Gemeenteblad van Amsterdam

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
AmsterdamGemeenteblad 2017, 234604Beleidsregels



Vaststellen van het detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: sterke winkelgebieden in een groeiende stad. (2017, nr. 375/1616)

 

Nummer 375/1616

Agendapunt 13

Datum besluit B&W 21 november 2017

Onderwerp

Vaststellen van het detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: sterke winkelgebieden in een groeiende stad.

De gemeenteraad van Amsterdam

Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders van 21 november 2017 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1616);

Mede gezien de aangenomen motie van het lid Geenen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1635);

Gelet op:

 artikel 2.1, lid 2, van de wet ruimtelijke ordening;

 artikel 28, eerste lid, van de Verordening op de bestuurscommissies 2013;

 artikel 160 lid 1 a en b, van de Gemeentewet;

 artikel 2, tweede lid, van de Algemene inspraakverordening,

Besluit:

  • 1.

    In te trekken het ruimtelijk Detailhandelsbeleid Amsterdam 2011-2015 Amsterdam winkelstad: Een kwaliteit aan winkelgebieden;

  • 2.

    Vast te stellen het detailhandelsbeleid 2018-2022: ‘sterke winkelgebieden in een groeiende stad’ als uitwerking van de structuurvisie ‘Amsterdam 2040 Economisch Sterk en duurzaam’, vastgesteld op 17 februari 2011.

De strekking van het detailhandelsbeleid is dat Amsterdam inzet op een sterke en diverse winkelstad waar (1) de bewoners hun dagelijkse boodschappen op redelijke afstand van de woning (750 meter) kunnen doen en (2) er meerdere interessante winkelgebieden zijn om te winkelen, ook buiten de binnenstad. Het detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 doet uitspraken over detailhandel die richtinggevend zijn bij het opstellen en wijzigen van bestemmingsplannen, aanvragen, toetsen of ontwerpen van winkelinitiatieven via een omgevingsvergunning en -plannen voor ontwikkelgebieden. Tevens biedt het een overzicht van de instrumenten die kunnen worden ingezet ter versterking van winkelgebieden. De doelstellingen van het detailhandelsbeleid zijn vertaald naar uitgangspunten, waarvan de belangrijkste zijn:

a) Vestiging en uitbreiding van detailhandel alleen mogelijk is in winkelgebieden met toekomstperspectief.

b) Selectieve groei van het aantal winkel(meter)s in gebieden met groeiend draagvlak door woningbouw: Amsterdam is, gezien het veranderde consumentengedrag en behoefte aan winkels, bedachtzaam in het toestaan van extra winkelmeters (ook op nieuwe locaties) om te voorkomen dat er in de toekomst winkelleegstand ontstaat.

c) In winkelgebieden die niet als kansrijk worden beoordeeld, wordt geen uitbreiding van (het oppervlakte van) detailhandel toegestaan. Deze winkelpanden mogen omgezet worden naar andere commerciële of maatschappelijke functies.

d) Winkels in Amsterdam worden geclusterd in winkelgebieden. Amsterdam staat detailhandel buiten de winkelgebieden (zoals op bedrijventerreinen of solitaire detailhandelsvestigingen) niet toe, net als de meeste gemeenten in de Metropoolregio Amsterdam.

e) Amsterdam ziet marktruimte voor het ontwikkelen van één stadsdeelcentrum in de stadszone Boven ’t Y (Noord), Centrum Nieuw-West (Osdorpplein) en Amsterdamse Poort (Zuidoost) naar een bovenlokaal centrum dat niet alleen bezoek trekt van consumenten uit het stadsdeel, maar ook uit de regio.

f) De gemeente heeft een positieve houding tegenover eventuele (omgevings)vergunningaanvragen voor vernieuwing van winkels in de stadsdeelwinkelcentra Boven ’t Y (Noord), Centrum Nieuw-West (Osdorpplein) en Amsterdamse Poort (Zuidoost) die een nieuwe impuls goed kunnen gebruiken.

g) Voor het versterken en het vergroten van de diversiteit van winkelgebieden is een overzicht opgenomen van het instrumentarium dat verschillende partijen, zoals ondernemers, pandeigenaren, bewoners en gemeente kunnen inzetten.

h) Om buurten aantrekkelijker te maken voor zowel Amsterdammers als bezoekers en ondernemers en de drukte in de stad meer te spreiden, kunnen bestuurscommissies bij het college een verzoek indienen voor een ‘winkelkwartier’: kleine verspreide winkels in woonbuurten, buiten de winkelstraten.

i) De beleidsmatige status van de grootschalige detailhandelsvestiging locaties (ook wel ‘GDV-locaties’ genoemd) Schinkel, Spaklerweg en Van Slingelandstraat/Westerkwartier wordt geschrapt.

j) Amsterdam doet binnen vijf jaar een voorstel voor minder, maar sterkere perifere detailhandelslocaties (dus winkelgebieden waar doe-het-zelf en woonwinkels gevestigd zijn) met weinig leegstand;

3.Het in werking te laten treden van: het detailhandelsbeleid 2018-2022: ‘sterke winkelgebieden in een groeiende stad’ per 1 januari 2018.

Aldus besloten door de gemeenteraad voornoemd

in zijn vergadering op 20 december 2017.

De voorzitter

J.J. van Aartsen

De raadsgriffier

mr. M. Pe MEC