Gemeenteblad van Arnhem

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ArnhemGemeenteblad 2017, 223772Verordeningen



Havenverordening 2017

 

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2017, Cluster Openbare ruimte, nummer 183139;

 

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

Besluit:

 

De Havenverordening 2017 vast te stellen en de bijbehorende kaart "Haventerrein gemeente Arnhem"

 

§ 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • ADN: Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren.

  • BPR: Binnenvaartvaart Politie Reglement;

  • bunkeren: overslag van brandstofolie of smeerolie van een tankvaartuig naar een ander vaartuig;

  • college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem

  • exploitant: eigenaar, beheerder, rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het vaartuig;

  • gezagvoerder: degene die het gezag voert over een vaartuig

  • gevaarlijke stoffen: stoffen zoals vermeld in de International Maritime Dangerous Goods Code (IMDG), het Reglement vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen (VBG), of in het Europees Verdrag inzake het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren (ADN)

  • Haventerrein: wateren en terreinen binnen de gemeente Arnhem die voor de scheepvaart openstaan zoals is aangegeven op de bij deze verordening behorende tekening. Tot het haventerrein wordt ook gerekend alle daartoe behorende kaden, kunstwerken, trappen, afmeergelegenhedenscheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en laadplaatsen.

  • historisch vaartuigen: vaartuigen die vallen binnen de 'Beleidsregel historische vaartuigen 2007'. Het betreft vaartuigen met een toegevoegde waarde voor de uitstraling van het gebied en de stad, bij voorkeur een historische band met de desbetreffende stad hebben en aan “redelijke eisen van welstand” voldoen.

  • kade: een aan een haven grenzend gebied;

  • ontvangstvoorziening: voorziening geschikt voor de ontvangst van scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen;

  • overslag: laden of lossen van een lading in of uit een vaartuig;

  • passagiersvaartuig: elk vaartuig dat is ingericht voor het vervoer van meer dan 12 passagiers en dat in bezit is van de toereikende en geldige certificaten;

  • pleziervaartuig: vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding;

  • RPR: Rijnvaart Politie Reglement;

  • scheepvaartwegen: voor het openbaar scheepvaartverkeer openstaande binnenwateren, daaronder begrepen de daarin aanwezige waterstaatswerken.

  • vaartuig: een drijvend lichaam voor vervoer of transport over wateroppervlakten.

  • spudpaal: voorziening waarmee een vaartuig zichzelf in de onderwaterbodem kan verankeren door middel van verticale meerpalen waarmee het vaartuig zelf is uitgerust;

  • tankvaartuig: vaartuig, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimten;

  • VBG: Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen;

  • watergebonden activiteiten: activiteiten die niet anders dan op water kunnen plaatsvinden;

  • Woonboot: vaartuig zoals vermeld in afdeling 3A van hoofdstuk 5 van de Algemene Plaatselijke Verordening.

     

§ 2 Algemene bepalingen

Artikel 2.1 Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op het haventerrein binnen de gemeente Arnhem.

 

Artikel 2.2 Gebruik maken van de haven

  • 1.

    Het is verboden zonder ontheffing van het college gebruik te maken van het haventerrein.

  • 2.

    Het is verboden om bij het gebruik maken van het haventerrein een andere plaats in te nemen dan door het college is aangewezen.

  • 3.

    De ontheffing als bedoeld in het eerste lid is persoons-, bedrijfs-, ligplaats- en vaartuiggebonden.

  • 4.

    Het bepaalde in dit artikel geldt niet voor zover afdeling 3A van hoofdstuk 5 van de Algemene plaatselijke verordening voor Arnhem met betrekking tot het innemen van een ligplaats met een woonschip van toepassing is.

     

Artikel 2.3 Verlening ontheffing

  • 1.

    Het college kan aan de ontheffing, van in deze verordening gestelde verboden of verplichtingen, beperkingen en voorschriften verbinden.

  • 2.

    De verlening van een ontheffing kan door mondelinge toestemming geschieden door een door het college aan te wijzen ambtenaar als het betrekking heeft op een handeling of gedraging van korte duur of een spoedeisend geval.

     

Artikel 2.4 Geldigheidsduur ontheffing

  • 1.

    Tenzij bij of op grond van deze verordening anders is bepaald wordt een ontheffing verleend voor de duur van maximaal een half jaar.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan het college voor een vaartuig waarmee een watergebonden bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend langer dan een half jaar schriftelijk ontheffing verlenen.

     

Artikel 2.5 Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag voor een ontheffing binnen 8 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Het college kan binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag deze termijn eenmaal met ten hoogste 8 weken verlengen.

     

Artikel 2.6 Weigerings-, wijzigings- en intrekkingsgronden

Het college kan een ontheffing in ieder geval weigeren, wijzigen of intrekken als:

  • a.

    dit in het belang van de orde, de veiligheid en het milieu in of in de omgeving van het haventerrein, of de kwaliteit van de dienstverlening binnen het haventerrein noodzakelijk is;

  • b.

    De daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  • c.

    Op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na de verlening daarvan, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan deze is vereist.

  • d.

    Ter verkrijging daarvan onjuiste gegevens zijn verstrekt.

  • e.

    Hiervan geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn, dan wel, bij gebreke van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of

  • f.

    De houder dit verzoekt.

     

Artikel 2.7 Verplichtingen van houders van ontheffingen

Degene aan wie een ontheffing is verleend houdt deze, of een (digitale) kopie hiervan, aan boord van het vaartuig waarop deze betrekking heeft, tenzij het een vaartuig zonder bemanningsverblijf betreft.

 

Artikel 2.8 Normadressaat

  • 1.

    Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is de gezagvoerder verantwoordelijk voor de naleving van deze verordening.

  • 2.

    Bij afwezigheid van een gezagvoerder of een gezagvoerder, is de exploitant verantwoordelijk voor de naleving van deze verordening.

     

§ 3 Orde in en gebruik van de haven

Artikel 3.1  

De havenmeester is bevoegd om een gezagvoerder aanwijzingen te geven om:

  • a.

    zijn vaartuig naar een andere ligplaats te brengen;

  • b.

    te gedogen dat vaartuigen op de zijde van het zijne liggend aan zijn vaartuig wordt afgemeerd of over zijn vaartuig veilige toegang naar of van de wal wordt verleend;

  • c.

    te gedogen dat trossen en lijnen van een vaartuig dat in een haven verhaald wordt, aan het zijne worden vastgemaakt.

     

Artikel 3.2 Verkeerstekens

  • 1.

    Het college kan in de haven verkeerstekens plaatsen die zijn vermeld in het BPR en deze voorzien van nadere aanduidingen.

  • 2.

    Het is verboden te handelen in strijd met verkeerstekens of de daarbij behorende nadere aanduidingen.

     

Artikel 3.3 Ligplaatsenoverzicht

  • 1.

    Het college kan een ligplaatsenoverzicht vaststellen, dat in elk geval een kaart bevat met daarop aangegeven:

    • a.

      de plaatsen of gebieden die bestemd zijn om ligplaats in te nemen;

    • b.

      de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor bepaalde categorieën schepen.

  • 2.

    Het is verboden zich met een vaartuig te bevinden op een plaats die bestemd is voor vaartuigen van een andere categorie.

     

Artikel 3.4 Gebruik kade

Het is verboden zonder ontheffing of toestemming van de havenmeester, de kade geheel of gedeeltelijk in gebruik te nemen of te hebben voor het opslaan van goederen, of welke andere doeleinden dan ook.

 

Artikel 3.5 Duur verblijf in haven

Het is verboden met een vaartuig langer dan een half jaar achtereen binnen het haventerrein te verblijven.

 

Artikel 3.6 Voorzieningen en voorwerpen

Het is verboden zonder toestemming van de havenmeester objecten in, op, onder of boven water te hebben, te plaatsen of aan te brengen, als daardoor gevaar, schade of hinder kan ontstaan.

 

Artikel 3.7 Gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven

  • 1.

    Het is verboden voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven te gebruiken als het vaartuig:

    • a.

      aan de grond zit;

    • b.

      gemeerd, ten anker of op spudpalen ligt; of

    • c.

      ter hoogte van de kade of oever wordt gaande gehouden of tegen de kade of oever wordt gedrukt, anders dan noodzakelijk voor het ontmeren of afmeren.

  • 2.

    Tijdens het gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven is een persoon die bekend is met de bediening van het vaartuig in de stuurhut aanwezig, met uitzondering van vaartuigen die een aantekening hebben in het certificaat van onderzoek met toestemming tot alleen vaart.

     

Artikel 3.8 Plezier- en zeilvaart in de haven

  • 1.

    Het is verboden in de haven een vaartuig uitsluitend door middel van zijn zeil voort te bewegen indien het vaartuig over een motor beschikt.

  • 2.

    Het is verboden in de haven te varen met een zeilplank.

  • 3.

    Het is verboden in de haven een waterskiër voort te bewegen dan wel zich op waterski's voort te bewegen of te doen voortbewegen.

     

Artikel 3.9 Melding bedrijfsstoring, gebrek of schade

  • 1.

    Bedrijfsstoringen, gebreken of schades aan of aan boord van een vaartuig die gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken aan het vaartuig of de omgeving, worden direct aan de havenmeester gemeld.

  • 2.

    De melding bedoeld in het eerste lid vindt plaats per telefoon, per marifoon op het daarvoor bestemde kanaal of per e-mail.

     

Artikel 3.10 Maatregelen bij ijsgang of dichtgevroren water

Bij ijsgang of dichtgevroren water in de haven is de gezagvoerder verplicht, als hij met zijn vaartuig een ligplaats wenst in te nemen of te verlaten, dan wel een aanwijzing van de havenmeester daartoe ontvangt, voor zijn rekening en risico zo nodig het ijs te breken of een sleepboot te gebruiken. Het is verboden zonder toestemming van het havenmeester met een vaartuig in een haven of langs een steiger, kade of laad- en losplaats ijs te breken.

 

Artikel 3.11 Overslagwerkzaamheden van vaartuig naar vaartuig

  • 1.

    Overslagwerkzaamheden van droge ladingvaartuig naar droge ladingvaartuig mogen alleen plaatsvinden na toestemming van de havenmeester.

  • 2.

    Overslagwerkzaamheden van tankvaartuig naar tankvaartuig mag alleen plaatsvinden na toestemming van de havenmeester.

     

Artikel 3.12 Gebruik van (verkeers)objecten

Het is verboden om voor het afmeren bestemde voorwerpen en objecten zoals meerpotten, haalkommen, bolders, palen etc. en ander in de haven aanwezige objecten (bijvoorbeeld drenkelingenladders) voor een ander doel te gebruiken dan waarvoor zij bedoeld zijn.

 

Artikel 3.13 Gedoogplicht ligplaats vaartuigen voor bedrijven

  • 1.

    Elk bedrijf dat aan een haven is gevestigd, moet toestaan dat vaartuigen aan de aan zijn vestiging grenzende kade of oever ligplaats nemen, als dat door de havenmeester als noodzakelijk wordt geoordeeld.

  • 2.

    Wanneer meerdere vaartuigen moeten laden en/of lossen bij naast elkaar gelegen bedrijven, dan wordt begonnen met het eerst aangemeerde vaartuig.

  • 3.

    Als bij het vaartuig, als bedoeld in het tweede lid, het laden en/of lossen wordt gestaakt, dan moet dit vaartuig plaats maken voor het wachtende vaartuig.

     

§ 4 Veiligheid en bescherming van het milieu

Artikel 4.1 Veilige toegang

Een afgemeerd vaartuig beschikt over een toegang welke geen gevaar of schade aan personen kan veroorzaken.

 

Artikel 4.2 Verbod gebruik hoofdmotor en generatoren

  • 1.

    Het is verboden op een afgemeerd vaartuig de hoofdmotor in werking te hebben, met uitzondering van direct voor vertrek van het vaartuig.

  • 2.

    Het is een gezagvoerder verboden gebruik te maken van scheepsgeneratoren indien gebruik kan worden gemaakt van een aanwezige walaansluiting voor stroomgebruik (walstroom).

     

Artikel 4.3 Bunkeren

Het bunkeren van een vaartuig vanaf de wal is alleen toegestaan na melding bij de havenmeester en het gebruik van voldoende veiligheidsvoorzieningen.

 

Artikel 4.4 Afgifte scheepsafval

  • 1.

    Het is verboden om ander dan huishoudelijk afval te deponeren in de daartoe geplaatste afvalbakken op het haventerrein.

  • 2.

    Spoelwater van ladingrestanten dat conform het “Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart" geloosd dient te worden kan alleen plaatsvinden na aanwijzing van de havenmeester van de betreffende ontvangstvoorziening.

     

Artikel 4.5 Gebruik van ankers

Het is verboden om tijdens het afgemeerd zijn binnen het haventerrein een anker te gebruiken.

 

Artikel 4.6 Gebruik van spudpalen

Het is verboden een spudpaal te gebruiken, tenzij dit geschiedt in overeenstemming met ter plaatse aangebrachte verkeerstekens en nadere aanduidingen als bedoeld in artikel 2.1.

 

Artikel 4.7 Verrichten van werkzaamheden

Het is verboden om zonder toestemming van de havenmeester werkzaamheden te (laten) verrichten aan, buitenboord of onder een vaartuig of aan een voorwerp aan boord van een vaartuig, tenzij de Wet Milieubeheer van toepassing is.

 

Artikel 4.8 Ontsmetten van vaartuigen

  • 1.

    Het is verboden een vaartuig of de lading te ontsmetten door het te behandelen met gassen of stoffen die gassen afstaan.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is het verboden een vaartuig, geladen met los gestorte bulklading in vaste vorm die is behandeld met gassen of stoffen die gassen afstaan, te ontsmetten, tenzij dit wordt gedaan door een gasmeetdeskundige die in het bezit is van een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 71, tweede en vierde lid, van de Wet gewasbescherming en biociden, en voor het vaartuig een verklaring is afgegeven dat het vaartuig en de lading voldoende vrij zijn van gassen of stoffen.

     

Artikel 4.9 Verontreiniging van lucht; stank, hinder of risico veroorzakende stoffen

Het is verboden stoffen uit een schip te laten ontsnappen, waardoor gevaar, schade of hinder ontstaat of kan ontstaan.

 

§ 5 Handhaving

Artikel 5.1 Strafbepaling

Overtreding van hetgeen is bepaald in deze verordening, wordt bestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

 

Artikel 5.2 Aanwijzingen

  • 1.

    Het college kan bevelen en aanwijzingen geven in het belang van de orde en veiligheid binnen het haventerrein, ter regeling van het scheepvaartverkeer en het innemen van ligplaats en ter voorkoming van gevaar, schade of hinder.

  • 2.

    Degene tot wie een aanwijzing is gericht, is gehouden deze onmiddellijk op te volgen.

  • 3.

    De daaruit voortvloeiende kosten zijn voor rekening van degene toe wie de aanwijzing is gericht.

     

Artikel 5.3 Toezichthoudende ambtenaren

Het college kan aan de havenmeester of aan andere aan te wijzen ambtenaren opdragen:

  • a.

    het toezicht op het haventerrein en de naleving van de bepalingen van deze verordening.

  • b.

    het geven van aanwijzingen en bevelen.

     

Artikel 5.4 Betreden van woonruimten

  • 1.

    Een toezichthouder of opsporingsambtenaar is bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner als het gaat om handhaving van voorschriften in of op grond van deze verordening.

  • 2.

    De bevoegdheid in het eerste lid geldt alleen voor voorschriften die strekken tot handhaving van:

    • a.

      de openbare orde of veiligheid of

    • b.

      de bescherming van het leven of

    • c.

      de gezondheid van personen.

       

§ 6 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6.1 Overgangsrecht

  • 1.

    De Haven- en kadeverordening 2005 (nr. 1866) inwerking getreden op 31 maart 2005, wordt ingetrokken.

  • 2.

    Een op basis van de citeertitel Haven- en kadeverordening 2005 verleende vergunning, ontheffing of vrijstelling geldt als ontheffing of vrijstelling verleend op grond van deze verordening.

     

Artikel 6.2 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van publicatie.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Havenverordening Arnhem 2017.

     

Besluit van: 27 november 2017

De griffier, De voorzitter

Bijlage 1