Subsidieverordening Erfgoedprojecten in de kernen gemeente Berg en Dal 2017

De raad van de gemeente Berg en Dal;

 

Gelezen het voorstel van het burgemeester en wethouders d.d. 18 oktober 2016;

 

Gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

 

Overwegende dat:

 

Deze verordening is opgesteld in verband met de subsidiëring van incidentele erfgoedprojecten in de kernen die aansluiten bij de cultuurhistorische ambities van Berg en Dal, zoals neergelegd in de Erfgoedvisie Berg en Dal 2017;

 

Besluit:

 

De Subsidieverordening Erfgoedprojecten in de kernen gemeente Berg en Dal 2017 vast te stellen.

 

Subsidieverordening Erfgoedprojecten in de kernen gemeente Berg en Dal 2017

 

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • A.

    Cultuurhistorie en erfgoed: behalve beschermde monumenten ook niet beschermde objecten of elementen in de fysieke omgeving die herinneren aan het verleden en behoren tot het religieuze, agrarische, militair-historische, industriële en archeologische erfgoed, inclusief bijzondere huizen en tuinen als ook immaterieel en roerend erfgoed;

  • B.

    Erfgoedprojecten in de kernen: incidentele projecten en/of activiteiten op het gebied van geschiedenis en cultuur die plaatsvinden in de diverse kernen van de gemeente;

  • C.

    Kernen: het gebied van de gemeente dat niet behoort tot het buitengebied maar tot een dorp, buurtschap of gehucht;

  • D.

    Landschapsontwikkelingsplan (LOP): het door de raad vastgestelde landschapsontwikkelingsplan, met subsidies specifiek voor het buitengebied;

  • E.

    Erfgoedberaad: aantal verenigingen en stichtingen op het gebied van erfgoed die met regelmaat samenkomen om elkaar en de gemeente te informeren over projecten en/of activiteiten in de gemeente;

  • F.

    Erfgoedvisie: de door de raad vastgestelde Erfgoedvisie Berg en Dal 2017.

  • G.

    Subsidiabele kosten: noodzakelijke kosten om een erfgoedproject mogelijk te maken waarvoor het college subsidie verleent.

Artikel 2: Reikwijdte

Deze subsidieverordening is van toepassing op erfgoedprojecten en/of activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van het ontwikkelen, verbeteren, zichtbaar maken van en informeren over cultuurhistorie en erfgoed, specifiek in de kernen. Voor het buitengebied kunnen subsidies worden aangevraagd binnen het LOP. De projecten en/of activiteiten dienen in overeenstemming te zijn met het geformuleerde beleid in de Erfgoedvisie, zoals:

  • Het zichtbaar en toegankelijk maken van het verleden;

  • Het bevorderen van de kennis over cultuurhistorie door middel van lezingen, rondleidingen en apps;

  • Het bevorderen van het (herinnerings)toerisme en de (herinnerings)economie;

  • Het stimuleren van gemeentebrede erfgoedprojecten en erfgoedevenementen;

  • Het inpassen van erfgoed in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Paragraaf 2. Subsidie erfgoedprojecten in de kernen

Artikel 3: Bevoegdheid

  • 1.

    Het college kan een subsidie verstrekken in de kosten voor het uitvoeren van projecten die passen binnen de doelstellingen van de Erfgoedvisie.

  • 2.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor de activiteiten waarvoor op grond van het eerste lid subsidie kan worden verstrekt. Het college is bevoegd het subsidieplafond tussentijds te wijzigen, indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Artikel 4: Rechthebbende

Subsidie als bedoeld in artikel 3 lid 1 kan alleen worden verleend aan een natuurlijke of rechtspersoon die verbonden is aan een erfgoedvereniging of erfgoedstichting en/of erfgoed in de statuten heeft staan. Subsidie kan ook worden verleend aan een natuurlijke of rechtspersoon die, onafhankelijk van een erfgoedvereniging of erfgoedstichting, incidenteel een erfgoedproject wil realiseren in het algemeen belang.

Artikel 5: Aanvraag en het besluit tot subsidieverlening

  • 1.

    De aanvrager dient het verzoek om subsidie als bedoeld in artikel 3 lid 1 schriftelijk in op een daartoe ter beschikking gesteld formulier. De aanvraag dient voorzien te zijn van een duidelijk beschreven projectplan en een berekening van de subsidiabele kosten.

  • 2.

    De aanvragen die vóór 15 maart zijn ontvangen worden als eerste besproken in een gezamenlijk overleg met het erfgoedberaad. Hier kunnen ook personen aan deelnemen die onafhankelijk van een erfgoedvereniging een subsidie hebben aangevraagd.

  • 3.

    De voorstellen van het gezamenlijke erfgoedberaad worden aan het college voorgelegd.

  • 4.

    Het college besluit over te verlenen subsidies vóór 1 juni van enig jaar.

  • 5.

    Het college kan van het in de leden 2, 3 en 4 bepaalde afwijken, indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Artikel 6: Weigeringsgronden

  • 1.

    Het college weigert de subsidieverlening als bedoeld in artikel 3.1 in ieder geval indien:

    • A.

      Het project naar zijn oordeel onvoldoende doelmatig is;

    • B.

      De kosten van de werkzaamheden naar zijn oordeel niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;

    • C.

      De aanvraag in strijd is met het bij of krachtens deze verordening gestelde;

    • D.

      Het subsidieplafond is bereikt.

    • E.

      Zonder toestemming van het college is begonnen met de werkzaamheden.

Artikel 7: De gereedmelding van het project

  • 1.

    De subsidieontvanger meldt het project zo spoedig mogelijk na voltooiing van de werkzaamheden gereed, doch uiterlijk voor 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de subsidie verleend is.

  • 2.

    Het college kan op aanvraag van de in het eerste lid genoemde termijn afwijken.

  • 3.

    De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid is tevens een aanvraag om vaststelling van de subsidie.

  • 4.

    De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van:

    • A.

      Een verklaring van de subsidieontvanger dat bij het realiseren van het project is voldaan aan de opgelegde verplichtingen; en

    • B.

      Een gespecificeerde opgave van de kosten van het project met daarop betrekking hebbende rekeningen en betaalbewijzen.

Artikel 8: De vaststelling van de subsidie

  • 1.

    Het college kan de subsidie als bedoeld in artikel 3 lid 1 lager vaststellen dan het bedrag uit de subsidieverlening, indien de aanvrager het bij of krachtens deze verordening bepaalde niet heeft nageleefd.

  • 2.

    Subsidievaststelling vindt plaats op basis van de door het college goedgekeurde werkelijke kosten met als maximum het bij subsidieverlening toegekende bedrag.

Artikel 9: Het geven van voorschotten

Aan de subsidieontvanger wordt bij de subsidietoezegging een voorschot verleend van ten hoogste 80% van het te verlenen subsidiebedrag zoals bedoeld in artikel 3 lid 1.

 

Paragraaf 3: Slotbepalingen

Artikel 10: Toezicht op naleving

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze subsidieverordening bepaalde worden door het college aan te wijzen personen of instanties belast.

Artikel 11: Nadere regels en bijzondere gevallen

  • 1.

    Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen.

  • 2.

    In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, treft het college de nodige voorzieningen en/of neemt het de nodige beslissingen.

  • 3.

    Het college is bevoegd, al dan niet onder het stellen van nadere voorwaarden, artikelen buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken, voor zover toepassing gelet op het belang daarvan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 12: Citeertitel, inwerkingtreding, vervallen voorgaande verordeningen en overgangsrecht

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Subsidieverordening erfgoedprojecten in de kernen gemeente Berg en Dal 2017”.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 3.

    Rechten en verplichtingen die voortvloeien uit subsidiebeschikkingen die zijn genomen op basis van het in oktober 2016 genomen collegebesluit blijven gelden totdat de werking van de subsidiebeschikking is geëxpireerd.

     

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Berg en Dal in zijn openbare vergadering van 15 juni 2017.

De raadsgriffier,

J.A.M. van Workum

De voorzitter,

mr. M. Slinkman

Naar boven