besluit:
vast te stellen de volgende Verordening inspraak en medezeggenschap sociaal domein gemeente Pijnacker-Nootdorp 2017.
Algemene toelichting Verordening inspraak en medezeggenschap sociaal domein gemeente Pijnacker-Nootdorp 2017
In deze verordening zijn bepalingen opgenomen over inspraak en medezeggenschap bij de gemeente.
Regeling van de inspraak en medezeggenschap is verplicht op grond van artikel 2.10 van de Jeugdwet, artikel 2.1.3, derde lid, van de Wmo 2015, artikel 47 van de Participatiewet, en artikel 2, derde lid, van de Wet sociale werkvoorziening.
In artikel 2.10 van de Jeugdwet (in de redactie van de Nota van wijziging op het wetsvoorstel Wmo 2015 van 12 maart 2014, kamerstukken II 22841, nr. 35) worden de artikelen 2.1.3, derde lid, en 2.5.1 (jaarlijks cliëntervaringsonderzoek) van de Wmo 2015 van overeenkomstige toepassing verklaard.
Om te integraliteit en samenhang in het sociaal domein ook op het gebied van inspraak en medezeggenschap vorm te geven, is er gekozen voor één verordening waarin de inspraak en medezeggenschap op grond van zowel de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Participatiewet, als de Wet sociale werkvoorziening is geregeld.
Artikelsgewijze toelichting Verordening inspraak en medezeggenschap sociaal domein gemeente Pijnacker-Nootdorp 2017
De artikelsgewijze toelichting is beperkt tot slechts een artikel. Artikelen of onderdelen die geen vragen oproepen worden niet nader toegelicht.
Artikel 2
In het eerste lid is verwezen naar de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde inspraakverordening. Op deze manier wordt gewaarborgd dat eenzelfde inspraakprocedure geldt voor het beleid in het sociaal domein als op andere terreinen. De inspraak geldt voor alle ingezetenen. Dit is uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever, omdat iedereen op enig moment aangewezen kan raken op ondersteuning.
Met het vierde lid wordt het aan het college overgelaten om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven.