DE BURGEMEESTER VAN ENSCHEDE
Overwegende:
dat de burgemeester op grond van artikel 151c Gemeentewet en artikel 2:77 Algemene plaatselijke verordening gemeente Enschede 2009 kan besluiten om voor een bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het toezicht op openbare plaatsen en andere plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn;
dat in de binnenstad van Enschede vanaf 2007 cameratoezicht is ingesteld;
dat de raad op 22 juni 2015 heeft besloten tot doorontwikkeling en vernieuwing van het cameratoezicht, waarbij is overwogen dat de inzet van het cameratoezicht zich richt op de volgende doelen: effectiever handhaven van de openbare orde en uitoefenen van toezicht daarop, opsporing van strafbare feiten, preventie criminaliteit en overlast, vergroten van het veiligheidsgevoel van bewoners/ bezoekers en ondernemers en crowd-management; dat er gedurende de afgelopen jaren een verschuiving heeft plaatsgevonden van inzet puur ter bestrijding van de overlast in uitgaans-/horecagebieden naar een bredere inzet ten behoeve van de andere genoemde doelen;
dat het Verantwoordingsverslag publiek cameratoezicht Enschede over de periode 2016 aangeeft dat cameratoezicht een nuttig en noodzakelijk instrument is; dat de politie in dit kader heeft aangegeven dat cameratoezicht een belangrijk hulpmiddel en essentieel instrument is voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid in de binnenstad, en dat camera’s een effectief en efficiënt middel zijn voor het snel inschatten van situaties en het voorkomen van verdere escalaties; dat bijvoorbeeld in meerdere gevallen de politie collega’s kon bijpraten om bij een verdachte te komen, en dat de politie door het cameratoezicht vaak preventief naar een beginnend incident kon gaan; dat daarnaast het draagvlak voor cameratoezicht onder ondernemers en bewoners van de binnenstad erg groot is;
dat het huidige aanwijzingsbesluit cameratoezicht afloopt op 30 juni 2017;
dat na overleg met de politie de in artikel 1 van dit besluit genoemde gebieden zijn bepaald waar het in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is om cameratoezicht uit te oefenen; dat dit vooral de gebieden zijn waar uitgaansoverlast plaatsvindt en de gebieden waar sprake is van drugsproblematiek;
dat het cameratoezicht in deze gebieden voldoet aan de eisen die artikel 151c van de Gemeentewet stelt aan het instellen van cameratoezicht, waaronder kenbaarheid van het cameratoezicht;
dat de duur van de aanwijzing en de omvang van de gebieden proportioneel zijn in relatie tot het doel van het instellen van cameratoezicht;
dat overleg met de Officier van Justitie heeft plaatsgevonden;
Gelet op artikel 151c Gemeentewet, artikel 2:77 Algemene plaatselijke verordening gemeente Enschede 2009 en de Wet politiegegevens;
BESLUIT
Vast te stellen het Aanwijzingsbesluit cameratoezicht 2017: