Vaststellen stedelijk kader Locatiekeuze afval inzamelvoorzieningen

 

Burgemeester en wethouders van Amsterdam

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 19 december 2017 hebben besloten:

  • 1.

    In te stemmen met de nota van beantwoording met daarin

    • a.

      overzicht van inhoudelijke wijzigingen in het stedelijk kader nav de bestuurlijke reactie op inspraakreacties en adviezen bestuurscommissies. Hoofdpunten:

A1. opnemen richtlijn voor loopafstanden voor restafval, plastic verpakkingen en drankenkartons, papier en glas van maximaal 150 meter en voor textiel maximaal 300 meter;

A2. schrappen van de richtlijn “Bij aanwijzing locaties verlies parkeerplaatsen zoveel mogelijk te voorkomen”;

A3. aantal wijzigingen doorgevoerd ter verbetering van de leesbaarheid én ter vergroting van de afwegingsruimte van het bevoegd gezag (minder detailniveau).

b.overzicht bestuurlijke reactie op de adviezen van de bestuurscommissies en op de inspraakreacties van belanghebbenden. Hoofdpunten:

B1. vast te houden aan de richtlijn om containers te vermijden nabij kruisingen van hoofdnetten;

B2. vast te houden aan de richtlijnen voor het aantal huishoudens per container, zoals vastgesteld door de gemeenteraad met het uitvoeringsplan afval juni 2016;

B3. loopafstanden toe te voegen aan de richtlijnen voor het aantal huishoudens per container, ivm de dienstverlening;

B4. de richtlijn over parkeerplaatsen te schrappen en deze afweging over te laten aan de bestuurscommissies;

B5.herkenbaarheid grofvuillocatie niet op te nemen in het stedelijk kader, aangezien het hier gaat om het vaststellen van locaties;

B6.vast te houden aan de voorgestelde besluitvormingsprocedure, waarbij het plaatsen van een container als rechtshandeling wordt gezien;

B7. vast te houden aan de besluitvormingsprocedure, ook als het tijdelijke plaatsing zonder urgentie betreft.

  • 2.

    Het stedelijk kader locatiekeuze inzamelvoorzieningen met aangebrachte wijzigingen vast te stellen

  • 3.

    Het stedelijk kader locatiekeuze inzamelvoorzieningen niet van toepassing te verklaren op locaties, gerealiseerd vóór de datum van inwerkingtreding van het stedelijk kader.

  • 4.

    Het stedelijk kader locatiekeuze inzamelvoorzieningen in werking treedt op de dag na bekendmaking

  • 5.

    Het stedelijk kader ter kennisname door te sturen aan de Commissie I&D

Bepalen locaties inzamelvoorzieningen

stedelijk kader

19 december 2017

Dit document geeft het stedelijk kader voor het bepalen van locaties voor inzamelvoorzieningen voor fijn- en grof (huishoudelijk) afval in de gemeente Amsterdam. Het stedelijk kader bepaalt de wijze waarop locaties van inzamelvoorzieningen worden vastgesteld en welke criteria (eisen en richtlijnen) daarbij gehanteerd worden. De gemeente beoogt het bewoners (en ondernemers) zo gemakkelijk mogelijk te maken om afval te scheiden door een goede infrastructuur (locatienetwerk) van inzamelvoorzieningen te bieden. Ook wil de gemeente de locaties van de voorzieningen met de juiste betrokkenheid van bewoners (en ondernemers) bepalen.

De plaatsing van inzamelvoorzieningen dient aan te sluiten op het gemeentelijk beleid op het gebied van de openbare ruimte en op het gebied van de inzameling/ verwerking van grondstoffen en afvalstoffen. Zo wordt een goede spreiding van inzamelvoorzieningen gerealiseerd.

Het stedelijk kader heeft betrekking op de locaties van de volgende inzamelvoorzieningen en plaatsen:

  • ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers;

  • aanbiedplaatsen voor (mini)containers;

  • aanbiedplaatsen voor grof huishoudelijk afval.

Hieronder wordt eerst ingegaan op de criteria die gehanteerd worden bij het bepalen van de locaties (deze locatiecriteria – criteria op grond waarvan het bestuursorgaan vooraf vastlegt en kenbaar maakt dat zij deze zal hanteren bij het uitoefenen van zijn bevoegdheid – zijn beleidsregels ingevolge art. 4:81 Algemene wet bestuursrecht). Vervolgens is de te volgen procedure bij het vaststellen van locaties beschreven.

1. Locatiecriteria

Bij het vaststellen van de locaties voor ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers, aanbiedplaatsen voor minicontainers en aanbiedplaatsen voor grof huishoudelijk afval worden de hieronder beschreven criteria gehanteerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen

  • eisen – waaraan moet worden voldaan en waar geen concessies aan gedaan kunnen worden

  • richtlijnen – waarnaar wordt gestreefd en bij het zoeken naar de meest geschikte plaats zoveel mogelijk rekening mee wordt gehouden. Van richtlijnen kan gemotiveerd afgeweken worden.

Gelet op de schaarse openbare ruimte in Amsterdam kan niet verwacht worden dat een locatie aan alle richtlijnen voldoet. Als niet alle richtlijnen gevolgd zijn dan zal dat in het locatiebesluit (formeel juridisch wordt dit 'aanwijzingsbesluit' genoemd) worden aangegeven en wordt (desgevraagd) gemotiveerd waarom afwijken vanuit algemeen belang in die specifieke situatie gerechtvaardigd is.

Hieronder worden de eisen en vervolgens de richtlijnen besproken. Daarbij wordt allereerst ingegaan op de eisen en richtlijnen die voor alle hierboven genoemde inzamelvoorzieningen gelden. Daarna wordt ingegaan op de specifieke eisen en richtlijnen voor ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers en op de specifieke eisen en richtlijnen voor de aanbiedplaatsen voor (mini)containers en grof huishoudelijk afval.

De eisen/richtlijnen zijn op vier aspecten geclusterd, te weten:

  • 1.

    goede bereikbaarheid/toegankelijkheid voor bewoners en beperken overlast voor omgeving,

  • 2.

    doelmatige inrichting van de openbare ruimte,

  • 3.

    (verkeers-)veiligheid,

  • 4.

    inzamel-logistieke aspecten.

1. 1. Algemene eisen en richtlijnen t.a.v. inzamelvoorzieningen

De algemene eisen en richtlijnen hebben betrekking op de volgende inzamelvoorzieningen:

  • ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers;

  • aanbiedplaatsen voor (mini)containers;

  • aanbiedplaatsen voor grof huishoudelijk afval.

Eisen aan locaties voor i nzamelvoorzieningen

Eis

Beschrijving

Goede bereikbaarheid/toegankelijkheid bewoners en beperken overlast omgeving

E1

De inzamelvoorziening bevindt zich niet voor een inrit, carport of garage.

E2

De inzamelvoorziening mag een brandgang niet belemmeren.

Doelmatige inrichting openbare ruimte

E3

De inzamelvoorziening bevindt zich op (in) gemeentegrond.

Veiligheid

E4

De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig daar veilig kan komen en zonder extra verkeersmaatregelen ook veilig kan stoppen en werken.

E5

De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat het zicht op verkeersborden, bewegwijzering en verkeerslichten niet wordt belemmerd.

Inzamel-logistieke aspecten

E6

De locatie van een inzamelvoorziening dient bereikbaar te zijn voor het inzamelvoertuig.

Tabel 1: Algemene eisen aan locaties voor inzamelvoorzieningen

Richtlijnen voor locaties van inzamelvoorzieningen

Richtlijn

Beschrijving

Goede bereikbaarheid/toegankelijkheid voor bewoners en beperken overlast voor omgeving

R1

De afstand van de inzamelvoorziening tot de gevel van een gebouw is minimaal 1,8 meter.

R2

De inzamelvoorziening bevindt zich bij een gebouw met woonfunctie niet bij een deur, of een raam, of een balkon op de eerste verdieping.

R3

De afstand tussen een inzamelvoorziening en een speelplaats is minimaal 20 meter.

R4

De inzamelvoorziening wordt zodanig gesitueerd dat bij de aanleg en bij het legen geen schade ontstaat aan bomen.

R5

De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat voetgangers en mindervaliden zoveel mogelijk ongehinderd gebruik kunnen maken van looproutes op het trottoir.

R6

De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat sociale controle op het gebruik van de voorziening mogelijk is.

R7

De inzamelvoorzieningen moeten zodanig bereikbaar zijn dat het inzamelvoertuig niet achteruit hoeft te rijden.

Doelmatige inrichting openbare ruimte

R8

De inzamelvoorziening bevindt zich in een verhard gebied. Als dat niet mogelijk is, moet voorkomen worden dat er “snippergroen” ontstaat.

R9

Bomen worden ontzien bij het aanwijzen van locaties. Er worden in principe geen bomen gekapt en trekwortels afgehakt.

Veiligheid

R10

De inzamelvoorziening ligt niet aan een drukke doorgaande weg3.

R11

Er worden geen locaties aangewezen op hoeken van drukke verkeerskruisingen, dat wil zeggen kruisingen van hoofdnetten auto/OV (Plus- en hoofdnetten auto en openbaar vervoer zoals bedoeld in het beleidskader Hoofdnetten vastgesteld door de gemeenteraad op september 2016.).

R12

Er ligt geen vrij liggend fietspad tussen de inzamelvoorziening en het inzamelvoertuig.

R13

De inzamelvoorziening bevindt zich niet naast of 20 meter voor een bushalte of naast een busbaan.

R14

De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat gebruikers die wonen aan een drukke doorgaande weg zo weinig mogelijk hoeven over te steken om hun afval aan te bieden.

Inzamel-logistieke aspecten

R15

De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig (bij lediging van de container) geen hinder ondervindt van aanwezige objecten.

R16

De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat de container bij lediging niet over geparkeerde auto's getild moet worden.

R17

De inzamelvoorziening bevindt zich niet op een laad- en losplaats.

Tabel 2: Algemene richtlijnen voor locaties van inzamelvoorzieningen

1.2 Specifieke eisen en richtlijnen t.a.v. locaties van ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers

Specifieke eisen aan locaties van verzamelcontainers

Eis

Beschrijving

Goede bereikbaarheid/toegankelijkheid bewoners en beperken overlast omgeving

SEV1

De inzamelvoorziening is toegankelijk voor rolstoelgebruikers.

SEV2

Bij aanleg van de inzamelvoorziening wordt de afwatering zo ingericht dat er geen water in de inzamelvoorziening kan stromen. Er mogen geen problemen ontstaan op dit gebied bij lediging en gebruik van de inzamelvoorziening.

Veiligheid

SEV3

De te plaatsen inzamelvoorzieningen mogen geen gevaar veroorzaken voor de veiligheid (zichthinder).

Tabel 3: Specifieke eisen aan locaties van verzamelcontainers

Specifieke richtlijnen voor locaties van verzamelcontainers

Richtlijn

Beschrijving

Goede bereikbaarheid/toegankelijkheid bewoners en beperken overlast omgeving

SRV1

Een inzamelvoorziening voor restafval is voor maximaal 100 huishoudens. Als richtlijn wordt een loopafstand van maximaal 150 meter meegegeven.

SRV2

Een inzamelvoorziening voor glas, papier en plastic is voor maximaal 200 huishoudens. Als richtlijn wordt een loopafstand van maximaal 150 meter meegegeven.

SRV3

Een inzamelvoorziening voor textiel is voor maximaal 750 huishoudens. Als richtlijn wordt een loopafstand van maximaal 300 meter meegegeven.

Doelmatige inrichting openbare ruimte

SRV4

Containers worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst.

SRV5

Bij onderlossende containers is de afstand tot straatmeubilair en tot parkeerplaats minstens 1 meter en tot rijbaan en fietspad minstens 0,45 meter.

SRV6

De locatie is zodanig gesitueerd dat zo min mogelijk kabels en/of leidingen moeten worden verlegd.

SRV7

De locatie is zodanig gesitueerd dat er zo min mogelijk graafwerkzaamheden nodig zijn in vervuilde grond.

SRV8

Bij plaatsing wordt rekening gehouden met voldoende ruimte rondom en boven de verzamelcontainer ten behoeve van lediging.

Tabel 4: Specifieke richtlijnen voor locaties van verzamelcontainers

1.3 Specifieke eisen en richtlijnen t.a.v. aanbiedplaatsen voor (mini)containers en grofvuil

Specifieke eisen aan locaties van aanbiedplaatsen

Specifieke eisen aan locaties van aanbiedplaatsen zijn niet van toepassing.

Specifieke richtlijnen voor locaties van aanbiedplaatsen

Richtlijn

Beschrijving

Goede bereikbaarheid/toegankelijkheid bewoners en beperken overlast omgeving

SRA1

De aanbiedplaats is toegankelijk voor rolstoelgebruikers.

SRA2

De aanbiedplaats wordt niet direct naast een andere inzamelvoorziening gesitueerd (tussenruimte minimaal 2 meter).

Doelmatige inrichting openbare ruimte

SRA3

Bij aanbiedplaatsen voor grof huishoudelijk afval is de vrije ruimte groter dan 1 meter en hijsruimte groter dan 6 meter.

SRA4

Bij aanbiedplaatsen voor grof huishoudelijk afval is de afstand tot straatmeubilair minstens 1 meter, tot fietspad minstens 1 meter, tot rijbaan minstens 0,45 meter, tot parkeerplaats minstens 1 meter.

Inzamel-logistieke aspecten

SRA5

De afstand tussen de aanbiedplaats en het inzamelvoertuig is maximaal 3 meter.

SRA6

De aanbiedplaatsen voor het aanbieden van minicontainers hebben geen stoeprand of ander obstakel tussen aanbiedplaats en inzamelvoertuig.

Tabel 6: Specifieke richtlijnen voor locaties van aanbiedplaatsen

2. Procedure bij bepalen locaties

Het bepalen van de locaties van inzamelvoorzieningen en specifiek van ondergrondse containers vereist een zorgvuldige, transparante en consistente besluitvorming.

Daarbij wordt gebruikgemaakt van de zienswijzeprocedure in de zin van Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht waarmee de inbreng van bewoners optimaal is gewaarborgd.

Om inzamelvoorzieningen te kunnen plaatsen is het van belang dat er beleid is vastgesteld met plaatsingscriteria, eisen en richtlijnen en aan de hand waarvan een locatiebesluit wordt genomen met inachtneming van de zienswijzeprocedure. Dat betekent dat de volgende fasen in het proces onderscheiden worden:

  • 1.

    Voorbereiding op basis van de plaatsingscriteria (eisen en richtlijnen) en opstellen concept locatiebesluit. Het locatiebesluit bevat in ieder geval het aantal containers, het soort en de locatie.

  • 2.

    Proactieve communicatie met burger (maatwerk).

  • 3.

    Voorgenomen besluit over locatie door het daartoe bevoegde gezag.

  • 4.

    Zienswijzeprocedure over voorgenomen besluit.

  • 5.

    Definitief vaststelling locatie (met nota van beantwoording als resultaat van zienswijzeprocedure).

  • 6.

    Een eventueel beroep ingediend na deze procedure gaat naar de Raad van State.

Burgemeester en wethouders voornoemd,

J.J. van Aartsen, waarnemend burgemeester A.H.P. Van Gils, gemeentesecretaris

Naar boven