Gemeenteblad van Heerlen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HeerlenGemeenteblad 2017, 212639Beleidsregels



Beleidsregel individuele bijzondere bijstand Heerlen 2018

Hoofdstuk 1 Algemene richtlijnen

Artikel 1 Begrippen

1. Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

a. De wet: de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004);

b. Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen;

c. Draagkracht: het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen;

d. Bijstandsnorm: de normen zoals bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 23 van de Participatiewet.

e. Adequate voorziening: de meest goedkope passende voorziening;

2. Begrippen in deze beleidsregel die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht (AWB).

 

Artikel 2 Moment van aanvraag

1. Aanvragen voor bijzondere bijstand kunnen tot 1 maart na het kalenderjaar waarin de kosten zijn opgekomen, worden ingediend. Aanvragen die op dan wel ná 1 maart worden ontvangen, worden afgewezen.

2. Voor de jongerentoeslag als genoemd in artikel 19 van deze beleidsregel is het eerste lid van dit artikel niet van toepassing.

 

Artikel 3 Draagkracht

1. De draagkrachtperiode is gelijk aan het kalenderjaar waarin de kosten opkomen.

2. Indien het inkomen gelijk is of lager ligt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, zoals bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 23 van de Participatiewet, wordt geen draagkracht uit inkomen aanwezig geacht. Het inkomen, voor zover dat meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, wordt volledig als draagkracht uit inkomen in aanmerking genomen.

3. Het percentage genoemd in het tweede lid van dit artikel is inclusief vakantietoeslag.

4. Voor aanvragen van burgers waarvan de vakantietoeslag niet bekend is, wordt een vast percentage vakantietoeslag aangehouden, namelijk:

- voor klanten met inkomsten uit arbeid: 8% ;

- voor overige klanten (andere uitkeringen): 5% ;

5. Bij kosten van direct levensonderhoud beloopt de draagkracht honderd procent van het in aanmerking te nemen inkomen boven de bijstandsnorm, na toepassing van de kostendelersnorm.

6. Het vermogen boven de van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 Participatiewet wordt volledig in aanmerking genomen bij het bepalen van de draagkracht.

7. Het in aanmerking te nemen inkomen wordt vastgesteld volgens de regels voor algemene bijstand in de Participatiewet.

8. Indien een aanvrager toegelaten is tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) of als er sprake is van een minnelijk schuldhulptraject, geldt dat het college enkel de draagkracht berekent over middelen waarover de belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft. Dienovereenkomstig worden de in de voorgaande volzin bedoelde belanghebbenden in beginsel geacht niet over draagkracht te beschikken.

9. Bij incidentele bijzondere bijstand wordt de volledige draagkracht in één keer verrekend met het recht op bijzondere bijstand.

10. Eventuele draagkracht wordt naar evenredigheid verrekend met het periodieke recht op bijstand.

11. De draagkracht kan gedurende de draagkrachtperiode worden gewijzigd bij een verandering in de financiële situatie van een belanghebbende. De draagkrachtperiode blijft daarbij samenvallen met het kalenderjaar waarin de kosten opkomen.

 

Artikel 4 Drempelbedrag

1. Het drempelbedrag bedraagt € 50,00 per kalenderjaar.

2. Als in een draagkrachtjaar de drempel al door een andere gemeente in mindering is gebracht wordt geen drempel meer toegepast.

3. De drempel geldt niet voor:

a. Bijzondere bijstand voor jongeren < 21 jaar ex artikel 12 Participatiewet;

b. Suppletie op een lening;

c. Bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening;

d. Bijzondere bijstand die wegens het geheel of gedeeltelijk ontbreken van de aflossingscapaciteit “om niet” wordt verstrekt;

e. Woonkostentoeslag;

f. Eigen bijdrage CAK;

g. De bijdrage in de kosten van de was- en strijkservice als bedoeld in artikel 41 van de Nadere regels Wmo zelfredzaamheid en participatie Heerlen2017.

 

Artikel 5 Vormen van bijzondere bijstand

1. De bijzondere bijstand wordt verstrekt als een uitkering om niet, tenzij deze beleidsregel expliciet anders bepaalt.

2. De bijzondere bijstand wordt in de vorm van een renteloze geldlening verstrekt in de gevallen die genoemd worden in artikel 48, tweede lid van de wet en indien het bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen betreft als bedoeld in artikel 51 van de wet.

3. Geen recht op bijzondere bijstand bestaat als er sprake is van een voorliggende voorziening die gezien haar aard en doelstelling passend en toereikend kan worden geacht.

 

 

Hoofdstuk 2 Zorg- en reiskosten

Artikel 6 Medische kosten

1. Bij medische kosten wordt uitgegaan van de vergoeding die op grond van de gemeentelijke collectieve zorgverzekering mogelijk is. De gemeentelijke collectieve zorgverzekering wordt in zoverre dan ook als voorliggende voorziening aangemerkt.

2. Als de gemeentelijke collectieve zorgverzekering bepaalde medische kosten niet (geheel) dekt, is bijzondere bijstand mogelijk als er sprake is van een medische noodzaak en bijzondere (medische) omstandigheden.

3. Geen bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de volgende kosten:

a. zelfzorgmiddelen

b. niet-reguliere geneeswijzen

c. behandelingen in het buitenland, tenzij vooraf toestemming van het college is verkregen

d. behandelingen die zijn uitgesloten onder de basisverzekering en ook niet voor vergoeding via de aanvullende verzekering in aanmerking komen;

e. verplicht of vrijwillig eigen risico van de zorgverzekering.

4. Aan de collectieve zorgverzekering kan deelnemen de burger van Heerlen die:

a. 18 jaar of ouder is;

b. een inkomen heeft dat niet hoger is dan 150% van de normen als bedoeld in artikel 20,21,22 of 23.

 

Artikel 7 Additionele kosten uit medische noodzaak

1. De medische noodzaak voor additionele kosten uit medische noodzaak zoals alarmering, maaltijdvoorziening, extra bewassingskosten, extra stookkosten en dieetkosten, wordt vastgesteld door het college.

2. Voor de kosten van maaltijdvoorziening geldt een vaste tegemoetkoming van € 110,- euro per maand.

3. De toekenningsduur (één- of meerjarig) van de in dit artikel bedoelde kostensoorten wordt vastgesteld door het college.

 

Artikel 8 Eigen bijdrage Wmo

1. Mogelijke vergoedingen in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning worden als voorliggende voorziening beschouwd.

2. De eigen bijdragen van de Wmo worden als uit bijzondere omstandig heden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan aangemerkt.

3. De bijstand wordt verleend voor de duur van de indicatie en na van na overlegging van nota’s.

 

Artikel 9 Reiskosten

1. De aanvrager die reiskosten voor bezoek van een ziek of in een instelling verblijvend familielid aanvraagt, komt voor een vergoeding in aanmerking wanneer:

a. Het familielid behoort tot het gezin van de bezoeker of een familielid in de eerste graad is, én;

b. Het familielid langer dan een week in een inrichting in de zin van artikel 1 sub f Participatiewet verblijft, én;

c. De reisafstand langer is dan 2 zones openbaar vervoer, én;

d. De bezoekfrequentie één keer per maand voor twee personen of twee keer per maand voor één persoon is.

2. De aanvrager die reiskosten voor een bezoek aan het IND loket aanvraagt, komt voor een vergoeding in aanmerking na overlegging van vervoersbewijzen (bij gebruikmaking van openbaar vervoer) en het nieuwe vreemdelingendocument.

3. De hoogte van de bijstand wordt afgestemd op de goedkoopste vervoersmogelijkheid.

 

 

Hoofdstuk 3 Woonkosten

Artikel 10 Vorm bijzondere bijstand woonkosten

1. De in dit hoofdstuk beschreven kostensoorten kunnen worden verleend:

a. Als borgstelling voor een lening bij Kredietbank Limburg of;

b. Als een geldlening bij Gemeente Heerlen of;

c. Om niet.

2. Het bescheiden vrij te laten vermogen zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 Participatiewet wordt voor de kosten in deze paragraaf niet vrijgelaten.

3. In afwijking van het eerste lid wordt voor de kostensoorten genoemd in artikel 12 in eerste instantie de bijzondere bijstand verstrekt in de vorm van een geldlening, als de belanghebbende niet of over een gedeeltelijke afloscapaciteit beschikt.

4. Een lening van de Kredietbank wordt als voorliggende voorziening beschouwd.

5. In aansluiting op het derde lid wordt aan belanghebbende het aanbod gedaan zich te melden bij en mee te werken aan een traject bij Bureau Schuldhulpverlening, tenzij belanghebbende uitgesloten is of een beperkt aanbod krijgt van gemeentelijke schuldhulpverlening.

6. Als belanghebbende van dat aanbod gebruik maakt kan de leenbijstand op verzoek van belanghebbende worden omgezet in bijstand om niet.

7. Als belanghebbende geen gebruik maakt van het aanbod genoemd in lid 5 wordt het verzoek genoemd in lid 6 afgewezen.

 

Artikel 11 Eerste maand huur en waarborgsom

1. Onder eerste maand huur en waarborgsom wordt verstaan de kosten die betaald moeten worden bij ondertekening van een nieuw huurcontract.

2. De bijstand wordt uitbetaald na overlegging van het huurcontract en geheel uitbetaald aan de verhuurder.

 

Artikel 12 Inrichtingskosten

1. Als de aanvraag betrekking heeft op meubels en/of witgoed wordt alleen de aanschaf van 2de hands meubels vergoed.

2. De hoogte van de bijstand voor stoffering wordt bepaald aan de hand van de NIBUD prijzengids tot een maximum bedrag 75% van de NIBUD prijzen per huishoudtype dat het NIBUD aangeeft.

3. De bijstand wordt uitbetaald na het overleggen van de offertes en, indien mogelijk, geheel aan de leverancier betaald.

 

Artikel 13 Vaste lasten bij verblijf in een inrichting

1. Bij opname in een inrichting kan bijstandsverlening voor het doorbetalen van de vaste lasten noodzakelijk zijn voor een:

a. Belanghebbende van 21 jaar of ouder zonder partner waar de noodzaak tot verblijf in een inrichting is vastgesteld en wel vanaf de derde volle maand na opname.

b. Belanghebbende jonger dan 21 jaar zonder partner waar de noodzaak tot verblijf in een inrichting is vastgesteld en wel vanaf einddatum van de algemene bijstand.

2. Als een partner jonger dan 21 jaar achterblijft en de noodzaak tot verblijf in een inrichting is vastgesteld wordt het inkomen van deze partner met bijzondere bijstand levensonderhoud aangevuld tot de toepasselijke bijstandsnorm en dienen de doorlopende vaste lasten te worden voldaan uit diens inkomen.

3. Als vooraf duidelijk is dat de opname 1 jaar of langer gaat duren en belanghebbende tussentijds niet naar huis mag, is bijzondere bijstand niet mogelijk.

4. Bijzondere bijstand is voor de volgende vaste lasten mogelijk:

a. Huur of hypotheek;

b. Vastrecht van energiekosten;

c. Vastrecht van water;

d. Woning gerelateerde verzekeringen.

 

Hoofdstuk 4 Rechtsbijstand en financiele hulpverlening

Artikel 14 Suppletie

1. Een suppletie op de aflossingsverplichtingen van een lening bij de Kredietbank kan worden toegekend als:

a. de kosten waarvoor de lening wordt afgesloten noodzakelijk worden geacht;

b. een borgstelling is afgegeven voor de lening en;

c. de totale aflossingsduur niet langer is dan 36 maanden.

2. De hoogte van de suppletie is het saldo van de totale maandelijkse aflossingsverplichting (aflossing en rente) minus 10% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag.

3. Aan de bijstand wordt de verplichting verbonden om de totale maandelijkse aflossingsverplichting op de uitkering te laten inhouden.

 

Artikel 15 Eigen bijdrage rechtsbijstand

Voor vergoeding komen enkel in aanmerking de kosten op grond van artikel 4 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand, met dien verstande dat de mogelijke korting op de eigen bijdrage als via het Juridisch Loket naar een advocaat wordt verwezen op de bijstand in mindering wordt gebracht.

 

Artikel 16 Budgetbeheer

Het college beschouwt in het geval van budgetbeheer de dienstverlening die geboden wordt door Kredietbank Limburg (KBL) als een voorliggende voorziening.

 

Artikel 17 Bewindvoerderskosten

1. Bijzondere bijstand wordt verstrekt als de rechter heeft vastgesteld dat bewindvoering noodzakelijk is.

2. Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand wanneer de salariskosten van een WSNP bewindvoerder betaald kunnen worden uit de boedel.

3. De bijzondere bijstand wordt periodiek uitbetaald na het overleggen van:

a. de beschikking van de rechtbank waarin de onderbewindstelling vastgelegd is.

b. een deugdelijk factuur.

4. De hoogte van de bijzondere bijstand is maximaal de vergoeding die is opgenomen in de Regeling beloning bewindvoerders, curatoren en mentoren’.

 

Artikel 18 Curatele

1. Bijzondere bijstand wordt verstrekt wanneer de rechter heeft vastgesteld dat curatele noodzakelijk is.

2. De bijzondere bijstand wordt uitbetaald na het overleggen van de beschikking van de rechtbank waarin de curatele en de vaststelling van de hoogte van de vergoeding vastgelegd is.

3. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt afgestemd op de door de rechter in zijn vonnis vastgelegde vergoeding voor de curator.

 

 

Hoofdstuk 5 Jongeren- en woonkostentoeslag

Artikel 19 Jongerentoeslag

De hoogte van de bijzondere bijstand ex artikel 12 Participatiewet is maximaal het verschil tussen de van toepassing zijnde jongerennormen ex artikel 20 Participatiewet en 50% van de norm als bedoeld in artikel 21 onder b Participatiewet.

 

Artikel 20 Woonkostentoeslag huurwoning

1. De Wet op de huurtoeslag (WHT) wordt aangemerkt als voorliggende voorziening.

2. De woonkostentoeslag wordt toegekend voor de maximale duur van een jaar met daaraan gekoppeld de verplichting tot het zoeken naar goedkopere huisvesting.

3. Er wordt geen woonkostentoeslag verstrekt, als deze minder bedraagt dan € 24,-per jaar / € 2,- per maand.

4. De woonkostentoeslag wordt berekend conform de WHT-systematiek.

 

Artikel 21 Woonkostentoeslag eigendomswoning

1. De voorlopige teruggave hypotheekrente wordt als een voorliggende voorziening beschouwd.

2. Er wordt geen woonkostentoeslag verstrekt, als deze minder bedraagt dan € 24,- per jaar / € 2,- per maand.

3. De woonkostentoeslag wordt berekend conform de WHT-systematiek.

4. Bij het bepalen van de woonkosten wordt rekening gehouden met vaste bedragen voor onderhoudskosten, en , indien van toepassing, de cv-installatie, de lift en de kosten van algemeen beheer en administratie bij (bij flats en appartementen).

5. Dit artikel treedt met ingang van 1-1-2014 in werking.

 

Artikel 22 Woonkostentoeslag doorgangshuis blijf van mijn lijf

1. De Wet op de huurtoeslag (WHT) wordt aangemerkt als voorliggende voorziening.

2. De woonkostentoeslag wordt toegekend per datum vestiging en maximaal voor de duur van het kalenderjaar.

3. De hoogte van de woonkostentoeslag wordt berekend conform WHT systematiek.

 

 

Hoofdstuk 6 Overige kostensoorten

Artikel 23 Uitvaartkosten

1. Bijstand kan verleend worden aan erfgenamen en bloed- en aanverwanten die krachtens de artikelen 392-396 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest, voor zover de uitvaartkosten niet uit de nalatenschap voldaan kunnen worden en de erfgenaam of bloed-/aanverwante niet over voldoende middelen beschikt om (zijn aandeel) in de kosten te voldoen.

2. De volgende kosten kunnen als noodzakelijk aangemerkt worden:

a. delven van een graf;

b. grafrechten (minimale termijn);

c. kist, hoes en verzorging overledene;

d. uitvaartdienst;

e. rouwwagen;

f. dragers, vervoerskosten dragers;

g. opbaren in rouwkamer;

h. vervoer overledene;

i. ondernemersloon;

j. 50 rouwbrieven inclusief porto;

k. bidprentjes;

l. uittreksel overlijdensregister;

m. kosten van cremeren inclusief bijzetting van as in een algemene ruimte.

3. Als niet noodzakelijke kosten kunnen worden beschouwd:

a. rouwadvertentie;

b. meerkosten die voortvloeien uit culturele en religieuze achtergrond;

c. koffietafel, bloemen, grafsteen, volgauto's etc.

4. De in aanmerking komende noodzakelijke kosten worden vergoed tot een maximum gelijk aan de normen voor de afzonderlijke kosten zoals benoemd in de Nibud prijzengids.

 

Artikel 24 Voor- en vroegschoolse educatie

1. Vergoed wordt de eigen bijdrage die ouders moeten betalen voor deelname van hun kind(eren) in de leeftijd tussen 2 en 4 jaar aan een VVE-programma van tenminste 4 dagdelen bij een door de gemeente aan te wijzen organisatie.

2. De vergoeding als bedoeld in dit artikel wordt niet aan de ouders, maar aan de door de gemeente aangewezen instelling betaald.

 

Artikel 25 Leges verblijfsvergunning

1. De vreemdeling die een aanvraag indient voor bijstand moet voldoen aan de eisen genoemd in artikel 11 lid 2 en 3 van de Participatiewet.

2. Er kan bijstand verstrekt worden voor de legeskosten van:

a. het verkrijgen van het eerste verblijfsdocument.

b. verlengen van een verblijfsdocument.

c. naturalisatie.

3. De in lid 2 opgenomen legeskosten worden verstrekt onder aftrek van de kosten die een aanvrager zou maken voor het aanvragen van een paspoort.

 

Artikel 26 Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze regeling wordt aangehaald als “beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Heerlen 2018”.

2. Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2018 onder intrekking van de beleidsregel individuele bijzondere bijstand gemeente Heerlen 2017.

 

 

Aldus besloten tijdens de vergadering van het college van burgemeester en wethouders der gemeente Heerlen van .

 

 

 

 

 

 

 

Algemene toelichting

 

In deze beleidsregel worden beleidsuitgangspunten vastgelegd. Deze hebben betrekking op zowel bijzondere bijstand op basis van de Participatiewet als bovenwettelijk begunstigend gemeentelijk beleid. Afwijken op grond van persoonlijke omstandigheden is nadrukkelijk mogelijk, uiteraard mits gemotiveerd.

 

Criteria die bij de beoordeling van bijzondere bijstand een rol spelen zijn:

• Is er sprake van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten ?

• Kunnen de kosten niet uit eigen inkomen/vermogen betaald worden ?

• Was het wel/niet mogelijk om voor de kosten te reserveren ?

• Kunnen de kosten uit oogpunt van solidariteit en armoedebestrijding in redelijkheid (gedeeltelijk) voor rekening van belanghebbende komen ?

• Is er een voorziening waarop de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken ter bekostiging van de kosten ?

 

Bijzondere bijstand is alleen mogelijk als:

a. een adequate voorliggende voorziening ontbreekt of;

b. er sprake is van noodzakelijke kosten die door bijzondere omstandigheden veroorzaakt zijn of worden en die volgens het oordeel van het college niet betaald kunnen worden uit het (gezins-) inkomen en vermogen en;

c. er gekozen is voor een adequate voorziening;

 

Van de kosten waarop de aanvraag betrekking heeft dienen nota's overgelegd te worden en offertes mogen niet ouder dan 1 maand zijn.

Tenzij anders vermeld zijn de draagkrachtregels van artikel 3 van deze beleidsregel van toepassing.

 

 

 

 

 

Artikelsgewijze toelichting

(Alleen artikelen waarbij een toelichting noodzakelijk is, zijn opgenomen)

 

 

Hoofdstuk 1 Algemene richtlijnen

Artikel 3 Draagkracht

Lid 1

De gekozen formulering kan op twee manieren worden geïnterpreteerd:

1. De kosten doen zich voor als de behandeling heeft plaatsgevonden (b.v. bij medische kosten en bij bewindvoerders de periode dat de bewindvoerder zijn tarief al van de rekening heeft afgeschreven).

2. De kosten doen zich voor als een rekening wordt verstuurd (datum nota).

 

Lid 2

Door de introductie van de kostendelersnorm ingaande 1 januari 2015 zouden veel mensen die nu recht op bijzondere bijstand hebben dat niet meer hebben, aangezien de kostendelersnorm lager is. Dat willen we niet. Daarom is gezocht naar een systematiek die zoveel mogelijk bestaande rechten respecteert. Dat doen we door bij de vaststelling van de draagkracht géén rekening te houden met de kostendelersnorm, maar uit te gaan van de “reguliere normen” uit artikel 20 t/m 23 van de Participatiewet.

Daarnaast wordt de draagkracht per 1 januari 2017 voor de individuele bijzondere bijstand voor de kosten niet voor direct levensonderhoud uitgedrukt in een percentage van de op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, namelijk: 120%. Dit percentage is afgestemd op de draagkrachtnormen van Stichting Leergeld, zodat er voor de kindregelingen uit het Kindpakket (bestaande uit zowel regelingen van Stichting Leergeld als de gemeente Heerlen) eenzelfde toegankelijkheid bestaat.

 

Lid 3

Het is gemeentelijk beleid of bij de vaststelling van het netto-inkomen rekening wordt gehouden met het recht op vakantietoeslag over dat inkomen en zo ja, op welke wijze de hoogte van de vakantietoeslag wordt bepaald. Echter: ook indien de gemeente ervoor heeft gekozen om bij de berekening van het in aanmerking te nemen inkomen de vakantietoeslag buiten beschouwing te laten geldt dat het inkomen moet worden afgezet tegen de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. Daarom is gekozen om het inkomen te nemen inclusief vakantiegeld. Indien bij de uitvoering het vakantiegeld niet bekend is, word in het kader van een efficiënte uitvoering een vast percentage aangehouden.

 

Lid 5

De draagkracht is 100% van het in aanmerking te nemen inkomen als genoemd in artikel 31 Participatiewet bij de kosten voor direct levensonderhoud en geldt voor de volgende kostensoorten:

• Aanvullende bijzondere bijstand voor jongeren <21 jaar;

• Bijzondere bijstand inrichtingsnorm voor jongeren < 21 jaar;

• Woonkostentoeslag

• Doorbetaling vaste lasten bij verblijf in een inrichting

• Overbruggingsuitkering

 

Lid 6

Alle inkomen boven het bedrag als bedoeld in het 2e lid van dit artikel wordt in aanmerking genomen als draagkracht.

 

Lid 9

Bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP is uitgesproken mag het college enkel de draagkracht berekenen over middelen waarover de belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft (CRvB 01-02-2005, nr. 02/93 NABW). De CRvB neemt hierbij als uitgangspunt dat dit slechts de middelen betreft die op de voet van artikel 295 lid 2 Faillissementswet buiten de boedel worden gelaten. Aangezien dit in de praktijk neerkomt op 90% van de bijstandsnorm, betekent dit dat er in het algemeen geen draagkracht bestaat bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling van toepassing is. Dit is tevens van toepassing op mensen die in een minnelijk schuldhulpverleningstraject zitten, omdat zij de facto in een zelfde inkomenspositie verkeren.

 

Lid 11

Bij een periodieke verstrekking over een kortere periode dan 12 maanden wordt de draagkracht slechts verrekend over de maanden waarover de bijzondere bijstand wordt toegekend. De draagkracht over de overige maanden van dat betreffende jaar blijft buiten beschouwing.

 

Lid 12

Een vastgestelde draagkracht kan gedurende het jaar gewijzigd worden bij een naar het oordeel van het college ingrijpende wijziging in de financiële omstandigheden. De om deze reden gewijzigde draagkracht heeft geen gevolgen voor de reeds uitbetaalde bijzondere bijstand in dat kalenderjaar tenzij er sprake is van schending inlichtingenplicht op grond van artikel 17 van de Participatiewet.

 

Artikel 4  

Het college kan bijzondere bijstand weigeren, als de kosten binnen twaalf maanden een bedrag van € 130 (bedrag per 1 juli 2017) niet te boven gaan (art. 35 lid 2 Participatiewet). Heerlen heeft een lager drempelbedrag vastgesteld van € 50,= per jaar.

 

 

Hoofdstuk 2 Zorg- en reiskosten

 

Algemeen

Een samenwerkingsverband van 19 Zuid-Limburgse gemeenten ( Beek, Brunssum, Onderbanken, Landgraaf, Heerlen, Kerkrade, Nuth, Simpelveld, Voerendaal, Maastricht, Eijsden, Gulpen-Wittem, Margraten, Meerssen, Vaals, Schinnen, Sittard-Geleen, Stein en Valkenburg aan de Geul, biedt aan inwoners met een laag inkomen de mogelijkheid om deel te nemen aan een collectieve zorgverzekering. De huidige collectieve zorgverzekeraar is VGZ. De collectieve zorgverzekering bestaat uit één integraal pakket van basisverzekering en aanvullende verzekering. Deelnemers hebben hierin geen keuze. Onder ‘laag inkomen’ wordt verstaan een inkomen tot 150% van de toepasselijke bijstandsnorm.

 

Artikel 6 Medische kosten

Lid 1

Hiermee wordt bedoeld dat de mogelijke vergoeding op grond van de collectieve ziektekostenverzekering leidend is. We verstrekken geen bijzondere bijstand als de collectieve ziektekostenverzekeraar een volledige vergoeding voor de kosten kent, zulks ongeacht of mensen al dan niet deelnemen aan de collectieve ziektekostenverzekering of bij een andere ziektekostenverzekeraar verzekerd zijn. Als iemand bijvoorbeeld bij CZ verzekerd is en deze verzekeraar kent een lagere vergoeding, dan wordt voor het verschil geen bijzondere bijstand verleend.

 

Lid 3

De collectieve ziektekostenverzekeraar vergoedt niet alles (volledig). In dat geval wijzen we niet zondermeer af. De Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) gelden als voorliggende, toereikende en passende voorziening. We voeren bovenwettelijk begunstigend beleid, gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

• we gaan uit van de vergoeding van de collectieve ziektekostenverzekering;

• het moet gaan om reguliere geneeskunde c.q. een erkende behandeling;

• de kosten moeten in Nederland opkomen;

• er moet sprake zijn van een gebruikelijk kostenniveau;

• er moet sprake zijn van een aantoonbare medische noodzaak;

• de kosten kunnen niet uit eigen inkomen/vermogen betaald worden;

• reserveren was niet mogelijk.

 

Lid 3 sub a Zelfzorgmiddelen

Onder zelfzorgmiddelen vallen zowel zelfzorggeneesmiddelen als andere medische zelfzorgmiddelen. Een zelfzorgmedicijn of zelfzorggeneesmiddel is een eenvoudig medicijn dat zonder recept verkrijgbaar is, zoals pijnstillers, hoestdranken, neusdruppels, anti-diarreemiddelen, anti-wagenziekte, smeermiddelen tegen spierpijn of pijn na kneuzingen. Voorbeelden zijn paracetamol, ibuprofen, aspirine, trachitol, antimycotica en antacida.

Naast zelfzorggeneesmiddelen zijn er ook andere medische zelfzorgmiddelen, zoals apparatuur om de bloeddruk te meten, thermometers etc. . Deze kosten komen niet voor vergoeding via de bijzondere bijstand in aanmerking.

 

Lid 3 sub b Reguliere geneeskunde

Bijzondere bijstand is enkel mogelijk voor wetenschappelijk aanvaarde behandelingen waarvoor algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs van geneeskundige effectiviteit geleverd is. De kosten van alternatieve en experimentele geneeswijzen alsmede kwakzalverij komen niet voor vergoeding in aanmerking.

 

Lid 3 sub c Behandeling in Nederland

De Bijstand is gebaseerd op het territorialiteitsbeginsel. Dat betekent dat In beginsel geen vergoeding mogelijk is voor kosten die buiten Nederland gemaakt worden. Alleen wegens zeer dringende redenen kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Er moet dan sprake zijn van een acute noodsituatie.

 

Lid 3 sub d uitgesloten van verzekering

De Rijksoverheid beslist wat er in het basispakket zit en zorgverzekeraars bepalen wat er in de aanvullende verzekering zit. Als kosten onder beide zijn uitgesloten vindt er ook geen vergoeding via de bijzondere bijstand plaats. Een bekend voorbeeld van dergelijke niet voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn maagzuurremmers en benzodiazepinen (slaap- en kalmeringsmiddelen). Een ander voorbeeld zijn Ivf-behandelingen boven een bepaalde leeftijd.

 

Artikel 7 Additionele kosten uit medische noodzaak

Lid 3

Als de noodzaak voor een maaltijdvoorziening vast staat komen wij tegemoet in de kosten. Ingewikkelde berekeningen of de declaratie van maaltijden kunnen we eenvoudiger tegemoetkomen met een vast bedrag per maand. Voor de beoordeling van de noodzaak van deze kosten was voorheen een onafhankelijk medisch advies verplicht. Dat werkte vertragend en kostenverhogend, dus dat is niet meer verplicht. Als door het college daartoe gemandateerde kan de inkomensconsulent zowel de noodzaak als de verstrekkingsduur zelf bepalen.

 

Artikel 8 Eigen bijdrage Wmo

Bijzondere afspraak met het CAK

Het CAK en de gemeente Heerlen hebben afgesproken per 1-1-2009 met betrekking tot de eigen bijdrage WMO voorzieningen zoveel mogelijk met gesloten beurs te werken. Dit houdt in dat het CAK belanghebbende met een peiljaarinkomen beneden de van toepassing zijnde inkomensgrens geen eigen bijdrage in rekening brengt. De gemeente hoeft in deze gevallen geen bijzondere bijstand te verstrekken.

 

Uitzonderingen op de afspraak met het CAK

In de eerste helft van 2010 bleek dat in een aantal gevallen het gesloten beurs systeem niet werkt en belanghebbende toch een rekening van het CAK ontvangt, bijvoorbeeld:

• Alleenstaande ouders

Gebleken is dat het CAK het inkomen van alleenstaande ouders toetst aan de inkomensgrens voor alleenstaanden. Dit omdat in de rekenregels van het CAK inwonende kinderen buiten beschouwing blijven bij het beoordelen van de gezinssituatie.

Het gevolg is dat aan alleenstaande ouders wél rekeningen over de te betalen eigen bijdrage worden toegestuurd.

De aanvraag bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van alleenstaande ouders komt voor vergoeding in aanmerking.

 

Artikel 9 Reiskosten

Lid 1 onderdeel d

Een hogere bezoekfrequentie is mogelijk bij bijzondere omstandigheden. De indicatie voor een hogere bezoekfrequenties kan blijken uit een verklaring van bijvoorbeeld specialist, GGD of uit het feit dat iemand een vervoersvoorziening vanuit de WMO heeft, (bijvoorbeeld indien diegene die in het ziekenhuis ligt stervende is).

 

 

Hoofdstuk 3 Woonkosten

Artikel 10 Vorm bijzondere bijstand woonkosten

Een lening bij de Kredietbank is een voorliggende voorziening en de hoogte van de borgstelling wordt vastgesteld door het college. Als de bijstand in de vorm van een geldlening of borgstelling wordt verstrekt dient belanghebbende toestemming te geven voor inhouding van de aflossing op de periodieke uitkering. Onnodige instroom van vorderingen moeten worden voorkomen. Bij de vaststelling van spoor 1 (2007/11804) is besloten dat de gemeente alleen nog leningen verstrekt wanneer ook daadwerkelijk sprake is van een terugbetalingscapaciteit. Een lening verstrekken aan iemand die geen aflossingscapaciteit heeft is immers vragen om problemen. Wij willen wel dat mensen met schulden hulp zoeken. Daarom werd in het verleden de verplichting opgelegd om zich te melden bij Bureau Schuldhulpverlening en mee te werken aan een schuldhulpverlenings- traject. Vanaf 1 januari 2018 doen wij dat niet meer in de vorm van een verplichting, maar in de vorm van een aanbod. Als belanghebbende daar gebruik van maakt, dan kan de lening, net als voorheen, worden ongezet in bijstand om niet. Deze formulering is positiever en voorkomt dat er een maatregel moet worden opgelegd wegens het niet meewerken aan een door het college aangeboden voorziening.

 

Artikel 11 Eerste maand huur en waarborgsom

Bij de beoordeling van de bijzondere bijstand dient onderzocht te worden of er sprake is van een noodzakelijke verhuizing. Hierbij moet gedacht worden aan de doelgroep asielzoekers die vanuit het asielzoekerscentrum geplaatst worden in Heerlen. Of bij verlatingen en er redelijkerwijs niet verlangd kan worden dat de achtergebleven partner hiervoor had kunnen reserveren. De verstrekte bijstand dient te worden gebruikt voor het doel waarvoor hij verstrekt is. Indien hier niet aan voldaan wordt, wordt er een maatregel beoordeeld.

 

Artikel 12 Inrichtingskosten

Bij de beoordeling van de bijzondere bijstand dient onderzocht te worden of er sprake is van een noodzakelijke verhuizing.

Om de noodzaak van de bijstand te kunnen vaststellen vindt er onderzoek plaats naar:

1. Het gebruik van voorliggende voorzieningen

2. Dringende/medische/sociale omstandigheden

3. Financiële aspecten

4. De woonsituatie van de aanvrager door middel van een huisbezoek

De verstrekte bijstand dient te worden gebruikt voor het doel waarvoor hij verstrekt is. Indien hier niet aan voldaan wordt, wordt er een maatregel beoordeeld. Belanghebbende wordt door het college in eerste instantie verwezen naar Stichting Samen Delen. Indien de stichting het gevraagde niet voorradig heeft dan kan er een beroep gedaan worden op andere verstrekkers. Voor verdere instructies wordt verwezen naar de werkinstructie.

 

 

Hoofdstuk 4 Rechtsbijstand en financiële hulpverlening

Artikel 13 Vaste lasten bij verblijf in een inrichting

Als een belanghebbende verblijft in een inrichting, is er geen bijzondere bijstand mogelijk voor schulden en belastingen.

 

Artikel 15 Eigen bijdrage rechtsbijstand

Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand voor zover een beroep kan worden gedaan op de volgende voorliggende voorzieningen:

a. Wet op de rechtsbijstand (WRB), belanghebbende kan met een laag inkomen in aanmerking komen voor een civiele toevoeging van een advocaat. De civiele toevoeging vindt slechts plaats als de Raad voor de rechtsbijstand de procedure noodzakelijk acht.

b. Rechtsbijstandsverzekering;

c. Rechtshulp van het Juridisch Loket is een voorliggende voorziening op de rechtsbijstand van een advocaat. De eigen bijdrage die aan een advocaat moet worden betaald wordt verlaagd met € 53,-- als eerst hulp is gevraagd van het loket én die hulp heeft geleid tot een diagnosedocument.

 

Op grond van artikel 4 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand komen enkel de volgende kosten voor vergoeding in aanmerking:

- de eigen bijdrage die de rechtzoekende aan de rechtsbijstandverlener verschuldigd is

- griffierechten

- getuigen en deskundigen

- uittreksels uit de openbare registers

- internationaal telefoonverkeer

- rolverrichtingen in zaken die door de kantonrechter van de rechtbank worden behandeld.

 

Artikel 16 Budgetbeheer

Op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde contourennota schuldhulpverlening geldt de KBL als passende en toereikende voorziening voor budgetbeheer. Deze bepaling geldt voor personen die op of na 1 juli 2013 onder budgetbeheer zijn gekomen, omdat op die datum effectuering heeft plaatsgevonden door aanpassing van de beleidsregel.

 

Artikel 17 Bewindvoerderskosten

Vanaf 2017 betaalt de gemeente vervolgtoekenningen zoveel mogelijk jaarlijks automatisch uit, zulks uiterlijk tot de in de beschikking van de kantonrechter genoemde einddatum van de onderbewindstelling. Er hoeft voor deze vervolgtoekenningen geen nieuwe aanvraag ingediend te worden. Dit kan alleen in die gevallen waarbij alle inkomens- en vermogensgegevens bij de dienst SZW bekend zijn.

 

 

Hoofdstuk 5 Jongeren- en woontoeslag

Artikel 19 Jongerentoeslag

Bijzondere bijstand voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten van zelfstandig wonende jongeren van 18 tot 21 jaar wordt verleend als en voor zover:

a. Er sprake is van noodzakelijke kosten van het bestaan waarin niet kan worden voorzien door het delen van deze kosten met (een ander(en);

b. voor de kosten geen beroep kan warden gedaan op de ouders, omdat:

• de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of

• de jongere redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken.

 

De jongere bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval geacht zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde te kunnen maken als:

a. de ouder(s) is/zijn overleden of;

b. de jongere in het kader van de Wet op de jeugdhulpverlening buiten het gezin is geplaatst;

c. de jongere op de ingangsdatum van de bijstandverlening 12 maanden of langer zelfstandig woont;

d. er sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de minderjarige zelf geen verandering kan worden gebracht. Hiertoe dient een indicatie te worden gegeven door een hulpverlenende instantie.

 

Artikel 20 Woonkostentoeslag huurwoning

Woonkostentoeslag vult gaten op die de huurtoeslag laat vallen. Bedragen de woonkosten meer dan de maximale huurgrens, dan kan op grond van individuele omstandigheden overwogen worden om een (aanvullende) woonkostentoeslag te verlenen. In dit verband wordt in ieder geval aandacht besteed aan het betoonde besef van verantwoordelijkheid: was er reeds sprake van deze hoge woonkosten voordat men in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeerde, was de ontstane situatie te voorzien en dus te voorkomen? Daarnaast speelt de situatie op de lokale woningmarkt een rol. Als er aanleiding bestaat om een woonkostentoeslag te verstrekken, wordt de hoogte hiervan vastgesteld op het verschil tussen de vastgestelde woonkosten en de eigen bijdrage die verschuldigd zou zijn bij een huur gelijk aan de maximale huurgrens. De woonkostentoeslag wordt in dit geval toegekend voor de periode van maximaal 1 jaar.

 

Daarbij wordt de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere huisvesting. De periode waarover de woonkostentoeslag is toegekend kan na afloop tijdelijk worden verlengd als het nog niet beschikken over goedkopere woonruimte niet verwijtbaar is.

 

Artikel 21 Woonkostentoeslag eigendomswoning

Eigenaren van woningen hebben geen recht op huurtoeslag. Bij een laag inkomen en hoge woonkosten kunnen zij in aanmerking komen voor woonkostentoeslag. Bij bepaling van de hoogte hiervan wordt aangesloten bij de regels voor woonkostentoeslag aan huurders, dus het systeem van de WHT. Een verschil is echter dat woonkostentoeslag aan eigenaren jarenlang kan voortduren, terwijl huurders doorgaans doorschuiven naar de huurtoeslag.

 

De woonkosten van eigenaren die in aanmerking worden genomen zijn:

■ De rente die verband houdt met de woning. Het gaat hier meestal om hypotheekrente. De jaarlijks te ontvangen rijkssubsidie die betrekking heeft op de verschuldigde hypotheekrente moet hierop in mindering worden gebracht.

■ Hypotheekrente voor leningen anders dan voor de woning, bijv. voor een auto of caravan, mogen niet worden meegeteld.

■ Zakelijke lasten in verband met het hebben van eigendom, zoals:

■ eigenaarsdeel rioolrechten;

■ eigenaarsdeel waterschapslasten;

■ eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting (dus niet het gebruikersdeel).

Indien van toepassing:

• installatie centrale verwarming

• liftinstallatie

• algemeen beheer en administratie (bij flats en appartementen).

 

De aflossing van de hypotheek telt niet mee; dit geldt dus ook voor de premies van zogenaamde spaarhypotheken.

 

Artikel 22 Woonkostentoeslag doorgangshuis Blijf van mijn lijf

Personen die verblijven in een doorstroomhuis van de Stichting Blijf van mijn Lijf staan niet ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) op het adres van het doorstroomhuis. Zij kunnen daarom geen huurtoeslag claimen. Bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag kan daarom op aanvraag worden verstrekt als aan alle andere voorwaarden voor het recht wordt voldaan.

 

 

Hoofdstuk 6 Overige kostensoorten

Artikel 23 Uitvaartkosten

Lid 1

Uit een verklaring van de notaris blijkt of aanvrager een erfgenaam is. Als bij ongehuwd samenwonenden de kosten van de uitvaart niet uit voorliggende voorzieningen (bijvoorbeeld uitvaart-, levens- of ongevallenverzekering) kunnen worden betaald en de erfgenamen financiële medewerking weigeren, kan de overgebleven partner een aanvraag indienen voor bijzondere bijstand. Deze bijstand kan verhaald worden op de eventuele erfgenamen.

 

Lid 3

In zeer uitzonderlijke gevallen kan individualiserend worden bezien of een eenvoudig grafteken tot de noodzakelijke kosten gerekend kan worden. Daarbij dient uitgegaan te worden van de goedkoopste uitvoering. Afwijking van de vermelde posten (bijv. wel een volgauto) dient ook individualiserend te worden bekeken. Het maximumbedrag mag niet worden overschreden.

 

Artikel 24 Voor- en vroegschoolse educatie

Voor en vroegschoolse educatie (vve) is onderdeel van het onderwijs -achterstandenbeleid. Het doel is om peuters met een mogelijke (taal)achterstand, ook wel ‘doelgroepkinderen’ genoemd, beter voor te bereiden op de basisschool en er voor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen.

Vanaf 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeel- zaalwerk van kracht. Deze wet regelt dat peuterspeelzaalwerk onder de definitie van kinderopvang komt. Er is dus geen verschil meer tussen peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. De rol van de gemeente verandert, doordat een grotere groep ouders in aanmerking komt voor kinderopvang -toeslag. Ouders die aan de draagkrachtcriteria voldoen kunnen voor de eigen bijdrage bijzondere bijstand krijgen.

De wnd. gemeentesecretaris,

drs. D. Schipperheijn

De burgemeester,

R.K.H. Krewinkel