Beleidslijn Bibob omgevingsvergunning bouwen en projectontwikkeling

Z-2017/060386

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer,

gelet op de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (Wet BIBOB),

besluit vast te stellen de Beleidslijn Bibob omgevingsvergunning bouwen en projectontwikkeling.

 

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen.

In deze beleidslijn wordt verstaan onder:

  • a.

    WABO aanvraag: de aanvraag om een vergunning ingevolge artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • b.

    Advies: het advies, zoals bedoeld in artikel 9 van de wet BIBOB;

  • c.

    Wet: de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB);

  • d.

    Besluit: het Besluit BIBOB;

  • e.

    Het college: het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer;

  • f.

    Betrokkene: de aanvrager, dan wel de vergunninghouder;

  • g.

    BIBOB toets: de wijze van behandelen van een aanvraag waarbij door het college volgens deze beleidsregels wordt beoordeeld of er redenen ontleend aan de wet aanwezig zijn om de vergunning te weigeren, in te trekken, dan wel een advies aan te vragen;

  • h.

    Bureau: het coördinatiebureau BIBOB, als bedoeld in artikel 8 van de wet BIBOB.

Artikel 2. Doel.

  • 1.

    Het college beoogt met toepassing van de wet te voorkomen dat zij criminele activiteiten faciliteert waardoor de veiligheid, de leefbaarheid, de rechtsorde of de bestuurlijke slagkracht worden aangetast.

  • 2.

    Deze beleidslijn heeft tot doel duidelijkheid te verschaffen over de wijze waarop het college de wet toepast.

Hoofdstuk 2. Toepassingsbereik

Artikel 3. Categorieën

Het college past, met inachtneming van hetgeen in deze beleidslijn daarover is bepaald, de

wet toe met betrekking tot:

  • a.

    WABO aanvragen met een bouwsom van € 250.000,- (excl. BTW) en hoger.

  • b.

    Gemeentelijke vastgoedtransacties, die vallen onder het bereik van de Wet Bibob, met een aanneem- en/of koopsom van € 250.000,- (excl. BTW) en hoger. Huurovereenkomsten zullen op jaarbasis worden getoetst.

Artikel 4. Bijzondere situaties

Behalve op de in artikel 3 genoemde categorieën, past het college de wet toe:

  • a.

    Ten aanzien van bijzondere gevallen waarbij aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen;

  • b.

    In de gevallen dat het Openbaar Ministerie op basis van artikel 26 van de wet wijst op de wenselijkheid om een advies te vragen bij het bureau.

  • c.

    Ten aanzien van nader te bepalen risicocategorieën of risicogebieden, in door het college bij openbaar bekendgemaakte besluiten aangewezen delen van de gemeente ten aanzien waarvan aanleiding bestaat tot inzet van de wet.

Artikel 5. Uitzonderingen

Het college past de wet niet toe op:

  • a.

    Aanvragen van andere overheden en semi-overheidsorganisaties (o.a. door de minister toegelaten woningcorporaties).

  • b.

    In de situatie dat een aanvrager recent (minder dan 2 jaar) een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen heeft aangevraagd waarbij de BIBOB vragenlijst al is ingediend, hoeft niet de gehele vragenlijst opnieuw in te vullen, maar kan worden volstaan met het afleggen van een verklaring dat zich geen wijzigingen hebben voorgedaan.

Hoofdstuk 3. Procedure

Artikel 6. Vragenformulier

  • 1.

    Bij de beoordeling van WABO aanvragen of verzoeken tot vastgoedtransacties als ge-noemd in artikel 3 wordt onderscheid gemaakt in een “algemeen vragenformulier” en een “uitgebreid vragenformulier”. Als de aanvraag daarna nog verder onderzocht moet worden, wordt een BIBOB advies gevraagd aan het bureau. Indien de werkwijze het toelaat zal tot één formulier worden overgegaan

  • 2.

    In de in artikel 3 bedoelde gevallen, moet de betrokkene naast de gebruikelijke WABO aanvraagformulieren een algemeen BIBOB vragenformulier invullen.

  • 3.

    Als uit de gegevens van het “algemene vragenformulier” blijkt dat er onduidelijkheden zijn, wordt besloten om de betrokkene een “uitgebreid vragenformulier” voor te leggen. De beoordeling zal plaatsvinden middels een indicatorenlijst.

  • 4.

    In de gevallen zoals genoemd in artikel 4, wordt direct gebruik gemaakt van het “uitgebreide vragenformulier”.

  • 5.

    Weigering om de in het eerste lid bedoelde vragenformulieren in te vullen kan een grond opleveren om de vergunning te weigeren of in te trekken.

Artikel 7. Ultimum remedium.

  • 1.

    Uitsluitend indien geen toepassing gegeven kan worden aan de weigerings- of intrekkingsgronden van de WABO, beoordeelt het college of weigering dan wel intrekking op grond van de wet mogelijk is.

  • 2.

    Het college kan om een advies vragen bij het bureau in het kader van de in het eerste lid bedoelde beoordeling en/of indien het college door het Openbaar Ministerie is gewezen op de wenselijkheid daarvan ingevolge artikel 26 van de wet.

Artikel 8. Motivering.

Het voornemen om een advies te vragen aan het bureau wordt gemotiveerd.

Artikel 9. Informatieplicht.

  • 1.

    Het college informeert betrokkene schriftelijk over het voornemen om een advies te vragen aan het bureau. Betrokken wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn als bedoeld in artikel 10 van deze beleidslijn.

  • 2.

    In het geval het college overgaat tot het aanvragen van een advies aan het bureau, voegt het een afschrift van het schrijven als bedoeld in het eerste lid toe aan de adviesaanvraag.

Artikel 10. Opschorten beslistermijn.

  • 1.

    Indien het college een advies vraagt bij het bureau, wordt op grond van artikel 31 van de wet, de wettelijke termijn waarbinnen een besluit op de vergunningaanvraag moet worden genomen, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies is gevraagd en eindigt met de dag waarop dat advies is ontvangen, met dien verstande dat deze opschorting niet langer duurt dan vier weken nadat het college een advies heeft aangevraagd.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde (beslis)termijn wordt verlengd indien het bureau zijn adviestermijn op grond van artikel 15, derde lid, van de wet, verlengt. Deze verlenging bedraagt niet meer dan vier weken.

  • 3.

    Het college informeert betrokkene direct over een verlenging als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 11. Weigering en aanvullende voorwaarden.

  • 1.

    Het college zal de vergunning weigeren of intrekken, indien er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet.

  • 2.

    Het college kan de vergunning weigeren of intrekken, indien er sprake is van een mindere mate van gevaar die niet kan worden geweerd door het stellen van aanvullende voorwaarden en bovendien de gevolgen van deze weigering of intrekking niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

  • 3.

    Voordat besluiten, als bedoeld in het eerste en tweede lid, genomen worden, is het college verplicht zich, op grond van artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht, ervan te vergewissen dat een gevraagd BIBOB advies zorgvuldig tot stand is gekomen.

  • 4.

    Indien het college voornemens is de vergunning te weigeren of in te trekken op grond van de wet, wordt betrokkene, op grond van artikel 33, eerste lid, van de wet, in de gelegenheid gesteld daartegen zienswijzen in te brengen.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 12. Inwerkingtreding.

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking 1 januari 2018.

  • 2.

    Indien, na een wijzigingsbesluit, nieuwe beleidsregels zijn vastgesteld, worden de tot dan toe geldende beleidsregels als ingetrokken beschouwd, tenzij sprake is van een overgangsbepaling.

Artikel 13. Citeertitel.

Deze beleidsregels worden aangehaald als: “beleidslijn BIBOB Gemeente Aalsmeer voor

omgevingsvergunning bouwen en projectontwikkeling”.

Artikel 14. Bekendmaken en ter inzage leggen.

Het besluit tot vaststellen wordt bekendgemaakt door middel van publicatie.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van 19 december 2017.

de secretaris

mr. F.L. Romkema

de burgemeester

J.J. Nobel

Naar boven