Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2017, 26139 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2017, 26139 | Beleidsregels |
Vaststellen beleidsnota Welstandscriteria Passagiersvaart Amsterdam en instellen commissie Uiterlijke Kenmerken Passagiersvaart
Burgemeester en wethouders van Amsterdam
Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 2017 hebben besloten:
Kennis te nemen van de wijzigingen op de concept beleidsnota Welstandsbeleid Passagiersvaart Amsterdam (d.d. 13 december 2016) naar aanleiding van de inspraakprocedure. In de concept beleidsnota zijn criteria zijn opgesteld waarmee vergunningverleners welstandsaspecten kunnen toetsen bij aanvragen voor nieuwe, vervangende of gewijzigde vaartuigen.
6.3. Vaststellen van een tarief voor de beoordelingscommissie Uiterlijke Kenmerken Passagiersvaart conform de Verordening geldelijke voorzieningen externe commissieleden, vastgesteld bij raadsbesluit van 7 juli 2004 (Gemeenteblad 2004, afd. 3A, nr. 167/394).
Huishoudelijk Reglement commissie Uiterlijke Kenmerken Passagiersvaartuigen
In dit huishoudelijk reglement worden, in aanvulling op het B&W-besluit ‘benoeming leden commissie Uiterlijke Kenmerken Passagiersvaart ’ (hierna: de commissie), de interne aangelegenheden van de commissie geregeld.
• is verantwoordelijk voor een evenwichtige besluitvorming;
• zorgt dat de commissie zich houdt aan het beoordelingskader;
• waarborgt een eerlijke en open besluitvorming;
• bewaakt de integriteit van het beoordelingsproces;
• bewaakt de kwaliteit van het beoordelingsproces.
De commissie beraadslaagt voltallig over het door haar uit te brengen advies achter gesloten deuren.
De commissie geeft de aanvrager geen extra toelichting op het advies.
Een lid van de commissie is verplicht tot geheimhouding van gegevens die hij bij de uitvoering van zijn adviestaak tot zijn beschikking krijgt en waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs kan vermoeden.
“Werken voor of namens de gemeente Amsterdam betekent dat ik het publieke belang dien: personen of organisaties die voor en namens de gemeente werkzaamheden uitvoeren maken geen misbruik van de hen toevertrouwde overheidsmacht, ze zijn betrouwbaar en laten eigen belang niet prevaleren. Daarom geldt de regel dat mijn gedrag transparant en controleerbaar is. Als dit nodig is leg ik daarover verantwoording af.
Ik onderschrijf de volgende huisregels, die zijn ontleend aan de gedragscode van de gemeente Amsterdam:
Ik vermijd situaties waarin mijn persoonlijke belangen of de belangen van relaties en de belangen van de gemeente door elkaar heen kunnen gaan lopen. Ik vermijd iedere schijn van belangenverstrengeling. Als dit naar mijn inschatting het geval kan zijn, dan bespreek ik dit direct met mijn opdrachtgever.
Tenslotte verklaar ik dat ik voor de verwerving van deze opdracht geen geschenken op welke wijze en in welke vorm dan ook aan iemand heb gegeven of beloofd.”
Beleidsnota Welstandsbeleid Passagiersvaart Amsterdam
De gemeente wil bij de vergunningverlening voor passagiersvaart (exploitatievergunning) eisen kunnen stellen aan de beeldkwaliteit van de passagiersvaartuigen in de Amsterdamse grachten. De gemeente vindt het belangrijk dat passagiersvaartuigen passen bij de cultuurhistorisch waardevolle achtergrond en kenmerken van de Amsterdamse binnenstad. Deze notitie bevat de criteria waarmee de vergunningverleners welstandsaspecten kunnen toetsen bij aanvragen voor nieuwe, vervangende, verbouwde of gewijzigde vaartuigen. Een beoordelingscommissie zal adviseren.
Op 20 september 2016 heeft het college van Burgemeester en wethouders de Bestuursopdracht ‘Welstand Passagiersvaart’ vastgesteld. Het gaat om een onderdeel van de eerder voorgenomen Bestuursopdracht ‘Op en rond het water’ (de andere uitwerking betreft de Bestuursopdracht Organisatie van Handhaving en Toezicht op het Amsterdamse binnenwater).
Doel welstandsbeleid passagiersvaart Amsterdam
Welstand is traditioneel een middel van gemeenten om de beeldkwaliteit van bouwwerken in de publieke ruimte te bevorderen. Daarmee krijgt de gemeente invloed op de architectuur en de gebruikte materialen en kleuren van bouwwerken. Dit geldt zowel voor nieuwe bouwwerken als voor het verbouwen van bestaande bouwwerken.
De gemeente stelt welstandsbeleid op, op basis van de overtuiging dat het bestuur het belang van een aantrekkelijke omgeving dient te behartigen en de cultuurhistorische waarde van de binnenstad moet behouden. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk, een (woon)boot of een passagiersvaartuig niet alleen een zaak is van de eigenaar; elke voorbijganger en bewoner wordt ermee geconfronteerd. Met een helder beoordelingskader wordt de welstandstoetsing en de verlening van vergunningen voor nieuwe, vervangende of te verbouwen vaartuigen voor iedereen inzichtelijk.
Het formuleren van welstandsbeleid voor passagiersvaartuigen, heeft verschillende functies:
Bijdragen aan de beschermde status van de Amsterdamse Grachten
Het doel van het welstandsbeleid is te komen tot passagiersvaartuigen, die qua beeld passen bij de uitstraling van de Amsterdamse grachten. De Amsterdamse grachten hebben een grote cultuurhistorische waarde en zijn een trekpleister voor toeristen. Ze hebben een status als beschermd stadsgezicht en een UNESCO Werelderfgoed-status. Dit alles stelt hoge eisen aan de ruimtelijke kwaliteit van de gehele binnenstad van Amsterdam. De gemeente vindt het dan ook belangrijk dat de passagiersvaartuigen die in de Amsterdamse binnenstad varen, passen binnen deze historisch waardevolle achtergrond, de ruimtelijke context en de kenmerken van de Amsterdamse binnenstad.
De Watervisie Amsterdam 2014 benoemt Amsterdam terecht als Waterstad en wijst op de toeristen die vanuit de hele wereld de Amsterdamse grachten komen bewonderen. Dit bezoek is van grote economische waarde voor de stad, maar legt ook een druk op. Daarom stelt het college: “In de drukke historische binnenstad willen we streng handhaven op overlast op het water. We willen geen initiatieven en activiteiten op het water die het UNESCO gebied onwaardig zijn.” Overlast is een breed begrip en kan diverse vormen aannemen. De beleving van het uiterlijk van een vaartuig is hier een voorbeeld van.
De binnenstad als beschermd stadsgezicht
Het rijk (besluit nr. U99/583, d.d. 29 januari 1999 door de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) heeft de 'binnenstad van Amsterdam binnen de Singelgracht' in 1999 aangewezen als beschermd stadsgezicht Bij de bescherming van dit stadsgezicht ligt het accent op de gave historisch-ruimtelijke structuur en het nog overwegend historisch waardevolle bebouwingsbeeld van de historische binnenstad. Het grootste gedeelte van het vaarwater in de binnenstad valt binnen dit beschermd stadsgezicht. Er buiten vallen:
Een kaart met de begrenzing van het beschermd stadsgezicht is opgenomen als bijlage 5.2.
De grachtengordel als UNESCO Werelderfgoed
UNESCO heeft de 17e -eeuwse grachtengordel op 31 juli 2010 op de lijst van Werelderfgoed geplaatst. Dit betekent dat de culturele of natuurlijke betekenis zo uitzonderlijk is, dat deze het nationale belang overstijgt en van algemeen belang is voor huidige en toekomstige generaties wereldwijd.
De zeventiende-eeuwse stadsuitbreiding van Amsterdam is het meest complete en meest geslaagde voorbeeld van barokke stedenbouw in Europa en was de enige stadsuitbreiding van deze omvang in die tijd. Zij representeert de Nederlandse grachtenstad in zijn meest ideale vorm. De grachtengordel, door de eeuwen heen nagenoeg intact gebleven, bepaalt tot in onze tijd het imago van Amsterdam als erfgoedstad. De zeventiende-eeuwse grachtengordel vormt het kerngebied van het Werelderfgoed. De overige delen van de historische binnenstad binnen de Singelgracht vormen de bufferzone, die voor een Werelderfgoed vereist is. De begrenzing van de bufferzone komt overeen met de grenzen van het beschermd stadsgezicht.
Een kaart met de begrenzing van het UNESCO Werelderfgoed is opgenomen als bijlage 5.2.
In paragraaf 4.1. zal worden ingegaan op hoe deze waarden zich vertalen naar het vaargebied waar dit beleid van toepassing zal zijn.
In samenhang met overig welstandsbeleid
De Welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam’
De gemeenteraad heeft de Welstandsnota 'De Schoonheid van Amsterdam' geactualiseerd en vastgesteld op 14 september 2016. De gemeente vindt het belangrijk dat de beoordeling van passagiersvaartuigen aansluit bij de welstandscriteria uit 'De Schoonheid van Amsterdam'. Het is wenselijk dat er een duidelijk verband is tussen de criteria die gelden voor het huis op de wal, de woonboot die voor de deur ligt en het passagiersvaartuig dat langs vaart.
Bij de actualisatie van de Welstandsnota 'De Schoonheid van Amsterdam' heeft de gemeente ook welstandsbeleid voor woonboten opgenomen. Vanaf 1996 gebruikt Amsterdam al welstandseisen voor woonboten. De diverse voormalige stadsdelen zagen het belang in van het reguleren van het uiterlijk van de diverse vormen van wonen op het water en formuleerden hier beleid en criteria voor. Dit was dus ruim voordat de Raad van State in 2014 de uitspraak deed dat woonboten beschouwd dienen te worden als een bouwwerk. De welstandsrichtlijnen voor (woon)boten sluiten nauw aan bij de welstandsnota voor bebouwing op de wal.
De verordening op het Amsterdamse binnenwater (VOB)
Ingevolge de VOB kan zowel een exploitatievergunning voor een passagiersvaartuig als een ligplaatsvergunning worden geweigerd in het belang van de welstand (artikel 2.4.5 respectievelijk 2.4.1). Het belang van de welstand vormt dus nu reeds een weigeringsgrond. Tot nu toe zijn er geen beleidsregels vastgesteld om te beoordelen of er sprake is van strijd met de welstand voor deze twee soorten vergunningen. In de praktijk is dan ook slechts sporadisch gebruik gemaakt van de bevoegdheid om dergelijke vergunningen op grond van welstand te weigeren; eigenlijk alleen in geval van een enkel exces (bijvoorbeeld hottugs). Deze beleidsnotitie voorziet in welstandscriteria voor de beoordeling van aanvragen voor een exploitatievergunning. De notitie is uitdrukkelijk niet van toepassing op ligplaatsvergunningen.
Criteria Beeldkwaliteit bij de Gewogen toetreding.
Bij de uitgifteronde van exploitatievergunningen voor vaartuigen > 14 meter in 2016 zijn een aantal vergunningen gereserveerd voor beeldbepalende vaartuigen. Bij het formuleren van de welstandscriteria zoals neergelegd in deze beleidsnotitie is aansluiting gezocht bij de criteria en uitgangspunten die bij de gewogen toetreding zijn gehanteerd voor beeldbepalende vaartuigen.
Uitgangspunten voor de welstandscriteria zijn zorgvuldigheid en proportionaliteit, terughoudendheid en bescheidenheid.
Het ontwerp moet blijk geven van zorgvuldig omgaan met stijlen, materialen, verhoudingen, licht, kleur en detaillering. De gedachte hierachter is dat het ontwerp ook de gebruiker, de omgeving en de sociaal-culturele context beïnvloedt. Zorgvuldige ontwerpen nodigen de gebruiker en de omgeving uit tot zorgvuldig gedrag.
Het uitgangspunt van zorgvuldigheid past in een eeuwenlange traditie van denken over ruimtelijke en architectonische kwaliteit. Volgens de Romeinse architect Vitruvius moet een goed gebouw voldoen aan drie eisen, te weten: utilitas (bruikbaarheid), firmitas (duurzaamheid) en venustas (schoonheid). Vertaald naar de kwaliteit van passagiersvaartuigen kunnen we stellen dat een vaartuig zo moet zijn ontworpen dat het zijn functie zo goed mogelijk kan vervullen, dat het in de toekomst aan gestelde eisen kan voldoen en dat het een aansprekende uitstraling heeft, die bijdraagt aan het beeld van de omgeving waarin het vaartuig vaart.
Proportionaliteit bij het ontwerp wil zeggen dat de toegepaste stijlen, materialen, verhoudingen, licht, kleur en detaillering in een redelijke verhouding moeten staan tot het beoogde doel: een plezierige en informatieve vaart.
Dit beoogde doel moet zwaarder wegen dan het belang dat door het middel wordt aangetast.
De passagiersvaart betracht in het ontwerp voldoende terughoudendheid, kiest voor een gematigde en fatsoenlijke verschijningsvorm en vermijdt buitensporigheden en pretenties.
Met het ontwerp wil de passagiersvaart zichzelf niet op de voorgrond dringen en houdt in zijn verschijningsvorm rekening met zijn relaties met andere gebruikers van de leefomgeving.
De welstandscriteria voor passagiersvaartuigen volgen de zes algemene welstandscriteria die Amsterdam ook gebruikt voor gebouwen en voor woonboten, namelijk:
Deze zes algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het ontwerp van gebouwen en boten en zijn terug te voeren op vrij universele architectonische ontwerpprincipes. Ze zijn gebaseerd op de notitie 'Architectonische kwaliteit, een notitie over architectuurbeleid' die prof. ir. Tjeerd Dijkstra schreef als rijksbouwmeester in 1985. De interpretatie van de algemene criteria is in de loop van de tijd iets vrijer geworden maar ze worden nog steeds algemeen gebruikt als uitgangspunt voor welstandsbeoordelingen.
De romp en de opbouw hebben een evenwichtige verhouding. De opbouw blijft binnen de romp, heeft een bescheiden hoogte en breedte en laat het voor- en achterdek vrij. Ongewenst zijn overmatige onderdelen en opbouwen die over de romp heen gebouwd zijn.
B. Relatie tussen vorm, gebruik en constructie
De vorm van het vaartuig volgt logisch uit het gebruik en de constructie. Een passagiersvaartuig heeft de vorm van een vaartuig dat specifiek bedoeld is voor het vervoer van personen. Ongewenst zijn niet-scheepse vormen, die de suggestie wekken een ander object te zijn dan een vaartuig.
C. Relatie tussen schip en omgeving
Het vaartuig past binnen de ruimtelijke en historische context van Amsterdam. Passagiersvaartuigen moeten een positieve bijdrage leveren aan de binnenstedelijke ruimte. Ongewenst zijn vaartuigen die qua karakteristiek niet passen bij de historische binnenstad.
D. Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context
De scheepsbouwkundige uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig. Passagiersvaartuigen moeten zorgvuldig vormgegeven en gedetailleerd zijn. Ongewenst zijn grove vormen en een onzorgvuldige afwerking, bijvoorbeeld door de toepassing van opzichtige reclames voor de eigen eigenaar dan wel als reclamebord voor derden.
E. Evenwicht tussen helderheid en complexiteit
Het vaartuig heeft een begrijpelijk beeld door symmetrie, ritme en herkenbare materialen. Passagiersvaartuigen zijn aantrekkelijk als zij een begrijpelijk beeld oproepen. Ongewenst zijn vaartuigen waarbij de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat.
F. Materiaal, textuur, kleur en licht
Het vaartuig gebruikt passende materialen als hout, staal, zeildoek en glas.
Deze opsomming van materialen is niet limitatief. Dit betekent dat niet genoemde materialen niet op voorhand zijn uitgesloten. Vereist is in ieder geval wel dat het gebruikte materiaal zorgvuldig dient te worden afgewerkt.
Passagiersvaartuigen gebruiken scheepse materialen en terughoudende kleuren, waarbij kleuraccenten zijn toegestaan. Ongewenst zijn vaartuigen in te opvallende kleuren.
De voorbeeldenbijlage (5.3) maakt met tekst en beeldmateriaal inzichtelijk hoe deze aspecten van toepassing zijn op passagiersvaartuigen. De gebruikte voorbeelden zijn niet bedoeld als strikte voorschriften, ge- of verboden. De gebruikte voorbeelden zijn ook niet bedoeld als limitatief, dat wil zeggen dat ze niet bedoeld zijn als uitputtende opsomming. De afbeeldingen zijn bedoeld als beeldende ondersteuning van de beschreven aspecten A t/m F.
De welstandscriteria voor passagiersvaartuigen gelden voor alle soorten passagiersvaartuigen in het gehele binnenwatergebied van de gemeente Amsterdam. Er is dus geen zonering. Een zonering heeft geen zin, omdat het gaat om varende, en dus per definitie bewegende, vaartuigen. Het beeld waarbij het vaartuig moet passen verandert afhankelijk van waar men vaart. Dit vraagt om een uniforme set criteria (op hoofdlijnen) op een basisniveau, zodat het vaartuig op iedere locatie in ieder geval aan een minimum aan beeldkwaliteit voldoet. Het welstandsbeleid strekt primair tot bescherming van de (cultuurhistorische) waarden van het meest waardevolle gebied, en de welstandscriteria moeten dan ook bijdragen aan het behoud en herstel van deze waarden Wat aanvaardbaar is in het meeste waardevolle gebied zal geen probleem zijn in de andere gebieden. Door de criteria te formuleren op een basisniveau van algemeen aanvaarde principes van welstand zijn dezelfde criteria ook hanteerbaar in andere zones zonder dat specificatie noodzakelijk is. Een dergelijke uniforme set criteria zonder zonering is bovendien minder gecompliceerd in aanvraag, verlening en controle. Ook passagiersvaartuigen die uitsluitend buiten het beschermde gebied zullen worden geëxploiteerd zullen derhalve aan de welstandscriteria moeten voldoen.
De criteria zijn van toepassing op alle passagiersvaart – dat wil zeggen dat er sprake is van zakelijke exploitatie van vaartuigen, van de verhuur van waterfietsen tot rondvaartenboten. De criteria gelden voor de passagiersvaart en niet voor andere vaartuigen. De reden voor deze keuze ligt in het feit dat juist de passagiersvaart nadrukkelijk aanwezig is in het historisch meest waardevolle gebied, waarbij de vaarbewegingen bovendien doorgaans dagelijks plaatsvinden.
Na twee jaar zal een evaluatie plaatsvinden. Op basis van deze evaluatie kan de gemeente besluiten het beleid voor het uiterlijk van vaartuigen ook voor andere vaartuigen (bijvoorbeeld pleziervaartuigen) te gaan ontwikkelen.
Bestaande vaartuigen, vervangen, verbouwen, wijzigen en nieuwe aanvragen.
Het welstandsbeleid is niet van toepassing op bestaande (met andere woorden reeds vergunde) passagiersvaartuigen, tenzij er sprake is van vervanging, wijziging of verbouwing. In deze gevallen is het beleid van toepassing en zal getoetst worden aan de criteria.
De welstandstoets zal zich bij verbouwing van het passagiersvaartuig beperken tot het deel dat verbouwt wordt, waarbij het uitgangspunt is dat het aanzicht van het gehele vaartuig niet mag verslechteren,
Bij een nieuwe exploitatievergunning of vaartuig, bijvoorbeeld als gevolg van een vervanging van een vaartuig of een vergunning voor bepaalde tijd eindigt dient te worden voldaan aan de welstandseisen.
Beoordeling van vergunningaanvragen
Beoordeling op basis van criteria
Welstand is een combinatie van twee begrippen. Enerzijds laat het zien hoe een object eruitziet en hoe het zich verhoudt tot de omgeving. Anderzijds geeft het een waardering of kwaliteitsbeoordeling van de kenmerken en karakteristiek van het object ten opzichte van zijn omgeving. Het beoordeelt letterlijk of het object 'wel staat' in zijn omgeving. Daarbij is 'wel' bedoeld als 'goed': oftewel, past het object goed in zijn omgeving.
De in hoofdstuk 3 beschreven criteria zijn bedoeld als gemeenschappelijke noemer voor de beoordeling van de welstand van de passagiersvaartuigen in Amsterdam.
Beoordeling door vergunningverleners
Uitgangspunt is dat de toetsing en beoordeling van welstandaspecten plaatsvindt in het kader van de reguliere vergunningverlening van exploitatievergunningen voor passagiersvaart. De vergunningverleners voeren de toetsing en beoordeling dus uit.
Beoordeling door een beoordelingscommissie
Er zijn situaties denkbaar waarbij voor de beoordeling van de aanvraag een aanvullende specialistische toetsing wenselijk is, bijvoorbeeld in geval van twijfelgevallen of een nieuw type passagiersvaartuig. Ook zou een zienswijze tegen een voornemen tot weigering onder omstandigheden aanleiding kunnen vormen voor aanvullende toetsing. Hiertoe zal de gemeente een beoordelingscommissie instellen, die deze aanvullende welstandsbeoordeling uit kan voeren. Deze beoordelingscommissie zal bestaan uit leden die deskundigheid bezitten op het gebied van het cultureel erfgoed en de esthetische en visuele kwaliteit van vaartuigen. Het college acht deze disciplines nodig om tot een gewogen oordeel te komen over de beeldkwaliteit van vaartuigen.
De term 'welstand' is op dit moment vooral onderdeel van de Woningwet. Gemeenten mogen sinds 2013 zelf beslissen of en waar ze welstandsbeleid willen voeren. Voorwaarde is dan wel dat gemeenten een lokale welstandsvisie opstellen, zodat duidelijk is volgens welke criteria zij toetsen. Bouwwerken die niet voldoen aan redelijke eisen van welstand krijgen geen bouw- of omgevingsvergunning.
Hoewel vaartu igen geen bouwwerken zijn gebruikt deze notitie dezelfde systematiek omdat de doelstelling vergelijkbaar is. .
Verordening op de Amsterdamse Binnenwateren (VOB)
De bevoegdheid om beleid vast te stellen voor de welstand van passagiersvaartuigen volgt uit artikel 2.4.5. VOB. Het college is in de VOB aangewezen als bevoegd orgaan voor het verlenen van exploitatievergunningen. Het college is ook bevoegd om voor de uitvoering van deze bevoegdheid beleid vast te stellen (artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).
Het is niet mogelijk bezwaar te maken of beroep in te stellen tegen het besluit van het college deze beleidsregels vast te stellen.
In de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting in 2019 van kracht wordt, zijn gemeenten verplicht om een Omgevingsvisie op te stellen. Die moet de hoofdlijnen bevatten van de voorgenomen ontwikkelingen, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied. Ook moet de Omgevingsvisie de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving bevatten, waaronder de cultuurhistorische waarden. Het staat gemeenten daarbij vrij om al dan niet welstandsbeleid te voeren. In de nieuwe Omgevingswet krijgen gemeenten ook een zorgplicht voor de kwaliteit van de woon-, leef- en werkomgeving. Gemeenten moeten zorgen voor een goede omgevingskwaliteit, dat wil zeggen voor een leefomgeving die veilig, gezond en aantrekkelijk is. Gemeenten krijgen de vrijheid om zelf te bepalen op welke wijze zij hun zorgplicht invulling willen geven.
In de toekomst zal dit beleid dus mogelijk binnen het kader van deze wet ingepast gaan worden in een groter geheel. Voor het moment is gekozen voor een separaat beleid.
De welstandscriteria voor passagiersvaartuigen gelden voor alle soorten passagiersvaartuigen in het gehele gebied van de gemeente Amsterdam. Uitgangspunten voor deze welstandscriteria zijn zorgvuldigheid en proportionaliteit, terughoudendheid en bescheidenheid.
De welstandcriteria voor passagiersvaartuigen hebben betrekking op de volgende aspecten:
De romp en de opbouw hebben een evenwichtige verhouding. De opbouw blijft binnen de romp, heeft een bescheiden hoogte en breedte en laat het voor- en achterdek vrij. Ongewenst zijn overmatige onderdelen en opbouwen die over de romp heen gebouwd zijn.
B. Relatie tussen vorm, gebruik en constructie
De vorm van het vaartuig volgt logisch uit het gebruik en de constructie. Een passagiersvaartuig heeft de vorm van een vaartuig dat specifiek bedoeld is voor het vervoer van personen. Ongewenst zijn niet-scheepse vormen, die de suggestie wekken een ander object te zijn dan een vaartuig.
|
Gewenst: vorm vaartuig volgt logisch uit gebruik en constructie |
Gewenst: Vaartuig heeft een vorm specifiek bedoeld voor het vervoer van personen. |
|
Ongewenst: onduidelijke relatie tussen vorm en gebruik: bierwaterfiets, vaartuig of tafel? |
Ongewenst: onduidelijke relatie tussen vorm en gebruik: caféschip, vaartuig of ponton? |
C. Relatie tussen schip en omgeving
Het vaartuig past binnen de ruimtelijke en historische context van Amsterdam. Passagiersvaartuigen moeten een positieve bijdrage leveren aan de binnenstedelijke ruimte. Ongewenst zijn vaartuigen die qua karakteristiek niet passen bij de historische binnenstad.
|
Gewenst: vaartuig levert positieve bijdrage aan binnenstedelijke ruimte, bijvoorbeeld een sleepboot van het type Amsterdammertje |
|
Ongewenst: karakteristiek past niet bij binnenstad van Amsterdam: rondvaartboot in Tokyo |
Ongewenst: karakteristiek past niet bij binnenstad van Amsterdam: barbecue-donut |
D. Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context
De scheepsbouwkundige uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig. Passagiersvaartuigen moeten zorgvuldig vormgegeven en gedetailleerd zijn. Ongewenst zijn grove vormen en een onzorgvuldige afwerking, bijvoorbeeld door de toepassing van opzichtige reclames voor de eigen eigenaar dan wel als reclamebord voor derden.
E. Evenwicht tussen helderheid en complexiteit
Het vaartuig heeft een begrijpelijk beeld door symmetrie, ritme en herkenbare materialen. Passagiersvaartuigen zijn aantrekkelijk als zij een begrijpelijk beeld oproepen. Ongewenst zijn vaartuigen waarbij de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat.
F. Materiaal, textuur, kleur en licht
Het vaartuig gebruikt passende materialen als hout, staal, zeildoek en glas.
Deze opsomming van materialen is niet limitatief. Dit betekent dat niet genoemde materialen niet op voorhand zijn uitgesloten. Vereist is in ieder geval wel dat het gebruikte materiaal zorgvuldig dient te worden afgewerkt.
Passagiersvaartuigen gebruiken scheepse materialen en terughoudende kleuren, waarbij kleuraccenten zijn toegestaan.
Kleuren zijn in overeenstemming met de omgeving. Ongewenst zijn vaartuigen in te opvallende kleuren, zoals schelle, schreeuwende, reflecterende, fluorescerende, fosforescerende kleuren en de signaalkleuren felrood, feloranje en felgeel. Een signaalkleur is een kleur die de aandacht trekt en die vaak gebruikt wordt om te waarschuwen, zoals bij blusvaartuigen, reddingboten en patrouillevaartuigen.
Lampen aan boord van passagiersvaartuigen zijn beperkt tot navigatieverlichting en binnenverlichting. Andere verlichting dan deze is niet wenselijk.
Waterfietsen, kano's en vaarplanken
Voor waterfietsen, kano's, roeiboten, gondels en vaarplanken gelden dezelfde uitgangspunten voor welstandscriteria als voor andere vaartuigen: zorgvuldigheid en proportionaliteit, terughoudendheid en bescheidenheid. Ongewenst zijn niet-scheepse vormen die de suggestie wekken een ander object te zijn dan een vaartuig, opzichtige reclame en onnodige verlichting.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-26139.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.