Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Cranendonck

 

Artikel 0 Dit artikel moet nog worden gesplitst

DE RAAD VAN DE GEMEENTE CRANENDONCK `

Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Cranendonck d.d. 10 november 2015

Gelet op artikel: 147 van de gemeentewet.

B E S L U I T

1) het Bomenplan gemeente Cranendonck 2015-2024 vast te stellen.

2) in te stemmen met wijziging Algemene Plaatselijke Verordening: afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden

Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden

Artikel 4:10 Begripsbepalingen

1.In deze afdeling wordt verstaan onder:

a) Boom: een houtig gewas zowel levend als afgestorven met een dwarsdoorsnede van de stam van

minimaal 10 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de

dwarsdoorsnede van de dikste stam.

b) Houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen;

c) Hakhout: één of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

d) Dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;

e) Inboet: het verwijderen en tevens vervangen van niet aangeslagen beplanting (niet langer geleden

geplant dan 8 jaar).

f) Vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het

wortelgestel, met inbegrip van 1ste maal knotten of kandelaberen; het verrichten van handelingen,

zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de

houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Onderhoud zoals periodiek knotten en kandelaberen valt

niet onder vellen.

g) BVC onderzoek: (Boomveiligheidscontrole): onderzoek naar de vitaliteit van een boom, op basis van

een visuele boom controle waarbij ook gebreken die de vitaliteit niet beïnvloeden, worden gemeld of

zaken waarop de flora en faunawet van toepassing kan zijn.

Artikel 4:11 Verbod vellen houtopstand

1.Het is verboden een houtopstand te vellen of te doen vellen die staat vermeld op de door het college

vastgestelde Bomenlijst met bijbehorende kaart en/of die onderdeel uitmaken van de te behouden en

ontwikkelen bomenstructuren die zijn opgenomen in het door de raad vastgestelde Boombeleidsplan.

2.Het college stelt de in het eerste lid genoemde Bomenlijst en kaart vast volgens de door de raad

vastgestelde criteria uit het Boombeleidsplan en beslist tot toevoeging of verwijdering van houtopstanden

op de lijst en kaart.

3.In het geval van een verschil tussen de in het eerste lid bedoelde, door het college vastgestelde, lijst en

bijbehorende kaart is de aanwezigheid van de houtopstand op de kaart doorslaggevend voor het verbod

zoals bedoeld in het eerste lid.

4.Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod

conform het door de raad vastgestelde Boombeleidsplan. (omgevingsvergunning)

5.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt

voorzien door de Boswet.

6.Voor bomenstructuren die zijn opgenomen in het door het college vastgestelde Boombeleidsplan geldt

het in het eerste lid genoemde verbod niet voor zover het gaat om:

a) Houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;

b) Houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving

of last van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:14;

c) Houtopstand die ingeboet dient te worden.

d) Onderhoud van hakhout.

7.Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt eveneens voor:

a) houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- instandhoudingsplicht als bedoeld in artikel

4:14;

b) houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk

bestuursorgaan.

Artikel 4:12 De aanvraag

1.De omgevingsvergunning moet schriftelijk en gemotiveerd worden aangevraagd door of namens, dan wel

met toestemming van, degene die krachtens zakelijk recht gerechtigd is of door degene die krachtens

publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de beschermde houtopstand te beschikken, onder

overlegging van een situatietekening waarop de betreffende houtopstand waarop de aanvraag betrekking

heeft zijn aangegeven en bomen benoemd zijn naar soort.

2.Indien een omgevingsvergunning wordt aangevraagd vanwege verplanten van de houtopstand dient er

een verplantingsplan en beheerplan overlegd te worden ter goedkeuring.

3.Indien een omgevingsvergunning wordt aangevraagd vanwege acuut gevaar, kan het bevoegd gezag een

aanvullende Boomveiligheidscontrole door een boomdeskundige eisen.

4.Een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4:11, vierde lid wordt getoetst aan de

redengevende omschrijving van de plaatsing van de houtopstand op de Bomenlijst zoals bedoeld in artikel

4:11, eerste lid en aan de criteria uit het door de raad vastgestelde Boombeleidsplan en afgewogen tegen

de reden van de verwijdering en de mogelijkheden voor het in stand houden.

Artikel 4:13 Weigeringsgronden

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4:11, vierde lid, kan worden geweigerd indien de betreffende

houtopstand nog voldoet aan de redengevende omschrijving van de plaatsing van de boom op de Bomenlijst

zoals bedoeld in artikel 4:11, eerste lid en

a) er geen zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang is aangetoond dat opweegt tegen het duurzaam

behoud van de houtopstand; of

b) naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel

of schade; conform het door de raad vastgestelde Boombeleidsplan.

Artikel 4:14 Herplant -/instandhoudingsplicht

1.Aan een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 4:11, vierde lid kan het bevoegd gezag een

(financiële) herplantplicht opleggen conform het door de raad vastgestelde Boombeleidsplan.

2.Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder

omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het

bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan

degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te

herbeplanten of een financiële vergoeding te betalen, conform het door de raad vastgestelde

Boombeleidsplan.

3.Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste of tweede lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden

bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet

worden vervangen.

4.Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is in het

voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond

waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van

voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven

aanwijzingen binnen een door haar te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging

wordt weggenomen.

5.Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid is opgelegd, alsmede diens

rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 4:15 Afstand van de erfgrenslijn

De afstand als bedoeld in artikel 5:42, tweede lid Burgerlijk Wetboek wordt voor bomen op gemeentegrond

vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen.

Artikel 4:16 Boomziekten en boomplagen

1.Indien zich op een terrein een of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar

opleveren voor verspreiding van een boomziekte of -plaag is de rechthebbende, indien hij daartoe door

het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn te voldoen aan

de eisen van het college.

2.Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van

bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van

aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Cranendonck

in de openbare vergadering d.d. 15 december 2015.

DE RAAD VOORNOEMD,

De griffier, De voorzitter,

Mr. P.J.F. Bemelmans Mr. M.M.D. Vermue

Naar boven