Ventbeleid 2017

 

1 Inleiding

Op 28 mei 1996 is de Nota Ventbeleid door de raad vastgesteld. Verloop van tijd en wijziging van regelgeving maken dat actualisering van dit beleid noodzakelijk is. Regulering van het venten is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en verkeersveiligheid ook wenselijk. Zeker bij huis-aan-huis verkoop en in druk bezochte gebieden kan het venten tot overlast of tot onveilige situaties leiden.

De in deze beleidsnota opgenomen beleidsregels scheppen een duidelijk kader waarbinnen het venten mag plaatsvinden zodat ongewenste situaties worden voorkomen dan wel dat de negatieve effecten op de woon- en leefomgeving zo veel mogelijk worden beperkt.

1.1 Reikwijdte beleidsnota

Op grond van artikel 5:14 APV wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.

Onder venten wordt niet verstaan:

• het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

• het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten, markten, snuffelmarkten;

• het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats;

• inzamelen van geld en/of goederen (collecteren);

• folderen, flyeren en het uitdelen van gratis samples of proefverpakkingen.

Onderscheid venten en innemen standplaats

Een venter biedt zijn waren voortdurend aan vanaf een andere plaats. Tijdelijk stilstaan in afwachting van klanten is geen venten. Vaste rechtspraak is dat het meer dan 10 minuten stilstaan om klanten af te wachten of te helpen, aangemerkt wordt als het innemen van een standplaats en niet als venten.

Onderscheid venten en collecteren

Het onderscheid tussen venten en collecteren is het volgende . Van venten (of colporteren) is sprake wanneer voor de aangeboden goederen een reële tegenprestatie in de vorm van een vast bedrag wordt gevraagd. In principe worden bij collecteren geen goederen aangeboden, maar gaat het om het inzamelen van geld en goederen. Verkrijgt men een drukwerk of ander goed door een willekeurig bedrag of een vast bedrag dat niet als reële tegenprestatie is aan te merken, in een bus te werpen of te overhandigen als bijdrage voor een duidelijk kenbaar liefdadig of ideëel doel, dan is sprake van een collecte. De goederen worden daarbij slechts ter ondersteuning van die actie uitgereikt. Ook voor het collecteren is een vergunning van de gemeente nodig.

Bij enige twijfel waar men mee te maken heeft, is het aan te raden te vragen naar het legitimatiebewijs en naar een kopie van de vergunning.

1.2 De nota ventbeleid 1996

Het aantal te verlenen ventvergunningen was onder de Nota Ventbeleid 1996 op een maximum van 10 gesteld met daarbij een onderverdeling per branche. Er werden 5 vergunningen verleend voor bloemen en planten, 3 voor ijs en 2 voor snacks. De vergunningen werden verleend per kalenderjaar en golden in beginsel voor de gehele gemeente zonder voorgeschreven routes met uitzondering van het strand en de Koningin Wilhelmina Boulevard. Voor het strand werden geen vergunningen verleend en in de voorschriften van de afgegeven vergunningen werd standaard opgenomen dat venten op de Koningin Wilhelmina Boulevard niet was toegestaan. Tijdens evenementen werden geen ventvergunningen verleend.

1.3 Leeswijzer

Hoofdstuk 1 geeft een inleiding en beschrijft in het kort het huidige ventbeleid, het doel en de reikwijdte van het ventbeleid 2017. Hoofdstuk 2 geeft het wettelijk kader aan dat van toepassing is. In hoofdstuk 3 komt aan de orde welke beleidsuitgangspunten worden gehanteerd bij het verlenen van ventvergunningen en welke voorschriften in ieder geval aan een ventvergunning zullen worden verbonden. Hoofdstuk 4 gaat in op alle overige zaken die een rol spelen bij de uitvoering van het ventbeleid zoals bijvoorbeeld welke gegevens bij een aanvraag om vergunning moeten worden overgelegd, welke regels gelden bij vervanging van de vergunninghouder en aan welke eisen een vergunninghouder moet voldoen. Tot slot is hoofdstuk 5 gewijd aan overige van belang zijnde zaken zoals toekomstige ontwikkelingen, inspraakprocedure, communicatie, evaluatie en de inwerkingtreding van de beleidsregels.

2 Wettelijk kader

Behalve de regels van de APV zijn op het venten ook andere regels van toepassing. Deze regels stellen vanuit andere motieven (te beschermen belangen) eisen aan het venten dan welke op grond van de APV worden gesteld. Een venter moet ook aan deze andere wettelijke vereisten voldoen.

De hierna vermelde verordeningen en wetten kunnen ten aanzien van het innemen van het venten van belang zijn.

2.1 Algemene Plaatselijke Verordening Noordwijk (APV)

Op grond van artikel 5:15 APV is het verboden om te venten zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders (het college). De ventvergunning kan op grond van artikelen 1:8 APV geweigerd worden in het belang van:

o openbare orde;

o openbare veiligheid;

o volksgezondheid;

o bescherming van het milieu;

o verkeersveiligheid.

Het verbod om zonder vergunning te venten is niet in zijn algemeenheid van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. Dit valt immers onder de vrijheid van meningsuiting (artikel 7 Grondwet). Slechts indien hierdoor de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid of de verkeersveiligheid in gevaar komt, is ook het venten met “meningen” verboden. Er is vooraf geen toestemming van de gemeente nodig in de vorm van een vergunning maar de venter die gebruik maakt van zijn vrijheid van meningsuiting dient er wel voor zorg te dragen dat hij de genoemde (algemene) belangen niet schaadt.

2.2 Overige regelgeving

Warenwet

In de Warenwet staat aan welke eisen voedingsmiddelen en andere producten moeten voldoen. Aan de Warenwet zijn besluiten en regelingen toegevoegd zoals bijvoorbeeld regels over het hygiënisch klaarmaken en het etiketteren van levensmiddelen. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert of de regels van voedselveiligheid worden nageleefd. Bij overtreding van de Warenwet kan de NVWA maatregelen nemen.

Handelsregisterwet

Op grond van de Handelsregisterwet dient de venter ingeschreven te staan bij de Kamer van Koophandel. Zonder inschrijving is het niet toegestaan om goederen of diensten te verkopen.

Wegenverkeerswet en de daarop gebaseerde nadere regelgeving

Op grond van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 is het bijvoorbeeld een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.

Burgerlijk wetboek

Het venten van goederen of diensten wordt ook wel “colporteren” genoemd. Voorheen waren de regels die in geval van colportage tussen de handelaar (verkoper) en de consument golden, opgenomen in de Colportagewet.

Sinds 2014 zijn deze regels opgenomen in het Burgerlijk Wetboek (BW, boek 6, afdeling 2b) en is de Colportagewet vervallen. Deze regels beschermen de consument tegen een overrompelingseffect en tegen mogelijke psychologische druk die met colportage gepaard kan gaan vanaf een aankoopbedrag van € 51,00.

Dienstenrichtlijn

De EU-dienstenrichtlijn verplicht EU lidstaten tot het vrijgeven van hun dienstenmarkt, ten gunste van aanbieders uit andere lidstaten. Belemmerende regelgeving is niet toegestaan. Dit geldt ook voor diensten die door een venter worden aangeboden. De Dienstenrichtlijn is voor zover relevant in de APV geïmplementeerd. De Dienstenrichtlijn heeft geen betrekking op het aanbieden van goederen.

3 Venten

In dit hoofdstuk wordt omschreven op welke gronden een ventvergunning kan worden verleend of geweigerd, de begrenzing van het aantal te verlenen ventvergunningen per kalenderjaar, welke algemene beleidsuitgangspunten gelden en welke voorschriften in ieder geval aan een ventvergunning worden verbonden.

3.1 Weigeringsgronden ventvergunning

De hieronder genoemde belangen (weigeringsgronden) zullen zich ook dienen te vertalen in concrete voorschriften die aan een specifieke ventvergunning worden verbonden. Een venter is immers voortdurend in beweging en niet gebonden aan een vaste locatie. Het uitsluitend vooraf toetsen van een aanvraag aan de weigeringsgronden zal om die reden niet kunnen voorkomen dat het venten leidt tot aantasting van één of meer van de belangen (weigeringsgronden) ter bescherming waarvan de vergunningplicht in het leven is geroepen.

De onderstaande criteria zullen voor zover relevant tevens als voorschrift aan de vergunning worden verbonden.

De genoemde criteria zijn niet- limitatief; niet alle mogelijke omstandigheden zijn immers te ondervangen.

Openbare orde en veiligheid

In zijn algemeenheid is sprake van verstoring van de openbare orde en veiligheid indien fysieke inbreuk plaatsvindt op de normale gang van het maatschappelijke leven die onrechtmatige hinder of gevaar oplevert voor de omgeving. In het kader van venten wordt verstoring van de openbare orde vooral aangenomen als sprake is van overlast waarbij de veiligheid en rust in de openbare buitenruimte wordt bedreigd of verstoort. Maar ook kan deze weigeringsgrond een rol spelen ten aanzien van de persoon die de ventvergunning aanvraagt (bijvoorbeeld leeftijd venter, strafblad, eerdere klachten over de wijze van verkopen).

Tevens is het in het belang van de openbare orde toegestaan om het aantal te verlenen vergunningen te beperken. Ook de verdeling van vergunningen over de gemeente kan een belang van openbare orde zijn.

Vanuit het belang van de bescherming van de openbare orde worden de volgende criteria gehanteerd:

• het aantal te verlenen ventvergunningen wordt aan een maximum gebonden;

• geen ventvergunningen worden verleend voor op het strand;

• de te verlenen ventvergunningen worden ten aanzien van de locaties en periodes waarvoor deze worden verleend, evenredig over de gemeente verspreid;

• venten in, op of in de directe nabijheid van een door de gemeente ingestelde markt, gedurende de tijden dat deze plaatsvindt, is niet toegestaan;

• geen ventvergunning wordt verleend voor huis- aan-huisventen voor de zondagen en algemeen erkende feestdagen;

• huis-aan-huis venten is uitsluitend toegestaan op maandag tot en met zaterdag na 10.00 uur en voor 20.00 uur met uitzondering van 5 december, 24 december en 4 mei dan is venten tot maximaal 19.00 u toegestaan;

• venten in de openbare ruimte is uitsluitend toegestaan gedurende de in de Winkeltijdenwet en Winkeltijdenverordening neergelegde verkooptijden;

• huis-aan-huis venten met diensten is uitsluitend toegestaan in de collecte vrije weken van het Centraal Bureau Fondsenwerving die zijn gelegen in de periode van 15 januari tot 15 december. Huis-aan-huis venten geeft immers veel meer overlast dan venten in de openbare buitenruimte. Er is sprake van overrompeling en bij de huis- aan-huis verkoop van diensten door grote, commerciële bedrijven zoals energieleveranciers, telefoon- of internetproviders wordt niet zelden gebruik gemaakt van agressieve verkooptechnieken, getuige het aantal klachten bij de Consumentenbond en consumentenprogramma’s en aandacht die regelmatig wordt besteed aan de regels die de consument hiertegen moeten beschermen.

• venten met producten of diensten die in het normale maatschappelijke verkeer in strijd met de goede zeden wordt bevonden (niet acceptabel volgens de geldende normen en waarden);

• venten met alcohol is niet toegestaan;

• de wijze van venten mag niet leiden tot wanordelijkheden en verstoring van de openbare orde in zijn algemeenheid;

• venten op een evenemententerrein tijdens een evenement waarvoor een evenementenvergunning is verleend, is niet toegestaan tenzij deze activiteit onderdeel uitmaakt van de evenementenvergunning;

• de venter moet 16 jaar of ouder zijn of onder begeleiding en direct toezicht staan van een persoon ouder dan 16 jaar;

• het is niet toegestaan om tijdens het venten door middel van geluid de aandacht van het publiek te trekken anders dan met een bel en/of door middel van de niet versterkte menselijke stem.

Volksgezondheid

Dit belang zal voornamelijk een rol spelen bij de concrete toetsing van een aanvraag en is niet op voorhand uit te werken in nadere criteria waarmee (mede) kan worden bepaald of een ventvergunning wordt verleend of geweigerd. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan overtredingen van de Warenwet.

De nieuwe Voedsel-en Warenautoriteit (NVWA) controleert of de regels van de Warenwet worden nageleefd door vergunninghouders die hoofdzakelijk etenswaren verkopen. Bij overtreding van de Warenwet kan de NVWA maatregelen nemen. De NVWA kan bijvoorbeeld een waarschuwing geven of een bestuurlijke boete opleggen. Aan de hand van rapporten van de NVWA kan een ventvergunning geweigerd worden als het aannemelijk is dat de volksgezondheid in het geding is bij het verlenen van de vergunning.

Het belang van de bescherming van de volksgezondheid kan ook samenvallen met verkeersveiligheid als het gaat om het voorkomen van verkeersslachtoffers. In dit kader worden dezelfde criteria gehanteerd als genoemd onder “verkeersveiligheid”.

Bescherming van het milieu

Het milieubegrip omvat alle soorten van overlast die zijn gerelateerd aan de omgeving/milieu zoals bijvoorbeeld geluidsoverlast, geurhinder, overlast veroorzaakt door stof, afval e.d.

Dit belang zal voornamelijk een rol spelen bij de concrete toetsing van een aanvraag en is niet op voorhand uit te werken in nadere criteria waarmee (mede) kan worden bepaald of een ventvergunning wordt verleend of geweigerd.

Het beperken of voorkomen van dit soort overlast gebeurt dan ook in de vorm van het verbinden van (maatwerk)voorschriften aan de vergunning.

Verkeersveiligheid

Vanuit het belang van de bescherming van de verkeersveiligheid worden de volgende criteria gehanteerd:

• Geen ventvergunning wordt verleend voor het venten in de Hoofdstraat, Vuurtorenplein, Kerkstraat, Rederijkersplein en Bonnikeplein en de Koningin Wilhelmina Boulevard. Doorgaans zijn deze winkelgebieden en de Boulevard druk bezocht en het venten op een drukke boulevard of in drukke winkelstraten zal al snel kunnen leiden tot gevaar voor de verkeersveiligheid (of verstoring van de openbare orde). Als zich eenmaal klanten aanmelden dan zullen nieuwe klanten blijven komen en zal de venter langer stilstaan om zijn waren te verkopen;

• Geen ventvergunning wordt verleend voor het venten op de rijbaan (inclusief vrij liggend fietspad) op wegen waar harder dan 30 km/h mag worden gereden;

• Op het trottoir of in voetgangersgebied is venten uitsluitend toegestaan met door de hand voorgetrokken of gedragen verkoopmiddelen;

• Geen ventvergunning wordt verleend voor etenswaren die ter plekke moeten worden bereid zoals patat en gebakken vis e.d. omdat het verwarmen van olie en het bakken van producten te lang duurt waardoor er al snel geen sprake meer is van venten maar van het innemen van een standplaats waardoor de verkeersveiligheid in gevaar kan komen of de verkeersdoorstroming wordt belemmerd;

3.2 Maximumstelsel en brancheverdeling

Om grip te kunnen houden op ventactiviteiten binnen de gemeente en om ongewenste situaties te voorkomen, is het nodig om het aantal te verlenen vergunningen aan een maximum per branche te binden.

In de loop der jaren is het aantal aangevraagde ventvergunningen gedaald, waarschijnlijk door het feit dat verkooppraktijken steeds meer online plaatsvinden of via geadresseerde reclame (‘direct mail’ of gericht ‘aan alle bewoners van dit pand’), meestal door de postbode bezorgd.

In de afgelopen jaren is gebleken dat er niet meer vraag is naar ventvergunningen dan het onder het oude ventbeleid gestelde maximum aantal te verlenen ventvergunningen. In de praktijk zijn de afgelopen jaren per jaar 2 tot 3 ventvergunningen verleend, voor bloembollen, stroopwafels en ijs. In verband met de in het oude beleid vastgestelde branchering werden aanvragen voor het venten met diensten afgewezen.

Gebleken is tevens dat een maximum aantal van 10 ventvergunningen geen klachten oplevert en dat de vergunningen, op een enkele uitzondering na, steeds aan dezelfde venters worden afgegeven. Het uitgangspunt is dan ook om het zelfde maximumstelsel te hanteren met dien verstande dat voor de uitgifte van ventvergunningen de volgende maxima per branche wordt gehanteerd:

• IJs (3)

• Kant-en-klare eet- en drinkwaren anders dan ijs (3)*

• Bloemen/planten (3)

• Diensten (1)

*het ter plekke bereiden van eet- en drinkwaren is niet toegestaan. Gebruik van open vuur is verboden. Voor het warm houden van etenswaren gelden de (hygiëne)regels van de Warenwet op de naleving waarvan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ziet.

4 Uitvoering ventbeleid

In dit hoofdstuk komen alle (procedurele) aspecten aan de orde die een rol spelen bij de uitvoering van het ventbeleid.

4.1 Aanvraag

Om de aanvraag om ventvergunning goed te kunnen beoordelen, dient het college te beschikken over voldoende informatie. Voor het indienen van een aanvraag bestaat een door het college vastgesteld formulier waarvan verplicht gebruik dient te worden gemaakt. Het formulier is te vinden op de website van de gemeente.

Naast een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier dienen in ieder geval ook de volgende stukken te worden overgelegd:

• kleurenkopie geldig legitimatiebewijs;

• uittreksel Kamer van Koophandel indien sprake is van venten met een commercieel oogpunt;

• duidelijke kleurenfoto’s van het verkoopmiddel waarmee wordt gevent.

Het college kan –indien de aanvraag daartoe aanleiding geeft- aanvullende stukken opvragen.

4.2 Vergunning

Bij de afgifte van ventvergunningen gelden de volgende algemene beleidsuitgangspunten:

• de ontvangen aanvragen worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld;

• ventvergunningen zijn persoonsgebonden en worden uitsluitend aan natuurlijke personen afgegeven met uitzondering van aan plaatselijke verenigingen die statutair in Noordwijk zijn gevestigd, te verlenen ventvergunningen;

• er worden uitsluitend ventvergunningen verleend met een maximale geldigheidsduur van een jaar;

• een ventvergunning wordt na afloop van de geldingsduur niet automatisch verlengd;

• bij blijvend onvermogen om van de ventvergunning gebruik te maken, bij overlijden van vergunninghouder of bij beëindiging van zijn of haar ondernemerschap zoals door bijvoorbeeld pensionering wordt de ventvergunning niet op naam van een ander persoon overgeschreven, ook niet voor de resterende geldigheidsduur van de vergunning;

• bij ziekte, vakantie of andere bijzondere omstandigheden kan de vergunninghouder op zijn/haar schriftelijke verzoek tijdelijk toestemming krijgen van het college om zich te laten vervangen. De periode van vervanging wegens ziekte van de vergunninghouder bedraagt maximaal 6 weken, gerekend vanaf de eerste dag van afwezigheid. Indien ingeval van ziekte de vervanging langer gaat duren dan 6 weken, dan moet de vergunninghouder elke 3 maanden een geneeskundige/medische verklaring overleggen.

• de periode van vervanging wegens vakantie van de vergunninghouder bedraagt maximaal zes weken per kalenderjaar, ongeacht het aantal dagen dat van de ventvergunning gebruik wordt gemaakt.

• wanneer een vergunninghouder zijn verkoopmiddel aan een ander verkoopt, verhuurt of in gebruik geeft, verschaft dat de koper, huurder of gebruiker geen enkel recht op een ventvergunning.

4.3 Voorschriften ventvergunning

Het doel van het stellen van voorschriften is het beperken of voorkomen van negatieve invloed op de woon- en leefomgeving in zijn algemeenheid en het beperken of voorkomen van overlast, gevaarlijke situaties en verstoring van de openbare orde in het bijzonder.

Er worden voorschriften aan een ventvergunning verbonden als de belangen, die op grond van de bij de beslissing op de aanvraag te hanteren toetsingskaders moeten worden afgewogen, dat vergen. Als de te beschermen belangen waarvoor de vergunningplicht in het leven is geroepen niet voldoende kunnen worden geborgd/beschermd door het stellen van zodanige voorschriften, dan wordt de vergunning geweigerd.

Zoals hiervoor in paragraaf 3.1 reeds is opgemerkt, zullen -voor zover relevant- de onder de verschillende weigeringsgronden genoemde criteria als voorschriften aan de vergunning worden verbonden, naast eventuele overige concrete (gedrags) voorschriften.

Aan de vergunning worden in ieder geval, in aanvulling op de voorschriften zoals deze mogelijkerwijs voortvloeien uit de in paragraaf 3.1. genoemde criteria en voor zover relevant, ook de volgende voorschriften verbonden:

• de vergunninghouder mag zich niet laten vervangen tenzij daarvoor door de gemeente toestemming is gegeven;

• er mogen geen andere goederen of diensten worden verkocht dan die daarvoor de vergunning geldt;

• eventuele aanwijzingen van de politie en/of toezichthoudende ambtenaren dienen stipt te worden opgevolgd;

• de verkopers moeten in het bezit zijn van een kopie van deze vergunning en een geldig legitimatiebewijs zodat verificatie van de legitimiteit van de huis-aan-huis verkoop kan plaatsvinden;

• het is niet toegestaan langer dan 10 minuten op dezelfde locatie stil te staan;

• het verkoopmiddel mag tijdens het venten nooit en te nimmer worden losgekoppeld van het voertuig waaraan het verkoopmiddel is gekoppeld;

• het is niet toegestaan om stil te staan op een locatie als daardoor verkeerstekens, verkeerslichten en verkeersborden aan het zicht onttrokken worden;

• het is niet toegestaan stil te staan op een locatie waarbij de gidslijn voor visueel gehandicapten wordt geblokkeerd;

• de doorgang van het verkeer mag niet worden belemmerd; stoppen is uitsluitend toegestaan aan de rechterzijde van de weg.

5 Overige zaken

In dit hoofdstuk komen de overige van belang zijnde zaken in het kader van de in deze beleidsnota neergelegde beleidsregels aan de orde.

5.1 Totstandkoming beleidsnota

Bij de totstandkoming van deze beleidsnota zijn de afdelingen Dienstverlening (team openbare orde en veiligheid), Bestuurszaken en Openbare Werken (team verkeer) betrokken geweest.

5.2 Handhaving

Indien in strijd met de APV, de verleende vergunning en/of de daaraan verbonden voorschriften wordt gevent dan kan daartegen handhavend worden opgetreden. Het handhavingsbeleid van de gemeente Noordwijk is van toepassing.

5.3 Inspraak

Er is besloten af te zien van het verlenen van inspraak bij de voorbereiding van dit Ventbeleid omdat het maximum aantal te verlenen vergunningen per jaar ongewijzigd is gebleven, de wijziging van de branchering ten opzichte van de oude beleidsnota is ingegeven door de bestaande praktijk, veiligheids- en openbare orde aspecten en de Dienstenrichtlijn en de vraag naar ventvergunningen in de gemeente al jaren stabiel en minimaal is. Gelet op het vorengaande is het niet aannemelijk dat het volgen van een inspraakprocedure zal (kunnen) leiden tot het vaststellen van andere beleidsregels ten aanzien van het venten van producten en diensten dan de beleidsregels die in het onderhavige Ventbeleid zijn opgenomen.

5.4 Communicatie

In De Noordwijker en op de gemeentelijke website zal aandacht worden besteed aan de in deze nota neergelegde beleidsregels. Het Ventbeleid wordt op de gemeentelijke website gepubliceerd.

5.5 Evaluatie

Het Ventbeleid zal 5 jaar na inwerkingtreding hiervan worden geëvalueerd.

5.6 Inwerkingtreding

Het Ventbeleid 2017 treedt daags na bekendmaking hiervan in werking.

 

Noordwijk, 17 januari 2017

Burgemeester en wethouders van Noordwijk,

de secretaris, de burgemeester,

A.J.C. van der Pol J. Rijpstra

Naar boven