Gemeenteblad van Etten-Leur

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Etten-LeurGemeenteblad 2017, 160658Verordeningen



Algemene subsidieverordening gemeente Etten-Leur 2018

 

 

De raad van de gemeente Etten-Leur;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 augustus 2017;

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

BESLUIT:

vast te stellen de volgende verordening:

Algemene Subsidieverordening G emeente Etten-Leur 2018

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur;

  • b.

    eenmalige subsidie: subsidie met een eenmalig of experimenteel karakter;

  • c.

    raad: gemeenteraad van de gemeente Etten-Leur;

  • d.

    structurele subsidie: subsidie die een doorlopend of regelmatig terugkerend karakter heeft;

  • e.

    algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 127), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese en nationale regelgeving;

  • f.

    de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352), verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 352/9) en verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese en nationale regelgeving;

  • g.

    Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;

  • h.

    onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;

  • i.

    Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 2 Reikwijdte

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).

  • 2.

    Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 3Subsidieregelingen

Het college kan bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten en wie in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Het college kan bij subsidieregeling tevens de wijze van berekening en uitbetaling van de subsidie bepalen en regels stellen ten aanzien van voorzieningen, reserves en vermogensvorming.

Artikel 4 Europees steunkader

  • 1.

    Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

  • 2.

    Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.

  • 3.

    Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de beschikking tot subsidieverlening naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

  • 4.

    Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader.

  • 5.

    Bij subsidies waarop de een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

Artikel 5Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1.

    De raad stelt de beschikbare budgetten vast in het kader van de begrotingsbehandeling.

  • 2.

    Het college kan bij subsidieregeling, binnen de beschikbare budgetten, de subsidieplafonds vaststellen.

  • 3.

    Het college bepaalt bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

  • 4.

    Het college kan een subsidieplafond verlagen:

    • a.

      als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en

    • b.

      als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd;

  • 5.

    Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

  • 6.

    Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt daarop gewezen.

Artikel 6 Aanvraag van de subsidie

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan.

  • 2.

    Bij de aanvraag om subsidie legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van de activiteiten;

    • c.

      op welke wijze de activiteiten bijdragen aan de gestelde maatschappelijke effecten en gemeentelijke beleidsdoelen;

    • d.

      een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • e.

      als het college dit nodig acht: een ondertekende verklaring over de omvang van het eigen vermogen en de eventuele reserves op het moment van de aanvraag;

    • f.

      als de aanvrager een onderneming is:

1° een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

2° een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring);

  • 1.

    Het college kan besluiten af te wijken van de voorgaande leden indien het college dit nodig acht voor een goede beoordeling van de aanvraag.

  • 2.

    Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

Artikel 7 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag voor een structurele subsidie wordt ingediend uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt ingediend uiterlijk 8 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 3.

    Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Artikel 8 Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag voor een structurele subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 2.

    Het college beslist op een aanvraag voor een eenmalige subsidie binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

  • 3.

    Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Artikel 9 Weigerings- en terugvorderingsgronden

1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval:

  • a.

    als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt ;

  • b.

    als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard ;

  • c.

    als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:

    1* subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of

    2* de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

  • 2.

    Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren:

  • a.

    als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen;

  • b.

    als de te subsidiëren activiteiten onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

  • c.

    als de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet of onvoldoende bijdragen aan één of meer gestelde maatschappelijke effecten

  • d.

    als de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet of onvoldoende passen binnen het beleid of de beleidsdoelen van de gemeente

  • e.

    als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

  • f.

    als de aanvrager ook zonder de gevraagde subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen die nog niet bestemd zijn door de aanvrager of waarvan een voorziening is opgenomen, hetzij uit middelen van derden kan of heeft kunnen beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;

  • g.

    als de aanvrager naar het oordeel van het college onvoldoende andere mogelijkheden heeft benut voor het verkrijgen van middelen voor de uitvoering van de activiteiten, anders dan subsidie;

  • h.

    als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

  • i.

    als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde;

  • j.

    als de aanvrager door uitvoering van de activiteit beoogt winst te maken of als de aanvrager of andere personen, die zijn betrokken bij de uitvoering van de activiteiten, met de opbrengsten van de activiteiten in een inkomen voorziet;

  • k.

    als de opbrengst wordt gegenereerd voor een ander doel dan de activiteit zelf;

  • l.

    als de activiteit niet openbaar toegankelijk is voor iedere geïnteresseerde bezoeker;

  • m.

    indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd uitsluitend of in hoofdzaak het doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard;

  • n.

    als de subsidieverstrekking naar het oordeel van het college niet is toegestaan omdat de subsidie op grond van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag onverenigbaar is met de interne markt;

  • o.

    in het beoogde doel of de voorgenomen activiteit al op andere wijze in belangrijke mate is voorzien;

  • p.

    in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen;

  • q.

    als de aanvrager voor het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft met een functionaris een bezoldiging als bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector overeenkomt of is overeengekomen die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van die wet;]

  • 1.

    Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Artikel 10 Verantwoording

Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de beschikking tot subsidieverlening vermeld op welke wijze de subsidie-ontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Artikel 11 Algemene verplichtingen van de subsidie-ontvanger

  • 1.

    Als aannemelijk is dat één of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig, of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidie-ontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college.

  • 2.

    Een subsidie-ontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:

  • a.

    beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;

  • b.

    relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

  • c.

    ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig, of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen;

  • d.

    wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 12 Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

  • 1.

    Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd;

  • 2.

    Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot innovativiteit of de samenwerking met andere organisaties ten behoeve van een verantwoord gebruik van beschikbare middelen.

  • 3.

    Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidie-ontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

  • 4.

    Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.

  • 5.

    Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidie-ontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

Artikel 12a Vorming van reserves

  • 1.

    Het college kan de subsidie-ontvanger toestemming verlenen om het positieve verschil tussen de verleende subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten toe te voegen aan de algemene reserves of bestemmingsreserves. Dit kan slechts wanneer de subsidie-ontvanger alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend heeft verricht en aan alle aan de subsidie verbonden verplichtingen heeft voldaan.

  • 2.

    Het in lid 1 genoemde positieve verschil bedraagt niet meer dan vijf procent van het verleende subsidiebedrag.

  • 3.

    In bijzondere gevallen kan het college afwijken van het in het tweede lid genoemde percentage, op voorwaarde dat de subsidie-ontvanger de noodzaak voor een hogere reservering naar het oordeel van het college voldoende heeft aangetoond.

  • 4.

    Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

Artikel 13 Wijze van verstrekken en eindverantwoording subsidies tot en met € 10.000

  • 1.

    Subsidies tot en met € 10.000 worden door het college direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen 8 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld;

  • 2.

    De subsidie-ontvanger kan bij verleningsbeschikking worden verplicht om uiterlijk 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 8 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

  • 3.

    In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 10.000 wordt aanstonds een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie, tenzij bij subsidieverlening anders is bepaald.

Artikel 14 Eindverantwoording subsidies van meer dan € 10.000 tot en met € 50.000

  • 1.

    B ij subsidies van meer dan € 10 .000 doch ten hoogste € 50.000 dient de subsidie-ontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2.

    De aanvraag bevat :

    a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag);

3.Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 15 Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000

  • 1.

    Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidie-ontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2.

    De aanvraag bevat:

  • a.

    een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

  • b.

    een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag); en

  • c.

    een goedgekeurde controleverklaring, verstrekt door een onafhankelijk accountant.

  • 1.

    Bij subsidieregeling k unnen andere termijnen worden vastgesteld en extra gegevens worden gevraagd .

Artikel 16 Subsidievaststelling van subsidies meer dan € 10.000

  • 1.

    Het college stelt een subsidie van meer dan € 10.000 vast binnen 13 weken na de ontvangst van een volledige aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.

  • 2.

    Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 13 weken worden verdaagd.

  • 3.

    Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidie-ontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.

  • 4.

    Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, is ingediend, kan het college de subsidie-ontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 17Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule

  • 1.

    In alle gevallen waarin deze verordening niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

  • 3.

    In een subsidieregeling kan worden bepaald dat het college die regeling of één of meer artikelen ervan buiten toepassing kan laten of daarvan kan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

Artikel 18Slotbepalingen
  • 1.

    De Algemene Subsidieverordening Gemeente Etten-Leur 2016 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze verordening treedt met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Referendumverordening 2006 in werking op de dag na die van bekendmaking.

  • 3.

    Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene Subsidie Verordening 2016 Gemeente Etten-Leur van toepassing.

  • 4.

    De intrekking van de verordening genoemd in het eerste lid heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen beleidsregels, subsidieregelingen en andere nadere regels en uitvoeringsbesluiten, voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

  • 5.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Subsidieverordening Gemeente Etten-Leur 2018.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Etten-Leur van

11 september 2017

De raad voornoemd,

Mw. H. van Rijnbach-de Groot W.C.M. Voeten         

raadsvoorzitter raadsgriffier