Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het voorstel van de concerndirecteur van het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling van 19 december 2017, registratienummer 17MO07400;

 

gelet op de artikelen 1.3, 3.5.1, 3.6.1 en 3.6.2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018;

besluit vast te stellen:

 

Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    formeel pgb-tarief:

    maximaal tarief voor professionele ondersteuning;

  • b.

    informeel pgb-tarief:

    maximaal tarief voor niet-professionele ondersteuning;

  • c.

    modelovereenkomst wel of geen arbeidsrelatie:

    overeenkomst naar model van de Belastingdienst waaruit blijkt of een freelancer of zzp-er wel of niet als ondernemer wordt aangemerkt;

  • d.

    pgb-plan:

    door de cliënt ingediend inhoudelijke plan met begroting voor de invulling van het persoonsgebonden budget, als bedoeld in artikel 3.4.1, eerste lid, van de verordening;

  • e.

    VOG:

    Verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;

  • f.

    verordening:

    Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018.

Artikel 2 Kwaliteitscriteria professionele ondersteuning via een pgb

  • 1.

    Van professionele ondersteuning is sprake als de organisatie of zelfstandig werkende hulpverlener die door de cliënt is ingeschakeld voor de ondersteuning, voldoet aan de volgende, cumulatieve eisen die in het toepasselijke onderdeel staan genoemd:

    • a.

      Er is sprake van een organisatie die:

      • staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel waarbij de activiteiten blijkens deze inschrijving bestaan uit het verlenen van ondersteuning die past binnen de kaders van de resultaatgebieden als bedoeld in hoofdstuk 3 van de verordening;

      • biedt een dienstverband aan minimaal twee medewerkers;

      • de organisatie en de medewerkers voldoen aan de kwaliteitseisen die voor de betreffende ondersteuning worden gesteld aan gecontracteerde aanbieders en ontvangen een salaris dat daarmee overeenkomstig is;

      • de eigenaar en medewerkers zijn geen eerste- of tweedegraads bloed- of aanverwant van degene aan wie ze ondersteuning bieden; en

      • beschikt, indien ondersteuning wordt geleverd binnen een resultaatgebied of ondersteuningselement, bedoeld in de artikelen 3.1.8 en 3.2.1, eerste lid, onder d, f of huisvesting als bedoeld in onderdeel g, van de verordening, over een locatie waar meerdere cliënten tegelijk kunnen verblijven.

    • b.

      Er is sprake van een zelfstandig werkende hulpverlener die:

      • staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel waarbij de activiteiten blijkens deze inschrijving bestaan uit het verlenen van ondersteuning die past binnen de kaders van de resultaatgebieden als bedoeld in hoofdstuk 3 van de verordening;

      • de belastingdienst beschouwt de hulpverlener in het kader van de hulpverlening aan de cliënt als ondernemer;

      • de medewerker voldoet aan de kwaliteitseisen die aan een hulpverlener van een gecontracteerde aanbieder worden gesteld en berekent een tarief dat marktconform is;

      • de hulpverlener is geen eerste- of tweedegraads bloed- of aanverwant van degene aan wie hij ondersteuning biedt; en

      • beschikt, voor zover ondersteuning wordt geleverd binnen een resultaatgebied of ondersteuningselement, bedoeld in de artikelen 3.1.8, eerste lid, onder d, f of huisvesting als bedoeld in onderdeel g, van de verordening, over een locatie waar meerdere cliënten tegelijk kunnen verblijven.

    • c.

      Een hulpverlener die een arbeidsovereenkomst heeft met de cliënt voor het leveren van ondersteuning binnen één of meerdere van de resultaatgebieden als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, onderdelen a, c, d, e of g, van de verordening of, indien en voor zover de hulpverlener:

      • is ingeschreven in de voor de betreffende ondersteuning wettelijk vereiste register(s);

      • de ondersteuning levert binnen deze resultaatgebieden;

      • geen eerste- of tweedegraads bloed- of aanverwant is van degene aan wie hij ondersteuning biedt;

      • voldoet aan de kwaliteitseisen die aan een hulpverlener van een gecontracteerde aanbieder worden gesteld en berekent een tarief dat marktconform is; en

      • beschikt, voor zover ondersteuning wordt geleverd binnen een resultaatgebied of ondersteuningselement, bedoeld in de artikelen 3.1.8, eerste lid, onder d, f of huisvesting als bedoeld in onderdeel g, voor de resultaatgebieden, genoemd in artikel 3.2.1, eerste lid, van de verordening over een locatie waar meerdere cliënten tegelijk kunnen verblijven.

    • d.

      De ondersteuning wordt geleverd door een organisatie die door de gemeente voor de betreffende ondersteuning ook is gesubsidieerd of gecontracteerd.

  • 2.

    Voor het leveren van professionele ondersteuning is vereist dat de hulpverlener beschikt over een VOG die na of kort voor indiensttreding bij zijn werkgever of de start van de ondersteuning is afgegeven.

Artikel 3 Nadere verleningscriteria persoonsgebonden budget

  • 1.

    Het college beschouwt een in het pgb-plan ten behoeve van een jeugdige beschreven hulpverleningsaanbod dat volledig overeenkomt met het aanbod van een zorgaanbieder die een contracts- of subsidierelatie heeft met de gemeente Rotterdam, als een passend aanbod in de zin van artikel 8.1.1, tweede lid, onder b, van de Jeugdwet.

  • 2.

    Het college acht de kwaliteit en het resultaat van de beoogde ondersteuning zoals bedoeld in artikel 3.4.1, tweede lid, onder b en c, van de verordening, gewaarborgd bij:

    • a.

      een ingediend en volledig ingevuld pgb-plan met vermelding van hulpverlening die naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot het behalen van de in het ondersteuningsplan vermelde doelen en resultaten;

    • b.

      als aanvulling op het onder a gestelde, een zorgovereenkomst die voldoet aan de eisen van de SVB en waaruit duidelijk blijkt welke prestatie gelet op de te behalen doelen en resultaten de hulpbiedende instantie of persoon gaat leveren gedurende de looptijd van het pgb;

    • c.

      een vermelding als ‘jeugdhulpaanbieder’ op het Inspectieloket Sociaal Domein en Jeugd, binnen drie maanden nadat het college een nog niet bij de Inspecties bekende dienstverlener zoals bedoeld in artikel 3.4.4, eerste lid, heeft aangemeld zodra deze minimaal zes maanden als jeugdhulpaanbieder actief is.

Artikel 4 Geldigheidsduur besluit maatwerkvoorziening, individuelevoorzieningen en pgb

  • 1.

    Het college verstrekt een maatwerkvoorziening of individuele voorziening voor maximaal 5 jaar, tenzij op individuele gronden een langere looptijd gewenst is.

  • 2.

    Het college kan een maatwerkvoorziening anders dan voor dienstverlening, voor een langere periode dan 5 jaar verstrekken, als dit gezien de aard van de maatwerkvoorziening en beperkingen van de cliënt verantwoord is.

  • 3.

    Het college verstrekt een individuele voorziening tot maximaal de dag waarop de aan de jeugdige toegekende, voortgezette of hervatte jeugdhulp in termen van artikel 1.1 van de jeugdwet eindigt, maar in ieder geval op de leeftijd van 23 jaar.

  • 4.

    Het college kan een voorziening voor dienstverlening getrapt verstrekken, waarbij per stap een andere invulling van de ondersteuning plaatsvindt gedurende de looptijd van de voorziening.

  • 5.

    De looptijd van het besluit wordt vastgesteld met inachtneming van ten minste:

    • a.

      de beperkingen van de cliënt en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen;

    • b.

      de woonomstandigheden en samenstelling van het huishouden van de cliënt en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen;

    • c.

      het bereiken van een leeftijd van gezinsleden of huisgenoten die van invloed kunnen zijn op de noodzaak van de maatwerkvoorziening.

  • 6.

    Onder de gronden tot intrekking van een besluit, als bedoeld in artikel 2.3.10, van de Wmo 2015 en artikel 3.5.3 van de verordening, wordt ook begrepen de mogelijkheid tot intrekking als er op basis van gewijzigde regelgeving of gewijzigd beleid geen recht meer bestaat op de maatwerkvoorziening of pgb op de wijze zoals deze is toegekend.

Artikel 5 Verplichtingen aan maatwerkvoorzieningen en pgb

  • 1.

    De cliënt is verplicht voor de maatwerkvoorziening die hij in bruikleen ontvangt een bruikleenovereenkomst te tekenen.

  • 2.

    Voor een maatwerkvoorziening die een cliënt in bruikleen ontvangt of, aangeschaft middels een pgb, in eigendom heeft, gelden de volgende verplichtingen en verboden:

    • a.

      het verbod om wijzigingen aan te brengen aan de voorziening;

    • b.

      de verplichting om de maatwerkvoorziening die in bruikleen is verstrekt in de oorspronkelijke staat, los van normale slijtage als gevolg van het gebruik, in te leveren als deze niet meer wordt gebruikt;

    • c.

      de verplichting om de voorziening zorgvuldig te gebruiken;

    • d.

      de verplichting om de voorziening in eigendom zorgvuldig te onderhouden en te verzekeren tegen verlies, diefstal of beschadiging;

    • e.

      het verbod om de voorziening aan derden in gebruik te geven.

  • 3.

    Het gebruik van een voorziening in het buitenland is niet toegestaan, tenzij hiervoor uitdrukkelijk toestemming is verleend namens het college.

Artikel 6 Tariefstelling persoonsgebonden budget maatwerkvoorzieningen en individuele voorzieningen

  • 1.

    Het college betaalt het pgb voor professionele ondersteuning overeenkomstig het formele pgb-tarief, bedoeld in artikel 3.4.4, eerste lid, van de verordening, indien de organisatie of hulpverlener die de ondersteuning levert, voldoet aan de kwaliteitscriteria voor professionele ondersteuning, als bedoeld in artikel 2.

  • 2.

    Het college betaalt het pgb overeenkomstig het informele tarief, bedoeld in artikel 3.4.4, tweede lid, van de verordening in de gevallen waarin de organisatie of hulpverlener niet voldoet aan de in artikel 2 genoemde criteria.

Artikel 7 Maximale pgb-bedragen resultaatgebieden maatschappelijkeondersteuning en jeugdhulp

  • 1.

    De maximale pgb-bedragen voor maatschappelijke ondersteuning voor dienstverlening zijn opgenomen in bijlage 1.

  • 2.

    De maximale pgb-bedragen voor voorzieningen op grond van de Wmo 2015, anders dan voor dienstverlening maatschappelijke ondersteuning zijn opgenomen in bijlage 2 en 3.

  • 3.

    De maximale pgb-bedragen voor arrangementen jeugdhulp zijn opgenomen in bijlage 4.

  • 4.

    De cliënt die een hulp in dienst heeft voor dienstverlening waarvoor hij niet het tarief voor professionele ondersteuning ontvangt, kan aanspraak maken op een toeslag voor de verschuldigde werkgeverslasten als de cliënt naar het oordeel van het college op 4 dagen of meer week dezelfde hulp moet hebben en op de hulp daardoor artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 niet van toepassing is.

  • 5.

    Indien het college op grond van de individuele situatie van de cliënt bij verstrekking van een maatwerkvoorziening aan een aanbieder een vergoeding zou hebben verstrekt op basis van de vrije trede, wordt het pgb op basis van deze vrije trede berekend conform artikel 3.4.4 van de verordening.

  • 6.

    Het college rondt het budget voor een arrangement af op hele euro’s.

Artikel 8 Vrij besteedbaar bedrag

Het vrij besteedbaar bedrag, bedoeld in artikel 3.4.3, zesde lid, van de verordening, bedraagt € 25,- per kwartaal waarin ondersteuning is geboden.

Artikel 9 Blijk van waardering voor mantelzorgers

  • 1.

    De attentie, in de vorm van een mantelzorgwaardering, die het college jaarlijks op grond van artikel 3.6.1, van de verordening beschikbaar stelt bestaat uit een Rotterdampas met daarop een OV-tegoed van € 25,-.

  • 2.

    Om in aanmerking te komen voor de in het eerste lid bedoelde mantelzorgwaardering, moet de mantelzorger jaarlijks vóór 15 december een mantelzorgverklaring aanvragen bij de gemeente.

  • 3.

    De mantelzorger heeft per kalenderjaar recht op maximaal één Rotterdampas met daarop een OV-tegoed van € 25,-, ongeacht voor hoeveel personen hij mantelzorger is.

  • 4.

    Het college stelt per kalenderjaar voor maximaal 6.500 mantelzorgers een Rotterdampas met OV-tegoed beschikbaar, waarbij de toekenning op volgorde van binnenkomst wordt afgehandeld.

  • 5.

    Als de Rotterdampas door toedoen van de mantelzorger onrechtmatig is verstrekt en het college gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 3.6.1, derde lid, van de verordening, sluit het college de mantelzorger uit van het recht op een attentie voor een periode van:

    • a.

      één kalenderjaar als de attentie de eerste keer onrechtmatig is verkregen;

    • b.

      drie kalenderjaren als er sprake is van recidive bij het verkrijgen van een attentie.

  • 6.

    Het college kan een mantelzorgparkeervergunning verstrekken wanneer de ontvanger van de mantelzorg een beschikking bezit op grond van de Wmo 2015 of de Wet langdurige zorg.

Artikel 10 Tegemoetkoming meerkosten zorg

  • 1.

    De persoon op wie de meerkosten in een peiljaar, bedoeld in artikel 3.6.2 van de verordening, betrekking hebben, dient op de datum waarop de aanvraag door het college is ontvangen woonachtig te zijn in Rotterdam.

  • 2.

    Als de meerkosten betrekking hebben op een persoon die op de aanvraagdatum nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, wordt de aanvraag gedaan door de ouder die op de datum van ontvangst van de aanvraag woonachtig is in Rotterdam of een door de rechter benoemde wettelijk vertegenwoordiger.

  • 3.

    Een aanvraag is tijdig ingediend als deze uiterlijk op 30 september van het jaar volgend op het peiljaar is ingediend en niet later dan 15 oktober van het laatstgenoemde jaar door het college is ontvangen.

  • 4.

    Indien een aanvraag wordt ingediend door een door de rechter benoemde bewindvoerder van een persoon die op de datum van de aanvraag onder beschermingsbewind staat, of door een door de rechter benoemde mentor, dan wordt bij deze aanvraag een afschrift van de betreffende rechterlijke beschikking gevoegd.

  • 5.

    Als bijlagen bij het aanvraagformulier worden gevoegd:

    • a.

      een afschrift van alle, op het peiljaar betrekking hebbende jaaropgaven, dan wel afschriften van de documenten van de belastingdienst waarin het totale bruto jaarinkomen is opgenomen van de alleenstaande of de gehuwde;

    • b.

      een kopie van een recent bankafschrift van de aanvrager.

  • 6.

    Het college kan, in aanvulling op de bij de aanvraag gevoegde afschriften als genoemd in het vorige lid, aanvullende informatie van de aanvrager verlangen.

  • 7.

    Meerkosten worden aannemelijk geacht als de persoon tot de doelgroep van de Tegemoetkoming meerkosten zorg behoort en er in het peiljaar sprake was van:

    • a.

      een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget in het kader van de Wmo 2015;

    • b.

      extra kosten in verband met zijn beperking, chronische ziekte of chronisch psychisch of psycho-sociaal probleem, zoals:

      • bewassing;

      • verwarming van de woning;

      • kledingslijtage;

      • een door een arts of diëtiste voorgeschreven dieet;

      • maaltijdservice;

      • een eigen bijdrage voor (al dan niet deels) niet vergoede medicijnen, op voorschrift van een arts

  • 8.

    Als meerkosten worden in ieder geval niet aangemerkt de kosten waarvoor een vergoeding mogelijk is op grond van de zorgverzekering, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet.

  • 9.

    Als gedurende het peiljaar de situatie van de persoon wijzigt, waardoor een ander toetsingsinkomen van toepassing wordt, wordt het toepasselijke toetsingsinkomen naar rato vastgesteld.

  • 10.

    Als de meerkosten betrekking hebben op een minderjarig kind, worden de inkomsten en het toetsingsinkomen in aanmerking genomen van degene die op grond van artikel 2.1.5 van de Wmo 2015 als bijdrageplichtige ouder(s) kan/kunnen worden aangemerkt, tot de maand na de maand waarin het kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.

  • 11.

    De aanvraag wordt schriftelijk per post of per digitale aanvraag ingediend door middel van de daarvoor ter beschikking gestelde (digitale) formulieren.

  • 12.

    De hoogte van de tegemoetkoming meerkosten zorg bedraagt € 200,- per kalenderjaar.

  • 13.

    De tegemoetkoming meerkosten zorg wordt alleen uitgekeerd op een bankrekening die op naam staat van de aanvrager.

  • 14.

    De beschikking wordt gegeven binnen zestien weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 11 Intrekking oude regelingen en beleidsregels

De volgende regelingen en beleidsregels worden ingetrokken:

  • a.

    Regeling maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • b.

    Nadere regels Jeugdhulp Rotterdam 2015;

  • c.

    Beleidsregels persoonsgebonden budget Jeugdhulp 2017;

  • d.

    Beleidsregels Tegemoetkoming meerkosten zorg Rotterdam 2017.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze nadere regels worden geplaatst in het Gemeenteblad en treden in werking op 1 januari 2018.

Artikel 13 Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van 19 december 2017.

De secretaris,

C.M. Sjerps

De burgemeester,

A. Aboutaleb

Toelichting

Algemene toelichting

De Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018 (hierna: Nadere regels) hebben hun grondslag in de artikelen 1.3, 3.5.1, 3.6.1 en 3.6.2 artikel 1.4 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018 (hierna: verordening).

De Nadere regels bevatten regelingen over de maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning, de individuele voorzieningen jeugdhulp en het pgb.

De in de regels opgenomen begrippen en afkortingen komen overeen met die die in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, of de verordening worden gehanteerd.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Artikel 1 bevat de definities van een aantal begrippen in de nadere regels, die niet eerder in de wetgeving of de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp zijn gedefinieerd.

Artikel 2 Kwaliteitscriteria professionele ondersteuning via een pgb

In de verordening is opgenomen dat voor de vaststelling van de hoogte van het pgb ook bepalend is of de ondersteuning wordt geleverd op professionele basis of in het informele circuit.

In dit artikel is uitgewerkt wat onder professionele ondersteuning wordt verstaan. Alle vormen van ondersteuning die niet aan deze criteria voldoen, vallen onder de informele ondersteuning. Net als de professionele ondersteuning dient ook de informele ondersteuning te voldoen aan de algemene voorwaarden en kwaliteitseisen zoals genoemd in de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Zo dient ook informele ondersteuning in het kader van een pgb naar het oordeel van het college van voldoende kwaliteit te zijn en in voldoende mate bij te dragen aan het bereiken van het in het ondersteuningsplan beoogde resultaat.

 

Een aanbieder wordt als professionele organisatie aangemerkt als deze aan de in het artikel genoemde cumulatieve criteria voldoet.

Onder de kwaliteitseisen vallen bijvoorbeeld:

  • inzet van voldoende gekwalificeerd personeel;

  • beschikt over een adequate klachtenregeling;

  • beschikt over een agressieprotocol.

Een zelfstandig werkende hulpverlener (zelfstandige zonder personeel of freelancer) moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel en ook door de belastingdienst worden aangemerkt als ondernemer. Daarnaast is een aantal, cumulatieve kwaliteitseisen genoemd, die vergelijkbaar zijn met de kwaliteitseisen die aan een organisatie worden gesteld.

 

Een voorbeeld van een wettelijk vereist register is het register dat voortvloeit uit de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (het BIG register).

 

Om aan te tonen dat een freelancer of zelfstandige zonder personeel (ZZP-er) door de belastingdienst wordt aangemerkt als ondernemer, kan hij hiervoor een modelovereenkomst bij de belastingdienst aanvragen.

 

De hulpverlener moet beschikken over een VOG als hij de werkzaamheden start.

Voor een reeds afgegeven VOG geldt dat deze niet eerder mag zijn afgegeven dan 3 maanden voor het tijdstip waarop de hulpverlener wordt ingezet voor ondersteuning.

 

Voor medewerkers die, anders dan éénmalig, worden ingezet bij de ondersteuning, geldt dat zij dienen te beschikken over een geldige VOG. Daarbij wordt uitgegaan van een maximale geldigheid van 3 jaar. Na het verstrijken van deze termijn dient opnieuw een VOG aan gevraagd te worden.

Artikel 3 Nadere verleningscriteria persoonsgebonden budget

In het eerste lid is geregelddat, indienblijktuit het pgb-plan dat de hulp die met eenpgbwordtingekochtvolledigovereenkomt met de hulp die de gemeenteninkooptbij de gecontracteerdejeugdzorgaanbieders, het verzoekvooreenpgbwordtafgewezen.

 

In het tweede lid gaat in op de waarborging van de kwaliteit van ondersteuning die middels het pgb wordt verleend. Het wijkteam, danwel de Wmo-adviseur en de cliënt zijn (meerdere keren) in gesprek met elkaar om uiteindelijk te komen tot een ondersteuningsplan. Indien er sprake is van hulpverlening in de vorm van een pgb, dan zijn de te behalen doelen en resultaten die beschreven staan in het pgb-plan gelijk aan de doelen en resultaten zoals beschreven in het ondersteuningsplan.

 

Onder b van het tweede lid staat dat een zorgovereenkomst onderdeel uit maakt van het pgb-proces. Een zorgovereenkomst is noodzakelijk aangezien op basis van deze zorgovereenkomst de betaling dient plaats te vinden. In deze zorgovereenkomst dient altijd de prestatie te staan die de hulpverlener gaat leveren. Met prestatie wordt het aantal uur, dagdeel, dag, aard van de werkzaamheden bedoeld.

 

Het onder c genoemde betreft, op basis van afspraken tussen gemeenten en rijksoverheid, de melding door gemeente en beoordeling door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd van nieuwe toetreders in de vorm van jeugdhulpaanbieders.

 

Een vermelding op het Inspectieloket Sociaal Domein en Jeugd van een aanbieder die na 1 januari 2015 is toegetreden en die een praktijkduur van minimaal 6 maanden heeft gehad, wordt na een periode van 3 maanden waarin de Inspectie zich een oordeel over de kwaliteit heeft kunnen vormen, door het college als een gedegen kwaliteitsindicator beschouwd.

Artikel 4 Geldigheidsduur besluit maatwerkvoorziening, individuele voorzieningen pgb

Uitgangspunt is, dat een besluit voor toekenning van een maatwerkvoorziening of individuele voor maximaal 5 jaar geldt.

Cliënt kan zich 8 weken voor het verlopen van de verstrekkingstermijn melden voor een onderzoek voor verlenging van de maatwerk- of individuele voorziening. Afhankelijk van de situatie van de cliënt, zullen in het geval verzocht wordt om een maatwerkvoorziening te verlengen, de onderzoekspunten van artikel 2.3.2 van de Wmo 2015 uitgebreid of beperkt worden doorgelopen en volgt een nieuw besluit.

 

Vijf jaar is een maximale termijn, die niet uitsluit het pgb voor kortere duur te verstrekken. Dat kan bijvoorbeeld wenselijk zijn om na een bepaalde tijd (een half jaar, een jaar) te kunnen oordelen of de gestelde doelen worden behaald. Ook kan, gelet op de beperkingen van de cliënt, een korte(re) termijn meer voor de hand liggen zijn.

 

De inzet van de ondersteuning in het kader van de toepasselijke resultaatgebieden is de versterking van de zelfredzaamheid van de cliënt. Als er perspectief is op versterking van de zelfredzaamheid, kan de indicatie in stappen worden opgebouwd, waarbij de invulling van de indicatie in de diverse stappen anders kan worden ingevuld.

Het college kan een voorziening voor dienstverlening getrapt verstrekken, waarbij een afbouw in de omvang van de voorziening plaatsvindt gedurende de looptijd van de maatwerkvoorziening. Tevens is het mogelijk de indicatie getrapt op te bouwen, bijvoorbeeld in het kader van arbeidsmatige dagbesteding.

 

Als duidelijk is dat de cliënt blijvend op een maatwerkvoorziening zoals bijvoorbeeld een woonvoorziening, een rolstoel of ander hulpmiddel is aangewezen, wordt de indicatie voor langer dan 5 jaar (ook onbeperkt) afgegeven. Bij de bepaling van de uiteindelijke looptijd van het indicatiebesluit zal naar diverse aspecten worden gekeken, die allemaal te maken hebben met de verwachting of er wijzigingen in de situatie van de cliënt zullen optreden en zo ja, op welke termijn. Bij een looptijd langer dan vijf jaar kan bijvoorbeeld gedacht worden aan personen op leeftijd of een cliënt die is opgenomen in een WLZ-instelling.

 

Artikel 2.3.10 van de Wmo 2015 geeft (limitatief) de gronden weer waarop een besluit kan worden ingetrokken. Een van de gronden is, dat er geen recht meer bestaat op de maatwerkvoorziening. Ten overvloede is in het vijfde lid opgenomen dat het recht ook gekoppeld is aan de regelgeving en het beleid van dat moment.

Artikel 5 Verplichtingen aan maatwerkvoorzieningen en pgb

Voor een maatwerkvoorziening die een cliënt in bruikleen ontvangt, sluit de cliënt een bruikleenovereenkomst af. Daarin worden bepalingen opgenomen die samenhangen met het gebruik van de maatwerkvoorziening. Wanneer de cliënt de voorziening middels een pgb aanschaft, wordt de voorziening eigendom van de cliënt.

 

In zijn algemeenheid geldt dat de cliënt zorgvuldig met de maatwerkvoorziening moet omgaan. Hiertoe wordt bijvoorbeeld gerekend: het op slot zetten van de rolstoel of vervoersvoorziening en het volgens afspraak stallen daarvan, het nalaten van het aanbrengen van versieringen of veranderingen die schade kunnen brengen aan de maatwerkvoorziening wanneer deze worden verwijderd (denk aan stickers, verven), het meewerken aan regulier onderhoud, de maatwerkvoorziening alleen te bestemmen voor eigen gebruik.

Ook dient de maatwerkvoorziening afdoende te zijn verzekerd tegen schade, verlies en diefstal. Bij bruikleen zal hierin zijn voorzien middels de bruikleenovereenkomst, bij een pgb dient de cliënt zelf zorg te dragen voor adequate verzekering. De kosten hiervan zijn meegerekend in de opbouw van het pgb budget voor het onderhoudsdeel.

 

Lid 3 Als een cliënt een maatwerkvoorziening meeneemt naar het buitenland, komt dit voor risico van de cliënt. Te denken valt aan beschadiging bij transport of diefstal. Als de maatwerkvoorziening hierdoor voortijdig moet worden vervangen, kan het college besluiten dat de kosten hiervan voor rekening van cliënt komen.

 

In artikel 3.5.1 lid 3 van de verordening is bepaald dat het niet nakomen door cliënt van de verplichtingen voor risico van de cliënt en kan leiden tot intrekking van de voorziening of pgb of door de cliënt te betalen vergoeding van schade, waartoe in ieder geval wordt gerekend de door het college of de leverancier te maken kosten voor vervanging of herstel.

Zo kan de leverancier van de maatwerkvoorziening in bruikleen de kosten die hij moet maken om de voorziening weer in oorspronkelijke staat terug te brengen, na overleg met het college, in rekening brengen bij de cliënt. Te denken valt aan het verwijderen van stickers of het weer in de oorspronkelijke kleur terugbrengen van de maatwerkvoorziening.

Artikel 6 Tariefstelling persoonsgebonden budget maatwerkvoorzieningen enindividuele voorzieningen

Het maximaalbeschikbarebedragvooreenpgb-aanvraag is, indiengebruikwordtgemaakt van eenhulpverlener die voldoetaan de criteria genoemd in artikel 2, 90% van het gecontracteerdezorg in natura-tarief of, bij het ontbrekendaarvan, de laagstemarktprijs.

 

Voorzieningen die worden uitgevoerd door medewerkers die geen inschrijving in het BIG-register of het Kwaliteitsregister Jeugd kunnen overleggen, worden als kwalitatief niet-toereikend geacht en komen hierdoor niet in aanmerking voor vergoeding via een pgb.

 

In het tweede lid is geregelddatwanneer de aanbieder die de hulpzalgaanleverennietvoldoetaan de criteria die vermeldstaan in artikel 2 van dezeregeling, het maximalebeschikbarebedrag het percentage van het gecontracteerdezorg in natura-tariefzoalsvermeld in artikel 3.4.4 lid 2, van de verordening, is of bij het ontbrekendaarvan, de laagstemarktprijs.

Artikel 7 Maximale pgb-bedragen resultaatgebieden maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp

In de verordening is bepaald dat het pgb dat in het kader van de resultaatgebieden wordt verleend, wordt vastgesteld op basis van het pgb-plan dat de cliënt indient. Het pgb wordt vervolgens gemaximeerd op budgetten die afgeleid zijn van de budgetten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening aan de gecontracteerde aanbieders betaalt. In de verordening worden hiervoor de kaders gegeven.

In de bijlagen 1 t/m 4 staat vermeld welke maximum bedragen horen bij de percentages zoals vermeld in de verordening voor respectievelijk maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.

Bij maatwerkvoorzieningen kan in zeer bijzondere gevallen een afwijkend, hoger budget worden verstrekt, als de dienstverlening dermate complex is, dat de standaard treden niet toereikend zijn. In zo’n geval kan ook een afwijkend, hoger maximaal pgb-budget worden verstrekt.

Ook als de cliënt een pgb voor dienstverlening ontvangt voor een hulp op basis van het informele tarief, kan hij werkgeverslasten verschuldigd zijn. Dit is het geval als de hulp op 4 dagen of meer per week bij de cliënt werkzaam is. In dat geval kan de cliënt een toeslag aanvragen voor betaling van deze werkgeverslasten als het noodzakelijk is dat de cliënt steeds dezelfde hulp ontvangt.

Bepaalde jeugdhulpvoorzieningen zoals pleegzorg zijn op grond van het bepaalde in de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp van verlening via een pgb uitgesloten. Daarom is in deze Nadere regels noch een formeel noch een informeel tarief voor deze hulpvoorzieningen opgenomen.

Artikel 8 Vrij besteedbaar bedrag

Een pgb-houder die met zijn pgb dienstverlening inkoopt, komt vaak voor kleine kosten te staan die niet in het pgb-plan voorkomen. Hiervoor kan de pgb-houder een vrij besteedbaar bedrag gebruiken. De hoogte van dit bedrag is in deze regeling bepaald op € 25,- kwartaal.

Artikel 9 Blijk van waardering voor mantelzorgers

De gemeenteraad moet bij verordening regelen op welke wijze zij jaarlijks zorg wil dragen voor een blijk van waardering voor mantelzorgers. In artikel 3.6.1 van de verordening is geregeld dat de gemeenteraad dit op twee manieren wil vormgeven, namelijk door middel van een jaarlijkse dag voor de mantelzorger en een jaarlijkse attentie.

De attentie is in dit artikel verder uitgewerkt en bestaat uit een Rotterdampas met daarop een OV-tegoed van € 25,-. De mantelzorger moet een mantelzorgverklaring aanvragen bij de gemeente, waarmee hij vervolgens de Rotterdampas kan verkrijgen.

De mantelzorgverklaring kan in persoon of digitaal worden aangevraagd. In het derde lid is geregeld dat een mantelzorger recht heeft op één attentie per jaar, ongeacht de hoeveelheid personen waarvoor hij mantelzorger is. Er worden per kalenderjaar maximaal 6.500 attenties beschikbaar gesteld op basis van de mantelzorgverklaring en daarbij geldt dat deze op volgorde van binnenkomst van de verzoeken ter beschikking worden gesteld.

Het vijfde lid is een uitwerking van de bevoegdheid, zoals opgenomen in artikel 3.6.1, derde lid, van de verordening. Hierin staat dat het college bevoegd is om een persoon voor één of meerdere jaren uit te sluiten van het recht op een attentie, als deze onrechtmatig is verstrekt.

Uitsluiting geschiedt alleen als de verstrekking door toedoen van de persoon onrechtmatig heeft plaatsgevonden. Bijvoorbeeld omdat de persoon onjuiste gegevens heeft verstrekt. Als daar sprake van is, kan het college de persoon voor één jaar uitsluiten als dit voor de eerste keer gebeurt. Als er sprake is van recidive, sluit het college de persoon voor drie jaren uit.

Artikel 10 Tegemoetkoming meerkosten zorg

Op grond van artikel 3.6.2 van de verordening spelen bij de beoordeling van het recht op een Tegemoetkoming meerkosten zorg het inkomen en de meerkosten over het kalenderjaar, voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend relevant. Dat is het peiljaar.

 

In het eerste lid is geregeld dat de persoon op wie de meerkosten betrekking hebben, op de datum waarop de aanvraag door het college is ontvangen, woonachtig moet zijn in Rotterdam. Dit geldt voor het minderjarig kind, als de meerkosten daar betrekking op hebben. Dit geldt voor de volwassene, als de meerkosten betrekking hebben op een volwassene.

 

Op grond van het tweede lid geldt ten aanzien van het minderjarig kind dat op de datum van ontvangst van de aanvraag ook de ouder woonachtig moet zijn in Rotterdam.

In het derde lid is geregeld dat de aanvraag, die op grond van de verordening voor 1 oktober moet worden ingediend, in elk geval voor 15 oktober daadwerkelijk moet zijn ontvangen.

In het vierde, vijfde en zesde lid worden enkele formele vereisten voor de aanvraag benoemd.

 

Meerkosten worden in het zevende lid op basis van twee situaties aannemelijk geacht:

  • er was in het peiljaar sprake van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget voor de persoon;

  • er was geen maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget, maar de persoon kan aannemelijk maken dat hij als gevolg van zijn beperking, chronische ziekte, chronisch psychisch of psychosociaal probleem meerkosten heeft.

In onderdeel b van het zevende lid staan voorbeelden genoemd wanneer zulke meerkosten aannemelijk zijn.

 

Kosten die vergoed kunnen worden op grond van de basis ziektekostenverzekering worden niet aangemerkt als meerkosten in het kader van deze regeling. Het achtste lid regelt dit.

 

Iemand komt op basis van de verordening slechts in aanmerking voor een tegemoetkoming, als zijn inkomen niet meer bedraagt dan het toetsingsinkomen. Dit toetsingsinkomen bedraagt 130% van het bruto minimum inkomen voor gehuwden en 70% van dit bedrag voor alleenstaanden met of zonder kinderen.

Bij gehuwden (of anderszins samenwonenden) wordt het inkomen van beide partners meegenomen om te bepalen of er recht bestaat op een tegemoetkoming.

 

In het negende lid is geregeld dat als de situatie gedurende het peiljaar is gewijzigd, waardoor een ander toetsingsinkomen relevant wordt, de berekening en vaststelling van het relevante toetsingsinkomen naar rato wordt vastgesteld. Bijvoorbeeld: iemand gaat samenwonen, of juist scheiden. Over een deel van het peiljaar wordt dan het toetsingsinkomen (naar rato) van een alleenstaande en over een deel het toetsingsinkomen van een gehuwde aangehouden.

 

In het tiende lid is geregeld dat voor een minderjarig kind het inkomen van de ouder(s) relevant is.

 

In het elfde lid is aangegeven dat een aanvraag schriftelijk of digitaal via de website van de gemeente Rotterdam kan worden gedaan. Een aanvraag kan derhalve niet per e-mail worden ingediend.

 

In het twaalfde lid is de hoogte van de tegemoetkoming vastgesteld. Dit bedrag geldt per persoon die aanspraak heeft op een tegemoetkoming.

Om misbruik te voorkomen regelt het dertiende lid dat de tegemoetkoming slechts wordt uitgekeerd op de bankrekening van de aanvrager. Wanneer de aanvrager zich in een traject van schuldsanering bevindt, verloopt dit via Kredietbank Rotterdam. Wanneer de aanvrager geen kopie van een bankafschrift heeft meegestuurd met de aanvraag maar het bankrekeningnummer wel heeft ingevuld op het aanvraagformulier, komt de juistheid van het bankrekeningnummer voor risico van de aanvrager.

In het laatste lid is geregeld dat de afhandelingstermijn voor een aanvraag zestien weken bedraagt, te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag, onverlet de mogelijkheden die de Algemene wet bestuursrecht biedt om deze termijn op te schorten of te verlengen.

Artikel 11 Intrekking oude regelingen

Vanwege het in werking treden van de onderhavige nadere regels, worden de tot 1 januari 2018 geldende nadere regels en beleidsregels gelijktijdig ingetrokken.

Bijlage 1 Maximale pgb-bedragen voor dienstverlening maatschappelijke ondersteuning

1. Ouderen en somatiek

Maximum pgb per week bij inzet van professionele ondersteuning (90% van ZIN-tarief) per trede

Resultaatgebied

Trede 1

Trede 2

Trede 3

Trede 4

Trede 5

Sociaal en persoonlijk functioneren

€ 20,40

€ 61,20

€ 102,00

€ 183,59

€ 265,19

Opvoedondersteuning

€ 55,04

€ 110,07

€ 220,14

 

 

Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden

basis

€ 38,51

€ 48,65

€ 55,40

€ 63,85

€ 73,98

 

complex

€ 47,10

€ 59,49

€ 67,75

€ 78,08

€ 90,47

Financiën

€ 20,40

€ 40,80

€ 163,66

 

 

Dagbesteding

basis

€ 45,11

€ 90,22

€ 135,32

€ 180,43

€ 225,54

 

plustarief

€ 78,95

€ 157,90

€ 236,84

€ 315,79

€ 394,74

Zelfzorg en gezondheid

€ 40,80

€ 163,19

€ 326,38

€ 489,56

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf

(bedrag is per etmaal)

€ 50,63

€ 101,25

€ 151,88

 

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf inclusief individuele begeleiding

(bedrag is per etmaal)

€ 212,81

€ 425,61

€ 638,42

 

 

Maximum pgb per week bij inzet van informele hulp (% van ZIN tarief: zie tabel) per trede

Resultaatgebied

Trede 1

Trede 2

Trede 3

Trede 4

Trede 5

Sociaal en persoonlijk functioneren

(48,3% van ZIN-tarief)

€ 10,95

€ 32,84

€ 54,74

€ 98,53

€ 142,32

Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden

(61% van ZIN-tarief)

basis

€ 26,10

€ 32,97

€ 37,55

€ 43,27

€ 50,14

 

complex

€ 31,92

€ 40,32

€ 45,92

€ 52,92

€ 61,32

Financiën

(48,3% van ZIN-tarief)

€ 10,95

€ 21,89

€ 87,83

 

 

Dagbesteding

(50% van ZIN-tarief)

basis

€ 25,06

€ 50,12

€ 75,18

€ 100,24

€ 125,30

 

plustarief

€ 43,86

€ 87,72

€ 131,58

€ 175,44

€ 219,30

Zelfzorg en gezondheid

(48,3% van zin-tarief)

€ 21,89

€ 87,58

€ 175,16

€ 262,73

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf

(bedrag is per etmaal; 46,1% van ZIN-tarief)

€ 25,93

€ 51,86

€ 77,79

 

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf inclusief individuele begeleiding (bedrag is per etmaal; 46,1% van ZIN-tarief)

€ 109,00

€ 218,01

€ 327,01

 

 

2. Verstandelijk beperkten extramuraal

Maximum pgb per week bij inzet van professionele ondersteuning (90% van ZIN-tarief) per trede

Resultaatgebied

Trede 1

Trede 2

Trede 3

Trede 4

Trede 5

Sociaal en persoonlijk functioneren

€ 20,46

€ 61,37

€ 102,29

€ 184,11

€ 265,94

Opvoedondersteuning

€ 55,04

€ 110,07

€ 220,14

 

 

Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden

basis

€ 38,51

€ 48,65

€ 55,40

€ 63,85

€ 73,98

 

complex

€ 47,10

€ 59,49

€ 67,75

€ 78,08

€ 90,47

Financiën

€ 20,46

€ 40,91

€ 163,66

 

 

Dagbesteding

basis

€ 63,32

€ 126,65

€ 189,97

€ 253,30

€ 316,62

 

plustarief

€ 105,55

€ 211,10

€ 316,66

€ 422,21

€ 527,76

Zelfzorg en gezondheid

€ 40,91

€ 163,66

€ 327,31

€ 490,97

 

Nachtelijk toezicht

€ 25,78

€ 150,38

 

 

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf

(bedrag is per etmaal)

€ 50,63

€ 101,25

€ 151,88

 

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf inclusief individuele begeleiding

(bedrag is per etmaal)

€ 212,81

€ 425,61

€ 638,42

 

 

Maximum pgb per week bij inzet van informele hulp (% van ZIN tarief: zie tabel) per trede

Resultaatgebied

Trede 1

Trede 2

Trede 3

Trede 4

Trede 5

Sociaal en persoonlijk functioneren

(48,3% van ZIN-tarief)

€ 10,98

€ 32,94

€ 54,89

€ 98,81

€ 142,72

Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden

(61% van ZIN-tarief)

basis

€ 26,10

€ 32,97

€ 37,55

€ 43,27

€ 50,14

 

complex

€ 31,92

€ 40,32

€ 45,92

€ 52,92

€ 61,32

Financiën

€ 10,98

€ 21,96

€ 87,83

 

 

Dagbesteding

(50% van ZIN-tarief)

basis

€ 35,18

€ 70,36

€ 105,54

€ 140,72

€ 175,90

 

plustarief

€ 58,64

€ 117,28

€ 175,92

€ 234,56

€ 293,20

Zelfzorg en gezondheid

(48,3% van ZIN-tarief)

€ 21,96

€ 87,83

€ 175,66

€ 263,49

 

Nachtelijk toezicht

(51% van ZIN-tarief)

€ 14,61

€ 85,22

 

 

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf

(bedrag is per etmaal; 46,1% van ZIN-tarief)

€ 25,93

€ 51,86

€ 77,79

 

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf inclusief individuele begeleiding (bedrag is per etmaal; 46,1% van ZIN-tarief)

€ 109,00

€ 218,01

€ 327,01

 

 

3. Lichamelijk beperkten

Hierbinnen valt ook de doelgroep Niet aangeboren hersenletsel (NAH). Voor personen uit deze doelgroep kan bij het resultaatgebied sociaal en persoonlijk functioneren het budget verhoogd worden met een opslag van 15%.

Maximum pgb per week bij inzet van professionele ondersteuning (90% van ZIN-tarief) per trede

Resultaatgebied

 

Trede 1

Trede 2

Trede 3

Trede 4

Trede 5

Sociaal en persoonlijk functioneren (excl. toeslag NAH)

€ 20,46

€ 61,37

€ 102,29

€ 184,11

€ 265,94

Sociaal en persoonlijk functioneren (incl. toeslag NAH)

€ 23,53

€ 70,58

€ 117,63

€ 211,73

€ 305,83

Opvoedondersteuning

 

€ 55,04

€ 110,07

€ 220,14

 

 

Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden

basis

€ 38,51

€ 48,65

€ 55,40

€ 63,85

€ 73,98

 

complex

€ 47,10

€ 59,49

€ 67,75

€ 78,08

€ 90,47

Financiën

€ 20,46

€ 40,91

€ 163,66

 

 

Dagbesteding

basis

€ 63,32

€ 126,65

€ 189,97

€ 253,30

€ 316,62

 

plustarief

€ 105,55

€ 211,10

€ 316,66

€ 422,21

€ 527,76

Zelfzorg en gezondheid

€ 40,91

€ 163,66

€ 327,31

€ 490,97

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf

(bedrag is per etmaal)

€ 50,63

€ 101,25

€ 151,88

 

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf inclusief individuele begeleiding

(bedrag is per etmaal)

€ 212,81

€ 425,61

€ 638,42

 

 

Maximum pgb per week bij inzet van informele hulp (% van ZIN tarief: zie tabel) per trede

Resultaatgebied

Trede 1

Trede 2

Trede 3

Trede 4

Trede 5

Sociaal en persoonlijk functioneren (excl.. toeslag NAH)

(48,3% van ZIN-tarief)

€ 10,98

€ 32,94

€ 54,89

€ 98,81

€ 142,72

Sociaal en persoonlijk functioneren (incl. toeslag NAH)

(48,3% van ZIN-tarief)

€ 12,63

€ 37,88

€ 63,13

€ 113,63

€ 164,13

Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden

(61% van ZIN-tarief)

basis

€ 26,10

€ 32,97

€ 37,55

€ 43,27

€ 50,14

 

complex

€ 31,92

€ 40,32

€ 45,92

€ 52,92

€ 61,32

Financiën

(48,3% van ZIN-tarief)

€ 10,98

€ 21,96

€ 87,83

 

 

Dagbesteding

(50% van ZIN-tarief)

basis

€ 35,18

€ 70,36

€ 105,54

€ 140,72

€ 175,90

 

plustarief

€ 58,64

€ 117,28

€ 175,92

€ 234,56

€ 293,20

Zelfzorg en gezondheid

(48,3% van ZIN-tarief)

€ 21,96

€ 87,83

€ 175,66

€ 263,49

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf

(bedrag is per etmaal; 46,1% van ZIN-tarief)

€ 25,93

€ 51,86

€ 77,79

 

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf inclusief individuele begeleiding (bedrag is per etmaal; 46,1% van ZIN-tarief)

€ 109,00

€ 218,01

€ 327,01

 

 

4. (O)GGZ extramuraal

Maximum pgb per week bij inzet van professionele ondersteuning (90% van ZIN-tarief) per trede

Resultaatgebied

Trede 1

Trede 2

Trede 3

Trede 4

Trede 5

Sociaal en persoonlijk functioneren

€ 24,62

€ 73,87

€ 123,12

€ 221,62

€ 320,11

Opvoedondersteuning

€ 55,04

€ 110,07

€ 220,14

 

 

Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden

basis

€ 38,51

€ 48,65

€ 55,40

€ 63,85

€ 73,98

 

complex

€ 47,10

€ 59,49

€ 67,75

€ 78,08

€ 90,47

Financiën

€ 24,62

€ 49,25

€ 196,99

 

 

Dagbesteding

basis

€ 49,48

€ 98,96

€ 148,45

€ 197,93

€ 247,41

 

plustarief

€ 86,60

€ 173,20

€ 259,79

€ 346,39

€ 432,99

Zelfzorg en gezondheid

€ 40,74

€ 162,97

€ 325,94

€ 488,92

 

Nachtelijk toezicht

€ 25,78

€ 150,38

 

 

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf

(bedrag is per etmaal)

€ 50,63

€ 101,25

€ 151,88

 

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf inclusief individuele begeleiding

(bedrag is per etmaal)

€ 212,81

€ 425,61

€ 638,42

 

 

Maximum pgb per week bij inzet van informele hulp (% van ZIN tarief: zie tabel) per trede

Resultaatgebied

Trede 1

Trede 2

Trede 3

Trede 4

Trede 5

Sociaal en persoonlijk functioneren

(48,3% van ZIN-tarief)

€ 13,21

€ 39,64

€ 66,07

€ 118,93

€ 171,79

Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden

(61% van ZIN-tarief)

basis

€ 26,10

€ 32,97

€ 37,55

€ 43,27

€ 50,14

 

complex

€ 31,92

€ 40,32

€ 45,92

€ 52,92

€ 61,32

Financiën

(48,3% van ZIN-tarief)

€ 13,21

€ 26,43

€ 105,72

 

 

Dagbesteding

(50% van ZIN-tarief)

basis

€ 27,49

€ 54,98

€ 82,47

€ 109,96

€ 137,45

 

plustarief

€ 48,11

€ 96,22

€ 144,33

€ 192,44

€ 240,55

Zelfzorg en gezondheid

(48,3% van ZIN-tarief)

€ 21,87

€ 87,46

€ 174,92

€ 262,38

 

Nachtelijk toezicht

(51% van ZIN-tarief)

€ 14,61

€ 85,22

 

 

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf

(bedrag is per etmaal; 46,1% van ZIN-tarief)

€ 25,93

€ 51,86

€ 77,79

 

 

Mantelzorgondersteuning met verblijf inclusief individuele begeleiding (bedrag is per etmaal; 46,1% van ZIN-tarief)

€ 109,00

€ 218,01

€ 327,01

 

 

5. Zintuiglijke beperking

Voor deze doelgroep gelden de tarieven conform de “Tarieven landelijke raamovereenkomst Zintuigelijk Gehandicapten 2018”.

Bijlage 2

Maatwerkvoorzieningen waarvoor maximale pgb-bedragen zijn vastgesteld:

Voorziening

Aanschaf inclusief BTW

Onderhoud en reparatie inclusief BTW (voor periode levensduur)

Rolstoel- en vervoersvoorzieningen

Rolstoelen en duwwagens voor kortdurend gebruik

€ 393

€ 382

Rolstoelen en duwwagens voor dagelijks gebruik

€ 795

€ 573

Rolstoel en duwwagens met kantelverstelling

€ 2.721

€ 573

Kleine scootmobiel

€ 2.226

€ 1.590

Grote scootmobiel

€ 3.392

€ 1.908

Bad-, douche- en toilethulpmiddelen

Toiletstoel

€ 84,40

NVT

Opdruksteunen gemonteerd op de toiletpot zonder verhoging

€ 201,40

 

Douchestoel opvouwbaar

€ 136,74

 

Douchestoel met kleine wielen

€ 392,20

 

Douchetabouret

€ 95,40

 

Badplank

€ 60,42

 

Overige woonvoorzieningen

Was föhn installatie

Categorie 1: € 911,13

Categorie 2: € 1.846,46

Categorie 3 € 6.278,69

Categorie 1: € 106 per jaar

Categorie 2: € 140 per jaar

Categorie 3: € 140 per jaar

Traplift

Recht: € 1.600,83

1 bocht: € 3.141,16

2 bochten of anders

€ 3.368,64

€ 73,91 per jaar

Verwijderen dorpel badkamer

€ 129,47

NVT

(Opklapbare) opdruksteunen

Verschillende types (Zie prijslijst Magis010)

 

Douchezitje aan de wand

Verschillende types, met/zonder armleuningen, hulppoot etc.

(Zie prijslijst Magis010)

 

Drempeloverbruggers

1 zijde € 90,63

Dubbelzijdig € 147,62

 

Tussenstap/luie trede

Hout: € 129,47

 

Scootmobielstalling

Lutrabox, incl. plaatsing, excl. grondwerk:

Handmatig openen

€ 1909,68

Elektrisch te openen

€ 2557,03

 

Verwijderen dorpel

€ 129,47

 

Tussenmeter t.b.v. stroomvoorziening

€ 245,99

 

Wandcontactdoos t.b.v. opladen elektrisch

Middel

€ 375,46

 

Elektrische deuropener individueel/ collectief

Verschillende opties (Zie prijslijst Magis010)

€ 200,- per jaar

Badlift

€ 1.149,50

€ 389,43

Douchebrancard

€ 3.220,58

€ 2.011,80

Tillift verrijdbaar actief of passief

€ 6.171,00

€ 2.003,76

Voor de niet genoemde maatwerkvoorzieningen dient een prijsopgave te worden opgevraagd, of wordt de prijs door middel van offertes vastgesteld.

Bijlage 3

Maximale tegemoetkoming voor verhuiskosten maatschappelijke ondersteuning

De hoogte van de tegemoetkoming voor verhuiskosten als bedoeld in artikel 3.2.15, lid 2, van de verordening bestaat uit:

  • -

    een vast bedrag voor de feitelijke verhuiskosten (verhuiswagen, overstapkosten, etc.) van maximaal € 1.000,--, plus

  • -

    een variabel bedrag voor verf en/of behang alsmede basisstoffering, afhankelijk van de gezinssamenstelling conform de tabel hieronder:

Aantal personen

Maximum budget voor stoffering (bedragen in €)

1 persoon, kamerbewoner

257,--

1 persoon

631,--

2 personen, echtpaar

631,--

2 personen, geen echtpaar

952,--

3 personen, echtpaar

952,--

3 personen, geen echtpaar

1.274,--

4 personen

1.274,--

5 personen

1.559,--

6 personen

1.784,--

Meer personen, per persoon extra

225,--

Maximale pgb-bedragen vervoersvoorzieningen maatwerkvoorzieningen

De hoogte van het pgb in plaats van het CAV, in de situatie bedoeld in artikel 3.2.13 lid 5, van de verordening, bedraagt maximaal € 7.076,--.

Bijlage 4 Maximale pgb-bedragen voor arrangementen jeugdhulp

Maximum pgb bij inzet van formele, professionele ondersteuning (90% van het ZIN-tarief)

R/O

Trede 1

Trede 2

Trede 3

Trede 4

Trede 5

Trede 6

Trede 7

Trede 8

Trede 0

R1

€ 75,60

€ 131,40

€ 258,30

€ 440,10

€ 626,40

-

-

-

-

R2

€ 46,80

€ 91,80

€ 140,40

€ 189,00

€ 376,20

€ 562,50

€ 841,50

-

-

R3

€ 81,90

€ 138,60

€ 221,40

€ 370,80

€ 643,50

 

-

 

 

O1

-

-

€ 596,70

€ 668,70

€ 1021,50

€ 1199,70

-

-

-

O2

€ 4,50

€ 92,70

€ 138,60

€ 193,50

€ 235,80

€ 297,00

-

-

-

O3

€ 49,50

€ 99,00

€ 198,00

€ 396

-

 

-

-

-

Maximum pgb bij inzet van informele hulp (48,3% van het ZIN-tarief)

R/O

Trede 1

Trede 2

Trede 3

Trede 4

Trede 5

Trede 6

Trede 7

Trede 0

R1

€ 40,57

€ 70,52

€ 138,62

€ 236,19

€ 336,17

-

-

-

O3

€ 25,36

€ 50,71

€ 101,42

€ 202,84

-

 

-

-

Ondersteunings-

element

Intensiteit

PGB formeel (90%)

PGB informeel

(48,3%)

Daghulp (dagbesteding-, behandeling)

beperkt

€ 18,00

€ 9,66

 

beperkt midden

€ 18,00

€ 9,66

 

midden

€ 54,00

€ 28,98

 

midden-intensief

€ 54,00

€ 28,98

 

intensief

€ 90,00

€ 48,30

 

zeer intensief

€ 90,00

€ 48,30

 

Vrije intensiteit

 

 

Dit gemeenteblad 2017, nummer 215, is uitgegeven op 21 december 2017 en ligt op dins-, woens- en donderdagen van 9.00 tot 13.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk Informatiecentrum Rotterdam (BIR), locatie Wachtruimte Timmerhuis, Halve Maanpassage 1 (trap op, melden bij Informatiebalie)

(Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch)

Naar boven