Gemeenteblad van Gooise Meren

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Gooise MerenGemeenteblad 2017, 121150Verordeningen



Verordening Drank- en Horecawet Gooise Meren 2017

Kerngegevens

Op grond van de Drank- en Horecawet zijn gemeenten verplicht om in ieder geval ten aanzien van de schenktijden van alcoholische dranken in paracommerciële inrichtingen een verordening op te stellen. In 2014 hebben de voormalige gemeenten Bussum, Muiden en Naarden ieder een dergelijke verordening opgesteld, gebaseerd op een regionale conceptverordening. De schenktijden van deze verordeningen lopen echter sterk uiteen. In het kader van de Wet Arhi dient een fusiegemeente binnen 2 jaar na de fusiedatum lokale verordeningen opnieuw vast te stellen. Door middel van het vaststellen van deze verordening wordt hieraan voldaan, waarbij de schenktijden geüniformeerd worden en rechtsongelijkheid voorkomen wordt. Daarnaast zijn enkele facultatieve bepalingen opgenomen ten aanzien van happy hours en maximale kortingen op verkoopprijzen van alcoholische dranken.

De raad van de gemeente Gooise Meren

gelezen het voorstel van de burgemeester d.d. 21 maart 2017, nummer 67285;

gelet op de artikelen 147 van de Gemeentewet en 4, 25a, 25b, 25c, 25d en 26 van de Drank- en Horecawet;

besluit vast te stellen de volgende verordening

Verordening Drank- en Horeca Gemeente Gooise Meren 2017

§ 1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1 begripbepalingen

  • 1.

    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

    a.de wet:

    Drank- en Horecawet;

    b.terras:

    het buiten de besloten ruimte gelegen deel van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waar sta- en/of zitgelegenheid kan worden geboden en waar bedrijfsmatig of anders dan om niet dranken of spijzen voor gebruik ter plaatse mogen worden verstrekt;

    c.vergunning:

    de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet;

    d.bezoeker:

    een ieder die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van:

    -leidinggevenden in de zin van de wet;

    -personen die dienst doen in de inrichting;

    -personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is;

    e.paracommerciële inrichting:

    een inrichting waarin een paracommerciële rechtspersoon in eigen beheer het horecabedrijf exploiteert;

    f.restaurant

    een inrichting voornamelijk gericht op het verstrekken van maaltijden.

  • 2.

    Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de overige begrippen in deze verordening verstaan hetgeen de wet daaronder verstaat.

§ 2 BEPALINGEN VOOR INRICHTINGEN WAARIN HET HORECABEDRIJF WORDT UITGEOEFEND

Artikel 2 Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen

De burgemeester kan aan een vergunning voor een horecabedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld:

  • a.

    ter bescherming van de volksgezondheid, of

  • b.

    in het belang van de openbare orde, of

  • c.

    ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet.

Artikel 3 Prijsacties horeca

Ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.

Artikel 4 Toegangsleeftijd tot horecabedrijven en daarbij behorende terrassen

Gereserveerd

Artikel 5 Toelatingsleeftijden tot horecalokaliteiten en terrassen die naar verhouding langer geopend zijn (nachthoreca)

Gereserveerd.

§ 3 AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR INRICHTINGEN WAARIN HET HORECABEDRIJF WORDT UITGEOEFEND IN BEPAALDE GEBOUWEN

Artikel 6 Schenktijden alcoholhoudende drank

  • 1.

    Het is verboden buiten onderstaande tijden alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële inrichting, welke:

    • a.

      deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt om onderwijs te geven aan leerlingen die merendeels de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, of

    • b.

      deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of jongerenorganisaties.

      Alle dagen van de week

      12.00 uur tot 24.00 uur

§ 4 AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR PARACOMMERCIËLE INRICHTINGEN

Artikel 7 Schenktijden paracommerciële inrichtingen

  • 1.

    Het is verboden in paracommerciële inrichtingen alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de in onderstaand schema opgenomen schenktijden:

    maandag tot en met vrijdag

    17.00 uur tot 24.00 uur

    zaterdag en zondag en algemeen erkende feestdagen.

    12.00 uur tot 21.00 uur

  • 2.

    Ten aanzien van het bepaalde in lid 1 geldt dat in alle gevallen de hoofdactiviteit van de betreffende paracommerciële instelling leidend is.

  • 3.

    Van het bepaalde onder lid 1 kan zes keer per jaar ontheffing worden verleend voor activiteiten die betrekking hebben op de in de statuten genoemde doelstellingen van de paracommerciële inrichting.

  • 4.

    De ontheffing voor de in lid drie bedoelde activiteiten dient tenminste 48 uur voordat de activiteit plaatsvindt te worden aangevraagd door middel van een melding.

  • 5.

    De ontheffing kan worden geweigerd indien door het verlenen van de ontheffing het woon- en leefklimaat wordt aangetast en dat daaraan niet door middel van het stellen van voorschriften tegemoet kan worden gekomen.

Artikel 8 Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële inrichtingen

  • 1.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 7 hanteren de in onderstaand schema opgenomen typen paracommerciële inrichtingen de hierna opgenomen schenktijden. Het is verboden in onderstaande paracommerciële inrichtingen alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de in onderstaand schema opgenomen schenktijden:

    gemeenschapshuizen (buurt- en dorpshuizen), kerk-gebouwen en andere daarmee gelijk te stellen paracommerciële inrichtingen

    Alle dagen van de week

    12:00 uur tot 24:00 uur

    verpleeg- en verzorgingstehuizen

    Alle dagen van de week

    12:00 uur tot 24:00 uur

    zaalsporten

    Alle dagen van de week

    15:00 uur tot 24:00 uur

    maneges

    Alle dagen van de week

    17:00 uur tot 24:00 uur

    tennisverenigingen

    Alle dagen van de week

    12:00 uur tot 24:00 uur

    biljart,- schaak-, klaverjas-, en daarmee gelijk te stellen verenigingen

    Alle dagen van de week

    12:00 uur tot 24:00 uur

  • 2.

    De burgemeester kan zes keer per jaar ontheffing verlenen van het in het eerste lid opgenomen verbod.

  • 3.

    De ontheffing dient tenminste 48 uur van te voren te worden aangevraagd door middel van een melding.

  • 4.

    De ontheffing kan worden geweigerd indien door het verlenen van de ontheffing het woon- en leefklimaat wordt aangetast en dat daaraan niet door middel van het stellen van voorschriften tegemoet kan worden gekomen.

Artikel 9 Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden

  • 1.

    Ter voorkoming van oneerlijke mededinging is het verboden in een paracommerciële inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken:

    • a.

      tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen, of

    • b.

      tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken.

  • 2.

    De burgemeester kan vier keer per jaar ontheffing verlenen van het in het eerste lid opgenomen verbod. De ontheffing dienst tenminste twee weken van te voren te worden aangevraagd.

  • 3.

    De ontheffing kan worden geweigerd indien door het verlenen van de ontheffing het woon- en leefklimaat wordt aangetast en dat daaraan niet door middel van het stellen van voorschriften tegemoet kan worden gekomen.

Artikel 10 Verbod verstrekken van sterke drank

Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester in paracommerciële inrichtingen met jeugdleden sterke drank te verstrekken.

Artikel 11 Aanvullende vragen aan paracommerciële rechtspersonen

Gereserveerd.

§ 5 BEPALINGEN VOOR DE DETAILHANDEL

Artikel 12 Prijsacties detailhandel /slijterijen

Ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken aan te bieden voor gebruik elders dan ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van één week of korter lager is dan 70% van de prijs die in het betreffende verkooppunt gewoonlijk wordt gevraagd.

Artikel 13

Gereserveerd

§ 6 TIJDELIJKE VERSTREKKINGSVERBODEN

Artikel 14 Algeheel tijdelijk verstrekkingsverbod

Gereserveerd.

Artikel 15 Tijdelijk verstrekkingsverbod in een deel van de gemeente

Gereserveerd.

Artikel 16 Tijdelijk verstrekkingsverbod gedurende bepaalde uren

Gereserveerd.

§ 7 ONTHEFFINGEN

Artikel 17 Mandatoire ontheffingen

(Gereserveerd)

Artikel 18 Facultatieve ontheffingen

  • 1.

    De burgemeester kan op aanvraag permanent, dan wel tijdelijk, ontheffing verlenen van de in de artikelen 6 en 10 gestelde verboden. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

  • 2.

    De burgemeester kan conform het bepaalde in artikel 4, vierde lid, van de wet, met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard op aanvraag voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de in artikel 7, 8 en 9 gestelde verboden en beperkingen.

  • 3.

    Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanvraag om ontheffingen als bedoeld in dit artikel.

Artikel 19 Intrekkingsgronden ontheffing

De in artikel 18 bedoelde ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd indien:

  • a.

    ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt, of

  • b.

    op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist,

of

  • c.

    zich feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid, of

  • d.

    de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen, of

  • e.

    van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn, of

  • f.

    indien de houder van de ontheffing dit verzoekt.

Artikel 20 Hardheidsclausule

In bijzondere gevallen kan de burgemeester van het bepaalde in deze verordening afwijken, indien strikte toepassing van het bepaalde voor een of meer belanghebbenden onevenredig zou zijn in verhouding tot de met deze verordening te dienen doelen en met de belangen ter waarborging waarvan deze verordening is opgesteld.

§ 8 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 21 Overgangsrecht

  • 1.

    Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen voor paracommerciële inrichtingen:

    • a.

      de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld;

    • b.

      de ontheffingen die tot dat tijdstip door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn verleend;

    • c.

      de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden.

  • 2.

    Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen, blijven van kracht.

  • 3.

    Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet, behalve de in het eerste lid, onder c bedoelde ontheffingen, blijven twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening van kracht. Daarna komen deze ontheffingen te vervallen.

  • 4.

    Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 22 Strafbepaling

  • 1.

    Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met de openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

  • 2.

    Het bepaalde in het eerste lid geldt niet wanneer het bepaalde in de Wet op de economische delicten van toepassing is.

Artikel 23 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking .

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Drank- en Horeca Gooise Meren 2017’.

Toelichting Verordening Drank- en Horecawet Gooise Meren 2017

Algemeen

Hieronder wordt artikelsgewijs een toelichting gegeven op de Verordening Drank- en Horecawet Gooise Meren 2017. Om de verordening vanuit het juiste juridisch perspectief te kunnen beoordelen is vooraf enige aanvullende informatie van belang.

Eén van de belangrijkste verplichtingen die door de Drank- en Horecawet aan de gemeenten wordt opgelegd is dat er vóór 1 januari 2014 een verordening moest worden opgesteld waarin bepalingen worden opgenomen om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Dit moest de gemeente doen door het vaststellen van schenktijden waarbinnen de verstrekking van alcoholische dranken in paracommerciële horecabedrijven mag plaatsvinden.

Paracommerciële horecabedrijven zijn rechtspersonen, niet zijnde een NV of BV waar alcohol wordt geschonken. Denk daarbij aan de sportvereniging, de muziekvereniging de carnavalsvereniging, de studentenvereniging, etc. De diverse soorten paracommerciële inrichtingen zijn opgesomd in de artikelen 7 en 8 van de verordening.

Met oneerlijke concurrentie wordt de situatie bedoeld dat in de kantines van sportverenigingen, muziekverenigingen en andere paracommerciële inrichtingen (zie artikel 8), alcoholhoudende drank tegen een aanzienlijk lagere prijs kan worden aangeboden dan in de commerciële horecabedrijven, zoals cafés, restaurants, snackbars, etc.

Oneerlijke concurrentie wordt veroorzaakt doordat de commerciële horeca-exploitant aan allerlei verplichtingen moet voldoen, zoals het afdragen van sociale premies voor het personeel, en ook met diverse fiscale regelingen te maken heeft. Bij sportverenigingen en andere paracommerciële inrichtingen wordt er met barvrijwilligers gewerkt. Daarvoor hoeven geen sociale premies te worden afgedragen en ook zijn diverse fiscale regelingen niet op deze paracommerciële inrichtingen van toepassing.

Hierdoor is er blijkens de toelichting op de wet sprake van oneerlijke concurrentie, waartegen door de gemeente moet worden opgetreden door middel van het beperken van de tijden waarop alcohol mag worden geschonken. De onderhavige verordening biedt daartoe de mogelijkheid.

Tijdens de informatiebijeenkomsten die plaats hebben gevonden in 2013 is gebleken dat niet iedereen inziet dat sportverenigingen en andere paracommerciële inrichtingen niet als volwaardig horecabedrijf mogen worden geëxploiteerd. Met andere woorden: de sportkantine zou moeten kunnen functioneren als volwaardig cafébedrijf. De drankverstrekking bij een sportvereniging of een andere paracommerciële inrichting is echter een nevenactiviteit bij de hoofdactiviteit (sport, muziek, toneel, tennis, etc.). Waar sportwedstrijden eindigen rond 17:00 uur en vervolgens alcohol geschonken wordt tot middernacht of later is van sport als hoofactiviteit geen sprake meer.

Het bovenstaande is echter niet van toepassing op verenigingen waar het horecagedeelte door een commerciële ondernemer wordt uitgebaat. Deze ondernemer werkt niet met vrijwilligers maar met personeel waarvoor sociale premies worden afgedragen. Ook is voor deze ondernemers geen sprake van het fiscale voordeel dat paracommerciële bedrijven genieten. Het gevolg daarvan is dat de drank een hogere prijs heeft dan in de paracommerciële horeca.

Sportkantines worden ook regelmatig gebruikt voor bijeenkomsten van derden die niets te maken hebben met de in de statuten opgenomen activiteiten. Gedacht kan worden aan het houden van een huwelijksfeest en andere festiviteiten. Ook hier is sprake van oneerlijke concurrentie aangezien hier tegen een veel lagere prijs een zaal ter beschikking kan worden gesteld. Los van het feit dat in principe het bestemmingsplan dit al niet toestaat.

Door voor paracommerciële inrichtingen de schenktijden op te nemen zoals die in de artikelen 7, 8 en 9 zijn terug te vinden wordt recht gedaan aan de uitdrukkelijke opdracht van de wetgever om maatregelen te treffen tegen oneerlijke concurrentie.

Artikelsgewijze toelichting

§ 1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1: Begripsbepalingen

In artikel 1 van deze modelverordening is een aantal begripsbepalingen opgenomen.

Eerste lid

Door de begripsbepaling ‘de wet’ kan op diverse plaatsen in deze verordening op eenvoudige wijze verwezen worden naar de Drank- en Horecawet. Voorgesteld wordt ook een begripsbepaling voor ‘terras’ op te nemen. Uit de omschrijving blijkt dat het terras onderdeel uitmaakt van de inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, maar dat het terras niet gelegen is in het besloten deel van de inrichting. In de begripsbepaling ontbreekt dat een terras in de open lucht moet zijn gelegen, daar er immers ook sprake kan zijn van een terras in een overdekte winkelstraat. Een terras kan een sta- en/of zitgelegenheid bieden en het moet zijn toegestaan dat daar spijzen en dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt.

De hier gebruikte begripsbepaling sluit naadloos aan bij de andere begripsbepalingen uit de Drank- en Horecawet. Een gemeente kan er evenwel voor kiezen een begripsomschrijving van terras te nemen die aansluit bij de APV (terras: hetgeen de APV daaronder verstaat) of bij de Drank- en Horecawetvergunning (terras: dat deel van de inrichting dat in de Drank- en Horecawetvergunning aangeduid wordt als terras). Hoe dan ook dient het begrip eensluidend te worden gedefinieerd in de verordening, vergunning en APV.

De begripsbepaling ‘vergunning’ verwijst naar artikel 3 van de Drank- en Horecawet. Het gaat derhalve niet alleen om door het bevoegd gezag verleende vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen, maar ook om vergunningen voor de uitoefening van het slijtersbedrijf.

De begripsbepaling ‘bezoeker’ heeft betrekking op een ieder die zich in een inrichting bevindt waarin het horeca- of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, met uitzondering van de leidinggevenden (exploitant, bedrijfsleider, beheerder) en dienstdoende personen, zoals barpersoneel, keukenhulpen, schoonmakers en portiers. Verder zijn uitgezonderd personen van wie de aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. Het betreft hier bijvoorbeeld ambulancepersoneel dat te hulp is geroepen of een politieagent of toezichthouder die bezig is met wetshandhaving.

Het begrip paracommerciële inrichting’ staat voor alle inrichtingen die door paracommerciële rechtspersonen in eigen beheer worden geëxploiteerd. Paracommerciële rechtspersonen richten zich per definitie primair op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. De exploitatie in eigen beheer van de kantine is een nevenactiviteit.

Tweede lid

Voor de niet in het eerste lid genoemde begrippen die in deze verordening worden gebruikt wordt verwezen naar de begripsbepalingen opgenomen in artikel 1 van de Drank- en Horecawet.

De vigerende wettekst is te vinden op www.overheid.nl.

§ 2 BEPALINGEN VOOR INRICHTINGEN WAARIN HET HORECABEDRIJF WORDT UITGEOEFEND

Artikel 2: Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen

In artikel 2 van deze verordening is opgenomen dat de burgemeester bevoegd is voorschriften te verbinden aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen. Bepaald wordt wèl dat de voorschriften die de burgemeester stelt er zijn:

  • -

    ter bescherming van de volksgezondheid, en/of

  • -

    in het belang van de openbare orde, en/of

  • -

    ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en horecawet (waarin onder meer leeftijdsgrenzen worden gesteld voor de verstrekking van alcoholhoudende dranken).

Achtergrond

Artikel 25a van de Drank- en Horecawet biedt gemeenten de mogelijkheid in een verordening op te nemen dat de burgemeester, volgens bij die verordening te stellen regels, vooraf - dat wil zeggen bij de afgifte van de vergunning - voorschriften aan een vergunning kan verbinden of de vergunning kan beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Dit kan worden bepaald voor horecavergunningen en voor slijterijvergunningen. Deze gemeentelijke bevoegdheid was voorheen opgenomen in artikel 23 van de Drank- en Horecawet, zij het dat toen aan het college van Burgemeester en Wethouders dat mandaat gegeven kon worden.

In deze verordening wordt de burgemeester v.w.b. de horecabedrijven uitsluitend de bevoegdheid gegeven de alcoholverstrekking aan voorschriften te verbinden. Hij/zij krijgt niet de bevoegdheid de verstrekking te beperken tot zwak-alcoholhoudende drank. Dit omdat in deze verordening de gemeenteraad in artikel 10 bepaalt dat het verboden is om zonder ontheffing van de burgemeester in paracommerciële inrichtingen met jeugdleden sterke drank te verstrekken. Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de vergunning voor een horecabedrijf zijn:

  • -

    Ter bescherming van de volksgezondheid:

  • -

    Een gevarieerde drankenkaart verplicht stellen.

Dit houdt in dat er – naast alcoholhoudende dranken – voldoende betaalbare niet-alcoholhoudende alternatieven moeten worden aangeboden (fris, water, thee, koffie).

  • -

    In het belang van de openbare orde:

  • -

    Eisen stellen ten aanzien van het maximaal aantal bezoekers.

Voor de veiligheid kan het aantal bezoekers dat tegelijkertijd in de inrichting aanwezig mag zijn worden gemaximeerd. Het aantal bezoekers maximeren is bovendien ter bescherming van de volksgezondheid. Uit onderzoek blijkt dat hoe meer mensen er in een zaak zijn en hoe minder makkelijk men even kan zitten, des te meer er wordt gedronken.

  • -

    Ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en Horecawet:

  • -

    Verlangen dat polsbandjes-systemen worden toegepast.

  • -

    Eisen stellen aan het aantal entrees en het aantal portiers.

Artikel 3: Prijsacties horeca

Artikel 25d van de Drank- en Horecawet biedt gemeenten de mogelijkheid prijsacties, zoals happy hours, gedeeltelijk te beperken. Happy hours zijn doorgaans afgebakende tijden (enkele uren, één dag in de week) waarop alcohol tegen een gereduceerd tarief wordt aangeboden. In veel gemeenten zijn er uitgaansgelegenheden waar happy hours worden georganiseerd. De maatregel kan – zo bepaalt de Drank- en Horecawet - alleen betrekking hebben op het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.

Met dit artikel kan de gemeente bijvoorbeeld ook prijsacties als ‘2 drankjes voor de prijs van 1’ verbieden. Ook kan men er bepaalde arrangementen mee tegengaan, zoals één avond onbeperkt drinken voor € 15, althans als het onbeperkt drinken gedurende één avond normaal gesproken voor meer dan € 25 wordt aangeboden en er in het kader van een actie tijdelijk een prijs van € 15 wordt gevraagd. De zogenaamde “ladies nights” (avonden waarop vrouwen gratis mogen drinken) worden met dit artikel ook verboden.

Het in artikel 3 van deze verordening opgenomen verbod heeft uitsluitend betrekking op prijsacties in horecalokaliteiten en op terrassen en geldt dus niet voor goedkoop schenken op andere plaatsen, bijvoorbeeld met een artikel 35-ontheffing tijdens bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard (evenementen). Het gaat bij dit verbod ook uitdrukkelijk om de korting op de prijs die normaal in die horecalokaliteit of op dat terras wordt gevraagd. Dat is in de horeca na te gaan door de actieprijs te vergelijken met de prijs die wordt vermeld op de (op grond van het Besluit prijsaanduiding producten) verplichte prijslijst.

De Drank- en Horecawet staat toe dat de gemeente het verbod op extreme prijsacties beperkt tot prijsacties van een bepaalde aard. Bijvoorbeeld alleen een verbod op ladies nights (artikel 25d, tweede lid van de Drank- en horecawet). Daar is hier niet voor gekozen.

Gemeenten kunnen deze bepaling alleen inzetten ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde. De maatregelen zullen in de gemeentelijke verordening duidelijk moeten worden toegelicht vanuit dit perspectief. De bepaling kan desgewenst ook alleen gelden voor een bepaald deel van de gemeente.

Het grote voordeel van de inzet van dit artikel is dat gemeenten een effectieve alcoholpreventie-maatregel in handen krijgen. De Wereldgezondheidsorganisatie geeft al jaren aan dat het beïnvloeden van de prijs het meest effectief is in het terugdringen van (schadelijk) alcoholgebruik. Prijsbeleid zou daarom een kerndoel moeten zijn van elk effectief alcoholbeleid.

Consequentie van het toepassen van dit artikel is dat het ook gehandhaafd dient te worden. De gemeente zal met de handhavers een werkwijze daarvoor moeten ontwikkelen. Deze werkwijze hoeft niet ingewikkeld te zijn, maar vraagt uiteraard wel om capaciteit.

Een verbod op prijsacties in de horeca geldt voor alle kopers, dus ook volwassenen.

Artikel 4: Toelatingsleeftijden tot alle horecalokaliteiten en terrassen

(Gereserveerd)

In artikel 4 van deze modelverordening zouden toelatingsleeftijden voor horecalokaliteiten/horecaterrassen gekoppeld kunnen worden aan tijdsruimten. Deze nieuwe gemeentelijke bevoegdheid wordt ook wel de ‘Vroeg op Stap bepaling’ genoemd. Met dit artikel kan de gemeente een minimumleeftijd bepalen die vereist is om als bezoeker een horecalokaliteit binnen te treden of een horecaterras te betreden, vanaf een specifiek tijdstip. De grondslag van deze bepaling is artikel 25b van de Drank- en Horecawet.

Binnen de regionale werkgroep “Samen aan de slag” is ervoor gekozen om dit artikel vooralsnog niet in te vullen. Het werken met een toegangsbeleid dat is gekoppeld aan tijdsruimten is in het kader van het toezicht niet of nauwelijks te realiseren.

Er is uiteindelijk voor gekozen om het aan de ondernemer zelf over te laten. Op grond van de Drank- en horecawet mogen 18 minners in een horecabedrijf aanwezig zijn. Het is echter verboden om alcohol te verstrekken of te drinken. Het is de verplichting van de horeca-ondernemer om daar op toe te zien door middel van adequaat toezicht in zijn bedrijf. Om te voorkomen dat 18 minners toch aan alcohol weten te komen in zijn bedrijf kan de horeca-ondernemer huisregels opstellen waarin wordt opgenomen dat 18 minners niet worden toegelaten. Door middel van een goed toelatingsbeleid kan dit worden gerealiseerd.

Artikel 5: Toelatingsleeftijden tot horecalokaliteiten en terrassen die naar verhouding langer geopend zijn (nachthoreca)

(Gereserveerd, zie toelichting artikel 4)

§ 3 AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR INRICHTINGEN WAARIN HET COMMERCIËLE HORECABEDRIJF WORDT UITGEOEFEND IN BEPAALDE GEBOUWEN

Artikel 6: Schenktijden alcoholhoudende drank

In artikel 6 van deze verordening wordt de verstrekking van alcoholhoudende dranken door commerciële kantines bij jongerenorganisaties, buurthuizen, scholen, etc., beperkt. Binnen de werkgroep is gekozen voor de schenktijd 12.00 uur tot 24.00 uur voor alle dagen van de week. De grondslag van deze beperkingen is artikel 25a van de Drank- en Horecawet.

§ 4 BEPALINGEN VOOR PARACOMMERCIËLE INRICHTINGEN

Algemeen

Een paracommerciële rechtspersoon is een rechtspersoon - geen NV of BV zijnde - die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf. Hieronder vallen onder meer: sportkantines, dorps- en buurthuizen, kerkelijke centra, studentenverenigingen, etc.

Wanneer een stichting/vereniging ervoor kiest de exploitatie van de kantine te verpachten of in een BV (of NV) onder te brengen is artikel 6 van deze modelverordening van toepassing.

In deze paragraaf wordt uitvoering gegeven aan artikel 4 van de Drank- en Horecawet waarin aan gemeenten wordt opgelegd in een verordening regels vast te stellen voor paracommerciële inrichtingen. De regels hebben als doel het voorkomen van oneerlijke mededinging en gelden bij het verstrekken van alcoholhoudende drank.

De volgende onderwerpen moeten volgens de wet in elk geval geregeld worden:

  • -

    de schenktijden voor alcoholhoudende drank;

  • -

    het schenken van alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;

  • -

    het schenken van alcoholhoudende dranken tijdens bijeenkomsten gericht op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn.

Volgens de Memorie van Toelichting bij de wijziging van de Drank- en Horecawet mogen de lokale regels rond paracommercialisme naar de aard van de paracommerciële rechtspersoon verschillend zijn. Dit betekent dat studentenverenigingen andere regels kunnen worden opgelegd door een gemeente, dan sportverenigingen of buurthuizen. Wel is uitdrukkelijk opgenomen dat het niet is toegestaan onderscheid te maken tussen stichtingen en verenigingen uit Nederland en die uit andere lidstaten, evenals rechtspersonen uit de Europese Economische Ruimte en Zwitserland. De regering verwacht dat de nieuwe wettelijke eis dat elke gemeente een paracommerciële verordening moet vaststellen, zal leiden tot een maatschappelijke discussie op gemeentelijk niveau.

De gemeente kan daarbij recht doen aan de verschillen tussen bijvoorbeeld sportverenigingen en overige paracommerciële instellingen. De regering gaat er vanuit dat gemeenten bij deze afweging de belangrijke maatschappelijke functie van de verschillende paracommerciële instellingen in acht neemt en geen onnodige beperkingen zullen opleggen daar waar de mededinging niet in het geding is en er geen sprake is van onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name aan jongeren.

Artikel 7: Schenktijden paracommerciële inrichtingen (Hoofdregel)

Artikel 7 van de verordening is gebaseerd op artikel 4 (derde lid onder a) van de Drank- en Horecawet. Dit artikel behandelt de schenktijden in paracommerciële inrichtingen. In deze verordening is ervoor gekozen om voor deze inrichtingen in beginsel één schenktijd op te nemen. Een algemeen schenktijdenregime met specifieke uitzonderingen daarop voor bepaalde paracommerciële inrichtingen (zie artikel 8) lijkt beter handhaafbaar dan een indeling met categorieën waarbij elke categorie zijn eigen schenktijd heeft. De lijst van mogelijke soorten paracommerciële inrichtingen is schier oneindig en zal ook sterk verschillen per gemeente of regio. Ook zijn er allerlei combinaties van paracommerciële rechtspersonen denkbaar in bijvoorbeeld multifunctionele accommodaties. Maatwerk is dus noodzakelijk. Een meerderheid van de paracommerciële inrichtingen, met name die waar veel jeugd komt en die dus relevant zijn voor de toezichthouder, past echter wel in één regime. Deze paracommerciële inrichtingen vallen onder het standaardregime waar dit artikel over gaat.

In artikel 7 (Hoofdregel) wordt voorgesteld de schenktijden voor de paracommerciële inrichtingen in beginsel vast te stellen op: 17.00 uur tot 24.00 uur op doordeweekse dagen en in het weekend en algemeen erkende feestdagen van 12.00 uur tot 21.00 uur. Voor het weekend is voor een vroeger regime gekozen omdat bij veel clubs het verenigingsleven (sportactiviteiten) in het weekend eerder begint en ook eerder afloopt dan doordeweeks. Tijdens de informatie-bijeenkomsten in 2013 is met name door de voetbalverenigingen aangegeven dat zij konden instemmen met de in de hoofdregel opgenomen schenktijden.

In lid 2 is bepaald dat de in dit artikel opgenomen schenktijden (lid 1) gelden voor de hoofdactiviteit van de betreffende paracommerciële inrichting. Dit om te voorkomen dat onder de figuur van de hoofdactiviteit andere (neven) activiteiten gaan plaatsvinden zoals onder andere genoemd in artikel 8, waardoor de schenktijden verruimd zouden worden en een situatie ontstaat die indruist tegen hetgeen de wetgever heeft beoogd in de Drank- en Horecawet. Een voorbeeld hiervan is dat een voetbalvereniging, die conform de verordening op zaterdag en zondag tot 21.00 uur alcohol mag schenken, besluit om een klaverjasclub op te zetten waardoor artikel 8 van toepassing wordt.

In lid 2 van bovengenoemd artikel is opgenomen dat zes keer per jaar ontheffing kan worden verleend voor activiteiten die betrekking hebben op de in de statuten genoemde doelstellingen van de paracommerciële inrichting. Deze ontheffingsmogelijkheid is overgenomen van artikel 4, vierde lid, van de Drank- en Horecawet. Deze ontheffing moet door middel van een melding worden aangevraagd.

Achtergrond

De wijziging van de Drank- en Horecawet legt gemeenten de plicht op om in een verordening de schenktijden van de paracommerciële inrichtingen te reguleren. Door invoering van deze maatregel vervalt de in november 2000 in de Drank- en Horecawet opgenomen eis dat paracommerciële rechtspersonen in een bestuursreglement (huisreglement) schenktijden opnemen. Ook vervalt de eis dat dagen en tijdstippen waarop geschonken wordt duidelijk zichtbaar zijn.

Met het reguleren van de schenktijden van de paracommerciële horeca kan worden bewerkstelligd dat het verstrekken van alcoholhoudende drank een nevenactiviteit van de vereniging blijft naast de primaire activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard.

Deze maatregel past binnen het uitgangspunt van de wijziging van de Drank- en Horecawet om de verantwoordelijkheid voor het lokale alcoholbeleid, en dus ook de schenktijden van paracommerciële inrichtingen, meer een zaak van de gemeenteraad te laten worden dan tot op heden het geval was. Het waren tot nu toe in de praktijk toch veelal de paracommerciële rechtspersonen zelf die hun schenktijden bepaalden (en vastlegden in het bestuursreglement). Het gevolg was dat veel inrichtingen een enorm ruime schenktijd hanteerden die regelmatig overeenkwam met de commerciële horeca.

Het bestuursreglement blijft overigens wel verplicht. In het reglement dient in elk geval vastgelegd te worden welke normen het bestuur stelt aan de voorlichtingsinstructie die de barvrijwilligers krijgen. Ook moet in het bestuursreglement opgenomen worden hoe wordt toegezien op de naleving van het reglement.

Omdat de horecafunctie een ondersteunende rol vervult aan de hoofdactiviteit van de paracommerciële rechtspersoon, zou men ook schenktijden kunnen vaststellen op één uur voor, tijdens en één uur na deze hoofdactiviteit. Dat is tot nu toe een veel voorkomende bepaling. Dit geeft echter aanleiding tot allerlei creatieve constructies om de schenktijden op te rekken. De één uur voor, tijdens en na- bepaling is dan ook niet te handhaven en wordt derhalve ontraden. Een andere creatieve oplossing om de schenktijden op te rekken is het oprichten van bijvoorbeeld een klaverjasclub in de betreffende sportkantine. Om die reden is lid 2 toegevoegd aan artikel 7, waardoor de hoofdactiviteit van de paracommerciële inrichting leidend is en blijft en misbruik door deze constructie voorkomen wordt.

Artikel 8: Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële inrichtingen

Zoals reeds vermeld, staat de Drank- en Horecawet het gemeenten toe onderscheid te maken naar de aard van de paracommerciële rechtspersoon. Van deze mogelijkheid is in deze verordening gebruik gemaakt. De van de hoofdregel van artikel 7 afwijkende schenktijden voor bepaalde categorieën paracommerciële inrichtingen zijn opgenomen in artikel 8.

Achtergrond

Bij het benoemen van de inrichtingen waarvoor afwijkende schenktijden gewenst zijn, is primair gekeken naar de aard van de paracommerciële rechtspersoon en/of de doelgroep waar die rechtspersoon zich op richt. Vanzelfsprekend is ook rekening gehouden met de aspecten van oneerlijke concurrentie. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat paracommerciële inrichtingen alleen een ruimere schenktijd wordt gegund als zij in beheer zijn bij een rechtspersoon die een rustige activiteit aanbiedt en/of zich specifiek richt op bijvoorbeeld een oudere doelgroep, er geen of nauwelijks openbare orde problemen spelen en er bovendien geen sprake is van concurrentie met reguliere commerciële horecabedrijven. Als voorbeelden kunnen gelden: kantines van kerkgenootschappen in kleinere woonkernen en die van rechtspersonen die zich richten op sociaal-culturele activiteiten voor bejaarden. Vanzelfsprekend kan een gemeente in artikel 8 ook krappere schenktijden opnemen voor paracommerciële inrichtingen met veel jonge bezoekers (bijvoorbeeld een speeltuinvereniging) en/of een verleden met openbare orde problemen.

Het maken van een onderscheid tussen de verschillende soorten paracommerciële rechtspersonen moet transparant en controleerbaar zijn. De indruk mag niet gewekt worden dat er sprake is van willekeur en rechtsongelijkheid. In alle gevallen is binnen de werkgroep die in 2013 de conceptverordening heeft opgesteld iedere categorie paracommerciële inrichting onderwerp van discussie geweest en is de doelstelling en de activiteiten waar men zich op richt besproken. Daarnaast is gebruik gemaakt van de input die uit de informatiebijeenkomsten naar voren is gekomen. De conceptverordening die aan deze bijeenkomsten ten grondslag heeft gelegen is nadien dan ook nog diverse keren aangepast.

Artikel 9: Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden

Artikel 9 van deze modelverordening heeft betrekking op de alcoholverstrekking door paracommerciële rechtspersonen tijdens gelegenheden die niet direct verbonden zijn aan de hoofdactiviteit van de paracommerciële rechtspersoon zelf, zoals bruiloften en partijen, maar ook vergaderingen van bijvoorbeeld politieke partijen of goede doelen organisaties.

Achtergrond

Artikel 4 van de Drank- en Horecawet bevat onder meer de verplichting ter voorkoming van oneerlijke mededinging bij gemeentelijke verordening regels te stellen waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank. Deze regels moeten onder meer betrekking hebben op in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard (artikel 4, derde lid onder b, van de wet) en op in de inrichting te houden bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn (artikel 4, derde lid onder c, van de wet).

Met het opnemen van dit artikel in de verordening wordt aan de verplichting om dit bij gemeentelijke verordening te regelen voldaan.

In het tweede lid van dit artikel wordt aan de burgemeester de mogelijkheid geboden om vier keer per jaar ontheffing te verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. In het kort komt het erop neer dat de burgemeester een ontheffingsverzoek moet honoreren als er binnen een straal van 10 kilometer (of een ander passend afstandscriterium) geen effectieve concurrentie is hetgeen in Gooise Meren vrijwel nooit het geval zal zijn.

Onderdeel a

Onderdeel a heeft betrekking op het verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen, ook indien het personen betreft die direct betrokken zijn bij de betreffende paracommerciële rechtspersoon .

In deze verordening wordt voorgesteld de alcoholverstrekking door paracommerciële rechtspersonen tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard in het geheel te verbieden. Gezien de lichtere eisen die de Drank- en Horecawet en andere wetten aan paracommerciële rechtspersonen stellen, is het niet wenselijk dat deze rechtspersonen dit als concurrentievoordeel jegens de reguliere horeca kunnen gebruiken. Door dit artikel wordt voorkomen dat (veelal gesubsidieerde) paracommerciële instellingen op onaanvaardbare wijze concurreren met de reguliere horeca.

De Drank- en Horecawet biedt in artikel 4 onvoldoende ruimte om bijeenkomsten van derden geheel te verbieden. Daarvoor is dan ook niet gekozen. In deze verordening wordt uitsluitend de alcoholverstrekking tijdens dit soort bijeenkomsten verboden. Bij bijeenkomsten waarbij de paracommerciële rechtspersonen geen alcohol verstrekken speelt het concurrentievoordeel dat ontstaat als gevolg van de lichtere eisen die de wet aan deze rechtspersonen stelt immers veel minder een rol. Vanzelfsprekend zal de paracommerciële rechtspersoon bij het houden van dergelijke bijeenkomsten wel aan de overige regelgeving, zoals het bestemmingsplan, moeten voldoen.

In de praktijk: De voorzitter van de plaatselijke voetbalvereniging kan in de kantine van de club geen huwelijksfeest meer organiseren waarop alcohol wordt geschonken.

Onderdeel b

Onderdeel b heeft betrekking op het verstrekken tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. Het gaat hier bijvoorbeeld over vergaderingen van een politieke partij of een goede doelen organisatie of over een bijeenkomst van een projectontwikkelaar die informatie verschaft over geplande bouwactiviteiten.

In deze verordening wordt voorgesteld de alcoholverstrekking door paracommerciële rechtspersonen tijdens dergelijke bijeenkomsten ook geheel te verbieden. Evenals bij de bijeenkomsten als bedoeld in onderdeel a is het ook bij dit soort bijeenkomsten niet wenselijk dat paracommerciële rechtspersonen het feit dat hun exploitatiekosten lager zijn als concurrentievoordeel jegens de reguliere horeca kunnen gebruiken. Door dit artikel wordt voorkomen dat (veelal gesubsidieerde) paracommerciële instellingen op onaanvaardbare wijze concurreren met de reguliere horeca.

Aan de hand van de wettekst is, evenals bij onderdeel a van dit artikel, bewust niet het houden van dergelijke bijeenkomsten verboden, maar de alcoholverstrekking tijdens dit soort bijeenkomsten. Hiervoor gelden dezelfde argumenten als bij de eerder genoemde bijeenkomsten (zie toelichting bij onderdeel a).

Tot slot kan nog worden opgemerkt dat paracommerciële inrichtingen kunnen worden geconfronteerd met fiscale consequenties op het moment dat er bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten voor derden worden georganiseerd. Paracommerciële inrichtingen worden vanaf dat moment aangemerkt als commerciële horeca-inrichting. Voor nadere informatie wordt verwezen naar de Belastingdienst.

Artikel 10: Verstrekken van sterke drank

Dit artikel verbiedt het schenken van sterke drank in paracommerciële inrichtingen met jeugdleden. In deze verordening is daarvoor als basisbepaling gekozen omdat paracommerciële inrichtingen veel door jongeren worden bezocht. Bovendien is het wenselijk een duidelijk onderscheid te maken tussen paracommerciële inrichtingen en commerciële inrichtingen waaraan zwaardere eisen worden gesteld, die geen subsidies ontvangen, geen fiscale voordelen genieten en geen gebruik kunnen maken van barvrijwilligers.

Wel kan door de burgemeester tijdelijk of permanent een ontheffing van dit verbod worden verleend, eventueel met voorschriften en beperkingen. Dit maakt maatwerk mogelijk. Het ‘nee, tenzij’ principe geniet dan uit preventief oogpunt de voorkeur. Bovendien wordt daarmee oneerlijke concurrentie zoveel mogelijk tegengegaan.

Artikel 11: Aanvullende vragen aan paracommerciële rechtspersonen

Gereserveerd

§ 5 BEPALINGEN VOOR DE DETAILHANDEL

Artikel 12: Prijsacties detailhandel

In artikel 3 van deze modelverordening is een verbod opgenomen op bepaalde prijsacties in de horeca, zoals happy hours. In artikel 12 van deze verordening worden extreme prijsacties die van korte duur zijn in de detailhandel verboden. Het gaat volgens de wet om prijsacties die één week of korter duren èn een prijskorting geven van meer dan 30% op de reguliere verkoopprijs in die winkel. Ook vallen hieronder bepaalde koppelverkoopacties, zoals ‘Bij € 25 boodschappen krat X-bier voor maar € 6,95’, tenminste als er normaal gesproken géén korting wordt gegeven op dergelijke kratten bier bij € 25 boodschappen én een krat X-bier pleegt te worden verkocht voor minimaal € 9,95.

De grondslag voor deze bepaling is art. 25d van de Drank- en Horecawet. Net als bij het verbod op bepaalde prijsacties in de horeca kunnen gemeenten een verbod op extreme prijsacties in de detailhandel alleen inzetten ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde (en dus niet om bijvoorbeeld beginnende ondernemers te ondersteunen). De maatregelen zullen in de gemeentelijke verordening duidelijk moeten worden toegelicht vanuit dit perspectief. Dit kan bijvoorbeeld door te wijzen op het grote aantal alcoholgerelateerde incidenten in de politieregisters of op een stijging van het aantal opnamen bij de plaatselijke alcoholpoli.

De bepaling kan eventueel ook alleen gelden voor een bepaald deel van de gemeente.

Achtergrond

Er is veel onderzoek dat aantoont dat het verlagen van prijzen van alcoholhoudende dranken (bijvoorbeeld door prijsacties) alcoholgebruik en alcoholgerelateerde schade in de hand werkt. Een meerderheid van de jongeren geeft aan als gevolg van prijsacties méér te gaan drinken (Universiteit Twente 2007). Doel van het artikel is de volksgezondheid te beschermen en de openbare orde te bewaken. Het artikel is gericht op een verbod van extreme prijsacties die leiden tot het ‘dumpen’ van alcohol, bijvoorbeeld op piekmomenten (in examenfeesttijd en rond Oud en Nieuw) en vaak onder de kostprijs. In de toelichting bij de wet wordt er van uitgegaan dat van dumpen in de detailhandel sprake is bij kortingen van meer dan 30%. Gemiddeld werd er de laatste jaren 25% korting gegeven. Maar naar schatting is een kwart van de prijsacties op bier hoger dan 30% van de normale verkoopprijs (STAP 2011). Deze worden met dit artikel verboden als ze een week of korter duren. Langere acties leiden in mindere mate tot ‘piek gedrag’ en zijn economisch waarschijnlijk ook niet altijd mogelijk, aangezien dan aanzienlijk verlies wordt geleden op deze acties. Overigens vinden producenten en importeurs een maximale korting van 50% verantwoord (STIVA Reclamecode voor alcoholhoudende dranken, januari 2012).

Het is belangrijk om in het lokale beleid juist ook in de detailhandel aandacht te besteden aan extreme prijsacties. Naar schatting 80% van alle in Nederland geconsumeerde liters alcohol wordt verkocht via de detailhandel, waarvan 90% via supermarkten. De prijs van alcohol is in de detailhandel ook (met afstand) het laagst. Verder vindt ongeveer driekwart van de prijsacties op bier plaats in supermarkten. En tot slot adverteren supermarkten vooral voor goedkoop bier tijdens feestdagen en andere piekmomenten in het jaar, waarop mensen vaak al geneigd zijn om meer te drinken (STAP 2011). Dit stimuleert overmatig alcoholgebruik en ook nog op momenten dat dit mogelijk extra risico’s met zich meebrengt voor de openbare orde en veiligheid. Een lokaal alcoholbeleid dat aan bovenstaande voorbij gaat, spant in wezen het paard achter de wagen.

Bij de handhaving van een verbod op stuntprijzen in de detailhandel kan de toezichthouder gebruik maken van diverse internetsites, zoals www.goedkoopbier.nl en www.supermarktcheck.nl, waarop alle aanbiedingen van supermarkten met van/voor-prijzen te vinden zijn.

Afspraken over prijsacties kunnen ook via een convenant gemaakt worden, zoals nu soms al gebeurt. Daarin is echter meestal geen publiekrechtelijk element opgenomen. Hierdoor kan er sprake zijn van privaatrechtelijke prijsafspraken. Dit is op grond van Europese regels over mededinging ongeoorloofd. Juist om die reden wordt in artikel 25d van de wet de bevoegdheid van de gemeente uitgebreid om dit in een verordening te regelen.

Lokale ondernemers die onderdeel uitmaken van een groter netwerk geven soms aan dat door een gemeentelijk verbod op bepaalde prijsacties het voor hen onmogelijk wordt om te communiceren over sommige landelijke aanbiedingen. De voor de hand liggende oplossing daarvoor is dat (ook landelijk) de prijskortingen worden teruggebracht tot 30% of minder van de reguliere prijs en korte acties gefocust op piekmomenten worden vermeden. Daarmee wordt precies bereikt wat de wetgever met de maatregel heeft beoogd.

Artikel 13: Voorschriften slijterijen

Gereserveerd

§ 6 TIJDELIJKE VERSTREKKINGSVERBODEN

Artikel 16 Tijdelijk verstrekkingsverbod gedurende bepaalde uren

Gereserveerd.

Artikel 15: Tijdelijk verstrekkingsverbod in een deel van de gemeente

Gereserveerd

Artikel 16: Tijdelijk verstrekkingsverbod gedurende bepaalde uren

Gereserveerd

§ 7 ONTHEFFINGEN

Artikel 17: Mandatoire ontheffingen

Gereserveerd

Artikel 18: Facultatieve ontheffingen

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 19: Intrekkingsgronden

In artikel 19 van deze verordening wordt aangegeven wanneer een verleende ontheffing ingetrokken kan worden of gewijzigd. De verordeningstekst is hierover helder en behoeft derhalve geen nadere toelichting.

Artikel 20: Hardheidsclausule

Deze bepaling is opgenomen om ingeval van situaties dat strikte toepassing van de verordening leidt tot een onevenredige situatie voor een belanghebbende, alsnog van de verordening te kunnen afwijken.

§ 8 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 21: Overgangsrecht

Eerste lid

De voorgestelde overgangsbepaling voor paracommerciële rechtspersonen is in lijn met het overgangsrecht zoals dat is opgenomen in art III van de wet die de Drank- en Horecawet wijzigt. Daarin is bepaald dat op het moment van inwerkingtreding van de plaatselijke verordening voor paracommerciële rechtspersonen de voor die categorie inrichtingen nieuwe gemeentelijke bepalingen van kracht zijn. Zo nodig zendt de burgemeester een paracommerciële rechtspersoon een gewijzigde vergunning met daarin de aangepaste voorschriften en beperkingen.

Tweede en derde lid

In het tweede en derde lid is overgangsrecht opgenomen voor alle andere verstrekkers. De kern is dat voorschriften en beperkingen die aan horecabedrijven en slijterijen zijn gesteld op grond van oude gemeentelijke Drank- en Horecaverordeningen van kracht blijven en dat alle ontheffingen op grond van deze oude verordeningen één jaar na inwerkingtreding van de nieuwe gemeentelijke verordening komen te vervallen. Vanzelfsprekend kan op verzoek van betrokkene de ontheffing ook eerder komen te vervallen.

Vierde lid

Aanvragen die ten tijde van de inwerkingtreding van de nieuwe verordening nog niet zijn afgehandeld worden afgehandeld op basis van de nieuwe verordening.

Artikel 22 Strafbepaling

Deze bepaling behoeft geen nadere toelichting

Artikel 23 Inwerkingtreding en citeertitel

Deze bepaling behoeft geen nadere toelichting.