Gemeenteblad van Stadskanaal

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
StadskanaalGemeenteblad 2017, 166803Verordeningen



Gemeente Stadskanaal: Wijzigingsbesluit CAR/UWO 1 januari en 1 oktober 2017

 

Het college van burgemeester en wethouders;

 

Gelezen de wijziging van salarisschaal A voor arbeidsbeperkten, de ledenbrief van het Landelijk Overleg over Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden (LOGA) van 10 november 2016 (ECWGO/U201601310), 24 november 2016 (ECWGO/U201601499), van 23 januari 2017 (ECWGO/U201700032), van 10 maart 2017 (ECWGO/U201700191), van 10 maart 2017 (ECWGO/U201700198) en van 7 juni 2017 (ECWGO/U201700464) inhoudende wijzigingen van de CAR-UWO per 1 januari 2017 respectievelijk 1 oktober 2017;

 

Gelet op de wens en noodzakelijkheid tot het actueel houden van de rechtspositiebepalingen;

 

 

b e s l u i t :

 

 

de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO) als volgt te wijzigen:

Artikel I  

De bedragen in schaal A worden gewijzigd in:

Periodiek

Schaal A

0

1.551,60

1

1.579,81

2

1.608,02

3

1.636,23

4

1.664,44

5

1.692,65

6

1.720,87

7

1.749,08

8

1.777,29

9

1.805,50

10

1.833,71

11

1.861,92

 

Artikel II  

  • A.

    Aan artikel 1:1 lid 1 wordt na onderdeel vv een nieuw onderdeel toegevoegd:

    ww vakantietoelage: jaarlijkse toelage van 8% van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), hetgeen met ingang van 1 januari 2017 een vast onderdeel van het Individueel Keuze Budget vormt.

 

  • B.

    In artikel 1:2a lid 2 wordt het nummer: “4a,” geschrapt.

 

  • C.

    In artikel 1:2b lid 2 wordt het nummer: “4a,” geschrapt.

 

  • D.

    Artikel 1:2c wordt gewijzigd en komt te luiden:

    Artikel 1:2c Aanstellingen op grond van de banenafspraak

    • 1.

      In afwijking van artikel 3:3 lid 1 kan het college salarisschaal A in bijlage IIa vaststellen voor de ambtenaar die op grond van de Wet banenafspraak een aanstelling krijgt omdat hij onder de Participatiewet valt en door beperkingen niet het wettelijk minimumloon kan verdienen.

    • 2.

      In afwijking van artikel 3:3 lid 1 kan het college vaststellen dat de ambtenaar die op grond van de Wet banenafspraak een aanstelling krijgt omdat hij Wajonger is met arbeidsvermogen en voor wie een loonwaarde van minder dan 100% is vastgesteld, recht heeft op een door zijn loonwaarde bepaald percentage van het salaris. Is het door het loonwaarde bepaalde percentage van het salaris lager dan het wettelijk minimumloon, dan is het salaris van de ambtenaar gelijk aan het wettelijk minimumloon.

    • 3.

      Voor de ambtenaar, bedoeld in lid 1 gelden niet de in artikel 3:28 lid 2, onderdelen a , b en c genoemde minimumbedragen.

    • 4.

      Voor de ambtenaar, bedoeld in lid 2 gelden als minimumbedragen, de bedragen genoemd in artikel 3:28 lid 2, onderdelen a, b en c naar rato van de loonwaarde en de deeltijdfactor.

    • 5.

      Indien het college voor de in lid 2 genoemde ambtenaar loondispensatie op grond van de Wajong ontvangt, past het college deze loondispensatie toe op het salaris en de daarop gebaseerde toelagen en vergoedingen.

 

  • E.

    Artikel 2:5:4 lid 2 wordt gewijzigd en komt te luiden:

    2. Het salaris en de toegekende salaristoelage(n), tezamen vermeerderd met 8%, worden uitgedrukt in een bedrag per uur.

 

  • F.

    Artikel 2:7a wordt gewijzigd en komt te luiden:

    • 1.

      Op verzoek van het college kan de arbeidsduur van een ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur van 36 uur per week, worden verruimd naar maximaal 40 uur per week.

    • 2.

      Bij een verruiming van de arbeidsduur geldt dat:

      • 1.

        - de verruiming van de arbeidsduur plaatsvindt gedurende een vooraf te bepalen periode;

      • 2.

        - het salaris evenredig wordt verhoogd;

      • 3.

        - de vakantieduur evenredig wordt verhoogd;

      • 4.

        - de pensioenopbouw evenredig wordt verhoogd;

      • 5.

        - het IKB, bedoeld in artikel 3:28 lid 2, onderdeel a evenredig wordt verhoogd;

      • 6.

        - het IKB, bedoeld in artikel 3:28 lid 2, onderdeel b evenredig wordt verhoogd;

      • 7.

        - instemming van de ambtenaar is vereist;

      • 8.

        - de verkoop van vakantieuren op grond van artikel 3:36 voor de duur van de verruiming niet is toegestaan.

    • 3.

      Wanneer lid 1 van dit artikel wordt toegepast, meldt het college dit vooraf aan de OR.

    • 4.

      Het college rapporteert jaarlijks in het sociaal jaarverslag over het gebruik van de uitbreidingsmogelijkheid van de arbeidsduur naar maximaal 40 uur. Deze rapportage wordt ter bespreking voorgelegd aan de OR.

 

  • G.

    Artikel 3:19 lid 2 wordt gewijzigd en komt te luiden:

    2. Bij 25 jaar overheidsdienst bedraagt de toelage de helft van het maandsalaris en de toegekende salaristoelage(n) over de maand van jubileren, tezamen vermeerderd met 8%. Bij 40 en 50 jaar overheidsdienst bedraagt de toelage het maandsalaris en de toegekende salaristoelage(n) over de maand van jubileren, tezamen vermeerderd met 8%.

 

  • H.

    Artikel 3:23 lid 2 wordt gewijzigd en komt te luiden:

    2. Na het overlijden van de ambtenaar ontvangt de achterblijvende partner – of bij het ontbreken daarvan diens minderjarige kinderen – een overlijdensuitkering, die bestaat uit: driemaal het laatst genoten salaris en de toegekende salaristoelage(n), tezamen vermeerderd met 8%.

 

  • I.

    Artikel 3:24 lid 2 wordt gewijzigd en komt te luiden:

    2. de uitkering bedraagt één jaarsalaris en de toegekende salaristoelage(n), tezamen vermeerderd met 8%, berekend over de 12 kalendermaanden onmiddellijk voorafgaande aan de maand van overlijden.

 

  • J.

    Artikel 3:28 wordt gewijzigd en komt te luiden:

    Artikel 3:28 Opbouw IKB

    • 1.

      Het IKB wordt per maand opgebouwd en bestaat uit een deel waarover pensioen wordt opgebouwd en een deel waarover geen pensioen wordt opgebouwd.

    • 2.

      Het deel van het IKB waarover pensioen wordt opgebouwd bedraagt:

      • a.

        8% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris vermeerderd met de salaristoelagen genoemd in paragraaf 3 van dit hoofdstuk, met dien verstande dat dit ten minste een bedrag is van € 146,65 bij een volledig dienstverband, en

      • b.

        6% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris, met dien verstande dat dit ten minste een bedrag is van € 145,83 bij een volledig dienstverband, en

      • c.

        1,5% van het in de maand van opbouw geldende salaris, voor de ambtenaar die geboren is na 31 december 1949, met dien verstande dat dit ten minste een bedrag is van € 33,33 bij een volledig dienstverband.

    • 3.

      Het deel van het IKB waarover geen pensioen wordt opgebouwd bedraagt:

      • a.

        0,8% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris, en

      • b.

        indien en voor zolang hoofdstuk 9a van toepassing is op de ambtenaar, 1% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris, met dien verstande dat dit voor maximaal 20 jaar geldt, tenzij artikel 9a:9 lid 1, onderdeel b van toepassing is.

    • 4.

      Indien in een maand het salaris en de toegekende salaristoelage(n) gedeeltelijk zijn uitbetaald dan wordt het IKB in die maand berekend op basis van het uitbetaalde salaris en de uitbetaalde salaristoelage(n). Ontvangt de ambtenaar in een maand geen salaris dan wordt in die maand geen IKB opgebouwd.

    • 5.

      Indien in een maand het salaris en de toegekende salaristoelage(n) gedeeltelijk zijn uitbetaald op grond van artikel 7:3 lid 2 tot en met 4 dan wordt, in afwijking van lid 4 van dit artikel, het IKB in die maand berekend op basis van het volledige salaris en toegekende salaristoelage(n).

    • 6.

      Het college kan bronnen toevoegen aan het IKB. Een bron kan zijn een persoonlijk budget, voor zover dat in de gemeente bestaat en niet is opgenomen in de TOR zoals omschreven in paragraaf 7 van hoofdstuk 3.

    • 7.

      Op de ambtenaar bedoeld in artikel 9b:1 is lid 2, onderdeel c van dit artikel niet van toepassing. De vorige volzin geldt niet voor de ambtenaar bedoeld in artikel 9b:50.

 

  • K.

    Aan artikel 3:36 wordt een nieuw tweede lid toegevoegd, onder vernummering van lid 2 tot en met lid 4 in lid 3 tot en met 5:

    2. Vakantie-uren die de ambtenaar heeft gekocht op grond van artikel 3:29 lid 1, sub a kunnen niet worden verkocht op grond van dit artikel.

 

  • L.

    Artikel 3:38 wordt vernummerd in artikel 3:37.

 

  • M.

    De titel van hoofdstuk 6 wordt gewijzigd en komt te luiden:

    VAKANTIE EN VERLOF

 

  • N.

    Artikel 6:2 lid 1 wordt gewijzigd en komt te luiden:

    1. De vakantie van de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt ten minste 144 uur per kalenderjaar.

 

  • O.

    Artikel 6:3:1 vervalt, inclusief titel.

 

  • P.

    Artikel 6:4:1a lid 6 en lid 7 worden geschrapt.

 

  • Q.

    Artikel 6:5:4 wordt, inclusief titel, gewijzigd en komt te luiden:

    Opbouw vakantie

    De duur van de vakantie van een ambtenaar die ouderschapsverlof geniet, wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het ouderschapsverlof.

 

  • R.

    Artikel 6a:6 wordt gewijzigd en komt te luiden:

    Artikel 6a:6 Bronnen

    De jaarlijkse inleg van de ambtenaar in het kader van de gemeentelijke levensloopregeling bestaat uit een of meer van de volgende bronnen:

    • a.

      het salaris;

    • b.

      het IKB indien het college de levensloopregeling op grond van artikel 3:29 lid 2 heeft aangewezen als bestedingsdoel van het IKB;

    • c.

      de geldelijke vergoeding voor de verkoop van vakantie-uren, bedoeld in artikel 3:36;

    • d.

      het opgebouwde verloftegoed, bedoeld in artikel 4:9 lid 3.

 

  • S.

    In artikel 7:13:1 worden tussen de woorden “in artikel 7:3” en “bestaat:” de woorden “en geen opbouw van het IKB, bedoeld in artikel 3:28,” toegevoegd.

 

  • T.

    In artikel 7:13:2 lid 1 worden tussen de woorden “in artikel 7:3” en “indien” de woorden “en de opbouw van het IKB, bedoeld in artikel 3:28, worden gestaakt,” toegevoegd.

     

    Artikel 7:13:2 lid 2 wordt gewijzigd en komt te luiden:

    2. De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) en de opbouw van het IKB vinden wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het eerste lid.

 

  • U.

    Artikel 7:14 wordt gewijzigd en komt te luiden:

    Artikel 7:14 Sanctie bij nalatigheid algemene verplichtingen

    • 1.

      De ambtenaar die zich niet houdt aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel c, wordt disciplinair gestraft wegens plichtsverzuim.

    • 2.

      De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 7:3, en de opbouw van het IKB bedoeld in artikel 3:28, worden gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar:

      • a.

        weigert mee te werken aan, door het college of een door hem aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen, als bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel a, die erop gericht zijn om de betrokkene in staat te stellen de eigen passende arbeid te verrichten;

      • b.

        weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel b;

      • c.

        weigert aangeboden passende arbeid te verrichten, waartoe hij op grond van artikel 7:11 lid 2 verplicht is.

    • 3.

      De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), en de opbouw van het IKB, bedoeld in lid 2, vinden wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het tweede lid.

 

  • V.

    In artikel 10d:2 sub b worden de woorden “de vakantietoelage en de eindejaarsuitkering” vervangen door: “het IKB, bedoeld in artikel 3:28 lid 2, onderdeel a en b”.

 

  • W.

    In artikel 18:1:1 lid 1, sub f worden de woorden “de aanspraak op de vakantieuitkering” vervangen door: “8%”.

 

Artikel III  

Artikel 3:25 lid 1 wordt gewijzigd en komt te luiden:

1. De ambtenaar heeft recht op een tegemoetkoming in zijn ziektekosten als hij één van de volgende aanvullende zorgverzekeringen heeft: Extra Zorg 3 of 4 bij IZA, Plus Collectief of Top Collectief bij CZ, Collectief Aanvullend 3 of 4 bij Menzis.

 

Artikel IV  

  • A.

    Aan artikel 1:2:1 wordt lid 5 toegevoegd en deze komt te luiden:

    De ambtenaar, bedoeld in de leden 2, 3 of 4 van dit artikel, heeft recht op:

    • a.

      8% vakantietoelage, met dien verstande dat dit ten minste een bedrag is van € 146,65 bij een volledig dienstverband, en

    • b.

      1,5% van het in de maand van opbouw geldende salaris, voor de ambtenaar die geboren is na 31 december 1949, met dien verstande dat dit ten minste een bedrag is van € 33,33 bij een volledig dienstverband, en

    • c.

      0,8% van het voor de ambtenaar in de maand van opbouw geldende salaris.

 

  • B.

    Artikel 2:5:4 lid 2 wordt geschrapt, onder vernummering van lid 3 in lid 2.

 

Artikel V  

  • A.

    Artikel 9b:22a, tweede lid, wordt vervangen door

    2 De leeftijdsafhankelijke factor bedraagt

leeftijd

factor

 

leeftijd

factor

 

leeftijd

factor

18

0,282

 

33

0,440

 

48

0,686

19

0,291

 

34

0,453

 

49

0,706

20

0,300

 

35

0,467

 

50

0,727

21

0,309

 

36

0,481

 

51

0,749

22

0,318

 

37

0,495

 

52

0,772

23

0,327

 

38

0,510

 

53

0,795

24

0,337

 

39

0,526

 

54

0,819

25

0,347

 

40

0,541

 

55

0,843

26

0,358

 

41

0,558

 

56

0,869

27

0,369

 

42

0,574

 

57

0,895

28

0,380

 

43

0,591

 

58

0,922

29

0,391

 

44

0,609

 

59

0,949

30

0,403

 

45

0,627

 

60

0,978

31

0,415

 

46

0,646

 

61

1,007

32

0,427

 

47

0,666

 

62

1,037

 

  • B.

    B Artikel 9b:45a, tweede lid, wordt vervangen door

    2 De leeftijdsafhankelijke factor bedraagt

leeftijd

factor

 

leeftijd

factor

 

leeftijd

factor

18

0,282

 

33

0,440

 

48

0,686

19

0,291

 

34

0,453

 

49

0,706

20

0,300

 

35

0,467

 

50

0,727

21

0,309

 

36

0,481

 

51

0,749

22

0,318

 

37

0,495

 

52

0,772

23

0,327

 

38

0,510

 

53

0,795

24

0,337

 

39

0,526

 

54

0,819

25

0,347

 

40

0,541

 

55

0,843

26

0,358

 

41

0,558

 

56

0,869

27

0,369

 

42

0,574

 

57

0,895

28

0,380

 

43

0,591

 

58

0,922

29

0,391

 

44

0,609

 

59

0,949

30

0,403

 

45

0,627

 

60

0,978

31

0,415

 

46

0,646

 

61

1,007

32

0,427

 

47

0,666

 

62

1,037

 

Artikel VI  

  • A.

    Artikel 18:1:5 lid 1 wordt gewijzigd en komt te luiden:

    De tegemoetkoming in verhuiskosten kan slechts bestaan uit:

    • a.

      een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in-en uitpakken van breekbare zaken;

    • b.

      een bedrag voor dubbel woonkosten, gelijk aan de noodzakelijk te maken kosten, met een maximum van € 312,49 per maand met dien verstande dat de tegemoetkoming ten hoogste voor vier maanden wordt verleend;

    • c.

      een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten, met een maximum van € 6.249,44.

 

  • B.

    Artikel 18:1:7 leden 2, 3 en 4 worden gewijzigd en komen te luiden:

    • 1.

      De vergoeding die plaatsvindt op basis van het eerste lid is, voor dat deel dat gebruik wordt gemaakt van de trein, gemaximeerd op het bedrag van € 3.996 per jaar.

    • 2.

      De betrokkene die met de trein reist en van de woning of het pension met het ander (aansluitend) openbaar vervoer naar het eerst mogelijke station kan reizen maar van dit openbaar vervoer geen gebruik maakt en in de plaats daarvan met eigen vervoer naar dat station reist, ontvangt een tegemoetkoming van € 104,44 op jaarbasis.

    • 3.

      De tegemoetkoming in reiskosten bedoeld in artikel 18:1:6, eerste en vierde lid, is, indien het college de plaats van tewerkstelling van een betrokkene heeft aangewezen als een plaats van tewerkstelling die niet door openbaar vervoer is te bereiken, of indien de betrokkene behoort tot een aangewezen groep voor wie de plaats van tewerkstelling vanwege de opgedragen werktijden niet per openbaar vervoer is te bereiken, € 0,17 per kilometer met een maximum van 20 kilometer enkele reis.

 

Artikel VII  

Artikel 2:7a lid 2 wordt gewijzigd en komt te luiden:

Bij een verruiming van de arbeidsduur geldt dat:

  • 1.

    - de verruiming van de arbeidsduur plaatsvindt gedurende een vooraf te bepalen periode;

  • 2.

    - het salaris evenredig wordt verhoogd;

  • 3.

    - de vakantieduur evenredig wordt verhoogd;

  • 4.

    - de pensioenopbouw evenredig wordt verhoogd

  • 5.

    - het minimale IKB, bedoeld in artikel 3:28 lid 2, sub a evenredig wordt verhoogd;

  • 6.

    - het minimale IKB, bedoeld in artikel 3:28 lid 2, sub b evenredig wordt verhoogd;

  • 7.

    - instemming van de ambtenaar is vereist;

  • 8.

    - de koop van vakantieuren op grond van artikel 3:29 lid 1, sub a voor de duur van de verruiming niet is toegestaan.

 

Artikel VIII  

  • A.

    In artikel 1:1 lid 1, sub rr wordt de laatste volzin geschrapt.

 

  • B.

    In artikel 1:2 lid 1, sub c worden de haakjes geschrapt.

 

  • C.

    In artikel 2:7 lid 1 worden de woorden “volledige betrekking” vervangen door: “volledig dienstverband”.

 

  • D.

    In artikel 3:3 lid 1 worden tussen de woorden “zijn functieschaal” en “, op grond van” de woorden “zoals opgenomen in de salaristabel in bijlage IIa” toegevoegd.

 

  • E.

    In artikel 3:25 lid 1, 2 en 3 wordt het woord “ziektekosten” vervangen door: “kosten van de zorgverzekering”.

 

  • F.

    In artikel 3:26 lid 1, 2 en 3 wordt het woord “ziektekosten” vervangen door: “kosten van de zorgverzekering”.

 

  • G.

    In artikel 4:4 lid 4, sub b wordt de afkorting “ORT” vervangen door: “toelage onregelmatige dienst”.

 

  • H.

    In artikel 6:2 lid 1 en 2 worden de woorden “volledige betrekking” vervangen door: “volledig dienstverband”.

 

  • I.

    In artikel 6:4:2 lid 3 en 5 worden de woorden “volledige betrekking” vervangen door: “volledig dienstverband”.

 

  • J.

    Artikel 6:4:3 lid 1 wordt gewijzigd en komt te luiden:

    1. De ambtenaar met een volledig dienstverband kan voor maximaal 72 uur in elke periode van 12 achtereenvolgende maanden aanspraak maken op het kortdurend zorgverlof op grond van de Wazo.

     

    In artikel 6:4:3 lid 2 wordt het woord “betrekkingsomvang” vervangen door: “arbeidsduur”.

 

  • K.

    In artikel 6:5:2 lid 2 worden de artikelen: “6:5:1, 6:5:3,” geschrapt.

 

  • L.

    In artikel 6:10 lid 3 wordt het artikel “7:24a” gewijzigd in: “3:26”.

 

  • M.

    In artikel 6:11 lid 1 wordt het woord “betrekking” vervangen door: “dienstverband”.

 

  • N.

    In artikel 6a:10 worden de woorden “9 en” geschrapt.

 

  • O.

    In artikel 7:1 lid 1, sub b wordt het woord “toonvormende” vervangen door: “loonvormende”.

 

  • P.

    In artikel 7:8:1 worden de woorden “toelage…..prestatiebeloning” vervangen door: “toegekende salaristoelage(n)”.

 

  • Q.

    In artikel 7:20 worden de woorden “de dienstbetrekking” vervangen door: “het dienstverband”.

 

  • R.

    In artikel 7:21 lid 2 wordt het woord “dienstbetrekkingen” vervangen door: “dienstverbanden” en de woorden “de dienstbetrekking” worden vervangen door:

    “het dienstverband”.

 

  • S.

    De titel boven artikel 7:24 wordt gewijzigd en komt te luiden:

    § 6. Tegemoetkoming kosten zorgverzekering

     

    De titel na artikel 7:24 “Paragraaf 6 Ziektekosten” vervalt.

 

  • T.

    In artikel 7:27 lid 3 worden de woorden “de dienstbetrekking” vervangen door: “het dienstverband”.

 

  • U.

    In artikel 8:2a lid 1 worden de woorden “lid 3,” vervangen door: “lid 2”.

 

  • V.

    In artikel 8:7 moeten de subonderdelen worden aangeduid in letters.

 

  • W.

    In artikel 8:15:3 lid 1 wordt het woord “betrekking” vervangen door: “functie”.

 

  • X.

    Artikel 17:3 vervalt.

 

  • Y.

    In artikel 18:1:5 lid 3 wordt het woord “deeltijdbetrekking” op twee plaatsen vervangen door: “deeltijddienstverband” en wordt het woord “voltijdbetrekking vervangen door: “voltijddienstverband”.

 

  • Z.

    In artikel 20:1:2 wordt het woord “koningin” vervangen door: “koning”.

 

  • AA.

    In artikel 20:1:3 wordt het woord “koningin” vervangen door: “koning”.

 

  • AB.

    Na artikel 9b:1, lid 3, vervallen de kop “Paragraaf 2. De ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer in een bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in de artikelen 9e:8 en 9e:9 niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen”, het woord “Begripsbepalingen” alsmede artikel 9b:1, lid 1 tot en met 3.

 

Artikel IX  

Artikel I tot en met VII treden in werking een dag na bekendmaking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 en artikel VIII treedt in werking op 1 oktober 2017.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 5 september 2017.

Burgemeester en wethouders

de heer G.J. van der Zanden mevrouw B.A.H. Galama

secretaris burgemeester