelen in deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of ontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

  • 1.

    Toepassing van lid 1 wordt gemotiveerd in de subsidiebeschikking.

Artikel 18 Voortgang
  • 1.

    Elk half jaar informeert het college de raad per memo over de aanvragen en toekenningen.

  • 2.

    Eenmaal in de twee jaar evalueert het college de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze Nadere regels.

Artikel 19 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze regeling treedt de dag na bekendmaking in werking en is met terugwerkende kracht van toepassing op alle aanvragen om een bijdrage Innovatiefonds Sociaal Domein, die de gemeente ontvangt vanaf 1 januari 2017 en betrekking hebben op begrotingsjaar 2017 en verder.

  • 2.

    Deze regeling wordt aangehaald als ‘Nadere regels Innovatiefonds Sociaal Domein gemeente Langedijk 2017’.

  • 3.

    Het Wmo innovatiefonds 2012 wordtingetrokken.

     

Vastgesteld op 14 februari 2017

Burgemeester en wethouders van Langedijk,

 

E. Annaert

secretaris

 

Drs. J.F.N. Cornelisse

burgemeester

 

 

 

 

 

Bijlage 1 Maatschappelijke doelen per thema

Beter Gezond

Hand op de schouder, steun in de rug

  • 1.

    Inwoners die ondersteuning nodig hebben, weten waar zij terecht kunnen voor ondersteuning en durven sneller en makkelijker om deze hulp te vragen, dan wel kunnen deze hulp makkelijker accepteren.

  • 2.

    Inwoners die hulp kunnen geven, worden gestimuleerd of gefaciliteerd om dat ook te doen.

  • 3.

    Zorgverleners, onderwijs, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en sport- en cultuurverenigingen vormen de spil van de sociale omgeving; zij stimuleren gezond gedrag en signaleren ongezond gedrag.

  • 4.

    Inwoners met beperkingen krijgen de ondersteuning die zij nodig hebben; zo snel, licht en kortdurend als mogelijk en zo zwaar als noodzakelijk.

Bewust bezig

  • 1.

    Inwoners van Langedijk zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid.

  • 2.

    Inwoners van Langedijk zijn zich bewust van de schadelijke gevolgen van overmatig en ongezond eten en drinken, van alcohol- en drugsgebruik, roken, overgewicht en te weinig bewegen. Zij kunnen hun gedrag hierop aanpassen.

     

  • Kansrijk Jong

Alle kinderen groeien op in een veilige leefomgeving en hebben optimale ontwikkelingskansen

  • 1.

    Kinderen en jongeren kunnen veilig en gezond opgroeien, spelen bewegen en deelnemen aan de samenleving.

  • 2.

    Kinderen en jongeren ontvangen onderwijs en, zo nodig, passende ondersteuning en zorg binnen en buiten school.

  • 3.

    Kinderen en jongeren zijn vertrouwd met democratisch burgerschap.

Opvoeden doen we samen

  • 1.

    Ouders zijn toegerust om voor hun kinderen te zorgen en hen op te voeden. Zij zijn vaardig en vinden het vanzelfsprekend om te praten over opvoeden en om ondersteuning bij de opvoeding te vragen.

  • 2.

    Kinderen, jongeren en ouders weten waar zij ondersteuning kunnen krijgen. Deze ondersteuning wordt snel, laagdrempelig en in samenhang aangeboden.

  • 3.

    Kinderen en opvoeders met ondersteuningsvragen, krijgen de ondersteuning die zij nodig hebben; zo licht als mogelijk en zo zwaar als noodzakelijk.

Een goede start

  • 1.

    Alle kinderen van 2 tot en met 17 jaar kunnen terecht op een voorschool, basisschool en het Voortgezet Onderwijs.

  • 2.

    Voorscholen zijn een veilige en stimulerende omgeving voor jonge kinderen, waarbij bijzondere aandacht is voor het bestrijden van achterstanden.

  • 3.

    Jongeren volgen een opleiding die hen perspectief op betaald werk biedt en halen een diploma.

  • 4.

    Ouders, scholen en andere maatschappelijke organisaties signaleren risico’s op uitval op school vroegtijdig en nemen passende maatregelen om uitval te voorkomen.

     

  • Meedoen

Werk loont, betaald of onbetaald

  • 1.

    Meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zijn (en blijven) aan het werk, betaald dan wel onbetaald, en dragen bij aan eigen welzijn en aan de samenleving.

  • 2.

    Organisaties tonen zich betrokken, door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een werkplek te bieden (betaald of onbetaald).

  • 3.

    Mensen met een beperking zijn toegerust om (weer of meer) zelfstandig te kunnen participeren via betaald of onbetaald werk.

Versterken van het maatschappelijk middenveld

1.Verenigingen vinden het vanzelfsprekend dat zij bijdragen aan de ontwikkeling van de Langedijker samenleving.

Burgerparticipatie

  • 1.

    Inwoners van Langedijk vinden het vanzelfsprekend om mee te werken aan het behoud van een prettige woon- en leefomgeving en dragen bij aan een bloeiend verenigingsleven.

     

  • Wonen, Welzijn en Zorg

Mantelzorgers voelen balans tussen eigen leven en zorg geven

  • 1.

    Mantelzorgers weten welke ondersteuning zij kunnen krijgen ter ondersteuning of ter verlichting van de zorg.

  • 2.

    Mantelzorgers ontvangen, zoveel mogelijk, de ondersteuning die zij nodig hebben om de mantelzorg te kunnen (blijven) bieden.

  • 3.

    Mantelzorgers en professionals en vrijwilligers werken goed samen bij het bieden van zorg.

Vrijwilligerswerk is voor iedereen en door iedereen

  • 1.

    Inwoners zijn gestimuleerd en geactiveerd om een bijdrage te leveren aan de samenleving.

  • 2.

    Vrijwilligers ontvangen, zoveel mogelijk, ondersteuning die zij nodig hebben om het vrijwilligerswerk te kunnen uitvoeren en weten elkaar te vinden om kennis en ervaring uit te wisselen.

  • 3.

    Professionals richten zich op het faciliteren en begeleiden van vrijwilligers.

  • 4.

    Verenigingen vervullen een bindende rol in het versterken van de cohesie in Langedijk.

Zelfstandig met een zetje

  • 1.

    Inwoners zijn zo veel mogelijk (financieel) zelfstandig. Wanneer dit niet mogelijk is, bevinden zij zich zo min mogelijk en zo kort mogelijk in een (financiële) afhankelijkheidspositie.

  • 2.

    Inwoners voeren regie over hun eigen leven en zijn zich bewust van de gevolgen van het ouder worden en/of van ziekte en nemen, waar mogelijk, zelf tijdig maatregelen om deze gevolgen op te vangen.

  • 3.

    Kinderen kunnen meedoen aan sportieve, sociale, culturele en educatieve activiteiten. De financiële situatie van hun ouders is hiervoor geen belemmering.

  • 4.

    Langedijk biedt mogelijkheden voor (zelf)ontplooiing, ontwikkeling, ontmoeting en ontspanning aan inwoners met een beperking.

Prettig en passend kunnen wonen

  • 1.

    Inwoners voelen zich verantwoordelijk voor het bevorderen van de leefbaarheid en sociale cohesie in hun woon- en leefomgeving.

  • 2.

    Inwoners kunnen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen.

  • 3.

    De openbare ruimte is voor iedereen goed toegankelijk.

Het participeren in de samenleving, door het deelnemen aan culturele en sportieve activiteiten, is geen afzonderlijk thema of doel. Participeren is een middel dat bijdraagt aan het bereiken van andere maatschappelijke doelstellingen als ontwikkeling van kinderen en gezond blijven. Daarnaast draagt het bij aan ontmoeten, ontplooien en ontspannen en daarmee aan prettig wonen en leven.