Gemeenteblad van Delfzijl

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
DelfzijlGemeenteblad 2017, 174936Verordeningen



Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Delfzijl

De raad van de gemeente Delfzijl;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 5 september 2017, nr. 10;

gelet op artikel 149, 154, 156 en 229 van de Gemeentewet, artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht en de artikelen 5.2 en 5.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet;

BESLUIT

vast te stellen de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Delfzijl

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1 - Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder;

  • a.

    archeologisch waardevol gebied: het gebied dat is aangeduid als archeologisch waardevol gebied in een vigerend bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit;

  • b.

    belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is als bedoeld in artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    bovengrondse voorzieningen: transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel uitmaken van een net of netwerk, als bedoeld in onderdeel l. van dit artikel, die bovengronds in de openbare ruimte worden geplaatst;

  • d.

    breekverbod: verbod voor het uitvoeren van werkzaamheden in de grond, geldend onder andere bij een gesloten sneeuwdek en/of vorst in de grond of bij evenementen;

  • e.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delfzijl;

  • f.

    coördinatiebevoegdheid: de coördinerende rol van het college over aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels en/of leidingen in, op en boven de gehele openbare grond binnen de gemeentelijke grenzen;

  • g.

    gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht, artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, een publiekrechtelijke vergunning of een privaatrechtelijke overeenkomst;

  • h.

    grondroerder: degene, waaronder de netbeheerder, onder wiens verantwoordelijkheid of leiding, graafwerkzaamheden worden verricht;

  • i.

    (huis)aansluiting: het gedeelte van de kabel of leiding dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt, dan wel dat gedeelte ten behoeve van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken;

  • j.

    handboek: door het college vastgestelde regels en voorwaarden betreffende de voorbereiding en uitvoering van ontwerp, aanleg, exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels en leidingen;

  • k.

    instemmingsbesluit: besluit van het college op een aanvraag van voorgenomen aaneengesloten werkzaamheden inzake kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk in, op en boven openbare gronden;

  • l.

    kabels en/of leidingen: kabels en/of (buis)leidingen als onderdeel van een openbaar net(werk); zoals kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen en waterleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen) en kabels en/of leidingen ten behoeve van industriële netwerken;

  • m.

    marktconforme kosten: kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;

  • n.

    net of netwerk: één of meer ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, voorzieningen (afsluiters, brandkranen, lassen, etc.) en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;

  • o.

    netbeheerder: degene die als natuurlijk persoon handelend in de uitvoering van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon acteert als beheerder van een (al dan niet openbaar) net of netwerk voor de levering van elektriciteit, gas, water, aardwarmte of WKO (Warmte Koude Opslag), dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk;

  • p.

    niet-openbare kabels en/of leidingen: kabels en/of leidingen (dan wel het netwerk waartoe deze behoren) die niet gebruikt worden om openbare (voor het publiek beschikbare) diensten aan te bieden;

  • q.

    openbare gronden: openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet;

  • r.

    registratiesysteem: digitaal registratiesysteem wat wordt gebruikt door de gemeente waarin vergunningen, instemmingen en meldingen van werkzaamheden aan kabels en/of leidingen en alles wat daarmee samenhangt worden verwerkt door of namens de het college en/of de grondroerder;

  • s.

    sleufloze technieken: het maken van een holle ruimte in de grond, met behulp van een (gestuurde) boring of persing, zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen;

  • t.

    spoedeisende werkzaamheden: werkzaamheden waarvan uitstel niet mogelijk is, als een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net of netwerk is opgetreden, en/of schade ontstaat c.q. is ontstaan;

  • u.

    vergunning: besluit van het college op een aanvraag van voorgenomen aaneengesloten (gebiedsgebonden) werkzaamheden inzake kabels en/of leidingen in, op en boven openbare gronden die door het college beheerd worden, uitgezonderd voor kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk;

  • v.

    werkzaamheden: handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, inclusief het opbreken en herstellen van de sleufverharding en sleufloze technieken in, op en boven openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding, verplaatsing en opruiming van kabels en/of leidingen;

  • w.

    werkzaamheden van niet-ingrijpende aard: aaneengesloten (gebiedsgebonden) werkzaamheden inzake:

    • het aanbrengen, in stand houden of verwijderen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen (mantelbuizen);

    • werkzaamheden inzake de aanleg, instandhouding of opruiming van een huisaansluiting;

    • aanleg, instandhouding en/of opruiming van kabels en/of leidingen met een gezamenlijke tracélengte tot vijfentwintig (25) meter en niet vallend onder onderdeel t. van dit artikel, waarbij geen wegen, watergangen of groenvoorzieningen worden gekruist en met geringe overlast c.q. belemmeringen voor de omgeving;

    • aanleg, instandhouding en/of opruiming van incidentele (huis)aansluitingen, waarbij geen wegen, watergangen of groenvoorzieningen worden gekruist, tot een gezamenlijke tracélengte van vijfentwintig (25) meter;

    • het plaatsen van distributie- en mutatiepunten met een afmeting kleiner dan 30x30x30 cm (lxbxh);

    • het maken van maximaal twee montagegat(en) c.q. lasgat(en); een opbreking met beperkte afmeting, maximaal 2 m2, die wordt gemaakt ten behoeve van de toegang tot een distributie- of mutatiepunt, plaatsen van afsluiters, het opgraven van een kabelrol ten behoeve van huisaansluitingen, voor het herstellen van kabel- c.q. leidingstoringen of voor inspectiedoeleinden.

 

Artikel 2 - Coördinatie van werkzaamheden

  • 1.

    Het college is belast met de coördinatiebevoegdheid van werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels in de gemeente Delfzijl.

  • 2.

    Bij deze coördinatie worden mede betrokken andere werkzaamheden in of op openbare gronden.

Artikel 3 - Nadere regels verordening

  • 1.

    Het college stelt nadere regels vast.

  • 2.

    Deze regels hebben in ieder geval betrekking op:

    • a.

      het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij de aanleg, instandhouding (inclusief het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen) en opruiming van kabels en/of leidingen;

    • b.

      het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen;

    • c.

      de eisen aan de uitvoering van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen;

    • d.

      de ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding (inclusief het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen) en opruiming van kabels en/of leidingen;

    • e.

      de omgang met kabels en leidingen in verontreinigde gronden, rond watergangen en stedelijk groen, en op verhardingen boven kabels en leidingen;

    • f.

      de te verstrekken gegevens alsmede over de wijze waarop die dienen te worden verstrekt;

    • g.

      de wijze waarop een aanvraag (vergunning/melding) ingediend moet worden;

    • h.

      herstelkosten en vergoeding van degeneratiekosten.

  • 3.

    Het is verboden om af te wijken van de door het college vastgestelde nadere regels.

Hoofdstuk 2. Aanvragen en melden van werkzaamheden

Artikel 4 - Vereisten vergunning, instemming en melding

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning of instemmingsbesluit, of zonder toestemming ingeval van een melding, conform het vierde en vijfde lid van dit artikel, werkzaamheden uit te voeren in, op en/of boven openbare gronden inzake de aanleg, instandhouding, exploitatie, wijziging, verplaatsing of opruiming van kabels en/of leidingen en/of bovengrondse voorzieningen te plaatsen.

  • 2.

    Voor het aanvragen van een vergunning, instemmingsbesluit of toestemming ingeval van meldingsplicht, dient gebruik te worden gemaakt van daartoe door het college vastgestelde (digitale) formulieren en/of registratiesysteem.

  • 3.

    Indien voor de voorgenomen werkzaamheden tevens (privaatrechtelijke) toestemming nodig is van een andere gedoogplichtige dan de gemeente Delfzijl dient dit bij de aanvraag aangegeven te worden.

  • 4.

    Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard, als bedoeld in sub w van artikel 1, is geen vergunning of instemmingsbesluit, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk maar kan worden volstaan met een digitale melding vooraf aan het college.

  • 5.

    Spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in onderdeel t. van artikel 1, dienen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld te worden. Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding uiterlijk binnen één werkdag na de start van de uitvoering gemotiveerd worden gedaan aan het college. Indien achteraf blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden vergunning- of instemmingsplichtig zijn, dient er alsnog een vergunning of instemmingsbesluit aangevraagd te worden.

  • 6.

    Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente bij het uitvoeren van haar publiekrechtelijke taak.

  • 7.

    Het college is bevoegd via nadere regels delen van het grondgebied aan te wijzen waarop het vierde en vijfde lid van dit artikel niet van toepassing zijn.

Artikel 5 - Gegevensverstrekking

  • 1.

    Bij een aanvraag voor een vergunning of instemmingsbesluit dienen de volgende gegevens te worden verstrekt:

    • a.

      een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel bij de eerste aanvraag van ieder kalenderjaar;

    • b.

      een schriftelijke machtiging als het een aanvraag voor een vergunning of instemming betreft voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen voor of namens een netbeheerder;

    • c.

      naam-, (factuur-)adres- en woonplaatsgegevens van de eigenaar, beheerder en exploitant van de kabels en/of leidingen en van de (onder)aannemer(s) die belast zijn met de werkzaamheden, alsmede de naam en telefoonnummer van de contactpersoon voor de werkzaamheden;

    • d.

      een opgave van het aantal, de soort en het beoogde gebruik van de kabels en/of leidingen;

    • e.

      welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en aard van de werkzaamheden;

    • f.

      een verkeers- en bereikbaarheidsplan;

    • g.

      een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:

      • een (digitale) BGT tekening (DWG- of PDF-formaat) met legenda, eenduidige en volledige maatvoering (RD-coördinaten) met daarop aangegeven een opgave van het gewenste tracé;

      • overtuigende gegevens en inzicht omtrent de uitvoerbaarheid van de voorgenomen werkzaamheden binnen de beschikbare ruimte, waaruit ook blijkt dat de bereikbaarheid van de overige kabels en/of leidingen blijft gewaarborgd;

      • een opgave van de objecten (bovengrondse voorzieningen en de afmetingen daarvan, handholes c.q. distributiepunten, brandkranen, etc.), zowel van permanente als tijdelijke aard, die ten tijde van de werkzaamheden worden geplaatst en de situering daarvan op de tekening;

      • de tracélengte en de lengte, breedte en diepte van de te graven sleuf, alsmede de aard van de sleufbedekking;

      • een omschrijving van eventuele opbrekingen;

      • het voorgenomen boorprofiel indien het gestuurde boringen betreft;

      • het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden.

    • h.

      informatie over de afstemming met andere gedoogplichtigen;

  • 2.

    Indien de werkzaamheden betrekking hebben op kabels van elektronische communicatienetwerken dienen, aanvullend op het eerste lid, bij de aanvraag tevens de volgende gegevens te worden verstrekt:

    • een opgave van het aantal kabels dat direct in gebruik wordt genomen en een opgave van het aantal kabels dat niet direct in gebruik wordt genomen.

  • 3.

    Bij een melding ten behoeve van spoedeisende werkzaamheden en werkzaamheden van niet ingrijpende aard dienen de volgende gegevens te worden verstrekt:

    • a.

      een schriftelijke machtiging indien het een aanvraag betreft voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen voor of namens een netbeheerder;

    • b.

      naam, adres en woonplaatsgegevens van de eigenaar, beheerder en exploitant van de kabels en/of leidingen, naam en adres van de (onder)aannemer(s) die belast zijn met de werkzaamheden, alsmede de naam en telefoonnummer van de contactpersoon voor de werkzaamheden;

    • c.

      het adres van de graaflocatie;

    • d.

      de dagtekening van de melding;

    • e.

      de lengte van de sleuf die wordt opengebroken;

    • f.

      het soort materiaal wat wordt opengebroken;

    • g.

      het oppervlak dat wordt opengebroken indien het alleen een montagegat betreft.

  • 4.

    Het college kan nadere regels stellen inzake de te verstrekken gegevens alsmede over de wijze waarop die dienen te worden verstrekt.

 

Artikel 6 - Beslistermijnen

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of instemmingsbesluit binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. De aanvraag voor een instemmingsbesluit voor werkzaamheden ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk geldt als melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a van de Telecommunicatiewet.

  • 2.

    Betreft het een aanvraag waarbij meerdere gedoogplichtigen zijn betrokken dan beslist het college binnen acht weken na de dag van ontvangst van een volledig ingevulde aanvraag inclusief bijlagen.

  • 3.

    Indien het werkzaamheden van niet ingrijpende aard betreft beslist het college binnen drie werkdagen na de datum van ontvangst van de melding.

  • 4.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, houdt het college de beslissing aan, indien er in verband met de voorgenomen werkzaamheden een of meerdere vergunning(en), ontheffing(en) of toestemming(en) op grond van overige wetgeving is of zijn vereist. Het vorenstaande geldt niet als de beschikking op een aanvraag van de vergunning(en), ontheffing(en) of toestemming(en) al is gegeven en de in artikelen 6:7 en 6:9 Algemene wet bestuursrecht genoemde termijnen zijn verstreken zonder dat bezwaren zijn ingediend. Deze aanhouding eindigt na afloop van de bezwarentermijn, tenzij er bezwaren zijn ingediend en tevens is verzocht om een voorlopige voorziening; in dat geval eindigt de aanhouding met ingang van de dag nadat op dat verzoek is beslist.

  • 5.

    Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het college dit schriftelijk aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de vergunning of instemmingsbesluit wel tegemoet kan worden gezien.

  • 6.

    Paragraaf 4.1.3.3 (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

 

Artikel 7 - Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden

  • 1.

    Het college kan aan het verstrekken van een vergunning, instemmingsbesluit of toestemming ingeval van meldingsplicht, voorschriften of beperkingen verbinden, dan wel een vergunning weigeren, in het belang van:

    • a.

      de openbare orde;

    • b.

      veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid;

    • c.

      de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en beplantingen en van het uiterlijke aanzien van de omgeving;

    • d.

      de bereikbaarheid van gronden en/ of gebouwen; waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen en het doelmatig beheer en onderhoud ervan en evenementen;

    • e.

      de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor reeds in de grond aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder mede verstaan worden de riolering en de levering of het transport van elektronische informatie, gas, water en elektriciteit.

  • 2.

    De voorschriften of beperkingen en de weigeringsgronden, zoals genoemd in het eerste lid, kunnen slechts betrekking hebben op:

    • a.

      het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering bij aanleg, instandhouding, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en/of leidingen;

    • b.

      het bevorderen van medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen, die door derden of de gemeente Delfzijl tegen marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld;

    • c.

      afstemming met betrekking tot overige in de grond aanwezige werken.

  • 3.

    De grondroerder dient belanghebbenden, zoals bedoeld in onderdeel b. van artikel 1, ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden schriftelijk te informeren over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden.

  • 4.

    De wijze van uitvoering bij de aanleg, instandhouding (inclusief het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen) en opruiming van kabels en/of leidingen en medegebruik van voorzieningen moet gebeuren conform de in de gemeente van toepassing zijnde nadere regels zoals bedoeld in artikel 3.

  • 5.

    De grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de oude staat, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier (gedeeltelijk) zelf zorg voor te willen dragen.

  • 6.

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een vergunning, instemmingsbesluit en meldingen zijn leges verschuldigd conform de Legesverordening van de gemeente Delfzijl.

  • 7.

    De netbeheerder draagt er zorg voor dat de voorschriften worden nageleefd.

 

Artikel 8 - Wijzigen of Intrekken vergunning of instemmingsbesluit

  • 1.

    Het college kan de vergunning of het instemmingsbesluit wijzigen of intrekken, indien:

    • a.

      de in de vergunning of het instemmingsbesluit benoemde werkzaamheden niet binnen één jaar na de datum waarop de vergunning of het instemmingsbesluit onherroepelijk is geworden zijn voltooid;

    • b.

      de kabel en/of leiding definitief buiten gebruik is gesteld;

    • c.

      de vergunning of instemming is verleend ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens;

    • d.

      de vergunning of instemming in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven;

    • e.

      het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften niet wordt nageleefd;

    • f.

      na het verlenen van de vergunning of instemming naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning of de instemming onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende vergunning of instemming niet kan worden tegemoetgekomen;

    • g.

      dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is vanwege de uitvoering van gemeentelijke werkzaamheden van openbaar belang en algemeen nut;

    • h.

      er sprake is van verkoop van gronden in eigendom van gemeente, behorende tot de openbare grond, aan derden.

  • 2.

    Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van de vergunning of instemming dan nadat het college de houder van de vergunning of instemming heeft gehoord.

  • 3.

    Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning of instemming kan de verplichting worden verbonden om de betreffende kabels en/of leiding(en) te verplaatsen of deze te verwijderen.

  • 4.

    Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning of instemming kan de verplichting worden verbonden om de betreffende kabels en/of leiding(en) in de oorspronkelijke toestand te brengen.

 

Artikel 9 - (Mede)gebruik van voorzieningen

  • 1.

    Een grondroerder maakt bij de aanleg, instandhouding of het verplaatsen van kabels en/of leidingen in, op en/of boven openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde, voorzieningen indien dit technisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid.

  • 2.

    Een vooroverleg dan wel een door het college geïnitieerd overleg naar aanleiding van een aanvraag voor vergunning of instemmingsbesluit is er mede op gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.

  • 3.

    Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels en/of leidingen, legt de grondroerder het college een alternatief tracé voor en wordt daarbij bezien of andere netbeheerders eventuele voorgenomen werkzaamheden op dat tracé kunnen combineren of doet hij aan andere netbeheerders een verzoek tot medegebruik van kabels en/of leidingen.

Hoofdstuk 3. Informatie-uitwisseling, planning en coördinatie

Artikel 10 - Informatieplicht gemeente

Het college initieert in de planfase van een project overleg met de desbetreffende netbeheerder(s) ten einde de gevolgen van dat project voor de ligging en het onderhoud van leidingen te analyseren.

Artikel 11 - Informatie-uitwisseling

Op initiatief van het college wisselen alle betrokken partijen voorafgaand aan de start van een werk dat gevolgen heeft voor de ondergrondse infrastructuur, de noodzakelijke informatie met elkaar uit.

 

Artikel 12 - Periodiek overleg

  • 1.

    Het college organiseert periodiek een overleg, waarvoor de bij het college bekende netbeheerders en andere belanghebbende partijen worden uitgenodigd.

  • 2.

    Dit overleg is mede gericht op de beoordeling van mogelijk medegebruik van voorzieningen en afstemming van gezamenlijk of gelijktijdig uit te voeren werkzaamheden.

  • 3.

    Netbeheerders kunnen om overleg verzoeken.

  • 4.

    Het college nodigt de netbeheerders uit voor vooroverleg over gebiedsontwikkeling en eventueel daaruit voortvloeiende consequenties voor de kabels en leidingen, waaronder verleggingen, dit met als doel planvorming tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen

Artikel 13 - Eigendom

Indien eigendom, exploitatie of beheer van een net, kabel of leiding, als bedoeld in deze verordening, wordt overgedragen aan een andere netbeheerder, stelt de voormalige netbeheerder het college onverwijld van deze overdracht in kennis en is de voormalige netbeheerder verplicht zorg te dragen voor overdracht van de rechten en plichten krachtens deze verordening op de nieuwe netbeheerder.

Artikel 14 - Breekverbod

  • 1.

    Als er sprake is van een gesloten sneeuwdek en/of vorst in de grond of tijdens evenementen is er een breekverbod, het college is bevoegd om hiervan af te wijken. De vaststelling dat er sprake is van een voornoemde omstandigheid is een bevoegdheid van het college.

  • 2.

    Het college kondigt een algemeen graaf- en breekverbod voor 08:00 uur aan door middel van een digitale melding.

  • 3.

    Het college informeert de betrokken grondroerders tijdig door middel van een digitale melding over beëindiging van het breekverbod.

  • 4.

    Indien er sprake is van een breekverbod is het verboden werkzaamheden uit te voeren in de openbare grond en/of bestrating.

  • 5.

    Het breekverbod is niet van toepassing in geval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing en waarvan uitstel niet mogelijk is.

Artikel 15 - Niet-openbare kabels en leidingen

  • 1.

    Het college kan een vergunning weigeren in geval van werkzaamheden aan niet-openbare kabels en/of leidingen in of op openbare gronden. In het geval van te verlenen toestemming is het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing, maar houdt dit geen gedoogplicht in van de betreffende kabels en leidingen.

  • 2.

    Niet-openbare kabels en/of leidingen dienen op verzoek van het college op gronden genoemd in artikel 8, lid 1, op kosten van de eigenaar van de kabels en/of leidingen, te worden verlegd.

 

Artikel 16 - Informatieplicht niet gebruikte kabels

  • 1.

    De netbeheerder stelt het college onverwijld en schriftelijk in kennis van het feit dat een kabel of leiding in gebruik wordt genomen of niet langer ten dienste staat van een openbaar net in of op openbare gronden.

  • 2.

    De netbeheerder levert op verzoek van het college een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels en/of leidingen. De bewijslast met betrekking tot het gebruik ligt bij de netbeheerder.

 

Artikel 17 - Verleggingen

  • 1.

    Voor verleggingen van kabels of leidingen van een netwerk van een nutsbedrijf in en/of op openbare gronden op verzoek van het college, gelden de volgende bepalingen:

    • a.

      De netbeheerder is verplicht op verzoek van het college over te gaan tot het nemen van maatregelen voor kabels en leidingen ten dienste van zijn net, waaronder het verleggen, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege het college in het algemeen belang;

    • b.

      De gemeente en de netbeheerder zullen bij verwijdering, verlegging of aanpassing van kabels of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken;

    • c.

      Het college neemt het besluit tot een schriftelijke aanwijzing voor het verleggen van een leiding zo mogelijk op basis van overeenstemming;

    • d.

      Na een schriftelijk verzoek van het college tot het nemen van maatregelen gaat de netbeheerder zo spoedig mogelijk over tot de uitvoering, doch niet later dan dertien weken na de datum van ontvangst van het verzoek.

  • 2.

    Indien ten gevolge van werkzaamheden, niet zijnde gemeentelijke werkzaamheden, verlegging wijziging of verwijdering van enig eigendom van de gemeente noodzakelijk is, dan wel ten behoeve van werkzaamheden speciale voorzieningen moeten worden getroffen, komen de kosten ervan voor rekening van de opdrachtgever, tenzij er redelijkerwijs aanleiding bestaat om de kosten over meerdere partijen te verdelen, dan wel om geen kosten in rekening te brengen.

  • 3.

    Het college geeft van zijn voornemen van een werk, zijnde de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door de gemeente, waarvan de verlegging van kabels en leidingen van netbeheerders het gevolg kan zijn, zo spoedig mogelijk een schriftelijke mededeling aan de netbeheerder. Deze mededeling bevat ten minste:

    • a.

      de omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden;

    • b.

      de vermelding van de mogelijk te verleggen leidingen;

    • c.

      een tekening van het plangebied met daarop aangegeven de plangrenzen;

    • d.

      een tekening met daarop aangegeven de bestaande situatie;

    • e.

      een tekening met daarop aangegeven de nieuwe situatie;

    • f.

      een tekening met daarop aan gegeven het tracé voor de te verleggen leidingen;

    • g.

      een uitnodiging voor een overleg met het college binnen twee weken na dagtekening, waarvoor alle betrokken netbeheerders worden uitgenodigd.

  • 4.

    Het college streeft naar overeenstemming met de netbeheerder over de verlegging, uitvoering en planning met als doel een technisch adequate oplossing tegen de maatschappelijk laagste kosten.

  • 5.

    Indien tijdens het vooroverleg blijkt dat er sprake is van kabels of leidingen die niet noodzakelijk verlegd moeten worden krijgt de netbeheerder de gelegenheid om op eigen kosten die leidingen te rijzen, te vervangen of te verwijderen of andere voldoende aanpassingen te verrichten.

  • 6.

    De in het vijfde lid bedoelde werkzaamheden worden zodanig ingepland en uitgevoerd dat de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken geen vertraging oplopen.

 

Artikel 18 - Verwijderen van leidingen

  • 1.

    De netbeheerder is verplicht na het geheel of gedeeltelijk intrekken van de vergunning de leiding binnen een door het college te bepalen termijn te verwijderen.

  • 2.

    Buiten gebruik gestelde kabels en leidingen dienen in principe verwijderd te worden, tenzij het college anders besluit.

  • 3.

    De procedure uit deze verordening voor het verkrijgen van instemming of vergunning is van overeenkomstige toepassing op de verwijderingen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 19 - Herstel openbare gronden

  • 1.

    Openbare gronden worden na beëindiging van de werkzaamheden in de oude staat teruggebracht tenzij het college anders besluit.

  • 2.

    Indien de openbare gronden na de werkzaamheden niet of onvoldoende in de oude staat teruggebracht worden heeft het college de bevoegdheid om zelfstandig de openbare gronden te herstellen en de kosten te verhalen op de netbeheerder.

Hoofdstuk 5. Nadeelcompensatie en Schaderegeling Ingravingen Delfzijl

Artikel 20 - Nadeelcompensatie

  • 1.

    Indien de Telecommunicatiewet niet geldt wordt aangesloten bij de door het college vastgestelde Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen, gemeente Delfzijl.

  • 2.

    Op het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen in, op of boven openbare gronden gelden de volgende bepalingen (tenzij en voor zover daarover andersluidende afspraken zijn overeengekomen tussen partijen):

    • a.

      De netbeheerder is verplicht op aanwijzing van het college over te gaan tot het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen ten dienste van zijn netwerk;

    • b.

      Eventuele nadeelcompensatie, als gevolg van een aanwijzing zoals bedoeld in onderdeel a. van dit artikel, wordt verleend op basis van een publiekrechtelijke regeling of schriftelijk vastgelegde (privaatrechtelijke) afspraken;

    • c.

      Het college en de netbeheerder zullen bij verwijdering, verplaatsing of aanpassing van kabels en/of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken;

    • d.

      Na een aanwijzing tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen gaat de netbeheerder zo snel mogelijk over tot de uitvoering, doch niet later dan dertien (13) weken na de datum van ontvangst van de aanwijzing, tenzij het college anders bepaalt.

 

Artikel 21 - Schaderegeling Ingravingen

Indien door de netbeheerder werkzaamheden aan leidingen in de openbare ruimte worden uitgevoerd, brengt het college de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van die openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden bij de netbeheerder in rekening conform de door het college vastgestelde Schaderegeling Ingravingen Delfzijl.

 

Hoofdstuk 6. Spoedeisendheid, storingen, belemmeringen, verontreiniging, gevaar en hinder

Artikel 22 - Verplichting tijdens uitvoering werkzaamheden

  • 1.

    De netbeheerder is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden, onmiddellijk conform de procedures als bedoeld in de nadere door het college te stellen regels te melden en alle maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade of hinder te voorkomen.

  • 2.

    Het college kan de netbeheerder opdragen een milieutechnisch onderzoek dan wel een onderzoek naar mogelijk gevaar of hinder uit te voeren, indien een redelijk vermoeden bestaat van verontreiniging, gevaar of hinder, ontstaan bij de exploitatie van de leiding.

  • 3.

    Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van de leiding opschorting gelasten van de exploitatie van de betreffende leiding.

 

Artikel 23 - Belemmeringen en storingen

  • 1.

    Het verbod, bedoeld in artikel 4, eerste lid, geldt niet voor spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing als de voorgenomen werkzaamheden schriftelijk zijn gemeld aan het college.

  • 2.

    Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van voorgenomen werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, kan het college besluiten dat deze werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden.

  • 3.

    Het besluit wordt onverwijld na het tijdstip van ontvangst van de melding genomen.

  • 4.

    Degene die werkzaamheden overeenkomstig het eerste lid heeft uitgevoerd, verstrekt binnen acht weken na beëindiging van de werkzaamheden een uitvoeringsverslag aan het college.

  • 5.

    Het uitvoeringsverslag omvat in ieder geval:

    • a.

      een omschrijving van de kabels en leidingen die zijn aangelegd, in stand gehouden of opgeruimd;

    • b.

      een omschrijving van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd;

    • c.

      een aanduiding van de spoedeisende aard van de werkzaamheden.

Hoofdstuk 7. Handhaving

Artikel 24 - Toezicht

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen.

  • 2.

    Het college is bevoegd de werkzaamheden direct stil te leggen, indien er wordt gewerkt:

    • a.

      zonder juiste vergunning, juist instemmingsbesluit of zonder juiste toestemming ingeval van meldingsplicht;

    • b.

      in afwijking van de nadere regels;

    • c.

      in afwijking van de aan de vergunning, het instemmingsbesluit of de meldingsplichtige werkzaamheden verbonden voorschriften of beperkingen;

    • d.

      in strijd met het geldende breekverbod.

  • 3.

    Indien een grondroerder zich niet houdt aan de voorschriften en beperkingen uit de vergunning of het instemmingsbesluit, kan het college de vergunning of het instemmingsbesluit intrekken.

  • 4.

    In het geval van intrekking van de vergunning of het instemmingsbesluit dan wel als er wordt gewerkt zonder toestemming ingeval van meldingsplicht, kan het college verlangen dat de oorspronkelijke situatie wordt hersteld.

 

Artikel 25 - Strafbepaling

Overtreding van een bij of krachtens deze verordening gegeven voorschrift, of een beperking of voorschrift verbonden aan een vergunning, instemmingsbesluit of bij toestemming ingeval van meldingsplicht wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

 

Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 26 - Overgangsrecht

  • 1.

    De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden, voor zover deze zijn gemeld of aangevraagd en aangelegd met toepassing van verleende vergunningen, instemmingsbesluiten en/of op basis van andere aantoonbare en gelegaliseerde afspraken met het college, zoals die hebben gegolden tot de inwerkingtreding van deze verordening, wordt per ingang van deze verordening eveneens beheerst door de regels van deze verordening.

  • 2.

    Op aanvragen, als bedoeld in het eerste lid, waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen.

 

Artikel 27 - Hardheidsclausule

Het college heeft de bevoegdheid op grond van afweging van de te behartigen belangen en met in acht name van de redelijkheid en billijkheid in incidentele en te motiveren gevallen af te wijken van de bepalingen van deze verordening.

 

Artikel 28 - Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 16 oktober 2017.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Delfzijl.

  • 3.

    Op de datum van inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde verordening wordt de “Telecommunicatieverordening gemeente Delfzijl 2009”, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 22 oktober 2009, ingetrokken.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Delfzijl, d.d. 28 september 2017,

Voorzitter

(G. Beukema)

Griffier

(O. Rijkens) 

Toelichting AVOI

Deze verordening bevat regels met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen.

Twee regimes voor kabels en leidingen

Een onderscheid dient gemaakt te worden tussen werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk en werkzaamheden in verband met aanleg, instandhouding en opruiming van overige kabels en leidingen.

Voor de uitvoering van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk bepaalt de Telecommunicatiewet (afgekort: Tw), dat de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk die het voornemen heeft werkzaamheden uit te voeren, slechts overgaat tot het verrichten van deze werkzaamheden als het voornemen daartoe schriftelijk is gemeld aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) en de aanbieder van het college instemming heeft verkregen voor de uitvoering van de werkzaamheden (artikel 5.4, eerste lid, van de Tw). De Telecommunicatiewet bepaalt daarbij (onder andere) eveneens dat het college in het instemmingsbesluit bijzondere voorschriften kan opnemen (artikel 5.4, tweede en derde lid, van de Tw) en dat de gemeenteraad met betrekking tot het verrichten van de werkzaamheden bij verordening regels vaststelt (artikel 5.4, vierde lid, van de Tw).

Voor de werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van de overige kabels en leidingen ontbreekt een dergelijke vorm van wetgeving. In de meeste gemeenten wordt de vergunning voor die werkzaamheden op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) verleend, als vergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg.

De bepalingen van hoofdstuk 2 sluiten inhoudelijk en voor wat betreft de afweging die het college dient te maken zo veel mogelijk aan bij de bepalingen voor werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van de kabels ten dienste van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk, zoals deze zijn opgenomen in de Telecommunicatiewet (zie paragraaf 5.1.2, van de Tw).

 

Publiekrechtelijke vergunning of instemming en privaatrechtelijke toestemming

De vergunning of instemming voor het uitvoeren van werkzaamheden in verband met kabels en leidingen is van publiekrechtelijke aard. Dat wil zeggen dat de verkrijger van de vergunning of instemming het recht krijgt om (tijdelijk en onder bepaalde voorwaarden) de openbare orde te mogen verstoren, dit om de gewenste werkzaamheden te kunnen uitvoeren.

De vergunning of instemming tot het uitvoeren van werkzaamheden geeft geen privaatrechtelijke toestemming aan de vergunning- of instemmingverkrijger om daadwerkelijk de werkzaamheden uit te voeren. De verkrijger van de vergunning of instemming dient daartoe eveneens een privaatrechtelijke toestemming te verkrijgen van de eigenaar van de openbare gronden. Dat kan weliswaar de gemeente zijn, maar ook een andere overheid of een instelling, bedrijf of privépersoon.

 

Medegebruik van voorzieningen

De Telecommunicatiewet en deze verordening bevatten diverse bepalingen om medegebruik van voorzieningen te bevorderen. Echter, niet elke voorziening leent zich voor medegebruik. Wat onder mede te gebruiken voorzieningen moet worden verstaan kan afgeleid worden uit de volgende passage uit de memorie van toelichting bij wijziging van de Telecommunicatiewet (Kamerstukken II 2004/05, 29 834, nr.3, pp.60-61):

“Het gaat hierbij om medegebruik van de voorzieningen ter zake van de aanleg en instandhouding van kabels; daaronder kunnen de bij de kabel behorende ondersteunings- en beschermingswerken worden verstaan. Het medegebruik betreft niet de kabeldraad of glasvezel zelf. Onder bij de kabel behorende ondersteunings- en beschermingswerken worden in dit verband ondermeer verstaan de kabelgoten en kabelsleuven. Ook vallen mantelbuizen ter bescherming van kabels en de handholes, lasdozen en duikers onder de voor medegebruik in aanmerking komende voorzieningen”.

Voor wat betreft medegebruik van voorzieningen geldt in de eerste plaats dat degene die de voorziening ter beschikking stelt en degene die de kabel wil aanleggen tot een overeenstemming moeten komen. Voor zover het betreft kabels ten dienste van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk kan de Autoriteit Consument en Markt (ACM, per 1 april 2013 de opvolger van de OPTA) daarbij verzocht worden om een eventueel geschil te beslechten (op grond van artikel 12.2, eerste lid, van de Tw, zie tevens de OPTA-beleidsregels inzake de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels).

Het college is bevoegd te bevorderen dat voorzieningen medegebruikt worden. Voor het onderzoeken van het medegebruik kan degene die voornemens is werkzaamheden uit te voeren gebruik maken van reeds aanwezige informatie bij de gemeente. Als het voornemen tot werkzaamheden voldoende uitgewerkt is – bekend is bijvoorbeeld langs welk tracé de kabels zullen lopen – dan kan het college naar degene die over de voorziening beschikt door verwijzen of, als het college zelf degene is die de voorziening ter beschikking kan stellen, daarover in gesprek gaan.

 

Herstraten

Voor het herstraten geldt dat de vraagstukken hieromtrent in eerste instantie een kwestie zijn tussen degene die de grond ter beschikking stelt en degene die de werkzaamheden wil uitvoeren. Dat de gemeente in het overgrote deel de eigenaar is van de openbare gronden doet daar niets aan af. Bij overeenkomst worden afspraken gemaakt over welke partij tot herstraten overgaat, tegen welke kosten en met welke kwaliteit (als onderdeel van de privaatrechtelijke toestemming).

Toch heeft de gemeente vanuit haar verordenende bevoegdheid en vanuit de belangen die met deze verordening zijn gegeven, wel degelijk een belang bij de wijze van herstraten. Dit belang is overigens niet direct gelegen bij de vraag wie herstraat en tegen welke kosten, maar juist bij het kwaliteitsniveau van de openbare gronden na beëindiging van de werkzaamheden.

Om dit belang te waarborgen bevat deze verordening de bepaling dat de gronden na beëindiging van de werkzaamheden in de oude staat terug behoren te worden gebracht, het college kan evenwel anders beslissen (artikel 19). Deze regel vormt het uitgangspunt voor de afspraken tussen degene die de grond ter beschikking stelt en degene die de werkzaamheden wil uitvoeren. Als de gemeente geen eigenaar is van de gronden, vormt deze bepaling een belangrijk instrument van sturing, en de grond waarop het college kan optreden tegen een slechte oplevering van werkzaamheden.  

 

 

Artikelsgewijze toelichting

In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel de artikelen behandeld die in aanvulling op het algemeen deel verdere toelichting behoeven.

 

Hoofdstuk 1. algemene bepalingen

Artikel 1 - Begripsbepalingen

Breekverbod

In de verordening zijn bepalingen over het breekverbod opgenomen die een verbod oplegt tot uitvoering van werkzaamheden onder andere bij een gesloten sneeuwdek en/of vorst in de grond of tijdens bijvoorbeeld feest- of gedenkdagen, evenementen of beperking van overlast voor winkeliers. Dat wil zeggen dat er niet in de grond gegraven mag worden zolang het breekverbod geldt. Een nadere omschrijving van het breekverbod is opgenomen in de uitvoeringsvoorschriften. Het college is bevoegd de taken voortvloeiende uit de AVOI af te handelen en te handhaven, waarbij deze voor wat betreft de uitvoering naar wens en behoefte uit praktische overweging gemandateerd kunnen worden aan één of meer daartoe aangewezen ambtenaren.

 

Gedoogplichtige

Gedoogplichtigen moeten de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen toestaan in en op hun gronden. De gemeentelijke betrokkenheid is vooral gericht op haar rol als beheerder van de openbare gronden. In deze hoedanigheid is de gemeente voor wat betreft de elektronische openbare communicatienetwerken de gedoogplichtige conform de Telecommunicatiewet. Voor water- en energienetwerken geldt dat de gemeente de gedoogplichtige kan zijn conform de Belemmeringenwetten, conform een publiekrechtelijke vergunning of conform een privaatrechtelijke overeenkomst. Het begrip gedoogplichtige slaat ook op andere partijen dan de gemeente die krachtens de wet gedoogplichtig zijn. De grondroerder is de partij die daadwerkelijk de werkzaamheden verricht of laat verrichten. Dit zal vaak een aannemer of installateur zijn, maar het kan ook een interne afdeling van een netbeheerder betreffen als die dergelijke werkzaamheden zelf uitvoeren. Als een grondroerder namens een netbeheerder optreedt, wordt nu expliciet naar een machtiging gevraagd, dit ter wille van rechtszekerheid en rechtsgeldigheid. Ook kan de grondroerder een partij zijn die voor eigen naam en rekening netwerken aanlegt, maar niet zelf exploiteert en het netwerk of netwerkcapaciteit daarna verhuurt of verkoopt. De grondroerder is verplicht om een melding van de voorgenomen werkzaamheden te verzorgen richting het college en eventuele overige betrokken partijen. De grondroerder dient over een instemmingsbesluit of vergunning te beschikken voor aanvang van de werkzaamheden.

 

(Huis)aansluiting

Voor wat betreft het begrip huisaansluiting is aangesloten bij de aanduiding van een huisaansluiting in het kader van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (afgekort WION). Een nadere toelichting op dit begrip huisaansluiting kan gevonden worden in de memorie van toelichting bij de wet van 28 januari 2010 tot wijziging van de Wet informatie ondergrondse netten in verband met uitsluiting van huisaansluitingen (Kamerstukken II 2007/08, 31 540, nr.3, blz.2):

“Het gaat daarbij om netten die bedoeld zijn voor reguliere levering of afname die – onverminderd eventuele wettelijke of contractuele voorwaarden en beperkingen – doorgaans beschikbaar zijn voor de huishoudens in het desbetreffende gebied. Of het feitelijk gaat om een verbinding met een huishouden is niet relevant. Aansluitingen van ondernemingen en andere organisaties op gas, water en elektra zijn derhalve eveneens huisaansluitingen in de zin van dit wetsvoorstel, zo lang het net waarop wordt aangesloten naar zijn aard maar óók open staat voor aansluiting van een huishouden. Geen huisaansluiting daarentegen is de aansluiting van een bedrijf op een net dat een specifieke functie heeft en dat niet is bestemd voor algemene openstelling voor huishoudens. Het gaat dan bijvoorbeeld om een situatie waarin de aansluiting van het net op huishoudens technisch onmogelijk of moeilijk realiseerbaar is, of waarbij aansluiting op een huishouden niet in de rede ligt vanwege de functie van het net. Denkbaar is dat bij wijze van uitzondering een verbinding is gelegd tussen een net en een huishouden. Het enkele feit dat er een verbinding is tussen een net en een huishouden, maakt deze en andere verbindingen met dat net nog niet tot een huisaansluiting. Bepalend is of dit net naar zijn aard open wordt gesteld voor aansluiting van huishoudens.”

De WION kent het begrip huisaansluiting overigens niet en spreekt van: “de niet met andere kabels of leidingen samengebonden delen van kabels of leidingen die een verbinding vormen tussen een net dat naar zijn aard voor aansluiting van huishoudens wordt opengesteld, en één onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken” (artikel 1, lid 2, van de WION). Het is deze zinsnede die in deze verordening is overgenomen.

In het bijzonder houdt de begripsbepaling rekening met het bestaan van zogenoemde stervormig aangelegde aansluitnetwerken (zie blz.2-3 van de hiervoor aangehaalde memorie van toelichting):

“Bij stervormige aansluitnetwerken loopt vanaf een centraal punt in een wijk een groot aantal, bijv. ca 60, kabels naar verschillende huishoudens, althans onroerende zaken. Deze kabels lopen in een bundel in de ondergrond van een straat en na elke aansluiting ligt er een kabel minder in de grond. Het is niet gewenst dat een dergelijke bundel van kabels die elk een verbinding met één onroerende zaak buiten de reikwijdte van de WION worden gebracht. Daarom is een uitzondering gemaakt voor samengebonden delen van kabels en leidingen. Bij stervormig aangelegde netwerken geldt derhalve als huisaansluiting het deel van de kabel vanaf de aftakking van de samengebonden kabels tot aan de onroerende zaak.”

 

Instemmingsbesluit

Voorgenomen werkzaamheden inzake kabels ten dienste van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk moeten vooraf (digitaal) gemeld worden, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:

• reguliere werkzaamheden;

• werkzaamheden van niet ingrijpende aard;

• spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing.

Voor de reguliere werkzaamheden geldt dat pas gestart mag worden met die werkzaamheden als op basis van een aanvraag een instemmingsbesluit is verleend. Het college hanteert in het algemeen een doorlooptijd van acht weken voor aanvragen voor reguliere werkzaamheden. Voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen instemmingsbesluit noodzakelijk maar kan worden volstaan met een (digitale) melding vooraf. Na melding kan in het algemeen binnen een termijn van drie werkdagen met de werkzaamheden gestart worden. Voor spoedeisende werkzaamheden kan het zo zijn dat melden vooraf onmogelijk is. Alleen in dit uitzonderingsgeval is het toegestaan het werk achteraf te melden. Echter, indien achteraf blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden (niet ingrijpende- en spoedeisende werkzaamheden) toch omvangrijk zijn geweest en daarom instemmingsplichtig zijn, dient er achteraf alsnog een instemmingsbesluit aangevraagd te worden.

 

Kabels en/of leidingen

Het begrip kabels en leidingen is gebaseerd op de begripsbepaling van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (artikel 1, onder e, van de genoemde wet), waarbij een verbreding is aangebracht om ook de werkzaamheden in verband met bovengrondse kabels en leidingen, inclusief ondersteunings- en beschermingswerken onder de werking van deze verordening te brengen.

Als voorbeeld van dergelijke bovengrondse ondersteunings- en beschermingswerken kunnen schakelkasten worden genoemd, trafohuisjes, alsmede ook inrichtingen voor het telecommunicatieverkeer. Mantelbuizen, kabelgoten, handholes, lasdozen en duikers kunnen worden genoemd als voorbeelden van ondergrondse ondersteunings- en beschermingswerken. Met lege buizen worden bedoeld de werken die worden aangelegd met het oogmerk deel uit te gaan maken van een netwerk en ook buizen die worden aangelegd als voorziening voor medegebruik.

 

Net of netwerk

De definitie is afgeleid van de omschrijving zoals die gehanteerd wordt in de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION). De omschrijving maakt met name duidelijk dat het om ondergrondse netten gaat, en dan zowel de distributie- en transportnetten voor energie (gas, water, elektriciteit) als de elektronische communicatienetwerken (zoals specifiek geregeld in en krachtens de Telecommunicatiewet). In de tekst wordt geen inhoudelijk onderscheid gemaakt tussen de termen net en netwerk.

 

Netbeheerder

Het begrip netbeheerder wordt gehanteerd als uniforme term voor de beheerders van de netten voor de levering van water en energie en tevens de aanbieders van (niet-)openbare elektronische communicatienetwerken. Het komt voor dat de netbeheerder in het geval van voorgenomen werkzaamheden de rol van grondroerder op zich neemt. In aansluiting bij de recente wet- en regelgeving op het gebied van graafrechten wordt de netbeheerder meer dan voorheen medeverantwoordelijk gehouden voor een juiste uitvoering en naleving van de rechten en verplichtingen met betrekking tot werkzaamheden.

 

Openbare gronden

Het begrip openbare gronden is dezelfde als de begripsbepaling zoals deze in de Telecommunicatiewet is opgenomen (artikel 1.1, onder aa, van de Tw). Door in de verordening voortdurend te spreken over “werkzaamheden in of op openbare gronden” (evenals in de Telecommunicatiewet, zie bijvoorbeeld artikel 5.4, eerste lid, van de genoemde wet) behoort duidelijk te zijn, dat het hier gaat om zowel werkzaamheden onder het maaiveld alsook werkzaamheden boven het maaiveld.

 

Spoedeisende werkzaamheden

Hiervoor geldt een lichter procedureel regime. De netbeheerder moet duidelijk maken dat dit werk redelijkerwijs geen uitstel kan dulden op grond van de aangegeven belangen.

 

Vergunning

Voorgenomen werkzaamheden inzake overige kabels en/of leidingen (uitgezonderd kabels ten dienste van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk) moeten vooraf (digitaal) gemeld worden, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:

• reguliere werkzaamheden;

• werkzaamheden van niet ingrijpende aard;

• spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing.

Voor de reguliere werkzaamheden geldt dat pas gestart mag worden met die werkzaamheden als op basis van een aanvraag een vergunning is verleend. Het college hanteert in het algemeen een doorlooptijd van acht weken voor aanvragen voor reguliere werkzaamheden. Voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen vergunning noodzakelijk maar kan worden volstaan met een (digitale) melding vooraf. Na melding kan in het algemeen binnen een termijn van drie werkdagen met de werkzaamheden gestart worden. Voor spoedeisende werkzaamheden kan het zo zijn dat melden vooraf onmogelijk is. Alleen in dit uitzonderingsgeval is het toegestaan het werk achteraf te melden. Echter, indien achteraf blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden (niet ingrijpende- en spoedeisende werkzaamheden) toch omvangrijk zijn geweest en daarom vergunningsplichtig zijn, dient er achteraf alsnog een vergunning aangevraagd te worden. Het college kan de vergunning weigeren, wijzigen of intrekken, zoals benoemd in de artikel 8.

 

Werkzaamheden

(Graaf)werkzaamheden in de openbare grond, inclusief het opbreken en herstel van de sleufverharding en sleufloze technieken in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen. Hoewel gezien de consequenties ervan de regelingen van de AVOI vooral betrekking hebben op mechanische werkzaamheden, vallen handmatige werkzaamheden er ook onder. Deze zijn vaak van toepassing op het werken nabij bomen of groenvoorzieningen en de separaat onderscheiden categorieën spoedeisende werkzaamheden en niet ingrijpende werkzaamheden. Tot de werkzaamheden die deze AVOI betreffen behoren eveneens de werkzaamheden in verband met het medegebruik van voorzieningen, zoals dat van mantelbuizen, kabelgoten of geleidingen. Vanuit de te behartigen belangen kan het nastreven of voorschrijven van medegebruik door het college gestimuleerd worden.

 

Werkzaamheden van niet ingrijpende aard

Het onderscheid tussen werkzaamheden van al dan niet ingrijpende aard vloeit voort uit artikel 5.4, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet. Naast (huis)aansluitingen (tot een bepaalde lengte) worden andere niet ingrijpende werkzaamheden aan een lichter regime onderworpen, omdat ze veelal slechts gedurende relatief korte tijd in een beperkt gedeelte van het netwerk worden verricht, en waarvan de impact relatief beperkt en kortstondig is. Voor deze niet ingrijpende werkzaamheden geldt een verkorte procedure. De definitie geeft op hoofdlijnen aan voor welke situaties deze lichtere procedure van toepassing kan zijn. Vaak gaat het om werkzaamheden aan reeds bestaande kabels en/of leidingen en betreft het een beperkte lengte of oppervlakte die niet of nauwelijks het normale gebruik van de openbare gronden beperkt. Daarbij kan van belang zijn of rijbanen en andere verhardingen, wateren of groenvoorzieningen volledig gekruist worden of dat boringen noodzakelijk zijn.

 

Overige begripsbepalingen

Behoeven geen nadere toelichting.

 

Artikel 2 - Coördinatie van werkzaamheden

Het college is belast met de coördinatie van de binnen haar grondgebied uit te voeren werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen. Degene die voornemens is om werkzaamheden uit te voeren moet een vergunning of instemming van het college hebben. Deze instemming betreft het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden. Het college kan bij het instemmingsbesluit zonodig in afwijking van het gemelde voornemen voorwaarden stellen aan het tijdstip en de werkwijze van de werkzaamheden. Door deze coördinatie kan de overlast van graafwerkzaamheden voor burgers en bedrijfsleven beperkt worden.

 

Artikel 5 - Gegevensverstrekking

In het eerste lid is bepaald dat bij de aanvraag een uitvoeringsplan moet worden gevoegd. Het uitvoeringsplan is een figuur dat bekend is uit het stelsel van de Telecommunicatiewet (zie artikel 5.4, lid 4, van de Tw). Bij de melding van werkzaamheden in het kader van deze wet dient eveneens een uitvoeringsplan te worden gevoegd.

Voor de uitvoering van werkzaamheden van niet-ingrijpende aard behoeft overeenkomstig het derde lid geen uitvoeringsplan te worden opgesteld. Een dergelijke eis zou niet in niet proportioneel zijn gezien de aard van de werkzaamheden. Het college stelt voor wat betreft de gegevensverstrekking een standaardformulier vast (op grond van artikel 4:4 van de Awb), waarmee degene die de werkzaamheden van niet-ingrijpende aard wil uitvoeren op eenvoudigere en verkorte wijze een aanvraag kan doen.

 

Artikel 6 - Beslistermijnen

In lid 6 is bepaald dat paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (de lex silencio positivo) niet van toepassing is op de beslistermijnen van artikel 6; hetgeen betekent dat de vergunning voor werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en leidingen niet als van rechtswege verleend mag worden beschouwd bij het verstrijken van de beslistermijn.

 

Artikel 7 - Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden

Artikel 7 somt de weigeringsgronden voor het verlenen van de vergunning op. De gronden zijn gelijkluidend met de belangen zoals genoemd in artikel 5.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet. Ook kan het college, op grond van artikel 7, voorschriften en beperkingen aan vergunningen verbinden. Dit artikel is in lijn met artikel 5.4, tweede en derde lid, van de Telecommunicatiewet.

Wat betreft eventueel te stellen voorschriften met betrekking tot het tijdstip van de werkzaamheden geldt dat dit (parallel aan artikel 5.4, derde lid, onder b, van de Tw) in beginsel niet later mag liggen dan 12 maanden na het gemelde voornemen. Hiermee wordt voorkomen dat de termijnen waarbinnen gemeenten de werkzaamheden toestaan te zeer uiteen gaan lopen. Het tijdstip van de werkzaamheden zal echter in het overgrote deel van de gevallen veel eerder liggen dan de genoemde 12 maanden. Deze termijn wordt genoemd om aanbieders de zekerheid te bieden dat de aanvang niet later kan liggen dan 12 maanden, tenzij er zwaarwichtige redenen zijn van publiek belang die zich hier tegen verzetten. Slechts in dat geval kan het college een later gelegen tijdstip voorschrijven.