Gemeenteblad van Oss

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
OssGemeenteblad 2017, 24198Verordeningen



Havenbeheersverordening gemeente Oss 2017

 

De raad van de gemeente Oss;

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 december 2016;

gelet op het advies van de raadscommissie van 12 januari 2017;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

overwegende dat het gewenst is voor het gebruik van de Osse haven een integrale regeling te treffen ter bevordering van de rechtszekerheid van de gebruikers hiervan;

 

besluit vast te stellen de

 

Havenbeheersverordening Gemeente Oss 2017:

 

§ 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • -

    aanmeergelegenheid: (een samenstel van) houten of stalen palen in de haven, waarvan schepen gebruik kunnen maken om tijdelijk aan te meren;

  • -

    binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip;

  • -

    bevoorradingsschip: schip bestemd of gebruikt voor de aan- en afvoer van personen en/of materiaal ten behoeve van andere schepen;

  • -

    boord-boord-overslag: rechtstreekse laad- en losactiviteiten tussen schepen onderling;

  • -

    bunkerschip: een dienstverlenend tankschip dat gebouwd en ingericht is voor het bevoorraden van schepen met brandstofolie en smeerolie;

  • -

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss;

  • -

    exploitant: eigenaar, beheerder, rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip;

  • -

    gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren, zoals vermeld in de IMO Code voor het vervoer van verpakte gevaarlijke stoffen over zee (International Maritime Dangerous Goods Code), de Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (International Bulk Chemical Code), de Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren (International Gas Carrier Code) en het in de bijlage bij het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over binnenwateren opgenomen Reglement (ADN), met uitzondering van eetbare oliën;

  • -

    gezagvoerder: degene die gezag over een schip voert;

  • -

    haven: de wateren binnen het gebied bestaande uit de Industriehaven Oss en het Burgemeester Delenkanaal alsmede alle daartoe behorende voorzieningen, beide aangeduid in bijlage 1. De Industriehaven Oss bestaat uit:

  • a.

    twee havenarmen: Burgemeester Jansenhaven en Burgemeester Van Veldhuizenhaven; en

  • b.

    het deel van het kanaal tussen de beide havenarmen.

    Het Burgemeester Delenkanaal bestaat uit:

  • a.

    het buitenkanaal tussen de Maas en de sluis; en

  • b.

    het deel vanaf de sluis tot aan de eigenlijke haven.

    -havenmeester: autoriteit die in de haven toeziet op de ordening, het milieu, volksgezondheid en veiligheid en verantwoordelijk is voor de handhaving;

  • -

    havenbeheerder: autoriteit die verantwoordelijk is voor beheer en onderhoud in de haven

  • -

    ligplaats: wateroppervlak bestemd en eventueel ingericht voor het aanmeren van een schip;

  • -

    plezierschip: een schip dat is bestemd of wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding;

  • -

    scheepsafval: afval, met inbegrip van residuen, niet zijnde ladingresiduen, en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en dat valt onder de reikwijdte van bijlagen I, IV, V en VI van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels, en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels, alsmede ladinggebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en verwerking van de lading als afval overblijft, met inbegrip van stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier, karton, draad en stalen banden;

  • -

    schip: elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing met inbegrip van een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water;

  • -

    spudpalen: verticale buizenconstructie, waarmee schepen zich zelf kunnen vastleggen aan de bodem;

  • -

    tankschip: schip, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimten;

  • -

    wachtplaats: wateroppervlak bestemd en eventueel ingericht voor het tijdelijk aanmeren van een schip;

  • -

    zeeschip: schip dat wordt gebruikt voor de vaart ter zee of dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor de vaart ter zee is bestemd en elk schip dat is voorzien van een document, afgegeven door het bevoegde gezag van het land waar het schip is ingeschreven, waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee.

 

Artikel 1.2 Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op de haven, zoals gedefinieerd in artikel 1.1. en zoals aangeduid in bijlage 1.

 

Artikel 1.3 Beslistermijn

1.Het college beslist op een aanvraag voor een vrijstelling of ontheffing binnen 6 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2.Het college kan binnen 3 weken na ontvangst van de aanvraag deze termijn eenmaal met ten hoogste 4 weken verlengen.

3.Bij niet tijdig beslissen wordt de vrijstelling of ontheffing gegeven van rechtswege.

 

Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen

Het college kan aan een vrijstelling en ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden.

 

Artikel 1.5 Geldigheidsduur

1.Tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald, wordt een vrijstelling verleend voor de duur van 1 jaar.

2.Een ontheffing voor een eenmalige gedraging of handeling wordt verleend voor de duur van die gedraging of handeling, met dien verstande dat de ontheffing voor maximaal zes maanden wordt verleend.

 

Artikel 1.6 Weigerings-, wijzigings- en intrekkingsgronden

Het college kan een ontheffing of vrijstelling in ieder geval weigeren, wijzigen of intrekken als:

  • a.

    dit in het belang van de orde, de veiligheid en het milieu in of in de omgeving van de haven, of de kwaliteit van de dienstverlening in de haven noodzakelijk is;

  • b.

    de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  • c.

    op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na de verlening daarvan, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan deze is vereist;

  • d.

    ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • e.

    hiervan geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of

  • f.

    de houder dit verzoekt.

 

Artikel 1.7 Verplichtingen van houders van toestemmingen

Degene aan wie een ontheffing of vrijstelling is verleend houdt deze, of een kopie hiervan, aan boord van het schip waarop deze betrekking heeft, tenzij het een schip zonder bemanningsverblijf betreft.

 

Artikel 1.8 Normadressaat

1.Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is de gezagvoerder verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

2.Bij afwezigheid van een gezagvoerder, is de eigenaar / rederij verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

 

Artikel 1.9 Bevoegde personen

De zorg voor de naleving van de bepalingen van deze verordening en voor de regeling van het verkeer in het in artikel 1.2 bedoelde gebied is, behalve aan de in artikel 141 van het Wetboek van strafverordening genoemde ambtenaren opgedragen aan:

  • a.

    de havenmeester en de havenbeheerder;

  • b.

    de commandant van de brandweer of diens plaatvervanger voor zover het de brandveiligheid en/of de veiligheid van de omgeving betreft;

  • c.

    de daartoe door het college aangewezen ambtenaren van de gemeente Oss belast met toezicht en handhaving.

 

Artikel 1.10 Aanwijzing havenmeester

Het college wijst een havenmeester aan.

 

Artikel 1.11 Nadere regels

  • 1.

    Het college kan nadere regels stellen in het kader van de orde, de veiligheid, de bescherming van het milieu, de kwaliteit van de dienstverlening in of in de omgeving van de haven of ter voorkoming van gevaar, schade of hinder, over:

    • a.

      de gegevens die aan de havenmeester moeten worden gemeld voordat met een schip een haven wordt aangedaan, voordat wachtplaats wordt ingenomen of voordat bepaalde activiteiten worden ondernomen;

    • b.

      de wijze waarop de melding, bedoeld onder a, dient plaats te vinden;

    • c.

      de voorwaarden waaronder schepen zich in een door het college aangewezen gebied mogen bevinden, welke betrekking kunnen hebben op daar te ondernemen activiteiten en op eisen waaraan schepen of bemanning moeten voldoen om deze activiteiten te mogen ondernemen;

    • d.

      de afgifte van ontheffingen en vrijstellingen;

    • e.

      de wijze van aanmeren van schepen en het innemen van een wachtplaats.

  • 2.

    Een ieder is verplicht gehoor te geven aan de aanwijzingen die door de door het college daartoe bevoegde personen worden gegeven in het kader van de handhaving van deze verordening. 

 

§ 2 Orde in en gebruik van de haven

Artikel 2.1 Verkeerstekens

1.Het college kan in de haven verkeerstekens plaatsen die zijn vermeld in het Binnenvaartpolitiereglement en deze voorzien van nadere aanduidingen.

2.Het is verboden te handelen in strijd met verkeerstekens of de daarbij behorende nadere aanduidingen.

3.Het college kan van het in het tweede lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

 

Artikel 2.2 Toegang schepen

  • 1.

    Het is verboden zich met schepen in de haven te bevinden die, inclusief alles wat op, aan of onder een schip is bevestigd, één of meerdere van de volgende maten overschrijden:

    • a.

      een lengte van 110 meter;

    • b.

      een breedte van 12 meter; of

    • c.

      een diepgang van 3,50 meter.

  • 2.

    Schepen, inclusief alles wat op, aan of onder een schip is bevestigd, met een lengte van 110 meter tot en met 135 meter zijn enkel toegestaan mits:

    • a.

      er ten minste 24 uur van tevoren bij de havenmeester via (mobiele) telefoon/sms of e-mail melding gemaakt wordt van de komst van het schip; en

    • b.

      de havenmeester akkoord gaat met de komst van het schip

  • 3.

    Schepen, inclusief alles wat op, aan of onder een schip is bevestigd, met een diepgang tussen de 3,5 meter en 3,7 meter zijn enkel toegestaan mits:

    • a.

      er ten minste 24 uur van tevoren bij de havenmeester via (mobiele) telefoon/sms of e-mail melding gemaakt wordt van de komst van het schip; en

    • b.

      de havenmeester akkoord gaat met de komst van het schip

  • 4.

    De melding bedoeld in het tweede lid moet tenminste bevatten:

    • a.

      de datum van de komst van het schip;

    • b.

      de tijd van de komst van het schip; en

    • c.

      hoe lang het schip ongeveer in de haven zal zijn;

  • 5.

    Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. 

 

Artikel 2.2a Verboden schepen

  • 1.

    Het is verboden zich met de volgende schepen in de haven te bevinden:

    • a.

      watervliegtuigen;

    • b.

      plezierschepen, waarmee al dan niet eveneens bedrijfsmatig wordt gevaren, tenzij het schip zich ten behoeve van de bedrijfsvoering rechtstreeks en zonder onderbreking begeeft van en naar de faciliteiten van een scheepswerf;

    • c.

      een schip dat uitsluitend door middel van zeilen wordt voortbewogen.

  • 2.

    Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

 

 

Artikel 2.3 Lig- en wachtplaatsenoverzicht

Het college stelt een lig- en wachtplaatsenoverzicht vast. Dit overzicht bevat in elk geval een kaart van de haven met daarop aangegeven:

  • a.

    de plaatsen of gebieden die bestemd zijn om lig- of wachtplaats te nemen;

  • b.

    indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor bepaalde categorieën schepen;

  • c.

    indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor wachtplaatsvergunninghouders.

 

Artikel 2.4 Verbod nemen lig- of wachtplaats

1.Het is verboden een schip lig- of wachtplaats te doen nemen of zich met een schip te bevinden op een plaats die daartoe niet is bestemd, tenzij dit geschiedt in overeenstemming met geplaatste verkeerstekens en de daarbij behorende nadere aanduidingen en met instemming van de eigenaar, huurder of erfpachter van het aan de plaats gelegen terrein.

2.Het is verboden een schip lig- of wachtplaats te doen nemen tegen een ander schip, anders dan voor boord-boord-overslag en / of het direct overbrengen van personen. Voor boord-boord-overslag is een meldingsplicht van kracht, zoals beschreven in artikel 2.7a.

3.Om de doorvaart niet te belemmeren is het verboden om met meer dan twee schepen naast elkaar aan te meren.

4.Het college kan van het in het derde lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

 

Artikel 2.5 Verblijfsduur in haven

  • 1.

    Het is verboden met een schip langer dan 14 dagen achtereen te verblijven in de haven.

  • 2.

    Het is verboden om zich met een schip in de haven te bevinden zonder toestemming van de havenmeester.

  • 3.

    Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.  

 

Artikel 2.6 Handhaving openbare orde en veiligheid

  • 1.

    Iedere gezagvoerder is, vanaf het moment waarop hij met zijn schip de haven binnenvaart tot het moment waarop hij de haven verlaat, verplicht de aanwijzingen van de in artikel 1.9 bedoelde ambtenaren of de burgemeester, gegeven ter handhaving van de openbare orde, de veiligheid of het verkeer in de haven dan wel ter voorkoming van terroristische dreiging als bedoeld in de Havenbeveiligingswet, brand, een aanvaring, hinder of schade, op te volgen voor zover deze verplichting niet al uit anderen hoofde bestaat.

  • 2.

    Iedere gezagvoerder die van de haven gebruik maakt is verplicht de nodige voorzorgen te nemen, dat met zijn schip geen brand, aanvaring, hinder of schade wordt veroorzaakt of de veiligheid van personen of goederen op andere wijze in gevaar wordt gebracht.

  • 3.

    Een schip dat een ligplaats of wachtplaats inneemt dient op verzoek van de bevoegde ambtenaar een geldig certificaat van onderzoek – als bedoeld in Hoofdstuk 3 van de Binnenvaartwet – te overleggen. Dit is niet van toepassing op in aanbouw zijnde nieuwbouw schepen/casco’s.

  • 4.

    De gezagvoerder is te allen tijde verplicht aan de havenmeester of diens vervanger op diens verzoek de geldige meetbrief van het schip en de documenten welke betrekking hebben op de lading van het schip ter inzage te verstrekken en of informatie te verstrekken over het schip en de eventuele lading.

Artikel 2.7 Belemmeren scheepvaart

Het is verboden:

  • a.

    een schip in de haven los te laten drijven;

  • b.

    met een schip buiten noodzaak in de vaarroute van de haven stil te liggen;

  • c.

    zonder voorafgaande toestemming van de havenmeester in de haven de doorvaart te belemmeren.

 

Artikel 2.7a Boord-boord-overslag

  • 1.

    Boord-boord-overslag is toegestaan, mits:

    • a.

      het bedrijf dat opdrachtgever is van de boord-boord-overslag ten minste 7 dagen van tevoren hiervan melding maakt bij de havenmeester via e-mail, fax of telefonisch;

    • b.

      de havenmeester akkoord gaat met de boord-boord-overslag;

    • c.

      de boord-boord-overslag geen schade veroorzaakt aan het milieu, nadelig is voor de waterkwaliteit en/of gevaar oplevert voor de omgeving;

    • d.

      geen hinder ontstaat voor het overige scheepvaartverkeer; en

    • e.

      de schepen deugdelijk zijn afgemeerd.

  • 2.

    De melding moet tenminste bevatten:

    • a.

      de datum van de boord-boord-overslag;

    • b.

      de tijd van de boord-boord-overslag;

    • c.

      de duur van de boord-boord-overslag;

    • d.

      de locatie van de boord-boord-overslag;

    • e.

      de lengte en breedte van beide betrokken schepen;

    • f.

      welke goederen overgeslagen worden; en

    • g.

      de wijze van overslag.

  • 3.

    Het bedrijf dat opdrachtgever is van de boord-boord-overslag krijgt binnen 3 werkdagen een reactie van de havenmeester.

  • 4.

    De havenmeester bepaalt per geval of boord-boord-overslag wenselijk en/of mogelijk is, met het oog op milieu, waterkwaliteit, veiligheid, het bevorderen van de doorvaart in de haven en datgene wat de havenmeester relevant acht.

  • 5.

    De havenmeester kan een bedrijf toestemming geven om in één keer van meerdere gevallen of voor een langere periode van boord-boord-overslag melding te maken. De toestemming wordt verleend naar inzicht van de havenmeester.

 

Artikel 2.8 Gebruik van de kade

Kades moeten op een zodanige manier gebruikt worden dat zij altijd aanmeerbaar zijn, tenzij er op dat moment een schip geladen of gelost wordt.

 

Artikel 2.9 Verhalen van schepen

 

  • 1.

    Het college kan een exploitant of gezagvoerder schriftelijk opdragen een schip te verhalen of te doen verhalen naar een andere locatie, als dit in het kader van de bescherming van de orde, de veiligheid of het milieu in of in de omgeving van de haven noodzakelijk is.

  • 2.

    Als geen gevolg wordt gegeven aan de opdracht een schip te verhalen kan het college het schip voor rekening en risico van de exploitant verhalen of doen verhalen.

  • 3.

    In spoedeisende gevallen of als de exploitant onbekend is, kan het college het schip voor rekening en risico van de exploitant direct verhalen of doen verhalen.

 

Artikel 2.10 Gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven

  • 1.

    Het is verboden voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven te gebruiken als het schip:

    • a.

      aan de grond zit;

    • b.

      afgemeerd, ten anker of op spudpalen ligt; of

    • c.

      ter hoogte van de kade of oever wordt gaande gehouden of tegen de kade of oever wordt gedrukt, anders dan noodzakelijk voor het ontmeren of aanmeren.

2. Tijdens het gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven is een persoon die bekend is met de bediening van het schip in de stuurhut aanwezig.

3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing als het een aan een ander schip afgemeerd bunker- of bevoorradingsschip betreft, dat moet bij- of afdraaien ter voorkoming van schade.

4. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing of vrijstelling verlenen.

 

Artikel 2.11 Overlast aan schepen

Tenzij bij of krachtens deze verordening anders bepaald is het anderen dan de eigenaar of gezagvoerder van een schip niet toegestaan, zonder goedkeuring van de eigenaar of gezagvoerder dat schip vast te houden, zich daarop te begeven, zich daarop te bevinden of los te maken.

 

Artikel 2.12 Melding bedrijfsstoring, gebrek of schade

1.Bedrijfsstoringen, gebreken of schades aan of aan boord van een schip die gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken aan het schip of de omgeving, worden direct aan de havenmeester gemeld.

2.De melding bedoeld in het eerste lid vindt plaats per telefoon, per marifoon op het daarvoor bestemde kanaal, per e-mail of per fax.

 

Artikel 2.13 Maatregelen bij ijsgang of dichtgevroren water

Bij ijsgang of dichtgevroren water in de haven is de gezagvoerder verplicht, als hij met zijn schip een wachtplaats of ligplaats wenst in te nemen of te verlaten, dan wel een aanwijzing als bedoeld in artikel 2.15 daartoe ontvangt, voor zijn rekening en risico zo nodig het ijs te breken of een sleepboot te gebruiken.

 

Artikel 2.14 Aanwijzen gebieden

Het college kan gebieden aanwijzen waar schepen zich alleen mogen bevinden onder de door het college nader te bepalen voorwaarden, bedoeld in artikel 1.11.

 

§ 3 Veiligheid en bescherming milieu in en in de omgeving van de haven

 

Artikel 3.1 Verontreiniging van lucht; stank, hinder of risico veroorzakende stoffen

1.Het is verboden stoffen uit een schip te laten ontsnappen, waardoor gevaar, schade of hinder ontstaat of kan ontstaan.

2.Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

 

Artikel 3.2 Gebruik afvalverbrandingsoven

 

Het is eenieder verboden aan boord van een schip een afvalverbrandingsoven in gebruik te hebben.

 

Artikel 3.3 Melding en verwijdering van te water geraakte stoffen of voorwerpen

Degene door wiens toedoen een voorwerp of stof vrijkomt of in het water terechtkomt, waardoor gevaar, schade of hinder wordt of kan worden veroorzaakt, draagt ervoor zorg dat:

  • a.

    daarvan onmiddellijk kennis wordt gegeven aan de havenmeester; en

  • b.

    de stof of het voorwerp onmiddellijk wordt verwijderd, tenzij dit redelijkerwijs niet uitvoerbaar is.

 

Artikel 3.4 Veilige toegang

1.De gezagvoerder, eigenaar, gebruiker of beheerder van een afgemeerd schip is verplicht er voor te zorgen dat het schip op veilige wijze kan worden bereikt, betreden en verlaten en geen schade kan veroorzaken.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet met betrekking tot binnenschepen waarbij:

    • a.

      de feitelijke situatie dit onmogelijk maakt ten gevolge van laad- of loshandelingen; of

    • b.

      het schip, naar inzicht van het college, van korte duur is afgemeerd.

 

Artikel 3.5 Deugdelijk aanmeren

  • 1.

    De gezagvoerder is verplicht er voor te zorgen dat zijn schip zolang het een ligplaats inneemt, behoorlijk is vast gemaakt, dit ter beoordeling van de havenmeester.

  • 2.

    Het vastmaken mag niet anders geschieden dan aan de daartoe bestemde aanmeergelegenheid.

  • 3.

    De gezagvoerder dient te gedogen dat een ander schip langszij zijn schip aangemeerd wordt. De gezagvoerder van een schip dat langszij is aangemeerd van een ander schip, is verplicht:

  • a.

    het andere schip, indien de gezagvoerder daarvan dit wenst, overpad te verlenen en om gelegenheid te geven te ontmeren en te vertrekken;

  • b.

    op aanwijzingen van de havenmeester zijn plaats in te ruimen voor een ander schip, dat de ligplaats langszij het andere schip nodig heeft.

  • 4.

    Het is eenieder verboden te laden of te lossen op een schip dat op ondeugdelijke wijze is afgemeerd.

  • 5.

    Het is verboden om de Safe Working Load van aan de wal geplaatste bolders te overschrijden. De Safe Working Load van bolders geldt bij een verticale troshoek van maximaal 45 graden.

  • 6.

    Het college kan van het in dit artikel bepaalde ontheffing of vrijstelling verlenen.

 

Artikel 3.6 Gebruik van ankers

1.Het is verboden een anker te gebruiken, tenzij dit geschiedt door een drijvende kraan, waarbij zeker is gesteld dat gebruik van een anker geen schade toebrengt aan de in de onderwaterbodem aangebrachte leidingen, kabels, duikers of oever- of kadeverdedigingswerken en het voornemen daartoe overeenkomstig het tweede lid aan de havenmeester is gemeld.

2.De melding bedoeld in het eerste lid vindt plaats per telefoon, per marifoon op het daarvoor bestemde kanaal, per fax of per e-mail.

3.Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing of vrijstelling verlenen.

 

Artikel 3.7 Gebruik van spudpalen

1.Het is verboden een spudpaal te gebruiken, tenzij dit geschiedt in overeenstemming met ter plaatse aangebrachte verkeerstekens en nadere aanduidingen als bedoeld in artikel 2.1.

2.Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing of vrijstelling verlenen.

 

Artikel 3.8 Verrichten van werkzaamheden

1.Het is eenieder verboden om aan, buitenboord of onder een schip of aan een voorwerp aan boord van een schip werkzaamheden te verrichten of doen verrichten, die verband houden met de bedrijfsgereedheid, de aanpassing, het herstel of de verbetering van het schip of het voorwerp, tenzij:

a.het schip wachtplaats heeft op of bij een scheepswerf of herstellingsinrichting waarvoor een vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; of

b.per scheepsbezoek aan de haven de te verrichten werkzaamheden ten hoogste drie dagen in beslag nemen en er door de werkzaamheden geen gevaar, schade of hinder kan ontstaan, en:

1°. als de werkzaamheden plaatsvinden op een tankschip of aan of in een brandstoftank van een schip, er voor de reparatiewerkzaamheden door een gasdeskundige als bedoeld in artikel 4.1 van de Arbeidsomstandighedenregeling een Veiligheids- en Gezondheidsverklaring is afgegeven voor de uit te voeren werkzaamheden;

2°. dat doelmatige brandblusmiddelen en personen die met het gebruik van die middelen bekend zijn beschikbaar zijn; en

3°. de werkzaamheden plaatsvinden op ten minste 25 meter van gevaarlijke stoffen of brandbaar materiaal.

2.Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

 

Artikel 3.9 Ontsmetten van schepen

1.Het is verboden een schip of de lading te ontsmetten door het te behandelen met gassen of stoffen die gassen afstaan.

2.In afwijking van het eerste lid is het verboden een schip, geladen met losgestorte bulklading in vaste vorm die is behandeld met gassen of stoffen die gassen afstaan, te ontsmetten, tenzij dit wordt gedaan door een gasmeetdeskundige die in het bezit is van een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 71, tweede en vierde lid, van de Wet gewasbescherming en biociden, en voor het schip een verklaring is afgegeven dat het schip en de lading voldoende vrij zijn van gassen of stoffen.

3.Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

 

§ 4 Handhaving

 

Artikel 4.1 Aanwijzingen

1.De havenmeester kan mondeling of schriftelijk aanwijzingen geven in het belang van de orde en veiligheid in de haven.

2.Degene tot wie een aanwijzing is gericht, is gehouden de aanwijzing onmiddellijk op te volgen.

 

Artikel 4.2 Betreden van woonruimten

Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. In artikel 5:15 Awb, is bepaald dat een toezichthouder een woning niet mag betreden als de bewoner daar geen toestemming voor geeft. De bevoegdheid tot het binnentreden is gestoeld op artikel 149a van de Gemeentewet. Van de bevoegdheid kan in principe alleen gebruik worden gemaakt als een machtiging op grond van de Algemene wet op het binnentreden is afgegeven. Opgemerkt wordt dat onder het begrip "woning" tevens een woning aan boord van een schip moet worden verstaan

§ 5 Straf-, overgangs- en slotbepalingen

 

Artikel 5.1 Strafbepaling

Overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

 

Artikel 5.2 Overgangsbepaling

De vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen, verleend voor de op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening in de haven aanwezige werken of inrichtingen en voor zover in strijd met deze verordening, kunnen zonder instemming van de belanghebbende gedurende een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening niet worden gewijzigd of ingetrokken.

 

Artikel 5.3 Inwerkingtreding en citeertitel

1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

2.Deze verordening wordt aangehaald als: Havenbeheersverordening Gemeente Oss 2017.

 

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 26 januari 2017.

 

De gemeenteraad voornoemd,

Coll:

De griffier, De voorzitter

Drs. P.H.A. van den Akker. Drs. W.J.L. Buijs-Glaudemans.

 

Bijlage 1: Havengebied