Gemeenteblad van Veenendaal

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
VeenendaalGemeenteblad 2017, 225124Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Veenendaal houdende regels omtrent parkeren Parkeerverordening Veenendaal

De raad van de gemeente Veenendaal;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 augustus 2017, nummer 340516;

 

Overwegende dat

het wenselijk is regels te stellen aan het parkeren in verband met de parkeerregulatie in het centrum en de ring daarbuiten;

 

Gelet op

artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;

 

Besluit

  • 1.

    De zone-indeling in het centrum (verder) te vereenvoudigen door uit te gaan van één zone.

  • 2.

    De Parkeerverordening Veenendaal vast te stellen conform bijgevoegd besluit.

  • 3.

    Kennis te nemen van de door het college overwogen maatregelen om de uitvoering van het parkeerbeleid verder te verbeteren.

AFDELING I. DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. autodate:

het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;

b. autodateplaats:

een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate;

c. belanghebbendenplaats:

een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;

d. bewoner:

een persoon die blijkens de BRP ingeschreven staat op een adres in het gebied belanghebbenden parkeren;

e. centrale computer:

computer van de gemeente Veenendaal of de computer van het bedrijf waarmee de gemeente Veenendaal een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of webbrowser;

f. college:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal;

g. houder:

degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens of degene die door middel van een leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bezitter is van het motorvoertuig dat tijdens het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven;

h. motorvoertuigen:

hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

i. parkeerapparatuur:

parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

j. parkeerapparatuurplaats:

een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur;

k. parkeren:

het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

l. RVV 1990:

het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

m. vergunning:

een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op een daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaats;

n. vergunninghouder:

de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend.

AFDELING II. PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN EN VERGUNNINGBEWIJZEN

Artikel 2 Aanwijzing plaatsen voor vergunninghouders

  • 1.

    Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college is bevoegd dit te doen voor weggedeelten gelegen in de zones A en B, zoals weergegeven in de bij deze verordening horende zonekaart (zie bijlage 1). Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3, derde lid.

  • 2.

    Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan.

Artikel 3 Aanvragen en verlenen

  • 1.

    Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen.

  • 2.

    Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning.

  • 3.

    Een vergunning kan worden verleend aan:

    • a.

      houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie I);

    • b.

      houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (categorie II);

    • c.

      een houder die voor het verlenen van zorg, hulp of (onderhouds)werkzaamheden op één of wisselende plaatsen aanwezig moet zijn binnen een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie III);

    • d.

      houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie IV);

    • e.

      een bewoner die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie V).

  • 4.

    Het college kan in bijzondere gevallen ook een vergunning verlenen aan een houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het derde lid genoemde categorieën.

  • 5.

    Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal uit te geven vergunningen per adres en per categorie vaststellen.

  • 6.

    Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning voor categorie IV kan het college voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.

Artikel 4 Termijn beslissing

  • 1.

    Het college beslist binnen zes weken na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning.

  • 2.

    Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 5 Gegevens vergunning

  • 1.

    Een vergunning wordt voor ten hoogste één kalenderjaar verleend.

  • 2.

    De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      de periode waarvoor de vergunning geldt;

    • b.

      het gebied waarvoor de vergunning geldt;

    • c.

      de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.

Artikel 6 Overschrijven en wijzigen van de vergunning

  • 1.

    De vergunning is niet overdraagbaar.

  • 2.

    Vergunninghouder is verplicht elke wijziging in de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van een vergunning, onmiddellijk aan het college kenbaar te maken.

  • 3.

    Wijziging van het motorvoertuig of van het kenteken van het motorvoertuig, van bedrijfsnaam of -adres van vergunninghouder dienen onmiddellijk aan het college te worden doorgegeven.

Artikel 7 Intrekken of wijzigen

Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:

  • a.

    op verzoek van de vergunninghouder;

  • b.

    wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend;

  • c.

    wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;

  • d.

    wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;

  • e.

    wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;

  • f.

    wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

  • g.

    wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;

  • h.

    om redenen van openbaar belang.

Artikel 8 Weigeren vergunning

Het college weigert een vergunning indien:

  • a.

    niet wordt voldaan aan de voorwaarden, zoals gesteld bij of krachtens deze verordening;

  • b.

    het vergunningenplafond van het desbetreffende adres is bereikt.

AFDELING III. VERBODSBEPALINGEN

Artikel 9
  • 1.

    Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats of een autodateplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:

    • a.

      zonder geldige vergunning;

    • b.

      in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.

  • 2.

    Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

  • 3.

    Het parkeren van de volgende motorvoertuigen wordt niet gereguleerd en heeft derhalve ontheffing van het bepaalde in het eerste lid:

    • a.

      motorvoertuig van een gehandicapte, voor zover deze beschikt over een duidelijk zichtbaar aangebrachte geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart;

    • b.

      als zodanig herkenbare politievoertuigen;

    • c.

      als zodanig herkenbare brandweervoertuigen;

    • d.

      als zodanig herkenbare ambulances;

    • e.

      als zodanig herkenbare dierenambulances;

    • f.

      als zodanig herkenbare dienstvoertuigen van de gemeente Veenendaal.

Artikel 10

Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen. 

Artikel 11
  • 1.

    Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een voertuig, te plaatsen of te laten staan:

    • a.

      op een parkeerapparatuurplaats;

    • b.

      op een belanghebbendenplaats.

  • 2.

    Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd.

  • 3.

    Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

AFDELING IV. STRAFBEPALING

Artikel 12

Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie.

AFDELING V. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 13

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.

Artikel 14
  • 1.

    De ‘Parkeerverordening 2010’ vervalt zodra ze is uitgewerkt.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. Ze is voor het eerst van toepassing op het aanvragen van een parkeervergunning voor het jaar 2018.

  • 3.

    Op een parkeervergunning voor het jaar 2017 en het aanvragen daarvan blijft de 'Parkeerverordening 2010' van toepassing.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening Veenendaal.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 28 september 2017,

mevrouw drs. F.A. van Hooijdonk

griffier

de heer P.A. Zoon

voorzitter