De burgemeester van de gemeente Nijmegen
d.d. 07 december 2017
Gelet op
Artikel 151c Gemeentewet en artikel 2.8.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening
Overwegende dat
het in het kader van het belang van de handhaving van de openbare orde tijdens uitgaansavonden en de veiligheid van het uitgaanspubliek, centrumbewoners en andere gebruikers van de Molenstraat noodzakelijk is gebleken een structurele vorm van cameratoezicht, gebaseerd op de bevoegdheid van artikel 151c Gemeentewet, in te zetten;
het daarnaast in het belang van de handhaving van de openbare orde en veiligheid in verband met de langdurige en structurele overlast van dealers in de omgeving Tweede Walstraat , Vlaamsegas en Eilbrachtstraat noodzakelijk is gebleken een structurele vorm van cameratoezicht, gebaseerd op de bevoegdheid van artikel 151c Gemeentewet, in te zetten;
in de gezagsdriehoek op 7 december 2017 het overleg met de officier van justitie zoals bedoeld in artikel 151c lid 3 heeft plaatsgevonden over de periode dat het daadwerkelijk gebruik van de camera’s plaatsvindt en over de uitkijktijden;
het cameratoezicht in de hierna genoemde gebieden voldoet aan de eisen die artikel 151c van de Gemeentewet stelt aan het instellen van cameratoezicht (bijvoorbeeld kenbaarheid van cameratoezicht, proportionaliteit, subsidiariteit);
in de brief van 7 december 2017 aan de Gemeenteraad van Nijmegen de motivering en de gemaakte afwegingen die ten grondslag liggen aan dit besluit nog nader toegelicht worden;
er gelet op de geconstateerde openbare ordeverstoringen op de aan te wijzen locaties gekozen wordt voor een 24-uurs opnameregime en een op de situatie toegesneden uitkijktijdenregime.