De Beleidsregel matigen boete Participatiewet, Ioaw en Ioaz Schagen 2017

 

 

Het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Schagen:

gelet op de artikelen artikel 2aa lid 1, 2aa lid 2 en 3 en 2a lid 2 onder d van het Boetebesluit en de artikelen 18a lid 3 en 4 en 17 van de Participatiewet

besluit: vast te stellen de Beleidsregel matigen boete Participatiewet, Ioaw en Ioaz Schagen 2017

Artikel 1. Betekenisbepaling

  • 1.

    Begrippen die in deze beleidsregel voorkomen en niet nader worden toegelicht, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (P-wet), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz), het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 2.

    In deze beleidsregel wordt verwezen naar de artikelen in de P-wet. Omwille van de leesbaarheid is er voor gekozen om niet te verwijzen naar de Ioaw en de Ioaz. De artikelen in die wetten zijn qua inhoud gelijk aan die in de P-wet. Deze beleidsregel is dus eveneens van toepassing en bruikbaar voor die wetten.

Artikel 2 Waarschuwing in plaats van boete bij eerste schending inlichtingenplicht(Boetebesluit artikel 2aa lid 1 en P-wet artikel 18a lid 3 en 4)

Wij geven een waarschuwing in plaats van een boete als de schending van de inlichtingenplicht niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag en als het benadelingsbedrag lager is dan € 150,00. Wij leggen een boete op van ten hoogste € 150,00 als het niet reageren en/of niet verstrekken van inlichtingen tot gevolg heeft dat de uitkering beëindigd wordt, omdat het recht niet meer is vast te stellen.

Artikel 3 Waarschuwing in plaats van boete voor zelfmelders(Boetebesluit artikel 2aa lid 2 en 3)

Wij geven een waarschuwing in plaats van een boete indien belanghebbende binnen 60 dagen na de dag dat hij de inlichtingenplicht onverwijld had moeten nakomen, uit eigen beweging de inlichtingenplicht nakomt.

Artikel 4 Verminderde verwijtbaarheid in geval van stilzitten bestuursorgaan (Boetebesluit artikel 2a lid 2 onder d)

In geval wij niet tijdig reageren na ontvangst van gegevens die kunnen leiden tot een benadelingsbedrag, wordt het benadelingsbedrag voor berekening van de boete beperkt tot het bedrag dat teveel zou zijn betaald als er wel tijdig was gereageerd.

Artikel 5 Onverwijld doorgeven van inlichtingen

Onder het begrip “onverwijld” mededeling doen van alle feiten en omstandigheden – zoals genoemd in artikel 17, eerste lid, van de P-wet – wordt verstaan dat de feiten en omstandigheden binnen 7 werkdagen na de datum van wijziging moeten worden doorgegeven.

Artikel 6 Niet verstrekken van inlichtingen bij het indienen van de aanvraag

  • 1.

    Als bij het indienen van de aanvraag gegevens niet worden geleverd, maar binnen de gegeven hersteltermijn wel worden geleverd, wordt geen waarschuwing of boete gegeven, omdat niet verwacht kan worden dat aanvrager precies op de hoogte is van de gegevens die geleverd moeten worden en er daardoor geen grond is voor het opleggen van een boete.

  • 2.

    Als achteraf - na toekenning van de uitkering - blijkt dat er gegevens zijn verzwegen of onjuiste gegevens zijn verstrekt bij het indienen van de aanvraag, wordt een waarschuwing of boete opgelegd.

Artikel 7 Verstrekken van inlichtingen tijdens de uitkering

  • 1.

    Inlichtingen die door belanghebbende mondeling, telefonisch of schriftelijk worden doorgegeven aan een medewerker van het wijkteam en/of een medewerker die zich bezighoudt met de uitvoering van de Participatiewet, worden aangemerkt als “te zijn ontvangen”.

  • 2.

    De gemeente is er voor verantwoordelijk dat de informatie terecht komt bij de afdeling en/of medewerker die verantwoordelijk is voor de verwerking en/of aanvulling van de informatie.

  • 3.

    In de situatie als bedoeld in lid 1 van dit artikel is er geen grond voor het opleggen van een boete, omdat er geen sprake is van schending van de inlichtingenplicht. Wel kan er sprake zijn van terugvordering van teveel verstrekte bijstand op grond van artikel 58 lid 2 van de P-wet.

Artikel 8 Te laat verstrekken van inlichtingen in het kader van rechtmatigheidsonderzoek tijdens de uitkering

  • 1.

    Voor het na afloop van de hersteltermijn reageren en/of het verstrekken van inlichtingen na afloop van de hersteltermijn en voordat de uitkering wordt beëindigd, wordt een waarschuwing of boete opgelegd rekening houdend met artikel 18 a lid 3 en 4 van de P-wet en artikel 2 van deze beleidsregel.

  • 2.

    Het alsnog reageren na afloop van de hersteltermijn is geen spontane melding zoals bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregel.

Artikel 9 Schending van de inlichtingenplicht over bijstand voor de kosten van levensonderhoud die op grond van de Bbz worden verstrekt in de vorm van een lening

Voor het niet tijdig of niet inleveren van de administratie, bedoeld in artikel 38 lid 2 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), wordt een waarschuwing opgelegd of boete van ten hoogste € 150,00.

Artikel 10 Inwerkingtreding en intrekking

  • 1.

    De Beleidsregel matigen boete Participatiewet, Ioaw en Ioaz Schagen 2017 treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot 01 januari 2017.

  • 2.

    De Beleidsregel matigen boete P-wet (WWB tot 01-01-2015), Ioaw, Ioaz en Bbz 2004 Schagen 2015 (2e versie) komt te vervallen met ingang van 01-01-2017.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen op 7 februari 2017

Burgemeester en wethouders voornoemd,

de secretaris, de burgemeester,

N.Swellengrebel M.J.P. van Kampen-Nouwen

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2

De maximale boete van € 150,-- wordt verlaagd als er omstandigheden bekend zijn op grond waarvan de boete gematigd kan worden.

Artikel 4

Het bedrag van de boete is gelijk aan het benadelingsbedrag. Dat is het bedrag dat ten onrechte, te veel aan bijstand is ontvangen. In artikel 4 is bepaald dat er geen boete wordt opgelegd over de periode dat er door toedoen van de organisatie te veel aan bijstand is betaald. Voorbeeld: belanghebbende heeft vanaf 15 april inkomsten. Geeft dat niet op met de inkomstenverklaring over april. Op 10 mei ontvangen wij signaal van het Inlichtingenbureau dat er inkomsten zijn. Dat signaal moet binnen een week worden opgepakt. Uiterlijk 17 mei. Hiermee kan voorkomen worden dat ook over mei teveel wordt betaald. Als dit signaal niet op tijd wordt opgepakt, is de boete gelijk aan het bedrag dat te veel betaald is over de periode van 15 april tot 17 mei. De teveel betaalde uitkering na 17 mei wordt teruggevorderd, maar is geen grondslag voor de boete.

Artikel 5

In de wet staat dat inlichtingen “onverwijld” moeten worden doorgegeven. Het begrip ‘onverwijld’ is voor meer dan één uitleg vatbaar. Voor het inleveren van inkomstenverklaringen zijn er duidelijke afspraken over wat ‘op tijd’ is. Vanaf 01-07-2014 verstaan wij voor het overige onder ‘op tijd’ dat inlichtingen binnen 7 werkdagen na datum wijziging moeten worden doorgegeven. Gaat belanghebbende op 14 mei (woensdag) aan het werk dan moet het mutatieformulier vóór zaterdag 25 mei worden ingeleverd. Er is een factsheet met informatie over de inlichtingenplicht gemaakt. Die wordt aan alle nieuwe uitkeringsgerechtigden meegegeven. Aan het zittende bestand is deze factsheet eenmalig toegestuurd.

Artikel 6

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht heeft de aanvrager de kans om de aanvraag aan te vullen en vervolgens is het aan het bestuursorgaan om te beoordelen of de aanvraag kan worden afgehandeld op grond van de geleverde gegevens. Zijn de gegevens niet voldoende, dan wordt de aanvraag of afgewezen of buiten behandeling gesteld.

Artikel 7

De kwaliteit van de bedrijfsvoering van de gemeente en de informatieplicht van de uitkeringsgerechtigden aan de gemeente zijn communicerende vaten. Bij kwaliteit van de bedrijfsvoering gaat het om de kwaliteit van voorlichting aan bestaande en potentiële uitkeringsgerechtigden en de wijze waarop de verstrekte inlichtingen adequaat worden verwerkt.

Artikel 8

Strikt genomen is het feit dat een hersteltermijn nodig is, al reden voor het opleggen van een waarschuwing. Deze waarschuwing is niet uit te leggen aan de belanghebbende, omdat hij immers alsnog gereageerd heeft. Bovendien zou het opleggen van waarschuwingen, qua beschikbare formatie, niet uitvoerbaar zijn.

Artikel 9

Het ministerie adviseert om deze schending van de inlichtingenplicht als nul fraude te beschouwen. De terugbetalingsverplichting van de verstrekte bijstand bestond al, alleen de grondslag voor terugbetaling wijzigt van leenbijstand in een terugvordering. Het bedrag zelf wijzigt niet.

Naar boven