Gemeenteblad van Brummen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BrummenGemeenteblad 2017, 217559Beleidsregels



Integrale nota ‘ondersteuning van mensen met een laag inkomen en/of financiële problemen’ (2018 t/m 2021)

 

RB17.0051

 

De raad van de gemeente Brummen;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 3 oktober 2017 met kenmerk BW17.0539;

gehoord het behandeladvies van het forum Samenleving van 9 november 2017;

 

heeft besloten: 

De Integrale nota ‘ondersteuning van mensen met een laag inkomen en/of financiële problemen’ vast te stellen.

 

Inwerkingtreding

Deze nota treedt in werking op 1 januari 2018.

 

Integrale nota ‘ondersteuning van mensen met een laag inkomen en/of financiële problemen’ (2018 t/m 2021)

Deze nota schets een kader voor ondersteuning van minima en de aanpak rondom schuldhulpverlening

 

1. Integraal armoedebeleid en kaders

Inzet op armoedebestrijding is van groot belang om het welzijn van onze inwoners te vergroten. Financiële problemen of armoede staan niet op zichzelf en staan ontwikkeling en participatie in de weg. Het werkt door in andere leefgebieden zoals de zorg voor de kinderen, schaamte, verminderd werkplezier, slechter wordende gezondheid door verhoging van stress en verlaging van draagkracht. Daarom benaderen we armoedeproblematiek in Brummen integraal met deze nota ‘ondersteuning van mensen met een laag inkomen en/of financiële problemen’. Deze nota is een opvolger van de nota’s ‘minimabeleid’ en ‘schuldhulpverlening’.

Deze nota is een kadernota met twaalf uitgangspunten die de raad vaststelt. Deze uitgangspunten geven een duidelijke visie en richting in waar we in Brummen de aankomende jaren op inzetten en waarom. Hoe de praktische uitvoering wordt gerealiseerd, wordt opgenomen in de uitvoeringsplannen ‘minimaregelingen’ en ‘schuldhulpverlening en inkomensbeheer’. Deze stelt het college vast.

 

1.1 Wettelijk kader

Het wettelijk kader voor deze nota ligt in:

- de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs),

- de Participatiewet en

- de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo).

 

Wgs

De Wgs is een kaderwet die bestaat sinds 2012. Deze wet verplicht het college verplicht het college om minimaal eens in de vier jaar een nota schuldhulpverlening vast te stellen. Daarin dient speciale aandacht voor preventie en de aanpak van armoede onder kinderen te zijn.

 

Participatiewet

De opgave aan gemeenten is om mensen te ondersteunen in het maximaal participeren op de arbeidsmarkt. Ook mensen met een (tijdelijke) arbeidsbeperking behoren tot deze groep. Om maximaal te kunnen participeren/werken is realisatie van een aantal randvoorwaarden nodig, waaronder een aantal op financieel vlak.

 

Wmo

Vanuit de Wmo zijn gemeenten verantwoordelijk om mensen te ondersteunen in zelfredzaamheid en participatie. Een belangrijke taak van de gemeente is om mensen zo veel mogelijk zelf in staat te stellen regie over hun leven te kunnen (blijven) voeren. Voor de groep mensen met een relatief laag inkomen, draagt de minima-ondersteuning hier aan bij.

 

1.2 Programmadoelen

De programmadoelen van het coalitieakkoord zijn leidend voor het te vormen beleid en daaruit vloeiende uitvoering. De voorliggende nota is ondersteunend in het behalen van 7 van de 9 doelstellingen. Per programmadoel is kort uiteengezet waar deze nota een bijdrage levert aan het behalen van deze doelen.

 

Doelstelling 1: De vraag van de inwoner en versterking van de zelfredzaamheid en eigen regie staat centraal

De versterking van eigen regie en zelfredzaamheid staat in deze nota centraal. Daar dragen we aan bij door de ondersteuning laagdrempelig te maken een algemene voorziening schuldhulpverlening vorm te geven en in te zetten op voorlichting en communicatie van de ondersteuningsmogelijkheden.

 

Doelstelling 2: We bieden integrale zorg en ondersteuning volgens het uitgangspunt 1 gezin 1 plan 1 regisseur en het leefringenmodel

Financiële problematiek of schaarste staat in de basis niet op zichzelf. Daarom is het van belang om bij financiële schaarste en problematiek verder te kijken dan de financiële hulpvraag die een inwoner heeft. Met dit beleidsplan brengen we, in tegenstelling van de voormalige aanpak, de manier van werken binnen de schuldhulpverlening volledig in lijn met het leefringenmodel. Ook de aanpak ‘1 gezin, 1 plan, 1 regisseur’ wordt in de praktijk en het proces doorgevoerd waarin het Team voor Elkaar een belangrijke rol heeft.

 

Doelstelling 4: Minder gebruik van individuele en maatwerkvoorzieningen

We zetten in op het zoveel mogelijk behouden danwel aanleren van competenties die mensen nodig hebben om zelf op een verantwoorde manier hun geldzaken en administratie te verzorgen. Preventie en vroegsignalering spelen daarin een belangrijke rol. Om zoveel mogelijk te voorkomen dat maatwerkvoorzieningen nodig zijn, is een algemene voorziening nodig waar mensen met vragen over geld en/of administratie terecht kunnen. Daarmee bieden we een lage drempel en krijgt een inwoner snel en adequaat de faciliteiten en/of ondersteuning geboden die nodig zijn. Van een dergelijke algemene voorziening gaat een signalerende en preventieve werking uit om problematische schulden te voorkomen of in een vroeg stadium aan te kunnen pakken.

 

Doelstelling 5: We verbeteren de samenwerking tussen stakeholders in de zorg en de samenredzaamheid in de samenleving

Als we integraal willen werken, is effectieve en efficiënte samenwerking een middel wat daar aan bijdraagt. Daar zijn de professionals, maar ook de betrokken inwoners hard voor nodig. Waar het de schuldhulpverlening betreft zijn dit primair de medewerkers en vrijwilligers van het BAC (Budget Advies Centrum), de uitvoerder van de schuldregelingen en het team voor Elkaar. Maar ook de verslavingszorg, de woningcorporatie, grote schuldeisers, inkomensbeheerders en zorginstellingen hebben in dit proces een belangrijke rol.

 

Doelstelling 7: Ieder kind kan gezond en veilig opgroeien en zich ontwikkelen tot een inwoner die vanuit eigen kracht naar vermogen volwaardig participeert in onze samenleving

Kinderen die opgroeien in armoede hebben een driemaal grotere kans op financiële problemen als zij volwassen zijn, dan leeftijdsgenoten. Inzet op kinderen en ondersteunen van hun participatiemogelijkheden, zijn zowel curatief als preventief van groot belang. Zij kunnen zich niet optimaal ontwikkelen zonder extra ondersteuning. Door hen enerzijds te ondersteunen in zaken die de ouders zich financieel niet kunnen veroorloven en anderzijds competenties aan te leren die zij nodig hebben om in de toekomst verantwoord met geld om kunnen gaan, vervullen we in Brummen onze gemeentelijke rol.

 

Doelstelling 8: We versterken de positieve gezondheidsbeleving van inwoner

Financiële problemen en schaarste zorgen voor stress. Dat is niet los te zien van gedrag, participatiemogelijkheden en gezondheid. Recent onderzoek toont aan dat ruim 30% van de uitkeringsgerechtigden (mensen met weinig financiële middelen) psychische hulp heeft. Dat is driemaal zo hoog als onder de werkenden. De uitkeringsgerechtigden gezamenlijk zijn verantwoordelijk voor ruim 58% van de zorgkosten in Nederland. Daarom is minima-ondersteuning gericht op gezondheid en een positieve beleving daarvan essentieel.

 

Doelstelling 9: We voeren de taken voortkomend uit de Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet en Participatiewet uit binnen het totaal beschikbare budget van het Rijk

Voor de taken uit deze nota is geen geoormerkt Rijksbudget beschikbaar. Financiering komt ten laste van de algemene middelen. Er zijn zorgvuldige keuzes gemaakt waarin naast kwaliteit ook de financiële lasten een belangrijke rol spelen. Daarin is voornamelijk gekeken naar het beoogde effect en de mate van efficiëntie, afgewogen tegen (uitvoerings)kosten.

 

1.3 Wanneer zijn we tevreden

In Brummen hebben we een hoog ambitieniveau. We vinden het belangrijk dat zowel kwalitatief als kwantitatief de minima-ondersteuning en schuldhulpverlening goed functioneren. Onderstaande prestatie-indicatoren geven een beeld van de resultaten die we minimaal willen behalen. Wanneer zij aan het eind van deze beleidsperiode behaald zijn, zijn we tevreden.

  • 1.

    De minimaregelingen voor huishoudens en volwassenen met een inkomen tot 110% van de geldende bijstandsnorm worden door minimaal 75% van de doelgroep benut.

  • 2.

    In het rechtmatig gebruik van de kindregelingen zien we een verhoging van minimaal 5%.

  • 3.

    Het gebruik van de algemene voorziening schuldhulpverlening stijgt jaarlijks met minimaal 10%.

  • 4.

    We bereiken met schuldhulpverlening minimaal 2,5% meer van onze inwoners dan landelijk gemiddeld.

  • 5.

    Meer gebruik van schuldhulpverlening tot een stijging van 10% wordt binnen de budgetbegroting opgevangen.

  • 6.

    Minimaal 90% van de aanmeldingen en intakes schuldhulpverlening worden binnen de door de Nvvk gestelde termijnen afgerond.

  • 7.

    Er zijn in de uitvoering samenwerkingsverbanden gerealiseerd met niet-gemeentelijke initiatieven.

  • 8.

    Zowel het Team voor Elkaar als het BAC en de uitvoerder van de schuldregelingen beoordelen de onderlinge samenwerking met minimaal het cijfer 7.

     

2. Uitgangspunten

 

De uitgangspunten in deze nota zijn het fundament voor de onderliggende uitvoeringsplannen die het college vaststelt. Waar we op inzetten en waarom is het kader waar de raad over beslist en met deze nota vaststelt. De uitvoeringsplannen die invulling geven aan hoe en door wie de inzet wordt verzorgd, stelt het college vast en worden jaarlijks geëvalueerd.

 

2.1 Beleidsoverkoepelend
Uitgangspunt 1: De inkomensgrens voor minimaregelingen is drieledig van 110% tot 150% van de geldende bijstandsnorm

We onderscheiden 3 categorieën:

  • Gezins- en volwassenenregelingen 110% geldende bijstandsnorm

  • Kindregelingen 120% geldende bijstandsnorm

  • Gemeentepolis 150% geldende bijstandsnorm

 

Toelichting

Ten opzichte van voorgaand beleid is een derde categorie toegevoegd, de inkomensnorm voor kindregelingen. Die is verhoogd van 110% van 120%. Hiermee verhogen we de doelgroep kinderen in een tweeoudergezin met van 3,4% naar 4,3% en de doelgroep kinderen in een eenpersoonshuishouden van 42,4% naar 47,5%. Dat komt neer op een totale verbreding van de doelgroep van ruim 400 naar bijna 500 kinderen, ongeveer 20%. Dit wordt bekostigd uit de meerjarig extra middelen vanuit het Rijk om armoede onder kinderen te bestrijden. Via het inwonerspanel is uitgevraagd of het verhogen van de inkomensgrens een goede manier zou zijn om dat te doen. Daar is, naast de invoer van meer regelingen, overwegend positief op gereageerd.

 

Uitgangspunt 2: Inwoners met problematische schulden kunnen, ondanks de hoogte van het inkomen, gebruik maken van de ondersteuningsregelingen voor minima

Er moet voldaan worden aan de voorwaarden van een laag inkomen. Een laag inkomen wordt gelijkgesteld met 100% van de geldende bijstandsnorm. Van een laag inkomen is sprake indien:

  • er sprake is van problematische schulden conform de richtlijn van de Nvvk (Nederlandse vereniging voor sociaal bankieren, brancheorganisatie schuldhulpverlening,

  • er een actief schuldhulpverleningstraject is bij het BAC en/of een bij de NVVK aangesloten organisatie, danwel een begeleid voortraject daarvan geïndiceerd door het TvE, en

  • het feitelijk besteedbaar inkomen aantoonbaar gelijk is aan of lager dan het vrij te laten bedrag (relatief maximaal 95% van de bijstandsnorm), vastgesteld conform de Recofa methode.

 

Toelichting

Op het moment dat er sprake is van financiële schaarste, staan in de te nemen financiële beslissingen de eerste levensbehoeften en behoeften op korte termijn centraal. Dat komt participatie in de samenleving, ontspannen vrijetijdsbesteding en het vinden van werk niet ten goede. Door inwoners met problematische schulden die werken aan een oplossing toegang te geven tot de ondersteuningsregelingen voor minima, kunnen ook zij zo volwaardig mogelijk deelnemen in de samenleving.

 

Uitgangspunt 3: We zetten erop in dat zo veel mogelijk mensen die recht hebben op de voorzieningen hier gebruik van maken

Onder voorzieningen wordt verstaan:

  • ondersteuningsregelingen voor minima

  • schuldhulpverlening (preventief en curatief)

 

Toelichting

Het gebruik van de ondersteuningsregelingen in 2016 voor minima was in Brummen 5% hoger dan het landelijk gemiddelde van 65%, namelijk 70%. De schuldhulpverlening is ingeschat als gelijk aan het landelijk gemiddelde. Dat laatste is zorgelijk, wetende dat slecht 11% van de mensen die problematische schulden zich tot de schuldhulpverlening wendt. Financiële schaarste werkt op alle leefgebieden door binnen een huishouden of gezin. Daarom is de noodzaak groot om te focussen op het bereiken van zo veel mogelijk inwoners die recht hebben op ondersteuningsregelingen voor minima en schuldhulpverlening. De gemeente heeft hierin een belangrijke voorlichtende rol en een taak om de voorzieningen zo toegankelijk mogelijk te maken.

 

Uitgangspunt 4: We houden de uitvoeringskosten zo laag mogelijk

Toelichting

Bij de inzet van middelen zijn kosten en personele inzet voor de uitvoering onvermijdelijk. Die kosten houden we beperkt, door er voor te zorgen dat de middelen die we inzetten bijdragen aan de doelen. Dat betekent dat we alert zijn in hoe we de financiën besteden, we de uitvoeringskosten beperkt houden en we scherp zijn op externe middelen waar aanspraak op gemaakt kan worden. Waar mogelijk zoeken we de samenwerking met niet-gemeentelijke-initiatieven om elkaar hierin te versterken.

 

2.2 Minima-ondersteuning
Uitgangspunt 5: Minimaregelingen richten zich op het verhogen van (financiële) draagkracht, participatie, gedrag en/of gezondheid

Toelichting

Het doel van de gemeentelijke inzet is om het versterken van eigen kracht en zelfredzaamheid van de kwetsbare inwoner te stimuleren. Dit doen we door de ondersteuning in te zetten ter bevordering van draagkracht en participatie in de samenleving, het aanleren van vaardigheden en gedrag rondom financiële zelfredzaamheid en de inwoner in staat te stellen te werken aan de gezondheid.

 

De minimaregelingen voor huishoudens/volwassenen met inkomens tot 110%

 

Bijdrage diftar en rioolheffing

Huishoudens die niet meer dan het lokale gemiddelde de afvalcontainers ter leging aanbieden, ontvangen een bijdrage van 100%. Indien meer dan gemiddeld de afvalcontainers geledigd worden, betaalt de inwoner de meerkosten.

 

Persoonlijk stimuleringsbudget

Eens per kalenderjaar kan iedere volwassene een persoonlijk budget aanvragen ten behoeve van sport-, cultuur, of participatiedoeleinden die in dat jaar is of wordt besteed. Het budget bedraagt maximaal

€ 180,- en wordt verstrekt in natura of op declaratiebasis.

 

Lidmaatschap bibliotheek

Iedere volwassene heeft gratis toegang tot een lidmaatschap van de bibliotheek.

 

De minimaregelingen voor kinderen met inkomen van de ouder(s) /verzorger(s) tot 120%

 

Zwemdiploma A en B

Ieder kind vanaf 4 jaar kan zwemdiploma A en daarop volgend diploma B behalen. Kinderen die onvoldoende mee kunnen met de reguliere zwemlessen, krijgen via een maatwerkvoorziening na toetsing van het TvE toegang tot aangepaste lessen.

 

Sport , muziek en/of cultuur

Ieder kind vanaf 4 jaar kan gratis lid worden of blijven van één sport-, muziek en/of cultuurvereniging. De vereniging club ontvangt een tegemoetkoming van maximaal € 120,- per jaar. De gemeente vergoedt niet meer dan de kosten van een regulier lidmaatschap.

 

Fashioncheque

Ieder kind die woonachtig is in een gezin/huishouden die gebruik maakt van minimaal één ondersteuningsregeling, ontvangt jaarlijks een Fashioncheque. De waarde van de cheque is € 50,- voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar en € 75,- voor kinderen van 13 tot 18 jaar.

 

Winterbon

Ouders die gebruik maken van minimaal één ondersteuningsregeling, ontvangen jaarlijks per kind aan het eind van het kalenderjaar de winterbon ter waarde van € 75,-. Deze is te besteden bij aangesloten lokale ondernemers of stichtingen.

 

Ouderbijdrage basisschool

Ouders die gebruik maken van minimaal één ondersteuningsregeling, ontvangen jaarlijks per kind van 4 tot en met 12 jaar een voucher voor de (vrijwillige) ouderbijdrage. Deze bon kunnen de ouders bij de basisschool binnen de gemeentegrenzen van Brummen inleveren, waarna de gemeente de school € 35,- vergoedt. Het eventuele restant neemt de school voor haar rekening.

 

Bijdrage fiets

Ieder kind die in het kalenderjaar van de lagere school overgaat naar het middelbaar onderwijs, kan eenmalig gebruik maken van een fietsvergoeding. De hoogte van de vergoeding is maximaal € 250,- en wordt in natura verstrekt (door het bedrag te betalen aan een lokale fietsenzaak) of op declaratiebasis.

 

Individueel stimuleringsbudget

Voor kinderen van 4 tot 18 jaar heeft het Team voor Elkaar een stimuleringsbudget van in totaal € 2.500,-tot haar beschikking. Het Team voor Elkaar zet naar eigen inzicht dit bedrag in om participatie op individuele gronden te ondersteunen. De bijdrage is gemaximaliseerd op € 250,- per kind. Zo kan bijvoorbeeld een kind op individuele indicatie meedoen aan een buitenlesactiviteit van school.

 

De minimaregeling voor huishoudens met inkomens tot 150%

 

Gemeentepolis (collectieve zorgverzekering)

Iedere volwassene kan zich voor de zorgkosten verzekeren via de gemeentepolis. Kinderen zijn gratis meeverzekerd. Afhankelijk van de hoogte van het inkomen en de pakketsamenstelling, betaalt de gemeente een bijdrage.

 

Uitgangspunt 6: Ondersteuning wordt verstrekt in natura of via een vergoeding op declaratiebasis

Toelichting

We vinden het in Brummen belangrijk dat de bestede middelen zo veel mogelijk rechtmatig worden verstrekt en besteed aan het daarvoor bestemde doel. Tegelijkertijd vinden we het als gemeente heel belangrijk dat de ondersteuning aansluit bij de behoefte en inwoners in staat worden gesteld zelf keuzes te maken en regie te voeren. Daarin willen we inwoners zo min mogelijk beperken. Via het inwonerspanel is naar de mening van inwoners gevraagd ten behoeve van het verstrekken van geld aan minima. Het merendeel is hier geen voorstander van. Het heeft de voorkeur om de rekeningen van ondersteuning voor de minima te voldoen. Zo is zeker gesteld dat de inzet ten goede komt aan het beoogde doel. Door de minimaondersteuning bij voorkeur in natura te verstrekken, maar ook de mogelijkheid te bieden om op declaratiebasis de gemeentelijke bijdrage te voldoen, vinden we aansluiting bij de voorkeur van inwoners en de wensen van de doelgroep.

 

Uitgangspunt 7: Breed aanbod aan ondersteuningsregelingen voor kinderen

Onder kinderen verstaan we:

  • Kinderen in de leeftijd 0 tot 18 jaar

  • Feitelijk hoofdverblijf in de gemeente Brummen, ongeacht woonplaats ouders/verzorgers

 

Toelichting

Vanuit de Wgs heeft de gemeente de verplichting om vast te stellen op welke wijze (gezinnen met) minderjarige kinderen in een financieel arme omgeving ondersteund worden. In Brummen doen we dat door, mede met inzet van de extra structurele financiële middelen vanuit het Rijk, een breed aanbod aan ondersteuningsregelingen voor kinderen te bieden. De kaders daarvoor stelt de raad vast onder uitgangspunt 5. De uitvoering stelt het college vast in het uitvoeringsplan minima-ondersteuning.

 

2.3 Schuldenproblematiek
Uitgangspunt 8: De schuldhulpverlening richten we in Brummen in conform het leefringenmodel

Toelichting

Binnen het sociale domein werken we in Brummen conform het leefringenmodel. Bekeken wordt wat de inwoner zelf kan en/of met behulp van zijn sociale omgeving. Biedt dat geen oplossing, dan zijn er algemene voorzieningen waar gebruik van gemaakt kan worden en waar ook dit geen uitkomst biedt, zijn er individuele voorzieningen die op indicatie van het Team voor Elkaar ingezet worden.

Ook voor de schuldhulpverlening sluiten we hierbij aan, in tegenstelling tot voorgaande jaren. Dat wil zeggen dat de schuldhulpverlening bestaat uit een deel algemene voorziening en een deel individuele voorziening waarin het TvE een regierol heeft.

De algemene voorziening richt zich op het toegankelijk en zonder aanvraag of inkomensgrens faciliteren en ondersteunen van lichte financiële en administratieve hulpvragen. Hiertoe behoort ook de inzet van vrijwilligers. Het BAC verzorgt deze taak. De individuele voorziening richt zich op inwoners met problematische schulden voor wie een schuldsaneringstraject nodig is of lijkt. Het Team voor Elkaar heeft hierin een belangrijke taak, evenals het BAC en een gecontracteerd Nvvk-lid.

 

Uitgangspunt 9: Binnen de schuldhulpverlening wordt gewerkt conform de richtlijnen van de Nvvk

Toelichting

De Nvvk is de branchevereniging van schulphulpverlening en sociaal bankieren. De beginselen en werkwijze van de Nvvk zijn in Nederland geaccepteerd, breed bekend en in de basis kwalitatief goed. Daarom is het logisch om hierbij aan te sluiten en met een bij de Nvvk aangesloten partij samen te werken. Binnen de richtlijnen van de Nvvk en haar gedragscode ligt ruimte om aansluiting te vinden bij de lokale behoefte en structuur. De basisbeginselen en maximale doorlooptijden van de Nvvk zijn een goede basis om prestatieafspraken met de contractpartijen op te maken.

 

Uitgangspunt 10: In beginsel worden inwoners niet uitgesloten van schuldhulpverlening

Toelichting

De Wgs stelt dat de gemeente vast moet stellen in welke gevallen inwoners uit worden gesloten van schuldhulpverlening. Hier nemen we in Brummen afstand van. Iedereen die hulp nodig heeft, moet met die hulpvraag ergens terecht kunnen. Waar een oplossing voor de schulden niet haalbaar is, zal gestreefd worden naar de hoogst haalbare stabiliteit. Enkel in uitzonderlijke gevallen wordt een inwoner uitgesloten van schuldhulpverlening voor de maximale duur van 1 jaar.

 

Uitgangspunt 11: Budgetbeheer heeft een zo kort mogelijke looptijd.

Toelichting

Budgetbeheer is een manier om mensen tijdelijk te ondersteunen in het verantwoord beheren van de inkomsten en uitgaven. In Brummen zien we budgetbeheer in beginsel als tijdelijk middel. Het voordeel van budgetbeheer is dat overzicht en stabiliteit wordt gecreëerd. Het nadeel van langdurige inzet van budgetbeheer is dat het de eigen regie en zelfredzaamheid negatief beïnvloedt. Langdurig budgetbeheer wordt alleen ondersteund in het geval dit een voorliggende voorziening voor beschermingsbewind biedt.

 

Uitgangspunt 12: We zetten in op vroegsignalering, preventie en nazorg

Toelichting

Door in te zetten op vroegsignalering, preventie en nazorg zorgen we er voor dat zo veel en zo lang mogelijk inwoners zelf in staat zijn regie op hun eigen leefsituatie te behouden. Dat is een belangrijke uitwerking van het leefringenmodel. Onderzoek wijst uit dat iedere € 1,- aan investering in preventie en nazorg op lange termijn een terugverdieneffect heeft van € 2,40 aan maatschappelijke kosten. Los van het financiële inverdieneffect, is voorkomen per definitie beter dan genezen want schuldenproblematiek geeft een zware belasting op alle leefgebieden. Daar is structurele, maar vooral innovatieve en doelgroepgerichte inzet voor nodig.

 

Dit besluit is genomen tijdens de openbare raadsvergadering van 23 november 2017.

De gemeenteraad van Brummen,

mr. A.P. Leenstra, griffier

A.J. van Hedel, voorzitter