Gemeenteblad van Veenendaal

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
VeenendaalGemeenteblad 2017, 225126Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Veenendaal houdende belastingtarieven omtrent parkeren Verordening parkeerbelastingen Veenendaal

De raad van de gemeente Veenendaal;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 augustus 2017, nummer 365950;

 

Overwegende dat

het wenselijk is regels te stellen aan het parkeren in verband met de parkeerregulatie in het centrum en de ring daarbuiten;

 

Gelet op

artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening Veenendaal;

 

Besluit

  • 1.

    De parkeertarieven trendmatig te verhogen (1,5%).

  • 2.

    De verrekenstructuur achter de slagboom te uniformeren met die van de andere parkeerexploitanten in Veenendaal (parkeren betalen in blokken van € 1,-).

  • 3.

    Het parkeerterrein Theater te fiscaliseren (met behoud van het tarief van € 2,- per uur).

  • 4.

    De baten en lasten op een andere wijze toe te rekenen aan de parkeerexploitatie.

  • 5.

    De Verordening parkeerbelastingen gemeente Veenendaal vast te stellen conform bijgevoegd besluit.

  • 6.

    De financiële consequenties van de maatregelen te verwerken in de Programmabegroting 2018-2021 conform bijgevoegde begrotingswijziging.

  • 7.

    Kennis te nemen van het voornemen van het college om verdere maatregelen te nemen om te komen tot een verbeterde exploitatie.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    autodate:

het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;

  • b.

    centrale computer:

computer van de gemeente Veenendaal of de computer van het bedrijf waarmee de gemeente Veenendaal een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of webbrowser;

  • c.

    college:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal;

  • d.

    dag:

een kalenderdag;

  • e.

    houder:

degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens of degene die door middel van een leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bezitter is van het motorvoertuig dat tijdens het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven;

  • f.

    motorvoertuigen:

hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

  • g.

    parkeerapparatuur:

parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • h.

    parkeren:

het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • i.

    vergunning:

een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op een daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaats;

  • j.

    vergunninghouder:

de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 2.

    Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat:

      • i.

        als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

      • ii.

        als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Vrijstelling

De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven ter zake van:

  • a.

    Ambulances, dierenambulances, voertuigen van politie en brandweer en dienstvoertuigen van gemeente Veenendaal voor zover deze voertuigen voor het uitoefenen van de dienst worden gebruikt, mits deze voertuigen als zodanig herkenbaar zijn;

  • b.

    Gehandicaptenvoertuigen (voertuigen zoals gedefinieerd in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990);

  • c.

    Voertuigen voorzien van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, mits deze parkeerkaart met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats direct achter de voorruit van het voertuig is geplaatst;

  • d.

    Caravans en aanhangwagens voor een periode van maximaal drie dagen.

Artikel 5 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven door voldoening op aangifte.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of webbrowser inloggen op de centrale computer.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of webbrowser inloggen op de centrale computer.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 4.

    Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 9 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar te maken besluit. Het college is bevoegd dit te doen voor weggedeelten gelegen in de zones A en B, zoals weergegeven in de bij deze verordening horende zonekaart (zie bijlage 1).

Artikel 10 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 60,-. 

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting.

Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel

  • 1.

    De 'Verordening parkeerbelastingen gemeente Veenendaal 2010' van 11 november 2010, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 22 november 2012 vervalt zodra ze is uitgewerkt.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. Ze is voor het eerst van toepassing op het ontstaan van een belastingschuld:

    • a.

      als bedoeld in artikel 7, lid 1 vanaf 1 januari 2018;

    • b.

      als bedoeld in artikel 7, lid 2 voor de vergunning die ziet op het jaar 2018.

  • 3.

    Op het ontstaan van een belastingschuld van voordien belastbare feiten als bedoeld in artikel 2 is de 'Verordening parkeerbelastingen gemeente Veenendaal 2010' van toepassing.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen Veenendaal.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 28 september 2017,

mevrouw drs. F.A. van Hooijdonk

griffier

de heer P.A. Zoon

voorzitter

Bijlage 1 Tarieventabel

behorende bij en deel uitmakende van de Verordening parkeerbelastingen Veenendaal, zoals deze is vastgesteld bij raadsbesluit van 21 september 2017.

 

  • 1.

    Begripsomschrijvingen

In deze tabel wordt verstaan onder:

 

  • a.

    dag: periode van 00.00 uur tot 24.00 uur;

  • b.

    maand: een kalendermaand;

  • c.

    jaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.

 

  • 2.

    Tarieven parkeren bij parkeerapparatuur

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Verordening parkeerbelastingen Veenendaal bedraagt:

Product

Tarief

Reguleringstijd

Zone A –Binnen centrumring

€ 2,44 per uur

Op maandag tot en met zaterdag van 09:00 uur tot en met 20:00 uur en daarnaast op vrijdagavonden en andere koopavonden van 18:00 tot en met 22:00 uur

Parkeerterrein Theater/Duivenweide

€ 2,00 per uur

Op maandag tot en met zaterdag van 09:00 uur tot en met 20:00 uur en daarnaast op vrijdagavonden en andere koopavonden van 18:00 tot en met 22:00 uur

Parkeerterrein Theater/Duivenweide

€ 6,00 maximum dagtarief

 

 

Op maandag tot en met vrijdag

Parkeerterrein Theater/Duivenweide

€ 7,50 maximum dagtarief

 

Op zaterdag

 

Kleinste betaaleenheden:

Parkeerapparatuur op straat:

 

0,10 eurocent

Mobiel parkeren/ stadsparkeren:

per 1 minuut

0,04 eurocent

 

Tarieven parkeervergunningen zone A en B

Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b van de Verordening parkeerbelastingen Veenendaal bedraagt:

Categorie

Soort

Bedrag

I

1e of enige Bewonersparkeervergunning

€ 0 per jaar

I

2e Bewonersparkeervergunning(alleen zone A)

€ 95,41 per jaar

I

3e Bewonersparkeervergunning (alleen zone A)

€ 144,13 per jaar

I

2e en 3e Bewonersparkeervergunning (alleen zone B)

€ 43,65 per jaar

II

Zakelijke parkeervergunning jaar

€ 1018,04 per jaar

II

Zakelijke maandparkeervergunning

€ 101,80 per maand

III

Functionele parkeervergunning

€ 58,87 per jaar

III

Functionele maandparkeervergunning

€ 5,88 per maand

III

Mantelzorgvergunning jaar

€ 58,87 per jaar

III

Mantelzorgvergunning maand

€ 5,88 per maand

IV

Autodateparkeervergunning

€ 58,87 per jaar

V

Bezoekersvergunning (bezoek van bewoners, alleen zone A)

€ 1,50 per uur (betaaleenheid per minuut € 0,025 eurocent) Maximum parkeertijd per transactie 4 uur.

Maximaal 100 uur per jaar per adres (Maximum saldo derhalve € 150)

V

Bezoekersvergunning (bezoek van bewoners, alleen zone B)

Parkeertijd te verkrijgen per eenheden per minuut. Maximum parkeertijd per transactie 4 uur.

 

Mutaties (permanente kentekenwijziging)

Conform vigerende Legesverordening

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 september 2017,

 

mevrouw drs. F.A. van Hooijdonk

raadsgriffier

 

de heer P.A. Zoon

voorzitter