Gemeenteblad van Hilversum

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HilversumGemeenteblad 2017, 214115Overige besluiten van algemene strekking



MANDAATBESLUIT INVORDERING BELASTINGEN 2018, HILVERSUM

 

De ambtenaar belast met de invordering van de gemeentelijke belastingen zijnde de in artikel 231,

tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar van Hilversum;

gelet op het bepaalde in Titel 4, Hoofdstuk XV, Paragraaf 4, van de Gemeentewet, de Invorderingswet 1990 en Hoofdstuk 10, Titel 10.1, afdeling 10.1.1, van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUIT:

I.De uitoefening van de bevoegdheden die hieronder staan vermeld te verlenen aan de

I. daarbij genoemde functionarissen onder de daarbij vermelde specifieke bepalingen.

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

In dit besluit wordt een aantal begrippen gehanteerd, waaronder het volgende wordt verstaan:

  • a.

    mandaat : de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan (de

    mandaatgever) een besluit te nemen in de zin van artikel

    1:3 Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: Awb);

  • b.

    mandaatgever : degene die het mandaat verleent;

  • c.

    gemandateerde : degene die het mandaat ontvangt;

  • d.

    de invorderingsambtenaar : de ambtenaar belast met de invordering van de gemeentelijke belastingen;

  • e.

    belastingen : Belastingen en retributies waaronder leges, rechten en de

BIZ-bijdragen.

Artikel 2

Algemeen

  • 1.

    De invorderingsambtenaar kan mandaat verlenen aan medewerkers van het team Administratieshuis of aan voor de uitvoering van een taak speciaal aangewezen functionarissen. Deze laatsten kunnen ook personen zijn die niet in een ondergeschikte positie tegenover de mandaatgever verkeren.

  • 2.

    Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in dit besluit wordt het daaromtrent gestelde bij of krachtens wetten, besluiten, verordeningen, regelingen, aanwijzingen en richtlijnen, hoe ook genaamd, van Europese, Rijks, provinciale en gemeentelijke wetgevers of andere bestuursorganen in acht genomen.

Artikel 3

Verantwoordelijkheid

De in dit besluit bedoelde bevoegdheden worden door de functionaris aan wie mandaat is verleend, uitgeoefend in naam en onder verantwoordelijkheid van de invorderingsambtenaar.

Artikel 4

Uitgesloten mandaat

  • 1.

    De inning en invordering van de retributies en belastingen als bedoeld in dit besluit zijn niet gemandateerd, tenzij anders vermeld.

  • 2.

    Het afdoen van bezwaar- en (hoger)beroepschriften betreffende de inning en invordering van retributies en belastingen als bedoeld in dit besluit is niet gemandateerd, tenzij anders vermeld.

Artikel 5

Ondertekening

In de ondertekening dient tot uitdrukking te worden gebracht, dat het besluit is genomen krachtens mandaat. Hierbij wordt de volgende formulering aangehouden:

Namens de ambtenaar belast met de invordering van de gemeentelijke belastingen,

en dan de functie en naam van de gemandateerde en zijn of haar handtekening.

Artikel 6

Terinzagelegging en bekendmaking

Mandaatbesluiten worden digitaal ter inzage gelegd in de burgerleeskamer bij de afdeling Publiekszaken, Stadskantoor, Oude Enghweg 23. Ook wordt de mededeling op elektronische wijze bekend gemaakt via de website www.officielebekendmakingen.nl.

Artikel 7

Ondermandaat, het doorgeven van volmacht of machtiging

  • 1.

    Indien en voor zover in dit besluit niet anders is aangegeven, is ondermandaat toegestaan.

  • 2.

    Ondermandatering geschiedt bij schriftelijk besluit door de oorspronkelijke gemandateerde.

    De oorspronkelijke gemandateerde blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van de onder- gemandateerde. Deze ondergemandateerde bevoegdheden worden in een register opgenomen.

    Dit register wordt digitaal ter inzage gelegd in de burgerleeskamer bij de afdeling Publieksza- ken, Stadskantoor, Oude Enghweg 23. Ook wordt de mededeling op elektronische wijze bekend gemaakt via de website www.officielebekendmakingen.nl.

  • 3.

    Ondermandaten worden ter kennis van de invorderingsambtenaar gebracht.

Artikel 8

Parkeerbelastingen

  • 1.

    Aan de directeur van P1 On Street B.V. wordt de bevoegdheid verleend betreffende:

    • a.

      het innen van naheffingsaanslagen parkeerbelastingen.

    • b.

      het innen van de kosten van het aanbrengen en verwijderen van een wielklem.

    • c.

      het opmaken van het proces-verbaal van overbrengen en in bewaring stellen.

    • d.

      het vaststellen van het bedrag van de kosten wielklem en van de overbrenging en bewaring

door middel van het “Besluit kosten wielklem”.

  • 2.

    Aan de directeur van Securitas Nederland wordt de bevoegdheid verleend betreffende:

    • a.

      het aanbrengen en verwijderen van wielklemmen

    • b.

      het innen van de kosten van het aanbrengen en verwijderen van een wielklem

    • c.

      het innen van de naheffingsaanslag die aanleiding gaf tot het aanbrengen van de wielklem.

  • 3.

    Aan de directeur van Bergingsbedrijf Collewijn wordt de bevoegdheid verleend betreffende:

    • a.

      het wegslepen (uitvoeren van de opdracht tot oftewel het feitelijk overbrengen en in bewaring

stellen) van een voertuig.

  • b.

    het innen van de naheffingsaanslag die aanleiding gaf tot het aanbrengen van de wielklem.

  • c.

    het innen van de kosten van het aanbrengen en verwijderen van een wielklem.

  • d.

    het innen van de kosten van het wegslepen (overbrengen en in bewaring stellen) van een

voertuig.

  • e.

    zorg dragen voor de bewaring van een voertuig.

  • f.

    teruggave van het voertuig na betaling van alle bovenstaande kosten.

    • 4.

      Aan de teammanager van het team Toezicht van de afdeling Publiekszaken wordt de bevoegdheid verleend betreffende:

  • a.

    het wegslepen (de opdracht geven tot het overbrengen en in bewaring stellen) van een voertuig.

  • b.

    het in kennis stellen van de kentekenhouder van het overbrengen en in bewaring stellen van

diens voertuig.

  • c.

    het verkopen, het om niet aan een derde in eigendom geven of het vernietigen van een voertuig.

    • 5.

      Aan de marktmeester met BOA bevoegdheid wordt de bevoegdheid verleend betreffende:

      het wegslepen (de opdracht geven tot het overbrengen en in bewaring stellen) van een voertuig dat op de aangegeven verboden parkeertijden op het marktterrein is gezet en de opbouw van de markt belemmert.

    • 6.

      Aan de onbezoldigde gemeenteambtenaren belast met de invordering van gemeentelijke belas-

tingen als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet en werkzaam bij Invorderingskantoor Nederland BV (INVONED) wordt de bevoegdheid verleend betreffende: het na een betekend dwangbevel bij de houder van de penningen in beslag nemen van de verkoop-opbrengst van een in beslag genomen en verkocht voertuig.

7.Aan de (bezoldigde) gemeenteambtenaren belast met de invordering van gemeentelijke belastin-gen als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet en handelend als

de gemeentelijke belastingdeurwaarders wordt de bevoegdheid verleend betreffende: het na een betekend dwangbevel bij de houder van de penningen in beslag nemen van de verkoop-opbrengst van een in beslag genomen en verkocht voertuig.

Artikel 9

Afhandeling verzoeken openbaarheid (gerelateerde) belastinggegevens

Aan de Adviseur(s) III van het team Concernadvisering van de afdeling Interne Advisering wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de beantwoording en afhandeling van verzoeken tot openbaarheid van (gerelateerde) belastinggegevens zoals bijv. Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who).

Artikel 10

Vergunning belanghebbenden parkeren

Aan de teammanager van het team KCC van de afdeling Publiekszaken wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de inning van gelden voor parkeervergunningen belanghebbenden parkeren.

Artikel 11

Retributies afdeling Openbare Ruimte

  • 1.

    Aan de teammanager van het team Administratiehuis van de afdeling Interne Dienstverlening

    wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de inning van marktgelden, havengelden en de leges ten aanzien van de rooi- en ventvergunningen.

  • 2.

    Aan de directeur van Invorderingskantoor Nederland BV (INVONED) wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de invordering van marktgelden, havengelden en de leges ten aanzien van de rooi- en ventvergunningen.

Artikel 12

Retributies en belastingen afdeling Interne Advisering

  • 1.

    Aan de teammanager van het team Administratiehuis van de afdeling Interne Dienstverlening

    wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de inning van leges en de BIZ-bijdragen Gijsbrecht e.o. van deze Afdeling.

  • 2.

    Aan de directeur van Invorderingskantoor Nederland BV (INVONED) wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de invordering van de in het eerste lid genoemde leges.

Artikel 13

Retributies afdeling Publiekszaken

  • 1.

    Aan de teammanager van het team Backoffice van de afdeling Publiekszaken wordt de bevoegd-

    heid verleend betreffende: de inning van deze leges.

  • 2.

    Aan de directeur van Invorderingskantoor Nederland BV (INVONED) wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de invordering van de in het eerste lid genoemde leges.

Artikel 14

Retributies en belastingen afdeling Interne Advisering overige

  • 1.

    Aan de teammanager van het team Administratiehuis van de afdeling Interne Dienstverlening

    wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de inning van de niet jaarlijkse precariobelasting, staangeld voor woonwagens en leges betreffende bestuursstukken, diverse wetten en verordeningen, archief, welstand, Kadaster, milieu en overige stukken en zaken.

  • 2.

    Aan de directeur van Invorderingskantoor Nederland BV (INVONED) wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de invordering van de in het eerste lid genoemde leges.

Artikel 15

Aanhaling en inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit wordt aangehaald als het “Mandaatbesluit Invordering Belastingen 2018”.

  • 2.

    Het besluit treedt in werking op 1 januari 2018 en vervangt het besluit van 6 oktober 2011.

Hilversum, 31 oktober 2017.

de ambtenaar belast met de invordering van de gemeentelijke belastingen,

Mevr. H.E. Coulier-Torsing

TOELICHTING OP HET MANDAATBESLUIT INVORDERING BELASTINGEN 2018

Algemeen

In dit besluit worden twee begrippen frequent gebruikt, te weten: inning en invordering. Hieronder volgt een korte samenvatting van wat daaronder zoal wordt verstaan. Het voert te ver om in het kader van dit besluit uitgebreid op de begrippen in te gaan.

De gemeenteambtenaar die belast is met de invordering van de gemeentelijke belastingen (“de ontvan-ger”) heeft de volgende bevoegdheden:

 het in behandeling nemen van de kwijtscheldingsverzoeken, het berekenen van de betalingscapaciteit en het geven van beschikkingen;

 het verzenden van aanslagbiljetten op grond van artikel 232, eerste lid, van de Gemeentewet (inge- volge artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990), het in ontvangst nemen van betalingen en het opleggen of terugbetalen van invorderingsrente (dit betreft in feite de inning);

 de parate executie, de aanmaning, het opmaken van dwangbevelen en overige activiteiten.

Soorten belasting

In de praktijk is de heffing, inning en invordering gesplitst.

Het team Gegevenshuis verzorgt de heffing van:

 Onroerende-zaakbelastingen

 Hondenbelasting

 Rioolheffing

 Afvalstoffenheffing

 Precariobelasting, jaarlijkse (structurele) aanslagen

 Parkeerbelastingen, de naheffingsaanslagen.

Het team Administratiehuis cluster belastingen verzorgt de heffing en inning van:

 Precariobelasting, de niet jaarlijkse (incidentele) aanslagen

 Leges

 Grafrechten, anders dan jaarlijks onderhoud (betreffende voorgaande jaren tot en met 1 augustus 2016; daarna overgegaan naar privaatrechtelijke Uitvaartstichting Hilversum)

 Havengelden

 Marktgelden

 Staangelden woonwagens

De invordering van deze belastingen is vanaf de laatste vervaltermijn (= eerste aanmaning) gemandateerd aan de directeur van Invorderingskantoor Nederland BV (INVONED).

Het team Administratiehuis cluster invordering verzorgt de inning en invordering van:

 Onroerende-zaakbelastingen

 Hondenbelasting

 Rioolheffing

 Afvalstoffenheffing

 Precariobelasting, jaarlijkse (structurele) aanslagen

 Grafrechten, jaarlijkse onderhoudsrechten en de afkoop onderhoudsrechten (betreffende voorgaande jaren tot en met 1 augustus 2016; daarna overgegaan naar privaatrechtelijke Uitvaartstichting Hilver-sum)

 Parkeerbelastingen, de naheffingsaanslagen.

Ten slotte is de ambtenaar belast met de invordering van de gemeentelijke belastingen bevoegd tot het

kwijtschelden van afvalstoffenheffing, rioolheffing, hondenbelasting (uitsluitend de eerste hond),

en de ingezetenenomslag DWR WVO-particulieren (Waternet nota).

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1

De ambtenaar belast met de invordering van de gemeentelijke belastingen is in zijn hoedanigheid van gemeenteambtenaar die is aangewezen als invorderingsambtenaar een bestuursorgaan. Op zijn handelen/besluiten zijn daardoor de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dat geldt ook voor afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht inzake mandaat. Nu de ambtenaar belast met de invordering van de gemeentelijke belastingen zijn bevoegdheden rechtstreeks aan de wet ontleent kan hij zijn bevoegdheden mandateren (en toestaan dat ondermandaat wordt verleend).

Artikel 3

Het kenmerk van mandaat is dat de bevoegdheid in naam van het bestuursorgaan (in dit geval de ambtenaar belast met de invordering van de gemeentelijke belastingen) wordt uitgeoefend. De ambtenaar belast met de invordering van de gemeentelijke belastingen blijft echter verantwoordelijk en kan altijd aanwijzingen geven en beperkingen opleggen ten aanzien van de uit te oefenen bevoegdheid. Een in mandaat genomen besluit geldt altijd als een besluit van het bestuursorgaan, mits dit binnen de grenzen van het mandaat is gebleven.

In de Algemene wet bestuursrecht worden in artikel 10:3 de grenzen van mandaat bepaald. Dit wordt als volgt geformuleerd:

Mandaat is niet toegestaan wanneer het bij wettelijk voorschrift is uitgesloten en wanneer de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet. Bij dit laatste kunnen drie soorten situaties worden onderscheiden:

  • 1.

    Mandaatverlening is geheel uitgesloten. Bijvoorbeeld de aard van de bevoegdheid om in bezwaar te beslissen verzet zich tegen mandatering aan degene die ook het primaire besluit heeft genomen.

  • 2.

    Er zijn bevoegdheden waarbij mandaat op zich niet uitgesloten is, maar waarbij de positie van de- gene aan wie gemandateerd zou worden zich tegen mandatering verzet.

  • 3.

    Er zijn ook bevoegdheden waarbij mandaat op zich niet is uitgesloten, maar waarbij de omstan- digheden zich tegen mandaatverlening verzetten. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de volgende situaties:

 voorzienbaar is dat het besluit politiek gevoelige en publicitaire consequenties heeft;

 uit het te nemen besluit niet voorziene financiële of andere belangrijke consequenties kunnen voortvloeien;

 indien de gemandateerde enige twijfel koestert of zich een omstandigheid voordoet waarbij de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaatverlening verzet.

Artikel 4

De afhandeling van fiscaal bezwaar en (hoger)beroep wordt niet gemandateerd aan medewerkers van andere afdelingen/diensten. De afhandeling van fiscaal bezwaar en (hoger)beroep blijft bij het team Gegevenshuis cluster belastingen vanwege de daar aanwezige specifieke kennis op belastinggebied.

In sommige gevallen is de invordering gemandateerd aan de directeur van directeur van Invorderings-kantoor Nederland BV (INVONED) of directeur van P1 On Street B.V..

Artikel 5

In de ondertekening van een in mandaat genomen besluit moet tot uitdrukking komen namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen. De in dit artikel opgenomen formulering brengt dit voldoende

tot uitdrukking.

Artikel 7

Ondermandaat kan alleen met instemming van de mandaatgever worden verleend. Dit komt omdat een

in mandaat genomen besluit als een besluit van de mandaatgever geldt. De verantwoordelijkheid van de mandaatgever (in dit geval de ambtenaar belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen of de ambtenaar belast met de invordering van de gemeentelijke belastingen) is in het geding en daarom moet de mandaatgever zijn instemming geven voor het ondermandaat. Dat wordt in lid 1 geregeld.

Het ligt voor de hand dat verder ondermandateren (dus een “onder-ondermandaat”) niet mogelijk is.

Dit blijkt ook uit de Algemene wet bestuursrecht. In artikel 10:9 lid 1 wordt de mogelijkheid van on-dermandaat geregeld. In lid 2 van dat artikel wordt aangegeven dat de overige bepalingen van de af-

deling over mandaat van overeenkomstige toepassing zijn (dus artikel 10:9 zelf niet).

Artikel 8

Het betreft hier mandaat aan een niet-ondergeschikte. Op grond van artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht moet de niet-ondergeschikte (of in een voorkomend geval degene onder wiens verantwoor-delijkheid hij werkt) instemmen met de mandaatverlening. Deze instemming is vormvrij. Het hoeft niet schriftelijk plaats te vinden, maar kan ook blijken uit de feitelijke uitoefening van het mandaat. Het ont-breken van een schriftelijke instemming hoeft geen bevoegdheidsgebrek op te leveren. Dit blijkt ook al

uit de Memorie van Toelichting op artikel 10:4. Daarin staat namelijk dat het stellen van de eis dat de in-stemming schriftelijk wordt gegeven te zwaar is. Het zou in sommige gevallen een te grote administratie-ve belasting kunnen vormen. Tot slot wordt opgemerkt dat ondermandaat, gelet op artikel 7, is toegestaan.

De opbrengst van de verkoop van een in beslag genomen voertuig, na aftrek van de in artikel 8 genoemde kosten en de naheffingsaanslag die aanleiding gaf tot het aanbrengen van de wielklem, komt toe aan de kentekenhouder van het voertuig. Feitelijk zal de opbrengst echter eerst in handen komen van de heffings-ambtenaar als “beheerder” van een voertuig en daarmee verwordt deze invorderingsambtenaar tot een “houder van penningen” ingevolge artikel 19, derde lid, Invorderingswet 1990. Op grond van het voornoemde is een (interne) deurwaarder, na een uitgevaardigd dwangbevel, bevoegd om bij de houder van penningen beslag te laten leggen op de verkoopopbrengst om de andere openstaande belastingvorderingen te innen.