Gemeenteblad van Zaltbommel

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ZaltbommelGemeenteblad 2017, 191185Verordeningen



Gemeenteraad van Zaltbommel - Financiële verordening 2017 vastgesteld

 

De raad van de gemeente Z a l t b o m m e l ;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 04 juli 2017

 

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet

 

b e s l u i t:

 

vast de stellen de volgende: Financiële verordening 2017.

 

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Zaltbommel en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;

  • -

    afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college heeft.

     

HOOFDSTUK 2. BEGROTING EN VERANTWOORDING

Artikel 2. Programma-indeling

De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een programma-indeling voor de komende raadsperiode vast.

Artikel 3. Planning en controlcyclus

Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college een overzicht aan met daarin in elk geval de data voor het aanbieden door het college en het vaststellen door de raad van de programmabegroting, de voorjaarsnota, de bestuursrapportage en de jaarstukken.

Artikel 4. Inrichting begroting en jaarstukken

  • 1.

    Bij de begrotingen en jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de baten en lasten weergegeven.

  • 2.

    De baten en lasten in de begroting bevatten de gegevens uit de jaarrekening t-2, de begroting t-1, het begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren.

  • 3.

    De baten en lasten in de jaarrekening bevatten de gegevens uit de jaarrekening t-1, de begroting betreffende het verantwoordingsjaar, de begroting na wijziging betreffende het verantwoordingsjaar en het verantwoordingsjaar.

  • 4.

    Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven in het lopende boekjaar.

  • 5.

    In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.

Artikel 5. Voorjaarsnota

  • 1.

    Het college biedt aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming.

  • 2.

    De raad stelt deze nota voor 15 juli vast.

Artikel 6. Autorisatie begroting en investeringskredieten

  • 1.

    De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma, het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen, de overhead, de vennootschapsbelasting en het bedrag voor onvoorzien.

  • 2.

    Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.

  • 3.

    Het college informeert de raad als ze verwacht dat de lasten van een programma of een investering de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, of de baten van een programma of een investering de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. Het betreft overschrijdingen/onderschrijdingen van minimaal 5% met een minimum van € 25.000.

  • 4.

    Bij de behandeling van de Bestuursrapportage in de raad, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.

  • 5.

    Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voor het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel aan de raad voor.

  • 6.

    Bij calamiteiten waarbij het publiek belang in het gedrang kan komen, is het college bevoegd om besluiten te nemen.  Dergelijke besluiten worden achteraf verantwoord bij de raad.

Artikel 7. Tussentijdse rapportage

  • 1.

    Het college informeert de raad één keer per jaar door middel van de Bestuursrapportage over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar.

  • 2.

    De Bestuursrapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht van baten en lasten met de bijgestelde raming van:

    • a.

      de baten en de lasten per programma;

    • b.

      het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;

    • c.

      het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting;

    • d.

      het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, b en c;

    • e.

      de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;

    • f.

      het resultaat volgend uit de onderdelen d en e; en

    • g.

      de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.

  • 3.

    In de tussenrapportage en de jaarrekening worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 10.000 toegelicht.

Artikel 8. Informatieplicht

  • 1.

    Het college besluit niet over:

    • a.

      de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 500.000.

    • b.

      het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 500.000.

    • c.

      het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

  • 2.

    Voorgaande verstrekking van inlichtingen vindt niet plaats wanneer de rechtshandeling wordt aangegaan:

    • a.

      ter uitvoering van een beslissing van de gemeenteraad en de hiermee gemoeide lasten worden gedekt uit bij het betreffende raadsbesluit aangewezen middelen, of

    • b.

      ter uitvoering van medebewindstaken en de daarmee gemoeide gemeentelijke lasten worden gedekt uit van rijkswege daarvoor beschikbaar gestelde middelen.

Artikel 9. EMU-saldo

Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

 

HOOFDSTUK 3. FINANCIEEL BELEID

Artikel 10. Waardering en afschrijving vaste activa

  • 1.

    Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bij deze verordening gevoegde Bijlage afschrijvingsbeleid.

  • 2.

    Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

Artikel 11. Reserves en voorzieningen

  • 1.

    In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen plaats met uitzondering van voorzieningen die tegen actuele waarde (contante waarde) zijn gewaardeerd. Voor de voorzieningen die gewaardeerd worden tegen contante waarde wordt het rentepercentage vastgesteld in de jaarlijkse programmabegroting.

  • 2.

    Het college biedt de raad regelmatig een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandeld. In deze nota staan de volgende zaken aangegeven;

  • 3.

    De vorming en besteding van reserves;

  • 4.

    De vorming en besteding van voorzieningen.

  • 5.

    Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt in ieder geval aangegeven:

    • a.

      het specifieke doel van de reserve;

    • b.

      de voeding van de reserve;

    • c.

      de maximale hoogte van de reserve; en

    • d.

      de maximale looptijd.

  • 6.

    Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij in het saldo.

Artikel 12. Kostprijsberekening

  • 1.

    Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.

  • 2.

    Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.

  • 3.

    Voor de toerekening van de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, wordt een standaard opslag op het uurtarief gehanteerd en in de desbetreffende verantwoording over de besteding toegerekend aan die activiteiten.

  • 4.

    Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting extracomptabel bepaald en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.

  • 5.

    Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten op basis van een standaard opslag op het uurtarief.

  • 6.

    Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het volgende lid.

  • 7.

    Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in het zesde lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De hoogte van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt bepaald aan de hand van de bij de begroting geraamde rentekosten als percentage van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten minus de omslagrente.

  • 8.

    In afwijking van het zesde lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.

  • 9.

    In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.

Artikel 13. Prijzen economische activiteiten

  • 1.

    Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd.

  • 2.

    Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd.

  • 3.

    Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.

  • 4.

    Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van:

    • a.

      leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;

    • b.

      een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;

    • c.

      een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;

    • d.

      een bevoordeling van sociale werkplaatsen;

    • e.

      een bevoordeling van onderwijsinstellingen;

    • f.

      een bevoordeling van publieke media-instellingen; en

    • g.

      een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen, retributies en leges.

Artikel 15 Financieringsfunctie

  • 1.

    Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht:

    • a.

      voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en

    • b.

      er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.

  • 2.

    Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden.

     

HOOFDSTUK 4. PARAGRAFEN

Artikel 16. Onderhoud kapitaalgoederen

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op de looptijd van verschillende plannen voor de openbare ruimte.

Artikel 17. Financiering en treasury

  • 1.

    Het college bereidt het beleid met betrekking tot de financieringsfunctie voor en legt dit in het ’Treasurystatuut’ ter behandeling en vaststelling voor aan de raad.

  • 2.

    Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf financiering in ieder geval verslag van de beleidsvoornemens ten aanzien van risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft het inzicht in de rentevisie;

  • 3.

    Bij de begroting en de jaarstukken geeft het college in de paragraaf financiering in ieder geval inzicht in:

  • 4.

    De kasgeldlimiet;

  • 5.

    De renterisiconorm;

  • 6.

    De liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte voor de komende drie jaar;

  • 7.

    De rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie.

Artikel 18. Grondbeleid

  • 1.

    In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

  • 2.

    de verwerving van gronden;

  • 3.

    de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.

  • 4.

    Het college biedt de raad periodiek een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan:

    • a.

      de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;

    • b.

      te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;

    • c.

      het verloop van de grondvoorraad;

    • d.

      de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.

       

HOOFDSTUK 5. FINANCIËLE ORGANISATIE EN FINANCIEEL BEHEER

Artikel 19. Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

  • a.

    het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen;

  • b.

    het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met economisch nut, met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden enzovoorts;

  • c.

    het verschaffen van informatie uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

  • d.

    het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;

  • e.

    het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en

  • f.

    de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede de controle op rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 20. Financiële organisatie

Het college draagt zorg voor:

  • a.

    een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;

  • b.

    een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;

  • c.

    de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

  • d.

    de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;

  • e.

    de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

  • f.

    de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden;

  • g.

    het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

  • h.

    het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en

  • i.

    het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen,

opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Artikel 21. Interne controle

Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.

 

HOOFDSTUK 6. SLOTBEPALINGEN

Artikel 22. Intrekken oude regeling, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking daarvan en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

  • 2.

    De Financiële verordening 2014, vastgesteld d.d. 27 februari 2014 en de Nota Activabeleid 2016, vastgesteld d.d. 21 januari 2016 worden ingetrokken.

  • 3.

    Deze verordening kan worden aangehaald als Financiële verordening 2017.

 

 

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Zaltbommel in

zijn vergadering van 26 oktober 2017.

De raad voornoemd,

de raadsgriffier,

De voorzitter, 

drs. M.S.P. Muurling

Dr. J.P. (Peter) Rehwinkel

Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 10

Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut

  • 1.

    Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 30.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Activa met een maatschappelijke nut en een verkrijgingsprijs vanaf € 100.000 worden geactiveerd. Voor riolering ligt deze grens op € 250.000.

  • 2.

    Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.

  • 3.

    Activa worden voor het eerst afgeschreven in het jaar waarbij aan het begin van het jaar minimaal 50% van de investering heeft plaatsgevonden. De rente wordt bepaald over de stand per 1 januari.

Gronden en terreinen

Grond

Niet

Strategische gronden

Niet

Woonruimten

Nieuwbouw / uitbreiding woonruimten

40 jaar

Bedrijfsgebouwen

Nieuwbouw en uitbreiding bedrijfsgebouwen

40 jaar

Verbouw / renovatie / restauratie van gebouwen (indien levensverlengend)

20 jaar

Onderwijskundige vernieuwingen

20 jaar

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken

Vervanging vrijval riolering

30 jaar

Riolering niet zijn vervanging vrijval riolering en mechanisch deel

30 jaar

Aanleg begraafplaatsen

40 jaar

Riolering (oude investeringen)

30 jaar

Veerstoepen

20 jaar

Aanleg en onderhoud van wegen (maatschappelijk)

25 jaar

Civiele kunstwerken (maatschappelijk)

25 jaar

Mechanisch en elektrische gedeelte van gemalen en drukriolering

15 jaar

Vervoermiddelen

Hellingsbeurt veer

4 jaar

Dienstauto buitendienst

10 jaar

Specifiek vervoersmiddel buitendienst

10 jaar

Aankoop veer

30 jaar

Machines, apparaten en installaties

Beveiligingsinstallaties

10 jaar

Parkeermeters

10 jaar

Voorzieningen / technische installaties gebouwen

15 jaar

Overige materiële vaste activa

Hardware

4 jaar

Software: afhankelijk van economisch levensduur

5 jaar - 7 jaar

Plaatsen straatmeubilair

10 jaar

Verkeers- en komborden (maatschappelijk)

10 jaar

Plattegrond en bewegwijzering (maatschappelijk)

10 jaar

1e inrichting

15 jaar

Meubilair

15 jaar

Vervanging inventaris

15 jaar