Gemeenteblad van Etten-Leur
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Etten-Leur | Gemeenteblad 2017, 187829 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Etten-Leur | Gemeenteblad 2017, 187829 | Beleidsregels |
Aanscherping Beleidsregel artikel 13b Opiumwet
Gelet op het bepaalde in artikel 13b van de Opiumwet, artikel 125 Gemeentewet en de artikelen 4:81, 5:24 en 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht;
Gezien de inhoud van ‘Beleidsregel artikel 13b Opiumwet niet gedoogde lokalen gemeente Etten-Leur’ , vastgesteld op 5 december 2013 (hierna: de Beleidsregel);
Overwegende dat er naar het oordeel van de burgemeester een aanscherping van de Beleidsregel nodig om drugshandel in of vanuit woningen en lokalen (inclusief de daarbij behorende erven) in Etten-Leur te voorkomen dan wel de nadelige effecten daarvan voor de omgeving tegen te gaan;
Verder verwijzend naar de bijvoegde en van dit besluit deel uitmakende toelichting;
de Beleidsregel wordt als volgt gewijzigd:
Paragraaf 3.3. komt te luiden:
3.3 Drugshandel in of vanuit woningen
De burgemeester verstaat in het kader van de bestuurlijke handhaving van de Opiumwet onder een woning een pand dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat op een normale wijze voor bewoning kan worden gebruikt en dat/die daarvoor ook mag worden gebruikt (woongenot). Of een woning wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse, zoals dat veelal wordt verwoord in het rapport van bevindingen van de politie.
Wat betreft het sluiten van woningen moet rekening worden gehouden met artikel 8 van het EVRM.
1. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale vrijheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
Uit artikel 8 EVRM volgt dat de toepassing van de bestuursdwang op basis van artikel 13b Opiumwet niet er toe mag leiden dat het recht op respect voor het privé leven, het familie- en gezinsleven en de woning onevenredig wordt aangetast. De in het algemeen belang nagestreefde doeleinden, voor zover die onder het bereik van het tweede lid van artikel 8 van het EVRM vallen, moeten worden afgewogen tegen de belangen als bedoeld in het eerste lid. Deze taak is op de eerste plaats aan de burgemeester. Gelet op deze afweging is voor de drugshandel in of vanuit woningen een afzonderlijke handhavingmatrix vastgesteld waarin recht wordt gedaan aan hetgeen is bepaald aan artikel 8 van het EVRM.
Zoals in de inleiding (3.1) is aangegeven wordt in onderstaande matrix onderscheid gemaakt naar hard- en softdrugs.
Bij overtreding artikel 2 Opiumwet jo artikel 13b Opiumwet lid 1 (handel in harddrugs) in of vanuit een woning of daarbij behorende erven wordt als volgt gehandeld:
- 1 ste constatering: sluiting voor een periode van 3 maanden.
- 2 de constatering: sluiting voor een periode van 6 maanden .
- 3 de constatering : sluiting voor onbepaalde tijd
Van deze overtreding is in ieder geval (niet limitatieve opsomming) sprake in de volgende gevallen:
- verkoop van harddrugs door eigenaar/huurder/bewoner.
- aanwezigheid van harddrugs in de woning in een handelshoeveelheid (> 0,5 gram harddrugs / voor GHB >5 ml) .
Bij overtreding artikel 3 Opiumwet jo artikel 13b Opiumwet lid 1 (handel in softdrugs) in of vanuit een woning of daarbij horende erven wordt als volgt gehandeld:
- 1 ste constatering : last onder dwangsom (bijdrage ineens) .
- 2 de constatering : sluiting voor periode van 3 maanden + invordering verbeurde dwangsom.
- 3 de constatering : sluiting voor 6 maanden.
- 4 de constatering : sluiting voor 12 maanden .
Van deze overtreding is in ieder geval sprake (niet limitatieve opsomming) in de volgende gevallen:
- verkoop van softdrugs door eigenaar/huurder/bewoner .
- aanwezigheid van softdrugs in het lokaal in een handelshoeveelheid (> 5 gram softdrugs)
- aanwezigheid van een bedrijfsmatige hennepkwekerij (> 5 hennepplanten) .
Bij openbare orde verstoringen als bedoeld in artikel 174a Gemeentewet in of vanuit een woning of daarbij behorende erven wordt als volgt gehandeld op basis van artikel 174a Gemeentewet:
- 1 ste constatering : last onder dwangsom (bijdrage ineens).
- 2 de constatering : sluiting voor periode van 3 maanden + invordering verbeurde dwangsom .
- 3 de constatering : sluiting voor 6 maanden .
- 4 de constatering : sluiting voor 12 maanden .
Van deze overtredingen is in ieder geval (niet-limitatief) sprake in de volgende gevallen:
- aanhoudende drugsoverlast, zowel in of nabij de woning, waarbij de eigenaar, huurder(s) of bewoner(s) niet actief betrokken zijn maar wel verwijtbaar nalatig;
- aanhoudende drugsoverlast, zowel in als nabij de woning, waarbij eigenaar, huurder(s) of bewoner(s) actief betrokken is;
- geweldsdelict (met aantoonbaar letsel) in of nabij de woning, waarbij de eigenaar, huurder(s) of bewoner(s) niet actief betrokken is maar wel verwijtbaar nalatig
- ernstig geweldsdelict (met / zonder aantoonbaar letsel) in of nabij de woning waarbij een relatie kan worden gelegd met de wijze van bewoning / gebruik van de woning
- vuurwapengeweld of geweldsdelict (met aantoonbaar letsel) in of nabij de woning waarbij de eigenaar, huurder(s) of bewoner(s) actief is betrokken
- feiten of handelingen die naar het oordeel van de burgemeester de vrees wettigen dat het geopend blijven van deze plaats gevaar oplevert of kan opleveren voor de openbare orde.
Het is mogelijk om na constatering van een zeer ernstig incident met een burgemeestersbevel een onmiddellijke sluiting te gelasten voor de duur van minimaal twee tot vier weken om de woning zo nodig met bestuursdwang te sluiten.
L ast onder dwangsom bij eerste constatering handel in softdrugs in of nabij woningen.
Het sluiten van een woning is doorgaans een te zwaar middel bij een eerste constatering van (enkel) de handel in softdrugs. Voor een dergelijke sluiting zullen bijkomende omstandigheden nodig zijn. In beginsel zal daarom bij een eerste constatering een last onder dwangsom worden opgelegd . De last strekt tot het geheel ongedaan maken of beëindigen van de overtreding van artikel 3 Opiumwet , tot het voorkomen van herhaling van een overtreding van artikel 3 van de Opiumwet , dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van de overtreding van artikel 3 van de Opiumwet . Wanneer de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd ontstaat er voor de eigenaar en/of bewoner ( althans de overtreder) een betalingsverplichting (verbeurte van de dwangsom) . De dwangsom wordt via een apart besluit ingevorderd (invorderingsbeschikking).
Bij hennepstekkerijen en kwekerijen in/bij woningen zal d e hoogte van de dwangsom worden afgestemd op een verkoopprijs van € 4.070,- per kilo hennep dan wel € 114,77 per aangetroffen hennepplant, hennepstek of lege pot. Voor deze normbedragen is aangesloten bij “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht Standaardberekening en normen, Update 1 juni 2016” van het Functioneel parket (OM). Het opleggen van een last onder dwangsom is niet te beschouwen als het toebrengen van een verdergaande benadeling dan die welke voortvloeit uit het enkel doen naleven van de bedoelde voorschriften uit de Opiumwet. In dit opzicht kan de maatregel dan ook niet worden aangemerkt als een punitieve sanctie.
In deze beleidsregel wordt uitgegaan van een herhaalde constateringen/overtredingen, indien deze heeft plaatsgevonden in het pand dan wel onderneming, dan wel door de eigenaar/exploitant, leidinggevende of ander personeel. De termijn waarbinnen er sprake is van een herhaalde overtreding is vijf jaar. Dus als een overtreding heeft plaatsgevonden wordt, zoals in hoofdstuk 3 weergeven, van een volgende overtreding uitgegaan als deze heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar na de vorige overtreding. Is de termijn langer dan vijf jaar dan wordt de nieuwe overtreding weer beschouwd als een eerste overtreding.
Met dit beleid wordt voorkomen dat telkens van een eerste overtreding moet worden uitgegaan wanneer een pand van eigenaar verwisselt of van exploitant. Het beleid is uitdrukkelijk gericht op het voorkomen van herhaling van de overtreding in dezelfde inrichting. Daarbij is het niet nodig dat de herhaling van de overtreding door dezelfde exploitant wordt gepleegd. Hiermee wordt voorkomen dat zich steeds een nieuwe ondernemer (stroman) in het betreffende bedrijf vestigt en daarmee de beleidsuitgangspunten van deze beleidsregel worden omzeild. Handhavingsbesluiten op basis van artikel 13b Opiumwet worden ingeschreven in de openbare registers (Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen) en mogen dan ook als bekend worden beschouwd.
Bij cumulatie van op te leggen maatregelen is de zwaarst gestelde maatregel van toepassing.
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking in het Gemeenteblad van Etten-Leur.
Aldus vastgesteld op 24 oktober 2017,
De burgemeester van Etten-Leur,
Toelichting aanscherping ‘Beleidsregel artikel 13b Opiumwet niet gedoogde lokalen gemeente Etten-Leur’ :
Op 1 november 2007 is een wijziging van de Opiumwet in werking getreden. Met die wijziging heeft de wetgever in formele zin een nieuw artikel 13b in het leven geroepen. Dit artikel heeft de burgemeester de bevoegdheid gegeven om een last onder bestuursdwang op te leggen indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven hard- of softdrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
De aanleiding van de invoering van het artikel in kwestie was, kort samengevat, gelegen in het feit dat het tot dan toe gebruikte instrument (artikel 174a van de Gemeentewet) niet toereikend werd geacht voor een slagvaardig optreden tegen de aanwezigheid van verdovende middelen in woningen en lokalen. Dit vanwege het feit dat bij de toepassing van artikel 174a Gemeentewet door het bevoegd gezag steeds de verstoring van de openbare orde als gevolg van de aanwezigheid van verdovende middelen aangetoond diende te worden. Voornoemde verstoring hoeft bij de toepassing van artikel 13b niet meer aangetoond te worden. De enkele constatering van overtreding van het in de artikelen 2 en/of 3 van de Opiumwet bepaalde maakt dat toepassing van artikel13b mogelijk is.
Naar aanleiding van het voorgaande, heeft de burgemeester in het verleden beleid vastgesteld omtrent de toepassing van artikel13b Opiumwet. Dit betreft de ‘Beleidsregel artikel 13b Opiumwet niet gedoogde lokalen gemeente Etten-Leur’ (hierna: de Beleidsregel).
De Beleidsregel is, na de voorgeschreven bekendmaking daarvan op 18 december 2013, op 19 december 2013 in werking getreden. Nadien is de Beleidsregel op 18 april 2014 nog een keer gepubliceerd in het Gemeenteblad (jaargang 2014, nr. 21648). Inmiddels zijn er dus bijna vier jaar verstreken na de inwerkingtreding van de Beleidsregel.
Gelet op de ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan acht de burgemeester, vooral uit het oogpunt van preventie, een aanscherping van de Beleidsregel nodig. Bij de handel in softdrugs in woningen ontving een eigenaar en de bewoner(s) van het betreffende pand voorheen een waarschuwing en werd het pand pas na een tweede constatering gesloten. Waarschuwingen leverden echter niet altijd het gewenste effect op. In enkele gevallen werd in hetzelfde pand of het daarbij behorende terrein voor een tweede keer een overtreding van de Opiumwet vastgesteld. In plaats van een bestuurlijke waarschuwing wordt daarom nu gekozen voor een last onder dwangsom. Verwacht wordt dat hiervan ook meer (preventief) effect zal uitgaan dan van een bestuurlijke waarschuwing. Naast deze wijziging wordt voor alle constateringen de recidivetermijn ook langer. Voorheen was die termijn gesteld op twee jaar. Nu is die termijn opgetrokken naar vijf jaar. Met een langere termijn beoogt de burgemeester eveneens meer bestuurlijke grip te kunnen krijgen op de drugshandel in of vanuit gebouwen en terreinen die bij herhaling en/of met een grotere regelmaat dan twee jaar worden gebruikt voor drugshandel. Met nieuwe (langere) recidivetermijn wordt eveneens verwacht dat hiervan een preventieve werking uitgaat en dat eigenaren van panden (nog) meer zullen ondernemen om te voorkomen dat hun panden (wederom) worden gebruikt voor drugshandel.
Het besluit treedt onmiddellijk in werking nadat het op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Voor het handelen van de burgemeester betekent dit dat overtredingen die thans langer dan twee jaar geleden zijn begaan weer kunnen gaan ‘meetellen’ in de bestuurlijke aanpak en de vraag of er sprake is van een tweede constatering. Als in 2014 bijvoorbeeld een eerste overtreding van de Opiumwet heeft plaatsgevonden en in 2018 een tweede overtreding plaats vindt dan gaat de burgemeester - bij het bepalen van de bestuurlijke aanpak gericht op de overtreding uit 2018 - dus uit van een tweede constatering.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-187829.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.