Gemeenteblad van Nijmegen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nijmegen | Gemeenteblad 2017, 159748 | Beleidsregels |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nijmegen | Gemeenteblad 2017, 159748 | Beleidsregels |
HOOFDSTUK I : ALGEMENE BEPALINGEN
Voor de toepassing van het bij of krachtens dit reglement bepaalde wordt verstaan onder:
afdelingshoofd: het afdelingshoofd Zorg & Inkomen handelend krachtens mandaat van het
begeleider: de natuurlijke persoon met wie de Kredietbank een overeenkomst tot Budgetcoaching heeft gesloten;
beleidsregel: een regel waarbij nadere invulling wordt gegeven aan de eisen van de Wet en het Besluit, niet zijnde een beleidsregel als bedoeld in artikel 1.3 lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wet op het financieel toezicht
budgetcoaching : geheel van activiteiten om de cliënt te leren op een verantwoorde manier
budgetbeheer: geheel van activiteiten in het kader van het beheren van de inkomsten van de cliënt en het overeenkomstig het vastgestelde budgetplan verrichten van betalingen;
cliënt: de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waaraan de Kredietbank een financiële dienst verleent of aan wie de Kredietbank voornemens is een financiële dienst te verlenen of verleend heeft;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen;
consumptief krediet: krediet, niet zijnde hypothecair krediet, starterskrediet of onderhoudskrediet;
doorlopend krediet: een overeenkomst inzake geldkrediet waarbij de kredietnemer op verschillende tijdstippen geldsommen kan opnemen, voor zover het uitstaande saldo de kredietlimiet niet overschrijdt;
financiële dienst: het aanbieden, adviseren of bemiddelen ter zake van een financieel product;
financiële dienstverlening: het verlenen van diensten als bedoeld in de Wet, zijnde:
het aanbieden van krediet, behoudens starterskrediet;
het aanbieden van budgetbeheerrekeningen;
budgetbeheerrekening, voor zover dit niet plaatsvindt in het kader van integrale hulpverlening;
herfinanciering: door middel van het afsluiten van een of meer kredietovereenkomsten aflossen van de totale schuldenlast;
krediet: het aan de kredietnemer ter beschikking stellen van een geldsom, waarbij de kredietnemer gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten;
Kredietbank: Bureau Schuldhulpverlening/GKB+, gevestigd te Nijmegen en kantoorhoudende te 6511 PS Nijmegen, Mariënburg 30;
kredietnemer: de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waarmee de Kredietbank een overeenkomst tot kredietverlening sluit;
kredietovereenkomst: de overeenkomst waarbij de kredietgever aan de kredietnemer een geldsom ter beschikking stelt en waarbij de kredietnemer gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten;
nazorg: nazorg omvat het geheel van activiteiten dat plaatsvindt na beëindiging van een traject in de schuldhulpverlening en dat gericht is op het voorkomen van recidive.
persoonlijke lening: een overeenkomst inzake geldkrediet waarbij de kredietnemer een vooraf overeengekomen geldsom ter beschikking wordt gesteld en de kredietnemer aan de kredietgever een of meer betalingen doet;
preventie: geheel van activiteiten gericht op het tegengaan van problematische schulden en op het vergroten van financiële zelfredzaamheid.
rekeninghouder: de natuurlijke persoon die met de Kredietbank een overeenkomst tot budgetbeheer heeft gesloten;
representatieve organisatie: de NVVK, vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren,
statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te 3511 GB Utrecht aan de Catharijnesingel 30d;
richtlijn: richtlijn nr. 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG;
saneringskrediet: door middel van het afsluiten van een kredietovereenkomst afkopen van de totale schuldenlast tegen finale kwijting op basis van een percentage van de totale schuldenlast;
schuldenaar: de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon die een aanvraag voor een schuldregeling indient;
schuldhulpverlening: het in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg. Schuldhulpverlening is een verzamelnaam en omvat een schuldregeling, budgetbeheer, budget-coaching en preventie;
schuldregeling: bemiddeling van de kredietbank tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers om een minnelijke regeling van de totale schuldenlast te bewerkstelligen;
schuldregelingsovereenkomst: een overeenkomst waarin de rechten, verplichtingen en voorwaarden van de schuldenaar en de Kredietbank ter zake van de schuldregeling zijn opgenomen;
sociaal krediet: een krediet dat verstrekt wordt in het kader van sociale kredietverlening, niet zijnde een saneringskrediet als bedoeld in de Gedragscode Schuldhulpverlening NVVK;
sociale kredietverlening: kredietverlening als bedoeld in de Wet financiering decentrale overheden en waarbij de kredietnemer bewust wordt gemaakt van de risico's van het krediet, een individueel advies wordt gegeven en waarbij niet de omzet van de kredietbank prevaleert;
starterskrediet: een krediet dat door de Kredietbank op grond van haar publieke taak aan een startende ondernemer wordt verstrekt, waarbij de kredietnemer cumulatief aan de volgende voorwaarden dient te voldoen:
maximaal vijf jaar een onderneming voert; en
beschikt over een schriftelijke afwijzing voor een gelijke aanvraag bij een onder toezicht van de Nederlandsche Bank NV staande financiële instelling; en
een ondernemingsplan overlegt dat door of namens het College wordt goedgekeurd; en
het krediet gebruikt ten behoeve van het (door)starten van de onderneming.
toezicht: het toezicht als bedoeld in artikel 4:37 lid 2 van de Wet;
toezichthouder: het college van burgemeester en wethouders
Uitvoeringsregeling: uitvoeringsregeling Wet op het Financieel Toezicht
HOOFDSTUK II: DOEL, TAAKSTELLING, BEHEER EN TOEZICHT
De Kredietbank heeft tot doel:
het bevorderen van het op sociaal/maatschappelijk verantwoorde wijze verstrekken van krediet;
het uitvoeren van de publieke taak zoals deze voor de Kredietbank onder meer is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden en de daarop gebaseerde besluiten;
het bevorderen van maatregelen op lokaal niveau ter voorkoming van overkreditering en andere financiële misstanden;
het bevorderen van een uniforme werkwijze op het terrein van schuldhulpverlening.
De Kredietbank tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
het op sociaal/maatschappelijk verantwoorde wijze aanbieden van kredieten;
het aanhouden van budgetbeheerrekeningen;
het verzorgen van budget-coaching;
het verrichten van schuldhulpverlenende werkzaamheden ten behoeve van natuurlijke personen in een (problematische) schuldsituatie;
het opstellen van gemeentelijke verklaringen als bedoeld in artikel 285 lid 1 sub f van de Faillissementswet;
het bieden van faciliteiten voor de uitvoering van de bewindvoering als bedoeld in Titel III artikel 284 van de Faillissementswet;
het bieden van faciliteiten voor de uitvoering van bewindvoering als bedoeld in titel 19 van boek 1 van het BW (artikel 1:431 e.v. BW);
het verrichten van overige diensten welke een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van het doel van de Kredietbank als bedoeld in artikel 2 van dit Bankreglement;
De Kredietbank wordt beheerd door het College.
De feitelijke leiding van de Kredietbank berust bij het hoofd Bureau Schuldhulpverlening/GKB+.
Het College kan (terzake) de uitvoering van de in artikel 3 genoemde taken aan het Afdelingshoofd mandateren/volmacht verlenen.
Indien het College gebruik maakt van zijn in het voorgaande lid bedoelde bevoegdheid, wordt dit vastgelegd in een besluit.
HOOFDSTUK III: FINANCIËLE DIENSTVERLENING
De artikelen 7 tot en met 16 zijn alleen van toepassing op financiële diensten en financiële producten waarop de Wet van toepassing is.
Artikel 10: Zorgvuldige dienstverlening
De Kredietbank draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een financieel product of financiële dienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan de bij of krachtens de Wet aan de cliënt te verstrekken of beschikbaar te stellen informatie.
De Kredietbank verstrekt de cliënt gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een financieel product of een financiële dienst tijdig informatie over wezenlijke wijzigingen in de informatie bedoeld in het derde lid van dit artikel, voor zover deze informatie redelijkerwijs relevant is voor de cliënt dan wel informatie over bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.
HOOFDSTUK IV: KREDIETVERLENING
Paragraaf 1: Inleidende bepalingen
De Kredietbank kan kredieten verstrekken aan inwoners van de eigen gemeente, aan inwoners van een gemeente waarmee een overeenkomst is gesloten, aan inwoners van gemeenten die deel uitmaken van de gemeenschappelijke regeling of aan inwoners van gemeenten waar geen voorziening op het terrein van sociale kredietverlening aanwezig is.
Artikel 16: Formulier standaardinformatie inzake consumptief krediet
In het geval dat de cliënt heeft verzocht de kredietovereenkomst tot stand te laten komen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in lid 1 bedoelde informatie niet schriftelijk of op een duurzame drager kan worden verstrekt voorafgaand aan de totstandkoming van de kredietovereenkomst, verstrekt de Kredietbank de informatie aan de cliënt onmiddellijk na de totstandkoming van kredietovereenkomst.
Paragraaf 2: Kredietaanvraag en afwijzing
Een krediet kan bij de Kredietbank, dan wel via daartoe aangewezen derden, worden aangevraagd.
De aanvraag tot kredietverlening vindt plaats op een daartoe door de Kredietbank, op verzoek van de cliënt, ter beschikking te stellen Aanvraagformulier Lening.
Paragraaf 3: Kredietovereenkomst
De kredietovereenkomst wordt op papier of op een andere duurzame drager aangegaan.
De Kredietbank verstrekt de cliënt een exemplaar van de kredietovereenkomst en behoudt zelf ook een exemplaar.
Voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst wint de Kredietbank, in het belang van de kredietnemer, informatie in over zijn financiële positie en beoordeelt de Kredietbank, ter voorkoming van overkreditering van de kredietnemer, of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is.
De Kredietbank gaat geen kredietovereenkomst aan met een kredietnemer indien dit, met het oog op het voorkomen van overkreditering van de kredietnemer, onverantwoord is.
De artikelen 113 lid 1, 114 en 115 lid 1 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21: Inhoud van de kredietovereenkomst
Elke kredietovereenkomst dient op papier of een andere duurzame drager te zijn vastgelegd en dient in ieder geval op duidelijke en beknopte wijze te vermelden:
de eventuele kosten voor het aanhouden van één of meer rekeningen voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen, tenzij het openen van een rekening facultatief is, tezamen met de kosten voor het gebruik van een betaalmiddel voor zowel betalingen als kredietopnemingen, andere uit de kredietovereenkomst voortvloeiende kosten, alsmede de voorwaarden waaronder de kosten worden gewijzigd;
Artikel 22: Ter beschikkingstelling van het krediet
Na het sluiten van de kredietovereenkomst wordt:
bij een aflopend krediet (persoonlijke lening), niet zijnde een saneringskrediet, de kredietsom die bij de kredietovereenkomst is bepaald, door de Kredietbank in zijn geheel aan de kredietnemer beschikbaar gesteld. In overleg met de kredietnemer kan (een deel van) het krediet aan derden betaalbaar worden gesteld;
Artikel 24: Zakelijke of persoonlijke zekerheid
Indien omstandigheden met betrekking tot de kredietnemer dan wel het doel van de kredietverlening dit rechtvaardigen, kan de Kredietbank verlangen dat zakelijke of persoonlijke zekerheid wordt gesteld.
Paragraaf 5: Kredietvergoeding
Artikel 28: Kredietvergoeding niet doorlopend kredietIndien een krediet met een van tevoren vastgelegde kredietsom is overeengekomen kunnen door de Kredietbank vergoedingen in rekening worden gebracht:
Artikel 29: Kredietvergoeding doorlopend krediet
Indien een krediet met een tevoren vastgestelde kredietlimiet is overeengekomen kunnen door de Kredietbank vergoedingen in rekening worden gebracht:
Paragraaf 6: Opeisbaarheid en kwijtschelding
De Kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen, indien:
de kredietnemer aan de Kredietbank, met het oog op het aangaan van de kredietovereenkomst, bewust onjuiste inlichtingen heeft verstrekt van dien aard, dat de Kredietbank de kredietovereenkomst geheel niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben aangegaan indien de Kredietbank met de juiste stand van zaken bekend zou zijn geweest.
HOOFDSTUK V: SCHULDHULPVERLENING
Artikel 33: Schuldhulpverlening
Indien de Kredietbank werkzaamheden verricht ten behoeve van schuldhulpverlening, dient dit te gebeuren met inachtneming van het door het College in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening opgestelde beleidsregels.
Artikel 34: Schuldregeling algemeen
Indien de Kredietbank heeft vastgesteld dat van een problematische schuldsituatie geen sprake is en toch ten behoeve van de schuldenaar een schuldregeling wil opzetten, dient de Kredietbank bij een voorstel aan de schuldeisers expliciet aan te geven dat op deze regeling de Gedragscode Schuldhulpverlening niet van toepassing is.
Paragraaf 2: Aanvraag en afwijzing
Artikel 36: Beoordeling aanvraag
Het College legt in de beleidsregels schuldhulpverlening de criteria vast die de Kredietbank ten grondslag legt aan de beoordeling van een aanvraag Schuldhulpverlening door de aanvrager.
Paragraaf 5: Preventieve schuldhulpverlening
Artikel 41: Budgetcoaching algemeen
De Kredietbank kan deze voorlichting doen uitvoeren door andere instellingen werkzaam op het terrein van schuldhulpverlening.
HOOFDSTUK VI: BUDGETBEHEER EN BUDGETCOACHING
HOOFDSTUK VII: BEPALINGEN VAN FINANCIELE AARD
Artikel 52: Verslag werkzaamheden en bedrijfseconomische ontwikkeling
De Kredietbank doet jaarlijks verslag van haar werkzaamheden en van de bedrijfseconomische ontwikkeling in de jaarrekening van de gemeente Nijmegen.
De Kredietbank draagt zorg voor een adequate behandeling van klachten van cliënten over financiële diensten, financiële producten en andere producten van de Kredietbank. De Kredietbank beschikt daartoe over een klachtenprocedure.
De klachtenprocedure voorziet in de behandeling van klachten van natuurlijke personen met betrekking tot de gang van zaken rond kredietverlening, schuldhulpverlening, budgetbeheer en budgetcoaching en gedragingen jegens de begeleide, de cliënt, de kredietnemer, de rekeninghouder en de schuldenaar.
De Kredietbank geeft op afdoende wijze bekendheid aan het bestaan van een klachtenprocedure.
De klachtenprocedure wordt door de afdeling Juridische Zaken van de gemeente Nijmegen behandeld op basis van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de natuurlijke persoon wordt gewezen op de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de Nationale Ombudsman tegen de uitslag van de klachtenprocedure.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-159748.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.