7e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Voorschoten 2010

De raad der gemeente Voorschoten;

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 januari 2017;

 

overwegende dat middels burgerparticipatie ingezeten van Voorschoten en andere belanghebbenden de kans hebben gehad hun zienswijze kenbaar te maken;

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de Wet op de kansspelen, de Wet milieubeheer en de Wegenverkeerswet 1994;

Besluit:

De 7e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Voorschoten 2010 vast te stellen.

Artikel I

Wijziging: artikel 2:6 (Beperking aanbieden en verspreiden van geschreven of gedrukte stukken op het door het college aangewezen plaatsen):

‘Artikel 2:6 vervalt’

Artikel II

Wijziging: artikel 2:14 (Winkelwagentjes):

‘Artikel 2:14 vervalt’

Artikel III

Wijziging: artikel 2:16 (Openen straatkolken en dergelijke):

‘Artikel 2:16 vervalt’

Artikel IV

Wijziging artikel 2:25 (Evenement):

 

Artikel 2:25 wordt vervangen door:

‘Artikel 2:25 Evenement

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  • 2.

    Indien er bij jaarlijks terugkerende grote evenementen geen wijzigingen zijn ten opzichte van de eerder ingediende aanvraag dan stelt de organisator het bevoegd gezag hiervan op de hoogte. Deze jaarlijks terugkerende grote evenementen zijn de B-evenementen die zijn gekwalificeerd in het ‘kader evenementenveiligheid van de Veiligheidsregio Hollands Midden’. Het bevoegd gezag zal met de reeds bestaande stukken de aanvraag voor een nieuwe vergunning in behandeling nemen.

    Voor jaarlijks terugkerende grote evenementen waarbij wel wijzigingen zullen voorkomen ten opzichte van de eerder ingediende aanvraag behoeft de organisator alleen de wijzigingen ten opzichte van de eerder ingediende aanvraag door te geven aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag zal deze wijzigingen met de reeds bestaande stukken gebruiken voor de aanvraag van een nieuwe vergunning. De organisator is verantwoordelijk deze wijzigingen te melden met in acht neming van de in artikel 1:3 genoemde termijnen.

  • 3.

    Bij de aanvraag om een vergunning voor een evenement moet gebruik worden gemaakt van het door de burgemeester vastgestelde aanvraagformulier dat past bij risicoclassificatie zoals deze door de burgemeester is vastgesteld ten aanzien van het betreffende evenement.

  • 4.

    Voor door de burgemeester aan te wijzen risico-categorieën van evenementen moet altijd een veiligheidsplan worden opgesteld door de organisator van het evenement volgens het door de burgemeester vastgestelde model voor dat type risico-evenement.

  • 5.

    Geen vergunning is vereist voor een klein evenement zoals een straatbarbecue of een straatfeest dat plaatsvindt gedurende één dag, indien aan alle navolgende voorwaarden is voldaan:

    • a.

      het maximaal aantal aanwezigen bedraagt 60 personen;

    • b.

      het evenement vindt plaats tussen 07.00 en 23.00 uur;

    • c.

      er wordt geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur;

    • e.

      het evenement vindt niet plaats op de rijbaan, (brom) fietspad of parkeerplaats of vormt anderszins een belemmering voor het verkeer en de hulpdiensten;

    • e.

      er worden alleen kleine objecten geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;

    • f.

      een vaste contactpersoon voor de gemeente aangewezen is die verantwoordelijk is voor het in goede banen leiden van het kleine evenement;

    • g.

      de organisator heeft 14 dagen voorafgaand aan het plaatsvinden van het kleine evenement hiervan melding gedaan bij de burgemeester.

  • 6.

    De burgemeester kan binnen 6 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten om het kleine evenement als bedoeld in het vierde lid te verbieden dan wel aan regels te verbinden, indien de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komen.

  • 7.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  • 8.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing’.

Artikel V

Wijziging artikel 2:32 (Handel in horecabedrijven):

‘Artikel 2:32 vervalt’

Artikel VI

Wijziging artikel 2:36 (Kennisgeving exploitatie):

‘Artikel 2:36 vervalt’

Artikel VII

Wijzigen artikel 2:39, vijfde lid (Speelgelegenheden en speelautomaten):

‘Vijfde lid vervalt’

Artikel VIII

Wijziging artikel 2:45 (Betreden van werken en waterpartijen):

‘Artikel 2:45 vervalt’

Artikel IX

Wijzigen artikel 2:46 (Rijden over bermen of zijkant van de weg):

‘Artikel 2:46 vervalt’

Artikel X

Wijzigen artikel 2:60 (Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren):

‘Artikel 2:60 vervalt’

Artikel XI

Wijzigen artikel 4:5 (Onversterkte muziek):

‘Artikel 4:5 vervalt’

Artikel XII

Wijzigen artikel 4:7 (Straatvegen):

‘Artikel 4:7 vervalt’

Artikel XIII

Wijzigen artikel 5:6, eerste lid, onderdeel a, (Kampeermiddelen en dergelijke op de weg) komt te luiden:

‘1a. langer dan drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op de weg;’

Artikel XIV

Wijzigen artikel 5:11 (Aantasting groenvoorziening door voertuigen):

‘Artikel 5:11 vervalt’

Artikel XV

Wijzigen artikel 5:16 (Vrijheid van meningsuiting):

‘Artikel 5:16 vervalt’

Artikel XVI

Wijzigen artikel 5:22 (Begripsbepaling):

‘Artikel 5:22 vervalt’

Artikel XVII

Wijzigen artikel 5:23 (Organiseren van een snuffelmarkt)

‘Artikel 5:23 vervalt’

Artikel XIII

Wijzigen artikel 5:29 (Reddingsmiddelen):

‘Artikel 5:29 vervalt’

Artikel XIX

Wijzigen artikel 5:32 (Crossterreinen):

‘Artikel 5:32 vervalt’

 

Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op 2 februari 2017

de griffier,

J. van der Does

de voorzitter,

P.J. Bouvy-Koene

Naar boven