Gemeenteblad van Cranendonck

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
CranendonckGemeenteblad 2017, 234358Beleidsregels



Nadere regels

 

Algemene subsidieverordening Cranendonck 2015

Inhoud

Nadere subsidieregels

Het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck;

gelet op de Algemene subsidieverordening Cranendonck 2015

besluit vast te stellen de Nadere subsidieregels Cranendonck 2015

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

 

Activiteit

Activiteit zoals vermeld in de begripsomschrijving van een organisatie;

 

Activiteitenplan

Een programma van activiteiten voor de periode waarop de aanvraag betrekking heeft, met een toelichting op de aard, omvang en intensiteit van de geplande activiteiten, de doelgroepen waarop de activiteiten gericht zijn en het verwachte aantal deelnemers/gebruikers.

 

Bestemmingsreserve

Reserve ter dekking van een vooraf vastgestelde bestemming, passend binnen de doelstelling van de organisatie;

 

Een actuele (meerjaren)Begroting

Een overzicht van de vermoedelijke uitgaven en inkomsten voor een bepaalde periode (van een jaar of meerdere jaren).

 

Egalisatiereserve

Reserve waarvan ten gunste onderscheidenlijk ten laste het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend, komt. Ook wel schommelreserve genoemd;

 

Eigen vermogen

Het vermogen van een organisatie, vermeld op de balans van een organisatie, niet zijnde vreemd vermogen en voorzieningen, onder aftrek van

bestemmingreserves, maar inclusief egalisatiereserves;

 

Evenement

 

 

Nieuw evenement

Een nog niet eerder georganiseerde openbaar toegankelijke vertoning of gebeurtenis van tijdelijke aard, die doelbewust is georganiseerd, die bijdraagt aan verbetering van de identiteit van Cranendonck en minimaal een lokale uitstraling heeft;

 

Jubileum evenement

herdenking van de dag waarop een bepaald aantal jaren geleden een organisatie is

opgericht of een evenement is gestart. De verschillende jubilea zijn: 5; 10; 12,5; 15; 20; 25;

30; 35; 40; 45; 50; 55; 60; 70; 75; 80; 100; 150; 200 jaar. Voor carnavalsverenigingen wordt

een veelvoud van 11 aangehouden.

 

Karakter

 

 

Cultureel karakter

Alle activiteiten gericht op georganiseerde cultuur activiteiten in enge zin zoals ambacht, kunst (amateurkunst), muziektheater, theater, religie en wetenschap (zoals literatuur, media, letteren).

 

Sportief karakter

Alle activiteiten gericht op een georganiseerd fysiek spel of beweging dat volgens regels in competitieverband of recreatief kan gespeeld worden. Het heeft als doel het lichaam of de hersenen te stimuleren naar meer, hetzij d.m.v. lichamelijke bewegingen en/of denkoefeningen.

 

Recreatief karakter

Alle activiteiten gericht op vormen van georganiseerde vrijetijdsbesteding, alle activiteiten die kunnen worden gedaan naast de dagelijkse verplichtingen als werken, huishouden, financiën en zorg voor anderen. Recreëren doet men voor ontspanning en vermaak. Bijvoorbeeld buitenrecreatie activiteiten en sociale activiteiten.

 

Sociaal maatschappelijk karakter

Alle georganiseerde activiteiten die betrekking hebben op de intermenselijke (sociaal) samenleving/openbare ruimte (maatschappij).

 

Kennismakingsactiviteiten

activiteiten waarbij niet-leden op gestructureerde wijze in aanraking worden gebracht met de activiteiten van een organisatie.

 

Samenwerkingsproject

een project (niet-reguliere activiteit) waaraan een organisatie samen met één of meer andere organisaties werkt.

 

Leden

 

 

Leden

Een actuele ledenlijst

1.personen die contributie of enige andere jaarlijkse bijdrage betalen die hen recht geeft op deelname aan structurele activiteiten van de organisatie;

2.Jeugdleden: leden die op 1 juli van het subsidiejaar de leeftijd van jaar nog niet bereikt hebben;

3.Leden met een handicap/beperking: personen die ten gevolge van ziekte of gebrek langdurig aantoonbare beperkingen ondervinden bij algemene levensverrichtingen, zoals op het gebied van zich binnen of buiten de woning verplaatsen en het deelnemen aan activiteiten buiten de woning: en die blijkens betaling van een donatie of contributie aangesloten zijn bij een organisatie;

4.Actief lid: een lid dat binnen de organisatie op de een of andere wijze actief is. Te denken valt dan natuurlijk aan deelname aan de reguliere activiteiten, maar ook aan bestuursactiviteiten of andere ondersteunende bezigheden.

Een overzicht van de leden, met vermelding van naam, adres, woonplaats en geboortedatum en eventuele beperkingen van leden.

 

Lokaal / lokale

Betrekking hebbende op een bepaalde plaatst in dit geval in de gemeente Cranendonck.

 

Organisatie

 

 

Organisatie

Maatschappelijke organisaties

Een lokale (Cranendonckse) vereniging met minimaal 15 leden uit Cranendonck of stichting die bij notariële akte is opgericht en is ingeschreven in het openbare register van de Kamer van Koophandel;

(Organisatie met maatschappelijk functie) Deze titel is toegekend aan de EHBO vereniging, kindervakantiewerk, het oranjecomité en het Sint Nicolaas comité;

 

Verenigingsmanagement

Alle activiteiten gericht op het goed laten functioneren van een organisatie, zoals kadertrainingen, jeugdbeleid, vrijwilligersbeleid, financieel beleid, sponsorbeleid, activiteitenbeleid en een lange termijnvisie of verenigingsvisie.

 

Verslag

 

 

Een inhoudelijk verslag

Een verslag waaruit blijkt welke activiteiten de organisatie het voorgaande jaar/de betreffende subsidieperiode heeft gerealiseerd.

 

Een financieel verslag

Bevat tenminste een jaarrekening en balans van 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze nadere regels is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Activiteiten

1.Basissubsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het bereiken van doelstellingen op het gebied van:

a. wonen en leven

  • -

    De gemeente biedt de mogelijkheid om burgers in elke kern samen te laten komen. Hierdoor versterken we de sociale cohesie.

  • -

    Onze burgers wonen in een omgeving waarbij ze tevreden zijn over het beheer van de openbare ruimte.

De volgende soorten organisaties worden ingedeeld bij wonen en leven: heemkunde, natuureducatie, hengelsport, EHBO, oranjecomité, Sint Nicolaas comité, kindervakantiewerk.

b. Kunst en cultuur

-De gemeente biedt haar inwoners de mogelijkheid kennis te maken met en deel te nemen aan (lokale) kunst- en culturele activiteiten. Onderdeel hiervan is het behoud van de eigen identiteit van Cranendonck.

De volgende soorten organisaties worden ingedeeld bij kunst en cultuur: dansverenigingen, gilden, muziekverenigingen, toneelverenigingen, carnavalsverenigingen, vereniging voor oorlogsveteranen.

c. Sport

-De gemeente biedt haar inwoners, met speciale aandacht voor jeugd en mensen met een beperking, de mogelijkheid kennis te maken met en deel te nemen aan een gevarieerd aanbod aan sport- en beweegactiviteiten

De volgende soorten organisaties worden ingedeeld bij sport: sportverenigingen en -organisaties.

d. zorg

-De gemeente stimuleert dat inwoners, van jong tot oud, zich kunnen ontplooien en verantwoordelijkheid nemen. Inwoners doen mee in de samenleving.

De volgende soorten organisaties worden ingedeeld bij zorg: jeugdclubs, ouderenverenigingen, vrouwenorganisaties.

  • 2.

    Het college kan organisaties een stimuleringssubsidie verstrekken voor:

    • a.

      exploitatie van een nieuwe organisatie

    • b.

      organisatie van een nieuw evenement

    • c.

      organisatie van een jubileum evenement

    • d.

      promotie van een grootschalig evenement

    • e.

      samenwerkingsprojecten

    • f.

      verenigingsmanagement

    • g.

      kennismakingsactiviteiten

Artikel 4. Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan:

  • a.

    organisaties met minimaal 15 leden uit Cranendonck die deelnemen aan de reguliere activiteiten van de organisatie

  • b.

    organisaties met een maatschappelijke functies

  • c.

    professionele organisaties

Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3.

  • 2.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten die door de subsidieontvanger zijn gemaakt voor de indiening van de aanvraag.

  • 3.

    Het subsidiebedrag waarvoor een organisatie in aanmerking komt, bedraagt nooit meer dan 50% van de totale inkomsten.

  • 4.

    Lid 3 is niet van toepassing op organisaties die gebruikmaken van het Zuiderpoortbad en daarvoor accommodatiesubsidie ontvangen.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

Een basissubsidie bedraagt maximaal € 25.000,- exclusief de vergoeding voor accommodaties. Voor de budgetsubsidies is geen maximumbedrag vastgesteld.

Een stimuleringssubsidie bedraagt maximaal € 2.000,-

Basissubsidies

Zoals in artikel 3 is aangegeven kan subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het bereiken van de formuleerde beleidsdoelstelling. Per categorie zijn er subsidiebedragen gekoppeld aan de te bereiken beleidsdoelstellingen. Hieronder zijn deze uitgewerkt.

6.1 Wonen en leven

1 . De subsidie voor organisaties in de categorie wonen en leven bedraagt:

 

Minimum

Klein

Middel klein

Middel

Groot

Zeer groot

Maximaal

Aantal leden

 

 

 

 

 

 

Meer dan 501

maximaal

€ 350

€ 650

€ 950

€ 1.175

€ 1.650

€ 2.200

€ 2.800

vast bedrag

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

a.indien de organisatie burgers via haar activiteiten de mogelijkheid biedt samen te komen en daardoor een bijdrage levert aan de sociale cohesie

€ 50

€ 100

€ 125

€ 150

€ 250

€ 400

€ 500

a.indien de organisatie via haar activiteiten bijdraagt aan het behouden of vergroten van de zelfredzaamheid

€ 50

€ 100

€ 125

€ 150

€ 250

€ 400

€ 500

a.indien de organisatie via haar activiteiten bijdraagt aan het behouden en versterken van de groene en rustieke, fijne leef- en woonomgeving

€ 50

€ 100

€ 150

€ 175

€ 400

€ 500

€ 600

a.indien de organisatie samenwerkt met scholen en/of maatschappelijke organisaties

€ 50

€ 100

€ 200

€ 300

€ 300

€ 400

€ 500

a.indien de organisatie speciale aandacht besteedt aan jeugd

€ 50

€ 150

€ 250

€ 300

€ 350

€ 400

€ 600

1.2 Experimentele verdeelsleutel St. Nicolaascomités, Kindervakantiewerk en Oranjecomités :

In het kader van het stimuleren van de zelfredzaamheid en zelf organiserend vermogen is het met deze experimentele verdeelsleutel mogelijk dat een groep soortgelijke organisaties (bijvoorbeeld alle Sint Nicolaascomités) zelf in overleg een verdeling maakt van het totale subsidiebedrag dat de groep gezamenlijk wordt verleend. Indien de groep soortgelijke organisaties voor 1 december van het subsidiejaar geen gezamenlijke overeenstemming kan bereiken wordt de verdeling toegepast conform de verdeelsleutel zoals beschreven onder de tabel bij 6.1 Wonen en Leven 1.

1. 3 Extra subsidie e xperimentele verdeelsleutel St. Nicolaascomités, Kindervakantiewerk en Oranjecomités :

Indien organisaties de verdeling van de totale subsidiegelden voor hun rekening nemen, maken zij aanspraak op een extra subsidie van € 200,-.

  • a.

    Eén individuele organisatie kan, namens alle organisaties uit dezelfde categorie, een aanvraag indienen voor deze extra subsidie;

  • b.

    De organisaties moeten aantonen hoe de verdeling eruitziet en dat elke organisatie instemt.

6.2 Kunst en cultuur

2 . De subsidie voor organisaties in de categorie kunst en cultuur bedraagt:

 

Minimum

Klein

Middel klein

Middel

Groot

Zeer groot

Maximaal

Aantal leden

 

 

 

 

 

 

Meer dan 501

maximaal

€ 2.175

€ 2.800

€ 7.050

€ 9.700

€ 11.850

€ 13.600

€ 16.850

vast bedrag

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

a.indien de organisatie inwoners de mogelijkheid biedt kennis te maken met (lokale) kunst en cultuuractiviteiten;

€ 150

€ 250

€ 350

€ 450

€ 550

€ 650

€ 750

a.indien de organisatie inwoners stimuleert deel te nemen aan kunst- en cultuuractiviteiten;

€ 250

€ 300

€ 350

€ 450

€ 550

€ 650

€ 750

a.indien de organisatie bijdraagt aan de structurele inbedding van cultuureducatie binnen het (basis)onderwijs;

€ 500

€ 500

€ 2.000

€ 2.000

€ 3.000

€ 3.000

€ 4.000

a.indien de organisatie via haar activiteiten burgers de mogelijkheid biedt samen te komen en daardoor een bijdrage levert aan de sociale cohesie;

€ 25

€ 50

€ 100

€ 150

€ 200

€ 250

€ 350

a.indien de organisatie via haar activiteiten bijdraagt aan het behouden of vergroten van de zelfredzaamheid

€ 50

€ 100

€ 200

€ 250

€ 300

€ 350

€ 400

a.indien de organisatie samenwerkt met scholen en/of maatschappelijke organisaties.

€ 500

€ 500

€ 750

€ 1.000

€ 1.250

€ 1.500

€ 2.000

a.indien de organisatie speciale aandacht besteedt aan mensen met een beperking

€ 50

€ 100

€ 200

€ 250

€ 300

€ 350

€ 400

Jeugdleden

t/m 10

 

 

 

 

 

Meer dan 60

a.indien de organisatie speciale aandacht besteedt aan jeugd

€ 500

€ 600

€ 1.000

€ 1.050

€ 1.100

€ 1.250

€ 1.600

Aantal leden dat een muziekopleiding volgt

t/m 10

 

 

 

 

 

Meer dan 65

a.indien de organisatie bijdraagt aan deskundigheidsbevordering middels een muziekopleiding;

€ 25

€ 1.00

€ 1.000

€ 1.500

€ 2.000

€ 3.000

€ 3.500

Aantal leden met een instrument van de vereniging

t/m 10

 

 

 

 

 

Meer dan 125

a.indien de organisatie bijdraagt aan deskundigheidsbevordering middels het beschikbaar stellen van een instrument;

€ 25

€ 200

€ 1.000

€ 2.500

€ 2.500

€ 2.500

€ 3.000

6.3 Sport

3 . De subsidie voor organisaties in de categorie sport bedraagt:

 

Minimum

Klein

Middel klein

Middel

Groot

Zeer groot

Maximaal

Aantal leden

 

 

 

 

 

 

Meer dan 501

maximaal

€ 670

€ 1.750

€ 2.675

€ 4.550

€ 6.475

€ 8.100

€ 9.550

vast bedrag

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

a.indien de organisatie inwoners de mogelijkheid biedt kennis te maken met sport- en beweegmogelijkheden;

€ 10

€ 50

€ 100

€ 200

€ 300

€ 400

€ 500

a.indien de organisatie inwoners stimuleert deel te nemen aan sport- en beweegactiviteiten;

€ 10

€ 50

€ 100

€ 200

€ 300

€ 400

€ 500

a.indien de organisatie via haar activiteiten bijdraagt aan de gezondheid (het behalen van de NNGB);

€ 25

€ 50

€ 75

€ 100

€ 125

€ 200

€ 400

a.indien de organisatie via haar activiteiten burgers de mogelijkheid biedt samen te komen en daardoor een bijdrage te leveren aan de sociale cohesie;

€ 25

€ 50

€ 75

€ 100

€ 125

€ 200

€ 400

a.indien de organisatie via haar activiteiten bijdraagt aan het behouden of vergroten van de zelfredzaamheid;

€ 25

€ 50

€ 75

€ 100

€ 125

€ 250

€ 400

a.indien de organisatie samenwerkt met scholen en/of maatschappelijke organisaties.

€ 25

€ 150

€ 300

€ 400

€ 500

€ 600

€ 750

a.indien de organisatie speciale aandacht besteedt aan mensen met een beperking;

€ 100

€ 250

€ 300

€ 350

€ 400

€ 450

€ 500

a.indien de organisatie bijdraagt aan deskundigheidsbevordering middels een opleiding reddend zwemmen

€ 250

€ 500

€ 750

€ 1.000

€ 1.000

€ 1.000

€ 1.000

Aantal jeugdleden

t/m 50

 

 

 

 

 

Meer dan 301

a.indien de organisatie speciale aandacht besteedt aan jeugd

€ 100

€ 500

€ 800

€ 2.000

€ 3.500

€ 4.500

€ 5.000

De accommodatiesubsidie voor sport bedraagt:

  • a.

    een bedrag bestaande uit 68% van het tarief dat het VTBC de organisatie in rekening brengt voor het gebruik van zwemaccommodaties conform de notitie Basisvoorzieningen. Indien geen gebruik kan worden gemaakt van een zwemaccommodatie van het VTBC wordt 68% van de betaalde accommodatiekosten vergoed, zoals opgenomen in de jaarafrekening van de organisatie;

  • b.

    een bedrag bestaande uit 62% van het tarief dat het VTBC de organisatie in rekening brengt voor het gebruik van buitensportaccommodaties conform de notitie Basisvoorzieningen;

  • c.

    een bedrag van 50% van het tarief dat het VTBC de organisatie in rekening brengt voor het gebruik van buitensportaccommodaties voor het eerste extra veld waarvan de organisatie gebruik maakt;

  • d.

    een bedrag van 15% van het tarief dat het VTBC de organisatie in rekening brengt voor het gebruik van buitensportaccommodaties voor het tweede extra veld waarvan de organisatie gebruik maakt;

  • e.

    een bedrag bestaande uit 44% van het tarief dat het VTBC de organisatie in rekening brengt voor het gebruik van binnensportaccommodaties conform de notitie Basisvoorzieningen. Indien geen gebruik kan worden gemaakt van een binnensportaccommodatie van het VTBC wordt 44% van de betaalde accommodatiekosten vergoed, zoals opgenomen in de jaarafrekening van de organisatie;

  • f.

    een bedrag bestaande uit 44% van het huurtarief van een manege met een maximum van € 12,50,-/uur, in de periode van oktober t/m maart.

6.4 Zorg

4 . De subsidie voor organisaties in de categorie zorg bedraagt:

 

Minimum

Klein

Middel klein

Middel

Groot

Zeer groot

Maximaal

Aantal leden

 

 

 

 

 

 

Meer dan 501

maximaal

€ 1.350

€ 1.950

€ 2.600

€ 3.350

€ 4.450

€ 6.300

€ 8.850

vast bedrag

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

€ 100

a.indien de organisatie via haar activiteiten burgers de mogelijkheid biedt samen te komen en daardoor een bijdrage te leveren aan de sociale cohesie;

€ 50

€ 100

€ 150

€ 200

€ 250

€ 500

€ 750

a.indien de organisatie via haar activiteiten bijdraagt aan het behouden of vergroten van de zelfredzaamheid;

€ 100

€ 150

€ 200

€ 250

€ 300

€ 750

€ 1.000

a.indien de organisatie stimuleert dat inwoners zicht kunnen ontplooien en meedoen in de samenleving

€ 100

€ 150

€ 200

€ 250

€ 300

€ 750

€ 1.000

a.indien de organisatie samenwerkt met scholen en/of maatschappelijke organisaties.

€ 450

€ 600

€ 750

€ 1.000

€ 1.250

€ 1.500

€ 2.000

a.indien de organisatie speciale aandacht besteedt aan mensen met een beperking

€ 50

€ 100

€ 200

€ 300

€ 500

€ 700

€ 1.000

Aantal jeugdleden

t/m 50

51-75

76-100

101-125

12 6 -150

 

Meer dan 175

a.indien de organisatie speciale aandacht besteedt aan jeugd

€ 500

€ 750

€ 1.000

€ 1.250

€ 1.750

€ 2.000

€ 3.000

De accommodatiesubsidie voor jeugdclubs bedraagt een bedrag van € 2.250,- voor organisaties

die een directe en substantiële eigen bijdrage leveren in het onderhoud van het gebouw.

Stimulerings subsidies

6.5 Exploitatie van een nieuwe organisatie

  • 1.

    Een organisatie kan in aanmerking komen voor een stimuleringssubsidie voor de exploitatie van een nieuwe organisatie indien zij voldoet aan de criteria die gelden voor een basissubsidie, maar in verband met de datum van oprichting geen tijdige aanvraag voor een basissubsidie heeft kunnen indienen.

  • 2.

    De subsidie bedraagt het bedrag van de basissubsidie waarvoor de organisatie in aanmerking had kunnen komen indien zij een tijdige aanvraag zou hebben ingediend, vermenigvuldigd met het aantal dagen van het kalenderjaar dat nog resteert, gedeeld door 365.

6.6 Organisatie van een nieuw evenement

  • 1.

    Een lokale organisatie kan voor een stimuleringssubsidie in aanmerking komen indien zij een nieuw evenement organiseert dat naar oordeel van het college een bijdrage levert aan het culturele, sportieve, recreatieve en/of sociaal maatschappelijk karakter van de gemeente.

  • 2.

    De subsidie bedraagt 50% van de kosten voor de organisatie van een evenement met een maximum van € 1.000,-.

  • 3.

    De subsidie vormt een bijdrage in het exploitatietekort.

  • 4.

    De organisatie dient verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om alcoholmatiging en een net gebruik van de openbare ruimte.

  • 5.

    De organisatie dient in het bezit te zijn van alle benodigde vergunningen en ontheffingen bij de organisatie van een evenement.

6.7 O rganisatie van een jubileum evenement

. Een lokale organisatie kan voor een stimuleringssubsidie in aanmerking komen indien zij

  • a.

    een evenement organiseert dat naar oordeel van het college een bijdrage levert aan

    het culturele, sportieve, recreatieve en/of sociaal maatschappelijk karakter van de

    gemeente.

  • b.

    naast het reguliere evenement, activiteiten organiseert in het kader van een jubileum

    (aanleveren kopie van de oprichtingsakte of ander document waaruit de oprichting

    blijkt).

    • 2.

      De subsidie bedraagt 50% van de kosten voor de organisatie van een

jubileumactiviteit(en) bij een evenement met een maximum van € 500,-.

  • 3.

    De subsidie vormt een bijdrage in het exploitatietekort.

  • 4.

    De organisatie dient in het bezit te zijn van alle benodigde vergunningen en ontheffingen

bij de organisatie van een evenement.

5.De organisatie dient verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om alcoholmatiging en

een net gebruik van de openbare ruimte.

6.8 Promotie van een grootschalig evenement

1.Grootschalige evenementen die in het belang zijn voor de promotie van de Gemeente

Cranendonck passend binnen de strategische visie (het behouden en versterken van de

rustieke, fijne leef- en woonomgeving, tegemoetkomen aan de recreatie behoeften van eigen inwoners en mensen binnen en buiten de regio aan te trekken) kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de promotiekosten, dit ter beoordeling aan het college.

  • 2.

    De subsidie bedraagt 50% van de promotiekosten, met een maximum van € 1.000,- Onder de promotiekosten wordt onder andere verstaan, kosten voor het uitgeven van brochures, reclame, campagnes, posters en advertenties en het opzetten van een website.

  • 3.

    Het evenement trekt jaarlijks tenminste 3.000 bezoekers.

  • 4.

    De organisatie verleent medewerking aan eventuele communicatie- en/of promotiewensen van de gemeente Cranendonck.

  • 5.

    De organisatie dient in het bezit te zijn van alle benodigde vergunningen en ontheffingen bij de organisatie van een evenement.

  • 6.

    De organisatie dient verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om alcoholmatiging en een net gebruik van de openbare ruimte.

6.9 Samenwerkings projecten

  • 1.

    Een organisatie kan in aanmerking komen voor een stimuleringssubsidie indien zij samen met één of meer andere organisaties een project (niet-reguliere activiteit) organiseert dat:

    • a.

      Past binnen de strategische visie of ander gemeentelijk beleid

    • b.

      Inwoners van Cranendonck de mogelijkheid biedt kennis te maken met en deel te nemen aan (lokale) kunst en culturele activiteiten.

    • c.

      Inwoners van Cranendonck de mogelijkheid biedt kennis te maken met en deel te nemen aan een gevarieerd aanbod aan sport- en beweegactiviteiten.

    • d.

      Inwoners van Cranendonck, van jong tot oud, stimuleert zich te ontplooien en verantwoordelijkheid te nemen en meer zelfredzaam te zijn.

  • 2.

    De subsidie die per project wordt toegekend bedraagt 50% van de kosten van het project, met een maximum van € 1.000,-.

6.10 Verenigingsmanagement

  • 1.

    Een organisatie kan in aanmerking komen voor een stimuleringssubsidie voor het projectmatig opzetten en implementeren van verenigingsmanagement.

  • 2.

    De subsidie bedraagt 50% van de projectkosten na aftrek van eventuele bijdragen van overkoepelende bonden aan het project, met een maximum van € 1.000,-.

  • 3.

    De subsidie voor kadertrainingen bedraagt na aftrek van eventuele bijdragen van overkoepelende bonden 50% van de kosten van het project, met een maximum van € 250,- per cursist.

6.11 Kennismakingsactiviteiten

Een organisatie kan in aanmerking komen voor een stimuleringssubsidie voor het organiseren van kennismakingsactiviteiten voor jeugd, ouderen en/of mensen met een beperking en specifiek voor leerlingen in het basisonderwijs;

  • 1.

    Een organisatie kan in aanmerking komen voor een stimuleringssubsidie als zij samen met een andere, professionele organisatie de kennismakingsactiviteiten organiseert voor jeugd, ouderen en/of mensen met een beperking, en de professionele organisatie daarvoor ruimte maakt in zijn reguliere programma;

  • 2.

    De subsidie bedraagt 50% van de kosten van de kennismakingsactiviteiten, met een maximum van € 1.000,00. Indien anderen dan jeugd, ouderen en mensen met een beperking aan de kennismakingsactiviteiten deelnemen, wordt de subsidie naar evenredigheid van het aantal jeugd-, oudere deelnemers en deelnemers met een beperking berekend.

  • 3.

    Een organisatie kan in aanmerking komen voor een stimuleringssubsidie als zij specifiek voor leerlingen in het basisonderwijs kennismakingsactiviteiten organiseert. De kosten die onder deze activiteit vallen zijn:

    • a.

      Vergoeding van € 10,00 per lesuur bij maximaal 25 leerlingen. Bij inzet van meerdere begeleiders bij meer dan 25 leerlingen, wordt de vergoeding naar verhouding. Bij 27 leerlingen dus 2 begeleiders, bedraagt de vergoeding € 20,00 per lesuur. Organisaties zijn vrij meerdere begeleiders in te zetten, maar hier staat geen (extra) vergoeding tegenover. Als voor bepaalde uren een derde wordt ingehuurd, mogen deze kosten gedeclareerd worden op basis van werkelijke kosten;

    • b.

      Materiaalkosten kunnen tot een maximaal € 50,- per jaar gedeclareerd worden op basis van werkelijke kosten;

    • c.

      Accommodatiekosten zijn niet van toepassing omdat de kennismakingsactiviteiten plaatsvinden tijdens gymlessen op school.

    • d.

      De subsidie vormt een bijdrage in de kosten van de kennismakingsactiviteiten met een maximum van € 500,00.

Artikel 7. Wijze van verdeling

  • 1.

    Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening bij burgemeester en wethouders, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, wordt in de rangorde zoals opgenomen in het eerste lid de datum van indiening van de aanvraag aangemerkt de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

Artikel 8. Aanvraag

  • 1.

    De aanvraag voor een stimuleringssubsidie, basissubsidie of budgetsubsidie wordt ingediend middels een door het college vastgesteld aanvraagformulier of een verzoek tot subsidie.

  • 2.

    De aanvrager dient in bezit te zijn van de volgende documenten:

    • a.

      Een actuele (meerjaren)begroting

    • b.

      Een activiteitenplan

    • c.

      Een financieel en inhoudelijk verslag

    • d.

      Een actuele ledenlijst (indien van toepassing)

    • e.

      Een oprichtingsakte met de statuten

    • f.

      Een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel

    • g.

      Een exemplaar van het huishoudelijk reglement voorzien van de datum van vaststelling

    • h.

      Een overzicht van de bestuurssamenstelling van de organisatie

Deze documenten kunnen steekproefsgewijs bij uw organisatie worden opgevraagd.

1.Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel genoemde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overlegd.

Artikel 9. Verplichtingen

  • 1.

    Een subsidieontvanger dient een administratie bij te houden die altijd een getrouw en inzichtelijk beeld geeft van de ondernomen activiteiten en de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven evenals de financiële positie van de organisatie:

    • a.

      De organisatie heeft een actuele begroting en activiteitenplan

    • b.

      De organisaties maakt jaarlijks een financieel en inhoudelijk verslag en rapporteert hierover aan de leden

  • 2.

    Een subsidieontvanger dient zijn roerende en onroerende goederen tenminste tegen vervangingswaarde te verzekeren en verzekerd te houden tegen schade, storm en inbraak. Hij dient voorts een verzekering aan te gaan tot dekking van schade, voortvloeiende uit de wettelijke en contractuele aansprakelijkheid van het bestuur, de beroepskrachten en vrijwilligers.

  • 3.

    Een subsidieontvanger neemt de verantwoordelijkheid voor gematigd alcoholgebruik in de kantine/accommodatie.

  • 4.

    Het college kan de subsidieontvanger bij de subsidieverlening aanvullende verplichtingen opleggen, zoals bedoeld in artikel 4:37 en 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 10. Eigen vermogen & reserves

1 Reikwijdte

Deze nadere regel heeft betrekking op het eigen vermogen en de reserves van de subsidieontvanger die een subsidie boven de € 50.000,- ontvangt.

2 Verwijzing

Ter motivering van een besluit dat door of namens het college is genomen, kan worden volstaan met een verwijzing naar deze nadere regel.

3 Verplichtingen subsidieontvanger

  • a)

    De subsidieontvanger geeft inzicht in zijn eigen vermogen, bestemmingsreserves en egalisatiereserves.

  • b)

    De subsidieontvanger heeft toestemming van het college nodig om reserves te vormen en/of de bestemming van een reserve te wijzigen.

4 Bescheiden

1.Bij de aanvraag tot subsidievaststelling dient de subsidieontvanger een financieel verslag of

een jaarrekening in en tevens een bestedingsplan van bestemmingsreserves en een

vermelding van de omvang van een egalisatiereserve.

. In een bestedingsplan staan in ieder geval vermeld: de bestemming, de onttrekkingen en/of

toevoegingen, de omvang van de reserve per 31 december van voorgaand jaar en de

voorgenomen bestedingsdatum.

5 Gebruik subsidiegelden

1.De verleende subsidie wordt gebruikt voor de uitvoering van de afgesproken activiteiten en/of

prestaties.

2.Na afloop van de subsidieperiode kan maximaal 5% van de subsidiegelden met

toestemming van het college worden gebruikt voor de vorming van of toevoeging aan

bestemmingsreserves of voor een egalisatiereserve.

3.De bepalingen in de Algemene subsidieverordening en de Awb worden hierbij in acht

genomen.

6 Omvang eigen vermogen

1.Indien de subsidieontvanger zelf over voldoende eigen vermogen voor de uitvoering van de

activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, beschikt, wordt de subsidie geweigerd.

2.Bij de beoordeling of sprake is van voldoende eigen vermogen, speelt de omvang van het

eigen vermogen zonder bestemmingsreserves, maar met egalisatiereserve een belangrijke

rol.

7 Toestemming bestemming s reserves

1.De toestemming om reserves te vormen en/of de bestemming te wijzigen kan worden

aangevraagd op het aanvraagformulier subsidieverlening.

  • 2.

    De subsidieontvanger kan ook per brief een verzoek daartoe aan het college doen.

  • 3.

    Bij het verzoek wordt een bestedingsplan van de bestemmingsreserves toegevoegd. Hierin

wordt in ieder geval opgenomen:

    • a.

      welke bestemmingsreserves, met welke oogmerken gevormd zijn of gevormd worden;

    • a.

      de gewenste maximale omvang per bestemmingsreserve, maximaal 10% van het subsidiebedrag;

    • b.

      de verwachte storting of onttrekking uit iedere bestemmingsreserve.

  • 4.

    Voorafgaand aan de vorming of bestemmingswijziging van een bestemmingsreserve dient

toestemming te worden verkregen van het college.

  • 5.

    De toestemming wordt schriftelijk verleend of geweigerd.

  • 6.

    Reeds gevormde bestemmingsreserves worden geaccepteerd tot de bedragen en de daarbij

behorende termijn, zoals vermeld in de laatste beschikking tot subsidievaststelling van de

subsidieontvanger.

7.Als een instelling zonder toestemming bestemmingsreserves vormt met (restanten van) van

verleende subsidiegelden dan kan dit leiden tot een lagere subsidievaststelling of tot een

intrekking of wijziging van de subsidieverstrekking (verlening en vaststelling).

8 Vereisten bestemmingsreserves

1.De bestemming van een reserve of de wijziging van een bestemming past binnen de

doelstellingen van de subsidieontvanger, zoals vermeld in de statuten of notariële akten van

de instelling.

2.De bestemming van een reserve of de wijziging van een bestemming heeft een direct verband

of een directe relatie met de afgesproken activiteiten en/of prestaties van de instelling.

3.Voor bestemmingsreserves, die niet aan deze vereisten voldoen, wordt geen toestemming

verleend.

9 Vrije of verplichte egalisatiereserve

  • 1.

    Een subsidieontvanger is vrij in het vormen van een egalisatiereserve.

  • 2.

    Het college kan een subsidieontvanger verplichten een egalisatiereserve te vormen, indien de

exploitatie-uitgaven van de subsidieontvanger de afgelopen twee jaren voortdurend

schommelden en/of de subsidiegelden niet volledig besteed behoeven te worden ter

bekostiging van de afgesproken activiteiten en/of prestaties.

3.Een reeds gevormde egalisatiereserve wordt geaccepteerd tot de bedragen en de daarbij

behorende termijn, zoals vermeld in de laatste beschikking tot subsidievaststelling van de

subsidieontvanger.

10 Vereisten egalisatiereserve

1.De jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve mag ten hoogste 10% van de laatstelijk

vastgestelde subsidie bedragen.

2.De hoogte van de egalisatiereserve mag maximaal 15% van de laatstelijk verleende subsidie

bedragen.

3.Als een instelling een hogere egalisatiereserve vormt dan 15% van het laatstelijk verleende

subsidiebedrag of de jaarlijkse toevoeging meer dan 10% bedraagt dan kan dit leiden tot een

lagere subsidievaststelling of tot een intrekking of wijziging van de subsidieverstrekking

(verlening en vaststelling).

11 Hardheidsclausule

Het college kan afwijken van deze nadere regel, indien het handelen conform deze nadere regel voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding met de tot de nadere regel te dienen doelen.

Artikel 11. Verantwoording

  • 1.

    Verantwoording van subsidies vindt plaats via een vaststellingsformulier, jaarverslag (goedgekeurd tijdens de algemene ledenvergadering) en/of accountantsverklaring.

  • 2.

    Bij subsidies vanaf € 25.000 dient een controle verklaring (naast een inhoudelijk en financieel jaarverslag) te worden overlegd, tenzij anders overeengekomen.

Artikel 12. Slotbepalingen

  • 1.

    De Nadere regels bij de subsidieverordening welzijn 2010 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze nadere regels treden in werking op de dag na publicatie.

  • 3.

    Organisaties die bij ingang van de nieuwe subsidieverordening meer dan 20% en/of

€ 1000,- achteruitgaan in subsidie anders dan ten gevolge van wijzigingen in het aantal

Cranendonckse leden, en minimaal de afgelopen 3 jaar subsidie hebben ontvangen, komen in aanmerking voor de zogenaamde afbouwregeling.

  • a.

    In het jaar dat de subsidieverordening ingaat, ontvangt de organisatie 75% van het bedrag dat zij er op achteruit gaat ten opzichte van de subsidie in 2015;

  • b.

    In het 1e jaar na het ingaan van de subsidieverordening, ontvangt de organisatie 50% van het bedrag dat zij er op achteruit is gegaan ten opzichte van de subsidie in 2015;

  • c.

    In het 2e jaar na het ingaan van de subsidieverordening, ontvangt de organisatie 25% van het bedrag dat zij er op achteruit is gegaan ten opzichte van de subsidie in 2015;

  • d.

    Vanaf het 3e jaar na het ingaan van de subsidieverordening, ontvangt de organisatie geen procentuele bijdrage meer van het bedrag dat zij er op achteruit is gegaan ten opzichte van de subsidie in 2015.

  • 1.

    Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere subsidieregels Cranendonck 2015.

  • 2.

    Voor zover in deze verordening bepalingen zijn opgenomen waaraan gezien de datum van deze verordening niet kan worden voldaan, dient aan deze bepalingen binnen een termijn van 8 weken te worden voldaan.