Gemeenteblad van Baarn

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BaarnGemeenteblad 2017, 225027Verordeningen



Gemeente Baarn - Verordening hondenbelasting 2018

 

Raadsbesluit

Voorstelnummer: 17RV000071

Onderwerp: Vaststellen belastingverordeningen 2018

 

De raad van de gemeente Baarn

- gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 oktober 2017;

- gehoord het Debat in de raad d.d. 8 november 2017;

- gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;

 

Besluit:   

vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN HONDENBELASTING 2018

  

Artikel 1

Belastbaar feit

Onder de naam “hondenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente.

  

Artikel 2

Belastingplicht

1. Belastingplichtig is de houder van een hond.

 

2. Als houder wordt aangemerkt degenen die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 

3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

  

Artikel 3

Vrijstellingen

1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren.

 

2. De belasting wordt niet geheven voor honden:

a. die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden;

b. die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden;

c. die jonger zijn dan vier maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond gehouden worden;

d. die verblijven in een hondenasiel;

e. die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;

f. die worden gehouden door ambtenaren van politie of bijzondere opsporingsambtenaren van de gemeente dan wel van de provinciale of rijksoverheid, uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ter verrichting van opsporingsdiensten.

  

Artikel 4

Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

  

Artikel 5

Belastingtarief

1. De belasting bedraagt per belastingjaar:

a. voor een eerste hond €  54,96

b. voor iedere hond boven het aantal van één € 109,92

 

2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 264,46. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder een kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen.

 

3. Het tweede lid blijft buiten toepassing als belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden, als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.

 

Artikel 6

Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

   

Artikel 7

Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

  

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

 

2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.

 

3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.

  

Artikel 9

Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.  

  • 3.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijn of de gestelde termijnen.  

     

    Artikel 10

    Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

    Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van hondenbelasting.

       

    Artikel 11

    Overgangsrecht

    De “Verordening hondenbelasting 2017” van 23 november 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, van deze verordening genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

      

    Artikel 12

    Inwerkingtreding

    1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2018, of zo dit later is, met ingang de eerste dag na die van de bekendmaking.

     

    2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.

      

    Artikel 13

    Citeertitel

    Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening hondenbelasting 2018”.

       

    Vastgesteld in de openbare vergadering,

    op 22 november 2017.

      

    griffier voorzitter