Gemeenteblad van Brummen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BrummenGemeenteblad 2017, 114268Beleidsregels



Gemeente Brummen – Beleidsnota preventie middelengebruik en verslaving

 

Kenmerk: RB17.0028

 

De raad van de gemeente Brummen,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 mei 2017 met kenmerk BW17.0280;

gehoord het behandeladvies van het forum Samenleving van 15 juni 2017;

 

heeft besloten:

 

de concept beleidsnota preventie middelengebruik 2017 vast te stellen.

 

 

Inwerkingtreding:

Op de dag na die van de bekendmaking.

 

 

Brummen, 29 juni 2017

De raad van de gemeente Brummen,

de griffier, mr. A.P. Leenstra

de voorzitter, A.J. van Hedel

 

 

Beleidsnota preventie middelengebruik en verslaving

Inleiding

Bij het opgroeien van kind naar jongere en volwassene hoort dat de wereld om je heen steeds groter wordt. Daarbij hoort ook het verkennen van grenzen. In Brummen in praktische zin omdat kinderen bij de overgang naar middelbaar onderwijs daarvoor buiten de gemeentegrenzen moeten gaan. En – in het kader van deze nota - het betekent vroeg of laat ook een kennismaking met middelen als alcohol of drugs. Ook betekent opgroeien in deze tijd dat onze kinderen om moeten leren gaan met internet en de kansen en mogelijkheden daarvan en de keerzijde die ook internet en gamen kunnen hebben.

We willen dat jongeren in Brummen zo veilig mogelijk hun weg in de maatschappij vinden. Dat zij leren zich zelfstandig te redden en de gevolgen van keuzes leren overzien. Experimenteren en grenzen opzoeken hoort bij het volwassen worden.

Het gebruik van middelen kan fijn of spannend zijn. Maar er zijn wel risico’s, zeker wanneer het gebruik problematisch wordt. Middelengebruik is voor jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 12 tot 23 jaar eerder risicovol dan bij volwassenen, omdat zij zich nog in een kwetsbare periode van hun ontwikkeling bevinden, zowel neurologisch of psychosociaal als wat betreft opleiding. Jong en veel drinken kan blijvende hersenschade opleveren en dus levenslange gevolgen hebben. Of jongeren kunnen sociale problemen krijgen wanneer zij in isolement raken door veel gamen. Het kan leiden tot schooluitval.

Het middelengebruik onder jongeren is in de gemeente Brummen vergelijkbaar met andere omliggende gemeenten. We willen ervoor zorgen dat het gebruik van alcohol en drugs afneemt, dat meer jongeren het gebruik van alcohol uitstellen tot hun 18e en dat onze jongeren op een gezonde manier met internet en games om leren gaan. Want problemen als gevolg van het gebruik van middelen kunnen ingrijpend zijn. In deze nota staat beschreven hoe wij in de gemeente Brummen het preventieve beleid ten aanzien van het gebruik van middelen vorm willen gaan geven. Omdat internet- en gameverslaving ook ingrijpende gevolgen kunnen hebben, is dat ook uitdrukkelijk onderwerp van deze beleidsnota rondom middelengebruik onder jongeren.

De vraag hoe om te gaan met het gebruik van middelen speelt bij onze jongeren en bij hun ouders. Op 4 november 2016 werd door de Maatschappelijke Adviesraad Brummen (MAR) een symposium over drank en drugsgebruik georganiseerd in Spoorzicht in Eerbeek. Deze interactieve avond met deelname van Filemon Wesselink en kinderarts Nico van der Lely trok 120 deelnemers. Dit symposium over middelengebruik was voor de gemeente Brummen het startschot voor het opstellen van deze nieuwe beleidsnota preventie middelengebruik en verslaving.

 

 

1. Aanleiding en doelstelling van het plan middelengebruik

 

Dit beleidsplan staat niet op zichzelf, maar staat in een langere Brummense en regionale traditie.

Eind 2015 is het plan van aanpak Preventie middelengebruik Brummen afgelopen. Dit plan is in onderlinge samenwerking door de Stichting Welzijn Brummen (SWB), Tactus, Politie en de gemeente Brummen opgesteld en uitgevoerd. Aanleiding voor dit plan van aanpak waren de signalen dat jongeren in de gemeente Brummen drugs gebruikten en dat mensen zich daar zorgen over maakten. Het plan van aanpak was bedoeld om jongeren die problematisch middelen gebruiken en jongeren die dat nog niet doen, maar wel risico lopen, worden gesignaleerd en actief worden benaderd om grotere problemen te voorkomen. De doelstelling was de samenwerking tussen politie, het jongerenwerk, het opbouwwerk, het CJG, de zorgnetwerken en Tactus verslavingszorg beter af te stemmen en waar nodig te intensiveren, zodat problematisch middelengebruik door jongeren zo vroeg mogelijk gesignaleerd kon worden, jongeren actief benaderd konden worden en een gerichtere inzet van interventies plaats kon vinden.

 

Het plan van aanpak is verlopen en de specifieke samenwerking op het plan van aanpak heeft sindsdien stil gelegen. De leef- en belevingswereld van jongeren verandert snel, maar het voor de gemeente Brummen blijft het een belangrijk uitgangspunt dat wij problemen door gebruik van middelen zo lang mogelijk voor willen blijven. Daarom wordt met deze nota een nieuwe start gegeven aan het beleid rondom het voorkomen van problemen als gevolg van middelengebruik door jongeren.

 

Veranderingen kunnen snel gaan. Dan kan het gaan om het type middelen dat gebruikt wordt, hoeveel die gebruikt worden, maar ook om de leeftijd waarop kinderen en jongeren er gemiddeld mee in aanraking komen. Daarnaast zijn met de komst van internet en de vele mogelijkheden daarvan, zijn de risico’s op problematisch gebruik daarvan ook toegenomen. Daarom wordt de inzet op het voorkomen van problematisch middelengebruik in dit plan verbreed met internet- en gameverslaving. Het is in de basis wellicht een ander soort middel of verslaving, omdat het niet gaat om een stof die het lichaam beïnvloedt, maar de verschillende vormen van internetverslaving kunnen even zware problemen opleveren als problematisch gebruik van alcohol of drugs. Bijvoorbeeld moeite hebben met het onder controle houden van internetgebruik, moeite hebben ermee te stoppen, slaap te kort komen door het internetten, het huiswerk af te raffelen en internetten om een probleem te vergeten. Het kan daarmee net zo goed leiden tot sociale problemen of schooluitval.

 

1.1 Doelstelling

De gemeente Brummen wil kinderen en jongeren door middel van voorlichting, bewustwording, signalering en advisering ondersteunen om op eigen kracht gezond om te gaan met middelen. Daarnaast willen we ouders in staat stellen beter grenzen te stellen, het gesprek met hun kinderen aan te gaan over het gebruik van middelen en te herkennen wat problematisch gedrag is. Het is en blijft de verantwoordelijkheid van ouders, kinderen en jongeren om verantwoord met middelen om te gaan. Als gemeente willen wij hen daarbij ondersteunen. Het leefringenmodel dat uitgangspunt was bij de drie decentralisaties in het sociale domein, is ook voor dit beleidsplan het uitgangspunt. Met het leefringenmodel worden voor alle inwoners algemene voorzieningen aangeboden en zijn aanvullend daarop aanvullend individuele maatwerkvoorzieningen mogelijk.

 

De norm ‘NIX18’ - niet roken en niet drinken voor je 18e - is uitgangspunt van deze nota. De gemeente Brummen wil zich uitdrukkelijk aan deze (landelijke) norm committeren en wil dat ook van de samenwerkingspartners vragen. Niet alleen omdat wettelijk gezien pas vanaf 18 jaar alcohol gedronken mag worden, maar juist ook vanwege de gezondheid. Het drinken van alcohol belemmert de ontwikkeling van de hersenen en andere organen die in de groei zijn, het kan leiden tot overmatig alcoholgebruik op latere leeftijd en het kan verslavend zijn. Jongeren krijgen ook sneller een alcoholvergiftiging dan volwassenen. Bovendien speelt alcohol een grote rol bij probleemgedrag, zoals crimineel en agressief gedrag, angst en depressieve klachten, lage zelfcontrole, een slechte relatie met ouders en veel spijbelen. Dezelfde relatie is er mogelijk met internet- en gameverslaving.

 

1.2 Afbakening

De doelgroep van deze nota zijn kinderen en jongeren tot ongeveer 18 jaar, hun ouders en hun directe omgeving, zoals bijvoorbeeld school of sportverenigingen.

 

Omdat jongeren zich nog in een kwetsbare periode bevinden, richten wij ons in deze nota op deze groep. De beleidsnota preventie middelengebruik en verslaving is onderdeel van het spoorboek jeugd. Voor volwassenen is er ook (preventieve) inzet op het voorkomen en behandelen van verslavingen en gebruik van middelen. Alcoholgebruik onder volwassenen en ouderen is een speerpunt van de landelijke preventienota. Die nota en de wijze waarop de gemeente Brummen invulling geeft aan de landelijke prioriteiten, wordt binnenkort uitgewerkt in de Brummense visie op integrale gezondheid en zal daarom geen onderdeel zijn van dit beleidsplan.

 

 

2. Kaders/Samenloop met ander beleid

2.1 Landelijke wetgeving en voorlichting:

Alcoholmatiging en preventie van middelengebruik zijn een belangrijk onderdeel van het landelijke preventieve gezondheidsbeleid. Elke vier jaar brengt het Ministerie van VWS op basis van de Wet Publieke Gezondheid de preventienota uit, met de landelijke prioriteiten in het preventiebeleid. In de laatste nota, uitgekomen in december 2015, is alcoholmatiging een belangrijk thema. Op basis van de Wet Publieke Gezondheid moeten gemeenten binnen twee jaar na het verschijnen van de landelijke preventienota aangeven op welke manier het lokale preventiebeleid wordt ingevuld. Deze beleidsnota preventie middelengebruik en verslaving geeft verdere invulling van hoe we in Brummen dit deel van het preventieve beleid willen invullen. Daarnaast zal in 2017 ook een nieuwe nota integrale gezondheid worden opgesteld, met daarin reactie op hoe we in Brummen de landelijke prioriteiten gemeentelijk willen invullen.

 

Gemeenten hebben sinds 1 januari 2013, bij de wijziging van de Drank- en Horecawet (DHW) de verantwoordelijkheid gekregen om regels ten aanzien van de handhaving van deze wet op te stellen. Ook het toezicht op en de handhaving van die regels is sindsdien een taak van gemeenten. In Brummen is de uitvoering van deze wet vastgelegd in de nota ‘Drank en horecabeleid gemeente Brummen 2013’. Daarnaast waren gemeenten op grond van de wijziging van de Drank- en Horecawet verplicht op voor 1 juli 2014 een preventie- en handhavingsplan alcohol op te stellen. In Brummen is hiervoor het ‘Preventie- en handhavingsplan Drank- en Horeca 2014-2018’ opgesteld.

 

In 2014 is met een wijziging van de Drank en Horecawet de leeftijd om alcohol te mogen drinken en aan te mogen schaffen verhoogd naar 18 jaar. Tegelijkertijd is vanuit het ministerie de campagne NIX18 gelanceerd, die informeert over de leeftijdsgrens en stimuleert om voor het 18e levensjaar niet te drinken. Het doel van de campagne is om de sociale norm ‘niet drinken tot je 18e’ te versterken.

 

Naast de NIX18 campagne en de ‘Ik Pas-campagne’ , voert de GGD ook een aantal taken uit om gemeenten te ondersteunen bij het voorlichten van inwoners over gezond alcoholgebruik. Daarnaast voert de GGD bevolkingsonderzoeken uit onder kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen en kunnen zij op grond daarvan gemeenten adviseren over preventief beleid.

 

2.2 Gemeentelijk beleid

Het beleidsplan middelengebruik valt binnen het beleid van het sociale domein van de gemeente Brummen, het programma ‘Samen goed voor elkaar’. Het versterken van de zelfredzaamheid staat hierin voorop. Vanuit het programma ‘Samen goed voor elkaar’ worden verschillende spoorboeken opgesteld, met concrete voornemens op verschillende beleidsterreinen. Dit beleidsplan preventie middelengebruik en verslaving is onderdeel en één van de sporen van het spoorboek Jeugd. In het spoorboek worden ook interventies opgenomen op bijvoorbeeld het zelfredzaam en weerbaar maken van kinderen en jongeren. Daarmee is het beleidsplan preventie middelengebruik en verslaving ook integraal onderdeel van preventieve zorg binnen het Jeugdbeleid.

 

Het preventie- en handhavingsplan dat voor de uitvoering van de gemeentelijke taken voor de Drank en Horecawet is opgesteld, verloopt in 2018 en zal nog in 2017 geëvalueerd en vernieuwd worden. Verschillende afspraken uit het eerdere ‘Plan van aanpak Preventie middelengebruik Brummen ’ zijn in dit handhavingsplan geborgd en die samenhang blijft ook het uitgangspunt bij het vernieuwen van het preventie- en handhavingsplan en het plan preventie middelengebruik. Maatregelen op het gebied van handhaving van de drank en horecawet, op het naleven van de norm NIX18, zullen onderdeel zijn van het handhavingsplan. Voorliggend beleidsplan preventie middelengebruik en verslaving gaat juist over de preventieve maatregelen om te voorkomen dat jongeren met middelen in aanraking komen of dat er problematisch gebruik ontstaat. Omdat preventie en handhaving verschillende benaderingen zijn in het tegengaan van middelengebruik, is er vooralsnog gekozen hiervoor aparte beleidsplannen op te stellen. Bij de evaluatie van deze beleidsnota preventie middelengebruik en verslaving zal gekeken moeten worden of deze meer geïntegreerd kunnen worden.

 

Afstemming van de samenwerking en het uitwisselen van ervaringen tussen de gemeente Brummen en samenwerkingspartners gebeurt in verschillende overleggen, die regelmatig plaatsvinden, zoals het Zorgoverleg Risicojongeren (ZOR) en het Sociaal overleg. Deze overleggen zijn ook van belang voor het ophalen van signalen voor preventief beleid ten aanzien van middelengebruik en verslaving.

 

Zoals eerder aangegeven, zullen verslaving en middelengebruik ook onderdeel zijn van de nota integrale gezondheid in Brummen, die op dit moment ook in ontwikkeling is. Daarin zal ook preventie en behandeling van verslaving onder volwassenen en ouderen worden meegenomen.

 

 

3. Waar hebben we het over?

 

Hoe staat Brummen ervoor? In dit hoofdstuk wordt een beeld gegeven van de signalen rondom het gebruik van middelen als alcohol en drugs en problemen rondom internetgebruik en gamen. Hiervoor is van verschillende bronnen gebruik gemaakt, zoals de door de GGD uitgevoerde gebiedsanalyse gezondheid en zorg en E-MOVO-onderzoeken onder jongeren. Deze bieden cijfermatig inzicht in hoe de gemeente ervoor staat, wat aandachtspunten zijn. Daarnaast is de input van professionals die in het dagelijkse werk met jongeren en eventueel met middelengebruik te maken hebben gebruikt.

 

3.1 Alcohol

Brummen scoort als het gaat om gebruik van alcohol onder jongeren niet anders dan de rest van de regio. Uit het E-MOVO onderzoek dat de GGD in 2015 heeft uitgevoerd onder jongeren in de tweede en vierde klas van het middelbaar onderwijs, blijkt het aantal Brummense jongeren dat aangeeft voor hun 18e gedronken te hebben, is afgenomen.

 

 

2007

2011

2015

Ooit alcohol gedronken

68%

53%

48%

Bron: E-MOVO 2015

 

Ook gaan kinderen later drinken. Uit de evaluatie van de Drank- en Horecawet bleek dat landelijk gezien de leeftijd waarop jongeren voor het eerst alcohol drinken, is gestegen van 12 jaar in 2003 naar 13,2 jaar in 2015. In Brummen is dit vergelijkbaar. Het is positief dat jongeren later gaan drinken, maar uit het peilstationonderzoek van het Trimbosinstituut uit 2015 blijkt dat landelijk gezien 18,2% van de kinderen van 12 aangeeft wel eens alcohol gedronken te hebben.

 

Jongeren die drinken, drinken verhoudingsgewijs wel meer dan voorheen. Bingedrinken komt daarmee meer voor. In 2015 gaf 24% van de Brummense jongeren die naar het middelbaar onderwijs gaan aan dat zij in de laatste vier weken bij één gelegenheid meer dan 5 glazen alcohol hebben gedronken. Dit percentage ligt veel hoger onder de leerlingen van de vierde klas (39%) dan van leerlingen in het tweede jaar (7%). Bingedrinken komt relatief wat meer voor meer voor in Brummen en het buitengebied dan in Eerbeek.

 

Drinken gebeurt in de gemeente Brummen het meest bij anderen thuis (20%), in een discotheek (18%), of met anderen in eigen huis (15%). Drinken in hokken, keten of schuren, komt in Brummen onder 9% van de jongeren die drinken voor.

 

Het percentage van de ouders die instemmen met het gebruik, neemt af. Van de middelbare scholieren in Brummen zegt 84% dat hun ouders daar niet mee instemmen.

 

3.2 Drugs

Uit het E-MOVO-onderzoek van de GGD uit 2015 blijkt dat 9% van de Brummense jongeren wel eens softdrugs heeft gebruikt. Maar het is wel een lichte toename ten opzichte van 2011, toen 8% aangaf wel eens softdrugs te gebruiken. Hiermee is de daling die zich vanaf 2007 had ingezet, gestopt, toen lag het percentage op 18%. Het meest krijgen jongeren deze drugs via hun vrienden. Eén op de vijf middelbare scholieren in de gemeente Brummen heeft wel eens softdrugs aangeboden gekregen, dat was meestal op straat of op een hangplek (9%).

 

Binnen de gemeente bestaat verschil in het gemelde gebruik. Uit de gebiedsanalyse op basis van E-MOVO onderzoek uit 2011 bleek dat in Brummen geven twee keer zoveel jongeren aan dat zij wel eens softdrugs hebben gebruikt (9%) ten opzichte van Eerbeek (5%). Het aandeel jongeren dat aangeeft harddrugs te hebben gebruikt, verschilt binnen de gemeente niet veel, dit ligt overal rond 2%.

 

3.3 Internet, gamen en social media

Onder internetverslaving vallen verschillende soorten verslavingen, zoals gameverslaving, social media verslaving, chatverslaving en pornoverslaving. Het gevaar van deze soorten verslavingen schuilt er juist in dat de persoon zelf niet het gevoel heeft in een sociaal isolement terecht te komen. Het gamen of internetgebruik gaat dan vaak ten koste van relaties met familie of vrienden, maar het kan ook ten koste gaan van schoolprestaties.

 

De Brummense jongeren scoren op het problematisch gebruik van social media en games niet anders dan in andere gemeenten in de regio. Uit het E-MOVO onderzoek van de GGD uit 2015 blijkt dat van de Brummense middelbare scholieren 4% risico loopt op problematisch social media gedrag. Dit verschilt wel sterk tussen jongens en meisjes. Van de jongens is dit 2% en van de meisjes is dit 7%. Bij het risico op problematisch gamen ligt dit juist andersom, daar lopen juist meer jongens risico op problematisch game gedrag. Van de middelbare scholieren loopt 4% van de jongens risico op problematisch gamen, tegen 1% van de meisjes.

 

Internetverslaving is de meest voorkomende verslaving onder jongeren. En er lijkt samenhang te zijn tussen game- en internetverslaving en psychische problematiek. Mensen met een internetverslaving hebben vaker psychische problemen en andersom. Uit de gebiedsanalyse gezondheid en zorg van de GGD blijkt dat het aantal kinderen en jongeren met een psychosociale indicatie in de gemeente Brummen hoger is dan gemiddeld in de regio. Dat maakt het voor de gemeente des te belangrijker aandacht te hebben voor internetverslaving onder jongeren in de gemeente.

 

3.4 Ervaren problemen

Het beeld dat uit voorgaande cijfers blijkt, wordt grotendeels gedeeld door professionals die met jongeren en middelengebruik in aanraking komen. Er zijn echter wel ervaren verschillen in de mate van gebruik. Brummen scoort met name op het drank en drugsgebruik niet veel anders dan andere gemeenten in de regio. De problematiek is hier niet groter. Maar het beeld dat softdrugsgebruik in Eerkbeek lager is dan in Brummen, is niet wat door professionals als huisartsen, politie en jongerenwerk gedeeld wordt. Of dit ligt aan dat het gebruik in Eerbeek meer in de openbaarheid gebeurt en in Brummen meer achter de voordeur of dat bijvoorbeeld door jongeren buiten gemeente gebruikt wordt, is niet duidelijk. Het kan er ook aan liggen dat het per gemeenschap verschilt hoe open men is over het gebruik. Het is wel belangrijk oog te houden voor de verschillen, omdat dit mogelijk ook kan betekenen dat er een verschillende aanpak nodig is.

 

Daarnaast kan overlast door het gebruik van alcohol of drugs voor omwonenden ingrijpend zijn. Dat Brummen qua gebruik hetzelfde beeld als de regio laat zien, neemt niet weg dat ook in Brummen wel overlast door het gebruik van alcohol en drugs gerapporteerd. Dan gaat het bijvoorbeeld om gebruik rondom hangplekken, of over het uitwisselen of verhandelen van bijvoorbeeld softdrugs op parkeerplaatsen.

 

3.5 Andere signalen en ervaringen met bestaande instrumenten

In de afgelopen jaren is in het kader van het eerdere beleidsplan preventie middelengebruik en verslaving jaarlijks door Tactus het programma ‘Op tijd voorbereid’ uitgevoerd op de basisscholen in Brummen. In dit lesprogramma werden kinderen voorgelicht over alcohol en roken en werden ook ouderavonden over het thema georganiseerd. Omdat de houding van leerlingen in het basisonderwijs ten aanzien van alcohol en roken negatiever is geworden en ouders strenger zijn geworden, is het advies van Trimbos om geen universele voorlichting meer aan te bieden aan kinderen in de basisschoolleeftijd en meer in te zetten op voorlichting van ouders. Tactus is daarom voornemens met dit programma te stoppen en er een nieuw programma, gericht op gamen en social media voor in de plaats aan te bieden. Hiermee kan een belangrijk aanbod voor Brummen wegvallen, want het programma ‘Op tijd voorbereid’ werd door ouders, basisscholen en andere betrokken professionals wel enthousiast ontvangen. Uitvraag onder de basisscholen leert dat zij wel vinden dat groep 8 een goede tijd is om kinderen al voor te bereiden, voor kinderen er op de middelbare school mee in aanraking kunnen komen. Zoals eerder al aangegeven, vliegen de Brummense kinderen na de basisschool uit naar naburige gemeenten voor het voortgezet onderwijs en missen we daarmee binnen de gemeente Brummen een voor de hand liggende plaats voor de eerste voorlichting. Basisscholen hebben ook aangegeven er wel voor open te staan hier voorlichting op aan te blijven bieden.

 

Op 4 november 2016 is op initiatief van de Maatschappelijke Advies Raad van Brummen een symposium over alcohol en drugs gehouden met deelname van Filemon Wesselink en kinderarts Nico van der Lely. Hier kwamen 120 ouders en kinderen op af. De reacties op het symposium waren overwegend positief. Kritische opmerkingen van kinderen en jongeren waren wel dat het programma vooral praten en weinig interactie was en dat er meer door jongeren zelf verteld kon worden. Van ouders kwamen enkele opmerkingen over het al dan niet aanmoedigen van gebruik. Dit leert wel dat als er voor een vervolg gekozen wordt, er goed oog moet zijn voor de taal en boodschap en voor de aantrekkelijkheid van het programma voor jongeren. Ook verschilt de aard van de vraag waarmee ouders en kinderen of jongeren naar het symposium kwamen. Kinderen en jongeren stelden vooral vragen waaruit nieuwsgierigheid blijkt naar de werking van middelen of hoe je ermee om kan gaan. De vragen van ouders richtten zich vooral op het kunnen herkennen van gebruik, van het bespreekbaar maken en over hoe afspraken te maken over gebruik. Ook dit is van belang voor het mogelijke vervolg op het symposium.

 

Aanspreekbaarheid van ouders op het gebruik van middelen als alcohol en drugs, is een ervaren probleem. Bijvoorbeeld politie, jongerenwerk en medewerkers van de gemeente van handhaving en het Team voor Elkaar, geven aan dat het soms lastig omgaan is met de houding van sommige ouders. Dan gaat het bijvoorbeeld om het kunnen aanspreken op hun rol, als ouders bijvoorbeeld bewust meewerken aan het middelengebruik, als ze problemen bij het gebruik van middelen als alcohol en drugs, maar ook met internet of gamen ontkennen. Of als zij zich verzetten tegen het aangesproken worden op het gedrag van hun kind. Door deze professionals wordt aangegeven dat er nu weinig lijkt te zijn tussen voorlichting en harde maatregelen als gezagsmaatregelen.

 

Voor zowel het voortgezet onderwijs als voor het uitgaan gaan de Brummense jongeren naar omliggende gemeenten als Zutphen, Apeldoorn en Rheden. Wat de afstemming met andere gemeenten lastiger maakt, is dat zij voor bijvoorbeeld GGD en stedelijke kompassen onder verschillende regio’s vallen. Zutphen en Apeldoorn vallen net als Brummen onder GGD regio Noord- en Oost Gelderland, maar Rheden valt onder GGD regio Gelderland Midden. Op GGD-regioschaal wordt ook afgestemd en ervaringen uitgewisseld over het preventieve gezondheidsbeleid en worden door de GGD-organisaties onderzoeken uitgevoerd om de gezondheidssituatie van inwoners te peilen. Daarnaast worden bepaalde preventieactiviteiten rondom middelengebruik vanuit stedelijke kompassen gefinancierd, waar de verschillende gemeenten ook weer onder verschillende regio’s vallen. Brummen valt onder centrumgemeente Apeldoorn, de preventiemiddelen voor de gemeente Zutphen lopen via centrumgemeente Deventer en Rheden werkt hiervoor samen met de gemeente Arnhem.

 

 

Hoofdstuk 5 De inzet in Brummen

Voorkomen is beter dan genezen. We willen dat jongeren het gebruik van alcohol en drugs uitstellen tot na hun 18e, NIX18 is de norm. Daarnaast willen we dat als ze wel gebruik maken van middelen (alcohol en drugs, maar ook internet of gamen), zij dit op een gezonde manier kunnen doen en weten van de risico’s. Het is en blijft allereerst de verantwoordelijkheid van de jongeren en de ouders zelf. Als gemeente willen wij hen hierbij ondersteunen met vooral algemene voorzieningen, toegankelijk voor iedereen en met een breed bereik.

 

Door middel van voorlichting en het versterken van de weerbaarheid en zelfredzaamheid van kinderen, jongeren en ouders, willen we middelgebruik zoveel mogelijk voorkomen. Als er wel problemen ontstaan, willen we daar zo vroeg mogelijk bij zijn. Dat doen we door ouders voor te lichten over het herkennen van signalen, maar ook door samen te werken met professionals die problemen kunnen signaleren.

 

In onze maatregelen willen zoveel mogelijk aansluiten bij wat er landelijk al is en lokaal invullen waar dat voor ons aanvullend belangrijk is.

 

5.1 Wat willen we bereiken?

In het volgende E-MOVO-onderzoek, dat in 2019 onder de jongeren op de middelbare scholen wordt uitgevoerd, willen wij dat:

  • -

    Het problematisch gebruik van internet door jongeren is afgenomen

  • -

    Het percentage middelbare scholieren dat aangeeft wel eens alcohol te hebben gedronken, moet verder zijn gedaald naar 43% (in 2015 was dit 48%)

  • -

    We willen dat het gebruik van softdrugs onder jongeren afneemt naar het niveau van 2011, namelijk 8% (in 2015 was dit 9%)

     

5.2 Wat gaan we inzetten?

Basisschool (kinderen tot en met 12 jaar)

  • -

    De gemeente Brummen hecht waarde aan een preventief programma op alle basisscholen gericht op gezond gebruik van internet, gamen en social media, aanvullend op wat er op de basisscholen al gebeurt. Dit programma moet gericht zijn op het weerbaar maken van kinderen en het bewustzijn van de risico’s. Onderdeel van dit programma moet ook zijn dat ouders geïnformeerd worden over hoe zij hun kinderen in het gebruik van internet, gamen en social media kunnen begeleiden en daar toezicht op kunnen houden.

  • -

    Specifiek gericht op gamen, organiseert de gemeente Brummen voorlichting aan ouders om hen inzicht te geven in opvoedstrategieën die ze in kunnen zetten om ervoor te zorgen dat het internetgebruik of het gamen van hun kinderen prettig en ontspannen blijft. Dit wordt aangeboden aan basisscholen, aanvullend op het preventieve programma gericht op internet, social media en gamen. Deze voorlichting kan ook worden verbreed naar opvoedstrategieën op het gebied van omgaan met alcohol en drugs.

  • -

    We willen dat een aanbod blijft om in groep 8 van de basisscholen voorlichting aan kinderen te geven op het gebied van alcohol, roken en drugs. We willen het advies van Trimbos om geen universele voorlichting op alcohol voor 12 jaar aan te bieden accepteren, maar er is wel behoefte onder basisscholen. Ook vinden we het nog wel zorgelijk dat 13% van de kinderen in groep 7en 8 aangeeft wel eens alcohol gedronken te hebben (Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP). Daarom willen wil de gemeente Brummen dat jaarlijks met basisscholen afgestemd wordt over voorlichting op scholen en de wijze waarop dit ingevuld wordt. Daarbij wordt ook de inzet van ervaringsdeskundigen meegenomen.

  • -

    Ouders van kinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan, worden aan het einde van het schooljaar van groep 8 aangeschreven door middel van een brief met informatie over middelengebruik (alcohol, drugs en roken) en tips over hoe als ouder daarin afspraken te maken met hun kinderen.

  • -

    De gemeente Brummen wil basisscholen aanmoedigen om in de gezonde school aanpak ook expliciet aandacht te hebben voor het voorkomen van het gebruik van middelen als alcohol, drugs en roken en het weerbaar maken van kinderen bij het gebruik van internet en games.

     

Jongeren (12 tot 18 jaar)

  • -

    De gemeente Brummen organiseert regelmatig een avond voor jongeren en hun ouders gericht op preventie van middelengebruik, minimaal eens per twee jaar. Het onderwerp van de avond wisselt tussen alcohol en/of drugs en gamen en/of internet en wordt afgestemd op het aanbod dat er al op scholen is. Dit moet een interactieve bijeenkomst zijn, zodat het ook aantrekkelijk is voor jongeren. Onderdeel van de avond moet zijn een aparte bijeenkomst voor jongeren gericht op informeren en weerbaar maken en een deel voor ouders gericht op informeren en opvoedstrategieën. Het doel is dat de avond zo interactief mogelijk wordt ingevuld, bijvoorbeeld met een theatergezelschap.

  • -

    Op het voortgezet onderwijs in andere gemeenten worden leerlingen en hun ouders voorgelicht over middelengebruik, maar de manier waarop wisselt sterk per gemeente, per school en per schooljaar. In sommige gevallen is dit aanbod ook beperkt tot jongeren uit de eigen gemeente. Daarom moet jaarlijks worden afgestemd met andere gemeenten en voortgezet onderwijs over het aanbod, om te kijken of met de inzet in Brummen voldoende bereikt wordt, of dat er veel dubbelingen zijn.

  • -

    Aanvullend op de voorlichtingsavond wordt gekeken naar een preventief aanbod gericht op het tegengaan van bingedrinken. Dit wordt in samenwerking met Tactus, GGD en jongerenwerk verder uitgewerkt.

     

Ouders

  • -

    We sluiten aan bij de landelijke campagnes en voorlichting rondom gezond gebruik van internet, social media en gamen en op het voorkomen van het gebruik van alcohol en drugs voor het 18e levensjaar (NIX18 campagne en de IkPas-campagne). Als gemeente zetten we deze informatie actief door naar ouders door voorlichting via de gemeentelijke kanalen zoals het digitale gemeenteblad, de website en social media-accounts van de gemeente Brummen. Dit gebeurt bijvoorbeeld rondom carnaval, overgang naar voortgezet onderwijs, zomervakantie, kermis en feestdagen.

  • -

    Ouders of opvoeders van kinderen en jongeren die problematisch alcohol of drugs gebruiken, gamen of gokken, of zich daar zorgen over maken, kunnen deelnemen aan een oudercursus gericht op het omgaan met deze problematiek. Toegang van deze cursus gaat via het Team voor Elkaar van de gemeente Brummen. Als kinderen of jongeren door handhavers of politie worden betrapt op het gebruik van alcohol of middelen, wordt ouders ook de mogelijkheid gegeven een oudercursus te volgen.

     

Professionals

  • -

    77% van de middelbare scholieren uit de gemeente Brummen sporten georganiseerd bij een sportvereniging. Het is daarom voor de gemeente Brummen belangrijk dat sportverenigingen worden ondersteund in het onderling delen van kennis en ervaringen en ook in het bevorderen van deskundigheid waar het gaat om omgaan met middelen binnen de vereniging en het signaleren van problemen. Het sportcafé, dat door sportverenigingen wordt georganiseerd, kan daar een goed platform voor zijn, bijvoorbeeld door het aanbieden van IVA trainingen gericht op schenkbeleid in de sportkantine. Dit zal in de komende nota integrale gezondheid een belangrijk thema zijn en verder worden ingevuld. Daarbij wordt ook gekeken in hoeverre het initiatief binnen de gemeente Zutphen, waarbij gemeente en sportverenigingen samen aan een aanpak rondom middelengebruik in de sport werken, in de gemeente Brummen navolging kan krijgen.

  • -

    In 2017 of 2018 wordt in samenwerking met sportverenigingen en NOC-NSF een avond georganiseerd over alcoholgebruik binnen de sport(vereniging).

  • -

    De gemeente Brummen wil korte lijnen tussen sportverenigingen en preventiemedewerkers op het gebied van middelengebruik stimuleren, zodat bijvoorbeeld vrijwilligers binnen sportverenigingen die veel met kinderen en jongeren te maken hebben, om raad of advies kunnen vragen als zij zich zorgen maken.

  • -

    We willen professionals ondersteunen en faciliteren in het signaleren van problematisch gebruik en het bespreekbaar maken van middelengebruik door jongeren en de rol van ouders daarbij. Voor professionals werkzaam binnen de gemeente, zoals medewerkers van het Team voor Elkaar en medewerkers die belast zijn met de handhaving van de Drank en Horecawet kunnen een beroep doen op scholing om deze vaardigheden aan te leren of te versterken.

  • -

    De signalering van problemen via de gemeentelijke zorgoverleggen (Zorgoverleg Risicojongeren en Sociaal Overleg) en deelname van medewerkers van het Team voor Elkaar aan overleg overleggen op de basisscholen loopt nu goed. Het doel is om de afstemming en korte lijnen tussen professionals op basisscholen, politie, jongerenwerk en medewerkers van het Team voor Elkaar worden voortgezet. Hier valt ook uitdrukkelijk outreachende en bemoeizorg onder.

  • -

    Met samenwerkingspartners als Tactus, SWB en politie worden afspraken gemaakt over het in beeld krijgen van jongeren. Dit zijn de partners voor de gemeente die uitdrukkelijk outreachend kunnen werken en actief jongeren in beeld kunnen krijgen. Hierbij worden in elk geval afspreken gemaakt over het in beeld krijgen van hangplekken en het benaderen van die jongeren, omdat dat als voornaamste plek wordt aangegeven dat middelen als alcohol of drugs worden aangeboden.

     

Handhaving

  • -

    De gemeente Brummen neemt NIX18 als norm, niet roken en niet drinken voor je 18e willen wij actief uitdragen en wij vragen aan onze samenwerkingspartners om zich daar ook aan te committeren. Bij subsidieverstrekking in het kader van het jeugdbeleid of bij vergunningverlening voor evenementen, zal dit ook een uitgangspunt zijn. Wanneer blijkt dat partijen die een subsidie krijgen voor evenementen of initiatieven gericht op jongeren onvoldoende toezien op of meewerken aan het nuttigen van alcohol door jongeren onder de 18, dan kan invorderen of stopzetten van de subsidie het gevolg zijn.

  • -

    Het handhavingsbeleid en de uitvoering van de Drank- en Horecawet binnen Brummen, wordt in 2017 geëvalueerd en opnieuw vastgesteld. Deze beleidsnota preventie middelengebruik en verslaving zal ook in dat beleid worden geïmplementeerd. In het nieuwe beleid ten aanzien van handhaving en uitvoering van de Drank- en Horecawet worden de landelijke aanbevelingen van het ministerie van VWS om het lokale toezicht te focussen op landelijk slecht presterende branches en verkooppunten (horeca en sportkantines) ook meegenomen. Maatregelen als Halt-straffen worden ook bij de evaluatie en aanpassing van het handhavingsbeleid meegenomen.

  • -

    9% Van onze jongeren geeft aan te drinken in een hok, schuur of keet en Brummen scoort hiermee minder goed dan omliggende gemeenten. Hoewel er dus door Brummense jongeren relatief meer in hokken, keten of schuren gedronken wordt, is er op dit moment één bekend in de gemeente. Dit kan betekenen dat jongeren buiten de gemeente naar een hok, keet of schuur gaan. Het is belangrijk alert te zijn op de aanwezigheid van hokken, keten of schuren waar door jongeren gedronken wordt. Het onderzoek naar en toezicht op hokken, schuren of keten zal daarom onderdeel zijn van het nieuwe handhavingsbeleid.

     

Hoofdstuk 6 Planning, financiën, en monitoring

Dit beleidsplan gaat in nadat het door het College van Burgemeester en Wethouders en vervolgens door de gemeenteraad is vastgesteld. Na vaststelling van het beleidsplan zullen de maatregelen in een uitvoeringsplan verder worden geconcretiseerd, ingevuld en van een tijdspad worden voorzien. Dit uitvoeringsplan zal in nauwe samenspraak met uitvoeringspartners als politie, Tactus, SWB en GGD worden opgesteld en uitgevoerd, het voornemen is hier een werkgroep voor in te richten. Jaarlijks zal dit plan herijkt en zo nodig bijgesteld worden. Daarbij wordt gekeken of de instrumenten uit deze beleidsnota verder aangescherpt of aangevuld moeten worden of dat er andere inzet nodig is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er een verschuiving is binnen verslavingsproblematiek naar andere middelen.

 

Voor behandeling in de gemeenteraad zal het beleidsplan preventie middelengebruik en verslaving ter consultatie aan de Maatschappelijke Advies Raad (MAR) van Brummen worden voorgelegd. Wij vinden het belangrijk hun input en reactie mee te nemen in dit beleidsplan, aangezien de MAR dit als een belangrijk maatschappelijk thema heeft geagendeerd met het in november 2016 georganiseerde symposium.

 

Het is belangrijk dat de maatregelen uit het uitvoeringsplan ook gedragen worden door professionals, maar juist ook dat deze aansluiten bij wat kinderen, jongeren, ouders en hun netwerk nodig hebben. Daarom zullen de uitgangspunten van dit beleidsplan ook meegenomen worden in de consultatie van het Inwonerspanel ‘Brummen Spreekt’ voor de gezondheidsvisie die in ontwikkeling is. In het uitvoeringsplan en de afspraken over uitvoering van de in deze nota opgenomen maatregelen, worden nadrukkelijk ook afspraken gemaakt om te toetsen of deze aansluiten bij de behoeften van kinderen, jongeren en ouders, zoals bijvoorbeeld de voorlichtingsavonden. De vragen en opmerkingen die naar voren kwamen op en na het in november 2016 georganiseerde symposium zijn een belangrijke input voor dit beleidsplan geweest.

 

De regie op het beleid, de afstemming daarvan met andere beleidsterreinen ligt bij de gemeente. Zij is ook verantwoordelijk voor de afstemming met uitvoeringspartners en andere gemeenten. Afstemming met professionals uit het Team voor Elkaar, en met medewerkers van de gemeente op het gebied van openbare orde en veiligheid en handhaving is daarbij een belangrijke voorwaarde. Ook zal er een communicatieplan worden opgesteld ten aanzien van de presentatie van deze nota preventie middelengebruik, maar ook voor de verdere invulling van de maatregelen die in plan beschreven staan.

 

In dit beleidsplan zijn een aantal doelen opgesteld die met dit beleidsplan gehaald moeten worden. Dat zal grotendeels gemonitord worden door middel van het E-MOVO-onderzoek en andere onderzoeken die door de GGD worden uitgevoerd. Daarnaast is het belangrijk te blijven onderzoeken welke middelen jongeren gebruiken. Maar ook wat bijvoorbeeld de aard van het problematisch internet gebruik is. En of er dus verschuivingen zijn in de soorten middelen die gebruikt worden of de problematiek.

 

Voor de verdere invulling van de hiervoor beschreven maatregelen, is extra inzet van middelen nodig. Hiervoor zullen middelen binnen het sociale domein moeten worden vrijgemaakt. Ook kunnen middelen gevonden worden in de huidige inzet ten aanzien van verslavingszorg vanuit het budget voor Algemene gezondheidszorg. Voor het uitvoeringsplan zal daarom € 15.000,- jaarlijks beschikbaar moeten zijn. Het gaat hier om een schatting, de invulling en de kosten zullen bij het uitwerkingsplan verder worden geconcretiseerd.