Beleidsregels bijzondere bijstand 2017

 

Hoofdstuk 1 Algemeen

1.1Bijzondere bijstand is maatwerk

Het verstrekken van bijzondere bijstand is maatwerk. Het college houdt rekening met de individuele omstandigheden van de aanvrager bij het bepalen van het recht op en de hoogte van bijzondere bijstand. Voor het verlenen van bijzondere bijstand zijn beleidsregels opgesteld. Beleidsregels geven aan hoe in zijn algemeenheid met de bevoegdheid omgegaan wordt. Een beleidsregel is dan ook sterk richtinggevend maar niet alles bepalend. In uitzonderingsgevallen kan afgeweken worden van de beleidsregels. Als door bijzondere omstandigheden de gevolgen voor aanvrager onevenredig zwaar zijn, moet in afwijking van het geldende beleid besloten worden (artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht). Bovendien is bijzondere bijstand per definitie maatwerk.

De bijzondere bijstand is geregeld in artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet (PW). De alleenstaande of het gezin heeft recht op bijzondere bijstand:

  • Voor zover de alleenstaande of gezin niet beschikt over middelen om te voorzien in de

  • uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende

  • noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college

  • niet voldaan kan worden uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag , het vermogen en het inkomen voor zover dit meer is dan de bijstandsnorm

    1.2 Beoordeling van het recht op bijzondere bijstand

De beoordeling van het recht op bijzondere bijstand gaat stapsgewijs langs de volgende criteria:

  • 1.

    Is sprake van een Nederlander of hieraan krachtens de PW gelijkgestelde en zijn de kosten in Nederland opgekomen (artikel 11 PW)?

  • 2.

    Geen recht op bijstand heeft degene (artikel 13 PW):

    • a.

      aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen;

    • b.

      die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;

    • c.

      die zijn militaire of vervangende dienstplicht vervult;

    • d.

      die wegens werkstaking of uitsluiting niet deelneemt aan arbeid, voor zover diens gebrek aan middelen hiervan een gevolg is;

    • e.

      die langer dan vier weken (tot de pensioengerechtigde leeftijd) of dertien weken (vanaf de pensioengerechtigde leeftijd) per jaar buiten Nederland verblijft;

    • f.

      jonger is dan 18 jaar;

    • g.

      die bijstand vraagt voor het oplossen van een schuldenlast.

  • 3.

    De volgende kosten zijn in ieder geval geen noodzakelijke kosten (artikel 14 PW):

    • h.

      het betalen van alimentatie;

    • i.

      het betalen van een boete;

    • j.

      geleden of toegebrachte schade;

    • k.

      vrijwillige premiebetaling in het kader van een publiekrechtelijke verzekering;

    • l.

      kosten van medische handelingen en verrichtingen die gerekend kunnen worden tot de ontwikkelingsgeneeskunde als bedoeld in de Wet op bijzondere medische verrichtingen, of wanneer zodanige medische behandelingen en verrichtingen buiten Nederland plaatsvinden.

  • 4.

    Is er sprake van een voorliggende voorziening (artikel 15 PW);

  • 5.

    Volgens de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep moeten, bij de beoordeling of recht bestaat op bijzondere bijstand, de volgende vragen doorlopen worden (in volgorde van de vragen) (artikel 35 PW, voorheen artikel 35 WWB):

    • doen de kosten zich voor?;

    • zijn de kosten in het individuele geval noodzakelijk?;

    • vloeien de kosten voort uit bijzondere omstandigheden?;

    • kunnen de kosten worden voldaan uit de bijstandsnorm, individuele inkomenstoeslag, individuele studietoeslag, vermogen of het inkomen boven de bijstandsnorm?

      1.3 Is er sprake van een Nederlander of daaraan gelijkgestelde en zijn de kosten in Nederland opgekomen

      1.3.1 Nederlandse nationaliteit of juiste verblijfstitel

Aanvrager moet de Nederlandse nationaliteit hebben of beschikken over een voor de bijstand juiste verblijfstitel. Als er al eerder een juist document is afgegeven is het niet nodig opnieuw naar het document te vragen ook al is deze nu verlopen. Dit geldt niet voor een verblijfsdocument.

1.3.2 Territorialiteitsbeginsel

Voor kosten die opkomen in het buitenland is geen bijstand mogelijk. De afwijzingsgrond is dan artikel 11, eerste lid, PW. Een toetsing aan artikel 35 PW blijft in dat geval achterwege. Een klant die een bankstel in Duitsland koopt valt niet onder het territorialiteitsbeginsel, maar als het bijvoorbeeld gaat om het verschepen van inboedel vanuit Canada naar Nederland is er voor bijzondere bijstand geen plaats.

Een aanvraag voor bijzondere bijstand voor de kosten van getuigenverhoor op Curaçao in het kader van een bij het Gerechtshof te 's- Hertogenbosch lopende hoger beroepsprocedure ter zake van gevorderde alimentatie is afgewezen door de gemeente. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overwogen dat het territorialiteitsbeginsel eraan in de weg staat bijzondere bijstand te verlenen voor de in geding zijnde kosten, die weliswaar voortvloeien uit een in Nederland gevoerd civielrechtelijk geding, maar die in het buitenland zijn gemaakt. Daarbij is van belang dat deze kosten werkzaamheden betreffen, die naar hun aard niet in Nederland, maar uitsluitend daarbuiten, namelijk op Curaçao kunnen worden verricht.

Centrale Raad van Beroep 2 januari 2007, 05/6778 WWB, LJN: AZ5967

Betrokkene vraagt bijzondere bijstand voor de kosten van een vierdaagse schoolreis naar Londen ten bedrage van € 249,00. De schoolreis vormt, zo betrokkene, een vakoverstijgend onderdeel van het derde schooljaar van haar zoon. Het college wijst de aanvraag af, daarbij verwijzend naar artikel 35 WWB en het territorialiteitsbeginsel, neergelegd in artikel 11, eerste lid WWB (nu artikel 11, eerste lid, PW, red.).

Betrokkene voert hiertegen in beroep aan dat:

de kosten verbonden zijn aan een opleiding in Nederland en het territorialiteitsbeginsel hier dus geen toepassing kan vinden;

de beslissing in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, nu het college wel bijzondere bijstand verstrekt voor eendaagse schoolreisjes naar met name België; en

het territorialiteitsbeginsel sowieso geen basis vormt om de op Nederlands grondgebied gemaakte kosten af te wijzen, zodat deze zonder meer een afzonderlijke beoordeling verdienen.

De Centrale Raad overweegt dat het in artikel 11 WWB (nu PW, red.) vervatte territorialiteitsbeginsel bijstandsverlening uitsluit ten aanzien van kosten die buiten Nederland zijn opgekomen of die niet aan Nederland zijn gebonden. Zij constateert daarbij dat de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd (vrijwel) uitsluitend bestaan uit in het buitenland gemaakte reis- en verblijfkosten. Het betreft aldus geen kosten die in Nederland zijn opgekomen of aan Nederland zijn gebonden, waardoor het territorialiteitsbeginsel hierop zonder meer van toepassing is.

Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt. Dat het college, gelet op de geografische ligging (het betreft de gemeente Tilburg) op het territorialiteitsbeginsel een uitzondering maakt voor eendaagse schoolreisjes naar het enkele tientallen kilometers verderop gelegen België, betekent, zo de Centrale Raad, niet dat het college gehouden zou zijn voor de onderhavige vierdaagse reis naar Londen ook bijstand te verlenen.

Ten slotte overweegt de Raad met betrekking tot de reiskosten over Nederlands grondgebied, dat in het onderhavige geval, waarin het gaat om een in klassikaal verband gemaakte busreis naar het buitenland, deze kosten niet kunnen worden aangemerkt als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan, waardoor ook dit beroep faalt.

1.4 Voorliggende voorzieningen

Geen recht op (bijzondere) bijstand bestaat als een beroep gedaan kan worden op een toereikende passende voorliggende voorziening. Ook bestaat geen recht als de voorliggende voorziening de kosten als niet noodzakelijk aanmerken (artikel 15 PW).

Voorwaarden:

  • er moet daadwerkelijk nog een beroep op de voorliggende voorziening gedaan kunnen worden;

  • als de kosten door een voorliggende voorziening doelbewust buiten de werkingssfeer zijn gehouden omdat ze niet noodzakelijk worden geacht, wordt geen bijstand verleend;

  • wanneer in het kader van een voorliggende voorziening een individuele beoordeling heeft plaatsgevonden (omtrent de noodzaak van de kosten), moet de gemeente dit oordeel in de regel volgen.

De individuele inkomenstoeslag wordt aangemerkt als een voorliggende voorziening als het gaat om duurzame gebruiksartikelen.

1.5 Zich voordoende noodzakelijke kosten die voortkomen uit bijzondere omstandigheden die niet uit de norm of draagkracht voldaan kunnen worden

1.5.1 Niet-noodzakelijke kosten

Onder meer in de volgende situaties zijn de kosten in ieder geval niet noodzakelijk:

  • de kosten zijn of worden niet gemaakt;

  • de gemeente kan niet vaststellen dat de gemaakte kosten noodzakelijk zijn;

  • er is sprake van niet-ontvangen inkomsten. Er is bijvoorbeeld sprake van niet-ontvangen inkomsten in de volgende situatie: belanghebbende krijgt een belastingteruggave. Deze is lager dan hij had verwacht. Hij kan geen bijzondere bijstand aanvragen voor het gedeelte aan belastingteruggave dat hij verwachtte, maar niet kreeg;

  • aanvrager kiest een duurdere voorziening dan strikt noodzakelijk is. De hogere kosten dienen door de aanvrager zelf te worden opgebracht;

  • de kosten hadden kunnen worden voorkomen omdat er een (gratis of goedkoper) alternatief is;

  • iemand anders dan de aanvrager moet de kosten betalen.

    1.5.2 Bijzondere omstandigheden

De kosten die behoren tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. Deze moeten uit het inkomen betaald worden. Als gevolg van individuele bijzondere omstandigheden kunnen de noodzakelijke kosten soms hoger zijn dan de algemene bestaanskosten. In dat geval kan recht bestaan op bijzondere bijstand. Bepalend is dat sprake is van kosten die uit bijzondere individuele omstandigheden voortkomen en die in het concrete geval als noodzakelijk moet worden aangemerkt. Dit vergt maatwerk en kan voor de één anders uitpakken dan voor een ander. Een opsomming van kosten waarvoor bijzondere bijstand gevraagd kan worden is dan ook nooit limitatief.

1.6 Draagkracht

1.6.1 Draagkrachtperiode

De draagkracht wordt berekend over een periode van twaalf maanden. Dit is het draagkrachtjaar dat loopt vanaf het moment dat de kosten zijn gemaakt (datum eerste nota). De draagkracht wordt op de vergoeding van de incidentele kosten in mindering gebracht. Als er sprake is van periodieke bijzondere bijstand wordt de maandelijkse draagkracht periodiek in mindering gebracht op de vergoeding bijzondere bijstand.

1.6.2 Draagkracht vermogen

Op grond van het gemeentelijke beleid geldt de vrijlating van het vermogen voor de algemene bijstand ook voor de bijzondere bijstand (€ 5.940,00 voor alleenstaanden en € 11.880,00 voor alleenstaande ouders en gezinnen, norm 1 januari 2017).

Naast de algemene vrijlating laten we van de waarde van een auto of motor € 5.070,29 (norm 1 januari 2017) vrij. Als er meerdere voertuigen zijn wordt deze vrijlating slechts op één voertuig toegepast De waardevaststelling geschiedt op dezelfde wijze als bij de algemene bijstand.

De waarde van een normale woninginrichting laten we eveneens vrij. Van de overwaarde in de woning laten we maximaal € 50.100,00 (norm 1 januari 2017) vrij. Dit is gebaseerd op artikel 34, tweede lid, PW.

Het meerdere vermogen wordt in mindering gebracht op de vergoeding bijzondere bijstand.

Als er een positief saldo staat op de lopende rekening of er is sprake van kasgeld, wordt hierop maximaal de bijstandsnorm zonder vakantiegeld in mindering gebracht als leefgeld voor de komende periode.

Afwijkende vrijstelling vermogen in specifieke situaties:

Schulden

Als bijzondere bijstand wordt verleend voor schulden geldt geen vermogensvrijlating. Alle vermogen moet ingezet worden ter delging van schulden.

Vervanging duurzame gebruiksartikelen

Voor vervanging van duurzame gebruiksartikelen geldt een vermogensvrijlating van € 2.000,00. Hierin is reeds rekening gehouden met leefgeld voor de komende periode. Bij de vermogensvaststelling mag het leefgeld dan ook niet in mindering gebracht worden. Als de liquide middelen (banksaldi, spaarrekening, kasgeld, etc.) hoger zijn, wordt het meerdere op de vergoeding bijzondere bijstand in mindering gebracht.

Baby-uitzet

Voor de aanschaf van een baby-uitzet geldt dezelfde vermogensvrijlating als voor vervanging duurzame gebruiksartikelen.

1.6.3 Draagkracht inkomen

Hoofdregel:

Het inkomen tot en met 110% van de geldende bijstandsnorm is draagkrachtloos inkomen. Alle inkomen boven de 110% van de geldende bijstandsnorm is volledig draagkracht.

Sinds 1 januari 2015 is de kostendelersnorm van kracht. Wij passen deze norm toe bij alle aanvragen voor bijzondere bijstand, dus ook voor niet-uitkeringsgerechtigden.

Ontvangen individuele inkomenstoeslag of individuele studietoeslag wordt niet meegenomen in de berekening van de draagkracht.

Afwijkingen op de hoofdregel:

Schulden

Als bijzondere bijstand wordt verleend voor schulden geldt geen inkomensvrijlating. Alle inkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm moet ingezet worden ter delging van schulden.

1.6.4 Wsnp of vergelijkbare minnelijke regeling Gemeentelijke kredietbank

Als aanvrager in de Wsnp (Wet schuldsanering natuurlijke personen) zit of in een vergelijkbare minnelijke regeling van de kredietbank kan een draagkrachtberekening (vermogen zowel als inkomen) achterwege blijven. Het is voldoende als in de rapportage staat dat uit overleg met de curator of de kredietbank blijkt dat sprake is van Wsnp of een vergelijkbare minnelijke regeling. De bijstand wordt om niet verleend. Hieraan mag niet de verplichting verbonden worden dat belanghebbende blijvend moet meewerken aan de Wsnp of vergelijkbare minnelijke regeling.

1.6.5 Beslag

Als er executoriaal beslag ligt op het inkomen wordt dat deel van het inkomen niet tot de middelen gerekend. Voor wat betreft de berekening van de draagkracht wordt uitgegaan van het inkomen dat resteert na het beslag.

Als op voorhand bekend is dat het beslag verwijtbaar is, houden we rekening met het inkomen exclusief beslag.

1.6.6 Drempelbedrag

Op grond van de PW is het mogelijk om voor bijzondere bijstand een drempelbedrag in te stellen. Wij kiezen voor een toegankelijke bijzondere bijstand. Daarom geldt geen drempelbedrag.

1.7 Studenten

Studerenden kunnen ook in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Als de student nog geen 21 jaar is, moet ook de onderhoudsplicht van de ouders in de beoordeling betrokken worden. De onderhoudsplicht is niet van toepassing op de individuele studietoeslag (zie paragraaf 2.2.11).

1.8 Zeer dringende reden

Slechts als sprake is van een zeer dringende reden zijn er in uitzonderlijke uitzonderingssituaties afwijkingen mogelijk. Dit geldt in ieder geval niet voor vreemdelingen die niet over een voor de bijstand juiste verblijfstitel beschikken.

Een gebrek aan middelen levert op zich geen zeer dringende reden op. Het moet gaan om een acute noodsituatie en de behoeftige omstandigheden moet op geen enkele andere wijze te verhelpen zijn dan door middel van bijstand. Het is in ieder geval geen algemene ontsnappingsclausule. Het bestaan van een grote schuldenlast is geen zeer dringende reden, volgens de heersende jurisprudentie.

1.9 Afstemmen van de bijstand

Als verwijtbaar geen gebruik gemaakt is van een voorliggende voorziening volgt er een afstemming van de bijstand van 100%. Dit is de standaard maatregel. Als de gedraging minder verwijtbaar is dan standaard, of de omstandigheden hiertoe aanleiding geven kan de afstemming hierop aangepast worden. Als de verwijtbare gedraging langer dan twaalf maanden geleden plaatsvond wordt er geen maatregel opgelegd. Deze verlaging wordt afgestemd op het ernst van het feit, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van persoon en gezin.

De afstemming vindt plaats op grond van artikel 18 PW en de op grond van de verordening, zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdelen a en e, PW (uitwerking in de afstemmingsverordening).

1.10 Reden afwijzing aanvraag

De grondslagen voor de afwijzingen zijn verschillend. Onderstaand overzicht geeft aan welke grond wanneer van toepassing is. Als het al stuit op bijvoorbeeld artikel 11 PW is een beoordeling of voldaan is aan de volgende artikelen niet nodig. De volgorde van de artikelen in de wet is er niet voor niets. Het eerst toepasselijke artikel is de afwijzingsgrond. Het overzicht geeft dan ook een chronologische volgorde.

Artikel 11: geen Nederlandse nationaliteit of juist verblijfsdocument of de kosten zijn niet hier

ten lande opgekomen;

Artikel 13: geen recht op bijstand heeft degene:

  • aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen;

  • die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;

  • die zijn militaire of vervangende dienstplicht vervult;

  • die wegens werkstaking of uitsluiting niet deelneemt aan arbeid, voor zover diens gebrek aan middelen hiervan een gevolg is;

  • die langer dan vier weken verblijf heeft in het buitenland;

  • jonger is dan 18 jaar;

  • die bijstand vraagt voor het oplossen van een schuldenlast;

Artikel 14: de volgende kosten zijn in ieder geval geen noodzakelijke kosten:

  • het betalen van alimentatie;

  • het betalen van een boete;

  • geleden of toegebrachte schade;

  • vrijwillige premiebetaling in het kader van een publiekrechtelijke verzekering;

  • kosten van medische handelingen en verrichtingen die gerekend kunnen worden tot de ontwikkelingsgeneeskunde als bedoeld in de Wet op bijzondere medische verrichtingen, of wanneer zodanige medische behandelingen en verrichtingen buiten Nederland plaatsvinden;

Artikel 15: er is sprake van een toereikende en passende voorliggende voorziening;

Artikel 35: geen sprake van uit bijzondere omstandigheden voortkomende noodzakelijke

kosten die niet uit de bijstandsnorm, individuele inkomenstoeslag, individuele studietoeslag en draagkracht (vermogen en inkomen) voldaan kunnen worden.

1.11 Aanvraag bijzondere bijstand

Er kan bijzondere bijstand gevraagd worden voor kosten tot en met twaalf maanden voorafgaande aan de aanvraag. De kosten ontstaan op de datum van dagtekening in de eerste nota. Bij een aanvraag van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht moet het recht worden vastgesteld zoals dat gold op het moment dat de kosten zich voordeden, rekening houdend met de feitelijke situatie van dat moment. De draagkracht wordt berekend over een periode van twaalf maanden. Dit is het draagkrachtjaar dat loopt vanaf het moment dat de kosten zijn gemaakt (datum eerste nota). We raden aanvragers aan om vóór het maken van kosten advies te vragen aan een casemanager inkomen.

Vragen naar inkomen en vermogen

  • 1.

    Aanvragers die al eerder binnen een periode van twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag bijzondere bijstand ontvingen én hun situatie niet is gewijzigd, vragen we niet naar inkomsten en vermogen.

  • 2.

    Aanvragers met een uitkering krachtens de Participatiewet vragen we niet naar inkomsten en vermogen.

  • 3.

    Aanvragers met een inkomensvoorziening krachten de IOAW of IOAZ vragen we niet naar inkomsten maar wel naar het vermogen, tenzij zij binnen een periode van twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag bijzondere bijstand ontvingen én hun situatie niet is gewijzigd.

Verstrekkingenboekje

Voor belanghebbenden met een uitkering krachtens de PW geldt voor een aantal kosten een verkorte procedure ingevolge het Verstrekkingenboekje.

Hernieuwde aanvraag

Aangezien er bijzondere bijstand kan worden gevraagd voor kosten tot en met twaalf maanden voorafgaande aan de aanvraag, wordt dit beleid ook toegepast als er eerder een aanvraag buiten behandeling is gesteld. Als een aanvraag buiten behandeling is gesteld en vervolgens opnieuw wordt ingediend met de juiste bewijsstukken, kan deze aanvraag worden toegekend mits deze aan alle andere criteria voor bijzonder bijstand voldoet.

  • 1.12

    Bijstand om niet of als geldlening

  • Bijstand om niet

De bijzondere bijstand wordt doorgaans om niet verleend.

Bijstand als geldlening

De bijzondere bijstand wordt als geldlening verstrekt:

  • a.

    als op korte termijn middelen ter beschikking komen om in de kosten te voorzien (artikel 48, tweede lid, onderdeel a, PW);

  • b.

    als er sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid waardoor de kosten voorkomen hadden kunnen worden ligt een afstemming van 100% in de rede. Als toch bijstand wordt verleend kan dit in de vorm van een geldlening op grond van artikel 48, tweede lid, onderdeel b, PW;

  • c.

    als waarborgsom (artikel 48, tweede lid, onderdeel c, PW);

  • d.

    als de bijstand wordt verstrekt voor schulden (artikel 48, tweede lid, onderdeel d, PW);

  • e.

    als de bijstand wordt verstrekt voor woninginrichting en duurzame gebruiksartikelen (artikel 51 PW);

  • f.

    als de bijstand wordt verstrekt voor baby-uitzet (artikel 51 PW).

Hoofdstuk 2 Specifieke kosten

In dit hoofdstuk worden een aantal specifieke kosten genoemd waarvoor doorgaans bijzondere bijstand verleend kan worden. Omdat bijzondere bijstand per definitie maatwerk is, is deze opsomming verre van volledig. Bovendien kan voor de één de kosten noodzakelijk zijn terwijl dat voor iemand anders misschien niet zo is. Ook voor bijzondere bijstand is het noodzakelijkheidcriterium cruciaal.

2.1 Bijzondere bijstand voor medische kosten

Volgens de vigerende jurisprudentie (bijvoorbeeld CRvB 27 juli 2004, nr. 01/6494 NABW) stelt de wetgever de noodzaak vast voor medische kosten. Uitvoerende medewerkers hoeven hierover geen medisch inhoudelijk oordeel te vormen. Alles wat niet door de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) wordt vergoed, is niet noodzakelijk. Evenmin wordt bijzondere bijstand verleend voor eigen bijdragen op grond van de Zvw, Wlz en Wmo 2015.

Dit voorkomt bijvoorbeeld discussies of bijstand verleend moet worden voor een volgens een psycholoog noodzakelijk maar duurder (deels) niet door de zorgverzekeraar vergoed medicijn. Op grond van ons beleid is het simpel. Bijstand is niet mogelijk omdat de gevraagde zorg niet in de basisverzekering zit. Voor sommige behandelingen of medicijnen, die niet of niet (volledig) in het basispakket zitten, geldt dat als ze echt noodzakelijk zijn voor de patiënt, de basisverzekering deze wel vergoedt. Voor bijstand is in ieder geval geen plaats. De noodzaak wordt niet beoordeeld door de gemeente maar door de wetgever en dat uit zich in het aanbod van de Zvw, Wlz en Wmo 2015.

Bovendien is de bijzondere bijstand niet bedoeld als een aanvullende ziektekostenverzekering. Bijstand is alleen mogelijk voor de goedkoopste adequate voorziening. Als voorbeeld kan worden genoemd dat er geen ruimte is voor bijzondere bijstand voor kronen (inclusief techniekkosten), hiervoor zijn goedkopere alternatieven.

2.1.1 Collectieve aanvullende ziektekostenverzekering

De collectieve aanvullende ziekteverzekering biedt rechthebbenden een uitgebreider pakket zonder meerkosten voor de klant.

Om voor de collectieve aanvullende ziekteverzekering in aanmerking te komen is een verzekering bij Menzis vereist inclusief aanvullende verzekeringen van minimaal ExtraVerzorgd 1 en TandVerzorgd 250 (geldt niet voor prothesehouders).

Het inkomen mag niet hoger zijn dan 110% van de bijstandsnorm. De collectieve verzekering is een overeenkomst met Menzis en hierin is deze draagkracht afgesproken. Met ingang van 1 januari 2015 is de collectieve verzekering een Wmo-voorziening en geldt er geen vermogensgrens meer.

De collectieve aanvullende verzekering is gratis voor de doelgroep, de gemeente betaalt de premie hiervoor. Bovendien krijgen de deelnemers een korting op de basispremie en aanvullende premie(s). In het hoogste aanvullende pakket (GarantVerzorgd 3) heeft de gemeente het eigen risico voor de verzekerde ‘herverzekerd’. Dat betekent dat de verzekerde geen eigen risico hoeft te betalen.

We verstrekken geen bijzondere bijstand voor het verplicht eigen risico.

De kosten van het verplicht eigen risico ingevolge de Zvw komen niet voor verlening van bijzondere bijstand in aanmerking omdat deze kosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemene noodzakelijke kosten van het bestaan, die een belanghebbende in beginsel uit de bijstandsnorm moet voldoen, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden (zie CRvB 21-02-2012, nr. 10/1880 WWB en CRvB 11-12-2012, nr. 11/1323 WWB).

2.1.2 Voldoende verzekeren tegen ziektekosten

Wij gaan er vanuit dat een ieder zich voldoende verzekerd tegen ziektekosten. Naast een basisverzekering beschouwen wij een aanvullende verzekeringen noodzakelijk. Een algemeen advies kunnen we hierin niet geven omdat dit afhankelijk is van persoonlijke omstandigheden.

2.1.3 Geen bijzondere bijstand voor extra kosten niet-gecontracteerde zorg

Zorgverzekeraars kunnen afspraken maken met zorgaanbieders over de kosten van zorg. Wij vergoeden de goedkoopste adequate voorziening. Daarom verwachten wij dat aanvragers van bijzondere bijstand gebruik maken van zorgaanbieders die door hun ziektekostenverzekeraar gecontracteerd zijn. Eventuele meerkosten bij het gebruik van niet-gecontracteerde zorg worden niet vergoed. Klanten kunnen bij hun zorgverzekeraar informeren naar gecontracteerde zorgverleners. Klanten van Menzis kunnen dit doen via de zorgvinder: https://www.menzis.nl/zorgvinder.

2.1.4 Geen bijzondere bijstand mogelijk voor medische kosten

De Wlz, de Wmo 2015 en de Zvw vergoeden in het algemeen alle noodzakelijke kosten die verband houden met medisch of paramedische behandelingen of medische voorzieningen. De regelingen samen gelden als een passende en toereikende voorliggende voorziening. Bijstandsverlening voor overige kosten zijn in beginsel uitgesloten (artikel 15 PW).

Kosten die buiten de voorliggende voorziening (Wlz, Zvw en Wmo 2015) zijn gehouden, zijn niet noodzakelijk en komen niet in aanmerking voor bijstand. Kosten als gevolg van ontwikkelingsgeneeskunde komen op grond van artikel 14 PW evenmin in aanmerking voor bijstand.

Slechts de in deze beleidsregels hiertoe benoemde kosten komen op grond van gemeentelijk buitenwettelijk beleid voor bijzondere bijstand in aanmerking, voor zover althans aan de overige voorwaarden is voldaan.

2.1.5 Uitzonderingen waarvoor wel bijzondere bijstand mogelijk is

Bijzondere bijstand is mogelijk voor de kosten die als zodanig worden benoemd in deze beleidsregels.

2.1.5.1 Alarmeringskosten

Bijzondere bijstand is mogelijk als de zorgverzekeraar een eigen bijdrage in rekening brengt. Dit geldt ook voor de eenmalige aansluitkosten en eigen bijdrage abonnementskosten.

•Hoogte bijzondere bijstand:

volledige vergoeding van de eigen bijdrage en eigen bijdrage abonnementskosten.

  • Bewijsstukken:

  • a.

    brief van de zorgverzekeraar waaruit de eigen bijdrage blijkt, of een ander bewijs;

  • b.

    nota abonnementskosten.

    2.1.5.2 Bevallingskosten en kraamzorg

Voor kraamzorg geldt een wettelijke eigen bijdrage van € 4,30 per uur. Deze eigen bijdrage komt in aanmerking voor bijzondere bijstand. Klanten in de collectieve zorgverzekering krijgen de eigen bijdrage vergoed van Menzis. Als de klant zonder medische indicatie in een ziekenhuis of geboortecentrum bevalt, dan geldt een wettelijke eigen bijdrage van € 34,00 per dag. Het betreft hier niet noodzakelijke kosten, voor deze eigen bijdrage is daarom geen bijzondere bijstand mogelijk.

-Hoogte bijzondere bijstand:

de volledige eigen bijdrage voor kraamzorg.

-Bewijsstukken:

brief van de zorgverzekeraar waaruit de eigen bijdrage blijkt, of een ander bewijs.

2.1.5.3 Bewassingskosten en slijtage kleding en beddengoed

Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan er aanleiding zijn bijzondere bijstand te verlenen voor deze kosten. Hiervan is in ieder geval sprake indien als gevolg van lichamelijke gebreken of het extra wassen als gevolg van het noodzakelijk gebruik van zalf sprake is van meer dan normale slijtage.

Over de hoogte van de voor bijzondere bijstand in aanmerking komende extra kosten vragen wij advies van een onafhankelijke keuringsarts.

-Hoogte bijzondere bijstand:

volledige vergoeding van de extra kosten.

-Bewijsstukken:

advies onafhankelijke keuringsarts, of een ander bewijs.

2.1.5.4 Bril of contactlenzen

De kosten van een bril of contactlenzen komen eens per twee jaar in aanmerking voor bijzondere bijstand. De maximale vergoeding is gelijk aan de maximale vergoeding in het pakket GarantVerzorgd 3 van de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering. We verlenen geen vergoeding voor een zonnebril, gekleurde glazen/lenzen, of een speciale bril (bijvoorbeeld lasbril of computerbril).

-Hoogte bijzondere bijstand:

vergoeding van de werkelijke kosten met als maximum het bedrag dat vergoed wordt in het pakket GarantVerzorgd 3 van de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering, minus de vergoeding die de klant van de zorgverzekeraar ontvangt.

  • -

    Bewijsstukken:

  • a.

    nota,

  • b.

    brief van de zorgverzekeraar waaruit de eigen bijdrage blijkt (mits aanwezig).

    2.1.5.5. Dieetkosten

In beginsel bestaat er geen recht op bijzonder bijstand voor de kosten van een dieet omdat deze meestal niet leiden tot kosten die meer bedragen dan de kosten voor normale voeding. De kosten voor normale voeding kan belanghebbende voldoen uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke norm algemene bijstand.

Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan er aanleiding zijn bijzondere bijstand te verlenen voor deze kosten. Hiervan is in ieder geval sprake indien er een medische indicatie is voor het volgen van een dieet. De medische indicatie moet worden vastgesteld door een onafhankelijke keuringsarts, deze geeft tevens de meerkosten van het dieet aan, als maximum gelden de normen vermeld in bijlage 1.

Wij verwachten dat klanten een aanvullende verzekering vergelijkbaar met GarantVerzorgd 3 van de collectieve verzekering afsluiten om in aanmerking te komen voor een vergoeding dieetkosten. Klanten die gebruik maken van de collectieve verzekering en verzekerd zijn in het aanvullende pakket GarantVerzorgd 3, hebben recht op een vergoeding van maximaal € 650,- per jaar. Als er vervolgens een bedrag resteert, is bijzondere bijstand mogelijk. Als de klant niet verzekerd is met een aanvullende verzekering vergelijkbaar met GarantVerzorgd 3, dan wordt de bijzondere bijstand berekend als ware hij op dat niveau verzekerd.

-Hoogte bijzondere bijstand:

volledige vergoeding van de extra kosten met als maximum de normen zoals genoemd in bijlage 1.

-Bewijsstukken:

advies onafhankelijke keuringsarts, of een ander bewijs.

2.1.5.6 Eigen bijdragen basiszorgverzekering

Voor eigen bijdragen basiszorgverzekering is bijzondere bijstand mogelijk. Dit geldt alleen voor de basisverzekering, niet voor vergoedingen uit de aanvullende verzekeringen en evenmin voor het wettelijk eigen risico. Ook geldt dit niet voor het vrijwillig eigen risico waarvoor de klant zelf koos.

Er is geen bijstand mogelijk voor hogere kosten als gevolg van een keuze voor een ander toestel, montuur of glas, etc. Eventuele meerkosten komen niet in aanmerking voor bijstand.

-Hoogte bijzondere bijstand:

de volledige eigen bijdrage.

-Bewijsstukken:

overzicht zorgverzekeraar, CAK of ander bewijs waaruit de eigen bijdragen blijken.

2.1.5.7 Eigen bijdrage gebitsprothese, frameprothese of plaatje

Eigen bijdragen voor gebitsprotheses, frameprotheses of plaatjes komen in aanmerking voor bijzondere bijstand als de klant voldoende verzekerd is. Maakt de klant kosten die bij dezelfde verzekeraar onder een hogere tandartsverzekering wel zouden worden vergoed? Dan kan hij voor deze meerkosten in principe geen bijzondere bijstand ontvangen.

Voor kinderen tot 18 jaar zijn de noodzakelijke tandheelkundige behandelingen opnomen in de basisverzekering. Hiervoor gelden geen eigen bijdragen en ook geen eigen risico. Bijzondere bijstand is voor kinderen daarom in principe niet mogelijk.

-Hoogte bijzondere bijstand:

de volledige eigen bijdrage, mits de klant voldoende verzekerd is.

-Bewijsstukken:

Brief van de zorgverzekeraar waaruit de eigen bijdrage blijkt, of een ander bewijs.

2.1.5.8 Hoortoestel, batterijen en reparatiekosten

De noodzakelijke aanschaf van een hoortoestel wordt voor 75% vergoed uit de basiszorgverzekering. De resterende 25% is een eigen bijdrage. Wij vergoeden de werkelijke kosten van de eigen bijdrage. Voorwaarde is dat het hoortoestel conform het hoorprotocol* wordt aangeschaft. Deelnemers aan de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering krijgen minimaal € 100,- van de eigen bijdrage vergoed. Menzis heeft met de audiciens Schoonenberg, Hans Anders en Van Boxtel lagere prijzen bedongen voor hoortoestellen. Klanten van Menzis zijn vrij om een aanbieder te kiezen. De maximale vergoeding uit de bijzondere bijstand wordt voor klanten van Menzis gemaximeerd op de goedkoopste adequate voorziening. Deze wordt verstrekt door Hans Anders Audiciens:

Categorie hoortoestel

Maximale vergoeding uit de bijzondere bijstand (minus vergoeding eigen bijdrage door verzekeraar)

Categorie 1

€ 65,-

Categorie 2

€ 85,-

Categorie 3

€ 105,-

Categorie 4

€ 115,-

Categorie 5

€ 120,-

Cros/bicros

€ 65,-

Kinderen tot 18 jaar betalen geen eigen bijdrage voor hoortoestellen, mits het toestel wordt aangeschaft bij een gecontracteerde zorgaanbieder.

Bijzondere bijstand is mogelijk voor de batterijen die nodig zijn voor het hoortoestel voor maximaal € 25,00 per kalenderjaar. Verder is bijzondere bijstand mogelijk voor onderhouds- en reparatiekosten van het hoortoestel.

* Protocol t.b.v. verstrekken van hoorhulpmiddelen in het kader van de Zorgverzekeringswet.

  • -

    Hoogte bijzondere bijstand:

    • a.

      de werkelijke kosten van de eigen bijdrage bij de aanschaf van een hoortoestel, minus de vergoeding van de eigen bijdrage door de zorgverzekeraar. Het gehoorapparaat is conform het hoorprotocol aangeschaft. Zie de bovenstaande tabel voor de hoogte van de bijzondere bijstand voor klanten van Menzis;

    • b.

      de volledige eigen bijdrage voor reparaties, kosten voor batterijen en onderhoud, verminderd met de vergoeding die de klant van de zorgverzekeraar ontvangt. Voor batterijen geldt een maximum van € 25,00 per hoortoestel per kalenderjaar en een administratief drempelbedrag van € 25,00.

  • -

    Bewijsstukken:

  • a.

    bij aanschaf, reparatie en onderhoud een brief van de zorgverzekeraar waaruit de eigen bijdrage blijkt, of een ander bewijs;

  • b.

    voor batterijen: kassabon of ander aankoopbewijs.

    2.1.5.9 Maaltijdvoorziening

Als het (medisch) noodzakelijk is bijstand te verstrekken voor de kosten van warme maaltijden geleverd door instanties/bedrijven als bijvoorbeeld tafeltje dekje, wordt bijstand verleend voor het verschil tussen de kosten en de normen voor warme maaltijden van het Nibud, met als maximumvergoeding de prijzen zoals deze door Tafeltje Dekje gehanteerd worden. Vast moet staan dat belanghebbende noch één van de eventuele overige gezinsleden of andere medebewoners in staat is om te koken. Uiteraard gaat het ook hier om de goedkoopste adequate voorziening.

-Hoogte bijzondere bijstand:

volledige vergoeding van extra kosten.

-Bewijsstukken:

eigen waarneming, indicatie thuiszorg, of als het nergens anders uit blijkt een advies van een onafhankelijke keuringsarts.

2.1.5.10 Orthodontie

Als de zorgverzekeraar een eigen bijdrage in rekening brengt voor de kosten van orthodontie, is hiervoor bijzondere bijstand mogelijk voor kinderen tot 18 jaar, vermits sprake is van een tandartsverzekering op het niveau van TandVerzorgd 750 van Menzis (voor een kind van 10 tot 18 jaar). De meeste zorgverzekeraars hanteren een wachttijd van een jaar voor het vergoeden van orthodontie. Wij verstrekken geen bijzondere bijstand voor de meerkosten die kunnen ontstaan als de aanvrager niet of onvoldoende rekening houdt met deze wachttijd.

Zit de klant in onze collectieve aanvullende verzekering? Dan wordt orthodontie voor kinderen en jongvolwassenen tot 18 jaar vergoed tot maximaal € 2.500,- (alle aanvullende verzekeringen).

-Hoogte bijzondere bijstand:

de volledige eigen bijdrage.

-Bewijsstukken:

brief van de zorgverzekeraar waaruit de eigen bijdrage blijkt, of een ander bewijs.

2.1.5.11 Orthopedische schoenen

Als de zorgverzekeraar een eigen bijdrage int voor orthopedische schoenen is hiervoor bijzondere bijstand mogelijk (maximaal de eigen bijdrage van gecontracteerde leveranciers). Natuurlijk heeft iedereen schoenen nodig. Daarom vergoeden wij de eigen bijdrage gedeeltelijk. Wij verminderen de eigen bijdrage met de prijs voor gewone schoenen (Nibudnormen). Voor wat er dan overblijft is bijstand mogelijk.

Deelnemers aan de collectieve verzekering ontvangen een vergoeding van € 75,- (GarantVerzorgd 1 en 2) of de volledige kosten (GarantVerzorgd 3). Voor de resterende meerkosten is bijzondere bijstand mogelijk.

-Hoogte bijzondere bijstand:

de eigen bijdrage, verminderd met de onderstaande bedragen (norm 2017).

  • a.

    damesschoenen € 40,00

  • b.

    herenschoenen € 60 ,00

  • c.

    kinderschoenen € 30,00 (tot en met 12 jaar)

  • -

    Bewijsstukken:

brief van de zorgverzekeraar waaruit de eigen bijdrage blijkt, of een ander bewijs.

2.1.5.12 Pedicurekosten

Belanghebbenden hebben recht op vergoeding van pedicurekosten als sprake is van diabetes mellitus (suikerziekte) of een andere (medische) reden die een pedicure noodzakelijk maakt.

Zit de klant in onze collectieve aanvullende zorgverzekering? Dan krijgt de klant van Menzis een vergoeding van maximaal € 150,00 (GarantVerzorgd 1), € 200,00 (GarantVerzorgd 2) of € 250,00 (GarantVerzorgd 3). Deze vergoeding is de maximumvergoeding voor voetzorg. Hieronder valt bij Menzis ook pedicurezorg, podologie en podotherapie. Wij verstrekken geen bijstand voor podologie en podotherapie.

-Hoogte bijzondere bijstand:

behandelingen worden eenmaal per zes weken vergoed, verminderd met de eventuele vergoeding van de zorgverzekeraar.

  • -

    Bewijsstukken:

  • a.

    nota pedicure;

  • b.

    brief van de zorgverzekeraar waaruit de eigen bijdrage blijkt, of een ander bewijs.

    2.1.5.13 Premie aanvullende ziektekostenverzekering mogelijk

Soms wordt bijstand gevraagd voor een eigen bijdrage in verband met medische kosten. Het kan in dat geval voordeliger voor de gemeente zijn om gedurende een jaar bijstand te verlenen voor een extra aanvullende verzekering die de eigen bijdrage wel dekt. Als uit een kosten- en batenanalyse blijkt dat dit de goedkoopste oplossing is, moet hiervoor gekozen worden. Als na afloop van het bijstandsjaar de kosten zich nog steeds voordoen kan opnieuw telkens voor een jaar bijstand verleend worden voor de extra aanvullende verzekering. Als we verwachten dat de meerkosten structureel van aard zijn, verwachten wij van de klant dat hij zich hiervoor aanvullend verzekerd zonder vergoeding uit de bijzondere bijstand.

Wij beschouwen in ieder geval een verzekering op het niveau van ExtraVerzorgd 1 van Menzis (of een soortgelijke verzekering) als een noodzakelijke aanvullende verzekering. Bijzondere bijstand kan enkel worden verstrekt voor de meerkosten van een aanvullende verzekering vanaf ExtraVerzorgd 2 of TandVerzorgd 500 van Menzis (of een soortgelijke verzekering). In het geval van een aanvullende tandverzekering kan er sprake zijn van een wachttijd, zodat er bijvoorbeeld pas na een jaar premiebetaling recht bestaat op de vergoeding van een ingreep. Deze meerkosten worden meegenomen in de kosten- en batenanalyse.

-Hoogte bijzondere bijstand:

het verschil tussen de noodzakelijke aanvullende verzekering als bedoeld in paragraaf 2.1.2 en de hogere aanvullende verzekering.

-Bewijsstukken:

nota waaruit de kosten van de hogere aanvullende verzekering blijken.

2.1.5.14 Psychologische hulp

Als de zorgverzekeraar een eigen bijdrage in rekening brengt voor psychologische hulp, is hiervoor bijzondere bijstand mogelijk. Als de belanghebbende in onze collectieve aanvullende ziektekostenverzekering zit betaalt Menzis de eigen bijdrage.

-Hoogte bijzondere bijstand:

de volledige eigen bijdrage.

-Bewijsstukken:

brief van de zorgverzekeraar waaruit de eigen bijdrage blijkt, of een ander bewijs.

2.1.5.15 Reiskosten

Voor reiskosten naar het ziekenhuis of naar een specialist buiten het ziekenhuis kan bijzondere bijstand verleend worden als de ziektekostenverzekering deze niet vergoedt.

De reiskostenvergoeding binnen de provincies Groningen en Drenthe is € 0,25 per kilometer, ongeacht de vorm van vervoer. Buiten deze provincies geldt een vergoeding overeenkomstig de goedkoopste adequate vorm van openbaar vervoer.

In uitzonderlijke gevallen kan het noodzakelijk zijn dat belanghebbende met een taxi naar het ziekenhuis of medisch specialist gaat. Als dit blijkt uit een specificatie van een medisch specialist, is een vergoeding van de taxikosten mogelijk. Als belanghebbende gebruik mag maken van de RegioTaxi Plus, dient hiervan gebruik te worden gemaakt.

Wij verwachten dat minderjarige kinderen in de leeftijd van vier tot en met elf jaar met hun ouder(s)/verzorger(s) meereizen. Bij gebruik van een OV-chipkaart kunnen in Groningen en Drenthe drie kinderen in deze leeftijdscategorie gratis meereizen met een volwassene in de bussen van Qbuzz.

Voor kosten voor de aanschaf of vervanging van een OV-chipkaart is geen bijzondere bijstand mogelijk. Deze kosten zijn algemeen gebruikelijk.

  • -

    Hoogte bijzondere bijstand:

  • a.

    € 0,25 per kilometer voor reizen binnen de provincies Groningen en Drenthe;

  • b.

    buiten de provincies Groningen en Drenthe: de werkelijke kosten voor het goedkoopste adequate openbaar vervoer, verminderd met de draagkracht;

  • c.

    voor reizen met een taxi de volledige ritprijs.

  • -

    Bewijsstukken:

  • a.

    afsprakenkaart;

  • b.

    vervoersbewijs, reisoverzicht OV-chipkaart of ander bewijs dat de afspraak is nagekomen;

  • c.

    specificatie taxikosten.

    2.1.5.16 Steunzolen

Als de zorgverzekeraar een eigen bijdrage in rekening brengt voor steunzolen, is hiervoor bijzondere bijstand mogelijk.

Zit de klant in onze collectieve aanvullende zorgverzekering? Dan krijgt de klant van Menzis een vergoeding van maximaal € 150,00 (GarantVerzorgd 1), € 200,00 (GarantVerzorgd 2) of € 250,00 (GarantVerzorgd 3). Deze vergoeding is de maximumvergoeding voor voetzorg. Hieronder valt bij Menzis ook pedicurezorg, podologie en podotherapie. Wij verstrekken geen bijstand voor podologie en podotherapie.

-Hoogte bijzondere bijstand:

de volledige eigen bijdrage.

-Bewijsstukken:

brief van de zorgverzekeraar waaruit de eigen bijdrage blijkt, of een ander bewijs.

2.1.5.17 Tandartskosten

Bijstand voor eigen bijdragen en kosten van kronen, inlays, stifttanden, bruggen en implantaten is niet mogelijk. Ook kosten die verband houden met sanering, parodontologie, het niet nakomen van een afspraak en kosten voor cosmetische behandelingen als bleken komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. Zie eveneens 2.1.6.1 tot en met 2.1.6.3. Voor eigen bijdragen die resteren na overige ingrepen of materialen kan wel bijstand verleend worden, mits de klant voldoende verzekerd is. Uiteraard geldt ook hier dat we uitgaan van de goedkoopste adequate voorziening. Maakt de klant kosten die bij dezelfde verzekeraar onder een hogere tandartsverzekering wel zouden worden vergoed? Dan kan hij voor deze meerkosten in principe geen bijzondere bijstand ontvangen.

Kinderen tot 18 jaar krijgen een ruime vergoeding van tandartskosten uit de basisverzekering, met uitzondering van orthodontie, kronen, bruggen, gedeeltelijke protheses en uitwendig bleken. Daarnaast gelden voor kinderen geen eigen bijdragen of eigen risico. Bijzondere bijstand voor tandartskosten voor kinderen is daarom in principe niet mogelijk.

-Hoogte bijzondere bijstand:

de volledige eigen bijdrage, mits de klant voldoende verzekerd is.

-Bewijsstukken:

brief van de zorgverzekeraar waaruit de eigen bijdrage blijkt, of een ander bewijs.

2.1.5.18 Verwarmingskosten

Stookkosten behoren tot de algemeen voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan. De algemene bijstand of een inkomen op bijstandsniveau voorziet in deze kosten en daarom kan hiervoor in principe geen bijzondere bijstand worden verstrekt.

Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden als gevolg van ziekte of handicap kan er aanleiding zijn om in een individueel geval bijzondere bijstand te verlenen voor deze kosten. Hiervan is sprake indien er een medische noodzaak is voor het maken van deze kosten. De medische noodzaak van de meerkosten wordt door middel van een advies van een onafhankelijke keuringsarts vastgesteld. In de adviesaanvraag wordt aangegeven dat het extra stook- of verwarmingskosten betreft en de naam van de behandelend specialist. Ook moet de keuringsarts door ons gevraagd worden welk vertrek extra verwarmd moet worden. Is er een medische noodzaak dan wordt vastgesteld of de noodzakelijke verwarming betrekking heeft op één kamer of meerdere kamers.

-Hoogte bijzondere bijstand:

€ 10,00 per maand per kamer, met een maximum van twee kamers. De bijzondere bijstand wordt maandelijks betaalbaar gesteld.

-Bewijsstukken:

advies onafhankelijk keuringsarts.

2.1.6 Geen bijstand mogelijk voor overige medische kosten

Voor de overige medische kosten is doorgaans geen bijstand mogelijk. Zonder volledig te zijn worden hieronder een aantal vaker voorkomende kosten genoemd waarvoor geen bijstand mogelijk is.

2.1.6.1 Geen bijstand voor kronen, inlays, stifttanden, bruggen en implantaten

Geen bijstand wordt verleend voor de kosten (eigen bijdragen) voor kronen, inlays, stifttanden, implantaten en bruggen, noch voor (tand)techniekkosten in verband met genoemde voorzieningen. Dat deze deels wel worden vergoed door extra aanvullende verzekeringen doet hieraan niets af. Ook de mening van de tandarts over de noodzaak hiervan heeft geen invloed op het al dan niet verstrekken van bijzondere bijstand voor deze kosten.

Deze kosten zijn buiten de basiszorgverzekering gelaten. Bovendien zijn er goedkopere alternatieven voorhanden (plaatje of gebitsprothese).

2.1.6.2 Geen bijstand voor kosten parodontologie

Deze kosten zijn door de wetgever aangemerkt als niet noodzakelijk. Daarom komen deze kosten evenmin in aanmerking voor bijzondere bijstand.

2.1.6.3 Geen bijstand voor saneringskosten

Voor saneringskosten wordt geen bijzondere bijstand verleend. Deze kosten komen tot stand als gevolg van onregelmatige bezoeken aan de tandarts. Deze kosten zijn vermijdbaar en komen hierdoor niet in aanmerking voor bijstand.

2.1.6.4 Geen bijstand voor slaapmiddelen, kalmeringstabletten of zelfzorggeneesmiddelen

Soms is het een bewuste keuze van de zorgverzekering om bepaalde kosten niet te vergoeden. Zo geldt voor slaapmiddelen en kalmeringstabletten dat deze maximaal een maand vergoed worden. Dit om verslaving te voorkomen. Als de noodzaak tot verdere gebruik vast staat vergoedt de zorgverzekering wel. Dus in dit soort gevallen is nooit plaats voor bijzondere bijstand.

Ook zelfzorggeneesmiddelen zijn buiten de werkingssfeer van de Zvw gehouden en omdat deze een passende en toereikende voorziening is, kan hiervoor evenmin bijstand verleend worden.

2.1.7 Dringende reden

Bijstand kan wel van toepassing zijn als sprake is van een zeer dringende reden. Het moet gaan om een acute noodsituatie die op geen andere manier dan door middel van bijstandsverlening is op te lossen. Er moet sprake zijn van doodsnood of dreiging van invaliditeit of ander blijvend ernstig letsel. Dit zal zich echter vrijwel nooit voor kunnen doen omdat de noodzakelijke medische verrichtingen in het basispakket zitten. Bovendien zijn ziekenhuizen verplicht om hulp te bieden als deze omstandigheden zich voordoen ongeacht de vraag of de belanghebbende voldoende verzekerd is.

Er hoeft niet op voorhand een onderzoek gedaan te worden naar een zeer dringende reden. Dit geldt slechts als er duidelijke aanwijzingen zijn dat hiervan sprake is. Het is voldoende om in de beschikking op te nemen dat niet is gebleken van een zeer dringende reden op grond waarvan bijstand verleend moet worden.

Stimulansz zegt hierover:

Het is onjuist om op voorhand een onderzoek te doen naar dringende redenen omdat op voorhand al vaststaat dat de aanvraag wordt afgewezen. De klant krijgt ten onrechte hoop, de arts of specialist krijgt extra werk waarvoor ze niet betaald worden en het resultaat is met aan zekerheid grenzende mate van waarschijnlijkheid een afwijzing. Bovendien is de huisarts of specialist vertrouwenspersoon. Ook zullen deze medici het vanuit hun medisch perspectief noodzakelijk vinden, maar dit zegt nog niets over de noodzaak in de zin van de PW of dat er sprake is van een zeer dringende reden. Alleen een onafhankelijke keuringsarts kan uitkomst bieden.

2.1.8 Geen medisch advies vragen van huisarts, tandarts of medisch specialist

Huisartsen, tandartsen en medisch specialisten zijn vertrouwenspersonen van de patiënt en zijn daarom niet vrij om informatie te delen. Daarnaast zal een medicus vanuit zijn professie altijd bevestigen dat voorgeschreven behandelingen en medicijnen noodzakelijk zijn. Dit zegt echter niets over noodzakelijkheid in het kader van de PW. Als het in uitzonderlijke gevallen nodig is om een medisch advies op te vragen dan moet dit via een onafhankelijke keuringsarts. Maak hiervoor vooraf een kosten-batenanalyse.

2.2 Bijzondere bijstand voor overige kosten

2.2.1 Advocaatkosten, eigen bijdrage rechtshulp en griffierechten

Als er sprake is van een toevoeging (gesubsidieerde rechtsbijstand) van de Raad voor Rechtsbijstand kan bijzondere bijstand worden verleend voor de eigen bijdrage, griffierechten en bureaukosten. Een belanghebbende met een inkomen op bijstandsniveau komt in aanmerking voor de laagste eigen bijdrage. Het komt voor dat de bijdrage hoger is als gevolg van een hoger inkomen in het verleden. In dat geval kan een verzoek ingediend worden om het peiljaar te verleggen.

Als het belang lager is dan € 500,00 verstrekt de Raad voor Rechtsbijstand geen toevoeging omdat dit niet noodzakelijk is. Er volgt dan een afwijzing van de bijzondere bijstand op grond van artikel 15, eerste lid, van de PW (geen bijstand voor kosten die een voorliggende voorziening niet noodzakelijk vindt).

Voor zover de belanghebbende zich in eerste instantie wendt tot het Juridisch Loket, wordt een korting op de eigen bijdrage gegeven van € 53,00. Het Juridisch Loket verleent gratis rechtshulp en verwijst zo nodig naar een advocaat. Als belanghebbende deze stap overslaat krijgt hij te maken met een hogere eigen bijdrage dan noodzakelijk was. Belanghebbende had een korting kunnen krijgen van € 53,00. In dat geval is er sprake van kosten die niet noodzakelijk zijn.

Belanghebbende moet een diagnosedocument van het Juridisch Loket overleggen om te bewijzen dat hij of zij zich in eerste aanleg tot het Juridisch Loket heeft gewend en om te bewijzen dat het Loket een verwijzing naar een advocaat noodzakelijk vond. Hierop zijn een aantal uitzonderingen. De klant hoeft niet naar het Juridisch Loket bij een strafzaak, asielzaak of een bestuurlijke sanctie. Daarnaast hoeft hij niet naar het Juridisch Loket als sprake is van een verplichte procesvertegenwoordiging en op voorhand duidelijk is dat het niet zonder proces kan.

Als de Raad voor de Rechtsbijstand een toevoeging verleent voor mediation, komt de eigen bijdrage in aanmerking voor bijzondere bijstand. Deze eigen bijdrage is maximaal € 105,00 voor gehuwden/samenwonenden en € 53,00 voor alleenstaanden.

-Hoogte bijzondere bijstand:

de volledige eigen bijdrage, griffierechten en bureaukosten.

  • -

    Bewijsstukken:

  • a.

    brief van de Raad voor Rechtsbijstand waaruit de toevoeging blijkt;

  • b.

    nota van de advocaat van belanghebbende;

  • c.

    diagnosedocument Juridisch Loket;

  • d.

    een ander bewijs.

    2.2.2 Baby-uitzet

Bijzondere bijstand voor een gehele of gedeeltelijke baby-uitzet is doorgaans niet mogelijk. De bijstandsnorm is immers een all-in-norm en de wetgever gaat er vanuit dat van een inkomen op bijstandsniveau gereserveerd kan worden voor deze kosten. Kosten voor een baby-uitzet zijn algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan die daarnaast voorzienbaar zijn.

Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor deze kosten. Uitgangspunt is dat de noodzakelijke uitzet zoveel mogelijk tweedehands wordt aangeschaft.

Er geldt een afwijkende vrijlating van vermogen, zie paragraaf 1.6.2.

-Hoogte bijzondere bijstand:

maximaal een totaalbedrag van € 400,00 voor babykleding, babyverzorging, inrichting babykamer en een babyzitje (Maxi Cosi).

-Bewijsstukken:

aankoopbewijs van de noodzakelijke baby-uitzet.

2.2.3 Beredderingskosten en bewindvoering

Bijstand is mogelijk voor de kosten van bewindvoering als de bewindvoerder door de Kantonrechter is benoemd. Dit geldt alleen voor professionele bewindvoerders en niet voor particuliere bewindvoerders (bijvoorbeeld een familielid van de belanghebbende).

Op 10 december 2010 heeft de rechtbank Groningen in een kwestie over bewindvoeringskosten uitspraak gedaan. De gemeente Hoogezand-Sappemeer was partij in deze kwestie en de rechtbank heeft het standpunt van de gemeente gevolgd. Belangrijk is te stellen of het gaat om incidentele kosten of periodieke kosten.

Als het gaat om:

  • -

    periodieke kosten moet gekeken worden op welke periode de kosten betrekking hebben. Dit kan betekenen dat de kosten gedeeltelijk door de gemeente waaruit men vertrekt en gedeeltelijk door de gemeente waar naar toe men verhuisd, moeten worden voldaan;

  • -

    incidentele kosten, is de gemeente waarin de belanghebbende woont ten tijde van de aanvraag verplicht bijzondere bijstand te verstrekken.

De rechtbank is van mening dat bewindvoeringskosten periodieke kosten zijn. Wij zijn slechts verplicht bijzondere bijstand te verstrekken over de periode waarin de belanghebbende in één van onze gemeenten woonde en dus niet over de maanden waarin de belanghebbende buiten onze gemeenten woonde.

De regeling geldt niet voor bewindvoerders Wsnp (Wet schuldsanering natuurlijke personen), voor deze kosten is geen bijzondere bijstand mogelijk. De kosten die bewindvoerders in rekening brengen moeten met voorrang uit de boedel worden betaald. Als het door de rechter vastgestelde salaris van de bewindvoerder hoger is dan het bedrag dat uit de boedel kan worden betaald, mag de bewindvoerder alleen het deel van zijn salaris in rekening brengen dat uit de boedel van belanghebbende kan worden betaald (zie CRvB 29-06-2010, nr. 07/4970 WWB en 29-06-2010, nr. 07/5153 WWB).

-Hoogte bijzondere bijstand:

Standaardbewind

1 persoon

€ 1.103,70, inclusief onkostenvergoeding en exclusief BTW

Schuldenbewind

1 persoon

€ 1.428,30, inclusief onkostenvergoeding en exclusief BTW

Standaardbewind

2 personen (gehuwd in gemeenschap van goederen of die op andere wijze samen een economische eenheid vormen)

€ 1.324,50, inclusief onkostenvergoeding en exclusief BTW

Gecombineerde vorm van bewind (standaardbewind en schuldenbewind)

2 personen (gehuwd in gemeenschap van goederen of die op andere wijze samen een economische eenheid vormen)

€ 1.519,20, inclusief onkostenvergoeding en exclusief BTW

2x schuldenbewind

2 personen (gehuwd in gemeenschap van goederen of die op andere wijze samen een economische eenheid vormen)

€ 1.714,-, inclusief onkostenvergoeding en exclusief BTW

Bewind bij een vermogen van meer dan € 1.000.000,-

 

0,75% van het vermogen van de belanghebbende

kosten voor extra werkzaamheden:

Aanvangswerkzaamheden

€ 519,40 of € 389,50 als de bewindvoerder voorafgaand budgetbeheer heeft gevoerd

Bewindvoerder die wordt benoemd van 2 personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen:

€ 623,30 of € 467,50 als de bewindvoerder voorafgaand aan de bewinden budgetbeheer heeft gevoerd.

Verkoop of ontruiming van een woning, of in geval er geen mentor is, een verhuizing

€ 324,60

Bewindvoerder die wordt benoemd van 2 personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen:

€ 324,60

Beheren van een persoonsgebonden budget

€ 486,90

Bewindvoerder die wordt benoemd van 2 personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen:

€ 486,90

Opmaken van eindrekening en - verantwoording

€ 194,80

Bewindvoerder die wordt benoemd van 2 personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen:

€ 233,70

Extra werkzaamheden in geval van problematische schulden

De bewindvoerder ontvangt voor de extra werkzaamheden vanwege problematische schulden een beloning voor 5 uren bovenop de beloning voor een standaardbewind. De jaarbeloning bedraagt in dat geval in totaal: € 1.428,30.

Let op: als sprake is van uitzonderlijke omstandigheden kan de kantonrechter de beloning van de bewindvoerder op andere wijze vaststellen.

  • -

    Bewijsstukken:

  • a.

    benoeming bewindvoerder door de rechter;

  • b.

    uitspraak van de rechter waarin de kosten zijn toegewezen aan de bewindvoerder;

  • c.

    nota bewindvoerder.

    2.2.4 Beschermd wonen

Beschermd wonen is mogelijk in de gemeenten Hoogezand-Sappemeer en Menterwolde. Mensen met een psychiatrische problematiek en met een verslavingsachtergrond (cliënten vanuit Lentis en Verslavingszorg Noord Nederland) kunnen, als ze behoren tot de doelgroep, in aanmerking komen voor accommodatie en begeleiding. In de gemeente Hoogezand-Sappemeer biedt Beschermd Wonen Hoogezand deze mogelijkheid. Hiertoe zijn een aantal flats beschikbaar aan de Pieter Langendijkstraat te Hoogezand. Voor beschermd wonen in de gemeente Menterwolde is NOVO de aangewezen instantie.

Bijzondere bijstand gedeeltelijke woninginrichting Hoogezand-Sappemeer

De bewoners krijgen de beschikking over een gestoffeerde huisvesting, maar het is niet gemeubileerd. Er is een gastoestel, koelkast en een bed (inclusief matras) aanwezig in iedere flat. Daarnaast zijn er bij het kantoor twee wasmachines en een droger aanwezig, die bewoners kunnen gebruiken. De rest moet de bewoner zelf kopen. Hiervoor krijgen bewoners € 500,00 van de instelling. Dit is onvoldoende om de woning volledig van in te richten. Gezien de achtergrond van de bewoners staat de noodzaak vast. Voor zover er onvoldoende middelen aanwezig zijn (volgens de criteria voor bijzondere bijstand voor woninginrichting) wordt bijzondere bijstand verleend voor de overige noodzakelijke goederen tot maximaal € 723,74 (bijvoorbeeld voor een tv, stereo, stofzuiger, keukeninventaris, meubeltjes etc., prijspeil 2017).

Bijzondere bijstand gedeeltelijke woninginrichting Menterwolde

Voor de kosten van woninginrichting kan bijzondere bijstand verstrekt worden behoudens voor bij de woning behorende vaste voorzieningen (denk aan wasmachine, kooktoestel, koelkast etc). Voor de hoogte van de bijzondere bijstand worden in principe de richtlijnen en bedragen van de NIBUD prijzengids of het Divosa prijzenboekje aangehouden.

Geen geldlening (geldt voor Hoogezand-Sappemeer en Menterwolde)

In tegenstelling tot het gebruikelijke beleid wordt hiervoor geen geldlening verstrekt op grond van de PW, noch worden belanghebbenden verwezen naar de gemeentelijke kredietbank. De bijzondere bijstand voor extra woninginrichting wordt om niet verstrekt. Dit geldt niet alleen voor de mensen die aangewezen zijn op een PW-uitkering, maar voor iedere bewoner in vergelijkbare omstandigheden (een inkomen op het niveau van de inrichtingsnorm).

Gezien de achtergrond van de bewoners is het onverantwoord om deze bewoners op te zadelen met een (extra) schuld in de vorm van een geldlening voor de extra noodzakelijke woninginrichting. Bovendien kan van het zak- en kleedgeld geen aflossing gevergd worden, te meer ook omdat hiervan ook de zorgverzekering betaald moet worden.

Uitvoering gemeente Hoogezand-Sappemeer

De teamcoördinator maakt een inschatting wat ontbreekt aan noodzakelijke woninginrichting. Voor dit bedrag wordt bijstand verleend en overgemaakt op een rekening van Verslavingszorg Noord Nederland (als voldaan wordt aan de voorwaarden voor bijzondere bijstand). De begeleider gaat met de bewoner op stap om de noodzakelijke goederen te kopen. Een verantwoording achteraf door middel van bijvoorbeeld bewijsstukken is niet nodig.

Berekening maximaal bedrag (geldt voor gemeente Hoogezand-Sappemeer)

Voor een alleenstaande geldt een maximaal bedrag voor woninginrichting van € 2.108,08 (prijspeil 2017). Er is voorzien in een koelkast (€ 60,00), een gaskomfoor (€ 30,00), een bed met matras (€ 145,00), de vergoeding van de instelling (€ 500,00) en de aanwezige stoffering (€ 607,50). Er resteert nog € 765,58 voor overige woninginrichting.

Uitvoering gemeente Menterwolde

De aanvraag van deze bijzondere bijstand wordt verzorgd door de bewindvoerder, zo mogelijk in samenspraak- en in afstemming- met NOVO. De toegekende bijzondere bijstand wordt bij voorkeur overgeboekt op de bankrekening van belanghebbende die bij de bewindvoerder onder beheer is (eventueel een rekening derdengelden bij de bewindvoerder).

De resterende tekst van deze paragraaf geldt voor zowel Hoogezand-Sappemeer als Menterwolde.

Bijzondere bijstand voor kleding

Sommige bewoners komen van de straat en hebben nagenoeg geen kleding. Als hiertoe een noodzaak bestaat kan bijzondere bijstand voor kleding verstrekt worden. Voor vervanging van kleding is doorgaans geen bijstand mogelijk. Dit moet betaald worden uit het bedrag aan zak- en kleedgeld.

We gaan er vanuit dat er minimaal beschikbaar moet zijn: een winterjas (€ 70,00), zomerjas (€ 60,00), 2 broeken (totaal € 80,00), 2 truien (totaal € 60,00), 4 T-shirts (totaal € 60,00), 7 x ondergoed (totaal € 24,50), 1 paar schoenen (€ 60,00), 7 paar sokken (totaal € 14,00) en nachtkleding (€ 15,50). Het maximale bedrag voor kleding is € 444,00.

De eventuele bijstand wordt overgemaakt op de rekening van Verslavingszorg Noord Nederland. De begeleider gaat met de cliënt kleding kopen. Een verantwoording achteraf door middel van bewijsstukken is niet nodig.

Beschikkingen, brieven, overige correspondentie

Van alle beschikkingen, brieven en overige correspondentie moet er een afschrift naar de teamcoördinator van Beschermd Wonen Hoogezand.

Domicilie

De bewoners hebben hun domicilie in de gemeente Hoogezand-Sappemeer. In beginsel bestaat recht op een uitkering zodra de bewoner staat ingeschreven in het gba en feitelijk de beschikking heeft over de woning. Omdat de bewoner de woning deels nog moet inrichten wordt soepel omgegaan met de datum van het verstrekken van bijzondere bijstand, e.e.a. in overleg met de teamcoördinator van Beschermd Wonen Hoogezand.

Compensatie Wlz -bijdrage niet mogelijk

Mocht een bewoner met een ander inkomen, dat op zich toereikend is, door middel van de Wlz-bijdrage op een lager bedrag uitkomen dan de inrichtingsnorm (inclusief verhoging), mag dit niet door middel van bijstand gecompenseerd worden.

De verzekerde die de hoge bijdrage verschuldigd is en door de betaling van zijn eigen bijdrage beneden de zogenaamde 'piepgrens' uitkomt, kan om herziening van zijn eigen bijdrage verzoeken (artikel 10 Bijdragebesluit zorg). In beginsel betekent dit dat de eigen bijdrage op € 0,00 vastgesteld zal worden als belanghebbende slechts beschikt over zak- en kleedgeld. De verzekerde moet immers na het betalen van zijn eigen bijdrage minimaal € 280,63 inclusief vakantietoeslag per maand overhouden. Bijstandsverlening aan een belanghebbende met zak- en kleedgeld voor de eigen bijdragen Wlz-instelling is daarmee niet aan de orde; er is een passende en toereikende voorliggende voorziening.

Bijzondere bijstand voor lage eigen bijdrage evenmin mogelijk

Voor de eigen bijdrage die een verzekerde verschuldigd is bij verblijf in een Wlz-instelling moet op grond van het Bijdragebesluit zorg een onderscheid worden gemaakt tussen de zogenaamde hoge bijdrage en de zogenaamde lage bijdrage. Voor de lage eigen bijdrage is kwijtschelding mogelijk als belanghebbende door middel van de PW in de inrichtingsnorm wordt voorzien. Aanvrager kan het CAK verzoeken om kwijtschelding onder overlegging van de uitkeringsspecificatie.

  • -

    Hoogte bijzondere bijstand:

  • a.

    woninginrichting: maximaal € 765,58 ;

  • b.

    kleding: maximaal € 4 44 ,00;

  • c.

    lage eigen bijdrage Wlz : maximaal de bijdrage.

  • -

    Aanvullende opmerkingen draagkracht:

  • a.

    inkomen: voor de eigen bij drage Wlz geldt de hoofdregel (zie paragraaf 1. 6 .3). voor woninginrichting en kleding geldt dat de eigen middelen ontoereikend zijn. Omdat het ink omen door de eigen bijdrage Wlz wordt afgeroomd, kunnen we er doorgaans vanuit gaan dat er onvoldoende middelen zijn;

  • b.

    vermogen: voor bijstand voor woninginrichting geldt de afwijkende vrijstelling vermogen vervanging duurzame gebruiksartikelen genoemd in paragraaf 1. 6 .2.

  • -

    Bewijsstukken:

opgave van VNN, voor de eigen bijdrage de rekening van of namens de Wlz -of ander bewijs.

2.2.5 Begeleid wonen Hoogezand-Sappemeer

Begeleid wonen is een woon- en zorgarrangement met een tijdelijk karakter. De bewoner mag er maximaal een jaar verblijven. Er is een lichte vorm van begeleiding. De voorziening heeft als doel bewoners zelfstandig te leren wonen. Een voorwaarde is dat bewoners akkoord gaan met inkomensbeheer.

Organisaties zoals onder meer Woonkans, VNN, Lentis, NOVO en Jeugdzorg werken samen in deze voorziening. De organisaties zijn in het gebouw van begeleid wonen te vinden. Bedoelde organisaties verwijzen naar de woon- en zorgvoorziening en bovendien bieden ze bij de mensen thuis begeleiding. Verder is er een sociale conciërge aanwezig die toezicht houdt en naar instanties kan verwijzen. Er is plek voor 53 huishoudens. Daarnaast zijn er 4 “hotelkamers” voor enkele dagen noodopvang. De wooneenheden zitten aan de Paulus Potterstraat en Ferdinand Bolstraat.

De bewoners betalen huur en zorgen voor hun eigen huishouding.

Bijstand voor levensonderhoud

Als de bewoner in aanmerking komt voor algemene bijstand dan zijn de normaal gebruikelijke normen van toepassing (dus geen inrichtingsnorm). Omdat de bijstand achteraf betaald wordt en de kosten vooraf betaald moeten worden, is soms een overbruggingsuitkering noodzakelijk. Hiervoor gelden de gebruikelijke voorwaarden.

Bijzondere bijstand

-woninginrichting

De woningen zijn wel gestoffeerd maar nog niet ingericht. Als de belanghebbende niet beschikt over een woninginrichting kan hiervoor bijzondere bijstand verleend worden volgens de gebruikelijke voorwaarden. Dit betekent onder meer dat een deel overeenkomend met 36 maanden aflossen als geldlening wordt verstrekt en het resterende deel direct om niet. Omdat de woning al is gestoffeerd wordt een bedrag van € 645,27 (prijspeil 2017) in mindering gebracht op hetgeen maximaal wordt vergoed voor woninginrichting. De betaling gaat in overleg met de begeleiding.

In tegenstelling tot bewoners van Beschermd Wonen Hoogezand (VNN) wordt dit deels verstrekt in de vorm van een geldlening. De bewoners van Beschermd Wonen Hoogezand ontvangen een uitkering op het niveau van de zak- en kleedgeldnorm, de bewoners van begeleid wonen ontvangen de volledige norm. Hier zit geen verschil met andere bijstandsgerechtigden aan wie bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt verstrekt. Uiteraard kan in bijzondere situaties de bijzondere bijstand volledig om niet verleend worden.

Als de bewoner van begeleid wonen vertrekt naar een andere woning in de gemeente Hoogezand-Sappemeer, kan zonodig nog aanvullend € 645,27 (prijspeil 2017) verstrekt worden voor de stoffering van de nieuwe woning. Als al het maximale als geldlening is verstrekt, wordt deze bijstand om niet verleend.

Vaak is sprake van een schuldenproblematiek. Om de aangeschafte woninginrichting te beschermen tegen beslag door deurwaarders, kan een onderhandse pandakte opgemaakt worden. De klant moet de akte in drievoud tekenen. Eén voor de klant, één voor de registratie en één voor ons.

De pandakte moet registratie aangeboden worden bij:

Belastingdienst/Noord

Kantoor Leeuwarden

Postbus 2108,

8901 JC Leeuwarden

De aanbiedingsbrief staat in Word onder Beschikkingen en brieven (onder algemeen) en de akte staat onder rapportage (onder juridische zaken).

-overige bijzondere bijstand

Voor het overige kan onder de gebruikelijke condities bijzondere bijstand verstrekt worden voor de extra noodzakelijke kosten als gevolg van bijzondere omstandigheden, die niet voldaan kunnen worden uit de draagkracht (bijvoorbeeld woonkostentoeslag voor de eerste maand).

  • -

    Aanvullende opmerkingen draagkracht:

  • a.

    inkomen: voor woninginrichting geldt dat de eigen middelen ontoereikend zijn (alles boven € 2.000,00 aan direct beschikbare liquide middelen is draagkracht;

  • b.

    vermogen: voor bijstand voor woninginrichting geldt de afwijkende vrijstelling vermogen vervanging duurzame gebruiksartikelen genoemd in paragraaf 1. 6 .2.

  • -

    Bewijsstukken:

Voor zover de inkomsten niet bekend zijn een inkomstenspecificatie, bankafschrift of eventueel ander bewijs waaruit blijkt dat er onvoldoende vermogen is.

2.2.6 Compensatieregeling alleenstaande ouders zonder recht op alleenstaande-ouderkop

Met ingang van 1 januari 2015 verdwijnt de alleenstaande-oudertoeslag uit de PW. Alleenstaanden met een of meerdere ten laste komende kinderen hebben recht op een aanvulling van het kindgebonden budget, de alleenstaande-ouderkop. De belanghebbende dient het kindgebonden budget zelf aan te vragen bij de Belastingdienst. Alleenstaande ouders met een partner in bijvoorbeeld een verpleeginrichting of in detentie hebben een toeslagpartner en daarmee geen recht op de alleenstaande-ouderkop. We stellen vast dat voor deze groep bijzondere individuele omstandigheden bestaan die noodzaakt tot het verstrekken van bijzondere bijstand. Zij wordt geconfronteerd met noodzakelijke bestaanskosten waarin de algemene bijstand niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan. Deze groep alleenstaande ouders heeft recht op een maandelijkse vergoeding uit de bijzondere bijstand ter hoogte van de maandelijkse alleenstaande-ouderkop.

Alleenstaande ouders die hebben verzuimd kindgebonden budget aan te vragen, hebben geen recht op bijzondere bijstand. Zij kunnen een beroep doen op een toereikende passende voorliggende voorziening.

De alleenstaande-ouderkop bedraagt € 3.076,- per jaar. Als er recht bestaat, stellen wij de kop in twaalf maandelijkse termijnen van € 256,33 betaalbaar.

-Hoogte bijzondere bijstand:

de hoogte van de misgelopen alleenstaande-ouderkop. Deze bedraagt in 2017 € 3.076,- per jaar.

-Bewijsstukken:

Beoordeling vindt ambtshalve plaats als dat mogelijk is. Zo niet, dan vragen we een bewijsstuk waaruit blijkt dat de toeslagpartner van de belanghebbende in bijvoorbeeld een verpleeginstelling of in dententie verblijft. Bij twijfel overlegt de belanghebbende een beschikking van de Belastingdienst waaruit blijkt dat hij geen recht heeft op de alleenstaande-ouderkop.

2.2.7 Curatele

Voor de kosten ten gevolge van een door de Kantonrechter uitgesproken curatele bestaat geen voorliggende voorziening. Er bestaat recht op bijzondere bijstand voor kosten van curatele die door de Kantonrechter zijn vastgesteld.

-Hoogte bijzondere bijstand:

het bedrag waarop de Kantonrechter de beloning voor de curator heeft vastgesteld.

-Bewijsstukken:

nota curator, of een ander bewijs.

2.2.8 DNA-onderzoek bij gezinshereniging

Bij een verzoek om gezinshereniging moet de toegelaten asielgerechtigde/vluchteling met rechtsgeldige documenten aantonen de biologische ouder te zijn. Als dit buiten eigen toedoen niet mogelijk is kan het IND een DNA-onderzoek aanbieden. De kosten hiervan worden vooralsnog in rekening gebracht bij verzoeker. Als het DNA-onderzoek positief is betaalt het IND de kosten terug.

Als de verzoekende aanvrager beschikt over een voor de bijstand juiste verblijfstitel bestaat met inachtneming van het volgende recht op bijzondere bijstand.

  • Voor de kosten van het DNA-onderzoek kan bijstand verleend worden in de vorm van een geldlening. Dit kan slechts voor onderzoeken die in Nederland plaatsvinden, niet voor een DNA-onderzoek in het buitenland. Hier tegen verzet zich het territorialiteitsbeginsel. Als de test negatief uitvalt wordt de geldlening kwijtgescholden.

  • In Nederland vindt een DNA-onderzoek plaats in Utrecht. Voor de reiskosten kan op basis van het goedkoopste adequate openbaar vervoer bijzondere bijstand verleend worden.

    2.2.9 Duurzame gebruiksartikelen en woninginrichting

    2.2.9.1 Doorgaans geen bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksartikelen of woninginrichting

Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksartikelen of voor een geheel of gedeeltelijke woninginrichting is doorgaans niet mogelijk. De bijstandsnorm is immers een all-in-norm en de wetgever gaat er vanuit dat van een inkomen op bijstandsniveau gereserveerd kan worden voor het vervangen van noodzakelijke duurzame gebruiksartikelen. Voor belanghebbenden die langdurig een laag inkomen hebben en geen uitzicht hebben op inkomensverbetering, bestaat daarnaast jaarlijks recht op de individuele inkomenstoeslag. Deze toeslag is expliciet bedoeld om te reserveren voor noodzakelijke vervangingen.

Het vervangen van noodzakelijke duurzame gebruiksartikelen zijn incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kosten zijn normaal en ontstaan dan ook niet door bijzondere omstandigheden. Hetzelfde geldt voor een verhuizing, stoffering en de inrichting van de nieuwe woning. De Centrale Raad van Beroep heeft dit in een aantal uitspraken bevestigd.

2.2.9.2 Beoordelen recht op bijzondere bijstand

Voor het beoordelen van het recht op bijzondere bijstand gelden de volgende criteria:

  • -

    is de aanschaf of verhuizing noodzakelijk; én:

  • -

    zijn er bijzondere omstandigheden waardoor het geen algemene kosten meer zijn maar bijzondere noodzakelijke kosten; én:

  • -

    was er sprake van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.

Uit constante jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep blijkt dat het hebben van schulden en het aflossen daarvan geen bijzondere omstandigheid is waardoor bijstandsverlening mogelijk wordt. Dit zou een onterechte bevoordeling van mensen met schulden boven mensen zonder schulden betekenen.

2.2.9.3 Zelf reserveren voor kosten duurzame gebruiksartikelen en woninginrichting

De belanghebbende wordt geacht zelf te reserveren voor de kosten van een verhuizing, stoffering en inrichting van de nieuwe woning. Dit geldt eveneens voor de noodzakelijke vervangingsinvesteringen in duurzame gebruiksartikelen. De voorzienbaarheid van de kosten speelt mede een rol: zodra kan worden voorzien dat er een mogelijke verhuizing aan staat te komen moet belanghebbende reserveren voor de kosten.

Dat is dus veel eerder dan het moment waarop bekend wordt dat de verhuizing plaats zal gaan vinden. Dit gaat nog vooraf aan de inschrijving voor een andere woning. Zo kunnen ouderen op zekere leeftijd verwachten dat er mogelijkerwijs een verhuizing naar bijvoorbeeld een aanleunwoning aan kan komen.

Bij gezinsuitbreiding speelt dit ook als daardoor een grotere woning noodzakelijk wordt. Of als een groter gezin in een krappe woning zit. In deze gevallen is voorzienbaar dat er op termijn een verhuizing aan komt. Hiervoor kan dan ook geen bijzondere bijstand verleend worden. Als er vooraf niet is gereserveerd voor de kosten kan een lening bij de kredietbank worden aangevraagd of een oplossing worden gezocht in samenspraak met familie, vrienden, kennissen of instanties. Ook een kringloopwinkel of een website als www.marktplaats.nl is een voldoende adequate oplossing.

Naast het inkomen op bijstandsniveau moet ook uit de individuele inkomenstoeslag en individuele studietoeslag gereserveerd worden (zie paragraaf 1.4). Doorgaans wordt geen bijstand voor schulden verleend. Voor een uitzondering op deze regel zie 2.2.17.

2.2.9.4 Kredietbank of een andere oplossing mogelijk?

Als er niet of onvoldoende is gereserveerd voor de kosten is de gemeentelijke kredietbank een voorliggende voorziening als het gaat om het vervangen van duurzame gebruiksartikelen of de kosten van woninginrichting. Als door middel van een geldlening van de kredietbank (of een in het budgetbeheer opgebouwd bedrag) voorzien kan worden in de kosten, bestaat er geen recht op bijzondere bijstand. Dit geldt ook als er een andere oplossing mogelijk is. Het vervangen door een tweedehands artikel van familie, kennissen, kringloopwinkel of www.marktplaats.nl (etc.) is een adequate en toereikende oplossing voor de bijstand.

Als de noodzakelijke verhuizing voortkomt uit een medische noodzaak is de Wmo 2015 dikwijls een passende en toereikende voorliggende voorziening.

2.2.9.5 Vermogen

Zie paragraaf 1.6.2 voor de afwijkende vermogensvrijlating voor bijzondere bijstand voor vervanging van duurzame gebruiksartikelen of woninginrichting.

2.2.9.6 Noodzakelijke verhuizing geen indicatie voor verstrekken bijzondere bijstand

Het feit dat een verhuizing noodzakelijk is, (bijvoorbeeld vanuit sociaal en/of medisch oogpunt) is op zich geen indicatie voor bijzondere bijstandsverlening (zie bijvoorbeeld uitspraak van CRvB van 27 juli 2010, LJN BN3956 of LJN BM2956). De belanghebbende had moeten reserveren voor de kosten. Naast de noodzaak voor het maken van de kosten dient ook vast te staan dat er sprake is van bijzondere omstandigheden. Al vaker wees de Centrale Raad van Beroep erop dat het hebben van schulden waarop afgelost wordt geen bijzondere omstandigheid is waarmee rekening wordt gehouden.

In de uitspraak van 27 juli 2010 oordeelde de Centrale Raad dat de verhuizing noodzakelijk was (moeder was overleden en zoon was geen medehuurder). De zoon verbleef nog iets langer dan een jaar in de woning voordat hij een andere woning betrok. Geen bijzondere omstandigheden volgens de centrale raad en dus geen recht op bijzondere bijstand.

De Raad is evenwel met de rechtbank en het College van oordeel dat in dit geval niet tevens aan de voorwaarde is voldaan dat de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De Raad wijst er in dit verband op dat kosten als deze behoren tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten die in beginsel uit een inkomen op bijstandsniveau (door reservering of gespreide betaling achteraf) dienen te worden voldaan. Uit de stukken blijkt dat appellant al in juni 2005 door de verhuurder van de woning waarin hij toen woonde is gemaand om de woning te verlaten, zodat een verhuizing voorzienbaar was en hij vanaf dat moment tot het daadwerkelijk verlaten van de woning in oktober 2006 voor deze kosten had kunnen reserveren. Het betoog van appellant dat hij pas na de ontvangst van het ontruimingsvonnis van de rechtbank rekening hoefde te houden met een eventuele verhuizing en daarmee samenhangende kosten volgt de Raad niet. Ook de enkele stelling van appellant dat de maandelijkse lasten na het overlijden van zijn moeder zijn gestegen en dat hem de aangevraagde algemene bijstand pas in april 2006 is uitbetaald, leidt de Raad niet tot een ander oordeel nu niet zonder meer valt in te zien dat het een en ander substantieel afbreuk deed aan de mogelijkheid om voor de onderhavige kosten te reserveren. Mede gelet op het tijdsverloop en de relatieve omvang van de kosten had appellant de betreffende kosten derhalve door middel van reservering uit eigen middelen kunnen voldoen. Van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB was dan ook geen sprake.

Ook hier speelt dat de kredietbank en ander mogelijkheden voorliggende voorzieningen zijn.

2.2.9.7 Kosten eerste woninginrichting

Voor de kosten van een eerste woninginrichting omdat een belanghebbende voor het eerst op zichzelf gaat wonen, is geen bijzondere bijstand mogelijk. Het wordt voorzienbaar geacht dat deze kosten zich te zijner tijd zullen voordoen.

2.2.9.8 Duurzame echtscheiding

Bijzondere bijstand bij duurzame echtscheiding is mogelijk. Als bijstand door een woninginrichting nodig is in verband met een (echt)scheiding, wordt belanghebbende geacht de helft van de gezamenlijke inboedel op te eisen. In dergelijke situaties wordt doorgaans niet meer dan de helft van het maximumbedrag voor woninginrichting verstrekt (zie bijlage 2).

Ook hier geldt dat de kredietbank een voorliggende voorziening is als deze door middel van een geldlening volledig in de noodzakelijke kosten kan voorzien. Is dit niet het geval dan is de kredietbank geen voorliggende voorziening en wordt het volledige bedrag als bijzondere bijstand verstrekt. Hiermee wordt voorkomen dat belanghebbende bij twee verschillende instanties aanvragen in moet dienen met extra administratieve last voor de aanvrager en de verstrekkers van dien.

2.2.9.9 Voormalige asielzoekers

Als een voormalige asielzoeker een woning of een kamer krijgt kan bijzondere bijstand verstrekt worden voor de noodzakelijke woninginrichting. Er is sprake van kamerbewoning als meerdere personen (die geen gezamenlijke huishouding voeren) in één woning wonen. Zie voor de maximumbedragen bijlage 2.

2.2.9.10 Overige bijzondere omstandigheden

Bijzondere bijstand is mogelijk als er sprake is van aantoonbare bijzondere omstandigheden. De hoofdregel is dat als toch bijstand verleend moet worden voor het vervangen van een duurzaam gebruiksartikel de tweedehands markt volstaat. De klant wordt verwezen naar een kringloopwinkel in de gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren of Menterwolde. Dit geldt ook voor witgoed en zoveel mogelijk voor complete woninginrichting.

Het enige feit dat een bankstel is versleten en belanghebbende al jaren een laag inkomen heeft, is niet voldoende om tot verstrekking van bijzondere bijstand over te gaan. Belanghebbende moet hiervoor reserveren uit zijn inkomen op bijstandsniveau en eventuele overige draagkracht. Maar ook de langdurigheidstoeslag is bedoeld voor het vervangen van duurzame gebruiksartikelen.

De Wsnp (Wet schuldsanering natuurlijke personen) kan bijvoorbeeld een bijzondere omstandigheid opleveren op grond waarvan bijstandsverlening noodzakelijk is. Als er onvoldoende ruimte in het budget zit voor deze kosten, kan voor de kosten van een sobere vervanging via de kringloopwinkel of bijvoorbeeld www.marktplaats.nl bijstand worden verleend. De wasmachine is een uitzondering, deze mag door gezinnen met minderjarige kinderen nieuw aangeschaft worden als het oude apparaat door ouderdom is versleten en reparatie niet meer rendabel is.

2.2.9.11 Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Zijn de kosten waarvoor bijstand wordt gevraagd ontstaan door een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid moet het volledige vermogen aangesproken worden. In dat geval geldt geen vrijlating tot € 2.000,00 noch de algemene vrijlating voor de bijstand.

2.2.9.12 Bijstand verstrekken als geldlening

Als bijstand wordt verstrekt voor duurzame gebruiksartikelen en woninginrichting gebeurt dit in de vorm van een geldlening. Dit geldt niet voor belanghebbenden die in de Wsnp zitten of als een verdere geldlening (gezien de geringe kans op het aflossen van deze lening) geen zin heeft.

De aflossing wordt bepaald door de individuele omstandigheden. Als indicatie geldt dat 10% van de bijstandsnorm voor aflossing kan worden gebruikt.

2.2.9.13 Bescherming tegen beslag door deurwaarder

In toenemende mate halen deurwaarders een woning leeg.

De deurwaarder mag de woning niet volledig leeghalen. De meest elementaire noodzakelijke zaken moet hij laten staan. De wet beschermt de schuldenaar een klein beetje.

Als de klant een lening van gemeentewege of via de kredietbank ontvangt is het leed verder te beperken door het vestigen van stil pandrecht op de inboedel.

•Stil pandrecht

Pandgever (de geldlener) kan ons goederen in pand geven ter meerdere zekerheid van rente- en aflossingsverplichtingen. Het moet gaan om (zeg maar) roerende zaken als huisraad. De pandgever houdt de in pand gegeven goederen zelf. Wij vestigen een stil pandrecht. Dit kan door middel van een akte van de notaris, maar dit is veel te duur. Het kan ook door registratie bij de belastingdienst. De PW kent geen mogelijkheid om dit bedrag op te nemen in de geldlening. Deze uitvoeringskosten komen voor rekening van de gemeente.

De kredietbank en sociale zaken kunnen beiden deze mogelijkheid benutten. Voor de bijstand geldt dat het op grond van artikel 48, derde lid, PW mogelijk is bij het verstrekken van geldleningen. Het is bedoeld ter meerdere zekerheid van de aflossing en rente.

Hier ligt wel meteen een beperking. We kunnen niet even snel pandrecht vestigen als beslag dreigt en wij niets van de klant te vorderen hebben. Maar als er wel een schuld is, kunnen we de inboedel door middel van stil pandrecht beschermen tegen beslag.

Ons beleidsvoorstel is de klant door middel van pand beschermen tegen beslag op de inboedel. We ondervangen hierdoor tevens mogelijke aanvragen bijzondere bijstand. Het niet primair bedoeld voor de incasso. De incassoafdeling heeft meestal wel andere mogelijkheden om de aflossing af te dwingen.

Doorgaans verplichten we de klant niet om mee te werken. Dit is anders als het primaire doel is vestigen van meerdere zekerheid van aflossing en rente. Vooral bij zelfstandigen kan dit aan de orde zijn als we een geldlenig voor bedrijfskapitaal verstrekken.

Pand is doorgaans aan de orde bij (een gedeeltelijke of volledige) woninginrichting. Is er risico voor beslag op de huisraad is het verstandig om ook in andere gevallen de mogelijkheden van een pandakte met de klant te bespreken.

•Praktische uitvoering

De pandakte moet ter registratie aangeboden worden bij:

Belastingdienst/Noord

Kantoor Leeuwarden

Postbus 2108

8901 JC Leeuwarden

2.2.10 Gedwongen opname en verblijf in een inrichting

Er is sprake van een gedwongen opname als dit gebeurt onder toepassing van:

  • a.

    de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen;

  • b.

    artikel 37, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht;

De rechter kan gelasten dat degene aan wie een strafbaar feit wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet kan worden toegerekend, in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst voor een termijn van een jaar, doch alleen indien hij gevaarlijk is voor zichzelf, voor anderen, of voor de algemene veiligheid van personen of goederen.

a.artikel 37b, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht (na ontslag van alle rechtsvervolging).

De rechter kan bevelen dat de ter beschikking gestelde van overheidswege wordt verpleegd, indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verpleging eist.

Bij gedwongen opname is algemene bijstand niet mogelijk. Wel kan bijzondere bijstand van toepassing zijn. Voor zover de aanvrager zijn of haar domicilie nog in de gemeente Hoogezand-Sappemeer of Slochteren heeft, kan bijzondere bijstand verleend worden voor het aanhouden van de woning (huur of hypotheekrente) en de energielasten. Daarnaast wordt voor de persoonlijke uitgaven een bedrag aan bijzondere bijstand verstrekt ter hoogte van de inrichtingsnorm inclusief de verhoging op grond van artikel 23, tweede lid, van de Wet werk en bijstand. Omdat deze norm voorziet in het betalen van de zorgverzekering bestaat geen recht op bijzondere bijstand voor deze kosten.

Geschatte duur van opname

Als de gedwongen opname langer duurt dan twaalf maanden is er doorgaans geen noodzaak aanwezig om voor de vaste lasten bijzondere bijstand te verlenen.

Domicilie

De vraag waar de klant zijn of haar woonstede heeft is hier van belang. Kan nog gezegd worden of de klant zijn of haar woonstede in deze gemeente heeft? De bijstand kan maximaal hoogstens 12 maanden duren. Duurt het langer, dan wordt het ongeloofwaardiger dat de klant zijn/haar woonstede hier nog heeft. Maar dit is wel afhankelijk van de individuele omstandigheden.

inrichtingsnorm direct van toepassing

Bij gedwongen opname geldt dat de eventuele algemene bijstand altijd direct beëindigd moet worden. Voor zover dit nodig is moet direct vanaf datum opname bijzondere bijstand verstrekt worden.

2.2.11 Individuele studietoeslag

Het college kan aan de doelgroep als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, PW en de Verordening individuele studietoeslag een individuele studietoeslag toekennen. De voorwaarden voor een studietoeslag staan in artikel 36b PW:

  • -

    de aanvrager is 18 jaar of ouder;

  • -

    de aanvrager heeft recht op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;

  • -

    de aanvrager heeft geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 PW;

  • -

    de aanvrager is met arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch heeft wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.

Indien nodig vragen we een arbeidskundig advies om te beoordelen of er mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zijn. Bij deze beoordeling wordt in aanmerking genomen of sprake is van beperkingen van lichamelijke, verstandelijke, psychische of andere aard die naar verwachting leiden tot een arbeidsprestatie met een loonwaarde tussen 30% en 80% van het wettelijk minimumloon. Ook bij een eventueel advies wordt dit in aanmerking genomen. Indien er een beoordeling kan plaatsvinden op basis van beschikbare gegevens van het Uitvoeringsinstituut Werkgeversverzekeringen (UWV), eventuele eerdere medische keuringen en informatie vanuit het netwerk, zoals bijvoorbeeld school, kan een advies achterwege blijven.

Een individuele studietoeslag wordt toegekend voor twaalf maanden en in twaalf gelijke, maandelijkse delen betaalbaar gesteld, voor zolang de betreffende persoon voldoet aan de voorwaarden voor de individuele studietoeslag zoals bepaald in de Participatiewet. Vervolgens kan een nieuw verzoek worden ingediend voor telkens de duur van twaalf maanden waarbij het recht op toeslag direct vervalt zodra belanghebbende niet meer voldoet aan de voorwaarden (artikel 3 Verordening individuele studietoeslag).

We onderzoeken niet of de aanvrager gebruik maakt van studiefinanciering, maar alleen of hij er recht op heeft.

De onderhoudsplicht van ouders wordt niet in beschouwing genomen bij het toekennen van een individuele studietoeslag.

-Hoogte bijzondere bijstand:

€ 100,- per maand gedurende twaalf maanden, vervolgens kan belanghebbende een vervolgaanvraag indienen. Het recht op toeslag vervalt zodra belanghebbende niet meer aan de voorwaarden voldoet.

-Bewijsstukken:

bewijs van inschrijving bij een opleiding of een ander bewijsstuk.

2.2.12 Jong meerderjarigen, toeslag levensonderhoud

Jong meerderjarigen van 18, 19 en 20 jaar hebben een lagere norm. Achtergrond hiervan is dat ouders geacht worden te voldoen aan hun onderhoudsplicht. In uitzonderlijke gevallen is bijzondere bijstand mogelijk voor levensonderhoud. Dit kan zich voordoen als de ouders niet meer leven en het is noodzakelijk dat de jong meerderjarige op zichzelf woont.

Verhaal op ouders van jong meerderjarige kinderen is omslachtig en inefficiënt. Bij de beoordeling van een aanvullende bijstandsaanvraag moet al rekening gehouden worden met de onderhoudsplicht van de ouders. Om nawerk in de vorm van verhaal te voorkomen is het beter om direct bij de aanvullende bijstandsaanvraag te wijzen op de onderhoudsplicht van de ouders. Dit wordt anders als de ouders geen mogelijkheden hebben om bij te dragen. Overigens is het in dat geval (geen draagkracht) zinloos om te verhalen.

Als ouders niet willen bijdragen en het staat vast dat het zelfstandig wonen voor de jong meerderjarige noodzakelijk is omdat de terugkeer naar de ouder(s) absoluut onmogelijk is, moet soms bijzondere bijstand verleend worden voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan van de jongere. In dat geval wordt de bijstand wel op de onderhoudsplichtige(n) verhaald.

2.2.13 Kosten krediethypotheek

Voor de kosten van een taxatie van de woning in verband met een bijstandsaanvraag (als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is) wordt bijzondere bijstand verleend. Dit geldt ook voor de kosten van het vestigen van krediethypotheek. Bijzondere bijstand kan niet verstrekt worden in de vorm van een krediethypotheek, deze bijstand is dan ook om niet.

-Hoogte bijzondere bijstand:

de kosten voor taxatie van de woning en het vestigen van de krediethypotheek worden volledig vergoed.

-Bewijsstukken:

nota’s van de kosten, of een ander bewijs.

2.2.14 Mentorschap

Als de Kantonrechter een mentor heeft benoemd, zijn de kosten hiervan noodzakelijk en komen ze voor bijstand in aanmerking. De kantonrechter stelt eveneens de maximale vergoeding voor de mentor vast.

Een mentor behartigt de persoonlijke belangen van belanghebbende en kan dus naast bewindvoering voorkomen. Familieleden die als mentor zijn benoemd ontvangen geen vergoeding. Professionele mentoren zijn mentoren die (artikel 1:452 lid 7 BW):

  • ten minste 3 personen onder hun hoede hebben;

  • aan de kwaliteitseisen van het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren voldoen; en

  • aan de aantal verplichtingen zoals bedoeld in artikel 3:15i BW voldoen.

Als een mentor niet voldoet aan deze eisen, wordt hij een familiementor genoemd. Dit is niet hetzelfde als een familielid als mentor. Voor een familiementor kan bijzondere bijstand worden verstrekt.

-Hoogte bijzondere bijstand:

de door de kantonrechter vastgestelde kosten. Deze kosten zijn gebaseerd op de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. De jaarbeloning bedraagt:

Categorie mentorschap

Aantal personen

Mentor

Hoogte vergoeding

Standaard

1 persoon

Familiementor (niet beroepsmatige mentor)

€ 599,30 per jaar, inclusief onkostenvergoeding (artikel 1 lid 2 onderdeel c Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren)

Standaard

2 personen (gehuwd in gemeenschap van goederen of die op andere wijze samen een economische eenheid vormen)

Familiementor (niet beroepsmatige mentor)

€ 1.078,80 per jaar, inclusief onkostenvergoeding (artikel 1 lid 5 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren)

In artikel 1 lid 5 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren wordt niet expliciet benoemd dat het gaat om de jaarbeloning, inclusief onkostenvergoeding. De redactie van Grip op is van mening dat artikel 1 lid 5 echter wel in die zin gelezen moet worden omdat in de algemene toelichting wordt aangegeven dat wordt uitgegaan van een forfaitaire jaarbeloning op basis van het aantal uren waarin de werkzaamheden jaarlijks worden uitgeoefend, inclusief een onkostenvergoeding (zie Stcrt. 2014, 32149 p. 6).

Standaard

1 persoon

Professionele mentor

€ 1.103,70, inclusief onkostenvergoeding en exclusief BTW (artikel 4 lid 2 onderdeel a Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren)

Persoon in de leeftijd van 18 t/m 23 jaar die jeugdhulp heeft gehad in verband met een psychisch of psychosociaal probleem, psychische stoornis, gedragsproblemen of verstandelijke beperking

1 persoon

Professionele mentor

€ 1.428,30, inclusief onkostenvergoeding en exclusief BTW (artikel 4 lid 2 onderdeel b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren)

Standaard

2 personen (gehuwd in gemeenschap van goederen of die op andere wijze samen een economische eenheid vormen)

Professionele mentor

€ 1.986,70, inclusief onkostenvergoeding en exclusief BTW (artikel 8 lid 2 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren)

Gecombineerde vorm van mentorschap (standaard en psychisch)

2 personen (gehuwd in gemeenschap van goederen of die op andere wijze samen een economische eenheid vormen)

Professionele mentor

€ 2.278,80, inclusief onkostenvergoeding en exclusief BTW (artikel 8 lid 3 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren)

2x mentorschap wegens psychische problemen

2 personen (gehuwd in gemeenschap van goederen of die op andere wijze samen een economische eenheid vormen)

Professionele mentor

€ 2.571 inclusief onkostenvergoeding en exclusief BTW (artikel 8 lid 4 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren)

Daarnaast kan de mentor extra werkzaamheden verrichten:

Soort werkzaamheden

Hoogte vergoeding

Aanvangswerkzaamheden

€ 519,40

Bewindvoerder die wordt benoemd van 2 personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen:

€ 934,90

Verhuizing

€ 324,60

Bewindvoerder die wordt benoemd van 2 personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen:

€ 324,60

Beheren van een persoonsgebonden budget

€ 486,90

Bewindvoerder die wordt benoemd van 2 personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen:

€ 486,90

Let op: als sprake is van uitzonderlijke omstandigheden kan de kantonrechter de beloning van de mentor op andere wijze vaststellen.

  • -

    Bewijsstukken:

  • a.

    d e beschikking van de kantonrechter waarin de mentor wordt benoemd;

  • b.

    bewijs waaruit blijkt dat de kosten bestaan en niet hoger zijn dan door de kantonrechter is vastgesteld.

    2.2.15 Onderwijsbijdrage en schoolkosten

Voor de tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten kunnen belanghebbenden met kind(eren) in de leeftijd van 16 tot 18 jaar die onderwijs volgen op een MBO een vergoeding van € 119,- per jaar (prijspeil 2017) ontvangen uit het kindgebonden budget. Als de daadwerkelijke kosten voor schoolondersteunende middelen (boeken) en lesbenodigdheden (afhankelijk van de opleiding, bijvoorbeeld kappersset of koksmessen) hoger zijn dan de vergoeding uit het kindgebonden budget, is bijzondere bijstand mogelijk. We verstrekken enkel bijzondere bijstand voor het deel van de kosten dat hoger is dan de vergoeding uit het kindgebonden budget. Het is hierbij niet relevant of belanghebbende daadwerkelijk gebruik maakt van de vergoeding uit het kindgebonden budget.

Voorwaarde voor verstrekking van bijzondere bijstand is dat belanghebbende geen vergoeding kan ontvangen van het Provinciaal Groninger Studiefonds. Daarnaast verstrekken wij geen bijzondere bijstand voor de meerkosten die ontstaan omdat het kind/de kinderen van belanghebbende niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school bezoekt/bezoeken, maar een verder weggegelegen school. Bijzondere bijstand voor schoolondersteunende middelen in het voortgezet onderwijs is niet mogelijk omdat deze gratis worden verstrekt. Zie paragraaf 2.2.16 als sprake is van reiskosten.

-Hoogte bijzondere bijstand:

d e werkelijke kosten voor schoolondersteunende middelen , verminderd met de vergoeding uit het kindgebonden budget. Zie paragraaf 2.2.16 a ls een vergoeding wordt verstrekt voor reiskosten ;

-Bewijsstukken:

b rief van de school waaruit de schoolkosten blijken, of een ander bewijs.

2.2.16 Reiskosten

Algemeen

De reiskostenvergoeding binnen de provincies Groningen en Drenthe is € 0,25 per kilometer, ongeacht de vorm van vervoer. Buiten de provincies Groningen en Drenthe geldt een vergoeding overeenkomstig de goedkoopste adequate vorm van openbaar vervoer.

Hierop zijn twee uitzonderingen:

  • De reiskostenvergoeding woon-werkverkeer bedraagt € 0,19 per kilometer (maximaal onbelaste vergoeding van de Belastingdienst).

  • De reiskosten voor stage/opleiding voor kinderen tot 18 jaar worden vergoed op basis van het goedkoopste adequate openbaar vervoer.

Wij verwachten dat minderjarige kinderen in de leeftijd van vier tot en met elf jaar met hun ouder(s)/verzorger(s) meereizen. Bij gebruik van een OV-chipkaart kunnen in Groningen en Drenthe drie kinderen in deze leeftijdscategorie gratis meereizen met een volwassene in de bussen van Qbuzz.

Voor kosten voor de aanschaf of vervanging van een OV-chipkaart is geen bijzondere bijstand mogelijk. Deze kosten zijn algemeen gebruikelijk.

Reiskosten stage/opleiding voor kinderen tot 18 jaar

Bijzondere bijstand verlenen voor reiskosten van huis naar school of stageadres (vv) van ten laste komende kinderen, op basis van het openbaar vervoer (jeugdabonnementen), voor zover en inzoverre:

  • -

    de directe schoolkosten hoger zijn dan de tegemoetkoming uit het kindgebonden budget als bedoeld in paragraaf 2.2.15, de vergoeding van het provinciaal Groninger studiefonds en eventuele overige voorzieningen;

  • -

    de dichtstbijzijnde school in het voortgezet (dag)onderwijs buiten de gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde is gelegen en de reisafstand tussen het woonadres en de school meer bedraagt dan 10 kilometer. Bijzondere bijstand voor de reiskosten naar een verder gelegen school worden slechts vergoed als er sprake is van zeer dringende redenen.

MBO’ers van 16 en 17 jaar kunnen uiterlijk 1 januari 2017 gebruik maken van een OV-studentenkaart. We vergoeden geen reiskosten aan scholieren/studenten die gebruik maken of kunnen maken van deze kaart.

Woon-werkverkeer

Voor zover kosten voor woon-werkverkeer niet vergoed worden door de werkgever kan hiervoor onder voorwaarden bijzondere bijstand verleend worden als de werkplek minimaal tien kilometer van de woonplaats van de belanghebbende is gelegen. Het college verstrekt geen bijzondere bijstand voor reiskosten woon-werkverkeer als het college het participatiebudget kan inzetten voor deze kosten. Als dit niet mogelijk is en de kosten zijn noodzakelijk en gezien de te verwerven inkomsten rendabel wordt bijstand verleend voor de kosten van de goedkoopste adequate voorziening tot maximaal de vergoeding die vanuit het Participatiebudget wordt verstrekt voor deze kosten.

Detentiebezoek

Onder bepaalde voorwaarden kan bijzondere bijstand worden ontvangen voor de kosten van vervoer van het woonadres van de belanghebbende naar de inrichting waar de gedetineerde verblijft. De bijstand wordt maximaal eens per drie weken verstrekt. Voor zover meer bezoek noodzakelijk is moet dit worden aangetoond door middel van een schriftelijke verklaring van reclassering of inrichting.

De noodzaak voor het bezoeken van een gedetineerde wordt aanwezig geacht indien:

  • de gedetineerde behoort tot het gezin van belanghebbende, en:

  • de belanghebbende op hetzelfde adres woont als de gedetineerde, en:

  • de gedetineerde in een gesloten inrichting verblijft en geen recht heeft op verlof.

Zieke familieleden

Onder bepaalde voorwaarden kan bijzondere bijstand worden ontvangen voor de kosten van vervoer van het woonadres van de belanghebbende naar het verpleegadres van een ziek familielid. De kosten moeten noodzakelijk zijn. Deze noodzaak wordt aanwezig geacht indien:

  • de zieke bloedverwant in de eerste of tweede graad is van de cliënt en verkeert in een levensbedreigende situatie (maximaal eenmaal per dag);

  • de zieke behoort tot het gezin van de cliënt en op hetzelfde adres verblijft (maximaal eenmaal per dag);

  • de zieke bloedverwant in de eerste of tweede graad is van de cliënt van de cliënt (maximaal tweemaal per week);

  • de zieke verblijft in een inrichting, en deze inrichting buiten de gemeente is gelegen, maar wel in Nederland.

Afhankelijk van de ernst van de situatie kan van bovenstaande worden afgeweken en maatwerk worden geboden. Verder kan naarmate de situatie voortduurt, het noodzakelijk te achten aantal bezoeken - zeker als het om volwassenen gaat - afnemen.

Mantelzorg

Onder bepaalde voorwaarden kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de kosten van het vervoer van het woonadres van de belanghebbende die mantelzorg verleent naar het adres van de persoon die deze mantelzorg ontvangt.

De definitie van mantelzorg is: Mantelzorg is zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie.

Voor een vergoeding van reiskosten gelden de volgende voorwaarden:

  • de mantelzorger is bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de hulpbehoevende. Onder bloedverwant wordt ook verstaan een pleegkind of –ouder;

  • de mantelzorg is onvermijdelijk en kan redelijkerwijs slechts verricht worden door de belanghebbende;

  • de hulpbehoevende is niet in staat om de mantelzorger een vergoeding te verstrekken voor de door hem gemaakte reiskosten;

  • de hulpbehoevende ontvangt geen pgb of een andere vergoeding voor de zorg die wordt verleend;

  • de reisafstand tussen het adres van de aanvrager en degene aan wie hij mantelzorg verleent, bedraagt niet meer dan 10 kilometer.

  • de mantelzorg wordt minimaal acht uur per week geleverd gedurende een aansluitende periode van minimaal drie maanden.

DNA-onderzoek

Als een toegelaten asielgerechtigde/vluchteling als reiskosten maakt voor DNA-onderzoek, is hiervoor onder voorwaarden bijzondere bijstand mogelijk. Zie paragraaf 2.2.8.

Hoogte bijzondere bijstand voor reiskosten en benodigde bewijsstukken

  • -

    Hoogte bijzondere bijstand:

  • a.

    € 0,25 per kilometer voor reizen binnen de provincies Groningen en Drenthe, € 0,19 per kilometer voor woon-werkverkeer, tot maximaal de vergoeding die vanuit het Participatiebudget wordt verstrekt voor deze kosten;

  • b.

    buiten de provincies Groningen en Drenthe: de werkelijke kosten voor het goedkoopste adequate openbaar vervoer, verminderd met de draagkracht .

  • -

    Bewijsstukken:

  • a.

    bewijs waaruit blijkt dat het bezoek is afgelegd;

  • b.

    vervoersbewijzen of reisoverzicht OV-chipkaart, mits gebruik is gemaakt van het openbaar vervoer.

    2.2.17 Schulden

Hoofdregel

Bijstand voor schulden is niet mogelijk. Wij verwijzen de aanvrager door naar de gemeentelijke kredietbank.

Uitzondering

In uitzonderingsgevallen is bijstand voor een huur- en of energieschuld wel mogelijk:

  • -

    als belanghebbende tijdens het ontstaan van de schuld of na die tijd beschikte over onvoldoende middelen om de huur en/of energie te betalen; of

  • -

    als er sprake is van een zeer dringende reden.

Toelichting:

Als een belanghebbende de huur en energierekening niet betaalt als gevolg van een gebrek aan (voldoende) inkomen of vermogen kan dit aanleiding zijn bijstand te verlenen. Dit is het geval als er geen (voldoende) inkomsten waren noch vermogen en het aannemelijk is dat hierdoor de huur- en/of energieschuld is ontstaan. Dit geldt niet als het gebrek aan middelen veroorzaakt is door verwijtbaar gedrag (bijvoorbeeld een opgelegde verlaging van bijstand) of als het wettelijk onmogelijk is bijstand te verlenen (bijvoorbeeld detentie).

Er is sprake van een zeer dringende reden:

  • als er sprake is van een acute noodsituatie, en:

  • de behoeftige omstandigheden op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen (tijdelijke opvang elders mogelijk? Geldlening bij de (krediet)bank of familie mogelijk? Regeling mogelijk? etc.), en:

  • het niet verlenen van bijstand tot een levensbedreigende situatie leidt, of kans op blijvend letsel bestaat of leidt tot herhaalde psychiatrische opname.

De dreiging van een huisuitzetting, het bestaan van een grote schuldenlast of een dreigende afsluiting van energie, is in de regel geen zeer dringende reden. Ook de daadwerkelijke uitzetting of afsluiting is op zich onvoldoende voor het aannemen van een zeer dringende reden.

Of bijstand verleend kan worden is afhankelijk van de vraag waardoor een huur- en/of energieschuld is ontstaan. Zo kunnen extra noodzakelijke kosten als gevolg van bijvoorbeeld ziekte aanleiding zijn bijstand te verlenen. Uiteraard slechts dan als de aannemelijkheid hiervan vast staat en het aannemelijk is dat de (huur- en energie)schulden hierdoor zijn ontstaan.

Vermogen

Gelet op de aard van de kosten geldt hier dat het vermogen volledig ingezet moet worden voor het oplossen van de huur- en energieschulden. Ook voor een auto geldt hier niet de gebruikelijke vrijlating als aangegeven voor de algemene bijstand. Als de auto geen noodzaak is, wordt verlangd deze te verkopen om hiermee de schuld (deels) af te lossen. Dit geldt ook voor de overige duurzame gebruiksartikelen die in waarde de algemeen gebruikelijke goederen te boven gaan. Te denken valt hierbij aan caravans, boten, motoren, scooters, dure fietsen, dure audiovisuele zaken, etc.

Vorm van bijstand

Bijstand voor (gedeeltelijke aflossing van) schulden wordt verleend in de vorm van een geldlening (artikel 48, tweede lid, en onder d PW).

De aflossing is 6% van de voor belanghebbende geldende norm, vermeerderd met 50% van het inkomen boven de bijstandsnorm. De norm is de basisnorm vermeerderd met een eventuele toeslag of verlaging als bedoeld in de Bijstandsverordening of bij jongeren inclusief de eventuele toeslag voor noodzakelijk uitwonend.

Als de schuld ontstaan is door een gebrek aan middelen omdat de alleenstaande, de alleenstaande ouder of het gezin niet beschikte over een inkomen op bijstandsniveau en dit niet verwijtbaar is, wordt de bijstand om niet verleend.

Opleggen verplichting

Bijstand voor schulden wordt verleend onder de verplichting tot budgetbeheer, hetzij via de kredietbank dan wel via doorbetaling van de woon- en energielasten vanuit de uitkering (artikel 57 PW). Deze verplichting moet in de beschikking opgenomen worden.

Voorliggende voorziening

Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening, zoals bijvoorbeeld:

  • geldlening;

  • de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp).

Recht op bijzondere bijstand

Er wordt geen bijzondere bijstand verleend voor de geldlening, schuldhulpverlening of schuldsanering, omdat de voorliggende voorziening als passend en toereikend wordt beschouwd.

Er geldt geen enkele vrijlating van vermogen, zie paragraaf 1.6.2.

2.2.18 Uitvaartkosten

Bijzondere bijstand ten behoeve van uitvaartkosten kan verleend worden aan erfgenamen en bloed- en aanverwanten die krachtens de artikelen 392-396 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest, voor zover de uitvaartkosten niet uit de nalatenschap voldaan kunnen worden en de erfgenaam of bloed-/aanverwante niet over toereikende middelen beschikt om (zijn aandeel in) de uitvaartkosten te voldoen.

De volgende kosten kunnen daarbij als noodzakelijk worden aangemerkt:

  • legeskosten overlijdensakte;

  • rouwkaarten en advertentie;

  • werkzaamheden uitvaartverzorger;

  • eenvoudige kist;

  • grafrechten (voor een algemeen graf, niet voor een graf in eigendom);

  • rouwauto met maximaal 1 volgauto;

  • opbaren in rouwcentrum;

  • dragers;

  • eenvoudige grafzerk.

Als niet noodzakelijke kosten worden beschouwd:

•kosten eredienst en/of kosten die voortvloeien uit culturele en religieuze achtergrond.

De bijzondere bijstand voor uitvaartkosten wordt in beginsel om niet verleend.

-Hoogte bijzondere bijstand:

de noodzakelijke kosten voor lijkbezorging. De Nibudnormen gelden als uitgangspunt.

-Bewijsstukken:

nota uitvaartonderneming, of een ander bewijs.

2.2.19 Verblijfsvergunningen, verlenging of wijziging

Voor vreemdelingen die beschikken over een voor de bijstand geldige verblijfstitel (zie bijlage 3) is bijzondere bijstand voor de (leges)kosten van verlenging of wijziging van een verblijfsvergunning mogelijk als ze voldoen aan de overige voorwaarden voor bijzondere bijstand. De (leges)kosten van naturalisatie worden niet aangemerkt als noodzakelijke kosten. Voor de kosten van een eerste aanvraag tot verblijf wordt geen bijstand verstrekt omdat aanvrager dan niet tot de kring van rechthebbenden behoort.

-Hoogte bijzondere bijstand:

het bedrag van de kosten.

-Bewijsstukken:

nota's legeskosten.

2.2.20 Woonkostentoeslag eigen woning

Wij houden direct rekening met de belastingteruggaaf in verband met negatieve inkomsten eigen woning en de fiscale aftrek (netto hypotheekrente). De toeslag wordt telkens voor maximaal een kalenderjaar toegekend. De hoogte van de toeslag wordt gebaseerd op de beleidsregels bijzondere bijstand die van kracht zijn op het moment van toekenning. Bij een verlenging van de toeslag gelden de beleidsregels bijzondere bijstand die op dat moment van kracht zijn.

-Hoogte bijzondere bijstand:

voor het berekening van de toeslag wordt rekening gehouden met de rente voor schulden in verband met de woning (dus niet met de aflossing),de fiscale aftrek (netto hyptheekrente) en een forfaitair bedrag voor onderhoud en onroerendzaakbelasting etc. Dit forfaitair bedrag is € 95,00(norm 1 januari 2017). Zijn de totale kosten (rente, forfaitair bedrag) hoger dan de huur waarvoor maximaal huurtoeslag mogelijk is of moet meer woonkostentoeslag worden verstrekt dan de theoretische huurslag geldt een verhuisplicht. Maximaal geldt dan een periode van een half jaar. Als deze situatie voorzienbaar was, wordt de bijstand geweigerd.

2.2.21 Woonkostentoeslag huurwoning

Woonkostentoeslag is tijdelijk mogelijk als de huurtoeslag buiten eigen schuld te laag is gezien het actueel inkomen. De woonkostentoeslag wordt uiterlijk tot aan het begin van het nieuwe jaar toegekend (1 januari). Als de huur te hoog is voor voldoende huurtoeslag, wordt een verhuisplicht opgelegd. Afhankelijk van de omstandigheden wordt maximaal 6 maanden de kans gegeven iets anders te zoeken. Voor zover de situatie voorzienbaar was, wordt de bijstand voor de meerkosten geweigerd. De hoogte van de toeslag wordt gebaseerd op de beleidsregels bijzondere bijstand die van kracht zijn op het moment van toekenning. Bij een verlenging van de toeslag gelden de beleidsregels bijzondere bijstand die op dat moment van kracht zijn.

-Hoogte bijzondere bijstand:

de woonkostentoeslag is gelijk aan de huurtoeslag bij een bijstandsinkomen. Een proefberekening kan worden gemaakt op www.belastingdienst.nl/toeslagen. Voor een uitkeringsgerechtigde zonder kostendelersnorm is de schatting van het belastbaar inkomen € 15.030,00 voor gehuwden € 9.720,00 per partner.

-Bewijsstukken:

huurspecificatie, beschikking belastingdienst.

Bijlagen

De bijlagen 1 en 2 maken integraal onderdeel uit van deze beleidsregels.

Slotbepalingen

  • 1.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Hoogezand-Sappemeer 2017.

  • 2.

    Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2017 en per die datum worden ingetrokken de Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Hoogezand-Sappemeer 2015, vastgesteld op 11 december 2014.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 10 januari 2017.

Burgemeester P.M.M. de Jonge Secretaris J. Vos

 

Bijlage 1 Meerkosten dieetvoeding (prijspeil 2017)

Ziektebeeld

Type dieet

Meer-kosten

 

 

 

Algemene symptomen

 

 

Groeiachterstand bij kinderen

Energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt

€ 900,00

 

Energieverrijkt

€ 700,00

Ondervoeding

Energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt

€ 900,00

 

Energieverrijkt

€ 700,00

Decubitus

Energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt

€ 900,00

 

 

 

Hartziekten

 

 

Decompensatio cordis, hartfalen

Natriumbeperkt

€ 100,00

 

 

 

Luchtwegen

 

 

Chronische obstructieve longziekten (COPD)

Energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt

€ 900,00

 

Energieverrijkt

€ 700,00

 

 

 

Infectieziekten

 

 

Aids

Energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt

€ 900,00

 

 

 

Nierziekten

 

 

nierziekten

Natriumbeperkt

€ 100,00

Chronische niersufficiëntie met hemodialyse

Eiwitverrijkt in combinatie met natriumbeperkt

€ 550,00

Nefrotisch syndroom

Natriumbeperkt

€ 100,00

 

 

 

Oncologie

 

 

Oncologie

Energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt

€ 900,00

 

Energieverrijkt

€ 700,00

 

 

 

Maag-, darm- en leverziekten

 

Chronische pancreatitis

Energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt

€ 900,00

Coeliakie en ziekte van Dühring

Glutenvrij

€ 900,00

 

Glutenvrij in combinatie met lactosebeperkt/-vrij

€ 1.050,00

Cystic fibrosis

Energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt

€ 900,00

 

Energieverrijkt

€ 700,00

Dumping syndroom

Lactosebeperkt/ -vrij

€ 200,00

Lactose-intolerantie

Lactosebeperkt/ -vrij

€ 200,00

Prikkelbaredarmsyndroom

Fermenteerbare oligosachariden, disachariden, monosachariden en polyolenbeperkt (FODMAP)

€ 900,00

Short bowel syndroom

Energieverrijkt in combinatie met MCT-vetverrijkt

€ 700,00

 

Energieverrijkt in combinatie met MCT-vetverrijkt (met vitaminepreparaat)

€ 750,00

Overig

Energieverrijkt

€ 700,00

 

Energieverrijkt (met vitaminepreparaat)

€ 750,00

 

Energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt

€ 900,00

 

 

 

Metabole ziekten

 

 

Eiwitstofwisselingsstoornis (bijvoorbeeld PKU en hyperlysinemie)

Sterk eiwitbeperkt

€ 2.700,00

Fructose-intolerantie

Fructosebeperkt

€ 250,00

Galactosemie

Galactosevrij

€ 200,00

Glycogeenstapelingsziekte

Sacharose-, fructose-, lactose- en vetbeperkt

€ 650,00

Hypercholesterolemie

Verzadigd vetbeperkt in combinatie met fyto/ plantensterolen verrijkt

€ 100,00

Insulineresistentie

Sterk koolhydraatbeperkt zonder energiebeperking

€ 250,00

Sacharase isomaltase deficiëntie

Sterk sacharosebeperkt in combinatie met (iso)maltosebeperkt

€ 800,00

Vetstofwisselingsstoornis

Vetbeperkt in combinatie met MCT-verrijkt

€ 700,00

 

 

 

Overige

 

 

Voedselovergevoeligheid

Koemelkeiwitvrij

€ 300,00

 

Kippenei-eiwitvrij

€ 100,00

 

Lactosebeperkt/ -vrij

€ 200,00

 

Tarwevrij

€ 600,00

 

Tarwijvrij in combinatie met kippenei-eiwitvrij

€ 700,00

 

Koemelkeiwitvrij in combinatie met kippenei-eiwitvrij

€ 350,00

 

Koemelkeiwitvrij in combinatie met soja-eiwitvrij

€ 350,00

 

Koemelkeiwitvrij in combinatie met kippenei-eiwitvrij en soja-eiwitvrij

€ 400,00

 

Koemelkeiwitvrij in combinatie met kippenei-eiwitvrij, soja-eiwitvrij en tarwevrij

€ 950,00

 

Koemelkeiwitvrij in combinatie met glutenvrij (tevens tarwevrij)

€ 1.100,00

Brandwonden

Energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt

€ 900,00

Lymfe lekkage

Eiwitverrijkt in combinatie met sterk (LCT-) vetbeperkt en MCT-verrijkt

€ 700,00

Epilepsie

sterk koolhydraatbeperkt in combinatie met eiwitbeperkt en vetverrijkt

€ 150,00

Overige diëten

 

€ nihil

Bijlage 2 Prijzen woninginrichting

Maximumbedragen voor volledige woninginrichting (prijspeil 201 7 )

Gezinssamenstelling

Procentueel verschil met norm alleenstaande zelfstandig wonend

maximumbedrag

 

 

 

Alleenstaande kamerbewoner

-/- 58,05%

€ 1.223,74

 

 

 

Alleenstaande zelfstandig wonend

-

€ 2.108,08

Alleenstaande met 1 kind

28,17%

€ 2.701,93

Alleenstaande met 2 kinderen

43,85%

€ 3.032,47

Alleenstaande met 3 kinderen

67,31%

€ 3.527,03

Alleenstaande met 4 kinderen

83,60%

€ 3.870,43

 

 

 

Echtpaar zonder kinderen

15,24%

€ 2.429,35

Echtpaar met 1 kind

41,68%

€ 2.986,73

Echtpaar met 2 kinderen

64,79%

€ 3.473,90

Echtpaar met 3 kinderen

80,48%

€ 3.804,66

Echtpaar met 4 kinderen

96,16%

€ 4.135,21

Voor elk persoon meer dan boven aangegeven, per persoon te vermeerderen met € 300,00.

In 2012 is het maximumbedrag voor een alleenstaande zelfstandig wonend onderzocht op basis van een grotendeels tweedehands woninginrichting. De overige maximumbedragen worden hiervan afgeleid. De relatief grote toename in kosten bij kinderen kan worden verklaard omdat voor een gezin met kinderen een tweedehands wasmachine niet volstaat. Een tweedehands wasmachine volstaat wel voor een alleenstaande of een echtpaar zonder kinderen. De prijzen zijn in 2017 geïndexeerd met 1,1%.

Prijzen veelvoorkomende kosten (prijspeil 201 7 )

Vloerbedekking excl. ondervloer en legloon € 25,00 1m*4m

Behang € 7,00 per rol (10m)

Behanglijm € 10,00 1 pak per 3-5 rollen

Overgordijnen € 7,00 tweedehands

Stofzuiger € 15,00 tweedehands

Fiets € 100,00 tweedehands

De bovenstaande prijzen zijn afgeleid van eigen waarneming en opgave van de kringloopwinkel van BWRI.

Bijlage 3 Schema recht op bijstand vreemdelingen

Hierna volgt aan de hand van de BRP-codes en de verschillende documenten een schematisch overzicht van het recht op bijstand voor vreemdelingen. Tevens wordt vermeld of het college de eventuele bijstandsverlening moet melden aan de IND. Het college mag daarbij in beginsel uitgaan van de juistheid van de in de BRP vermelde code. Niet de BRP-code is bepalend maar de werkelijke verblijfstitel is doorslaggevend (zie Vzr. Rechtbank Almelo 16-01-2007, nr. 06/1469 WWB en CRvB 28-09-2010, nr. 08/1335 WWB). De code in de BRP is voor de verblijfspositie van een belanghebbende op zichzelf niet bepalend (zie CRvB 21-04-2009, nr. 07/5530 WWB).

Onderdanen van EU-/EER-landen hebben een rechtstreeks aan het Europese recht ontleend verblijfsrecht. EU-burgers kunnen op vertoon van hun paspoort/ID-kaart aantonen dat zij mogen verblijven en werken in Nederland. Kroaten hebben een tewerkstellingsvergunning nodig.

BRP

Document

Recht op bijstand

Melding IND

21

I (vbtr)

Ja

Ja*

22

I (vbtr)

Ja

Ja*

23

I (vbtr)

Ja

Ja*

24

I (vbtr)

Ja

Ja*

25

II (votr)

Ja

Nee

26

III (vbta)

Ja

Nee

27

IV (vota)

Ja

Nee

28

EU/EER (actief) – paspoort/ID-kaart

Ja

Ja, tenzij beroep op bijstand minder is dan 50% toepasselijke norm

29

EU/EER (niet-actief) – paspoort/ID-kaart

Ja

Ja

30

-

Ja**

Ja**

31

Sticker of W-document

Nee (zie bijv. Rb. Rotterdam 11-11-2002, JABW 2003, 21), evt. Rvb

Nee

32

W-document

Nee, wel Rva

Nee

33

I

Ja, en als het gaat om verlenging of bezwaar / beroep dan alleen als de uitspraak in Nederland mag worden afgewacht

Ja, indien aantekening over beroep op publieke middelen is vermeld

 

II

Ja, mits in Nederland uitspraak mag worden afgewacht

Ja, indien aantekening over beroep op publieke middelen is vermeld

 

III

Ja, en als het gaat om beroep dan alleen als de uitspraak in Nederland mag worden afgewacht

Nee

 

IV

Ja, mits in Nederland de uitspraak mag worden afgewacht

Nee

34

I (verlopen). In de tussentijd ev. sticker of W-document

Nee, tenzij verschoonbaar

Ja, indien aantekening over beroep op publieke middelen is vermeld

 

III (verlopen). In de tussentijd ev. sticker of W-document

Nee, tenzij verschoonbaar

Nee

35

I

Ja

Ja

36

EU (actief, arbeid specifiek) – EU/EER-document (Kroaten)

Ja

Ja

37

EU (niet-actief, arbeid specifiek) – EU/EER-document (Kroaten)

Ja

Ja

38

EU/EER-document (Kroaten)

Ja**

Ja**

 39

Geen arbeid – W2-document

Nee****

Nee

40

EU (arbeid vrij) – duurzaam verblijf burgers van de Unie, paspoort/ID-kaart

Ja

Nee

41

Rechtmatig verblijf is beëindigd*****

Nee

Nee

42

Rechtmatig verblijf op grond van voorlopige maatregel EHRM, geen arbeid – Sticker of W-document

Nee, wel mogelijk opvang door COA of noodopvang door college op grond van de Wmo (vergelijk CRvB 09-11-2011, nr. 11/3582 WWB en CRvB 09-11-2011, nr. 11/3583 WMO)

Nee

43

Rechtmatig verblijf op aanwijzing Minister van Justitie, geen arbeid – Sticker of W-document

Ja/Nee******

Nee

91

A-, B-, C-, D-document

Ja

Nee

92

F-document

Ja

Nee

93

D-doc. met beperkingen

Ja

Ja***

98

Geen verblijfstitel (meer)

Nee

Nee

Rva = Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005

Rvb = Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen

vbta = verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel

vbtr = verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier

vota = verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd asiel

votr = verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier

Bovenstaande codes zijn niet zonder meer bruikbaar om een antwoord te geven op de vraag of een vreemdeling met een bepaalde BRP-code ook daadwerkelijk tot de kring van rechthebbenden van de Participatiewet behoort; immers de feitelijke situatie waarin een vreemdeling zich bevindt verschilt van geval tot geval. Zoals hierboven reeds is aangegeven is de daadwerkelijke verblijfstitel doorslaggevend.

De codes 91, 92 en 93 zijn overgangscodes naar de Vreemdelingenwet 2000. De bijbehorende A-, B-, C-, D- en F-documenten golden onder de oude Vreemdelingenwet en zullen inmiddels grotendeels zijn vervangen, waarbij ook de BRP-code is geconverteerd. In de praktijk zullen deze overgangscodes daarom nauwelijks nog worden aangetroffen. Per 1 juni 2013 is de juridische grondslag van codes 91, 92 en 93 (artikel 115 Vreemdelingenwet 2000) komen te vervallen.

Code 30 is een procedurecode. Hier zitten EU- en niet-EU onderdanen in die een aanvraag hebben lopen. Code 38 is de procedurecode voor een aanvraag van een EU-onderdaan uit een nieuw verdragsland. Ook code 31 tot en met 34 zijn procedurecodes.

*Bij vreemdelingen met de code 21, 22, 23 of 24 moet het college volgens de informatie uit de Verzamelbrief december 2009 (bijlage 15) slechts melding maken bij de IND als op het document een aantekening is vermeld over beroep op publieke middelen. Uit de praktijk blijkt echter dat deze aantekening vrijwel altijd ontbreekt in situaties waarin desondanks een melding dient plaats te vinden. De nuancering uit de verzamelbrief is daarom achterwege gelaten.

**De codes 30 en 38 geven als zodanig formeel aan dat iemand (nog) geen recht op bijstand heeft, maar EU/EER-onderdanen hebben een rechtstreeks uit het Gemeenschapsrecht voortvloeiend verblijfsrecht en kunnen daarom (ondanks de code 30 of 38) toch recht op bijstand hebben. Het enkele feit dat een EU-onderdaan staat geregistreerd onder verblijfscode 30 of 38 is onvoldoende om aan te nemen dat hij niet rechtmatig in Nederland verblijft aangezien van rechtmatig verblijf moet worden uitgegaan zolang door de IND geen besluit is genomen over de beëindiging van het verblijfsrecht (zie CRvB 18-03-2013, nrs. 10/3138 WWB-T e.a.). In geval van bijstandsverlening dient daarvan een melding te worden gedaan aan de IND.

***In bijlage 15 bij de Verzamelbrief december 2009 wordt aangegeven dat hier geen melding nodig is. Het gaat echter bij code 93 om personen bij wie de arbeidsmarktbeperkingen door de IND nog nader bepaald moeten worden; melding van de bijstandsverlening is dan ook vereist.

****Bij code 39 is er nog geen asielaanvraag ingediend. Code 39 is een voorcode ten opzichte van code 31 en code 32. Het indienen van een asielaanvraag levert geen bijstand op. De periode voorafgaand aan het indienen van een asielaanvraag ook niet.

*****Bij code 41 is het rechtmatig verblijf beëindigd. Als nog tijdig een procedure is aangetekend valt het onder code 33, anders onder code 98. De feitelijke toestand is dus bepalend.

******Bij code 43 moet gekeken worden naar de verblijfsvergunning die belanghebbende heeft. Als aan belanghebbende uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 8 onderdeel j Vw 2000 bestaat recht op Rva via het COA.

Bij twijfel over de juistheid van de BRP-code kan informatie worden opgevraagd bij het Koppelingsbureau van de IND.

Bijlage 4 Schema recht op bijstand gemeenschapsonderdanen

Met gemeenschapsonderdanen wordt bedoeld: alle onderdanen van de EU, EER en Zwitserland en hun familieleden. Het gaat dan om familieleden die niet zelf de nationaliteit van een lidstaat van de EU, EER of Zwitserland bezitten (de zogenaamde derde-landers), anders zouden ze zelf immers onderdaan van een EU/EER-lidstaat of Zwitserland zijn.

Het betreft de volgende landen:

  • EU: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden. Nederlanders zijn ook EU-onderdanen, maar worden in de regel niet beschouwd als gemeenschapsonderdanen.

  • EER: IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.

  • Zwitserland.

Nederlander is geen gemeenschapsonderdaan

Let op: een Nederlander wordt in Nederland niet gezien als een gemeenschapsonderdaan, tenzij sprake is van een remigrerende Nederlander die enige tijd (bijvoorbeeld zes maanden) in een andere lidstaat heeft verbleven. De regels over rechtmatig verblijf zijn immers alleen van toepassing op onderdanen die verblijven in een andere staat dan hun eigen staat. Dat betekent dat familieleden van een Nederlander die niet de nationaliteit van een lidstaat bezitten (bijvoorbeeld een Afrikaanse of Aziatische partner), geen rechten kunnen ontlenen aan het hiervoor besproken gemeenschapsrecht.

Beperkingen nieuwe lidstaten

Voor de onderdanen van het op 1 juli 2013 tot de EU toegetreden Kroatië gelden voorlopig beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid. Onderdanen van deze lidstaat hebben een tewerkstellingsvergunning nodig om in Nederland te mogen werken. Zie hiervoor bijlage 3.

Zie voor meer informatie Grip op Participatiewet van Schulinck: Bijstand > Recht op bijstand > Vreemdelingen > Gemeenschapsonderdanen.

In onderstaand schema staat of een gemeenschapsonderdaan recht heeft op bijstand:

 

 

Naar boven