Gemeenteblad van 's-Gravenhage

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
's-GravenhageGemeenteblad 2017, 202622Beleidsregels



Beleidsregel bouw- en sloopgeluid Den Haag 2017

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

 

overwegende dat:

 

  • -

    het achtergrondgeluidsniveau in veel gebieden van Den Haag, net als in de andere grote steden, tamelijk hoog is, hoger dan veel vormen van bouw- en sloopgeluid;

  • -

    de geluidsnormen uit het Bouwbesluit 2012 niet passend zijn voor een dynamische stedelijke omgeving;

  • -

    jaarlijks een aanzienlijk aantal individuele ontheffingen voor bouw- en sloopgeluid wordt verleend;

  • -

    artikel 8.3 lid 4 Bouwbesluit 2012 de gelegenheid biedt tot het maken van lokaal beleid voor bouw- en sloopgeluid;

  • -

    beleidsregels de mogelijkheid bieden om meer geluidsruimte te bieden, terwijl het beschermingsniveau van omwonenden en naburige functies gewaarborgd blijft;

  • -

    door beleidsregels de meeste van de ontheffingsbesluiten, die tot nu toe worden genomen, niet meer nodig zijn. Dat betekent lichtere administratieve lasten;

     

Gelet op artikel 8.3, vierde lid van het Bouwbesluit 2012,

 

besluit:

 

  • I.

    vast te stellen de Beleidsregel bouw- en sloopgeluid Den Haag 2017;

 

  • II.

    Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad en werkt terug tot 1 juli 2017.

 

Den Haag,

Het college van burgemeester en wethouders,

 

de secretaris,

Annet Bertram

 

de burgemeester,

Pauline Krikke

 

 

BELEIDSREGEL BOUW- EN SLOOPGELUID DEN HAAG 2017

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

    • 1.

      Bij de toepassing van deze beleidsregel gelden de begripsbepalingen zoals opgenomen in het Bouwbesluit 2012.

    • 2.

      In aanvulling op het eerste lid wordt verstaan onder:

    • -

      Achtergrondgeluidniveau: het reeds in de omgeving aanwezige geluid, zonder dat sprake is van bouw- of sloopactiviteiten, zoals bijvoorbeeld verkeerslawaai.

    • -

      Bevoegd gezag: het college van Burgemeester en Wethouders of de door het college gemandateerde.

    • -

      Individuele ontheffing: door het bevoegd gezag afgegeven ontheffing voor een strikt omschreven deel van de geldende wetgeving, in dit geval een gedeelte van het Bouwbesluit 2012. Voor bouw- en sloopgeluid heeft een ontheffing betrekking op de geluidniveaus en/of het tijdstip van uitvoering van de werkzaamheden.

    • -

      Monitoring: continue geluidmeting op de gevel van het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw.

    • -

      Nul-meting: representatieve meting volgens de IL-HR-13, de handleiding meten en rekenen industrielawaai, op de gevel van het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw gedurende minimaal 1 week continu voorafgaand aan de bouw- of sloopactiviteiten.

     

Artikel 2. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op het vaststellen van geluidsnormen voor bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden die passen bij een dynamisch stedelijk gebied als Den Haag.

 

Artikel 3

De maximale dagwaarde voor geluid van bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden in Den Haag mag van maandag tot en met vrijdag in de dag- en avondperiode liggen op het niveau van het ter plaatse gemeten achtergrondgeluid, verhoogd met 5dB(A). Dit toegelaten daggemiddelde geluidsniveau treedt in de plaats van de laagste geluidsnormen in tabel 8.3 van het Bouwbesluit 2012.

 

Artikel 4

Voor toepassing van artikel 4 moet worden voldaan aan de volgende drie voorwaarden:

  • -

    Beschikbaarheid van een actuele, door het bevoegd gezag goedgekeurde nul-meting;

  • -

    Toepassing van de stilste technieken;

  • -

    Monitoring van het geluid gedurende de werkzaamheden op een wijze zoals goedgekeurd door het bevoegd gezag.

 

Artikel 5

Het toegelaten geluidsniveau, de maximale dagwaarde voor geluid, bedoeld in artikel 4, wordt per locatie door het bevoegd gezag vastgesteld op grond van een goedgekeurde nul-meting van het achtergrondgeluid. Deze nul-meting moet uitgevoerd worden volgens de IL-HR-13, de handleiding meten en rekenen industrielawaai.

 

Artikel 6

Voor de geluidsniveaus hoger dan het toegelaten geluidsniveau op basis van artikel 4 geldt tabel 8.3 uit het Bouwbesluit.

 

Artikel 7

De blootstellingsduur wordt toegepast per vergunning of melding. Een omgevingsvergunning voor de activiteit planologische afwijking en een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voor hetzelfde project of bouwplan worden samen geteld als één vergunning.

 

Artikel 8 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze beleidsregel treedt in werking op 1 april 2017;

  • 2.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bouw- en sloopgeluid Den Haag 2017.

 

 

Beleid en beleidsregels bouwgeluid Den Haag

1 Inleiding

Regeling bouw- en sloopgeluid Bouwbesluit 2012

In artikel 8.3 Bouwbesluit 2012 staan regels voor geluid door bedrijfsmatige bouw- en sloopwerkzaamheden (zie bijlage 1). Sinds een aantal jaren is ervaring opgedaan met de uitvoering van de regels van het Bouwbesluit 2012. Voorheen waren de regels niet in wetgeving vastgelegd, maar in adviesnormen, met veel gemeentelijke beleidsvrijheid. De regels en de bijbehorende geluidsnormen in tabel 8.3 zijn opgesteld voor gemiddelde situaties in Nederland. De normen zijn niet toegesneden op dynamische stedelijke gebieden zoals Den Haag. Bij bouwgeluid gaat het om tijdelijke geluidsproductie, in tegenstelling tot de meer permanente geluidniveaus door bijvoorbeeld weg- en railverkeer.

In het Bouwbesluit is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen én wordt het college van B en W ruimte geboden om beleidsregels vast te stellen, die in de plaats kunnen treden van de normale geluidgrenswaarden van het Bouwbesluit. Voorwaarde hierbij is dat de bedrijfsmatige bouw- en sloopactiviteiten moeten worden uitgevoerd met de best beschikbare stille technieken.

 

Ontheffingen, behoefte aan beleidsregels

In de dagelijkse praktijk in onze gemeente komt het vrij vaak voor dat geluidsontheffingen worden aangevraagd én verleend voor bouw- en sloopactiviteiten. In de meeste jaren is sprake van meer dan 30 ontheffingen per jaar. In alle gevallen wordt hierin de geluidemissie van de sloop- of bouwactiviteiten zorgvuldig beoordeeld en gecommuniceerd en worden de stilste technieken besproken en vastgelegd.

Door verkeerslawaai en ander omgevingsgeluid is op veel locaties in Den Haag en andere steden het niveau van het achtergrondgeluid al aanzienlijk hoger dan het eerste (laagste) geluidsniveau in tabel 8.3 van het Bouwbesluit 2012. Bouw- en slooplawaai wordt door omwonenden en andere gebruikers van gevoelige functies als hinderlijk ervaren als het geluidniveau van de activiteit 5 dB(A) boven het omgevingsgeluid uit komt. Het is van belang om ruimte te bieden voor de ontwikkeling van de stad, terwijl de mate van hinder door bouwgeluid goed wordt gereguleerd en beperkt. Daarom wordt voorgesteld om voor de locaties met een hoog achtergrondgeluidsniveau de geluidgrenswaarde voor bouwgeluid van maandag tot en met vrijdag gedurende de dag- en avondperiode vast te stellen op 5 dB(A) boven het niveau van het omgevingsgeluid. Bij daling van het feitelijke geluidsniveau in een specifieke omgeving zal de toegestane geluidgrenswaarde volgens deze beleidsregels dus weer dalen tot het niveau van tabel 8.3 Bouwbesluit 2012. Voor de zaterdag geldt de beleidsregel niet, ook al is volgens het Bouwbesluit 2012 de zaterdag een werkdag. Het leven in de stad komt in het weekend later op gang waardoor het niveau van het omgevingsgeluid op zaterdag lager ligt. Ook voor de nacht geldt de beleidsregel niet.

Hierbij is van belang dat in heel Nederland voor de avondperiode en de nachtperiode het geluid strenger wordt beoordeeld, door middel van een verhoging (‘straffactor’) van respectievelijk 5dB(A) en 10 dB(A). Dit is feitelijk het verlagen van het toegestane geluidniveau met 5 dB(A) in de avond- en met 10 dB(A) in de nachtperiode.

 

2 Toelichting beleidsregels

 

2.1 Huidige situatie; regels Bouwbesluit

In de huidige situatie gelden de regels van het Bouwbesluit 2012. Ter voorkoming van hinder /overlast door bouwlawaai, is in het Bouwbesluit 2012 in artikel 8.3 lid 2 de grens aangegeven wat toelaatbaar is. Geluidniveaus en de bijbehorende blootstellingsduur worden daar benoemd; zie onderstaande tabel 8.3 uit het Bouwbesluit. Als het bouwlawaai onder deze grens blijft en binnen de dagperiode valt (tussen 7.00 tot 19.00 uur), voldoet het aan de eisen volgens het Bouwbesluit 2012.

 

tabel 8.3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

dagwaarde

[dB(A)]

≤ 60

> 60

> 65

> 70

>75 - ≤ 80

> 80

maximale

 

 

 

 

 

 

 

 

blootstellingsduur

dagen

onbeperkt

50

30

15

5

0

Figuur 1; tabel uit Bouwbesluit 2012 art. 8.3

De geluidgrenswaarden van het Bouwbesluit 2012 zijn gebaseerd op een dosis-effect relatie waarbij de totale hoeveelheid geluid in een aangenomen tijdsperiode bepaalt of er sprake is van hinder (zie figuur 1). In het Bouwbesluit 2012 zijn eisen opgenomen voor zowel het geluidsniveau op omliggende geluidgevoelige gebouwen als voor het tijdstip en de duur van de werkzaamheden. De grens voor toelaatbaar bouwlawaai ligt laag, zeker voor de lang lopende bouwwerken. In ons stedelijk gebied, waarbij de bouw- of sloopactiviteiten veelal op korte afstand worden uitgevoerd van bestaande bouw (omwonenden), worden de geluidgrenswaarden van het Bouwbesluit al snel overschreden. De activiteiten zouden dan moeten worden stilgelegd, terwijl dit niet wenselijk is. Om deze reden worden regelmatig individuele ontheffingen afgegeven.Het omgevingsgeluid ligt in de stad vaak al hoger dan de grenswaarden van het Bouwbesluit. Omdat het geluidniveau van de activiteit wegvalt in het omgevingsgeluid, heeft de individuele ontheffing geen toegevoegde waarde om geluidhinder tegen te gaan.

Artikel 8.3 van het Bouwbesluit is dus te beperkend in het stedelijk gebied. Het bevat landelijk werkende regels en gaat daarbij uit van uniforme situaties. De ontwikkel- en bouwopgave in de stad wijkt sterk af van het landelijk gemiddelde; er zijn veel meer grotere, complexere en meer langdurige bouw- en sloopwerken dan gemiddeld in een dynamische stad als Den Haag. Ook het ‘geluidklimaat’ in de stad is niet te vergelijken met de geluidbeleving in een meer landelijke omgeving. Als de normen van tabel 8.3 Bouwbesluit naar verwachting worden overschreden kan, mits de noodzaak is aangetoond, een individueel ontheffingsbesluit worden genomen. In zo’n ontheffingsbesluit worden voorschriften opgenomen, zoals:

  • -

    kiezen voor de stilste methode

  • -

    kiezen voor de methode die leidt tot de minimale tijdsduur van de hinder

  • -

    de overdrachtsweg naar de ontvanger afschermen

  • -

    uitvoering op het minst bezwaarlijke tijdstip

  • -

    de omgeving informeren over de te verwachten hinder

  • -

    afspraken maken; bijvoorbeeld: mogelijkheden aanbieden om de directe omgeving te kunnen verlaten

 

Tot nu toe is er een doorlopende stroom individuele ontheffingen met steeds andere locatiegebonden afwegingen. Zonder deze ontheffingen zouden veel bouwprojecten in de stad niet kunnen worden uitgevoerd, omdat de standaard-geluidsnormen uit artikel 8.3 Bouwbesluit 2012 worden overschreden.

Vanwege het hoge niveau van achtergrondgeluid in de stad en omdat jaarlijks voor veel vergelijkbare gevallen ontheffing wordt verleend ligt het voor de hand om beleidsregels vast te stellen.

 

2.2 Gewenste situatie; met beleidsregels voor bouwlawaai

 

Naast de algemene regels en de mogelijkheid van individuele ontheffingen bestaat de mogelijkheid voor het college van B en W om beleidsregels op te stellen voor bouwlawaai (art. 8.3 lid 4 Bouwbesluit 2012). Zulke regels betekenen dat partijen geen individuele ontheffing nodig hebben, zolang zij maar voldoen aan de beleidsregels. In de beleidsregels worden vergelijkbare eisen en voorschriften opgenomen voor de uitvoering als tot nu toe in de ontheffingen, waarbij per project de grenswaarde wordt vastgesteld afhankelijk van het niveau van het omgevingsgeluid/achtergrondniveau. Omdat de regels in plaats komen van een grote groep ontheffingsbesluiten die nu jaarlijks afzonderlijk worden verleend, worden de regels feitelijk niet versoepeld en zullen de beleidsregels geen feitelijke toename van de hoeveelheid bouwlawaai betekenen, laat staan van het aantal gevallen van geluidsoverlast en het aantal klachten daarover. Wel ligt het één en ander vast in duidelijke normen en verandert de wijze van behandeling: van individuele besluiten naar algemene regels. Overigens zijn de beleidsregels net zo goed handhaafbaar als de ontheffingsbesluiten. Net als nu worden klachten over bouwlawaai steeds grondig onderzocht en beoordeeld.

Den Haag kent net als veel andere grote steden in Nederland een vrij hoog achtergrondniveau aan geluid. Dit is het gevolg van verkeerslawaai en andere gebiedseigen geluidbronnen die altijd aanwezig zijn; het achtergrondgeluid. Het niveau van het achtergrondgeluid in delen van de stad ligt hoger dan de eis van Bouwbesluit 2012 (zie figuur 2), zodat bouwlawaai er in zal wegvallen.

 

Figuur 2; In de praktijk gemeten: het achtergrondgeluidniveau in de stad nabij een bouwlocatie.

Als de bouw even stil is (rond 9:30 u en 13:00u),ligt het achtergrondgeluid veel hoger dan

60 dB(A).

Bovendien is bouwlawaai pas hinderlijk als het geluidniveau 5 dB(A) hoger ligt dan het achtergrondgeluid. Deze “geluidruimte” kan gebruikt worden. Om deze reden wordt in de beleidsregel een hogere grens toegelaten. Het effect van de verruiming is dat er een hoger geluidniveau toegestaan is dan aangegeven in het Bouwbesluit 2012, of dat een langere blootstellingsduur toegestaan is. De blootstellingsduur in dagen wordt toegepast per vergunning/ melding. Vaak wordt eerst een bestaand bouwwerk gesloopt (met sloopmelding) en daarna wordt iets nieuws gebouwd (met omgevingsvergunning). In dat geval wordt de beleidsregel en de blootstellingsduur volgens tabel 8.3 Bouwbesluit 2012 dus tweemaal toegepast. Voor de zaterdag geldt de beleidsregel niet, ook al is volgens het Bouwbesluit 2012 de zaterdag een werkdag. Het leven in de stad komt in het weekend later op gang waardoor het niveau van het omgevingsgeluid lager ligt. Ook voor de nachtperiode geldt de beleidsregel niet. Net als nu kan indien nodig ontheffing worden aangevraagd voor werken in de nacht.

De avondperiode duurt volgens het Bouwbesluit 2012 van 19.00 tot 23.00 en de nachtperiode van 23.00 tot 7.00 uur. In heel Nederland (en zo ook in Den Haag) wordt bouwgeluid in de avondperiode en de nachtperiode strenger beoordeeld. Vanuit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (IL-HR 13-01) geldt voor de avondperiode een verhoging (‘straffactor’) van 5 dB(A) en voor de nachtperiode een verhoging van 10 dB(A).

Een bouwer of initiatiefnemer kan onder drie voorwaarden gebruik maken van de ruimte die de beleidsregel biedt:

  • -

    er moet tijdig een goedgekeurde nulmeting zijn ingediend;

  • -

    de stilste technieken moeten worden toegepast;

  • -

    het bouwlawaai moet worden gemonitord conform de IL-HR 13-01.

  • -

    uitvoering op het minst bezwaarlijke tijdstip

  • -

    de omgeving informeren over de te verwachten hinder

Het werkelijke niveau van het achtergrondgeluid op de gevel van de omliggende geluidgevoelige gebouwen wordt vastgesteld door de bouwer met een zogenaamde “nul-meting” (volgens de IL-HR-13; handleiding meten en rekenen industrielawaai). Aan de hand van dit achtergrondgeluid-niveau wordt voor dié locatie de toe te laten grens voor bouwgeluid vastgesteld. Door toepassing van de stilste technieken wordt de stad zo min mogelijk belast met bouwgeluid. Tijdens de bouw wordt de grens bewaakt door monitoring van het bouwlawaai volgens de IL-HR-13. DSO/Vergunningen en Toezicht toetst de gemeten geluidniveaus. Gedurende de werkzaamheden worden de meetresultaten wekelijks doorgegeven door de uitvoerende partij en indien nodig gecommuniceerd naar omwonenden. Bij overschrijding van de toegestane niveaus worden de werkzaamheden stilgelegd.

De beleidsregel kent net als het Bouwbesluit 2012 een bovengrens van 80 dB(A). Als in uitzonderlijke gevallen mocht voorkomen dat noodzakelijkerwijze deze grens moet worden overschreden, dan kan hiervoor een individuele ontheffing met strikte voorwaarden worden verleend.

De voorgestelde werkwijze is gebaseerd op jarenlange praktijkervaring. De beleidsregels zullen worden geëvalueerd om de toepassing ervan te staven aan de beleving van hinder in de stad.

 

2.3 Voorbeelden van toepassing beleidsregels voor dag- en avondperiode op een doordeweekse dag.

 

In onderstaande tabel is bijvoorbeeld het achtergrondgeluidniveau 63 dB(A). De tabel voor de dagperiode wordt dan als volgt aangepast:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

dagwaarde

[dB(A)]

≤ 68

 

> 68<70

> 70<75

>75 ≤ 80

> 80

maximale

 

 

 

 

 

 

 

 

blootstellingsduur

dagen

onbeperkt

 

30

15

5

0

In de tabel is inzichtelijk gemaakt dat alle geluid tot 68 dB(A) toegestaan is, zonder tijdsmaximum. Boven de 68 dB(A) geldt het maximum van 30 dagen. Daarboven gelden nog steeds de grenzen uit de tabel van het bouwbesluit; tussen 68 en 70 dB(A) maximaal 30 dagen, tussen 70 en 75 dB(A) 15 dagen, enz.

Dit is grafisch voorgesteld als volgt:

In onderstaande tabel is bijvoorbeeld het achtergrondgeluidniveau 63 dB(A). De tabel voor de dagperiode wordt dan als volgt aangepast:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

avondwaarde

[dB(A)]

≤ 63

 

> 63 <65

> 65 <70

>70 ≤ 75

> 75

maximale

 

 

 

 

 

 

 

 

blootstellingsduur

dagen

onbeperkt

 

30

15

5

0

In de tabel is voor de avond inzichtelijk gemaakt dat alle geluid tot 63 dB(A) toegestaan is, zonder tijdmaximum. Boven de 63 dB(A) geldt het maximum van 30 dagen. Daarboven gelden nog steeds de grenzen uit de tabel van het bouwbesluit; tussen 65 en 70 dB(A) maximaal 15 dagen, tussen 70 en 75 dB(A) 5 dagen, enz.

 

Dit is grafisch voorgesteld als volgt:

 

3 Artikelsgewijze toelichting van artikel 4, 5 en 8 van de beleidsregels

Artikel 4

De dagwaarde is gedefinieerd in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012: “dagwaarde: de waarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voor geluid tussen 07.00 tot 19.00 uur op de gevel van een geluidsgevoelig object als bedoeld in artikel 11.1 van de Wet milieubeheer, vermeerderd met een eventuele toeslag voor geluid met een impulskarakter, bepaald volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, internetuitgave 2004”.

De regels staan toe dat er op een dag, met name in de dagperiode, korte tijd geluid wordt geproduceerd van meer dan 80 dB(A). Voor de uren van overschrijding moet dan worden gecompenseerd door in de andere uren van de betreffende dag stiller te werken, zodat het daggemiddelde beneden het maximum van 80 dB(A) uitkomt. Als het mogelijk is om (zeer) luidruchtige werkzaamheden te spreiden in de tijd, is overschrijding van de dagwaarde van 80 dB(A) niet nodig. Onder uitzonderlijke omstandigheden is mogelijk toch ontheffing nodig. Als een bepaalde noodzakelijke werkzaamheid niet kan worden gefaseerd en gespreid in de tijd en als er geen stillere werkwijze mogelijk is, kan er aanleiding zijn voor een individuele ontheffing. Deze ontheffing wordt alleen verleend als de noodzaak is aangetoond. In de ontheffing wordt ernaar gestreefd de duur van de overschrijding zo kort mogelijk te houden.

 

Artikel 5

De beleidsregel is alleen van toepassing onder strikte voorwaarden, waardoor de beleidsregel handhaafbaar is.

 

Artikel 8

Voor sommige projecten worden meerdere activiteiten uitgevoerd; eerst sloopwerk, daarna bouwen. Sloopwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd na een sloopmelding. Bouwwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd na verlening en inwerkingtreding van een omgevingsvergunning. Als voor het zelfde project of bouwplan een omgevingsvergunning voor de activiteit planologische afwijking is verleend èn een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, wordt dit geteld als één vergunning. Voor beide werkzaamheden wordt door het bevoegd gezag apart een besluit genomen. De telling van het aantal dagen van de blootstellingsduur begint bij de aanvang van de uitvoering van de Wabo-vergunning en/of van de sloopmelding.

 

4 Nadere toelichting van de werkwijze

 

4.1 Regels voor werken in de dagperiode

Bouw- en slooplawaai moet binnen grenzen blijven die vooraf met de bouwer worden afgesproken. Het college van burgemeester en wethouders heeft beleidsregels opgesteld voor bedrijfsmatig bouw- en sloopgeluid. Het uitgangspunt hiervoor is het aanwezige achtergrondgeluid op de betreffende locatie. De bouwer laat voorafgaande aan de start van de werkzaamheden het werkelijke geluidsniveau op de locatie meten, gedurende één week. Dit is het continu gemeten achtergrondniveau; de zogenaamde “nul-meting” (volgens de IL-HR-13; handleiding meten en rekenen industrielawaai). Hieruit wordt het daggemiddelde (het equivalent geluidniveau in de dagperiode) bepaald. Op basis daarvan wordt de (daggemiddelde) norm of grens voor het geluid vastgesteld: maximaal 5 dB(A) boven het daggemiddelde geluidsniveau. Piekgeluid ligt maximaal 10 dB(A) boven de vastgestelde grens.

 

4.1.1 Geluidhinder

Bouw- en sloopgeluid is herkenbaar t.o.v. de achtergrond en is hinderlijk als het geluidsniveau 5 dB(A) hoger ligt dan het achtergrondgeluid. Bouwgeluid kan een verschillend “karakter” hebben. Er zijn bronnen met ruisachtig karakter zoals een pomp, een hijskraan, een zaagmachine. Er zijn ook bronnen met pulsachtig karakter zoals een heimachine. Als indicatie van de te verwachten geluidniveaus levert de bouwer gegevens aan zoals de geluidproductie van de te gebruiken apparaten en het tijdvenster waarin de apparaten gebruikt worden. Het achtergrondgeluid in de stad (o.a. door verkeer) is ruisachtig. Pulsachtige geluidbronnen vallen daardoor eerder op. De meetmethode IL-HR 13-01 houdt rekening met pulsachtig geluid door de meetwaarden met 5 dB te corrigeren. Pulsachtig geluid weegt dus zwaarder mee dan ruisachtig geluid voor de berekening van het daggemiddelde.

 

4.1.2 Bepalen van toelaatbare geluidniveaus ter voorkoming van hinder

Alle eisen voor geluid van buiten naar binnen de woning zijn gebaseerd op een geluidreductie van de gevel tot binnenshuis een geluidniveau van ongeveer 35 dB(A) overblijft. Verstoring kan optreden als dat geluidniveau rond 5 dB(A) hoger ligt; bij een geluidniveau binnenshuis van 40 dB(A). De standaard geluidisolatie van de gevel van een woning is ongeveer 20 dB(A). Het van buiten invallende geluid op die gevel kan dus 20 dB(A) hoger zijn dan het binnenniveau. Hieruit volgt dat een geluid buiten de woning van 60 dB(A) of meer binnen in de woning hoorbaar en herkenbaar is. Dit geluidniveau sluit aan bij het gestelde in tabel 8.3 van het Bouwbesluit 2012.

Op de gevels van veel woningen in de stad is de geluidbelasting door verkeerslawaai en andere gebiedseigen bronnen hoger dan de grenswaarden zoals vastgesteld in artikel 8.3 Bouwbesluit 2012. Sinds de Wet Geluidhinder van kracht is (begin jaren ’80) zijn gevels van nieuwbouwwoningen geluidisolerend gebouwd. In de jaren ’90 is daarnaast door saneringsprogramma’s met Rijkssubsidie de geluidisolatie van de gevels verbeterd van bestaande woningen aan drukke wegen. Ook die gevels bezitten een betere geluidisolatie dan de standaard 20 dB(A). Hierdoor kan ook minder bouwlawaai binnendringen. Dit geldt niet voor alle woningen in de stad en ook niet voor alle gevels.

 

4.1.3 Monitoring van het geluidniveau

Indien verwacht wordt dat een bouwlocatie in de stad meer geluid veroorzaakt dan toegestaan door het Bouwbesluit 2012, kan een beroep worden gedaan op deze beleidsregels. Daarbij moet aan de voorwaarden worden voldaan. Een voorwaarde is dat de bouwer het geluidniveau tijdens de uitvoering van het werk (door zijn adviseur) laat monitoren en beoordelen. Het Team Bouwfysica en Bouwecologie van DSO/afdeling Vergunningen en Toezicht toetst namens het college de wijze van meten en de interpretatie van de metingen.

 

4.1.4 Reductie van hinder door afscherming van de overdrachtsweg

In de ruimte tussen de geluidsbron en de gevel van de geluidgevoelige gebouwen neemt het geluidsniveau af. Grofweg zal het geluidsniveau met 6 dB(A) per afstandsverdubbeling afnemen. Het geluidsniveau op de gevel van omwonenden wordt mede bepaald door de afstand tussen de geluidsbron en de gevel én de eventuele geluidsreductie door de afschermende maatregelen.

 

4.1.5 Reductie hinder door aanpassen van de werkwijze

Het daggemiddelde geluidsniveau (een belangrijke maat voor hinder) wordt lager door kortere tijd lawaai te maken. Als de bouwer bijvoorbeeld in plaats van met één apparaat een hele dag te werken, met twee apparaten in slechts een halve dag werkt, verlaagt dat het daggemiddelde (terwijl het momentane niveau met maximaal 3 dB toeneemt) en vermindert de hinder (met name de blootstellingsduur) voor omwonenden.

 

4.2 Regels voor werken buiten de dagperiode

 

4.2.1 Omgeving is stiller; strengere eisen

Voor werken in de avondperiode, van 19:00 u tot 23:00 u, wordt standaard in de IL-HR 13-01 een opslag gehanteerd (‘straffactor’) van 5 dB(A) aangehouden. De toegelaten geluidsniveaus op de gevel zijn dus voor de avondperiode feitelijk 5 dB(A) lager dan die voor de dagperiode. Voor de nachtperiode, van 23:00 u tot 7:00 u, wordt een opslag (‘straffactor’) van 10 dB(A) aangehouden. Deze straffactoren compenseren voor het feit dat het omgevingsgeluid in deze delen van het etmaal 10 dB(A) lager is. Deze wijze van berekenen voor de avond- en nachtperiode geldt zowel bij de toepassing van de beleidsregels als bij de toepassing van tabel 8.3 Bouwbesluit 2012.

 

4.2.2 Werkzaamheden in het weekend

Het niveau van het achtergrondgeluid is in het weekend lager dan van maandag t/m vrijdag. Daardoor is geluidhinder voor de omgeving in het weekend groter dan de rest van de week. Het bevoegd gezag (het college) beslist over het al dan niet toestaan van werkzaamheden buiten de reguliere werktijden, o.a. op zon- en algemene feestdagen. Daarbij wordt altijd afgewogen welk tijdstip voor de omgeving het minste overlast geeft. Omdat het achtergrondgeluid in het weekend lager is, zal uitvoering in het weekend zo veel mogelijk worden vermeden.

De beleidsregel geldt niet voor de zaterdag, ook al is zaterdag volgens het Bouwbesluit 2012 een werkdag. De bouwer wordt gestimuleerd de werkzaamheden zo veel mogelijk buiten de weekenden uit te voeren.

In artikel 8.3 van het Bouwbesluit 2012 is bouw- en sloopgeluid toegestaan op werkdagen en op zaterdag tussen 7:00 uur en 19:00 uur. Derhalve is volgens het Bouwbesluit 2012 ook op zaterdag bouwlawaai toegestaan vanaf 7:00 uur. De verruiming van de geluidsruimte volgens de beleidsregels geldt echter niet voor de zaterdag. Voor veel burgers in de stad is zaterdag een vrije dag waarin (zeker in de ochtend) rust verwacht wordt. Het openbare leven komt later op gang dan op werkdagen en het niveau van het achtergrondgeluid is op zaterdag lager dan van maandag t/m vrijdag. De bouwer wordt gestimuleerd om geluidbelastende activiteiten in de vroege ochtenduren zo veel mogelijk te vermijden en uit te stellen tot een later tijdstip op de zaterdag. Werken op zon- en erkende feestdagen is niet toegestaan. Voor uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als de omgevingsveiligheid in het geding is, moet hiervoor een individuele ontheffing worden aangevraagd.

 

 

Bijlage 1

Tekst van artikel 8.3 Bouwbesluit 2012

 

Art. 8.3 Geluidhinder (Nieuwbouw)

Lid 1. Bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden worden op werkdagen en op zaterdag tussen 7.00 uur en 19.00 uur uitgevoerd.

Lid 2. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid worden de in tabel 8.3 aangegeven dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur niet overschreden.

Tabel 8.3

Dagwaarde

≤ 60 dB(A)

> 60 dB(A)

> 65 dB(A)

> 70 dB(A)

> 75 - ≤ 80 dB(A)

> 80 dB(A)

Maximale

blootstellingsduur

onbeperkt

50 dagen

30 dagen

15 dagen

5 dagen

0 dagen

Lid 3. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid. Onverkort het gestelde in de ontheffing, wordt bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden gebruik gemaakt van de best beschikbare stille technieken.

Lid 4. Indien het bevoegd gezag met betrekking tot het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden beleidsregels als bedoeld in titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht heeft vastgesteld, is in afwijking van het derde lid geen ontheffing vereist indien het uitvoeren van de werkzaamheden voldoet aan die beleidsregels en het bevoegd gezag ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van die werkzaamheden in kennis is gesteld van de aanvang van de werkzaamheden.