Wijziging in de gemeentelijke Rechtspositieregeling

 

 

De arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren zijn vastgelegd in de gemeentelijke Rechtspositieregeling. Het college heeft op 27 september 2017 besloten deze Rechtspositieregeling per 1 januari 2017 te wijzigen.

De 74ste wijziging, als gevolg van een principiële uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over doorbetaling toeslag onregelmatige dienst tijdens opnemen van wettelijk verlofuren.

Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch in zijn vergadering van

27 september 2017

regnr. 7265453

gelet op de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen:

De 74ste wijziging van de Rechtspositieregeling met ingang van 1 januari 2017.

wet flexibel werken en wet werken na de aow-gerechtigde leeftijd

Aan artikel 2:4 wordt een nieuw vijfde en zesde lid toegevoegd;

Duur van de aanstelling

Artikel 2:4

5. Voor de ambtenaar die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, geldt de aanstelling als aanstelling voor onbepaalde tijd vanaf de dag waarop:

a. de aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar met tussenpozen van niet meer dan zes maanden hebben opgevolgd en een periode van 48 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden;

b. meer dan zes aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan zes maanden.

6. Voor de vaststelling of de bedoelde periode of het aantal opvolgende aanstellingen is overschreden, worden alleen de aanstellingen in tijdelijke dienst in aanmerking genomen die zijn aangegaan na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Artikel 2:7 wordt gewijzigd en komt per 1 januari 2016 als volgt te luiden;

Aanpassing arbeidsduur

Artikel 2:7

  • 1.

    Overeenkomstig de Wet flexibel werken heeft een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan, het recht de formele arbeidsduur per week te verminderen of de formele arbeidsduur per week uit te breiden tot het aantal uur van een volledige betrekking, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten.

  • 2.

    Overeenkomstig de Wet flexibel werken heeft een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan, het recht de werktijden aan te passen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten.

  • 3.

    Overeenkomstig de Wet flexibel werken kan een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan het college verzoeken tot aanpassing van zijn arbeidsplaats.

  • 4.

    De bepaling in lid 1 geldt niet voor de ambtenaar of de persoon met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.

Aan artikel 8:2a wordt een nieuw tweede lid toegevoegd, onder vernummering van de huidige tekst tot lid 1. Het nieuwe artikel 8:2a komt daarmee als volgt te luiden:

Artikel 8:2a
  • 1.

    De aanstelling of arbeidsovereenkomst van de medewerker die na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst van de gemeente is gebleven of getreden, wordt be ëindigd wanneer een van de partijen dat wenselijk acht. Hierbij wordt een opzegtermijn van één maand in acht genomen .

  • 2.

    In afwijking van lid 1 geldt in geval van ziekte een opzegtermijn van 13 weken.

FLO-OVERGANGSRECHT: WIJZIGING LEEFTIJDSAFHANKELIJKE FACTOREN

Artikel 9b:22a, tweede lid, wordt vervangen door:

De leeftijdsafhankelijke factor bedraagt

leeftijd

factor

 

leeftijd

factor

 

leeftijd

factor

18

0,282

 

33

0,440

 

48

0,686

19

0,291

 

34

0,453

 

49

0,706

20

0,300

 

35

0,467

 

50

0,727

21

0,309

 

36

0,481

 

51

0,749

22

0,318

 

37

0,495

 

52

0,772

23

0,327

 

38

0,510

 

53

0,795

24

0,337

 

39

0,526

 

54

0,819

25

0,347

 

40

0,541

 

55

0,843

26

0,358

 

41

0,558

 

56

0,869

27

0,369

 

42

0,574

 

57

0,895

28

0,380

 

43

0,591

 

58

0,922

29

0,391

 

44

0,609

 

59

0,949

30

0,403

 

45

0,627

 

60

0,978

31

0,415

 

46

0,646

 

61

1,007

32

0,427

 

47

0,666

 

62

1,037

Artikel 9b:45a, tweede lid, wordt vervangen door

De leeftijdsafhankelijke factor bedraagt

leeftijd

factor

 

leeftijd

factor

 

leeftijd

factor

18

0,282

 

33

0,440

 

48

0,686

19

0,291

 

34

0,453

 

49

0,706

20

0,300

 

35

0,467

 

50

0,727

21

0,309

 

36

0,481

 

51

0,749

22

0,318

 

37

0,495

 

52

0,772

23

0,327

 

38

0,510

 

53

0,795

24

0,337

 

39

0,526

 

54

0,819

25

0,347

 

40

0,541

 

55

0,843

26

0,358

 

41

0,558

 

56

0,869

27

0,369

 

42

0,574

 

57

0,895

28

0,380

 

43

0,591

 

58

0,922

29

0,391

 

44

0,609

 

59

0,949

30

0,403

 

45

0,627

 

60

0,978

31

0,415

 

46

0,646

 

61

1,007

32

0,427

 

47

0,666

 

62

1,037

Aanpassing verplaatsingskostenregeling verhuisplichtige ambtenaren

Artikel 18:5:5 lid 1 sub b wordt gewijzigd en komt per 1 januari 2017 als volgt te luiden;

Hoogte tegemoetkoming in verhuiskosten

Artikel 18:5:5 (18:1:5)

  • 1.

    De tegemoetkoming in verhuiskosten kan slechts bestaan uit:

    • a.

      een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van de inboedel van de ambtenaar en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken van breekbare zaken;

    • b.

      een bedrag voor dubbele woonkosten, gelijk aan de noodzakelijk te maken kosten, met een maximum van € 312,49 per maand met dien verstande dat de tegemoetkoming ten hoogste vier maanden wordt verleend;

    • c.

      een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten.

  • 2.

    Indien de ambtenaar op de dag van de verhuizing een eigen huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in lid 1, onderdeel c, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 12% van de berekeningsbasis met dien verstande dat het genoemde percentage ten minste berekend wordt over het maximum van schaal 6 en ten hoogste over het maximum van schaal 13 van Bijlage IIa.

  • 3.

    Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de echtgenoten, geregistreerde partners beiden ambtenaar zijn en verhuizen of zijn verplaatst, wordt voor beide ambtenaren de berekeningsbasis vastgesteld. Ingeval beide ambtenaren een deeltijd dienstverband hebben en niet tevens een deeltijd dienstverband bij een andere werkgever die aanspraak geeft op een tegemoetkoming in verhuiskosten, wordt de berekeningsbasis vastgesteld als ware er sprake van een volledig dienstverband. De tegemoetkoming wordt toegekend op grond van de hoogste berekeningsbasis.

  • 4.

    Indien de ambtenaar geen eigen huishouding voert, wordt de tegemoetkoming als bedoeld in lid één, onderdeel c, gesteld op 6% van de berekeningsbasis.

  • 5.

    Indien en voor zover over de in dit artikel genoemde tegemoetkoming belasting afgedragen dient te worden komt die voor rekening van de ambtenaar.

De secretaris,

mr. drs. I.A.M. Woestenberg

De voorzitter,

mr. dr. A.G.J.M. Rombouts

Naar boven