Derde wijziging 2017 CAR-UWO 2016 van de gemeente Leek

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leek;

 

gelezen het advies met registratienummer 2017004363;

 

gelet op ledenbrief 17/033 van het LOGA;

 

gelet op artikel 125, lid 2 van de Ambtenarenwet;

 

B E S L U I T :

 

vast te stellen de derde wijziging 2017 CAR-UWO 2016 van de gemeente Leek.

 

Artikel 1  

 

  • 1.

    Artikel 1:1, lid 1, sub rr te wijzigen waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • rr.

      salaristoelagen: de in paragraaf 3 van hoofdstuk 3 genoemde toelagen te weten: de functioneringstoelage, de waarnemingstoelage, de toelage onregelmatige dienst, de buitendagvenstertoelage, de toelage beschikbaarheidsdienst, de inconveniententoelage, de arbeidsmarkttoelage, de garantietoelage en de afbouwtoelage, die aan de medewerker zijn toegekend. Deze werden tot 1 januari 2016 tot de bezoldiging gerekend;

 

  • 2.

    Artikel 1:2, lid 1, sub c te wijzigen waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • c.

      de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand als zodanig;

 

  • 3.

    Artikel 2:7, lid 1 te wijzigen, waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • 1.

      Overeenkomstig de Wet flexibel werken heeft een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan, het recht de formele arbeidsduur per week te verminderen of de formele arbeidsduur per week uit te breiden tot het aantal uur van een volledig dienstverband, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten.

 

  • 4.

    Artikel 2:7a, lid 2 te wijzigen waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • 2.

      Bij een verruiming van de arbeidsduur geldt dat:

      • 1.

        de verruiming van de arbeidsduur plaatsvindt gedurende een vooraf te bepalen periode;

      • 2.

        het salaris evenredig wordt verhoogd;

      • 3.

        de vakantieduur evenredig wordt verhoogd;

      • 4.

        de pensioenopbouw evenredig wordt verhoogd;

      • 5.

        het minimale IKB, bedoeld in artikel 3:28, lid 2, sub a evenredig wordt verhoogd;

      • 6.

        het minimale IKB, bedoeld in artikel 3:28, lid 2, sub b evenredig wordt verhoogd;

      • 7.

        instemming van de ambtenaar is vereist;

      • 8.

        de koop van vakantie-uren op grond van artikel 3:29, lid 1, sub 1 voor de duur van de verruiming niet is toegestaan.

 

  • 5.

    Artikel 3:3, lid 1 te wijzigen waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • 1.

      Het college stelt het salaris van een ambtenaar vast aan de hand van zijn functieschaal zoals opgenomen in de salaristabel in bijlage IIa, op grond van zijn ervaring, geschiktheid en bekwaamheid. Het salaris wordt vastgesteld met aanduiding van een periodiek in de functieschaal.

 

  • 6.

    Artikel 3:25 te wijzigen waarna dit artikel komt te luiden:

    Artikel 3:25 Recht op tegemoetkoming in de kosten van de zorgverzekering

    • 1.

      De ambtenaar heeft recht op een tegemoetkoming in zijn kosten van de zorgverzekering als hij één van de volgende aanvullende zorgverzekeringen heeft: Extra Zorg 3 of 4 bij IZA, Plus Collectief of Top Collectief bij CZ, Collectief Aanvullend 3 of 4 bij Menzis.

    • 2.

      De tegemoetkoming in de kosten van de zorgverzekering wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand december uitbetaald.

    • 3.

      Bij indiensttreding op of na 1 januari van een kalenderjaar heeft de ambtenaar naar evenredigheid recht op een tegemoetkoming in de kosten van de zorgverzekering.

 

  • 7.

    Artikel 3:26 te wijzen waarna dit artikel komt te luiden:

    Artikel 3:26 Hoogte tegemoetkoming in de kosten van de zorgverzekering

    • 1.

      De tegemoetkoming in de kosten van de zorgverzekering is € 168,00 per jaar.

    • 2.

      De tegemoetkoming in de kosten van de zorgverzekering is € 296,00 per jaar als het salaris van de ambtenaar lager is dan of gelijk is aan het bedrag dat hoort bij de hoogste periodiek van schaal 6.

    • 3.

      De ambtenaar die gedurende het jaar in dienst treedt of ontslagen wordt ontvangt een tegemoetkoming in de kosten van de zorgverzekering naar rato van de tijd dat hij in dienst is geweest.

    • 4.

      De peildatum voor de vergelijking van het tweede lid is de maand december. Voor de ambtenaar die gedurende het jaar uit dienst treedt is de peildatum voor de vergelijking van het tweede lid de laatste maand dat de ambtenaar in dienst is geweest.

 

  • 8.

    Artikel 4:4, lid 4, sub b te wijzigen waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • b.

      De werktijd van de ambtenaar wordt niet uitsluitend vastgesteld op een wijze waardoor een aanspraak op een toelage onregelmatige dienst wordt ontweken.

 

  • 9.

    Artikel 6:2 te wijzigen waarna dit artikel komt te luiden:

    Artikel 6:2

    • 1.

      De vakantie van de ambtenaar met een volledig dienstverband bedraagt ten minste 144 uur per kalenderjaar.

    • 2.

      Voor 1 november (tenzij lokaal anders is geregeld) kan de ambtenaar verzoeken in het daaropvolgende kalenderjaar de arbeidsduur per jaar te mogen overschrijden met - bij een volledig dienstverband - een maximum van 50,4 uren en deze uren om te zetten in vakantie als bedoeld in het eerste lid. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een arbeidsduur van minder dan 36 uur per week geldt een naar evenredigheid lager aantal uren als maximum.

    • 3.

      Het college wijst een verzoek als bedoeld in het vorige lid toe, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.

       

  • 10.

    Artikel 6:4:2 te wijzigen waarna dit artikel komt te luiden:

    Artikel 6:4:2 Vakbondsverlof

    • 1.

      Voor de toepassing van dit artikel worden verstaan onder:

      • a.

        Centrales van overheidspersoneel;

        • -

          de Algemene Centrale van overheidspersoneel (ACOP);

        • -

          de Christelijke Centrale van overheids- en onderwijs personeel (CCOOP);

        • -

          de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij overheid, onderwijs, bedrijven en instellingen (CMHF).

      • b.

        Verenigingen van ambtenaren de verenigingen van ambtenaren welke zijn aangesloten bij de onder a genoemde centrales van overheidspersoneel.

    • 2.

      Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt door het college buitengewoon verlof met behoud van salaris en de toegekende salaristoelage(n) verleend aan de ambtenaar:

      • a.

        voor het bijwonen van algemene vergaderingen van verenigingen van ambtenaren of, voor zover het algemene verenigingen betreft welke ook andere groepen van ambtenaren dan gemeentepersoneel organiseren, voor het bijwonen van algemene vergaderingen van een landelijke groep van gemeentepersoneel indien de ambtenaar lid van het hoofdbestuur, bestuurslid van een landelijke groep of afgevaardigde van een afdeling is, met dien verstande dat van elke afdeling voor iedere vijftig leden of gedeelte daarvan aan ten hoogste twee afgevaardigden tot een maximum van tien afgevaardigden, verlof wordt verleend;

      • b.

        voor het bijwonen van hoofdbestuursvergaderingen indien hij lid is van het hoofdbestuur van bondsraad- of bestuursraadvergaderingen indien hij lid is van de bonds- of bestuursraad, en van groepsraadvergaderingen indien hij lid is van een landelijke groepsraad;

      • c.

        voor het bijwonen van één algemene vergadering van de centrale organisatie waarbij de vereniging van de ambtenaar is aangesloten, indien hij als vertegenwoordiger van zijn vereniging aan die vergadering deelneemt

    • 3.

      Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten wordt door het college aan de ambtenaar met een volledig dienstverband buitengewoon verlof met behoud van salaris en de toegekende salaristoelage(n) verleend:

      • a.

        om, indien hij daartoe door een centrale van overheidspersoneel als bedoeld in het eerste lid onder a of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen.

        • -

          om bestuurlijke en/of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen die centrale of die daarbij aangesloten vereniging, onderscheidenlijk binnen het gemeentelijk apparaat, welke ertoe strekken de doelstellingen van deze centrale van overheidspersoneel en/of de daarbij aangesloten vereniging te ondersteunen, het geheel voor ten hoogste 216 uren per kalenderjaar;

        • -

          als vakbondsconsulent, voor ten hoogste 50 uur per jaar voor een organisatie met minder dan 400 medewerkers en ten hoogste 100 voor een organisatie met meer dan 400 medewerkers;

        • -

          als arbeidsvoorwaardenadviseur voor ten hoogste 50 uur per jaar voor een organisatie met minder dan 400 medewerkers en ten hoogste 100 uur voor een organisatie met meer dan 400 medewerkers met dien verstande dat per vakcentrale per organisatie verlof wordt toegekend aan maximaal een arbeidsvoorwaardenadviseur

      • b.

        voor het - op uitnodiging van een vereniging van ambtenaren - als cursist deelnemen aan een cursus welke door of ten behoeve van de leden van die vereniging van ambtenaren wordt gegeven, alles te samen voor ten hoogste 43,2 uren per twee kalenderjaren.

    • 4.

      Van het buitengewoon verlof met behoud van beloning van een ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur per week van minder dan 36 uur wordt het aantal uren genoemd in het derde lid onder de a en b, naar evenredigheid verminderd.

    • 5.

      Het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid tezamen, kan voor de ambtenaar met een volledig dienstverband niet meer bedragen dan ten hoogste 244,8 uren per kalenderjaar, echter met dien verstande dat ten hoogste 316,8 uren verlof kan worden verleend aan de ambtenaar die:

      • a.

        lid is van het hoofdbestuur van een centrale van overheidspersoneel, genoemd in het eerste lid onder a, nr. 1 of 2 en/of van een vereniging van ambtenaren die rechtstreeks bij die centrale is aangesloten.

      • b.

        lid is van het centrale bestuur van de centrale genoemd in het eerste lid onder a, nr.3 en/of bestuurslid is van een sector of sectie van de centrale.

    • Het buitengewoon verlof met behoud van beloning van een ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur per week van minder dan 36 uur wordt het aantal uren genoemd in het derde lid onder a en b, naar evenredigheid verminderd.

    • 6.

      Verlof, bedoeld in de vorige leden, kan slechts worden verleend aan de ambtenaar die lid is van een vereniging van ambtenaren, bedoeld in het eerste lid onder b.

    • 7.

      Tenzij andere belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt aan de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij lid is, is aangewezen als lid van de commissie, bedoeld in artikel 12:1, tweede lid buitengewoon verlof met behoud van salaris en de toegekende salaristoelage(n) verleend voor het bijwonen van de vergadering van die commissie, alsmede voor een voorvergadering per uitgeschreven commissievergadering. Hetgeen ten aanzien van de voorvergadering is bepaald, geldt eveneens voor de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij lid is, is aangewezen als plaatsvervangend lid van de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid.

    • 8.

      Het college kan omtrent het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen, waarbij het te verlenen verlof, bedoeld in het tweede, derde en vijfde lid op een lager aantal uren kan worden gesteld.

 

  • 11.

    Artikel 6:4:3 te wijzigen waarna dit artikel komt te luiden:

    Artikel 6:4:3 Kortdurend zorgverlof

    • 1.

      De ambtenaar met een volledig dienstverband kan voor maximaal 72 uur in elke periode van 12 achtereenvolgende maanden aanspraak maken op het kortdurend zorgverlof op grond van de Wazo.

    • 2.

      Het maximum van 72 uur, als genoemd in het eerste lid wordt voor de ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week naar evenredigheid verminderd.

    • 3.

      Het verlof komt voor de helft voor de rekening van de werkgever en voor de helft voor de rekening van de ambtenaar.

    • 4.

      Het college bepaalt in overleg met de ambtenaar nader de wijze waarop de verrekening van het verlof met hem plaatsvindt. Verrekening met de vakantie bedoeld in artikel 6:2 is mogelijk.

 

  • 12.

    Artikel 6:5:2, lid 2 te wijzigen waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • 2.

      De bepalingen uit artikel 6:5:4 en 6:5:7 zijn van overeenkomstige toepassing indien er, voor het tweede en de meerdere kinderen van een twee- of meerling, gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid onbetaald ouderschapsverlof te genieten.

 

  • 13.

    Artikel 6:10, lid 3 wordt gewijzigd waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • 3.

      Gedurende de periode van het verlof bestaat aanspraak op de gehele vergoeding als bedoeld in artikel 3:26.

 

  • 14.

    Artikel 6:11, lid 1 wordt gewijzigd waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • 1.

      Het verlof van de ambtenaar die voor een deel van zijn dienstverband onbetaald verlof geniet en langer dan 14 kalenderdagen ziek is, eindigt met ingang van de vijftiende kalenderdag.

 

  • 15.

    Artikel 6a:10 wordt gewijzigd waarna dit artikel komt te luiden:

    Artikel 6a:10 Slotbepaling

    Dit hoofdstuk is niet van toepassing op ambtenaren bedoeld in hoofdstuk 9b, met uitzondering van de ambtenaar op wie paragraaf 5 van hoofdstuk 9b van toepassing is.

 

  • 16.

    Artikel 7:1, lid 1, sub b wordt gewijzigd waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • b.

      werkzaamheden in het kader van de re-integratie: loonvormende arbeid, die specifiek gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid;

 

  • 17.

    Artikel 7:8:1 wordt gewijzigd waarna dit artikel komt te luiden:

    Artikel 7:8:1 Vaststelling referte-tijdvak toelagen

    Het referte-tijdvak dat in acht wordt genomen voor de vaststelling van de gemiddelde hoogte van de toegekende salaristoelage(n), ten behoeve van de vaststelling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) tijdens ziekte, dient in een lokale regeling nader te worden uitgewerkt.

 

  • 18.

    Artikel 7:20 wordt gewijzigd, waarna dit artikel komt te luiden:

    Artikel 7:20 Samenloop met een WW-uitkering

    Indien de ambtenaar ter zake van het dienstverband waarbij de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk is ontstaan, recht heeft op een WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 recht heeft.

 

  • 19.

    Artikel 7:21, lid 2 wordt gewijzigd waarna dit lid komt te luiden:

    • 2.

      Indien de ambtenaar recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering uit hoofde van twee of meer dienstverbanden, wordt die uitkering naar rato van het salaris en de toegekende salaristoelage(n) uit de verschillende functies, in mindering gebracht op de dienstbetrekking op grond waarvan de betaling wordt gedaan.

 

  • 20.

    Boven artikel 7:24 wordt een paragraaf ingevoegd. Deze komt te luiden:

    Paragraaf 6 Tegemoetkoming kosten zorgverzekering

 

  • 21.

    Artikel 7:27, lid 3 wordt gewijzigd waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • 3.

      Op de garantie-uitkering wordt in mindering gebracht hetgeen de ambtenaar ontvangt uit het dienstverband waarin hij is herplaatst en, in voorkomend geval, met het recht op WAO-uitkering, invaliditeitspensioen, herplaatsingstoelage en inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf verkregen op of na de datum waarop de arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld.

 

  • 22.

    De titel 'Paragraaf 6 ziektekosten' vervalt.

 

  • 23.

    Artikel 8:2a, lid 1 wordt gewijzigd waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • 1.

      De aanstelling of arbeidsovereenkomst van de medewerker die na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst is getreden van de gemeente, alsmede de aanstelling of arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 8:2, lid 2 wordt beëindigd wanneer een van de partijen dat wenselijk acht. Hierbij wordt een opzegtermijn van één maand in acht genomen.

 

  • 24.

    Artikel 8:7 wordt gewijzigd waarna dit artikel komt te luiden:

    Artikel 8:7 Overige ontslaggronden

    Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van:

    • a.

      verlies van een vereiste bij de aanstelling door het bestuursorgaan gesteld, tenzij het vereiste alleen bij aanvaarding van de functie geldt;

    • b.

      aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in de functie zou uitsluiten;

    • c.

      staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;

    • d.

      toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;

    • e.

      onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf;

    • f.

      het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met indiensttreding, tenzij hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.

 

  • 25.

    Artikel 8:15:3, lid 1 wordt gewijzigd waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • 1.

      Ontslag wordt verleend door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot aanstelling in de functie, laatstelijk door de ambtenaar vervuld

 

  • 26.

    Artikel 17:3 vervalt.

 

  • 27.

    Artikel 18:1:5, lid 3 wordt gewijzigd waarna dit lid komt te luiden als volgt:

    • 3.

      Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de echtgenoten, geregistreerde partners beide betrokkene zijn in de zin van dit hoofdstuk en afzonderlijk opdracht hebben om te verhuizen of zijn verplaatst, wordt voor beide betrokkenen de berekeningsbasis vastgesteld. Ingeval beide betrokkenen een deeltijddienstverband hebben en niet tevens een deeltijddienstverband bij een andere werkgever die aanspraak geeft op een tegemoetkoming in verhuiskosten, wordt de berekeningsbasis vastgesteld als ware er sprake van een voltijddienstverband. De tegemoetkoming wordt toegekend op grond van de hoogste berekeningsbasis. eerste lid onder c, verleend. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan voor deze kosten niettemin een tegemoetkoming worden verleend van 3% van de berekeningsbasis.

 

  • 28.

    Artikel 20:1:2 wordt gewijzigd waarna dit artikel komt te luiden:

    Artikel 20:1:2

    Deze vergoeding bestaat uit verlof, dat door de commandant wordt verleend zo spoedig mogelijk - in de regel binnen zes kalenderweken - na het tijdvak waarin de ambtenaar zich ter beschikking moest houden. Het verlof bedraagt 16% van het aantal uren, waarin hij zich ter beschikking moest houden, voor zover deze vielen op zondag, nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, de beide kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de koning wordt gevierd en iedere andere dag, die daarboven door het college wordt aangewezen en 10% van het aantal uren waarin hij zich ter beschikking moest houden, indien deze uren vielen op andere dagen.

 

  • 29.

    Artikel 20:1:3 wordt gewijzigd waarna dit artikel komt te luiden:

    Artikel 20:1:3

    Indien naar het oordeel van de commandant het dienstbelang zich verzet tegen het toekennen van verlof, wordt een vergoeding in geld gegeven. De vergoeding bedraagt 16% van het 1/156 gedeelte van het salaris per maand voor elk uur, waarin de ambtenaar zich ter beschikking moet houden, voor zover deze uren vielen op zondag, nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, de beide kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de koning wordt gevierd en iedere andere dag die daarboven door het college wordt aangewezen en 10% van dat salarisgedeelte voor elk uur, waarin hij zich ter beschikking moest houden, indien deze uren vielen op andere dagen. De uitbetaling heeft zo spoedig mogelijk plaats.

 

Artikel 2 Inwerkingtreding en citeertitel

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2017 met uitzondering van lid 4. De daarin opgenomen wijzigingen treden in werking met terugwerkende kracht per 1 januari 2017.

 

 

Aldus besloten in de vergadering

van burgemeester en wethouders

van de gemeente Leek,

d.d. 4 juli 2017.

B.C. Hoekstra, burgemeester M. Schomper, secretaris

Naar boven