Gemeenteblad van Breda

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BredaGemeenteblad 2017, 228575Verordeningen



Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda houdende regels omtrent jeugdhulp Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp Gemeente Breda 2018

Bekendmaking

Burgemeester en wethouders van Breda maken bekend dat zij op 12 december 2017 het Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp Gemeente Breda 2018 hebben vastgesteld.

 

Inwerkingtreding

Het Uitvoeringsbesluit wordt van kracht met ingang van 1 januari 2018.

 

Rechtsmiddelen

Tegen het besluit tot vaststelling van het uitvoeringsbesluit is geen bezwaar of beroep mogelijk

 

Het college van Burgemeester en Jeugdwethouders van de gemeente Breda, gelet op artikel 16 van de Verordening Jeugdhulp Breda 2017, besluit vast te stellen het volgende:

 

Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp Gemeente Breda 2018

Artikel 1 Begripsbepalingen

De begripsbepalingen die in dit besluit worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, Besluit Jeugdwet en de Verordening. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Behandeling: behandeling door een jeugdhulpaanbieder, al dan niet met verblijf.

  • b.

    Budgethouder: de persoon aan wie het budget wordt verstrekt.

  • c.

    CJG: Centrum voor Jeugd en Gezin.

  • d.

    College: college van burgemeester en wethouders.

  • e.

    Gemeente: gemeente Breda. De gemeente heeft de uitvoering van de gemeentelijke taken met betrekking tot de toegang tot jeugdhulp gemandateerd aan het CJG.

  • f.

    Individuele voorziening: de gemeente biedt individuele (niet vrij-toegankelijke) jeugdhulpvoorzieningen, namelijk op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorzieningen, als bedoeld in artikel 2 tweede lid van de verordening, waarvoor een beschikking van het college nodig is.

  • g.

    Logeerzorg: logeren in een zorginstelling of binnen het sociaal netwerk, maximaal 156 etmalen per jaar.

  • h.

    Ondersteuning: hulp in het dagelijks leven om zo zelfstandig mogelijk te (leren) leven.

  • i.

    Ondersteuningsplan: zoals bedoeld in artikel 5 van de Verordening.

  • j.

    Persoonlijke verzorging: hulp bij algemeen dagelijkse levensverrichtingen (bijvoorbeeld hulp bij het opstaan, wassen, aankleden en naar het toilet gaan), hulp op het vlak van zelfverzorging (bijvoorbeeld haren kammen, mondverzorging of hoortoestel aan-/uitzetten) en het geven van advies, instructie en voorlichting met betrekking tot persoonlijke verzorging.

  • k.

    PGB: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken.

  • l.

    Verordening: Verordening Jeugdhulp Gemeente Breda 2017.

  • m.

    ZIN: zorg in natura.

Artikel 2 Gebruikelijke hulp

  • 1.

    Gebruikelijke hulp aan jeugdigen is de ondersteuning, persoonlijke verzorging en/of opvoeding die in redelijkheid mag worden verwacht van de (pleeg)ouders.

  • 2.

    De gemeente onderzoekt de hulpbehoefte van een jeugdige mede op basis van de in de bijlage opgenomen “Afwegingskader gebruikelijke hulp”.

Artikel 3 Algemene voorwaarden PGB

  • 1.

    Een PGB is alleen mogelijk indien:

    • a.

      een aanvrager in aanmerking komt voor een individuele jeugdhulpvoorziening op grond van artikel 2.2 van de verordening en dit in de vorm van een PGB wenst te ontvangen; en

    • b.

      de aanvrager kan motiveren dat het aanbod zorg in natura (ZIN) niet passend is; en

    • c.

      naar het oordeel van het college is voldaan aan alle in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet genoemde voorwaarden (zie bijlage 1); en

    • d.

      de ondersteuning die de cliënt met het PGB wenst in te kopen naar het oordeel van het college in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het ondersteuningsplan opgenomen beoogde resultaat; en

    • e.

      er geen sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid van dit artikel.

  • 2.

    Een PGB is niet mogelijk:

    • a.

      voor andere of overige (vrij toegankelijke) voorzieningen als bedoeld in de verordening waarvoor het college geen beschikking afgeeft ;

    • b.

      voor pleegzorg;

    • c.

      voor zover er sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1 vierde lid van de Jeugdwet.

Artikel 4 PGB sociaal netwerk

  • 1.

    Een PGB voor jeugdhulp uit het sociaal netwerk kan alleen betrekking hebben op ondersteuning en/of persoonlijke verzorging en logeerzorg.

  • 2.

    De aanvrager moet een gemotiveerd plan maken waarin de wens wordt uitgesproken om het sociale netwerk in te willen zetten.

  • 3.

    De financiële vergoeding van hulp vanuit het sociale netwerk blijft in elk geval beperkt tot die gevallen waarin deze hulp de gebruikelijke hulp overstijgt.

  • 4.

    Bij de beoordeling van inzet vanuit het sociale netwerk moet in aanvulling op artikel 3 voldaan worden aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      De geboden hulp is passend, adequaat en veilig;

    • b.

      De geboden hulp leidt niet tot overbelasting van de persoon/personen die de hulp biedt/bieden.

  • 5.

    In aanvulling op het vierde lid, wordt inzet van het sociaal netwerk met een PGB in ieder geval passend geacht, indien één of meerdere van de volgende omstandigheden aan de orde zijn:

    • a.

      de hulp is vooraf niet goed in te plannen;

    • b.

      de hulp moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden;

    • c.

      de hulp moet op veel korte momenten per dag geboden worden;

    • d.

      de hulp moet op verschillende locaties worden geleverd;

    • e.

      de hulp moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn;

    • f.

      de hulp moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de jeugdige vertrouwd is en goed contact heeft.

  • 6.

    De jeugdige en/of ouders dragen de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de jeugdhulp die zij betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren.

Artikel 5 Beschikking PGB

Een beschikking voor een PGB wordt voor de duur van maximaal 2 jaar afgegeven.

Artikel 6 De zorgovereenkomst

  • 1.

    De budgethouder en/of diens vertegenwoordiger komt met de zorgverlener een zorgovereenkomst overeen.

  • 2.

    De toetsing van de zorgovereenkomst op arbeidsrechtelijke zaken wordt uitgevoerd door SVB. De gemeente is verantwoordelijk voor de goedkeuring van de zorgovereenkomst. Daarbij worden zowel de inhoud als de financiën beoordeeld.

Artikel 7 Voorwaarden voor besteding PGB

  • 1.

    De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij de besteding van een PGB:

    • a.

      Er is geen verantwoordingsvrij bedrag.

    • b.

      Voor budgethouders met meerdere PGB’s is schuiven tussen verschillende PGB budgetten niet toegestaan, tenzij hierover schriftelijke afspraken zijn gemaakt met de gemeente.

  • 2.

    Budgethouders mogen vanuit het budget de volgende uitgaven wel doen:

    • a.

      Vervoerskosten voor zover hiervoor een beschikking is afgegeven die samenhangt met een individuele voorziening voor begeleiding en/of behandeling in het kader van de jeugdhulp. Een beschikking voor vervoer wordt alleen afgegeven indien dit vervoer naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht in verband met een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid 1 .

    • b.

      Het PGB mag worden besteed bij een aanbieder zowel binnen als buiten de regio West Brabant Oost. Een PGB mag alleen na schriftelijke toestemming van het college besteed worden in het buitenland.

  • 3.

    Budgethouders mogen vanuit het budget in ieder geval de volgende uitgaven niet doen:

    • a.

      kosten voor bemiddeling;

    • b.

      kosten voor het voeren van een PGB-administratie;

    • c.

      kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het PGB;

    • d.

      extra beloningen, zoals eindejaarsuitkering en gratificaties;

    • e.

      contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het PGB, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal;

    • f.

      alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Jeugdwet valt;

    • g.

      alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) buiten EU-landen. Controle op kwaliteit en financiën is dan nauwelijks mogelijk.

Artikel 8 Beëindiging PGB

In aanvulling op artikel 11 van de verordening wordt het PGB tussentijds beëindigd wanneer:

  • a.

    uit de gegevens van de SVB blijkt dat binnen een half jaar geen besteding van het PGB heeft plaatsgevonden. In overleg met de PGB aanvrager vindt beëindiging, of voortzetting naar hulp in natura plaats;

  • b.

    bij verhuizing naar een andere gemeente waardoor de verantwoordelijkheid bij een andere gemeente komt te liggen;

  • c.

    bij overlijden waardoor de jeugdhulp niet meer wordt verleend;

  • d.

    als de budgethouder aangeeft dat zijn situatie is veranderd en de gemeente vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet;

  • e.

    de budgethouder zijn PGB laat omzetten in ZIN.

Artikel 9 Hoogte van het PGB en tarieven

  • 1.

    De hoogte van het PGB is afgeleid van de tarieven waarvoor de gemeente deze diensten heeft gecontracteerd bij verstrekking van ZIN. Daarbij geldt dat een PGB maximaal de kosten van ZIN mag bedragen). De PGB tarieven voor jeugdhulp worden als volgt bepaald:

    • a.

      Bij jeugdhulp door een professionele aanbieder is het tarief gebaseerd op de tariefstelling van deze aanbieder, tot een maximum van het gecontracteerde tarief van ZIN (100%).

    • b.

      Bij jeugdhulp door een niet professionele aanbieder, waaronder een persoon uit het sociaal netwerk, is het tarief € 20,- per uur. Bij logeerzorg door een niet professionele aanbieder is het tarief € 30,- per etmaal.

Artikel 10 Evaluatie PGB

  • 1.

    Het college kan aan de budgethouder en/of diens vertegenwoordiger verzoeken om in een (tussen)evaluatie van het PGB aan te geven wat de behaalde resultaten zijn van de met het PGB ingekochte jeugdhulp en of deze voldoen aan de in het ondersteuningsplan gestelde doelen.

  • 2.

    Bij onderbesteding kan het college een onderzoek instellen naar de oorzaak van de onderbesteding.

  • 3.

    Het college kan op basis van de evaluatie besluiten tot aanpassing van de beschikking conform artikel 11 van de verordening.

Artikel 11 Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouders afwijken van de bepalingen in dit uitvoeringsbesluit, als toepassing van het uitvoeringsbesluit tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

  • 2.

    Voorafgaande aan de toepassing van het eerste lid kan het college advies vragen aan een door haar aangewezen adviesinstantie of deskundigen.

Artikel 12 Intrekking

Het Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp Gemeente Breda 2015 wordt per 1 januari 2018 ingetrokken.

Artikel 13 Overgangsrecht

  • 1.

    Aanvragen die zijn ingediend onder het Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp Gemeente Breda 2015 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van dit Uitvoeringsbesluit, worden afgehandeld krachtens het Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp Gemeente Breda 2015.

  • 2.

    Van het in lid 1 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken.

Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

  • 2.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp Gemeente Breda 2018.

     

Aldus vastgesteld door het college van Burgemeester en wethouders in zijn vergadering van 12 december 2017

Secretaris,

Burgemeester,

Bijlage l  

 

Toelichting bij artikel 3

 

Beoordeling voorwaarden PGB (artikel 8.1.1 van de Jeugdwet)

 

Bekwaamheid van de aanvrager

Van een aanvrager wordt verwacht dat deze zelfstandig een redelijke waardering kan maken van zijn belangen ten aanzien van de zorgvraag. De gemeente vraagt de aanvrager duidelijk te maken welke problemen hij heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning de aanvrager gebaat zou zijn.

Van de aanvrager wordt verwacht dat deze de aan het PGB verbonden taken op een verantwoorde wijze kan uitvoeren. Bij deze taken kan gedacht worden aan het kiezen van een zorgverlener die in de zorgvraag voldoet, het aangaan van een contract (de budgethouder is zelf verantwoordelijk voor het inkopen van de individuele voorziening), het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een juiste administratie.

 

Om na te gaan of de aanvrager op verantwoorde wijze om kan gaan met een PGB wordt de bekwaamheid van de aanvrager beoordeeld.

Deze beoordelingscriteria zijn:

  • a.

    Is de budgethouder in staat de eigen situatie en de situatie van de jeugdige te overzien en zelf de benodigde hulp te kiezen, te regelen en aan te sturen.

  • b.

    Is de budgethouder goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een PGB en kan hij/zij hiermee omgaan.

  • c.

    Is de budgethouder in staat de opdrachtgeverstaak op zich te nemen, zoals een aanbieder uitzoeken, sollicitatiegesprekken voeren, contracten afsluiten, facturen afhandelen, bewaken van de kwaliteit en de voortgang van de hulp.

Aanvragers die zelf (of met behulp van hun netwerk) niet in staat zijn de aan het PGB verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren kunnen geen aanspraak maken op een PGB.

 

Bij jeugdigen onder de 16 jaar zijn het de ouders die over de bekwaamheid moeten beschikken om zorg in te kopen. Bij jeugdigen tussen de 16 en 18 jaar (met uitloop tot 23 jaar) kan het echter voorkomen dat de jeugdige zelf het contract aangaat.

 

Weigeringsgronden op grond van bekwaamheid

De bekwaamheid om een PGB te beheren wordt in samenspraak met de aanvrager getoetst, maar het oordeel van de gemeente is hierin leidend. Mocht de gemeente van oordeel zijn dat de persoon (dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger) niet bekwaam is voor het beheren van een PGB, dan kan de gemeente het PGB weigeren. Dat is een beslissing van de gemeente die wordt neergelegd in een beschikking en waartegen een aanvrager vervolgens bezwaar kan maken.

Als er een ernstig vermoeden is dat de aanvrager problemen zal hebben met het omgaan met een PGB kan het PGB worden geweigerd. De situaties waarbij het risico groot is dat het PGB niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel zijn:

  • de belanghebbende is handelingsonbekwaam;

  • de belanghebbende heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie;

  • er is sprake van verslavingsproblematiek;

  • er is sprake van schuldenproblematiek;

  • er is eerder misbruik gemaakt van het PGB;

  • er is eerder sprake geweest van fraude.

Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een PGB niet gewenst is. Ook in deze situaties kan een PGB worden geweigerd. Andersom kan het zo zijn dat een budgethouder zélf niet of onvoldoende bekwaam is, maar er mensen in zijn omgeving zijn die hem of haar dusdanig kunnen helpen en bijstaan dat er toch een PGB verstrekt kan worden. Aan het afwijzen van een PGB op grond van overwegende bezwaren, moet een onderbouwing / motivering ten grondslag liggen. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld.

   

Motivering door de aanvrager

Volgens de Jeugdwet dient de aanvrager te motiveren dat het bestaande aanbod van zorg in natura niet passend is en hij daarom een PGB wenst. Uit deze argumentatie moet blijken dat de aanvrager zich voldoende heeft georiënteerd op de voorzieningen in natura. Dit betreft geen zware motiveringseis, uit de Jeugdwet vloeit voort dat PGB een gelijkwaardig alternatief is voor ZIN.

 

Door het opstellen van een persoonlijk plan worden cliënten gestimuleerd na te denken over de zorgvraag, deze uit te werken, te concretiseren en tevens het doelbereik en daarmee de kwaliteit van de zorg in een later stadium te evalueren.

Het plan bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

  • motivatie waarom een individuele voorziening in de vorm van ZIN niet passend is;

  • eigen kracht cq. eigen inzet van de ouders en het netwerk/familie;

  • de beoogde resultaten van de hulpverlening en ondersteuning;

  • waar en hoe de budgethouder de hulp en ondersteuning zal inkopen;

  • hoe de kwaliteit van de hulp en ondersteuning gewaarborgd is;

  • de verwachte / gewenste omvang en duur van de ondersteuning;

  • een begroting.

 

Kosten

Volgens de Jeugdwet mag het college een PGB weigeren voor dat deel dat het budget hoger is dan zorg in natura voor een vergelijkbare hulpvraag.

 

Onjuiste of onvolledige gegevens

Volgens de Jeugdwet mag het college een PGB weigeren als aanvrager bij een eerder PGB:

  • -

    onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt heeft;

  • -

    niet voldaan heeft aan de voorwaarden van het PGB;

  • -

    het PGB niet of voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor het bestemd was.

 

Gewaarborgde kwaliteit van de dienstverlening

Om in aanmerking te komen voor een PGB dient de kwaliteit van de ondersteuning naar het oordeel van de gemeente gewaarborgd te worden. Voor de ondersteuning en zorg die wordt ingekocht met het PGB gelden dezelfde kwaliteitseisen als voor voorzieningen in natura 2 .

 

Kwaliteitseisen in de Jeugdwet

Er geldt een zelfstandig kwaliteitsregime voor alle aanbieders van jeugdhulp. De volgende kwaliteitseisen gelden voor alle professionele jeugdhulpaanbieders:

  • -

    de norm van verantwoorde hulp, inclusief de verplichting om geregistreerde professionals in te zetten 3 ;

  • -

    gebruik van een hulpverleningsplan of plan van aanpak als onderdeel van verantwoorde hulp;

  • -

    systematische kwaliteitsbewaking door de jeugdhulpaanbieder;

  • -

    verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor alle medewerkers van een jeugdhulpaanbieder, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering;

  • -

    de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;

  • -

    de meldplicht calamiteiten en geweld;

  • -

    verplichting om de vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen.

 

Bij de contractering van de jeugdhulp zijn in de contracten met zorgaanbieders kwaliteitseisen gesteld over de aan te leveren diensten. Deze kwaliteitseisen zijn ook van toepassing op jeugdhulp welke bekostigd wordt uit een PGB.

Aanbieders van jeugdhulp uit een PGB worden gevraagd te verklaren aan de gestelde kwaliteitseisen te voldoen. Deze verklaring dient aangeleverd te worden bij de zorgovereenkomst.

 

Pleegzorg

Voor alle vormen van jeugdhulp kan in principe een PGB ingezet worden, maar niet voor de uitvoering van pleegzorg. Pleegzorg wordt uitsluitend via een pleegzorgaanbieder aangeboden en kan dus niet in de vorm van een PGB. Als een pleegkind zorg of hulp nodig heeft kunnen de pleegouders wel een PGB aanvragen voor het kind.

 

Toelichting bij artikel 5

In het uitvoeringsbesluit is een maximumperiode van 2 jaar opgenomen. In de praktijk blijkt echter dat het meerendeel van de beschikkingen voor een kortere periode wordt afgegeven, afhankelijk van bijvoorbeeld de bekwaamheid van de budgethouder om zelf zorg in te kopen, leeftijd en ontwikkeling van het kind of een (niet-stabiele) hulpbehoefte.

 

Toelichting bij artikel 6

 

Zorgovereenkomst

Uitgangspunt is dat de vertegenwoordiger van een budgethouder niet zelf ook ondersteuning aan de budgethouder verleent. In bepaalde situaties kunnen deze rollen toch door één en dezelfde persoon vervuld worden, namelijk in geval ouders of partner deze rol vervullen. Op basis van de individuele situatie wordt beoordeeld of er sprake is van onwenselijke vermenging van rollen.

Bijlage ll - Afwegingskader

 

Bij iedere hulpvraag dient onderzocht te worden wat de eigen mogelijkheden zijn en het probleemoplossend vermogen is van de jeugdige en/of zijn ouders met inbegrip van het sociale netwerk om in de hulpvraag te voorzien.

 

Gebruikelijke hulp

Gebruikelijke hulp aan jeugdigen is de ondersteuning bij het dagelijkse leven, de persoonlijke verzorging en/of de opvoeding die in redelijkheid mag worden verwacht van de ouders (zie artikel 2).

 

Voor deze gebruikelijk hulp wordt in beginsel géén individuele voorziening afgegeven. Het valt onder de opvoedende taak van de ouder(s).

 

Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook zorg omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomt. Het gaat dan om zorg die gebruikelijke zorg vervangt, zoals sondevoeding in plaats van eten, of om zorg die in samenhang met reguliere zorg kan worden geboden, zoals het geven van medicijnen.

 

Bovengebruikelijke hulp

Het is bovengebruikelijke hulp als de oorzaak van de extra begeleiding/verzorging ligt bij de problematiek van de jeugdige. Niet alle extra handelingen die gedaan worden ten behoeve van een jeugdige, leiden automatisch tot de noodzaak om een voorziening te treffen. Bedenk immers dat meer ouders hun kind naar een willekeurige vorm van therapie moeten brengen en halen en thuis hun kind moeten stimuleren om oefeningen te doen hiervoor (bijv. fysiotherapie of logopedie).

De bovengebruikelijke zorg kan bestaan uit:

  • toezicht op het gedrag van de jeugdige;

  • begeleiding en aansturing;

  • ondersteuning;

  • het overnemen van taken en handelingen;

  • het voorstructuren van de dagplanning of van activiteiten, als dit voor de leeftijd van het kind niet meer gebruikelijk is.

Vanuit het gesprek met ouders en jeugdige ontstaat voor de jeugdprofessional een beeld over het dagelijks functioneren van de jeugdige en de momenten waarbij deze extra begeleiding, toezicht, aansturing en verzorging nodig heeft in vergelijking met leeftijdgenoten.

 

Situaties waarin geen of minder gebruikelijke hulp wordt verwacht

In de volgende 2 situaties kan er mogelijk (casusafhankelijk te beoordelen) geen of minder gebruikelijke hulp van de ouder verwacht worden 4 :

  • als de ouder geobjectiveerde beperkingen heeft of kennis/vaardigheden mist om gebruikelijke begeleiding of persoonlijke verzorging voor de jeugdige uit te voeren én deze vaardigheden niet kan aanleren. Er wordt van deze ouder geen of minder bijdrage verwacht in de gebruikelijke hulp.

  • als de ouder overbelast is of dreigt te raken. Het is belangrijk te onderzoeken of andere opties mogelijk zijn, zoals het inzetten van het eigen sociale netwerk, om de (dreigende) overbelasting op te heffen. Om zorg voor de jeugdige toe te kennen vanwege de (dreigende) overbelasting van de ouder, moet er wel verband zijn tussen de overbelasting en de zorg die de ouder biedt aan de jeugdige.

 

Hoe ‘bepaal’ je (dreigende) overbelasting van ouders?

De (extra) zorg voor een jeugdige kan voor ouders zo zwaar worden dat sprake is van overbelasting. De draagkracht en draaglast zijn dan fors uit balans.

Het kan heel duidelijk zijn dat de ouder overbelast is of dreigt te raken. In andere gevallen is dat minder duidelijk en zal dit tijdens het gesprek en/of nader onderzoek moeten worden uitgediept. Overbelasting kan zich uiten door een combinatie van symptomen van lichamelijke en/of psychische aard. Er bestaat niet één, simpel af te nemen test, die hierover direct uitsluitsel geeft.

Om zorg voor de jeugdige toe te kennen vanwege de (dreigende) overbelasting van de ouder, moet er wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de zorg die de ouder biedt aan de jeugdige.

 

Niet alleen de omvang van de zorgtaken, maar ook de mate waarin het kind permanent toezicht nodig heeft, hebben invloed op de belastbaarheid van de ouder/verzorger. In de meeste gevallen is het afgeven van een beschikking voor (een deel van) de bovengebruikelijke zorg voldoende om de overbelasting van de ouder(s) te voorkomen of te reduceren. Als ouders zichzelf als zorgverlener inzetten en hierna aangeven dat er sprake is van overbelasting is het logischer dat zij de zorg in dit geval laten verlenen door iemand anders.

 

Schema gebruikelijke hulp

Onderstaand schema 5 biedt een handvat voor de inschatting van gebruikelijke hulp en gaat uit van jeugdigen met een gezonde ontwikkeling. Hierbij geldt dat ook jeugdigen van dezelfde leeftijd kunnen verschillen; een kind kan meer of minder zorg of begeleiding vragen dan een leeftijdsgenoot. Het ene kind is nu eenmaal gemakkelijker of zelfstandiger dan het andere kind. En ook enige strubbeling is normaal of passend bij een leeftijdsfase. Voor kinderen van 0-5 jaar zal ongeveer alle zorg gebruikelijke hulp zijn 6 . Houdt bij de leeftijdsindeling in onderstaand schema de kalenderleeftijd van de jeugdige in gedachten; de verwachtingen bij een 7 jarige zijn anders dan bij een 11 jarige (zij staan wel in dezelfde leeftijdscategorie). Weeg ook de opvoedingsinsteek van ouders mee. Een zorgzame ouder neemt van nature sneller taken over van haar kinderen en levert mogelijk veel uren zorg en begeleiding. De oorzaak van deze tijdsinvestering ligt dan echter bij de ouder en niet bij het kind. Belangrijk is daarom te kijken waar ontwikkelingsmogelijkheden van de jeugdige liggen.

 

Kinderen van 0 tot 3 jaar

  • -

    Hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig.

  • -

    Ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig.

  • -

    Zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen.

  • -

    Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling.

  • -

    Hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid.

  • -

    Hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

 

Kinderen van 3 tot 5 jaar

  • -

    Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand zijn (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer).

  • -

    Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling.

  • -

    Hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid.

  • -

    Kunnen zelf zitten, op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen.

  • -

    Hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij de toiletgang.

  • -

    Hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen.

  • -

    Hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding.

  • -

    Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven.

  • -

    Hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

 

Jeugdigen van 5 tot 12 jaar

  • -

    Kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week.

  • -

    Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand zijn (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is).

  • -

    Hebben vanaf 8 jaar minder zorg en begeleiding in directe nabijheid nodig.

  • -

    Hebben tot 8 jaar op geplande en soms ongeplande momenten hulp bij of overname van persoonlijke verzorging nodig.

  • -

    Hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie.

  • -

    Zijn overdag zindelijk en 's nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers.

  • -

    Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling.

  • -

    Hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid.

  • -

    Hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan.

  • -

    Hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

 

Jeugdigen van 12 tot 18 jaar 

  • -

    Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen.

  • -

    Kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden.

  • -

    Kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden;

  • -

    Kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen.

  • -

    Hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig.

  • -

    Hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig.

  • -

    Hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding.

  • -

    Hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen).

  • -

    Hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid.

  • -

    Hebben tot en met 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

 

Jong volwassenen van 18 tot 23 jaar

kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; hebben een dagbesteding in de vorm van opleiding / arbeid.