Gemeenteblad van Someren

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
SomerenGemeenteblad 2017, 25192Beleidsregels



Subsidieregel peuterplaatsen en VVE gemeente Someren 2017

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren;

overwegende dat ter uitvoering van de gemeentelijke verantwoordelijkheid in de voorschoolse educatie een subsidieregeling voor (doel)groep peuters zonder kinderopvangtoeslag vastgesteld moet worden;

gelet op titel 4.2 van de Algemene Wet Bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Someren 2016

b e s l u i t :

vast te stellen:

Subsidieregeling peuterplaatsen en VVE gemeente Someren 2017

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

BSN: Het Burgerservicenummer is een uniek persoonsnummer dat iedereen krijgt die ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA)

College: Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Someren

Doelgroepkinderen: Kinderen die in aanmerking komen voor VVE, op indicatie van een door het college aan te wijzen instantie

Gemeente: Gemeente Someren

Houder: Degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort en die met die onderneming een kinderdagverblijf exploiteert en die staat vermeld in het LRKP

Inkomensverklaring: Een officiële verklaring (voorheen IB60) van de Belastingdienst met daarop de inkomensgegevens van een bepaald belastingjaar

Kinderopvang: Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint

Kinderopvangtoeslag: De tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor in het LRKP geregistreerde kinderopvang

LRKP: Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen; het register waarin kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen

Ouderbijdrage: Financiële vergoeding die de ouders moeten betalen bij afname van een peuterplaats of een VVE-peuterplaats

Ouders: Ouder(s)/verzorger(s) van de peuter die woonachtig zijn in de gemeente

Peuterplaats: Plaats voor peuters vanaf 2 jaar tot het moment dat zij naar de basisschool uitstromen, van 2 dagdelen en totaal 7 uur per week gedurende 40 weken per jaar op twee verschillende dagen van de week

Voorschoolse voorziening: Kinderdagverblijven die zijn geregistreerd in het LRKP als VVE-gecertificeerd binnen de gemeente Someren

VVE: Voor- en vroegschoolse educatie; het aanbod voor kinderen tot en met groep 2 van de basisschool, waarbij aan de hand van een VVE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling

VVE-programma: Een erkend voorschools programma waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek, en sociaal- emotionele ontwikkeling voor zover dit programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut

VVE-jaarbedrag: Een vergoeding in de vorm van een jaarbedrag aan de houder voor de extra werkzaamheden voor een bezette VVE-peuterplaats

VVE-peuterplaats: Plaats voor doelgroeppeuters van 2 jaar tot het moment dat zij naar de basisschool uitstromen, van minimaal drie dagdelen en totaal 10,5 uur gedurende 40 weken per jaar op drie verschillende dagen van de week

Artikel 2 Reikwijdte

Deze subsidieregeling is van toepassing op alle subsidies die het college verstrekt voor peuterplaatsen en VVE.

Artikel 2 De grondslag voor het subsidie

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks voor 1 november het uurtarief per (VVE-)peuterplaats vast, als basis voor de vast te stellen subsidie.

  • 2.

    Het college stelt jaarlijks voor 1 november het VVE-jaarbedrag vast.

  • 3.

    Het college stelt jaarlijks voor 1 november de ouderbijdrage vast voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.

  • 4.

    De grondslag voor het subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van de peuterspeelzaal.

  • 5.

    Het college subsidieert de volgende subsidiebedragen:

    • per bezette peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 7 uren per week maal het vastgestelde uurtarief;

    • per bezette VVE-peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 10,5 uren per week maal het vastgestelde uurtarief;

    • per bezette VVE-peuterplaats voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag 3,5 uren per week (het derde dagdeel) maal het vastgestelde uurtarief;

    • per VVE-peuter die geen gebruik maakt van een VVE-peuterplaats maar één dag per week gebruik maakt van dagopvang, 3,5 uur per week maal het vastgestelde uurtarief (deze doelgroeppeuter dient de aanvullende 3,5 uur maximaal op een tweede dag in de week aantoonbaar af te nemen).

  • 6.

    Naast de in lid 5 genoemde subsidiebedragen stelt het college voor doelgroeppeuters een VVE-jaarbedrag beschikbaar. Indien een doelgroeppeuter niet het gehele jaar gebruik maakt van het VVE-aanbod, wordt dit bedrag naar rato verstrekt.

  • 7.

    Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het bijbehorende risico van niet-betalers.

  • 8.

    Voor de kinderdagverblijven in de kernen Someren-Eind, Someren-Heide en Lierop is een aanvullende subsidie beschikbaar, voor zover er maar één kinderdagverblijf in de kern aanwezig is en er onvoldoende vraag is om doelgroeppeuters een aanbod van drie maal 3,5 uur te bieden, verdeeld over 3 dagen per week, om een kostendekkende exploitatie van tenminste drie dagdelen per week mogelijk te maken en daarmee een aanbod voor doelgroeppeuters te kunnen garanderen. Deze aanvullende subsidie is als volgt:

    • voorwaarde voor de subsidie is dat op elk dagdeel tenminste vier peuters zijn geplaatst;

    • onbezette plaatsen worden tot 90% bezetting door de gemeente gefinancierd, dat wil zeggen tot gemiddeld 7,2 peuters bij inzet van één gediplomeerde kracht (halve groep) en tot 14,4 peuters bij inzet van twee gediplomeerde krachten (hele groep);

    • bezetting met 9 of 10 peuters wordt zoveel mogelijk voorkomen door verplichte plaatsing op een ander dagdeel indien daar nog plaats is;

    • indien de bezetting op een of meer dagdelen gedurende het jaar boven 90% is, worden de extra bezette plaatsen verrekend met de onbezette plaatsen;

    • Financiering van de lege plaatsen vindt plaats conform de financiering uit de subsidieregeling voor niet-doelgroeppeuters, op basis van de gemiddelde bezetting per jaar (over 40 weken).

  • 9.

    Alleen kinderdagverblijven die op 1 november 2016 in het LRKP in de gemeente Someren waren geregistreerd, komen in 2017 in aanmerking voor subsidie.

Artikel 3 Aanvraag subsidieverlening

  • 1.

    Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend voor kinderdagverblijven die zijn geregistreerd in het LRKP als VVE-gecertificeerd en die gevestigd zijn in de gemeente Someren.

  • 2.

    De subsidieaanvraag voor het komende jaar dient uiterlijk op 1 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft door de gemeente Someren te zijn ontvangen.

  • 3.

    De aanvraag dient te worden gedaan op basis van een reële inschatting van het aantal bezette (VVE-)peuterplaatsen.

4. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente vastgesteld format.

Artikel 4 Subsidieverlening
  • 1.

    Het college besluit over de aanvraag voor peuterplaatsen, VVE-peuterplaatsen en VVE-jaarbedragen binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.

  • 2.

    Het college kan dit besluit met ten hoogste zes weken verdagen. Het college stelt de houder hiervan schriftelijk in kennis.

  • 3.

    De beschikking van de subsidie voor peuterplaatsen, VVE-peuterplaatsen en de VVE-jaarbedragen bevat in ieder geval:

    • a.

      de voorschoolse voorzieningen waarvoor de subsidie wordt gegeven;

    • b.

      de periode en het aantal peuterplaatsen waarvoor de subsidie wordt gegeven;

    • c.

      de voorwaarden en verplichtingen waaraan de aanvrager moet voldoen;

    • d.

      de wijze waarop de subsidie wordt betaald;

    • e.

      de wijze waarop de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel 5 Weigeringsgronden

Onverminderd de subsidievoorwaarden als opgenomen in deze Subsidieregeling, kan de subsidie worden geweigerd indien:

  • 1.

    Voor één van Somerense vestigingen van de houder in de subsidieperiode bestuursrechtelijke handhaving van kracht is of wordt.

  • 2.

    Het eventueel door de raad vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

Artikel 6 Bijzondere bepalingen en verplichtingen betreffende de houder

  • 1.

    Er loopt geen bestuursrechtelijke handhavingsprocedure voor het kinderopvangaanbod binnen de gemeente.

  • 2.

    Houder werkt mee aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de ontwikkeling van jonge kinderen.

  • 3.

    Houder is verplicht doelgroeppeuters voorrang te geven bij de plaatsing van peuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen.

  • 4.

    Houder past een door het college vastgestelde ouderbijdrage toe voor die ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.

  • 5.

    Houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door de gemeente aangewezen instanties.

  • 6.

    Houder voldoet aan alle relevante juridische voorwaarden en regelingen die buiten deze Subsidieregeling van toepassing zijn. Het niet voldoen aan deze Subsidieregeling, de genoemde wettelijke regelingen of andere relevant juridische voorwaarden en regelingen leidt tot afwijzing van het subsidieverzoek of invordering van reeds betaalde subsidie.

  • 7.

    Behoudens de bepalingen in de subsidieverordening beschikt de houder over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente. Het gaat daarbij onder meer om:

    • a.

      een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouders;

    • b.

      bewijs geen recht op kinderopvangtoeslag;

    • c.

      naam, geboortedatum en BSN van de kinderen waarop de subsidie betrekking heeft;

    • d.

      indien het gaat om een VVE-peuterplaats: een bewijs van indicatiestelling voor VVE van het Consultatiebureau JGZ (Jeugdgezondheidszorg).

Artikel 7 Bijzondere bepalingen en verplichtingen betreffende de inhoud

  • 1.

    Houder voldoet aan de kwaliteitseisen zoals deze bij 7 lid 4 zijn opgenomen.

  • 2.

    Voordat subsidie wordt beschikt, dient middels een controle van de GGD te worden aangetoond dat in de basis aan deze kwaliteitseisen is voldaan.

  • 3.

    Aanvullende controle door de onderwijsinspectie of onderwijsbegeleidingsdienst zorgt voor controle op daadwerkelijke uitvoering en borging van de kwaliteitseisen.

  • 4.

    Kwaliteitseisen gesubsidieerde (VVE-) peuterplaatsen Someren:

Artikel 7.1 Basiseisen aanbod en personeel

  • 1.

    op de groepen waar voor een of meer peuters subsidie wordt ontvangen, wordt voorschoolse educatie aangeboden, ongeacht of er doelgroeppeuters aanwezig zijn;

  • 2.

    het aanbod van voorschoolse educatie voldoet aan de wettelijke eisen uit het ‘Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie’;

  • 3.

    er is beschreven in het VVE-werkplan op welke wijze het VVE-programma opklimt in moeilijkheidsgraad en op welke wijze de activiteiten worden afgestemd op verschillen in de ontwikkeling van de individuele kinderen;

  • 4.

    pedagogisch medewerkers zijn gecertificeerd in het VVE-programma waarmee wordt gewerkt;

  • 5.

    uiterlijk per 31 december 2018 hebben pedagogisch medewerkers het taalniveau 2F voor schrijfvaardigheid en 3F voor spreek- en luistervaardigheid (referentieniveaus taal van de commissie Meijerink);

  • 6.

    houder evalueert aantoonbaar ten minste een keer per jaar systematisch de kwaliteit van VVE; bevindingen worden in een jaarverslag vastgelegd inclusief de verbetermaatregelen voor het volgend jaar.

Artikel 7.2 Kindvolgsysteem en overdracht

  • 1.

    voor alle peuters wordt gebruik gemaakt van een kind-volgsysteem (Kijk) om de brede ontwikkeling van de peuters te volgen;

  • 2.

    er is sprake van een doelgerichte planning van het VVE-aanbod voor doelgroeppeuters;

  • 3.

    voor alle peuters vindt overdracht plaats naar het primair onderwijs middels een door houder en onderwijsinstelling vastgesteld overdrachtsprotocol, conform gemeentelijk beleid;

  • 4.

    voor de (doelgroep)peuters vindt een warme overdracht plaats naar het primair onderwijs;

  • 5.

    er is sprake van een aantoonbare samenwerking met tenminste één basisschool voor wat betreft de doorgaande lijn voor peuters, dit is vastgelegd in een locatieplan;

  • 6.

    de samenwerking wordt aantoonbaar tenminste één maal per jaar door de partners geëvalueerd.

Artikel 7.3 Zorg

  • 1.

    bij de intake wordt gevraagd of een kind externe zorg ontvangt of recent heeft ontvangen, dit wordt geregistreerd in het dossier van het kind;

  • 2.

    in overleg met ouders wordt bepaald in hoeverre en op welke wijze op de groep aanvullende zorg wordt geboden;

  • 3.

    houder draagt zorg voor een interne zorgstructuur, dat wil zeggen dat heldere afspraken zijn gemaakt over het signaleren van zorgkinderen en de stappen die daarna worden doorlopen;

  • 4.

    er is sprake van een aantoonbare samenwerking met de GGD en het Centrum voor Jeugd en Gezin ten behoeve van de ontwikkeling van peuters.

Artikel 7.4 Ouderbeleid

  • 1.

    er is een visie met bijbehorende doelen op het gebied van VVE-ouderparticipatie geformuleerd;

  • 2.

    er is een analyse van de ouderpopulatie verricht, waarbij factoren zijn meegenomen zoals taalachtergrond, opleidingsniveau, werkend/niet-werkend en sociaal-economische factoren;

  • 3.

    op basis van de analyse van de ouderpopulatie, de wensen en mogelijkheden van de ouders en de eigen doelstellingen is een concreet VVE-ouderbeleid geformuleerd en op schrift gesteld;

  • 4.

    het ouderbeleid wordt in de praktijk aantoonbaar uitgevoerd;

  • 5.

    ouders worden adequaat geïnformeerd over het beleid, met name over het pedagogisch beleid, het ouderbeleid, de frequentie van informatie-uitwisseling en doelstellingen t.a.v. VVE;

  • 6.

    adequaat informeren is aantoonbaar doordat pedagogisch medewerkers kunnen laten zien dat een bepaalde procedure wordt gevolgd en uit gesprekken met pedagogisch medewerkers, leidinggevenden en eventueel ouders blijkt dit ook;

  • 7.

    ouders van doelgroeppeuters worden door de pedagogisch medewerkers gestimuleerd om thuis VVE-activiteiten met hun kinderen te doen en geïnformeerd over hoe ze met hun kind(eren) activiteiten kunnen uitvoeren;

  • 8.

    er is tenminste een keer per jaar een oudergesprek op uitnodiging van de houder, waarin ouders worden geïnformeerd over de ontwikkeling van hun kind; voor doelgroeppeuters is dit tenminste twee maal per jaar.

Artikel 8 Aanvraag subsidieverstrekking

1. De aanvraag voor de vaststelling van de subsidie vindt plaats voor het einde van het jaar waarop deze betrekking heeft.

Artikel 9 Subsidieverstrekking

1. Het college beslist op de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 8 uiterlijk binnen 8 weken.

Artikel 10 Bevoorschotting

1. Maandelijks vindt een bevoorschotting plaats op basis van de ingediende facturen met vermelding van het aantal uren dat doelgroep- en niet-doelgroepkinderen gebruik maken van de voorschoolse voorziening gedurende de betreffende maand.

Artikel 11 Overgangsbepaling

1. Het jaar 2017 is voor de subsidieverstrekking een overgangsjaar. De aanvragen kunnen voor 1 januari 2017 ingediend worden, waarna de in art. 4 genoemde termijn van toepassing is en een voorlopige subsidiebeschikking afgegeven wordt.

Voor zover de houders niet kunnen voldoen aan de in art. 7 lid 4 genoemde kwaliteitseisen, krijgen de houders uiterlijk 3 maanden de tijd om hieraan te voldoen, waarna de subsidie verleend wordt.

Artikel 12 Citeertitel

Subsidieregeling peuterplaatsen en VVE gemeente Someren 2017.

 

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders d.d. 13 december 2016,

Burgemeester en wethouders van Someren,

de secretaris, T. M.G. van Leeuwen

de burgemeester, A.P.M. Veltman